ID.nl logo
Oppo Reno - komt onverwacht uit de hoek
© Reshift Digital
Huis

Oppo Reno - komt onverwacht uit de hoek

Waar veel smartphones anno 2019 ontzettend op elkaar lijken, valt de Oppo Reno-serie op, met een eigenzinnig ontwerp en bijzondere pop-upcamera. Gaat de Oppo Reno de Nederlandse markt veroveren?

De Oppo Reno-serie komt in twee varianten. De Oppo Reno 10x Zoom, die over een speciale zoomcamera beschikt (een periscoopcamera, waar ook de Huawei P30 Pro over beschikt) en de reguliere Oppo Reno. Er zijn echter wel wat meer verschillen: de Oppo Reno beschikt niet over de snelste Snapdragon 855 processor, maar een minder krachtige Snapdragon 710. De batterij is ook een slagje kleiner, evenals het formaat. Dat maakt de prijs van de Reno wel een stukje lager ten opzichte van de 10x Zoom-uitvoering: zo’n 500 euro tegenover 800 euro. Voordeel ten opzichte van de duurdere uitvoering is dat de Oppo Reno wel gewoon over een 3,5mm aansluiting beschikt.

©PXimport

Uitschuifcamera

Het opvallendste wat beide Reno’s wel in gemeen hebben is de frontcamera, de schuift diagonaal uit de bovenzijde van de smartphone. Hierdoor kan (op wat dunne schermranden na) de volledige voorzijde van de smartphone uit scherm bestaan, zonder dat er een scherminkeping nodig is. Een mechanische frontcamera is erg prettig, je weet precies wanneer deze gebruikt wordt en het schuifsysteem is zowel luxe als eigenzinnig. Toch zijn er wel enkele risico’s aan verbonden voor wat betreft de waterdichtheid van de smartphone en slijtage van de mechaniek - wat door stof en zand verergd kan worden.

Ook het ontwerp van het toestel valt op, de bouwkwaliteit is hoogwaardig: aan de glazen achterzijde steekt de camera niet uit de behuizing uit en er is een soort racestreep geplaatst, waarin het logo verwerkt zit. Het formaat van de Oppo Reno is binnen de perken gebleven, zelfs met het flinke 6,4 inch scherm.

Beeldkwaliteit

Net als alle moderne smartphones heeft de Oppo Reno hele dunne schermranden en een alternatieve beeldverhouding van 19,5 bij 9. Het oledscherm heeft voor zijn prijsklasse een prima weergavekwaliteit en een hoge helderheid, wat het scherm ook afleesbaar maakt bij fel zonlicht. Ook de kleurweergave is prima, dat is direct zichtbaar vanwege Oppo’s Androidskin Color OS. De naam geeft een goede indruk van wat je kunt verwachten.

Aan de onderkant is de vingerafdrukscanner achter het scherm geplaatst. Mijn ervaringen met dit soort vingerafdrukscanners zijn nogal wisselend, maar over de gehele linie ben ik nog geen scanner tegengekomen die nauwkeuriger werkt dan een ouderwetse fysieke scanner aan de onderkant of achterkant van de smartphone. Omdat de Oppo Reno in een wat goedkopere prijsklasse valt was ik een beetje angstig dat de vingerafdrukscanner even wisselvallig zou presteren als de OnePlus 6T en Nokia 9. Gelukkig is dat absoluut niet het geval. Hoewel de scanner nog altijd niet snel en nauwkeurig is als een fysieke scanner, is de werking vergelijkbaar met de betere vingerafdrukscanners van de duurste smartphones zoals de Huawei P30 Pro.

©PXimport

©PXimport

Specificaties

De specificaties van de Oppo Reno vallen in zijn prijsklasse een beetje weg. Dat wil zeggen dat je voor hetzelfde bedrag (of minder) een krachtigere smartphone kunt krijgen, zoals de Xiaomi Mi 9 en Asus Zenfone 6 (hoewel de laatste nog altijd niet echt verkrijgbaar is in Nederland). Desondanks valt er ook weer weinig aan te merken, de Snapdragon 710 met 6GB werkgeheugen is zat om het toestel vlot te laten werken.

