ID.nl logo
Huis

Waarom klaagt Spotify bij de Europese Commissie over Apple?

Spotify is boos op Apple. De streamingdienst vindt dat Apple teveel macht heeft en daardoor voor oneerlijke concurrentie zorgt, en stapt daarom zelfs naar de Europese Commissie. Als je de argumenten van Spotify bekijkt is dat nog helemaal niet zo'n gekke reactie. Dit is waarom Spotify Apple wil aanpakken.

Spotify publiceerde woensdagochtend een statement waarin het verklaarde een klacht in te dienen bij de Europese Commissie. Maar interessanter was een speciale website genaamd Time To Play Fair, waarop het bedrijf een tijdlijn publiceerde van alle obstakels die het heeft moeten overwinnen om in de App Store te mogen blijven.

Zo laat Spotify zien hoe Apple de applicatie meerdere malen blokkeerde in de App Store om allerlei verschillende redenen. Een promotieactie om Spotify Premium voor € 0,99 per maand te proberen was 'tegen de regels', en toen Spotify podcasts begon aan te raden mocht dat volgens de voorwaarden ook niet.

Duurdere abonnementen

De kern van het probleem zit echter in de premium versie van Spotify, die normaal gesproken een tientje per maand kost. Normaal gesproken ja, want wie de applicatie alleen op iOS gebruikt komt op iets heel anders uit.

Apple vraagt namelijk 30% van de opbrengsten van een app als vergoeding. Dat doet het zowel bij de directe verkoop van apps als bij in-app-aankopen. Als iemand dus een abonnement afsluit via iOS verdient Spotify daar nog maar 7 euro aan, in plaats van 10.

Om dat te voorkomen maken apps zoals Spotify en Netflix (er zijn ook veel andere abonnementsdiensten die hetzelfde doen) de prijzen voor iOS-gebruikers noodgedwongen duurder, namelijk € 12,99 per maand. "Daar waren gebruikers terecht boos over", schrijft Spotify. Twee jaar later, in mei 2016, besloot Spotify de mogelijkheid om een abonnement af te sluiten helemaal te schrappen in de app op iOS.

Concurrentie

Opvallend is ook dat app-makers niet over dat beleid mogen praten. In de app-beschrijving of op de website mogen zij niet laten weten dat er goedkopere alternatieven zijn om een abonnement af te sluiten. Doen ze dat wel, dan worden ze geweerd uit de App Store.

De eenzijdige ruzie escaleerde toen Apple in juni 2015 met een eigen muziekstreamingdienst kwam. Voor, jawel, exact € 9,99, net als Spotify Premium. Voor iOS-gebruikers is het dus veel aantrekkelijker Apple Music te verkiezen boven Spotify.

Machtspositie

Dát is waar Spotify nu de grens trekt. Het bedrijf beschuldigt Apple ervan zijn machtspositie te misbruiken om concurrerende diensten dwars te zitten en eigen diensten voor te trekken. Spotify wil dat de Europese Commissie maatregelen neemt om dat tegen te gaan.

Niet de enige

Spotify is niet het enige bedrijf dat last heeft van de constructie. Ook andere diensten die geld kosten (zoals Netflix) moeten hogere prijzen rekenen voor iOS-abonnementen. Netflix besloot daarom eerder al te stoppen met het aanbieden van abonnementen op Apples besturingssysteem. Spotify vraagt Netflix en anderen ook zich bij de zaak aan te sluiten.

Spotify vindt dat Apple onnodig veel barrières opwerpt en eigen producten voortrekt

-

Aandacht voor diensten...

Het probleem zit hem niet enkel in de afdracht van kosten. Het is vooral het feit dat Apple steeds vaker zelf wil concurreren met dergelijke diensten. Het bedrijf verdiende in 2018 voor het eerst in jaren minder geld dan het jaar ervoor, met name door het feit dat gebruikers hun smartphones en tablets langer gebruiken. Apple wil zich daarom meer gaan richten op diensten, zei ceo Tim Cook vorig jaar.

... maar dan wel die van Apple

Het gaat dan niet alleen om het faciliteren van een app-ecosysteem (zoals de App Store), maar tot het opzetten van eigen diensten. Muziekstreaming is er één van, maar het lijkt er ook op dat Apple binnenkort met een eigen videodienst á la Netflix komt. En Apple concurreert ook met nieuwsdiensten met aggregatieservice News, en dat betekent competitie diensten zoals Blendle. De oprichter daarvan, Alexander Klöpping, zegt tegen de NOS, al dat hij overweegt zich bij Spotify aan te sluiten in de klacht.

©PXimport

Eigen diensten eerst

Door die steeds agressievere concurrentie is er nog een ander probleem behalve de misgelopen inkomsten. Spotify beschrijft ook uitgebreid hoe Apple allerlei technische barrières opwerpt om Spotify tegen te houden. Spotify wordt niet ondersteund door Siri of de Homepod, en de muziekdienst is niet compatibel met de Apple Watch. Apple Music wél.

Zulke problemen zijn niet nieuw in de industrie. Facebook en Twitter gooiden ook ooit met modder toen Facebook Instagram overnam en Twitter die afbeeldingen niet meer toeliet op het platform.

Privacywet, of concurrentiestop?

Het is ook niet de eerste keer dat er op hoog niveau over de machtspositie van de grote techbedrijven wordt gesproken. Facebook, Google en ook Apple liggen in de Europese Unie al onder vuur vanwege hun dominantie. Google kreeg een miljoenenboete en Mark Zuckerberg werd door Brussel uitgenodigd voor verschillende intense gesprekken rondom het onderwerp.

Europese scepsis

In Silicon Valley wordt vaak sceptisch gereageerd op die Europese regelgeving. Veel techbedrijven denken dat de EU hen in toom probeert te houden omdat Europa zelf geen sterke technologische sector heeft. De privacywet van vorig jaar (de AVG) was daar een voorbeeld van. "Als Facebook het eerste bedrijf is dat een miljoenenboete krijgt weten we zeker dat de AVG bedoeld is om de competitie tegen te houden", zei Facebooks voormalig hoofd beveiliging Alex Stamos ooit.

Maatregelen

Spotify heeft verschillende maatregelen voorgesteld. Zo wil het bedrijf dat consumenten meer keus krijgen in hoe zij betalen voor diensten, en dat ze niet meer gedwongen worden om bepaalde platformen zoals die van Apple te gebruiken. Ook zouden app-winkels niet meer de communicatie richting gebruikers moeten kunnen bepalen, zegt het bedrijf. Tot slot vindt Spotify dat alle diensten dezelfde regels moeten volgen. Als Spotify geen prijspromoties mag doen, dan Apple Music ook niet.

En nu?

Of Spotify's klacht hét verschil gaat maken in die discussie is maar de vraag. Het kan jaren duren voor een onderzoek is afgerond en nog langer voordat de wetgeving daar omheen wordt veranderd. Hoe dat eruit zou komen te zien is ook nog een groot vraagteken. Er wordt al langer gefluisterd over het opbreken van grote bedrijven, maar dat is een draconische maatregel die niet zomaar wordt ingevoerd.

Ook is het nog maar de vraag of Apple beschuldigd kan worden voor machtsmisbruik. Apple heeft geen monopolie met iOS op de smartphone- en tabletmarkt, maar je zou kunnen stellen dat iOS als eigen markt bestempeld kan worden.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.