ID.nl logo
OnePlus 8: tussen wal en schip
© Reshift Digital
Huis

OnePlus 8: tussen wal en schip

De OnePlus 8 volgt de pas zes maanden oude OnePlus 7T op. Het nieuwste model is honderd euro duurder en zet daar met name betere specificaties tegenover. Tegelijkertijd is hij honderd euro goedkoper dan de eveneens nieuwe OnePlus 8 Pro. In deze OnePlus 8 review zoeken we uit of deze smartphone de gulden middenweg is.

OnePlus introduceerde onlangs de OnePlus 8 en 8 Pro, smartphones van respectievelijk 699 en 899 euro. Recent bespraken we in onze OnePlus 8 Pro review het topmodel, en nu is het de beurt aan zijn goedkopere variant. De 8 volgt de 7T van vorig jaar op, die je nu kunt kopen voor minder dan 550 euro. In deze OnePlus 8 review zoeken we uit welke van de drie telefoons de beste koop is.

©PXimport

Ontwerp

De OnePlus 8 is gemaakt van glas en heeft een voorkantvullend scherm met zeer smalle randen aan de boven- en onderkant. Het display loopt ietwat door over de zijkanten, wat het vegen vanuit hoeken prettiger doet aanvoelen. In de linkerbovenhoek van het scherm zit een klein gaatje voor de selfiecamera. De smartphone oogt futuristisch en ligt door zijn gebolde behuizing fijn in de hand. Het gewicht is met 180 gram relatief laag. De OnePlus 8 is ook lichter dan de 7T, die een kleinere accu heeft maar 190 gram weegt. De 8 Pro weegt 199 gram, wat komt door het grotere scherm en accu. In de afgelopen weken heb ik veel familie en vrienden de 8 en 8 Pro in handen gedrukt, en het merendeel prefereert de meer handzame 8.

©PXimport

De smartphone heeft een handige alert-slider om snel te wisselen tussen het belvolume, de trilstand en stille modus. Onderop zit een usb-c-poort om op te laden en oordopjes aan te sluiten, eventueel via een verloopstukje. Een 3,5mm-audiopoort ontbreekt namelijk. De OnePlus 8 mist ook een certificering voor water- en stofdichtheid, iets wat de 8 Pro wel heeft. OnePlus claimt dat de reguliere 8 tegen wat water en stof kan, maar neem ‘m dus niet mee in het zwembad.

Het toestel is verkrijgbaar in drie kleuren: zwart, mintgroen en Interstellar Glow. Ik testte de groene versie, die ik zou omschrijven als fris en hip. Vingerafdrukken zijn nauwelijks zichtbaar. De andere twee kleuren zijn wel gevoelig voor vingerafdrukken. Wie een zo opvallend mogelijke smartphone wilt, kan het beste kijken naar de Interstellar Glow-uitvoering – die verkleurt door lichtinval.

©PXimport

©PXimport

Scherm

Het scherm van de OnePlus 8 meet 6,55-inch en is dus niet tot nauwelijks met één hand te bedienen. Het oled-paneel levert zeer fraaie kleuren en een hoog contrast, en is energiezuiniger dan een lcd-scherm van goedkopere smartphones. Door de full-hd-resolutie oogt het beeld scherp. Achter het display zit een optische en dus onzichtbare vingerafdrukscanner, die oplicht als je de smartphone wilt ontgrendelen. De scanner is accuraat en heel snel, maar doet het buiten op een zonnige dag merkbaar minder goed. Dit komt omdat de scanner werkt via licht.

©PXimport

De maximale ververssnelheid van het scherm is 90Hz, wat betekent dat het scherm zichzelf negentig keer per seconde ververst. Veel smartphoneschermen doen dat zestig keer seconde (60Hz). De hogere ververssnelheid levert soepeler beeld en dat merk je onder meer aan de animaties, het scrollen in teksten en het spelen van geoptimaliseerde games. Aangezien de kans groot is dat je huidige smartphone een 60Hz-display heeft, zal de OnePlus 8 iets vloeiender aanvoelen. Een subtiele verbetering, al verbruikt de hogere ververssnelheid ook wat meer stroom. Je kunt daarom in de instellingen ook kiezen voor een 60Hz-weergave. De duurdere OnePlus 8 Pro heeft een nog fraaier 120Hz-scherm. Het verschil met 90Hz is zichtbaar, maar niet dé reden om de Pro-versie te verkiezen boven de reguliere 8.

Wie bekend is met de OnePlus 7T, weet nu dat de schermen van de 7T en 8 op papier identiek zijn. In de praktijk zie ik ook nauwelijks verschil.

