ID.nl logo
iPhone 15 met usb-c: alles over het opladen
Huis

iPhone 15 met usb-c: alles over het opladen

De iPhone 15 is de eerste iPhone met een usb-c-aansluiting. Dat betekent dat eigenaars van deze smartphones afscheid moeten nemen van de bekende Lightning-kabel. En dat betekent ook dat ze rekening moeten houden met een andere manier van opladen.

Dat de iPhone 15-serie nu beschikt over usb-c heeft te maken met een mandaat vanuit de Europese Unie. Allerlei apparaten – zoals smartphones, tablets en digitale fotocamera’s – dienen te beschikken over dezelfde, universele oplaadkabel in de vorm van usb-c.

🔋 Lees ook: iPhone 15-serie: eerste iPhones met usb-c-poort

Als je in de markt bent voor een nieuwe iPhone, zoals de iPhone 15 of iPhone 15 Pro, dan moet je er rekening mee houden dat je een nieuwe poort op het toestel aantreft. Dit is niet de bekende Lightning-poort, maar een usb-c-aansluiting. Dat is dezelfde aansluiting die we tegenkomen op Android-smartphones, digitale fotocamera’s, draadloze koptelefoons en allerlei andere (slimme) apparaten die je in huis hebt staan of liggen. Een nieuwe poort betekent in dit geval ook een andere manier van opladen, maar mogelijk hoef je geen extra geld uit te geven aan een oplader.

Welke wordt het?

De iPhone 15 Pro

Powered by Kieskeurig.nl

iPhone 15 met usb-c-aansluiting

Want de kans is groot dat je al een usb-c-kabel (en eventueel bijbehorende adapter) ergens in een lade hebt liggen. Niet alleen vanwege het grote aantal devices dat tegenwoordig beschikt over usb-c, maar ook omdat andere Apple-producten reeds voorzien zijn van die standaard. Hieronder hebben we een lijstje met producten verzameld – van Apple – die werken met usb-c voor het opladen. Wanneer je eenmaal in het ecosysteem van Apple zit, dan is de kans groot dat je ook andere apparaten van het Amerikaanse bedrijf gebruikt. Dan heb je dus al een geschikte oplader.

🍎 🔋 usb-c zit al op de ...
iPad Pro 11 inch (eerste generatie of later)
iPad Pro 12.9 inch (derde generatie of later)
iPad Air (vierde generatie of later)
iPad mini (zesde generatie of later)
MacBook Pro (geïntroduceerd in 2016 en later)
MacBook Air (geïntroduceerd in 2018 en later)
MacBook (geïntroduceerd in 2015 en later)

Bovendien is het zo dat je een iPhone 15 kunt opladen met de meegeleverde usb-c-kabel. Stop je deze in een MacBook met usb-c-aansluiting, dan wordt je iPhone opgeladen. Heb je nog geen andere Apple devices met usb-c in huis? Dan moet je nog een usb-stroomadapter kopen; eentje die overweg kan met usb-c. Apple biedt hier zelf een selectie voor aan, maar je kunt ook voor goedkopere of alternatieve opties gaan die je bij online retailers aantreft. Naast het aanbod van Apple raden we het gebruik van Belkin-producten aan. Die stellen ons nooit teleur.

©Wesley Akkerman | ID.nl

En draadloos opladen dan?

Dat de iPhone 15 nu een usb-c-poort heeft, betekent niet dat draadloos opladen ineens verleden tijd is. Mogelijk kun je dus wederom wat geld besparen als je al zo’n draadloze lader hebt. Sinds de release van de iPhone 12 is het mogelijk gebruik te maken van de technologie MagSafe. Deze draadloze oplader bevestig je via een magneet op de achterkant van de iPhone, al gaat dat vooralsnog nog wel trager dan opladen via de kabel. Maar goed, een accu langzaam opladen is altijd gezonder dan wanneer dit razendsnel gebeurt, dus dat is een mooi bijkomend voordeel.

Dat draadloze opladers bestaan betekent niet dat kabels niet meer gewenst zijn. Los van het feit dat ze draadloos opladen langzamer is, kun je met deze methode ook (nog) geen data overbrengen. Wanneer je snel iets van een computer naar je smartphone wilt kopiëren, dan is de bekabelde mogelijkheid nog steeds de snelste en meest betrouwbare optie die er is. Goed om te weten: de kabel die je bij je iPhone 15 krijgt is dan wel usb-c, maar qua data-overdracht ondersteunt hij slechts de usb 2.0-standaard (meer daarover lees je in Zo snel is jouw usb-c-kabel!). Dus in alle gevallen kan het handig zijn te investeren in een kabel die een modernere standaard ondersteunt, voor sneller laden en data overbrengen.

Waarom stapt Apple nu pas over?

In 2024 moeten in de Europese Unie alle draagbare apparaten die je met een kabel oplaadt of die in staat zijn data over te brengen, beschikken over een usb-c-poort . Anders mogen ze hier niet officieel niet verkocht worden. Het doel achter dit mandaat: minder e-waste produceren, snellere laadtijden aanbieden en consumenten de keuze geven producten met of zonder oplader te kopen. Regelgevers willen bovendien voorkomen dat consumenten vast komen te zitten in ecosystemen en dat er een grotere keuzevrijheid ontstaat met betrekking tot het aanschaffen van accessoires.

Dan rest nog de vraag waarom Apple het besluit zo lang uitgesteld heeft. Daar bestaat geen eenduidig antwoord op. Mogelijk heeft het iets te maken met het Made for iPhone-programma dat Apple opzette voor iPhone-accessoires. Wanneer fabrikanten accessoires wilden uitbrengen, dan moesten ze daarvoor een commissie afstaan aan Apple. Het bedrijf zelf zegt te hebben gevochten tegen hoeveelheid e-waste die door dit besluit ontstaan is; nu moeten iPhone-bezitters immers hun oude Lightning-kabels weggooien en krijgen ze er een nieuwe usb-c-kabel(berg) voor terug.

Welke kleur kies jij?

De iPhone 15

Powered by Kieskeurig.nl

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.