Hetzelfde valt niet te zeggen over de accu. De accucapaciteit lijkt wat onopvallend met 3765 mAh . Toch is het mogelijk om zelfs twee dagen op de accu mee te gaan, afhankelijk van je gebruik natuurlijk. Ook valt de snellader op, Oppo’s snellaadtechniek is indrukwekkend snel. Binnen een uur laden heb je eigenlijk alweer voldoende voor de komende dag.

Color OS

De lange accuduur is met name te danken aan Color OS, de Androidskin van Oppo. Helaas valt hier erg veel op aan te merken. Oppo’s aanpassingen zijn een grote achteruitgang voor Android. Dat is bijvoorbeeld te merken aan de achtergrondprocessen, die zonder dat je het door hebt afgekapt worden. Goed voor je batterijduur, dat zeker. Maar als je mailtjes of berichtjes vertraagd binnenkomen, of je foto’s niet automatisch meer back-uppen is het best onhandig. Gelukkig kun je, in tegenstelling tot Huawei’s EMUI wel zelf wat meer controle uitoefenen op welke processen er wel of niet mogen worden afgekapt. Maar daarvoor moet je diep in de instellingen duiken.

Ook maakt Color OS Android trager, instabieler en vooral rommeliger. Ook de bloatware die je voor je kiezen krijgt is kwalijk. Zeker voor een smartphone van 500 euro. Facebook, Aquamail, Opera... Dat is bloatware die je gelukkig kunt verwijderen. De misleidende Telefoonbeheer-bloatware, die een overbodige virusscanner op je smartphone smokkelt mag je helaas niet verwijderen.

De Oppo Reno draait op Android 9, tijdens het testen kregen we netjes een veiligheidsupdates door. Hoe de ondersteuning in de toekomst is, daar

©PXimport

Camera

De camera van de Reno 10x Zoom valt op, dankzij zijn periscoopcamera. De dubbele camera van de reguliere Oppo Reno lijkt daardoor een beetje in het niets te vallen. De dualcam bestaat uit een gewone lens en een 5 megapixel dieptelens voor portretfotografie met scherptediepte-effect. Ook is er automatische object- en sceneherkenning ingebouwd, zodat de camera de instellingen optimaliseert voor wat je fotografeert. Grappig detail is dat de flits aan de achterkant van de pop-upcamera verwerkt zit.

De Oppo Reno beschikt over de Sony IMX586-sensor, die we ook terugvinden op de Zenfone 6, OnePlus 7 (Pro) en Xiaomi Mi 9. Een uitstekende sensor voor deze prijsklasse en de fotokwaliteit is daardoor ook dik in orde. Op de foto’s die de Oppo Reno maakt valt weinig op aan te merken, totdat de lichtomstandigheden lastiger worden. Bij weinig licht merk je dat foto’s doffer worden. Ruis wordt softwaremater goed onderdrukt, maar kleuren en details vallen desondanks toch weg.

De Oppo Reno biedt de mogelijkheid om met een tik twee keer in te zoomen. Dit is echter geen optische zoom. De tweede 5 megapixellens is voornamelijk bedoeld voor scherptediepte-effecten. Inzoomen gaat dus merkbaar ten koste van de fotokwaliteit. Dat kun je bijvoorbeeld zien wanneer je je vinger voor de secundaire lens houdt en inzoomt.

©PXimport

©PXimport

Alternatieven voor de Oppo Reno

De Oppo Reno valt met zijn 500 euro in een lastige prijsklasse. Er is namelijk veel goeds te kiezen voor ongeveer dezelfde verkoopprijs, zoals de Pixel 3A (XL) als je de camera en software belangrijk vindt. De Zenfone 6 en Xiaomi Mi 9 zijn krachtigere smartphones.

