ID.nl logo
OnePlus 11 - Knipoog naar mooie OnePlus-dagen van weleer
Huis

OnePlus 11 - Knipoog naar mooie OnePlus-dagen van weleer

De eerste topsmartphone van het jaar komt uit de koker van OnePlus. Met de OnePlus 11 probeert het merk zich wat te herpakken na een uitdagend 2022. Wat de nieuwste smartphone te bieden heeft lees je in deze OnePlus 11 review.

Goed
Conclusie

Er zijn nog altijd gekke ontberingen aan de OnePlus 11. Waar het is draadloos opladen? Wanneer gaat Hasselblad nou eindelijk eens de verwachtingen waarmaken voor een goede camera-ervaring? Waar is de goede software en betrouwbaarheid van updates? Het zijn vraagtekens die je kunt zetten bij een smartphone die verder betrouwbaar is. Vooral qua prestaties en oplaadtechniek loopt de OnePlus 11 voorop. Ook het scherm goed en de zoom- en groothoekcamera’s staan hun mannetje.

Plus- en minpunten
  • Opladen
  • Prestaties
  • Groothoekcamera
  • Accuduur
  • Geen draadloos opladen
  • Camera schiet nog altijd tekort
  • Grillige software-ervaring

Wanneer je voor een OnePlus 11 kiest zijn er twee zaken waar je zeker van kan zijn: de smartphone is bloedsnel en hetzelfde kan gezegd worden over het snelladen. Andere zekerheden waar je bij OnePlus tot voorheen bij terecht kon, bleken in 2022 geen zekerheidjes meer te zijn. Zo verdween er bij de OnePlus 10T opeens heel veel: de meldingsschakelaar, het Hasselblad-stempeltje en zelfs de mogelijkheid om draadloos te laden. Ook de zekerheid van fijne software was verdwenen bij OnePlus: de samenvoeging van de eigen Androidskin OxygenOS in ColorOS van zustermerk Oppo mislukte. Zowel bij nieuwe smartphones als bij de updates werd ColorOS niet goed ontvangen wegens een gebrek aan gebruiksgemak en een overvloed aan bugs.

Tenslotte kwam OnePlus er niet goed van af bij de duurzaamheidstest van YouTuber JerryRiggEverything. Beide smartphones bleken bijzonder kwetsbaar en braken doormidden wanneer er kracht op werd gezet. Iets wat maar weinig andere geteste smartphones fataal wordt.

Lees ook: Dit zijn de beste smartphones van 2022

OnePlus 11: terug naar de basis?

Kortom, deze OnePlus 11 staat in het kader van ‘zaken rechtzetten’. Terug naar start. Natuurlijk is de zekerheid van een razendsnelle smartphone behouden en de 100 watt-snellader zorgt ervoor dat je binnen een half uur je smartphone alweer vol hebt. De snellader zit gelukkig nog altijd in de doos, alhoewel het gek is dat de adapter en kabel usb-a naar usb-c zijn.

Het ontwerp van de OnePlus smartphone is voortgezet van de OnePlus 10-serie, waarbij een groot rond eiland drie camera’s en een flitser herbergt. Ook pronkt het Hasselblad-logo weer op de camera, alhoewel de samenwerking de camera-ervaring nog altijd niet dichterbij Apple, Samsung en Google weet te brengen. Hoewel het ontwerp van de grote smartphone lijkt op die van de OnePlus 10-smartphones, geeft de matte, ruwe achterkant een subtiele knipoog naar de sandstone-achterkant van de (legendarische) OnePlus One. Tof!

De overgebleven liefhebbers van het merk kunnen ook weer gerust ademhalen: de meldingsschakelaar is weer terug aan de rechterzijde van de smartphone. Bovendien moet de nieuwe belofte van langere update-ondersteuning de vervelende nasmaak van de update naar ColorOS wegspoelen. Vier Androidversie-updates en vijf jaar veiligheidsupdates. Net als Samsung.

De achterkant van de OnePlus 11 doet in de verte denken aan de OnePlus One.