©PXimport

Uitstekende hardware

Net als zijn duurdere broer gebruikt de OnePlus 8 een Snapdragon 865-chip, de krachtigste Qualcomm-processor van dit moment. Dat merk je: het toestel is vliegensvlug en zal dat nog jaren blijven. De standaardversie van 699 euro heeft 8GB werkgeheugen en 128GB opslaggeheugen. Genoeg om snel te wisselen tussen je recent gebruikte apps en games, met lekker veel opslagruimte voor die programma’s en andere media. Let erop dat de smartphone geen micro-sd-slot heeft om het geheugen uit te breiden. Denk je meer dan 128GB geheugen nodig te hebben? Voor 799 euro koop je de OnePlus 8 met 12GB/256GB werk- en opslaggeheugen. De meerprijs is schappelijk, dat mag gezegd worden.

©PXimport

Beide OnePlus 8-modellen zijn geschikt voor 5G-internet. KPN, T-Mobile en VodafoneZiggo lanceren naar verwachting deze zomer hun 5G-netwerken in de eerste vorm. Voorlopig zal 5G vooral iets sneller en stabieler internet bieden, vooral op drukke locaties. Vanaf 2023 zal het netwerk pas écht een stuk sneller worden. De smartphone is dus voorbereid op de toekomst, maar veel heb je er nog niet aan.

De OnePlus 8 kan verder overweg met technieken als twee simkaarten, wifi 6 en nfc.

Accuduur en opladen

In de OnePlus 8 zit een 4300 mAh-accu die je niet kunt verwisselen. De accucapaciteit is flink gegroeid ten opzichte van de 7T van vorig jaar, die een 3800 mAh-accu heeft. Met die smartphone redde ik het meestal geen lange dag op één acculading. De grotere accu van de 8 betaalt zich uit: een lange dag gebruik is geen probleem.

Opladen gaat via de meegeleverde Warp Charge 30W-stekker, met een vermogen van 30W. De accu laadt in een half uur op van 0 naar 55 procent en dat is erg snel. Als je een andere usb-c-stekker gebruikt, duurt het opladen langer. Helaas kan de OnePlus 8 niet draadloos opladen. Een minpunt, want vrijwel alle smartphones in dit prijssegment kunnen dit wél. De OnePlus 8 Pro kan ook draadloos laden, maar is nog een stuk duurder.

©PXimport

Drie camera's: zo goed zijn ze

Achterop de OnePlus 8 zitten een primaire 48 megapixel camera, een 16 megapixel groothoeklens en een 2 megapixel macrocamera. De camera’s wijken hiermee af van de 7T-serie en de 8 Pro, die in plaats van een macrocamera een telelens hebben om drie keer te zoomen met een minimaal kwaliteitsverlies. De camera-app van de OnePlus 8 biedt ook een twee keer zoom-functie, maar gebruikt hierbij digitale zoom met zichtbaar kwaliteitsverlies. Jammer, maar in veel gevallen is de kwaliteit van zo’n zoomfoto prima voor sociale media. Twee keer zoom stelt namelijk weinig voor. Pas als je verder gaat zoomen (maximaal tien keer) zie je hoe de kwaliteit achteruit holt.

Met de speciale macrocamera maak je scherpe foto’s van heel dichtbij. Handig als je graag bloemen, insecten, huisdieren of etiketten fotografeert. De macrofunctie werkt heel goed. Onhandig is dat je de functie zelf moet inschakelen in de camera-app. Het was prettiger geweest als de camera zelf zou wisselen als je heel dichtbij een object bent. Een ander minpunt is de lage resolutie van 2 megapixel. Een macrofoto (1600 x 1200 pixels) is scherp genoeg voor sociale media, maar oogt op je televisie minder scherp dan een reguliere 12 megapixel-foto (4000 x 3000 pixels). Hieronder zie je links de automatische stand en rechts de macromodus.

©PXimport

©PXimport

Over de primaire camera gesproken; die maakt fraaie, realistische foto’s met veel detail. De kwaliteit is vergelijkbaar met de OnePlus 7T maar iets minder dan de OnePlus 8 Pro, die een nieuwere en betere camerasensor gebruikt. In het donker schiet de camera ook prima foto’s maar is er een duidelijk kwaliteitsverschil met dure telefoons als de 8 Pro, iPhone 11 Pro en Huawei P40 Pro.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

De groothoekcamera maakt een wijde foto en werkt naar behoren. Kleuren ogen iets minder natuurgetrouw dan op reguliere foto’s. Een grasveld is bijvoorbeeld net even te groen, maar grote kans dat het je niet opvalt omdat het plaatje er prima uitziet. Hieronder zie je twee fotoseries met van links naar rechts de normale foto, een groothoekfoto en een 2x-zoomfoto.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

De 16 megapixel camera in het display maakt over het algemeen ‘gewoon goede’ selfies. Houd de smartphone wel stil, anders krijg je snel bewogen plaatjes. De camera kan ook videobellen in full-hd-resolutie.

Software

De OnePlus 8 draait uit de doos op Android 10 met de OxygenOS-schil van OnePlus. Deze laag wijkt weinig af van stock-Android en voegt vooral functies toe om het besturingssysteem meer naar eigen wens aan te passen. Van de animatie van de vingerafdrukscanner en de vorm van de snelle instellingen tot het kleurenpalet en de werking van de gamemodus: er is veel in te stellen en dat is leuk. Op de smartphone zijn vier applicaties voor geïnstalleerd: Facebook, Messenger, Instagram en Netflix. Die eerste drie zijn te verwijderen, Netflix niet. OnePlus levert zelf ook een handvol apps mee, waaronder een galerij, weer en rekenmachine. De software werkt intuïtief, is razendsnel en minder aanwezig dan de lagen van Samsung, Huawei en veel andere concurrenten.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Updatebeleid

OnePlus belooft – al jaren – drie jaar volledige softwareondersteuning voor zijn smartphones. De OnePlus 8 krijgt dus drie Android-versie-updates en drie jaar om de maand een beveiligingsupdate. Dat is netjes. Dure Samsung-telefoons krijgen bijvoorbeeld twee versie-updates en vier jaar beveiligingsupdates, maar de meeste merken beloven twee jaar volledige updates. iPhones krijgen vier jaar updates van Apple, maar draaien geen Android.

Conclusie: OnePlus 8 kopen?

De OnePlus 8 is een hele fijne smartphone zonder fratsen, voorzien van een luxe behuizing, fraai scherm, krachtige hardware en gebruiksvriendelijke software met drie jaar ondersteuning. Het toestel doet niets fout, maar weet ook nergens mee op te vallen. Hij is niet water- en stofdicht volgens een IP-certificering, kan niet draadloos opladen en maakt niet de beste foto’s in zijn prijsklasse.

Deze drie aandachtspunten zijn ook van toepassing op de OnePlus 7T van vorig jaar. De 8 oogt moderner, is iets sneller, heeft een betere accuduur en 5G, maar kost 699 euro. Op moment van schrijven koop je de 7T voor 529 euro. De verbeteringen van de 8 hebben dus een flinke meerprijs, en in mijn ogen zijn veel geïnteresseerden beter af met de 7T (review).

Hoewel van een hele andere orde, is de nieuwe iPhone SE ook een concurrent. Apple's iPhone van 489 euro is razendsnel, waterdicht, kan draadloos opladen en krijgt vier jaar updates. Op punten als het scherm, de software en formaat zijn de twee niet te vergelijken, maar de iPhone SE illustreert dat een complete en goede smartphone helemaal geen 699 euro hoeft te kosten.

Wie de nieuwste OnePlus prefereert maar geen concessies wil doen, kan terecht bij de 8 Pro. Die is IP-gecertificeerd, laadt draadloos op en beschikt over een uitstekende vierdubbele camera. Het toestel heeft ook een fraaier 120Hz-scherm. Houd er wel rekening mee dat de smartphone merkbaar groter en zwaarder is, en minimaal 899 euro kost. Lees hier onze uitgebreide OnePlus 8 Pro review.

Goed
Conclusie

**Adviesprijs** € 699,- **Kleuren** Zwart, groen en Interstellar Glow **OS** Android 10 (Oxygen OS) **Scherm** 6,55 inch oled (2400 x 1080) 90Hz **Processor** 2,84 GHz octacore (Snapdragon 865) **RAM** 8GB of 12GB **Opslag** 128GB of 256GB (niet-uitbreidbaar) **Batterij** 4.300 mAh **Camera** 48, 16 + 2 megapixel (achter), 16 megapixel (voor) **Connectiviteit** 5G, 4G (LTE), Bluetooth 5.1, wifi 6, nfc, gps **Formaat** 16,2 x 7,3 x 0,8 cm **Gewicht** 180 gram **Website** [www.oneplus.com](https://oneplus.com/nl)

Plus- en minpunten
  • Accuduur en snelladen
  • Scherm
  • Hardware
  • Software en updatebeleid
  • Niet IP water- en stofdicht
  • Geen draadloos opladen
  • Lijkt veel op de goedkopere OnePlus 7T
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.