ID.nl logo
Video's bewerken met OpenShot
© Reshift Digital
Huis

Video's bewerken met OpenShot

Zeker na de zomervakantie is het bewerken van video’s een klusje waar nogal wat mensen zich voor gesteld zien. Al was het maar om al het overbodige materiaal uit de geschoten vakantiefilmpjes te halen. Deze activiteit hoeft je dankzij de open source videobewerker OpenShot geen cent te kosten. En met deze tips is het ook niet zo heel moeilijk meer.

Tip 01: Installeren

OpenShot is een veelzijdige videobewerker met vriendelijke bediening, en daarmee ook meteen een uitstekend alternatief voor Windows Movie Maker. Prettige bijkomstigheid: je kunt kiezen uit versies voor Windows, Linux en macOS. De installatie is rechttoe-rechtaan en kent geen vervelende opties met reclame-malware. De eerste keer dat je het programma start, verschijnt een korte introductie. In de eerste stap is het mogelijk om de standaard ingeschakelde optie Ja, ik wil OpenShot verbeteren! uit te zetten. Daarmee voorkom je dat er gebruiksgegevens naar de makers worden verzonden, mocht je erg op je privacy gesteld zijn. Doorloop de introductie even en de pret kan beginnen.

©PXimport

Tip 02: Importeren

Ten eerste moet er een videobestand geïmporteerd worden in OpenShot, bijvoorbeeld van je smartphone, digitale fotocamera of natuurlijk een al even digitale videorecorder. Wel dienen deze films eerst naar de pc overgeheveld te worden. Hiervoor bewandel je de gebruikelijke weg, al dan niet geholpen door bij het apparaat geleverde software. Blader met de Windows Verkenner naar de map waar de videobestanden zijn bewaard. Klik op een bestand en sleep het naar het linker venster – onder Projectbestanden – van OpenShot.

Tip 03: Filmstrip

De clips zijn nu in OpenShot geïmporteerd. Om echt iets aan videobewerking te kunnen doen, sleep je ze – in de gewenste volgorde – naar de tijdlijn onder in beeld. Het maakt verder niet uit in welk ‘spoor’ je de clips achter elkaar zet. Pak dus in principe het bovenste (Spoor 4), anders blijf je mogelijk heen en weer scrollen. Plaats om te beginnen eens twee clips netjes achter en tegen elkaar aan. Vervolgens voegen we meteen even een ‘starteffect’ in de vorm van een zoom-in toe. Klik daarvoor met de rechtermuisknop op het eerste ingevoegde fragment. In het geopende contextmenu klik je Animatie / Begin van fragment / Zoom / Inzoomen (50% naar 100%). Uiteraard kun je ook een van de vele andere beschikbare effecten gebruiken.

©PXimport

Tip 04: Preview

Je kunt het toegevoegde effect direct bekijken. Klik daarvoor onder het preview-paneel op de afspeelknop. Bedenk daarbij dat de preview mogelijk net iets minder vloeiend verloopt dan straks in de uiteindelijke film. In het preview-beeld zie je namelijk live toegepaste effecten. Als je over een wat tragere pc en/of videokaart beschikt, wordt er hier en daar wellicht een beeld (frame) overgeslagen. Naast de afspeel- annex pauzeknop staan er onder de voorbeeldvideo nog een paar knoppen. De meest linkse en rechtse gele exemplaren dienen om snel naar het begin of eind van de content op de filmstrip te springen. De witte ‘dubbele driehoekjes’ zorgen voor vooruit of achteruit spelen. Herhaald op een van deze knopjes klikken zorgt voor versneld afspelen. Te snel? Klik dan op het tegenovergestelde knopje om de zaak weer te vertragen.

