ID.nl logo
Gezond computeren doe je als volgt
© Reshift Digital
Huis

Gezond computeren doe je als volgt

Je merkt het niet meteen, maar als je bijvoorbeeld dagelijks uren achter je pc zit, kunnen na verloop van tijd de eerste fysieke klachten opduiken. En daar ben je niet altijd snel weer vanaf. We geven tips en tools die je kunnen helpen om gezond computeren mogelijk te maken.

Tip 01: Kans

Er zijn diverse symptomen die wijzen op verkeerd computergebruik. Gewoonlijk gebruikt men daar de term rsi voor, een afkorting die staat voor repetitive strain injuries. Het gaat vooral om allerlei arm-, nek- en schouderklachten, zoals tendinitis, muisarm en carpaletunnelsyndroom (beknelde zenuw tussen onderarm en hand). Deze term doet vermoeden dat veel klachten te wijten zijn aan het herhalende karakter van bepaalde bewegingen, zoals werken met de muis. Maar ook lang stilzitten in dezelfde houding, kan belastend zijn. Het belemmert namelijk lokaal de bloedsomloop, waardoor afvalstoffen zich kunnen ophopen en ontstoken spieren veroorzaken. Een andere term voor deze verschijnselen, die medisch gezien eigenlijk correcter is, is ‘kans’, wat staat voor klachten aan arm, nek en/of schouder. Rugklachten kunnen ook voorkomen, vooral door een langdurig slechte zitpositie. Of denk aan problemen met de ogen, zoals oogvermoeidheid. Er zijn gelukkig allerlei praktische tips en tools om zulke klachten te voorkomen.

©PXimport

Tip 02: Pc-houding

Verderop in dit artikel focussen we ons vooral op softwaretools om kans-gerelateerde klachten te vermijden. Maar wat je zelf kunt doen, is enkele algemene richtlijnen rondom je computerhouding in acht te nemen. Dat begint al met je zithouding. Zorg voor een degelijke stoel met armleuningen. Die stoel moet je rug voelbaar ondersteunen bij een ontspannen, maar min of meer rechte houding. Plaats beide voeten plat op de grond, desnoods met behulp van een voetsteun. Eventueel gebruik je ter hoogte van je onderrug een lendenrol of rugkussen (vanaf circa 20 euro), of probeer eerst met een opgerolde handdoek of dit fijn aanvoelt.

Belangrijk is ook dat je de ellebogen in een hoek van 90 graden houdt terwijl je typt. Houd beide ellebogen dicht bij je lichaam en houd je onderarmen parallel met de vloer. Om je te dwingen je polsen recht te houden, kun je een ergonomisch toetsenbord en/of polssteun gebruiken die de verticale druk op de polsen verlicht (vanaf circa 20 euro). Houd ook de muis zo dicht mogelijk bij het toetsenbord en gebruik eventueel een wat verhoogde muismat die het verschil in hoogte compenseert. Er bestaan ook ergonomische muismatten met een ingebouwde polssteun. Of leer jezelf aan om na enkele weken de muis met de andere hand te bedienen, zodat je niet altijd dezelfde hand belast.

Tip 03: Schermpositie

We zijn er nog niet helemaal, want ook de afstand tot en de hoogte van je monitor(s) is belangrijk, zowel voor je ogen als voor je zithouding. Plaats je scherm(en) op ongeveer een armlengte van je lichaam, doorgaans 50 tot 60 cm, en wel zo dat de bovenrand van het scherm ongeveer op dezelfde hoogte komt als je wenkbrauwen. In de praktijk blijken veel schermen te laag gepositioneerd wat al snel aanleiding geeft tot een voorovergebogen zithouding. Afhankelijk van de lichtinval in de werkruimte zul je de monitor wellicht ook lichtjes schuin naar boven willen draaien. Lees je tijdens het typen frequent documenten, gebruik dan een documentenhouder. Die plaats je idealiter ook op ooghoogte, zo dicht mogelijk bij het scherm. Of je zet ’m onder het scherm neer, tegen je toetsenbord, als je af en toe ook aantekeningen moet maken.

Je volgt het best ook de 20-20-20 regel: elke 20 minuten kijk je minstens 20 seconden naar een voorwerp dat zich minimaal 20 voet (circa 6 meter) van je vandaan bevindt.

