ID.nl logo
De verschillen tussen de S10 en S10 Lite en Note 10 en Note 10 lite
© Reshift Digital
Huis

De verschillen tussen de S10 en S10 Lite en Note 10 en Note 10 lite

Samsung breidt zijn smartphoneportfolio uit met de Galaxy S10 Lite en Note 10 Lite. Dit zijn goedkopere varianten van de bekende S10 en Note 10. Computer!Totaal zet de verschillen op een rijtje zodat jij kunt beslissen of je liever de Samsung Galaxy S10 of S10 Lite kiest.

De S10 Lite en Note 10 Lite zijn de nieuwste Galaxy-smartphones. Hieronder vergelijken we de S10 en S10 Lite en Note 10 en Note 10 Lite. Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen de toestellen?

Prijzen

Het woord ‘Lite’ doet vermoeden dat de S10 Lite en Note 10 Lite flink goedkoper zijn dan de normale S10en Note 10. Dat valt tegen. De S10 haal je op moment van schrijven voor zo’n 680 euro in huis, en de S10 Lite heeft een adviesprijs van 649 euro. Tientjeswerk dus, al is het mogelijk dat de Lite-uitvoering de komende tijd in prijs gaat dalen.

Bij de Note 10 is het verschil wat groter. Voor dat toestel betaal je gemiddeld 799 euro, terwijl de Note 10 Lite uitkomt voor 599 euro.

Samsung verkoopt overigens ook een grotere Galaxy S10 Plus (799 euro) en Note 10 Plus, al nemen we die toestellen niet mee in deze vergelijking.

©PXimport

Samsung Galaxy S20 op komst?

In februari zal Samsung meer uit de doeken doen over de opvolger van de Galaxy S10, het high-end smartphone-model van het Zuid-Koreaanse elektronicabedrijf. Er doen veel geruchten de ronde over het design, de specificaties en de prijs. Naar alle waarschijnlijkheid gaat dit nieuwe model de S20 heten. Lees ook wat wij zoal verwachten van deSamsung Galaxy S20.

Ontwerp

De uiterlijke verschillen tussen de S10 en Note 10 en Lite-versies zijn klein. Alle toestellen zijn van glas en hebben een bijna voorkantvullend scherm met een gaatje voor de selfiecamera. Op de S10 zit dat cameragaatje in de rechterhoek, op de andere toestellen boven in het midden. De achterkant bevat in alle gevallen drie camera’s, al verschillen de cameralenzen (waarover later meer). De positie van de camera’s verschilt ook. Zo gebruikt de S10 een horizontale balk met daarin de camera’s en flitsers, terwijl de S10 Lite en Note 10 Lite een vierkante module in de linkerhoek hebben. Deze ontwerpkeuze doet denken aan de iPhone 11.

De S10 Lite mist een 3,5mm-hoofdtelefoonaansluiting, een functie je wel terugvindt op de S10 én Note 10 Lite.

Een kenmerk van de Note-serie is het losse styluspennetje dat in de behuizing van de smartphone zit. De Note 10 Lite heeft ook zo’n drukgevoelige S-Pen, al is hij niet gelijk aan die van de Note 10. Qua functies kan hij evenveel als het pennetje van de Note 9, inclusief tekenen en schrijven.

©PXimport

Grote schermen met lagere resolutie

Een opvallend verschil tussen de S10 en Note 10 en hun goedkopere varianten is het scherm. De S10 en Note 10 zijn met hun 6,1-inch en 6,3-inch schermen niet de kleinste, maar misschien nog net met één hand te bedienen. De S10 Lite en Note 10 Lite gebruiken allebei een reusachtig 6,7-inch display en zijn dus niet geschikt voor eenhandig gebruik.

Het grotere scherm is prettig als je graag films of series kijkt of spelletjes speelt. Wie een compacte telefoon zoekt, is echter beter af met een ander model.

De S10 Lite en Note 10 Lite gebruiken – net als hun duurdere broers – een oled-paneel. De full-hd-resolutie levert scherp beeld, al kunnen de S10 en Note 10 een scherpere qhd-resolutie weergeven. De schermranden van de S10 Lite en Note 10 Lite zijn niet gebogen. De S10 en Note 10 hebben wel zo’n gekromd beeldscherm. Of het platte display een voordeel of een nadeel is, hangt van je voorkeur af. Wij staan hier neutraal in. Alle vier de toestellen hebben een vingerafdrukscanner achter het display.