Tip 05: Overgang

Een harde overgang tussen clips kan soms mooi zijn, maar vaak ook niet. Zeker niet als beide clips niet helemaal aan elkaar gerelateerd zijn. Wil je een zachtere overgang, dan kun je kiezen uit een scala aan effecten. Klik boven de filmstrook op Overgangen. Vaak zijn de simpelste effecten het mooist, zoals faden. Het zorgt voor een rustige weergave waar de kijker geen hoofdpijn van krijgt. Maar wil je je eens helemaal uitleven, dan kan dat: psychedelische effecten genoeg. Om een overgangseffect tussen twee clips in te stellen, sleep je eerst een effect naar het einde van de eerste clip en vervolgens hetzelfde effect naar het begin van de volgende. Met andere woorden: wil je bijvoorbeeld fade naar zwart maken aan het eind van een clip, dan sleep je het blokje Fade naar het einde van de eerste clip. Sleep dit Fade-effect breder of smaller om het effect te verlengen. Standaard is Fade ingesteld op infaden. Om langzaam naar zwart te faden klik je met de rechter muisknop op het toegevoegde effect in de filmstrip. Klik in het contextmenu op omgekeerde transitie. Sleep nu nogmaals het Fade-effect vanuit het overgangenpaneel naar het opvolgende blok. Sleep het op de gewenste lengte. Deze keer hoef je niet voor een omgekeerde transitie te kiezen, want we willen infaden en dat is het standaardgedrag van dit effect. Het eindresultaat is nu dat het beeld langzaam zwart wordt aan het einde van de eerste clip en het beeld van de opvolgende clip langzaam zichtbaar wordt.

©PXimport

Wil je een zachtere overgang, dan kun je kiezen uit een scala aan effecten.

-

Tip 06: Crossfade

Wil je een echte ‘crossfade’ maken, dan is wat meer creativiteit nodig. Sleep de aansluitende videoclip naar een spoor lager, bijvoorbeeld van Spoor 4 naar Spoor 3. Zorg dat het iets overlapt met de voorgaande clip. Sleep ook het Fade-effect (of een ander) weer naar het begin van deze verhuisde clip. Je hebt nu een prima crossover gemaakt.

Tip 07: Project bewaren

Je hebt nu al aardig wat dingen uitgevoerd in de software. Tijd om het project te bewaren. Klik in het menu Bestand op Project opslaan. Geef je project een naam en bewaar het in een map waar je het terug kunt vinden. Let op: je bewaart nu de film nog niet! Dit is puur de omschrijving van het geheel. Het is dus zaak om te zorgen dat de bronclips in de map blijven staan waarvandaan je ze ook hebt toegevoegd vanuit de Verkenner. Pas als het project helemaal klaar is en je zeker weet dat je niets meer wilt veranderen, kun je de bronbestanden verwijderen of verplaatsen. En dan pas ná het renderen en bewaren van de uiteindelijke video. Komen we straks nog uitgebreid op terug. Verder geldt dat er in de map waar je het projectbestand bewaart, ook een mapje met de naam thumbnail wordt aangemaakt. Ook die map moet je laten staan. Ook als je je project op bijvoorbeeld het bureaublad hebt opgeslagen.

©PXimport

Tip 08: Beter filmen

Deze video-editor is vooral handig voor het inkorten van fragmenten. Vaak zit er namelijk een vreemde beweging aan het begin en einde van een opname uit de losse hand. Gouden tip bij het filmen: zorg voor wat rust aan het begin en het eind van een opname. Ofwel: hou de camera een seconde of drie stil en begin dan pas met bewegen. Dat maakt het achteraf bewerken van de videoclips een stuk makkelijker. Overgangen zien er ook mooier uit bij stilstaand beeld, waarbij de camera niet beweegt. Pannen is bijvoorbeeld heel mooi, maar houd de camera aan het eind van zo’n pan even stil. Direct vanuit een pan overgaan naar een volgend fragment oogt vaak lelijk.

Tip 09: Inkorten

Het inkorten – ook wel ‘trimmen’ genoemd - van een videofragment is eenvoudig. Beweeg je muis naar het begin of einde van een videoblokje op de tijdlijn, tot aan het punt waarop de cursor in twee tegengestelde horizontale pijltjes verandert. Je kunt nu met de linkermuisknop het blok op de gewenste lengte slepen. In het preview-venster zie je precies waar je gaat snijden. Heb je het blok op lengte gesneden en de overbodige zaken verwijderd, dan zul je zien dat een eventueel aanwezig opvolgend blok een stukje verder staat. De ontstane zwartruimte tussen beide blokken is niet goed, die levert namelijk ook een zwart beeld op gedurende die tijd. Schuif alle navolgende (of voorgaande) blokken dan ook weer netjes sluitend. Heb je meerdere blokken inclusief effecten over verschillende sporen verdeeld staan, dan is het zaak om eerst alle te verplaatsen blokken te selecteren. Dat kan door erop de Control-klikken. Sleep vervolgens de hele selectie sluitend. Ook is het mogelijk met de muis een selectiekader om alle te verplaatsen blokken te slepen, net wat je prettiger vindt. Is alles weer netjes aangesloten, dan is de operatie geslaagd.

©PXimport

In eerste instantie heb je het geluid niet nodig: eerst moet het beeld in orde zijn

-

Tip 10: Effecten als laatst

Een heel praktische tip voor videobewerken in OpenShot: plaats eerst alle videofragmenten in de juiste volgorde op de tijdlijn en pas ze in lengte aan. Voeg pas daarna (overgangs)effecten toe. Het maakt dat je minder goed hoeft op te letten bij het verplaatsen van de blokken. En ook loop je niet het risico een precies goed geplaatst (overgangs)effect kapot te maken doordat je het per ongeluk niet hebt geselecteerd.

Tip 11: Audio scheiden

Het is je ongetwijfeld al opgevallen dat er geen geluidsspoor getoond wordt in OpenShot. In eerste instantie heb je dat ook niet nodig: eerst moet het beeld in orde zijn. Het is praktisch om beeld en geluid van elkaar te scheiden. Je kunt dan het beeld en geluid onafhankelijk van elkaar bewerken. Dat regel je door met de rechtermuisknop op een videoclip in de tijdlijn te klikken, en dan in het geopende contextmenu voor Audio Scheiden en Enkele Clip (alle kanalen) te kiezen. Je ziet nu dat er – na even wachten – een nieuw audio-blok direct boven of onder het bijbehorende videoblokje verschijnt. Of het videoblok verplaatst naar een spoor lager of hoger, net wat qua plaatsing beter uitkomt. Voor de duidelijkheid hebben we even een nieuw voorbeeldproject opgezet.

©PXimport

Tip 12: Audio bekijken

Van het langere blok is de audio nu van het beeld gescheiden. Met als gevolg twee op het oog identieke blokjes op de tijdlijn. Maar let op de naamgeving: we zien IMG_1872.MOV en IMG_1872.MOV (alle kanalen). Dat laatste blok met de vermelding alle kanalen is het audioblok. Wil je dat duidelijker maken, klik dan met de rechtermuisknop op het laatstgenoemde geluidsblok en daarna in het geopende contextmenu onder Weergave op Waveform geluid weergeven. Je ziet nu een grafische representatie van het geluidsspoor dat bij de clip hoort.

Tip 13: In- en uitfaden

Nu is OpenShot geen geluidsbewerker; daarvoor moet je uitwijken naar iets als het ook opensource Audacity. Wel beschikt deze video-editor over een paar praktische tools. Zo behoren in- of uitfaden van het geluid tot de mogelijkheden. Klik met de rechtermuisknop op het audioblokje en kijk in het geopende contextmenu onder Volume. Daar tref je volumeopties verdeeld over drie categorieën aan. Onder Begin van Fragment vind je onder meer de infade-optie en onder Einde van fragment de uitfade-optie. Telkens kun je kiezen uit snel of langzaam. Het volume van de hele clip kan verhoogd of verlaagd worden onder Gehele clip. Daar kun je ook kiezen om automatische aan begin en eind respectievelijk een fade-in en fade-out te maken. In principe zijn dit alle tools die je nodig hebt om videogeluid op orde te brengen.

