ID.nl logo
Beste Basic-apps voor iPhone en iPad
© Reshift Digital
Huis

Beste Basic-apps voor iPhone en iPad

De programmeertaal Basic beleefde z’n hoogtijdagen in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. Op het overgrote deel van de homecomputers uit die dagen was het standaard aanwezig. Niet voor niets, want leren programmeren in Basic is wel heel makkelijk. We behandelen enkele van de beste Basic-apps voor iOS en iPadOS.

‘Echte’ programmeurs haalden en halen hun neus nog altijd op voor Basic. Onterecht, want je kunt er in korte tijd veel mij bereiken. Voor bijvoorbeeld wiskundige vraagstukken of iets dergelijks, is een Basic-programma zo in elkaar gedraaid. Ook het seriematig doorrekenen van formules met diverse variabele waarden: Basic is your best friend. Tuurlijk, het kan voor een behoorlijk deel ook allemaal in een moderne spreadsheet, maar Basic geeft je een stuk meer vrijheden. 

We gaan hier trouwens geen cursus Basic geven, daarover is meer dan genoeg online te vinden. Wel willen we een paar Basic-interpreters voor iOS en iPadOS aan je voorstellen. En vergeet de vermeende traagheid van een interpreter anno nu. In het al genoemde homecomputertijdperk draaide de interpreter op een 8-bits cpu met een kloksnelheid van hooguit een paar MHz. In je iPad of iPhone tref je een 64-bitter met meerdere cores aan, die kloksnelheden van enkele Gigahertz haalt. 

Voor jou als eindgebruiker betekent dat een nagenoeg real-time of snellere ervaring. En daar waar het grotere scherm van je iPad erg uitnodigt tot het programmeren van complexe stukjes software (maak dan vooral gebruik van een fysiek toetsenbord om code te kloppen!), kun je diezelfde code in dezelfde app ook uitvoeren op je iPhone. Op die manier kun je programma’s die door jou veelgebruikte berekeningen uitvoeren altijd op zak hebben.

cbmHandBasic

©PXimport

Liefhebbers van de Commodore 64 kunnen hun hart ophalen aan de app cbmHandBasic. In essentie is deze Basic-variant gebaseerd op de versie die ook in de C64 gebruikt werd, maar dan wel met allerlei toegevoegde extra’s om grafische zaken eenvoudig te realiseren. Die laatste optie is trouwens een extra in-app-aankoop, heb je geen grafische functies nodig dan kun je het geld daarvoor dus lekker in je zak houden. 

Eenmaal gestart werkt de editor inderdaad op de van de C64 bekende manier. Klik of tik op het scherm en je krijgt een viertal knoppen te zien. Deze leiden je naar diverse mogelijkheden, waaronder de optie om snel functies in te voegen. Opslaan van een programma doe je door het commando save”programmanaam” en dan een enter. 

Wil je weten wat er zoal aan programma’s op de ingebouwde opslag beschikbaar is, tik dan het commando dir gevolgd door een enter. Een programma openen doe je door via het commando load”programmanaam”

Meegeleverd zijn diverse voorbeeldprogramma’s, waarvan je snel kunt leren hoe een en ander programmatechnisch in elkaar steekt. Let op: bestandsnamen zijn hoofdlettergevoelig! Een geopend programma starten doe je via het commando run. Een lopend programma stoppen gaat via de knop X

Nano Basic

©PXimport

Nano Basic heeft een modernere, gestructureerde versie van Basic aan boord. Vergeet dus die regelnummers maar hou je aan procedures en loops. Daardoor vormt deze variant wellicht een betere aanloop naar moderne programmeertalen. Waarbij geldt dat als je een ‘regelnummer-interpreter’ gebruikt, je simpelweg houden aan subroutines de gevreesde goto-spaghetti ook effectief tegengaat. Dat echter terzijde. 

Nano Basic is verder een eenvoudige versie van Basic, ondersteuning voor grafische commando’s ontbreken. De vraag is of je die voor heel veel zaken zult missen. In geval van nood kun je ook nog altijd ASCII-grafieken opgebouwd uit bijvoorbeeld sterretjes maken. Wil je een Basic-interpreter als substituut voor een grafische rekenmachine inzetten, dan is dit wellicht een wat minder praktische keuze.

Basic!

©PXimport

De app Basic! is qua mogelijkheden een mix tussen cbmHandBasic en Nano Basic. Ten eerste betreft het een moderne variant van Basic, waarmee eenvoudig gestructureerde programma’s te maken zijn. Daarnaast heeft het allerlei commando’s voor grafische zaken (inclusief sprites, voor de liefhebbers) en geluid aan boord. Waarbij geldt dat ‘hires’ nu ook echt hoge resolutie is dankzij de schermresolutie van je iPad of iPhone. 

De app is opgedeeld in een editor en een terminal. In de editor maak je je programma, in de terminal start je je programmeersel. Dit houdt het geheel overzichtelijk en praktisch in het gebruik. Er zijn diverse voorbeeldprogramma’s meegeleverd waarmee je direct aan de slag kan.

Schakel naar de editor middels een tik of klik op Code in de onder in beeld staande knoppelbalk. Tik dan op Load, kies je programma middels een dubbeltik- of klik uit de lijst en start het middels het commando run gevolgd door een druk op enter in de terminal. Of pas de broncode geheel naar eigen wens aan natuurlijk!

Programmeer-apps in App Store

Apple lijkt over ’t algemeen niet heel enthousiast over programmeertalen in de vorm van apps. Met regelmaat wordt er weer eentje uit de App Store verwijderd. En al even vaak duiken ze dan weer in net iets gewijzigde vorm na een tijdje weer op. Voor zowel cbmHandBasic als Basic! geldt gelukkig dat ze al vele jaren stabiel in de app store beschikbaar zijn. 

Voor nano Basic geldt dat we ineens de melding kregen dat deze app niet meer in ons land beschikbaar is. Hopelijk is dat een foutje en duikt 'ie gauw weer op! De homepage van nano Basic bestaat nog gewoon en wordt netjes bijgehouden, dus daar zal het alvast niet aan liggen.

De moeite waard

Voordeel van de genoemde apps is dat ze allemaal gebruiksvriendelijk zijn. Is het ‘verstandig’ om Basic te léren anno 2021? An sich is daar niks mis mee, programmeren is programmeren. Ben je nog van de oude garde die in de jaren tachtig en negentig Basic goed onder de knie heeft gekregen, dan is het zonde om die kennis overboord te gooien. Zeker als het gaat om programma’s die vervelende herhalende (wiskundige) vraagstukken oplossen, of desnoods wat labresultaten doorrekenen. 

Het grotere scherm van de iPad komt daarbij zonder meer van pas en het maakt dit apparaat ook net wat meer ‘open’. Want nu kun je zonder een ontwikkelomgeving voor complete apps met gelikte grafische interface ook quick-and-dirty programma’s in elkaar zetten. En dat komt met regelmaat van pas, voor flink wat gebruikers die in de meer technisch-wetenschappelijke hoek werkzaam zijn (of in die richting studeren).

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos