ID.nl logo
Video's bewerken met OpenShot
© Reshift Digital
Huis

Video's bewerken met OpenShot

Zeker na de zomervakantie is het bewerken van video’s een klusje waar nogal wat mensen zich voor gesteld zien. Al was het maar om al het overbodige materiaal uit de geschoten vakantiefilmpjes te halen. Deze activiteit hoeft je dankzij de open source videobewerker OpenShot geen cent te kosten. En met deze tips is het ook niet zo heel moeilijk meer.

Tip 01: Installeren

OpenShot is een veelzijdige videobewerker met vriendelijke bediening, en daarmee ook meteen een uitstekend alternatief voor Windows Movie Maker. Prettige bijkomstigheid: je kunt kiezen uit versies voor Windows, Linux en macOS. De installatie is rechttoe-rechtaan en kent geen vervelende opties met reclame-malware. De eerste keer dat je het programma start, verschijnt een korte introductie. In de eerste stap is het mogelijk om de standaard ingeschakelde optie Ja, ik wil OpenShot verbeteren! uit te zetten. Daarmee voorkom je dat er gebruiksgegevens naar de makers worden verzonden, mocht je erg op je privacy gesteld zijn. Doorloop de introductie even en de pret kan beginnen.

©PXimport

Tip 02: Importeren

Ten eerste moet er een videobestand geïmporteerd worden in OpenShot, bijvoorbeeld van je smartphone, digitale fotocamera of natuurlijk een al even digitale videorecorder. Wel dienen deze films eerst naar de pc overgeheveld te worden. Hiervoor bewandel je de gebruikelijke weg, al dan niet geholpen door bij het apparaat geleverde software. Blader met de Windows Verkenner naar de map waar de videobestanden zijn bewaard. Klik op een bestand en sleep het naar het linker venster – onder Projectbestanden – van OpenShot.

Tip 03: Filmstrip

De clips zijn nu in OpenShot geïmporteerd. Om echt iets aan videobewerking te kunnen doen, sleep je ze – in de gewenste volgorde – naar de tijdlijn onder in beeld. Het maakt verder niet uit in welk ‘spoor’ je de clips achter elkaar zet. Pak dus in principe het bovenste (Spoor 4), anders blijf je mogelijk heen en weer scrollen. Plaats om te beginnen eens twee clips netjes achter en tegen elkaar aan. Vervolgens voegen we meteen even een ‘starteffect’ in de vorm van een zoom-in toe. Klik daarvoor met de rechtermuisknop op het eerste ingevoegde fragment. In het geopende contextmenu klik je Animatie / Begin van fragment / Zoom / Inzoomen (50% naar 100%). Uiteraard kun je ook een van de vele andere beschikbare effecten gebruiken.

©PXimport

Tip 04: Preview

Je kunt het toegevoegde effect direct bekijken. Klik daarvoor onder het preview-paneel op de afspeelknop. Bedenk daarbij dat de preview mogelijk net iets minder vloeiend verloopt dan straks in de uiteindelijke film. In het preview-beeld zie je namelijk live toegepaste effecten. Als je over een wat tragere pc en/of videokaart beschikt, wordt er hier en daar wellicht een beeld (frame) overgeslagen. Naast de afspeel- annex pauzeknop staan er onder de voorbeeldvideo nog een paar knoppen. De meest linkse en rechtse gele exemplaren dienen om snel naar het begin of eind van de content op de filmstrip te springen. De witte ‘dubbele driehoekjes’ zorgen voor vooruit of achteruit spelen. Herhaald op een van deze knopjes klikken zorgt voor versneld afspelen. Te snel? Klik dan op het tegenovergestelde knopje om de zaak weer te vertragen.