©PXimport

Heb je slecht of oninteressant geluid bij een videoblok, verwijder dat dan

-

Tip 14: Muziek

Muziek toevoegen is heel makkelijk. Sleep een audiobestand (bijvoorbeeld een mp3’tje of flac) naar je Projectbestanden in OpenShot. Sleep vervolgens van daaruit de muziek naar een leeg spoor. Je kunt de audiotrack net als alle andere blokken verplaatsen, trimmen enzovoorts. Heb je bijvoorbeeld slecht of niet interessant geluid bij een bepaald videoblok, dan kun je daarvan het geluid helemaal verwijderen. Scheid geluid en beeld eerst weer en verwijder dan het geluidsblok (selecteren en op Delete drukken). Nu hoor je alleen de achtergrondmuziek. Je ziet het complete plaatje iets hiervoor onder het kopje Audio scheiden.

Tip 15: Exporteren

Is je film klaar, dan moet deze geëxporteerd worden. Klik daarvoor in het menu Bestand op Video exporteren. Vul en bestandsnaam in en kies en map via de knop Bladeren. Om zo compatibel mogelijk te zijn met een scala aan afspeelapparatuur kies je het best achter Doel voor MP4 (h.264). De meeste digitale video- en fotocamera’s filmen in Full HD 1080p (interlaced) met 30 beelden per seconde (fps). Kies daar dan ook voor achter Videoprofiel. Is jouw camera anders ingesteld, dan kan hier gekozen worden uit een lange lijst aan andere settings. Zorg dat achter Kwaliteit de optie Hoog is gekozen. Klik op Video exporteren. Deze klus kan – zeker bij langere video’s – even duren!

©PXimport

▼ Volgende artikel
Het geheugen van je computer: dit is het verschil tussen DDR4 en DDR5
© Ayo man | Law of God
Huis

Het geheugen van je computer: dit is het verschil tussen DDR4 en DDR5

Toen je je laptop kocht, keek je waarschijnlijk vooral naar de processor, de grafische chip en hoeveel GB werkgeheugen erin zit. Of dat werkgeheugen DDR4 of DDR5 is, is voor de meeste mensen geen doorslaggevende factor. Toch is het wel handig om te weten wat de verschillen zijn tussen DDR4, dat je vooral in oudere laptops tegenkomt, en DDR5, dat bij nieuwe modellen meestal de standaard is. DDR5 kan per seconde meer data verwerken dan DDR4. Wat dat verschil betekent en wanneer extra gigabytes meer opleveren dan de stap naar DDR5, lees je in dit artikel.

In dit artikel

je leest wat DDR4 en DDR5 precies van elkaar onderscheidt, wanneer je dat verschil in snelheid en energieverbruik echt merkt en waarom het voordeel van DDR5 ten opzichte van DDR4 bij gamen vaak beperkt blijft. Ook leggen we uit waarom DDR4 niet automatisch meer de goedkope keuze is, waarom je DDR4 en DDR5 niet kunt uitwisselen en wat dat betekent voor upgraden bij laptops en desktops. Tot slot lees je hoe je op Windows en Mac snel checkt of je meer RAM nodig hebt.

Lees ook: RAM(p)-scenario: waarom tech in 2026 duurder wordt

De techniek achter DDR4 en DDR5

Het grootste verschil tussen DDR4 en DDR5 zit in de datasnelheid en bandbreedte. Zie het als een digitale weg: DDR4 is een prima route waar het verkeer netjes doorrijdt, DDR5 is een bredere snelweg waar per seconde meer data overheen kan. Daardoor hoeft de processor bij zware taken waarbij veel data heen en weer gaat (denk bijvoorbeeld aan videobewerking) minder vaak te wachten op nieuwe informatie. Let wel: die extra 'rijstroken' leveren pas winst op als je processor, grafische chip en software er ook echt gebruik van maken. Bij lichte taken, zoals browsen en tekstverwerken, is werkgeheugenbandbreedte zelden de bottleneck. Gaat dat langzaam, dan heeft dat eerder te maken met de processor, opslag, of de browser.