©PXimport

Tip 04: Osd-configuratie

Stel het contrast en de helderheid van je monitor optimaal af, zodat het beeld ongeveer even helder is als een wit blad papier dat je ernaast houdt.

Verder is ook de kleurtemperatuur van je monitor van belang. Die wordt uitgedrukt in graden Kelvin, op een schaal van 1000K tot 10.000K. Overdag houd je de kleurtemperatuur bij voorkeur ‘koel’ op circa 6500K, terwijl je die ’s avonds en ’s nachts liever wat warmer instelt, rond zo’n 3400K. Je monitor geeft dan minder blauw licht af, aangezien dat licht een negatieve invloed op je nachtrust kan hebben.

Bij de meeste monitors kun je helderheid, contrast en kleurtemperatuur aanpassen via een knopje en een ingebouwd osd-menu (on screen display), maar de meeste beeldschermen laten zich ook vanuit een app als NirSoft ControlMyMonitor instellen, ook vanuit de opdrachtprompt. Op de website vind je hiervan heel wat voorbeelden en het programma is in het Nederlands beschikbaar. Deze tool heeft tevens het voordeel dat je meerdere configuraties kunt exporteren die je daardoor later snel weer in kunt stellen.

©PXimport

Tip 05: Kleurtemperatuur

Inmiddels beschikt Windows 10 ook over een functie waarmee je de kleurtemperatuur op basis van het tijdstip automatisch kunt aanpassen. Daarvoor ga je naar Instellingen / Systeem / Beeldscherm / Instellingen voor nachtlamp. Klik op Nu inschakelen en verplaats de schuifknop om het effect van een warmere kleurtemperatuur te zien. Schakel ’m vervolgens weer uit en geef via de optie Uren instellen zelf aan op welk tijdstip je deze functie wilt in- en uitschakelen. Of je kiest voor Zonsondergang tot zonsopgang indien je dat automatisch wilt laten gebeuren. Deze nachtlamp-functie is best handig, maar vrij basaal. Gratis software als de LightBulb en zeker ook f.lux bieden iets meer mogelijkheden. We gaan op deze laatste wat dieper in. Na de installatie en een herstart van je computer vind je de tool terug in het systeemvak, waar je via Change location je woonplaats of een naburige stad invult. Klik op het blauwe bolletje om in een simulatie heel snel een cyclus van 24 uur te kunnen doorlopen. Normaliter staat Recommended colors geselecteerd, maar in het uitklapmenu vind je nog opties terug als Reduce Eyestrain en Color Fidelity. Probeer ze gerust uit in combinatie met de simulatie. Via de optie Disable in het contextmenu kun je de aanpassing van de kleurtemperatuur ongedaan maken, bijvoorbeeld for an hour of for <een-specifieke-monitor>.

©PXimport

Pas eens de kleurtemperatuur van je scherm aan, want ook dit heeft invloed op je welzijn

-

Tip 06: Optimalisatie

Inmiddels heb je contrast, helderheid en kleurtemperatuur optimaal ingesteld, maar het werkt uiteraard ook vermoeiend op je ogen als de letters niet scherp worden afgebeeld. Ook daar heeft Windows een eigen functie voor. Druk op de Windows-toets, tik cleartype in en start de wizard ClearType-tekst aanpassen. Plaats een vinkje bij ClearType inschakelen en druk op Volgende. Werk je met meerdere schermen, dan geef je aan of je de weergave op een specifiek scherm of (achtereenvolgens) van alle beeldschermen wilt configureren. Je dient nu een aantal vragen te beantwoorden over onder meer de schermresolutie en het best leesbare tekstvoorbeeld. Na afloop is de tekstweergave voor jouw ogen geoptimaliseerd.

Vind je de letters te klein, dan kun je ze in Windows groter maken. Ga naar Instellingen / Toegankelijkheid / Beeldscherm en verplaats de schuifknop bij Tekst groter maken en eventueel ook bij Alles groter maken tot alles er optimaal voor je uitziet. Verder kun je hier ook de kleur- en contrastwerking verfijnen. Dat doe je in de rubrieken Kleurfilters en Hoog contrast.

©PXimport

Tip 07: EasyFWD

De monitorinstellingen zijn nu optimaal en je let ook op de juiste zithouding. Dan is er nog één ding waar je aandacht moet aan schenken: regelmatig pauzes nemen en idealiter ook enkele gerichte oefeningen uitvoeren tijdens zulke pauzes. Dat vergt natuurlijk de nodige discipline, maar gelukkig zijn er programma’s die je hierbij helpen.

Een ervan is het Nederlandse EasyFWD. Na het invullen van enkele gegevens ontvang je een downloadlink met licentiecode. De installatie vergt slechts enkele muisklikken. Standaard start EasyFWD automatisch met Windows op en vanuit het systeemvak kun je in je Dashboard een risicoanalyse bekijken. Die geeft aan hoeveel risico (op rsi en aanverwanten) je loopt op basis van de gespendeerde computertijd en het aantal pauzes dat je neemt. In de rubriek Statistieken lees je bovendien hoeveel toetsaanslagen en muisklikken je hebt uitgevoerd. Verder is er nog de rubriek Oefeningen waar je uit negen korte, fysieke oefeningen kunt kiezen. Je kunt bij Instellingen / Pauze instellingen ook zelf aangeven hoe vaak EasyFWD je pauzes laat nemen en hoelang ze moeten duren. Je kunt hierbij kiezen tussen Hard en Zacht: de eerste zorgt ervoor dat je niet zomaar verder kunt werken, de tweede laat alleen een afteltimer zien. Tijdens de pauzes kun je een het laatste nieuws zien of een van de beschikbare oefeningen uitvoeren.

©PXimport

Een programma als Workrave dwingt je tot het nemen van ‘gezonde’ pauzes

-

Tip 08: Workrave

Een ander programma van Nederlandse bodem is Workrave, dat al vele jaren beschikbaar is voor Windows en Linux (klik hier op Latest en vervolgens op het exe-programma voor Windows). Na de installatie duikt een minuscuul venstertje op waarin je kunt aflezen hoelang het nog duurt voor een micropauze, rustpauze en daglimiet zijn bereikt. Een micropauze duurt standaard 30 seconden en start om de 3 minuten. Er duikt dan een aflopende teller op. Een rustpauze doet zich om de 45 minuten voor en duurt 10 minuten. In een venster verschijnen dan opeenvolgend drie, soms geanimeerde, oefeningen. De dagelijkse limiet staat standaard ingesteld op 4 uur. Er verschijnt dan een venster van waaruit je de pc kunt vergrendelen of uitschakelen.

Uiteraard zijn al deze pauzes zelf aan te passen en je kunt de meldingen ook uitstellen of overslaan. In het eerste geval biedt Workrave die pauze later opnieuw aan, op basis van de uitsteltijd die je hebt ingesteld. Vrijwel alle opties zijn aan te passen vanuit Voorkeuren, een optie in het contextmenu van het programma-pictogram in het systeemvak. Hier vind je trouwens ook de rubriek Netwerk, van waaruit je Workrave in een heuse netwerkmodus kunt laten opereren, zodat je de pauzes voor andere apparaten in je (thuis)netwerk centraal kunt regelen. 

©PXimport

Mobiele apparaten

Ergonomie is niet alleen van belang voor wie achter een pc zit, maar ook voor wie vaak mobiele toestellen gebruikt. We geven een aantal tips mee voor een betere houding die het risico op rsi-achtige klachten kunnen helpen voorkomen. Probeer tijdens het appen en sms’en recht te staan of zitten, door het apparaat ongeveer op kinhoogte te houden. Wanneer je het toestel te laag houdt, kan dat leiden tot overbelasting van nek en schouders. Houd het toestel dus voor je en dus niet aan één kant van je lichaam, waardoor je je nek moet draaien. Probeer ook je polsen zo recht mogelijk te houden en houd je telefoon vast met een ontspannen greep. Tijdens het typen wissel je het best je duim en je andere vingers af. Dat lukt het beste als je het toestel op een hard oppervlak legt of door het toestel met de ene hand vast te houden, terwijl je met de andere typt. Gebruik ook liever je niet de topjes van je vingers, maar typ met de onderzijde van de vingertoppen, zodat je je duim of vingers niet al te krampachtig hoeft te buigen.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.