Tip 05: Overgang

Een harde overgang tussen clips kan soms mooi zijn, maar vaak ook niet. Zeker niet als beide clips niet helemaal aan elkaar gerelateerd zijn. Wil je een zachtere overgang, dan kun je kiezen uit een scala aan effecten. Klik boven de filmstrook op Overgangen. Vaak zijn de simpelste effecten het mooist, zoals faden. Het zorgt voor een rustige weergave waar de kijker geen hoofdpijn van krijgt. Maar wil je je eens helemaal uitleven, dan kan dat: psychedelische effecten genoeg. Om een overgangseffect tussen twee clips in te stellen, sleep je eerst een effect naar het einde van de eerste clip en vervolgens hetzelfde effect naar het begin van de volgende. Met andere woorden: wil je bijvoorbeeld fade naar zwart maken aan het eind van een clip, dan sleep je het blokje Fade naar het einde van de eerste clip. Sleep dit Fade-effect breder of smaller om het effect te verlengen. Standaard is Fade ingesteld op infaden. Om langzaam naar zwart te faden klik je met de rechter muisknop op het toegevoegde effect in de filmstrip. Klik in het contextmenu op omgekeerde transitie. Sleep nu nogmaals het Fade-effect vanuit het overgangenpaneel naar het opvolgende blok. Sleep het op de gewenste lengte. Deze keer hoef je niet voor een omgekeerde transitie te kiezen, want we willen infaden en dat is het standaardgedrag van dit effect. Het eindresultaat is nu dat het beeld langzaam zwart wordt aan het einde van de eerste clip en het beeld van de opvolgende clip langzaam zichtbaar wordt.

©PXimport

Wil je een zachtere overgang, dan kun je kiezen uit een scala aan effecten.

-

Tip 06: Crossfade

Wil je een echte ‘crossfade’ maken, dan is wat meer creativiteit nodig. Sleep de aansluitende videoclip naar een spoor lager, bijvoorbeeld van Spoor 4 naar Spoor 3. Zorg dat het iets overlapt met de voorgaande clip. Sleep ook het Fade-effect (of een ander) weer naar het begin van deze verhuisde clip. Je hebt nu een prima crossover gemaakt.

Tip 07: Project bewaren

Je hebt nu al aardig wat dingen uitgevoerd in de software. Tijd om het project te bewaren. Klik in het menu Bestand op Project opslaan. Geef je project een naam en bewaar het in een map waar je het terug kunt vinden. Let op: je bewaart nu de film nog niet! Dit is puur de omschrijving van het geheel. Het is dus zaak om te zorgen dat de bronclips in de map blijven staan waarvandaan je ze ook hebt toegevoegd vanuit de Verkenner. Pas als het project helemaal klaar is en je zeker weet dat je niets meer wilt veranderen, kun je de bronbestanden verwijderen of verplaatsen. En dan pas ná het renderen en bewaren van de uiteindelijke video. Komen we straks nog uitgebreid op terug. Verder geldt dat er in de map waar je het projectbestand bewaart, ook een mapje met de naam thumbnail wordt aangemaakt. Ook die map moet je laten staan. Ook als je je project op bijvoorbeeld het bureaublad hebt opgeslagen.

©PXimport

Tip 08: Beter filmen

Deze video-editor is vooral handig voor het inkorten van fragmenten. Vaak zit er namelijk een vreemde beweging aan het begin en einde van een opname uit de losse hand. Gouden tip bij het filmen: zorg voor wat rust aan het begin en het eind van een opname. Ofwel: hou de camera een seconde of drie stil en begin dan pas met bewegen. Dat maakt het achteraf bewerken van de videoclips een stuk makkelijker. Overgangen zien er ook mooier uit bij stilstaand beeld, waarbij de camera niet beweegt. Pannen is bijvoorbeeld heel mooi, maar houd de camera aan het eind van zo’n pan even stil. Direct vanuit een pan overgaan naar een volgend fragment oogt vaak lelijk.

Tip 09: Inkorten

Het inkorten – ook wel ‘trimmen’ genoemd - van een videofragment is eenvoudig. Beweeg je muis naar het begin of einde van een videoblokje op de tijdlijn, tot aan het punt waarop de cursor in twee tegengestelde horizontale pijltjes verandert. Je kunt nu met de linkermuisknop het blok op de gewenste lengte slepen. In het preview-venster zie je precies waar je gaat snijden. Heb je het blok op lengte gesneden en de overbodige zaken verwijderd, dan zul je zien dat een eventueel aanwezig opvolgend blok een stukje verder staat. De ontstane zwartruimte tussen beide blokken is niet goed, die levert namelijk ook een zwart beeld op gedurende die tijd. Schuif alle navolgende (of voorgaande) blokken dan ook weer netjes sluitend. Heb je meerdere blokken inclusief effecten over verschillende sporen verdeeld staan, dan is het zaak om eerst alle te verplaatsen blokken te selecteren. Dat kan door erop de Control-klikken. Sleep vervolgens de hele selectie sluitend. Ook is het mogelijk met de muis een selectiekader om alle te verplaatsen blokken te slepen, net wat je prettiger vindt. Is alles weer netjes aangesloten, dan is de operatie geslaagd.