DDR5 kan ook helpen met het energieverbruik, omdat het op een lagere spanning werkt: 1,1 volt in plaats van 1,2 volt bij DDR4. In een laptop kan dat iets schelen, al hangt het effect af van wat je doet en hoe de rest van het systeem is opgebouwd. Daarnaast zit bij DDR5 een deel van de stroomregeling op de geheugenmodule zelf. Dat kan de stroomvoorziening stabieler maken, maar het maakt de module ook wat complexer om te produceren.

Wat biedt DDR5 in de praktijk?

DDR5 komt vooral tot zijn recht bij taken die veel werkgeheugenbandbreedte vragen, zoals 8K videobewerking of complexe simulaties. Daarbij blijft de processor (en soms de GPU) meestal de doorslaggevende factor: die bepaalt of je systeem zo'n klus überhaupt vlot aankan. DDR5 kan helpen om wachttijd te verminderen, maar het maakt een trage CPU niet ineens snel. Een ander voordeel is dat je per module hoge capaciteiten kunt halen. Voor zware desktop-werkstations zijn systemen met 256 GB aan werkgeheugen inmiddels realiteit. Bij laptops ligt die grens doorgaans lager, vaak rond de 128 GB, omdat ze meestal minder geheugenslots hebben. Bovendien is het werkgeheugen bij veel modellen vastgesoldeerd, waardoor je later niet kunt uitbreiden.

©Batorskaya Larisa

DDR5 voor gamers: nodig of niet?

Voor gamers blijft het voordeel van DDR5 vaak beperkt. In veel games gaat het om een klein verschil, en op 1440p of 4K zie je dat meestal nog minder terug omdat je dan eerder tegen de grens van de videokaart aanloopt dan tegen die van het werkgeheugen. Ook hier geldt: de keuze voor CPU en vooral GPU bepaalt je gameprestaties veel sterker dan de stap van DDR4 naar DDR5. Dat verschil tussen DDR4 en DDR5 is onderzocht in een vergelijkingstest van de gezaghebbende site Tom's Hardware. Daarbij ging het bijvoorbeeld om 3% verschil in gameprestaties in Assassin's Creed Valhalla, 2% in Far Cry 6, Tom Clancy's Ghost Recon Breakpoint, Watch Dogs: Legion en Borderlands 3, en 1% in Shadow of the Tomb Raider en Wolfenstein: Youngblood.

©Crystal Dynamics

Het verschil tussen RAM en opslag

Veel mensen halen werkgeheugen (RAM) en opslaggeheugen (SSD of HDD) door elkaar, terwijl ze iets heel anders doen: RAM is het korte-termijngeheugen waarin de gegevens staan van programma's die je nú gebruikt, waardoor je met meer RAM makkelijker en sneller tussen meerdere apps schakelt, maar zodra je de computer uitzet is dit geheugen weer leeg. Opslaggeheugen is juist het lange-termijngeheugen waarop je foto's, documenten en andere bestanden blijven staan, ook als er geen stroom is.

Is een laptop met DDR4 nog goed genoeg?

Ja, voor de meeste Nederlanders is een laptop met DDR4 nog steeds goed genoeg. Gebruik je hem vooral voor internetten, Netflix kijken, Microsoft Office en af en toe een simpele fotobewerking, dan merk je in de praktijk nauwelijks verschil tussen DDR4 en DDR5. Bij laptops is DDR4 of DDR5 bovendien vaak geen losse keuze: het hangt samen met de generatie processor die in het model zit.

DDR5 kan wel voordeel geven bij zwaardere taken waarbij de computer grote hoeveelheden data tegelijk moet verwerken, maar dat wordt pas echt interessant als je met zware programma's werkt, of als je games zo soepel mogelijk wilt laten lopen - ervan uitgaande dat je CPU en GPU die werklast ook aankunnen. Denk aan situaties waarin je merkt dat je laptop moeite heeft om alles bij te houden, ook al staat de beeldkwaliteit niet eens extreem hoog. In veel situaties blijft het verschil klein. Belangrijker is vaak de hoeveelheid werkgeheugen: 16 GB voelt meestal merkbaar fijner dan 8 GB, ongeacht of het DDR4 of DDR5 is.

DDR4 is niet meer vanzelfsprekend goedkoop

Lange tijd was DDR4 de slimme, goedkope keuze als je vooral op de prijs lette: het verschil met DDR5 was groot. Door de huidige tekorten klopt dat beeld minder. DDR4-geheugen is flink duurder geworden; in sommige gevallen is de prijs zelfs meer dan verdubbeld. DDR5 is ook duurder geworden, maar omdat de productie van DDR4 wordt afgebouwd, kan DDR4 relatief harder in prijs oplopen. Daardoor ligt DDR4 in veel gevallen dichter tegen DDR5 aan dan je zou verwachten. Wie nu een nieuw systeem koopt, is met DDR4 vaak nog steeds het minst kwijt, alleen is 'goedkoop' bij werkgeheugen momenteel een rekbaar begrip.

©ronstik

Upgraden: wat wel en niet kan

DDR4 en DDR5 zijn nooit onderling uitwisselbaar, ook niet in een desktop. De inkeping zit op een andere plek en het platform moet het juiste type werkgeheugen ondersteunen. Je kunt dus geen DDR5 plaatsen in een systeem dat voor DDR4 is gemaakt, en andersom ook niet.

Bij laptops betekent dit meestal dat als je wilt overstappen op DDR5 je een nieuwe laptop zult moeten kopen. Veel laptops hebben namelijk geen uitbreidbaar werkgeheugen meer: de geheugenchips zitten voor ruimte- en kostenbesparing op het moederbord gesoldeerd, en bij sommige ontwerpen zelfs in hetzelfde pakket als de processor. Dan kun je later niets meer bijprikken. Dat is ook precies waarom DDR4 vs DDR5 bij laptops zelden de hoofdvraag is: je kiest een model, en daar hoort dit type geheugen bij.

Bij een desktop heb je vaak meer speelruimte, maar ook daar is het geen kwestie van alleen de geheugenmodules wisselen. Wil je van DDR4 naar DDR5, dan heb je een moederbord nodig dat DDR5 ondersteunt, en vaak ook een processor die bij dat moederbord past. Heb je vooral te weinig werkgeheugen (bijvoorbeeld 8 of 16 GB) en merk je dat je pc daardoor traag wordt, dan is extra DDR4 bijplaatsen meestal de goedkoopste verbetering. Pas als je toch al toe bent aan een grotere upgrade van je pc, wordt de stap naar DDR5 logisch.

Wanneer moet je echt upgraden?

Echt upgraden is pas zinvol als je merkt dat je huidige machine niet meer probleemloos werkt bij zware klussen zoals grote fotobestanden bewerken, video's monteren of veel dingen tegelijk doen. Heb je nu een laptop met 16 GB of 32 GB DDR4 die nog vlot werkt? Blijf die dan vooral gebruiken zolang de prijzen zo hoog liggen. Twijfel je, kijk dan eerst wat de oorzaak van de mindere prestaties is: zit je werkgeheugen tegen zijn limiet, of zijn het vooral je processor of GPU die de klus niet bijbenen?

Zo controleer je of je extra RAM nodig hebt

Voordat je besluit om een flinke investering te doen in een nieuw systeem of extra geheugen, is het slim om te kijken hoe je huidige computer presteert onder druk. Je kunt dit eenvoudig zelf testen op zowel Windows als Mac.