Net als de Oppo RX17 van vorig jaar lijkt de Oppo Reno erg op de nieuwste OnePlus-smartphone, in dit geval de OnePlus 7. Ben je in de markt voor dat toestel, maar mag het wat minder krachtig en kun je leven met Color OS? Dan kun je de Oppo Reno als betaalbaarder alternatief zien.

Conclusie: Oppo Reno kopen?

De Oppo Reno is een behoorlijk complete smartphone, waar op Color OS na weinig op aan te merken valt. Daardoor is een keuze voor de Oppo Reno zeker geen slechte. De Oppo Reno valt echter een beetje weg, in dezelfde prijsklasse valt beter te krijgen en de smartphone valt niet echt op (ondanks zijn mechanisch uitschuifbare selfiecamera). De Oppo Reno 10x Zoom doet dat bijvoorbeeld wel, dankzij zijn bijzondere zoomlens.

Goed
Conclusie

**Prijs** € 499,- **Kleuren** Zwart, groenblauw **OS** Android 9.0 (Color OS) **Scherm** 6,4 inch oled (2340 x 1080) **Processor** 2,2 Ghz octacore (Snapdragon 710) **RAM** 6GB **Opslag** 256GB **Batterij** 3.765 mAh **Camera** 48 en 5 megapixel (achter), 16 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 5.0, wifi, gps, nfc **Formaat** 15,7 x 7,4 x 0,9 cm **Gewicht** 185 gram **Overig** vingerafdrukscanner achter scherm, dualsim **Website** [www.oppo.com](https://www.oppo.com/nl/smartphone-reno/)

Plus- en minpunten
  • Scherm
  • Accuduur en oplader
  • Design
  • Color OS
  • Prijs-kwaliteitsverhouding
▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.

▼ Volgende artikel
Doctor Sleep-regisseur gaat Stephen King-verhaal The Mist verfilmen
Huis

Doctor Sleep-regisseur gaat Stephen King-verhaal The Mist verfilmen

Mike Flanagan, die eerder onder andere de Stephen King-verhalen Doctor Sleep en The Life of Chuck verfilmde, gaat zich weer bezighouden met een film gebaseerd op een boek van de horrorschrijver. Ditmaal gaat het om The Mist.

Dat is opvallend, omdat The Mist in 2007 ook al verfilmd werd. Toen was het Frank Darabont die de film regisseerde, nadat hij eerder al naam maakte met Stephen King-verfilmingen The Shawshank Redemption en The Green Mile. De in 2007 uitgekomen verfilming van The Mist viel al goed in de smaak, dus sommige fans vragen zich dan ook af of het verhaal nog een verfilming nodig heeft.

Hoe dan ook is Flanagan tegenwoordig een expert op het gebied van Stephen King-films. Zoals gezegd heeft hij al bewerkingen van verhalen als The Life of Chuck, Doctor Sleep en Gerald's Game geleverd, en werkt hij ook aan een miniserie gebaseerd op Carrie. Daarnaast gaat hij de zevendelige Stephen King-epos The Dark Tower omtoveren tot een serie, al is niet bekend wanneer dat gaat gebeuren.

Over The Mist

Het in 1980 verschenen boek The Mist draait om een mysterieuze mist die een dorpje in zijn ban houdt. De mist maakt mensen niet alleen dood, er zitten ook allerlei monsters in die mist uit een andere dimensie. Overigens kwam tien jaar geleden ook een serie gebaseerd op The Mist uit, maar zonder veel succes. De eerdere verfilming uit 2007 wordt wel gezien als een succesverhaal - in ieder geval op kwalitatief gebied.

Mike Flanagan

Flanagan is overigens niet alleen bekend voor zijn verfilmingen van Stephen King-boeken. Hij heeft ook veel succes met zijn horrorseries op Netflix, waaronder The Haunting of Hill House, The Haunting of Bly Manor, Midnight Mass en The Fall of the House of Usher.