ID.nl logo
Huawei Mate 20 Pro: innovatieve topper met matige software
© Reshift Digital
Huis

Huawei Mate 20 Pro: innovatieve topper met matige software

De Huawei Mate 20 Pro is de eerste breed verkrijgbare smartphone met een vingerafdrukscanner onder het beeldscherm. Daarnaast heeft hij drie veelbelovende camera’s achterop en gebruikt hij dezelfde soort gezichtsbeveiliging als de iPhone X. Levert Huawei de beste high-end smartphone van 2018 af?

De Mate 20 Pro is gemaakt van glas en heeft een groot 6,4 inch beeldscherm met gebogen randen. De telefoon ziet er luxe en modern uit, maar is door het glas ook glad en breekbaar. Bovendien trekt de achterkant vingerafdrukken aan, zoals elke glazen smartphone. Huawei’s claim dat de Mate 20 Pro-achterkant een vingerafdrukbestendige afwerking heeft, klopt niet.

Het oled-display van de Mate 20 Pro oogt uitstekend, met een hoog contrast en zeer fraaie kleuren. Het scherm kan maximaal 3120 bij 1440 pixels tonen (qhd), maar toont standaard een meer energiezuinige full-hd-resolutie van 2340 bij 1080 pixels.

©PXimport

Vingerafdrukscanner onder het scherm

Onder het scherm is een vingerafdrukscanner geplaatst. Die is niet zicht- en voelbaar en dat is de eerste dagen wennen. Als het scherm uitstaat, licht een klein rondje onderop het scherm op zodat je weet waar je je vinger op het display moet leggen. De scanner is accuraat en snel genoeg, maar legt het op beide vlakken af tegen een traditionele scanner. Wie van plan is om een beschermende plastic- of glaslaag (screenprotector) op het scherm te plakken, moet goed opletten dat hij een exemplaar koopt dat werkt met de scanner onder het display.

©PXimport

Gezichtsherkenning a la iPhone

Boven het scherm zit een forse inkeping (notch), die naast de frontcamera ook een arsenaal aan dieptesensoren herbergt. Na een eenmalige 3D-scan van je gezicht, kun je je telefoon beveiligen met gezichtsherkenning. Dit werkt op dezelfde manier als bij de iPhone X, maar Huawei’s methode is een stuk sneller. De scanmethode is accuraat maar niet vrij van mislukte ontgrendelpogingen, bijvoorbeeld als je je telefoon te schuin houdt. Erger is dat er mensen zijn die aangeven dat de scanners gefopt kunnen worden. Een Duitse journalist toont bijvoorbeeld aan dat zijn testtoestel ook ontgrendelt wanneer een collega zijn gezicht voor de scanner houdt. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Omdat de telefoon nog op niet-definitieve software draait, is het mogelijk dat Huawei deze bug nog oplost.

©PXimport

Drie camera's met veel mogelijkheden

De Mate 20 Pro is na de P20 Pro de tweede Huawei-smartphone met drie Leica-camera’s achterop. De camera’s zijn niet identiek. De P20 Pro heeft een 40 megapixelcamera, een 20 megapixel zwart-wit-sensor en een 8 megapixel telelens om in te zoomen. Op de Mate-telefoon vind je een standaard 40 (!) megapixelcamera, een 20 megapixel groothoeklens en een 8 megapixel telelens voor 3x zoom zonder kwaliteitsverlies. Twee handige features die in bijna alle gevallen mooie plaatjes afleveren. Hieronder zie je een foto gemaakt met de normale camera en de groothoekcamera.

©PXimport

©PXimport

Het ingebouwde bokeh-effect, waarbij de achtergrond vervaagt, werkt ook uitstekend.

©PXimport

©PXimport

De primaire camera maakt al helemaal uitstekende foto’s en video’s. Afbeeldingen hebben een groot dynamisch bereik, veel detail en mooie kleuren. De nachtmodus levert – ook zonder flitser – de beste resultaten als je fotografeert in het (schemer)donker. De frontcamera schiet scherpe selfies.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Accuduur is indrukwekkend

De nieuwste Kirin 980-processor en 6GB werkgeheugen maken de Mate 20 Pro één van de snelste smartphones van dit moment. Alle apps en (zware) games draaien zonder problemen, en op het interne geheugen van 128GB kun je heel wat data kwijt. Jammer is dat Huawei kiest voor een NM-slot in plaats van micro-sd. Dit nieuwe type en formaat kaartje is relatief duur en (nog) niet breed verkrijgbaar.

