ID.nl logo
Nokia 1.3: goedkoop én goed?
© Reshift Digital
Huis

Nokia 1.3: goedkoop én goed?

De Nokia 1.3 is een smartphone met speciale Android Go-software en een zeer scherp prijskaartje van 99 euro. Biedt de telefoon genoeg waar voor zijn geld of kun je beter doorsparen? Je leest het in deze Nokia 1.3 review.

De buitenkant van de smartphone laat een gemengde indruk achter. Het toestel voelt ondanks zijn plastic behuizing degelijk aan en ligt prettig in de hand. De narigheid begint als je de achterkant los wil halen, iets wat volgens Nokia zo gepiept is. Het kostte mij een kwartier, twee halve nagels en flink wat gevloek. In de zes jaar dat ik smartphones test, heb ik nog nooit zo’n moeilijk verwisselbare achterkant meegemaakt. Ik hoor je denken: dan laat ik ‘m er toch gewoon opzitten? Helaas, dat kan niet. Je moet de achterkant loshalen om de accu, je simkaart(en) en eventueel micro-sd-kaartje in de telefoon te stoppen. De verwisselbare accu is prettig omdat je ‘m eenvoudig kan vervangen als ‘ie na een paar jaar versleten is. Met een extra accu op zak ben je bovendien niet afhankelijk van een powerbank of stopcontact.

©PXimport

Prima scherm

Het scherm van de Nokia 1.3 meet 5,71 inch en is net aan met één hand te bedienen. Bovenin het scherm zit een flinke uitsparing voor de matige selfiecamera. Het display bevalt beter: de hd-resolutie betekent dat het beeld scherp oogt en zaken als de helderheid en kleurweergave zijn ook goed genoeg. Let wel: voor een smartphone die nog geen honderd euro kost. Duurdere telefoons hebben een beter scherm.

©PXimport

Slechte camera's

De lage verkoopprijs zie je ook terug in de hardware. De Nokia 1.3 kan alleen overweg met 2.4GHz-wifinetwerken (wifi 4), mist een vingerafdrukscanner en heeft één simpele camera op de achterkant. Daar kun je foto’s mee maken voor WhatsApp of Facebook, maar daar houdt het ook wel op.

De gebruikte Snapdragon 215-processor en 1GB werkgeheugen leveren een langzame smartphone op die regelmatig zomaar stottert. Veel apps draaien met haperingen. Spelletjes zijn nauwelijks te spelen op dit toestel. In mijn dagen met de Nokia 1.3 ben ik erachter gekomen dat telefoons van 150 tot 200 euro aanzienlijk sneller zijn dan dit model.

©PXimport

©CIDimport

©CIDimport

Het opslaggeheugen van de smartphone is met 16GB ook beperkt. Je hebt ongeveer 13GB tot je beschikking om apps, foto’s en andere media op te slaan. Met een micro-sd-kaartje breid je het geheugen uit. De 3000 mAh-accu is naar verhouding erg groot, maar dit is helaas niet terug te zien in de accuduur. De Nokia 1.3 houdt het probleemloos een dag vol en moet daarna opladen. Dat geldt ook voor de concurrentie, vaak met kleinere accu’s. Het opladen van de accu duurt uren via de micro-usb-poort. Fijn is dat Nokia naast een usb-kabel ook een stekker meelevert – niet standaard in dit prijssegment.

©CIDimport

Android 10 (Go Edition)

Net als veel andere spotgoedkope Android-smartphones draait de Nokia 1.3 op Android 10 (Go Edition). Dit is op moment van publicatie de nieuwste versie van Android Go, software die speciaal gemaakt is voor budgettelefoons. Android Go is gebruiksvriendelijk en biedt alle functies en apps die je nodig hebt. Er ligt wel een flinke nadruk op het gebruik van de Google Assistent en dat had van mij minder gemogen.

©CIDimport

©CIDimport

©CIDimport

Bijzonder is dat Nokia een duidelijk updatebeleid garandeert voor de 1.3. Het toestel krijgt sowieso Android 11, dat dit najaar uitkomt. Ook belooft de fabrikant beveiligingsupdates uit te rollen tot april 2022. Ervaringen met oudere, goedkope Nokia-telefoons wijzen uit dat Nokia zijn beloften nakomt, maar hier doorgaans lang de tijd voor neemt. Desalniettemin is het erg prettig dat zo’n goedkope smartphone een tijd software-updates krijgt.

Conclusie: Nokia 1.3 kopen?

Als je om welke reden dan ook niet meer dan honderd euro wil uitgeven aan een nieuwe smartphone, is de Nokia 1.3 zeker het overwegen waard. Het toestel doet wat hij moet doen, draait gebruiksvriendelijke software en krijgt vaker en langer updates dan de meeste concurrenten. Ben je bereid en in staat om 150 euro neer te leggen, dan raad ik je met klem aan dat te doen. Het levert je een aanzienlijk betere en completere smartphone op, wat de gebruikservaring elke dag en lange tijd ten goede komt. Check hier ons actuele overzicht met de beste smartphones tot 150 euro en de beste toestellen tussen de 150 en 200 euro.

Uitstekend
Conclusie

**Adviesprijs** € 99,- **Kleuren** Zwart, goud en blauw **OS** Android 10 (Go Edition) **Scherm** 5,71 inch lcd (1520 x 720) 60Hz **Processor** 1,3 GHz quadcore (Snapdragon 215) **RAM** 1GB **Opslag** 16GB (uitbreidbaar) **Batterij** 3.000 mAh **Camera** 8 megapixel (achter), 5 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 4.2, wifi 4, gps **Formaat** 14,7 x 7,1 x 0,94 cm **Gewicht** 155 gram **Website** [www.nokia.com](https://www.nokia.com/phones/en_int/nokia-1-3)

Plus- en minpunten
  • Verwisselbare batterij
  • Android Go Edition en 2 jaar updates
  • Prima scherm
  • Beperkte hardware
  • Achterkant loshalen is een drama
▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos