ID.nl logo
OnePlus 11 - Knipoog naar mooie OnePlus-dagen van weleer
Huis

OnePlus 11 - Knipoog naar mooie OnePlus-dagen van weleer

De eerste topsmartphone van het jaar komt uit de koker van OnePlus. Met de OnePlus 11 probeert het merk zich wat te herpakken na een uitdagend 2022. Wat de nieuwste smartphone te bieden heeft lees je in deze OnePlus 11 review.

Goed
Conclusie

Er zijn nog altijd gekke ontberingen aan de OnePlus 11. Waar het is draadloos opladen? Wanneer gaat Hasselblad nou eindelijk eens de verwachtingen waarmaken voor een goede camera-ervaring? Waar is de goede software en betrouwbaarheid van updates? Het zijn vraagtekens die je kunt zetten bij een smartphone die verder betrouwbaar is. Vooral qua prestaties en oplaadtechniek loopt de OnePlus 11 voorop. Ook het scherm goed en de zoom- en groothoekcamera’s staan hun mannetje.

Plus- en minpunten
  • Opladen
  • Prestaties
  • Groothoekcamera
  • Accuduur
  • Geen draadloos opladen
  • Camera schiet nog altijd tekort
  • Grillige software-ervaring

Wanneer je voor een OnePlus 11 kiest zijn er twee zaken waar je zeker van kan zijn: de smartphone is bloedsnel en hetzelfde kan gezegd worden over het snelladen. Andere zekerheden waar je bij OnePlus tot voorheen bij terecht kon, bleken in 2022 geen zekerheidjes meer te zijn. Zo verdween er bij de OnePlus 10T opeens heel veel: de meldingsschakelaar, het Hasselblad-stempeltje en zelfs de mogelijkheid om draadloos te laden. Ook de zekerheid van fijne software was verdwenen bij OnePlus: de samenvoeging van de eigen Androidskin OxygenOS in ColorOS van zustermerk Oppo mislukte. Zowel bij nieuwe smartphones als bij de updates werd ColorOS niet goed ontvangen wegens een gebrek aan gebruiksgemak en een overvloed aan bugs.

Tenslotte kwam OnePlus er niet goed van af bij de duurzaamheidstest van YouTuber JerryRiggEverything. Beide smartphones bleken bijzonder kwetsbaar en braken doormidden wanneer er kracht op werd gezet. Iets wat maar weinig andere geteste smartphones fataal wordt.

Lees ook: Dit zijn de beste smartphones van 2022

OnePlus 11: terug naar de basis?

Kortom, deze OnePlus 11 staat in het kader van ‘zaken rechtzetten’. Terug naar start. Natuurlijk is de zekerheid van een razendsnelle smartphone behouden en de 100 watt-snellader zorgt ervoor dat je binnen een half uur je smartphone alweer vol hebt. De snellader zit gelukkig nog altijd in de doos, alhoewel het gek is dat de adapter en kabel usb-a naar usb-c zijn.

Het ontwerp van de OnePlus smartphone is voortgezet van de OnePlus 10-serie, waarbij een groot rond eiland drie camera’s en een flitser herbergt. Ook pronkt het Hasselblad-logo weer op de camera, alhoewel de samenwerking de camera-ervaring nog altijd niet dichterbij Apple, Samsung en Google weet te brengen. Hoewel het ontwerp van de grote smartphone lijkt op die van de OnePlus 10-smartphones, geeft de matte, ruwe achterkant een subtiele knipoog naar de sandstone-achterkant van de (legendarische) OnePlus One. Tof!

De overgebleven liefhebbers van het merk kunnen ook weer gerust ademhalen: de meldingsschakelaar is weer terug aan de rechterzijde van de smartphone. Bovendien moet de nieuwe belofte van langere update-ondersteuning de vervelende nasmaak van de update naar ColorOS wegspoelen. Vier Androidversie-updates en vijf jaar veiligheidsupdates. Net als Samsung.

De achterkant van de OnePlus 11 doet in de verte denken aan de OnePlus One.

