ID.nl logo
iPad en muis, een gouden combinatie
© Reshift Digital
Huis

iPad en muis, een gouden combinatie

Nu Apple – eindelijk – ondersteuning voor een muis in iPadOS heeft ingebouwd, ontstaat een wel heel veelzijdig apparaat. Precies op tijd voor een groot leger aan thuiswerkers.

De iPad is ooit op de markt gebracht als een apparaat om media mee te consumeren. Toen de SoC (System on a Chip, inclusief meerdere CPU- en GPU-kernen) die in de iPad’s zat beter en beter werd (en uiteindelijk zelfs betere prestaties op de klokken zette dan de gemiddelde desktop-CPU) veranderde de situatie. Mensen gingen hun iPad ook steeds vaker inzetten voor het creërenvan content. Een extern Bluetooth-toetsenbord van goede kwaliteit was eigenlijk het enige dat nodig was. En toch ook wel een muis.

Niet eens zozeer vanwege ’t feit dat een aanraakscherm onhandig zou werken, integendeel. Maar veel meer vanwege het feit dat werken steeds meer plaatsvindt in een cloud-omgeving. Denk aan het plaatsen van tekst en afbeeldingen in een bericht bedoeld voor een website, om maar wat te noemen.

Veel van die web-apps vereisen sleep-en-drop-acties. Dat wordt veelal niet ondersteund door aanraakschermen. En ook blijkt een muis best een handige tool te zijn voor het snel selecteren van stukken tekst in een tekstverwerker. Kortom: er was nog altijd een reden om zo af en toe de laptop eens van stal te halen.

Slepen en rechtsklikken

Met de komst van iPadOS 13.4 is die noodzaak minder dan ooit. Er is nu voorzien in volledige muisondersteuning. Zowel linker- als rechtermuisknop functioneren zoals verwacht. Ook slepen van onderdelen is geen enkel probleem. Dat dit prima gaat bewijst het artikel dat u nu leest: het is volledig op de iPad tot stand gekomen. Via een CMS dat het vooral moet hebben van sleepacties. De ‘workflow’ voorheen was: tekst lekker in het zonnetje op ’t balkon tikken met behulp van de iPad en dan later in de week een paar voorbereide artikelen tegelijk in het CMS zetten met behulp van een gewone computer. Waarvan eigenlijk alleen die muis nodig was. Nu kan het dus in één klap op de iPad, zonder verder gedoe.

Scrollrichting aanpassen

Het werkt simpel. Je gebruikt ofwel een Bluetooth-muis (die trouwens vrij dun gezaaid zijn), of een reguliere muis. En dat mag dan een bedraad of draadloos exemplaar zijn. Verder heb je een USB-C-naar-USB-A (female) of een soortgelijke converter voor Lightning nodig. Check dus voor aanschaf even wat voor poort jouw iPad gebruikt. Prik de converter in je iPad en vervolgens je muis (of het draadloze dongletje dat bij een al even draadloze muis is geleverd) in en muizen maar. Werkt direct.

Wel zul je merken dat als je geen originele Apple ‘wrijfmuis’ gebruikt, het muiswieltje achterstevoren werkt. Dat is eenvoudig oplosbaar. Start – met de muis aangesloten – de app Instellingen. Klik links op Algemeen en dan rechts op Trackpad en muis. Zet dan de schakelaar bij Natuurlijk scrollen uit en je muiswiel reageert weer normaal. Verder kun je hier eventueel ook de snelheid van je muiscursor aanpassen met behulp van de schuifregelaar onder SNELHEID AANWIJZER.

Verder nog een tipje: om het dock tevoorschijn te halen, beweeg je de muis naar de onderrand van het scherm. Grappig is dat dit alleen werkt als je dat met een beetje snelheid doet, traag bewegen werkt niet.

©PXimport

Sommige apps moeten muis nog ‘herkennen’

Voor de rest reageert de muis in de meeste apps zoals je verwacht; in de meeste kun tekst selecteren door te slepen en opent de rechter muisknop een contextmenu. Niet álle apps zijn echter al op die manier geoptimaliseerd. Zo werkt dit ‘trucje’ nog niet in de Microsoft Office-apps, daar moet je op een woord dubbelklikken en vervolgens via een van de handgreepjes slepen. Inderdaad: net zoals je met je vinger deed. Het is te hopen dat de apps die de muis niet echt herkennen snel van updates worden voorzien.

We probeerden ook even de Remote Desktop Client-app van – wederom – Microsoft uit. Aldaar hetzelfde probleem: de muis werd niet echt herkend. Het werkt allemaal wel, maar je moet als ’t ware een virtuele vinger activeren met de linkermuisknop. De beste ervaring hier krijg je door in de app – verbonden met een desktop op afstand – op het knopje met de tegengestelde symbolen > en < te tikken of klikken. Klik vervolgens op het handje met de vinger (en niet op de muis). De iPad-cursor (in de vorm van een balletje trouwens; een kniesoor die daar op let) is dan meteen de Windows-cursor.

Alleen: de rechter muisknop en het scrollwiel worden door de app niet herkend. Hopelijk is dat nóg niet, want juist in een toepassing als deze komt volledige muis-support vanzelfsprekend uitstekend van pas. En anders is het tijd om op zoek te gaan naar een alternatieve app die het trucje wel gaat beheersen.

©PXimport

Laptop weer minder nodig

Al met al kan geconcludeerd worden dat het best goed werkt, ondanks wat kleine kinderziekten op app-niveau. Da’s niet iets waar Apple wat aan kan doen, dat moet door app-makers opgelost worden. De kans dat de laptop nu meer dan ooit in de tas blijft is in ieder geval weer een stuk groter. Een iPad neem je immers makkelijker mee onderweg; zelfs met een draadloos toetsenbord en muisje erbij weegt het geheel nog altijd weinig en neemt het niet veel plaats in. Instant on maakt dat je direct aan de slag kunt. En als je na gedane arbeid gewoon op je gemak een e-zine wilt lezen of wat browsen, dan koppel je alle accessoires los en ga je lekker in een luie stoel verder met de tablet als – wel – pure tablet.

Verder geldt dat je natuurlijk het tamelijk prijzige Apple toetsenbord met trackpad – speciaal ontworpen voor deiPad Pro – kunt kopen. Maar voor heel wat minder geld zijn er meer dan genoeg alternatieven te vinden. Bovendien: we willen nu juist graag een muis en even geen geveeg en gewrijf. Niet op een scherm en niet op een trackpad.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.