Windows

Open eerst de programma's die je normaal gesproken tegelijk gebruikt, zoals je browser met veel tabbladen, Word en een videocall. Druk daarna op Ctrl + Shift + Esc om Taakbeheer te openen. Ga naar het tabblad Prestaties en klik op Geheugen. Kijk vervolgens naar de grafiek en het percentage dat in gebruik is: blijft dat langere tijd rond de 80 tot 90 procent hangen terwijl je gewoon je dagelijkse werk doet, dan zit je tegen de grens van je werkgeheugen aan. Dat merk je vaak aan kleine haperingen, zoals tabbladen die trager laden of apps die later reageren. Zie je tegelijk dat je pc veel met de schijf bezig is, bijvoorbeeld omdat programma's ineens langzamer worden terwijl je opslaglampje blijft knipperen, dan is de kans groot dat Windows tijdelijk data op de SSD parkeert omdat het werkgeheugen volloopt.

Apple

Open je gebruikelijke programma's en druk daarna op Command + Spatiebalk. Typ Activiteitenweergave en druk op enter. Klik bovenin op het tabblad Geheugen en kijk onderaan naar de grafiek bij Geheugendruk. Is die groen, dan is er niets aan de hand. Wordt de grafiek geel of rood, dan heeft je Mac meer geheugen nodig om alles vlot te blijven draaien. Let ook op Gebruikte swap: als dat oploopt tot meerdere gigabytes, dan is je werkgeheugen in de praktijk te krap.




▼ Volgende artikel
Hoymiles HiOne-thuisbatterij: een alles-in-één-krachtpatser voor grootverbruikers
© Hoymiles
Energie

Hoymiles HiOne-thuisbatterij: een alles-in-één-krachtpatser voor grootverbruikers

Energieopslag stond lang gelijk aan een technische puzzel van losse kastjes en kabels. De Hoymiles HiOne rekent daar definitief mee af. Dit systeem integreert krachtige prestaties in één strakke, modulaire zuil die gezien mag worden. Ben jij klaar voor de volgende stap in energieonafhankelijkheid? Wij doken in de specificaties van deze stille krachtpatser.

Partnerbijdrage - in samenwerking met Hoymiles

Even voorstellen: Wie is Hoymiles?

Hoewel de naam voor de gemiddelde consument misschien nieuw klinkt, is Hoymiles in de professionele solar-wereld een gevestigde orde. Het beursgenoteerde bedrijf is wereldwijd actief en staat bekend als dé uitdager op het gebied van hoogwaardige omvormer-techniek. Met de HiOne brengen ze hun jarenlange ervaring van het dak nu naar de garage. Dat veiligheid voorop staat, bleek tijdens de recente lancering: daar bevestigde keuringsinstituut TÜV dat de HiOne voldoet aan de strengste Europese veiligheidseisen. Je haalt dus gecontroleerde toptechniek in huis, met de zekerheid van een Europees hoofdkwartier in Nederland voor service en ondersteuning.

Tijdens de HiOne-presentatie in Amsterdam.

Geen kabelbrij, maar strak design

Wie zijn garage of technische ruimte netjes wil houden, zit niet te wachten op een wirwar van kastjes en leidingen. De HiOne lost dit op met een slim modulair ontwerp. De installateur stapelt de batterij- en omvormermodules simpelweg op elkaar.

Het unieke hieraan is dat alle verbindingen intern lopen. Aan de buitenkant zie je dus geen kabels, wat zorgt voor een rustig en 'afgewerkt' beeld. De behuizing voelt niet aan als goedkoop plastic, maar als een solide apparaat dat tegen een stootje kan. Dankzij de IP66-certificering (water- en stofdicht) is het systeem zelfs robuust genoeg om buiten onder een overkapping geplaatst te worden, mocht je binnen ruimte willen besparen.