Absentie in de basis

Daarmee lijkt OnePlus die basis weer aardig te hebben hersteld voor een goede smartphone. Maar toch zijn er een paar bedenkingen waardoor je niet kunt stellen dat de OnePlus 11 eigenlijk de smartphone is die de OnePlus 10 Pro van vorig jaar had moeten opvolgen. Zo ontbreekt de mogelijkheid om draadloos op te laden. Een tamelijk onbegrijpelijke keuze, aangezien alle concurrerende smartphones van Apple, Samsung en Google dit wel kunnen en OnePlus zelfs eigen draadloze laders verkoopt en zelfs draadloze snellaadtechnieken had ontwikkeld. Navraag bij OnePlus leverde geen reactie op.

Ook op softwaregebied is alles nog niet koek en ei. De beloofde update-ondersteuningsverlening is zeker een plus. Maar 2022 stond voor OnePlus-gebruikers behoorlijk in het teken van updates die de smartphone niet bepaald beter maakte. Ook is de Androidskin behoorlijk gelijk aan ColorOS: qua visuele stijl. Maar ook nadelig: bloatware en dubieuze Android-aanpassingen om bijvoorbeeld de batterijduur te verbeteren ten koste van correcte werking van apps. Al met al is OxygenOS, ondanks zijn vlotte werking, geen reden meer om een OnePlus te kopen. Zowel Samsung, Apple als Google hebben de software veel beter voor elkaar op hun smartphones.

Dan is er nog het verbeterpuntje van de breekbaarheid. Die hebben we zelf helaas niet kunnen testen. Maar het is wellicht handig om voor een eventuele aanschaf even na te gaan of het toestel zo kwetsbaar is als de OnePlus-smartphones uit 2022.

Prestaties van OnePlus 11

Het display maakt de smartphone behoorlijk lijvig: 6,7 inch in diagonaal. Het beeld oogt zoals je dat mag verwachten van een premium smartphone qua kleurweergave en helderheid. Volgens OnePlus is deze kleurweergave zelfs in 10bit. De verversingssnelheid is maximaal 120 hertz, wat ook keurig is. Volgens OnePlus past de verversingssnelheid zich aan naar hoe je het toestel op dat moment gebruikt. Gek genoeg heb je in de instellingen alleen de keuze tussen de volle 120 hertz, of de zuinigere stand met 60 hertz.

Achter het scherm vind je een vingerafdrukscanner en de selfiecam zit in een gat in de linkerbovenhoek verwerkt.

Intern vind je alles wat je nodig hebt voor de snelle ervaring die OnePlus-smartphones bieden. De Snapdragon 8 (Gen 2) chipset is bijvoorbeeld ook het kloppende hart van de nieuwe Samsung Galaxy S23-smartphones. Uiteraard ondersteunt de chipset ook 5G en de nieuwste bluetooth 5.3-standaard. Hierbij krijg je 8 of 16GB werkgeheugen en 128 of 256GB opslag. Helaas is deze opslag niet uit te breiden met een geheugenkaart.

De accu van de OnePlus 11 bestaat uit twee componenten, wat (kort door de bocht) tijdens het opladen de warmtegeneratie verdeelt. Zo kan de smartphone snel opladen, terwijl dat moet voorkomen dat accu veel sneller slijt. Dat is top. En bovendien is continu laden ook niet nodig, de acccuduur is dik in orde: ik haalde zo’n anderhalf tot twee dagen met een volle accu.

Terugkeer van het Hasselblad-stempel

Vorig jaar was het verwarrend dat de ene OnePlus-smartphone wél een Hasselblad-logootje droeg en de andere weer niet. Dat scheen te maken te hebben met de licentiedeal tussen de merken. Bovendien werd van hogerop (wellicht door moederbedrijf BBK Electronics) besloten dat die licentie óók gebruikt moest worden voor een smartphone van zustermerk Oppo.

Wel of geen Hasselblad-logootje maakt in praktijk echter weinig verschil. Een OnePlus-smartphone koop je nog altijd niet voor de camera, net zoals dat met alle voorgaande OnePlus-smartphones (met en zonder Hasselblad) het geval was. Dat komt omdat het verschil gemaakt wordt met de software die de lenzen aanstuurt, in veel mindere mate de kwaliteit van de lenzen zelf. Op de specssheet van de OnePlus 11 ziet het er in ieder geval keurig uit: een 50 megapixel primaire camera, 48 megapixel groothoekcamera en 32 megapixel zoomlens. Het aantal megapixel zegt echter niets over de fotokwaliteit.