Specificaties

Wie verwacht dat de S10 Lite en Note 10 Lite aanzienlijk minder goede hardware hebben dan de normale uitvoeringen, heeft het mis. Want net als de S10 heeft de S10 Lite een royale 8GB werkgeheugen en 128GB opslagruimte, inclusief micro-sd-kaartslot. De Note 10 Lite beschikt over 6GB werkgeheugen met eveneens 128GB opslagruimte. Dat is minder dan de Note 10, die 8GB/256GB geheugen gebruikt. De Note 10 Lite draait op een Exynos 9810-processor, die je kent uit de Galaxy S9. Een prima chip, maar het is anno 2020 niet de snelste meer. Hier heeft Samsung duidelijk op bezuinigd. Bij de S10 Lite merk je daar niets van, want die gebruikt een Snapdragon 855-processor. Deze chip is even krachtig als de Exynos 9820 uit de S10- en Note 10-serie.

De accu is ook een interessant punt. In de Galaxy S10 Lite en Note 10 Lite zit een 4500 mAh-batterij. Dat is bovengemiddeld en ook groter dan in de S10 (3400 mAh) en Note 10 (3500 mAh). Dat is nodig omdat de S10 Lite en Note 10 Lite een groter scherm hebben.

Het opladen van de batterij gaat met 25W lekker snel, en even vlug als bij de Note 10. De Galaxy S10 laadt met 15W langzamer op.

©PXimport

Verschillende camera's

Maak je graag selfies? Dan lijkt de S10 Lite of Note 10 Lite een betere keuze dan het duurdere model. Want waar die een 12 megapixel selfiecamera hebben, schieten de S10 Lite en Note 10 Lite 32 megapixel plaatjes. Je selfies zien er – op papier – dus scherper uit.

De cameraopstelling achterop is ook anders. De S10 heeft een 12 megapixel hoofdcamera, een 16 megapixel groothoeklens en een 12 megapixel telelens voor twee keer zoom. Op de S10 Lite maak je standaard foto’s en filmpjes met de 48 megapixel hoofdcamera. Die perst de beeldinformatie van die tientallen pixels samen tot één 12 megapixel foto, wat de kwaliteit ten goede moet komen. De groothoeklens is behouden, maar fotografeert in een iets lagere resolutie (12 megapixel). En de telelens voor die paar keer inzoomen is ingeruild voor een 5 megapixel macrocamera. Hiermee maak je betere foto’s van heel dichtbij, wat handig is als je bijvoorbeeld bloemen, insecten of tekst vastlegt.

Op de S10 Lite debuteert Samsungs nieuwste Super Steady OIS, een stabilisatietechniek voor minder schokkerige video’s. De S10, Note 10 en Note 10 Lite hebben alleen normale optische beeldstabilisatie.

De camera’s van de Note 10 Lite lijken bijna identiek aan die van de S10 en Note 10. Er is een 12 megapixel hoofdcamera, een 12 megapixel groothoeklens (in plaats van 16 megapixel) en een 12 megapixel zoomcamera.

©PXimport

Nieuwste Android-software

Samsung lanceert de S10 Lite en Note 10 Lite met Android 10, de nieuwste versie die ook op de S10 en Note 10 draait. Op alle vier de toestellen staat de One UI 2.0-schil van de fabrikant geïnstalleerd. Mogelijk ontvangen de Lite-smartphones langer updates dan de normale S10 en Note 10, omdat die al langer te koop zijn. Samsung belooft doorgaans twee tot drie jaar updates vanaf de releasedatum van een smartphone.

Conclusie: Samsung Galaxy S10 of S10 Lite?

Hoewel de naamgeving doet vermoeden dat de S10 en S10 Lite heel veel op elkaar lijken, zijn er interessante verschillen. Zo heeft de Lite-versie een groter scherm, laadt de eveneens grotere accu sneller op en is de zoomcamera verruild voor een macrolens. Bovendien maakt de smartphone hogere resolutie selfies en minder schokkerige video’s. Een hoofdtelefoonaansluiting is om onduidelijke redenen verdwenen. Draadloos opladen is niet mogelijk. De overige hardware is sterk vergelijkbaar en door het – nu nog – geringe prijsverschil met de reguliere S10 is het daarom lastig om te zeggen welke van de twee de beste keuze is. Wie een groter toestel prefereert, is beter af met de Lite-versie dan met de meer handzame S10.

Tussen de Note 10 en Note 10 Lite zijn ook genoeg verschillen te bespeuren. De Lite-versie heeft een groter display, een grotere accu en iets minder krachtige specificaties. Denk aan minder werkgeheugen, een oudere en tragere processor en de vorige generatie S-Pen. Bovendien toont het display een lagere resolutie, kan de accu niet draadloos opladen en is de groothoekcamera iets minder. De frontcamera moet juist betere selfies schieten. Door de bezuinigingen op de hardware is het logisch dat de Note 10 Lite flink goedkoper is dan de reguliere versie. Kun je leven met die compromissen en vind je het enorme scherm prettig, dan is de Note 10 Lite een interessante keuze. Alleen: dan kun je ook kijken naar de S10 Lite, die bijna even duur is maar betere specificaties heeft. Je levert dan wel de S-Pen in.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.