ID.nl logo
Poolse ingenieur bouwt eigen slimme voerbak voor kat
© Reshift Digital
Huis

Poolse ingenieur bouwt eigen slimme voerbak voor kat

De Poolse ingenieur Sebastian Sokolowski bouwde voor zijn kat een slimme voerbak mede met behulp van Home Assistant. We spraken hem over de totstandkoming van deze Pet Feeder en hij legt uit hoe je zelf aan de slag gaat.

Wie een YouTube-video van Sebastian bekijkt, verbaast zich al snel over het brede scala aan vaardigheden dat hij beheerst. “Ik houd ervan om apparaten helemaal vanaf nul op te bouwen. Daarom doe ik alles zelf: het ontwerp van de printplaat, het 3D-ontwerp van de mechanische onderdelen en het programmeren.” Ook voor de Pet Feeder ontwierp Sebastian zelf de PCB die een aantal eenvoudig verkrijgbare onderdelen verbindt. Hij liet daarnaast alle mechanische onderdelen en de behuizing als bouwpakket uit zijn drie 3D-printers rollen.

Sebastians brede focus gaat niet ten koste van het afwerkingsniveau, integendeel. Het gebruiksmak van de Pet Feeder is hoog: de hardplastic onderdelen zijn met wat eenvoudig schuif-, lijm- en schroefwerk samen te voegen. De brokjes stromen naadloos door de dispenser, omdat Sebastian nieuwe versies bleef ontwerpen totdat er geen brokje meer in het interne raderwerk bleef steken. 

Ook aan het schoonmaken van de brokjescontainer is gedacht. Om te voorkomen dat daarbij de elektronica nat wordt, zit de PCB in een afschuifbaar onderstel. Esthetisch is het ontwerp ook in de haak. De stappenmotor, die portie voor portie brokjes verstrekt, is bijvoorbeeld netjes weggewerkt onder een plastic klepje, dat de gladde lijn van de bekasting volgt.

Rol van Home Assistant

Om gebruiksscenario’s voor zijn huis te programmeren zweert Sebastian bij Home Assistant. Dat opensource-huisautomatiseringssysteem fungeert als tolk tussen bijna 1800 apparaten en ecosystemen en houdt data daarbij zoveel mogelijk uit de cloud. 

Home Assistant is waanzinnig stabiel. Je kunt er werkelijk elk apparaat mee controleren en dat exact zo configureren als je wilt.” Zo programmeerde Sebastian zijn Pet Feeder zodanig dat die elke ochtend om zeven uur een lading brokjes in Strachu’s bakje deponeert. Ook kwam er een kattenknop op het startscherm van zijn Home Assistant-app, waarmee hij te allen tijde onmiddellijk een portie kattenvoer kan verstrekken.

De infraroodsensor op zijn Pet Feeder dient om een ander huiselijk probleem op te lossen: het continue stromen van water door Strachu’s kattenwaterfontein. Die gaat nu alleen nog aan als Strachu in de buurt is. Dat bespaart niet alleen elektriciteitskosten, maar ook ergernis: “Ik hoef nu niet meer dag en nacht te luisteren naar het geluid van stromend water. Daar werd ik knettergek van voordat ik de Pet Feeder bouwde.” 

Andere toepassingen van de infraroodsensor die Sebastian op zijn website suggereert, zijn het op afstand controleren of je kat voldoende eet, of een notificatie op je telefoon ontvangen steeds als je huisdier voor zijn etensbak staat. “Strachu heeft altijd honger, dus ik heb die melding uit moeten zetten.”

©PXimport

Kant-en-klaar kopen, of zelf bouwen

Wie niet zelf wil knutselen, kan een kant-en-klare Pet Feeder kopen in de webshop van Sokolowski. Die kost zo’n 89 euro en is beschikbaar in wit of zwart. Maar als PCM-lezer wil je natuurlijk zelf ook een poging wagen. Daarom een kort stappenplan: 

Stap 1: Soldeer de elektronica op de PCB

Het hart van de Pet Feeder is een ESP12F module met wifi en een ESP8266-chip aan boord. Die chip stuurt indirect – via een ULN2003-chip – een stappenmotor aan, die brokjes in afgemeten porties uit het apparaat laat stromen. Ook is de chip verbonden met een buzzer, een ledlampje en een knop om handmatig brokjes te geven. Tot slot kan de chip van een infraroodsensor een seintje krijgen wanneer een warmbloedig dier het apparaat bezoekt.

De PCB voor je Pet Feeder kun je hier aanschaffen. Je kunt de printplaat ook zelf bestellen bij een lokale leverancier op basis van de Gerber-bestanden die je je daar gratis kunt aanvragen met het formulier. Schaf daarnaast online ook de elektronica-onderdelen aan en soldeer deze op de PCB.

©PXimport

Stap 2: Flash het brein van de Pet Feeder

Flash de ESP8266-chip met het configuratiebestand dat je gratis kunt aanvragen via de genoemde url. De code in dit configuratiebestand legt het brein van de Pet Feeder uit hoe hij kan communiceren met zijn omgeving, zoals de stappenmotordriver, de buzzer, de infraroodsensor en Home Assistant.

Stap 3: Print de plastic onderdelen

Als je in het gelukkige bezit bent van een 3D-printer, print dan het binnenwerk en de bekasting van de Pet Feeder op basis van het 3D-model. Zet deze in elkaar volgens de aanwijzingen in de

over dit project. In plaats van zelf een doorzichtige brokjescontainer te printen, kun je overigens ook eerst een Coca-Colafles leegdrinken en die daarna opknippen tot container, geeft Sebastian als tip.

Stap 4: Automatiseer naar eigen wens

Creëer tenslotte binnen Home Assistant een automation voor de Pet Feeder. Daarin beschrijf je bijvoorbeeld dat de Feeder elke ochtend om zeven uur een portie brokjes moet uitgeven. Sebastian suggereert daarnaast om eventueel eerst vijf seconden lang de buzzer te laten afgaan, om je huisdier te waarschuwen, mocht die al niet erbij zitten. Ook kun je eventueel een Pet Feeder-knop toevoegen aan het startscherm van je Home Assistant-app. Veel succes!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.