De camera-app heeft Hasselblad kleurtjes.

Daarom is de software-afstelling zo enorm belangrijk. Hiervoor is een taak weggelegd voor Hasselblad. Vergis je dus niet: Hasselblad helpt alleen bij de afstelling van de lenzen, de cameralenzen zelf zijn ‘gewoon’ Sony-lenzen, zoals bij veel andere smartphonemerken. Overigens heeft OnePlus zeker niet de minste Sony-lenzen aan boord. Vooral qua pixelgrootte, sensorgrootte en lichtsterkte zijn de lenzen tot veel in staat. Hasselblad zorgt voor de kleurinstelling, om dat zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen op het 10-bit scherm. Oh, en de camera-app heeft een Hasselblad-ontwerp. Die kleurweergave is niet echt het sterke punt van de OnePlus 11-camera, vaak wordt dit een beetje overdreven (gesatureerd) weergegeven. Vooral met rode kleurtinten.

Toch weten de camera’s onder normale lichtomstandigheden goed hun mannetje te staan. Het dynamisch bereik is goed en ook veel details blijven behouden. Zoals in het voorbeeld van de zwarte kat in een omgeving met veel licht. Opvallend is dat hetzelfde gezegd kan worden over de groothoek- en zoomcamera. Overschakelen naar deze lenzen levert opvallend goede foto’s op.

Genoeg licht voorhanden? Dan blijft nog best veel detail zichtbaar.

Moeilijke lichtomstandigheden? Dan worstelen de camera's van de OnePlus 11 zichtbaar. Het verschil tussen de groothoeklens (links), reguliere camera (midden) en zoomlens (rechts) is echter niet bijzonder groot.

Veel van het belangrijke afstelwerk wordt gedaan door OnePlus. Denk aan bijvoorbeeld HDR, portretten en algoritmes die de nachtmodus mogelijk maken. Vooral op dit terrein kan OnePlus Samsung, Google en Apple niet bijbenen. Ook qua videokwaliteit ligt OnePlus nog altijd behoorlijk achter op de concurrentie. Hoe meer beeldanalyse er nodig is voor dat ene perfecte plaatje of videootje, hoe meer OnePlus laat zien dat ze blijven tekortschieten.

Hasselblad is alleen betrokken bij de kleurafstelling van de camera, het cameramerk maakt niet het verschil voor de OnePlus 11.

-

Alternatieven voor de OnePlus 11

Wil je echt die allersnelste prestaties en dat razendsnelle opladen? Dan is de OnePlus 11 zeker een goede keuze. Maar eigenlijk is OnePlus niet meer opgewassen tegen alternatieven. Je betaalt misschien wel meer voor een Pixel 7 Pro, iPhone 14 of de Galaxy S23+, deze smartphones scoren over de gehele linie een stuk beter: camera’s, software, ondersteuning, scherm, enzovoort. Op de prestaties en dat snelle laden na. De adviesprijs van de OnePlus 11 ligt met 829 euro nog altijd veel te hoog.

Maar ook andere smartphones lijken hierin een betere keuze. De Samsung Galaxy S22+ van vorig jaar lijkt een verstandigere keuze, ondanks dat deze al een jaartje oud is. Ook de reguliere Pixel 7 of de iPhone 13 zou ik persoonlijk eerder aanbevelen dan deze OnePlus 11.

Conclusie: OnePlus 11 kopen?

Er zijn nog altijd gekke ontberingen aan de OnePlus 11. Waar het is draadloos opladen? Wanneer gaat Hasselblad nou eindelijk eens de verwachtingen waarmaken voor een goede camera-ervaring? Waar is de goede software en betrouwbaarheid van updates? Het zijn vraagtekens die je kunt zetten bij een smartphone die verder betrouwbaar is. Vooral qua prestaties en oplaadtechniek loopt de OnePlus 11 voorop. Ook het scherm goed en de zoom- en groothoekcamera’s staan hun mannetje. Bovendien is alles in een (grote) luxe behuizing geplaatst, die door zijn matte schuurpapier-achtige achterkant een mooie knipoog is naar gouden OnePlus-tijd van weleer.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.