ID.nl logo
Wordt draadloos opladen de toekomst?
© Reshift Digital
Huis

Wordt draadloos opladen de toekomst?

Dat alles in de toekomst steeds meer gericht is op draadloos, zien we overal om ons heen. En dat geldt niet alleen voor netwerken en verbindingen, maar ook het zonder tussenkomst van een snoertje opladen van bijvoorbeeld je smartphone, tablet of laptop behoort tot de mogelijkheden. Voorheen hadden fabrikanten hier nog hun eigen standaarden voor, maar dat gaat binnenkort veranderen.

In het Wireless Power Consortium is een groot aantal techbedrijven verenigd die zich bezighouden met de mogelijkheden en de techniek die nodig is om apparaten draadloos op te laden. Gekozen is voor de techniek Qi, dat je eigenlijk moet uitspreken als Chee. Qi is een open standaard die door het consortium is bedacht en voorziet in een mogelijkheid om apparaten tot een afstand van 4 centimeter inductief te laden. 

Met inductie wordt een electromagnetisch veld gebruikt, waarmee energie tussen twee objecten - in dit geval het oplaadstation en het apparaat dat moet worden opgeladen, zoals een smartphone of tablet - wordt verplaatst. Een andere mogelijkheid is via resonantie.

©CIDimport

Afstand

Qi biedt in zijn specificaties beide oplaadmogelijkheden aan en fabrikanten kunnen daarbij zelf kiezen welke techniek ze willen omarmen. Bij resonantie kan de afstand tussen het laadstation en het op te laden apparaat iets groter zijn, met een maximum van 45 millimeter. Bij inductie is die afstand beperkt tot zo'n 5 millimeter. 

Voor het draadloos opladen zijn er speciale ontvangers en zenders nodig. Bij sommige systemen moeten de spoelen van zowel de ontvanger als het zendstation precies boven elkaar worden geplaatst. Dat kan bijvoorbeeld goed werken als de telefoon in een speciale houder wordt geplaatst, maar voor het vrije plaatsen van je smartphone om deze op te laden, is het wat meer preciziewerk. 

Er zijn ook oplaadsystemen die van meerdere spoelen gebruik maken, waardoor de positie en plaatsing van je smartphone iets minder belangrijk is. 

In de praktijk zal een gebruiker van een smartphone zijn telefoon gewoon op een plak vlak van de oplader neerleggen, want het opladen gaat niet zo snel dat je je telefoon alleen maar even bij zo'n punt hoeft te houden; het duurt namelijk wel een tijdje voordat je apparaat weer voldoende stroom heeft om verder te kunnen.

Positie en oplaadtijd

En dat is ook gelijk een minpunt van draadloos opladen. Want hoe mooi en futuristisch het ook klinkt, draadloos opladen gaat nog altijd vele malen langzamer dan het opladen via een gewone kabel, adapter en stopcontact. Want zolang de accutechniek die nu wordt toegepast niet veranderd, is er ook geen andere mogelijkheid om de lege accu van een smartphone (nog) sneller op te laden. 

Daarnaast is het ook zo dat je nog steeds niet helemaal vrij bent in de plek van het opladen. Goed, je hebt misschien geen (te korte) kabel nodig, maar nog steeds moet je je telefoon op een vaste plek neerleggen. En niet te vergeten, de oplaadmat of -station zelf heeft natuurlijk ook nog steeds stroom en dus een kabel nodig. Maar het voordeel is dan wel dat het ook mogelijk is om meerdere apparaten tegelijkertijd te laden. 

Thuis en onderweg

Thuis kun je je smartphone of tablet makkelijk draadloos opladen door hem op de oplader te leggen. Ikea introduceerde in 2015 zelfs lampen en tafeltjes met een geïntegreerd laadstation. Maar ook onderweg komen er verschillende oplossingen, zoals draadloze oplaadstations op vliegvelden en treinstations. Uiteindelijk wordt het ook mogelijk om in het vervoersmiddel je telefoon op te laden, zoals in de trein zelf en wellicht ook in het vliegtuig. In de auto kan het inmiddels ook al een tijdje, zo heeft de Lexus NX al zo'n draadloos oplaadstation. 

©CIDimport

Top of flop?

Alle innovaties staan of vallen met het al dan niet omarmen van nieuwe technieken door bedrijven. Als makers van smartphones en tablets allemaal hun eigen weg gaan en kiezen voor zelfontwikkelde standaarden, dan zou het met Qi snel afgelopen zijn. Gelukkig is dat niet het geval, want inmiddels zijn er ruim 213 leden bij het Wiress Power Consortium aangesloten, waaronder in ieder geval grote namen als Apple, Samsung en LG. Smartphones van deze fabrikanten kun je in de toekomst dus sowieso draadloos opladen via Qi. 

▼ Volgende artikel
Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2
Huis

Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2

The Duskbloods, de nieuwe game van Elden Ring- en Dark Souls-ontwikkelaar FromSoftware, zal echt alleen op Nintendo Switch 2 uitkomen.

Dat heeft de ontwikkelaar benadrukt bij het bekendmaken van zijn kwartaalcijfers (via VGC). Daarbij werd ook nog eens benadrukt dat The Duskbloods nog altijd gepland staat om ergens dit jaar uit te komen, net zoals de Switch 2-versie van Elden Ring.

Over de exclusieve Switch 2-release van The Duskbloods: "Het wordt verkocht via een samenwerking met Nintendo, met verkoopverantwoordelijkheden verdeeld per regio. De game komt alleen voor Nintendo Switch 2 beschikbaar." Daarmee is dus duidelijk gemaakt dat Nintendo een nauwe samenwerking met FromSoftware is aangegaan voor de game en dat het spel niet zomaar op andere platforms uit zal komen.

Over The Duskbloods

The Duskbloods werd begin vorig jaar aangekondigd in een speciale Nintendo Direct waarin de eerste Switch 2-games werden getoond, maar sindsdien zijn er geen nieuwe beelden van het spel uitgebracht. Zoals gezegd is de game ontwikkeld door FromSoftware, het Japanse bedrijf dat naam voor zichzelf heeft gemaakt met enorm uitdagende spellen, waaronder de Dark Souls-serie en Bloodborne. Met de openwereldgame Elden Ring scoorde de ontwikkelaar enkele jaren geleden nog een megahit.

Watch on YouTube

The Duskbloods wordt een PvPvE-game, waarbij spelers het dus tegen elkaar en tegen computergestuurde vijanden opnemen. Maximaal acht spelers doen aan potjes mee. Na het kiezen van een personage in een hub-gebied wordt men naar een gebied getransporteerd waar er met andere spelers en vijanden gevochten wordt, al kan men soms ook samenwerken om vijanden te verslaan.

Spelers besturen een 'Bloodsworn', wezens die dankzij een speciaal bloed dat in hun lichaam zit meer krachten tot hun beschikking hebben dan reguliere mensen. Ondertussen is het einde van de mensheid nabij, en bestaat de wereld uit verschillende tijdperken, wat voor een mengelmoes van stijlen zorgt.

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.