Absentie in de basis

Daarmee lijkt OnePlus die basis weer aardig te hebben hersteld voor een goede smartphone. Maar toch zijn er een paar bedenkingen waardoor je niet kunt stellen dat de OnePlus 11 eigenlijk de smartphone is die de OnePlus 10 Pro van vorig jaar had moeten opvolgen. Zo ontbreekt de mogelijkheid om draadloos op te laden. Een tamelijk onbegrijpelijke keuze, aangezien alle concurrerende smartphones van Apple, Samsung en Google dit wel kunnen en OnePlus zelfs eigen draadloze laders verkoopt en zelfs draadloze snellaadtechnieken had ontwikkeld. Navraag bij OnePlus leverde geen reactie op.

Ook op softwaregebied is alles nog niet koek en ei. De beloofde update-ondersteuningsverlening is zeker een plus. Maar 2022 stond voor OnePlus-gebruikers behoorlijk in het teken van updates die de smartphone niet bepaald beter maakte. Ook is de Androidskin behoorlijk gelijk aan ColorOS: qua visuele stijl. Maar ook nadelig: bloatware en dubieuze Android-aanpassingen om bijvoorbeeld de batterijduur te verbeteren ten koste van correcte werking van apps. Al met al is OxygenOS, ondanks zijn vlotte werking, geen reden meer om een OnePlus te kopen. Zowel Samsung, Apple als Google hebben de software veel beter voor elkaar op hun smartphones.

Dan is er nog het verbeterpuntje van de breekbaarheid. Die hebben we zelf helaas niet kunnen testen. Maar het is wellicht handig om voor een eventuele aanschaf even na te gaan of het toestel zo kwetsbaar is als de OnePlus-smartphones uit 2022.

Prestaties van OnePlus 11

Het display maakt de smartphone behoorlijk lijvig: 6,7 inch in diagonaal. Het beeld oogt zoals je dat mag verwachten van een premium smartphone qua kleurweergave en helderheid. Volgens OnePlus is deze kleurweergave zelfs in 10bit. De verversingssnelheid is maximaal 120 hertz, wat ook keurig is. Volgens OnePlus past de verversingssnelheid zich aan naar hoe je het toestel op dat moment gebruikt. Gek genoeg heb je in de instellingen alleen de keuze tussen de volle 120 hertz, of de zuinigere stand met 60 hertz.

Achter het scherm vind je een vingerafdrukscanner en de selfiecam zit in een gat in de linkerbovenhoek verwerkt.

Intern vind je alles wat je nodig hebt voor de snelle ervaring die OnePlus-smartphones bieden. De Snapdragon 8 (Gen 2) chipset is bijvoorbeeld ook het kloppende hart van de nieuwe Samsung Galaxy S23-smartphones. Uiteraard ondersteunt de chipset ook 5G en de nieuwste bluetooth 5.3-standaard. Hierbij krijg je 8 of 16GB werkgeheugen en 128 of 256GB opslag. Helaas is deze opslag niet uit te breiden met een geheugenkaart.

De accu van de OnePlus 11 bestaat uit twee componenten, wat (kort door de bocht) tijdens het opladen de warmtegeneratie verdeelt. Zo kan de smartphone snel opladen, terwijl dat moet voorkomen dat accu veel sneller slijt. Dat is top. En bovendien is continu laden ook niet nodig, de acccuduur is dik in orde: ik haalde zo’n anderhalf tot twee dagen met een volle accu.

Terugkeer van het Hasselblad-stempel

Vorig jaar was het verwarrend dat de ene OnePlus-smartphone wél een Hasselblad-logootje droeg en de andere weer niet. Dat scheen te maken te hebben met de licentiedeal tussen de merken. Bovendien werd van hogerop (wellicht door moederbedrijf BBK Electronics) besloten dat die licentie óók gebruikt moest worden voor een smartphone van zustermerk Oppo.

Wel of geen Hasselblad-logootje maakt in praktijk echter weinig verschil. Een OnePlus-smartphone koop je nog altijd niet voor de camera, net zoals dat met alle voorgaande OnePlus-smartphones (met en zonder Hasselblad) het geval was. Dat komt omdat het verschil gemaakt wordt met de software die de lenzen aanstuurt, in veel mindere mate de kwaliteit van de lenzen zelf. Op de specssheet van de OnePlus 11 ziet het er in ieder geval keurig uit: een 50 megapixel primaire camera, 48 megapixel groothoekcamera en 32 megapixel zoomlens. Het aantal megapixel zegt echter niets over de fotokwaliteit.