Klaar voor de moderne grootverbruiker

Dit systeem is specifiek ontworpen om de energiehonger van het moderne, duurzame gezin te stillen. Heb je een warmtepomp, een elektrische auto of een druk huishouden? Dan is de HiOne in zijn element.

De huidige line-up van de HiOne is geoptimaliseerd voor woningen met een 3-fase aansluiting (ondersteuning tot 33,3 A per fase), maar ook 1-fase varianten staan op de planning. Dit maakt het systeem enorm veelzijdig. Waar lichtere systemen vaak moeite hebben om meerdere zware apparaten tegelijk van stroom te voorzien, levert de HiOne onverstoorbaar door. De echte meerwaarde zit in de onafhankelijkheid. Dankzij de 'whole-home backup'-functie kan het systeem bij stroomuitval het hele huis draaiende houden. Dus niet alleen de wifi en de koelkast, maar ook het koken en verwarmen gaan gewoon door.

©Hoymiles / Jeroen Keep

Het brein: AI en dynamische tarieven

Een batterij is tegenwoordig meer dan een opslagvat; het is een slimme handelscomputer. De HiOne wordt aangestuurd door de S-Miles Cloud, een platform dat verder kijkt dan alleen 'vol' of 'leeg'. Met de ingebouwde 'Time-of-Use' modus kan het systeem slim inspelen op energietarieven.

Heb je een dynamisch energiecontract? Dan kan de software automatisch laden als de stroom goedkoop (of zelfs gratis) is en terugleveren of ontladen als de prijzen pieken. Zo verdien je de investering niet alleen terug door eigen gebruik, maar ook door slim te handelen op de energiemarkt. Bovendien leert het systeem jouw verbruikspatronen kennen, zodat er altijd voldoende buffer is voor jouw specifieke situatie.

Geen DIY, maar professionele zekerheid

Het is belangrijk om te benadrukken dat de HiOne geen doe-het-zelfproject is, zoals een eenvoudige balkon-set. Dit is hoogwaardige infrastructuur die naadloos geïntegreerd wordt in je meterkast en woning. Je koopt dit systeem dan ook via een gecertificeerde installateur.

Voor de consument is dat een groot voordeel: je hoeft je niet druk te maken over de techniek. De vakman zorgt dat de zuil op de juiste plek komt te staan, regelt de koppeling met je zonnepanelen en zorgt dat alles veilig draait. Jij bedient het systeem vervolgens simpelweg via de app.

Om deze krachtpatser veilig te houden, is een 5-laags veiligheidssysteem ingebouwd. Dit varieert van speciale drukkleppen en aerogel-isolatie tussen de cellen tot een actieve brandonderdrukkingsmodule die in noodsituaties binnen enkele seconden reageert. Daarnaast wordt de temperatuur op negen punten per cel continu gemonitord.

©Hoymiles / Jeroen Keep

Toekomstmuziek: je auto als batterij

Misschien wel het meest interessante aspect voor EV-rijders is de voorbereiding op V2X (Vehicle-to-Everything). Hoymiles heeft aangekondigd dat er een specifieke V2X-module aankomt voor de HiOne. Hiermee wordt het in de toekomst mogelijk om de enorme accu van je elektrische auto te koppelen aan je thuisbatterij. Je auto fungeert dan als een soort super-accu voor je huis, terwijl de HiOne de regie voert. Daarmee is dit systeem niet alleen een oplossing voor nu, maar ook een voorbereiding op de volgende stap in de energietransitie.

Conclusie

De Hoymiles HiOne is een premium keuze voor huiseigenaren die verder kijken. Het systeem combineert een strak design met de brute kracht die nodig is voor een huis vol warmtepompen en EV's. Door te kiezen voor een professioneel geïnstalleerd systeem met 5-voudige beveiliging en slimme AI-software, haal je niet alleen een batterij in huis, maar een complete energiemanager die klaar is voor de toekomst.