ID.nl logo
Oppo Reno6 - Fruitige smartphone
© Reshift Digital
Huis

Oppo Reno6 - Fruitige smartphone

De Oppo Reno6 is met zijn prijskaartje van rond de 500 euro een toegankelijke smartphone. Maar is het genoeg voor Oppo om voet aan de grond te krijgen op de Nederlandse markt?

Al jaren probeert Oppo marktaandeel te winnen, maar succes blijft vooralsnog uit. Sterker nog. Samen met zustermerken OnePlus en Realme erbij opgeteld blijft het aandeel steken op marginale waardes. Er valt dus een wereld te winnen, om de naamsbekendheid van het merk te vergroten en de Reno6 aan te prijzen. En dat doet Oppo door alle marketingaandacht uit te laten gaan naar de portretmodus voor video’s. De aankondiging liet mij daarom vertwijfeld achter. Waarom zou dit zo spannend moeten zijn? Toen een week later Apple de iPhone 13-serie aankondigde en iets vergelijkbaars aankondigde snapte ik het. Zou er een Oppo mol bij Apple werken? Dat doet er niet toe. Het leidt in ieder geval af van het punt: Oppo is heel erg bezig met Apple. Het Chinese merk is niet subtiel meer in het nadoen van alles dat het Amerikaanse bedrijf wél groot maakt op de Europese markt. Niet alleen de oortjes, maar ook de smartphones zijn niet subtiel meer afgekeken.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

In de schaduw van Apple

De Oppo Reno6 lijkt ontzettend veel op de iPhone 12 (en iPhone 13). De smartphone beschikt over dezelfde metalen rand, is precies even breed, dezelfde ronde afwerking en ook een glazen achterzijde. Alleen niet waterbestendig. Tijdens de testperiode lag ook de iPhone 13 op de testbank en het is meermaals per dag voorgekomen dat ik de verkeerde smartphone pakte. Dat je als smartphonemerk dat zich probeert te bewijzen spiekt bij de concurrentie om goede eigenschappen over te nemen. Prima. Maar dit is kopiëren. Hoe wil je een merknaam op laten vallen als je smartphones (en oortjes) zo erg in de schaduw van Apple staan?

De Oppo Reno6-serie komt in twee uitvoeringen. Deze reguliere Reno6 en de Oppo Reno6 Pro, die zo’n 300 euro meer kost, die over een krachtigere Snapdragon-chipset, groter scherm en meer camera-mogelijkheden beschikt. De reguliere Reno6 is echter een stuk toegankelijker geprijsd met een prijskaartje van 480 euro. Toch zet Oppo met deze prijs veel te hoog in, want wat je ervoor terugkrijgt is niet in lijn.

ColorOS zit vol reclame

De Oppo Reno6 draait op Android 11, met de ColorOS-skin. Oppo vindt de skin zo goed dat zelfs OnePlus-smartphones op termijn de skin gaan draaien. Maar dat ColorOS. Dat is een rommeltje. De visuele stijl moet je liggen, maar dat veel apps nog altijd slecht uitgelijnd zijn oogt slordig. Ook is de hoeveelheid bloatware ongekend. Los van de overbodige apps van Oppo, zoals Telefoonbeheer, is er ook heel veel reclame aanwezig. Ik telde tien apps, waaronder apps van dubieuze techbedrijven Facebook, TikTok en Amazon.

©PXimport

©PXimport

Ook het ondersteuningsbeleid is nog niet voldoende: twee jaar Android versie-updates en drie jaar beveiligingsupdates.

©PXimport

Camera’s

Ook op cameragebied schiet de Reno6 opvallend tekort. De drie camera’s aan de achterzijde geven je de mogelijkheid om gewone, zoom- en groothoekfoto’s te maken. Hoewel er niets aan te merken is op de gewone camera, had Oppo de andere lenzen net zo goed weg kunnen laten. De 8 megapixel groothoekcamera laat vervormde foto’s zien en de twee megapixel zoomlens kun je werkelijk helemaal niks mee. De resolutie is veel te laag en de lichtsterkte zeer onder de maat. Dat weet Oppo zelf ook, anders had het bedrijf de macrofunctionaliteit niet diep in de instellingen verscholen. Inzoomen volgens de knoppen in de camera-app, zoomen in op de reguliere lens (1x, 3x, 5x en 10x).

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Rekenkracht/ scherm / accu

Op de overige gebieden weet Oppo wel te brengen wat je kunt verwachten. Je krijgt een prima amoledscherm, dat qua helderheid, kleurweergave, resolutie (Full-HD) en verversingssnelheid (90 hertz) goed scoort. Onder het scherm vind je een vingerafdrukscanner.

Ook qua rekenkracht zit alles dik in orde. De MediaTek-chipset (die ook 5G ondersteunt) doet het prima in de benchmarks. Daarbij krijg je 8GB werkgeheugen, waarbij er extra werkgeheugen wordt vrijgemaakt door hier 3GB opslaggeheugen voor in te zetten. Van de 128GB aan beschikbare opslag heb je ongeveer 100GB vrij voor je eigen apps, foto’s, video’s, etc.

De accuduur is ook in orde. De 4.300 mAh-accu gaat iets langer dan een dag mee. Wanneer je zuinig aan doet en bijvoorbeeld gebruikmaakt van een 60 hertz schermverversingssnelheid en 4G, moet anderhalf tot twee dagen haalbaar zijn. Je kunt de Reno6 niet draadloos opladen, wel is het mogelijk te snelladen via de usb-c-poort. Hierbij laad je binnen een half uur zo’n dertig procent accuvermogen.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Alternatieven voor de Oppo Reno6

Hoewel de Oppo Reno6 an sich een degelijke smartphone is, wordt hij voor een veel te hoge adviesprijs in de markt gezet. Hierdoor ben je beter af met alternatieven als de Pixel 4a 5G of Samsung Galaxy A72 en Samsung Galaxy A52 5G voor meer waar je voor je geld. In een lagere prijsklasse kun je ook kijken naar de Nord-serie van OnePlus: vergelijkbare smartphones die minder kosten.

Conclusie: Oppo Reno6 kopen?

De Oppo Reno6 schiet op teveel vlakken tekort om op te vallen en zijn prijs te rechtvaardigen. Het ontwerp is van Apple afgekeken, de software en ondersteuning niet goed genoeg en twee van de drie camera’s aan de achterzijde zijn overbodig. De bouwkwaliteit, accuduur, rekenkracht en scherm volstaan, wat de Reno6 als totaalplaatje een degelijke, maar vooral matige smartphone maakt.

Oké
Conclusie

**Adviesprijs** vanaf € 499,- **Kleuren** Zwart, blauw **OS** Android 11 (ColorOS) **Scherm** 6,4 inch amoled (2400x1080, 90 hertz) **Processor** 2,4 GHz (MediaTek Dimensity 9000) **RAM** 8 GB **Opslag** 128 GB (niet uitbreidbaar) **Batterij** 4.300 mAh **Camera** 64, 8, 2 megapixel (achter), 32 megapixel (voor) **Connectiviteit** 5G, Bluetooth 5.2, wifi, gps, nfc **Formaat** 15,7 x 7,2 x 0,8 cm **Gewicht** 182 gram **Overig** Usb-c (65 watt snellader) **Website** [www.oppo.com/nl](https://www.oppo.com/nl/smartphones/series-reno/reno6-5g/)

Plus- en minpunten
  • Scherm
  • Bouwkwaliteit
  • ColorOS en ondersteuning
  • Gekopieerd ontwerp
  • Geen audiopoort
  • Prijs-kwaliteit
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.