ID.nl logo
Tips voor Foto’s in iOS 14
© Reshift Digital
Huis

Tips voor Foto’s in iOS 14

Net als veel andere ‘huiseigen’ apps van iOS 14 en iPadOS 14 kent ook Foto’s flink wat vernieuwingen. We duiken er hier eens even voor je in!

Een van de nieuwe zaken in iOS 14 en iPadOS 14 (alwaar de screenshots bij dit artikel vandaan komen) is de mogelijkheid om eenvoudig in- en uit te zoomen op het foto-overzicht in een album. Dat kan nu heel eenvoudig: maak een knijp- of spreidbeweging om uit- of in te zoomen. Op deze manier kun je razendsnel een ‘helicopterview’ van je foto’s in een album creëren of juist een zeer gedetailleerd overzicht.

©PXimport

Ook binnen apps

Deze truc werkt ook in apps waarin foto’s zijn te openen en importeren. Normaliter zie je daar een lange lijst van miniaturen in de vorm van vierkante thumbnails. Dat heeft een aantal nadelen. Ten eerste natuurlijk dat je de oorspronkelijke beeldverhoudingen en de oriëntatie van de foto (staand of liggend) niet kunt zien. Ook worden de foto’s afgesneden, waardoor herkenning moeilijk kan zijn. Allemaal oplosbaar door een spreidbeweging met je vingers te maken die zover gaat dat je een lijst van foto’s onder elkaar krijgt. Die zijn ten eerste goed herkenbaar, maar ze worden ook in de juiste beeldverhouding en oriëntatie getoond. Verder is het mogelijk om de foto-importeer-dialoog op Albums te tikken, zodat je ook door gerichte albums heen kunt bladeren en zo snel je – hopelijk goed gesorteerde foto’s – terug kunt vinden.

©PXimport

Filteren

Ook nieuw in Foto’s onder iOS 14 is de mogelijkheid om te filteren. Tik daarvoor rechtsboven in beeld op de knop met de drie puntjes en dan Filter. Je kunt er nu voor kiezen om bijvoorbeeld alleen bewerkte foto’s te laten zien, of alleen video’s. Ook combineren van filteritems is mogelijk. Op die manier kun je ‘storende elementen’ in je foto-overzicht snel en efficiënt onderdrukken, wat gericht foto’s bekijken makkelijker maakt.

©PXimport

Verborgen album, voor het geval dát

Een andere praktische feature die in iOS 14 is geïntroduceerd is de mogelijkheid om foto’s in een verborgen album te plaatsen. Dat werkt echter ietwat ‘vreemd’. We lopen de procedure daarom even met je door. Start als eerste de app Instellingen en tik daarin op Foto’s. Controleer of de schakelaar achter de optie Album ‘Verborgen’ aan staat (en zet deze aan als dat niet het geval blijkt te zijn). Start dan Foto’s en open een foto. Tik op de deelknop en dan op de optie Verberg. Ook kun je in een album meerdere foto’s tegelijk selecteren en ook dan op de deelknop en Verberg tikken. Op dat moment wordt de foto’s (of de selectie van foto’s) verplaatst naar het album Verborgen. Dat vind je op de iPad door vanaf de linkerkant van het scherm naar rechts te vegen: er opent dan een zijbalk. Onder de kop Diensten vind je dan het bewuste album. In iOS tik je op Albums en scroll je een stukje naar beneden. Om dat album Verborgen vervolgens écht te verbergen, tik je in de app Instellingen weer op Foto’s. Zet nu de schakelaar achter Album ‘Verborgen’ uit. Vanaf dat moment zijn de foto’s die je verborgen hebt niet meer te zien.

©PXimport

Niet zaligmakend, wel handig

Op zich is dit overigens geen ultieme beveiligingsmaatregel. Iedereen met een beetje kennis van een iPhone of iPad kan de verborgen foto’s natuurlijk zo weer zichtbaar maken met de genoemde schakelaar. Door foto’s te verbergen voorkom je echter wellicht rode wangetjes als je tijdens een presentatie even wat foto’s van de filmrol wilt laten zien en daar blijken wat al te privacy-gevoelige exemplaren tussen te zitten. Kortom: niet zaligmakend maar wel handig in voorkomende gevallen. Wil je foto’s overigens weer gewoon standaard zichtbaar maken, dan zorg je eerst dat in de app Instellingen de schakelaar bij Album ‘Verborgen’ weer aan staat. Selecteer een of meerdere foto’s en tik op de deelknop. In het geopende menu tik je dan op Hef verbergen op. De betreffende foto of selectie van foto’s wordt dan weer teruggezet op de oorspronkelijke locatie.

©PXimport

Verbeterde en diepere zoom

Mooi is dat de zoomfunctie in Foto’s beduidend verbeterd is. Je kunt nu middels een spreidbeweging veel verder inzoomen op een foto dan in voorgaande versies van iOS. Dat is handig om bijvoorbeeld even snel te checken of er goed gefocust is bij het maken van de foto. Maar ook inzoomen op details die je tijdens het maken van de foto wellicht niet goed zag is nu een eitje. De kwaliteit van de ‘deep zooms’ is goed, Voor blokkerigheid hoef je niet bang te zijn. Bij extreem ver inzoomen treedt wel wat wazigheid op, maar da’s logisch natuurlijk.

©PXimport

Evolutie, geen revolutie

Al met al zijn de vernieuwingen in Foto’s onder iOS 14 en iPadOS 14 niet zozeer schokkende zaken, maar veel meer evoluties en finetunen. Erg prettig, want het voorkomt dat je naarstig moet zoeken naar allerlei functies: je oude vertrouwde werkwijze blijft grotendeels behouden. Apple heeft eenzelfde werkwijze gevolgd bij de app Camera in iOS 14. Daarover hebben we een apart artikel met wat tips en trucs voor je klaarstaan.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.