De camera-app heeft Hasselblad kleurtjes.

Daarom is de software-afstelling zo enorm belangrijk. Hiervoor is een taak weggelegd voor Hasselblad. Vergis je dus niet: Hasselblad helpt alleen bij de afstelling van de lenzen, de cameralenzen zelf zijn ‘gewoon’ Sony-lenzen, zoals bij veel andere smartphonemerken. Overigens heeft OnePlus zeker niet de minste Sony-lenzen aan boord. Vooral qua pixelgrootte, sensorgrootte en lichtsterkte zijn de lenzen tot veel in staat. Hasselblad zorgt voor de kleurinstelling, om dat zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen op het 10-bit scherm. Oh, en de camera-app heeft een Hasselblad-ontwerp. Die kleurweergave is niet echt het sterke punt van de OnePlus 11-camera, vaak wordt dit een beetje overdreven (gesatureerd) weergegeven. Vooral met rode kleurtinten.

Toch weten de camera’s onder normale lichtomstandigheden goed hun mannetje te staan. Het dynamisch bereik is goed en ook veel details blijven behouden. Zoals in het voorbeeld van de zwarte kat in een omgeving met veel licht. Opvallend is dat hetzelfde gezegd kan worden over de groothoek- en zoomcamera. Overschakelen naar deze lenzen levert opvallend goede foto’s op.

Genoeg licht voorhanden? Dan blijft nog best veel detail zichtbaar.

Moeilijke lichtomstandigheden? Dan worstelen de camera's van de OnePlus 11 zichtbaar. Het verschil tussen de groothoeklens (links), reguliere camera (midden) en zoomlens (rechts) is echter niet bijzonder groot.

Veel van het belangrijke afstelwerk wordt gedaan door OnePlus. Denk aan bijvoorbeeld HDR, portretten en algoritmes die de nachtmodus mogelijk maken. Vooral op dit terrein kan OnePlus Samsung, Google en Apple niet bijbenen. Ook qua videokwaliteit ligt OnePlus nog altijd behoorlijk achter op de concurrentie. Hoe meer beeldanalyse er nodig is voor dat ene perfecte plaatje of videootje, hoe meer OnePlus laat zien dat ze blijven tekortschieten.

Hasselblad is alleen betrokken bij de kleurafstelling van de camera, het cameramerk maakt niet het verschil voor de OnePlus 11.

-

Alternatieven voor de OnePlus 11

Wil je echt die allersnelste prestaties en dat razendsnelle opladen? Dan is de OnePlus 11 zeker een goede keuze. Maar eigenlijk is OnePlus niet meer opgewassen tegen alternatieven. Je betaalt misschien wel meer voor een Pixel 7 Pro, iPhone 14 of de Galaxy S23+, deze smartphones scoren over de gehele linie een stuk beter: camera’s, software, ondersteuning, scherm, enzovoort. Op de prestaties en dat snelle laden na. De adviesprijs van de OnePlus 11 ligt met 829 euro nog altijd veel te hoog.

Maar ook andere smartphones lijken hierin een betere keuze. De Samsung Galaxy S22+ van vorig jaar lijkt een verstandigere keuze, ondanks dat deze al een jaartje oud is. Ook de reguliere Pixel 7 of de iPhone 13 zou ik persoonlijk eerder aanbevelen dan deze OnePlus 11.

Conclusie: OnePlus 11 kopen?

Er zijn nog altijd gekke ontberingen aan de OnePlus 11. Waar het is draadloos opladen? Wanneer gaat Hasselblad nou eindelijk eens de verwachtingen waarmaken voor een goede camera-ervaring? Waar is de goede software en betrouwbaarheid van updates? Het zijn vraagtekens die je kunt zetten bij een smartphone die verder betrouwbaar is. Vooral qua prestaties en oplaadtechniek loopt de OnePlus 11 voorop. Ook het scherm goed en de zoom- en groothoekcamera’s staan hun mannetje. Bovendien is alles in een (grote) luxe behuizing geplaatst, die door zijn matte schuurpapier-achtige achterkant een mooie knipoog is naar gouden OnePlus-tijd van weleer.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.