De accuduur is uitmuntend: de Huawei-telefoon gaat zonder problemen anderhalve dag mee. Zelfs bij intensief gebruik is het mij niet gelukt om de accu binnen een dag leeg te trekken. Een voorbeeld: om 08:00 haalde ik de smartphone van de lader (100%). Ik heb verspreid over de dag een uur genavigeerd met Google Maps en heb anderhalf uur de hotspot-functie gebruikt. Het grootste deel van de dag was ik buiten de deur en heb ik daarom gebruikgemaakt van het mobiele netwerk. Gedurende de dag heeft het scherm totaal 4 uur en 20 minuten aangestaan. Ik gebruikte de Mate 20 Pro in de prestatiemodus en met bluetooth aan. Toen ik om 22:00 naar bed ging, was de accu nog voor 31 procent vol. Een zeer respectabele score.

De Mate 20 Pro-accu laadt bovendien sneller op dan welke smartphoneaccu dan ook. Dankzij de 40W-usb-c-oplader gaat de accu in een half uur van 0 naar 70 procent. De resterende 30 procent gaat langzamer, maar alsnog vrij rap. Draadloos laden kan ook, met 15W.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Huawei-software blijft behelpen

Het grootste minpunt van de Mate 20 Pro is Huawei’s EMUI-software, gebaseerd op Android 9.0 (Pie). EMUI gooit het besturingssysteem radicaal overhoop en brengt allerlei functies in de war om een langere accuduur te garanderen. De normaalste dingen werken anders dan in de standaard Android-versie en dat is bijzonder frustrerend. Een aantal zaken zijn gelukkig uit te zetten, maar het blijft behelpen. Mijn collega Joris schreef in september, dus voor de onthulling van de Mate 20 Pro, een artikel waarin hij uitlegt wat er precies mis is met EMUI.

Dat Huawei deze pijnpunten niet heeft aangepakt in zijn nieuwste EMUI-versie, is zonde. En dat de fabrikant allerlei (gelukkig verwijderbare) commerciële apps installeert op zijn 999 euro kostende smartphone, is ronduit schandalig. Booking.com, Ebay, Facebook en Kobo Books: deze apps zijn voor de liefhebber gewoon te installeren via de Play Store.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Conclusie

De prijzige Huawei Mate 20 Pro combineert een luxueuze ontwerp met uitstekende hardware en innovatieve, handige features. De matige EMUI-software is en blijft een doorn in het oog, maar veel mensen zullen er (gedwongen) genoegen mee nemen. Onder de streep is de Huawei Mate 20 één van de beste smartphones van 2018.

Fantastisch
Conclusie

**Prijs** €999,- **Kleuren** zwart, twilight, blauw **OS** Android 9.0 **Scherm** 6,39 inch oled (3120 x 1440) **Processor** 2,6 Ghz octacore (Kirin 980) **RAM** 6 GB **Opslag** 128GB (uitbreidbaar met NM-kaart) **Batterij** 4.200 mAh **Camera** 40, 20 en 8 megapixel (achter), 24 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 5, wifi, gps, nfc, infraroodsensor **Formaat** 15,7 x 7,2 x 0,9 cm **Gewicht** 189 gram **Overig** usb-c, draadloos opladen, geen 3,5mm-poort **Website** [www.huawei.com](https://consumer.huawei.com/en/phones/mate20-pro/)

Plus- en minpunten
  • Innovatieve vingerafdrukscanner
  • Snel opladen en prestaties
  • Camera's
  • Beeldscherm
  • 3D-gezichtsherkenning
  • NM-kaart in plaats van micro-sd
  • EMUI-software
  • Geen 3,5mm-hoofdtelefoonpoort
  • Gezichtsherkenning mogelijk niet helemaal veilig
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.