©PXimport

In eerste instantie heb je het geluid niet nodig: eerst moet het beeld in orde zijn

-

Tip 10: Effecten als laatst

Een heel praktische tip voor videobewerken in OpenShot: plaats eerst alle videofragmenten in de juiste volgorde op de tijdlijn en pas ze in lengte aan. Voeg pas daarna (overgangs)effecten toe. Het maakt dat je minder goed hoeft op te letten bij het verplaatsen van de blokken. En ook loop je niet het risico een precies goed geplaatst (overgangs)effect kapot te maken doordat je het per ongeluk niet hebt geselecteerd.

Tip 11: Audio scheiden

Het is je ongetwijfeld al opgevallen dat er geen geluidsspoor getoond wordt in OpenShot. In eerste instantie heb je dat ook niet nodig: eerst moet het beeld in orde zijn. Het is praktisch om beeld en geluid van elkaar te scheiden. Je kunt dan het beeld en geluid onafhankelijk van elkaar bewerken. Dat regel je door met de rechtermuisknop op een videoclip in de tijdlijn te klikken, en dan in het geopende contextmenu voor Audio Scheiden en Enkele Clip (alle kanalen) te kiezen. Je ziet nu dat er – na even wachten – een nieuw audio-blok direct boven of onder het bijbehorende videoblokje verschijnt. Of het videoblok verplaatst naar een spoor lager of hoger, net wat qua plaatsing beter uitkomt. Voor de duidelijkheid hebben we even een nieuw voorbeeldproject opgezet.

©PXimport

Tip 12: Audio bekijken

Van het langere blok is de audio nu van het beeld gescheiden. Met als gevolg twee op het oog identieke blokjes op de tijdlijn. Maar let op de naamgeving: we zien IMG_1872.MOV en IMG_1872.MOV (alle kanalen). Dat laatste blok met de vermelding alle kanalen is het audioblok. Wil je dat duidelijker maken, klik dan met de rechtermuisknop op het laatstgenoemde geluidsblok en daarna in het geopende contextmenu onder Weergave op Waveform geluid weergeven. Je ziet nu een grafische representatie van het geluidsspoor dat bij de clip hoort.

Tip 13: In- en uitfaden

Nu is OpenShot geen geluidsbewerker; daarvoor moet je uitwijken naar iets als het ook opensource Audacity. Wel beschikt deze video-editor over een paar praktische tools. Zo behoren in- of uitfaden van het geluid tot de mogelijkheden. Klik met de rechtermuisknop op het audioblokje en kijk in het geopende contextmenu onder Volume. Daar tref je volumeopties verdeeld over drie categorieën aan. Onder Begin van Fragment vind je onder meer de infade-optie en onder Einde van fragment de uitfade-optie. Telkens kun je kiezen uit snel of langzaam. Het volume van de hele clip kan verhoogd of verlaagd worden onder Gehele clip. Daar kun je ook kiezen om automatische aan begin en eind respectievelijk een fade-in en fade-out te maken. In principe zijn dit alle tools die je nodig hebt om videogeluid op orde te brengen.

©PXimport

Heb je slecht of oninteressant geluid bij een videoblok, verwijder dat dan

-

Tip 14: Muziek

Muziek toevoegen is heel makkelijk. Sleep een audiobestand (bijvoorbeeld een mp3’tje of flac) naar je Projectbestanden in OpenShot. Sleep vervolgens van daaruit de muziek naar een leeg spoor. Je kunt de audiotrack net als alle andere blokken verplaatsen, trimmen enzovoorts. Heb je bijvoorbeeld slecht of niet interessant geluid bij een bepaald videoblok, dan kun je daarvan het geluid helemaal verwijderen. Scheid geluid en beeld eerst weer en verwijder dan het geluidsblok (selecteren en op Delete drukken). Nu hoor je alleen de achtergrondmuziek. Je ziet het complete plaatje iets hiervoor onder het kopje Audio scheiden.

Tip 15: Exporteren

Is je film klaar, dan moet deze geëxporteerd worden. Klik daarvoor in het menu Bestand op Video exporteren. Vul en bestandsnaam in en kies en map via de knop Bladeren. Om zo compatibel mogelijk te zijn met een scala aan afspeelapparatuur kies je het best achter Doel voor MP4 (h.264). De meeste digitale video- en fotocamera’s filmen in Full HD 1080p (interlaced) met 30 beelden per seconde (fps). Kies daar dan ook voor achter Videoprofiel. Is jouw camera anders ingesteld, dan kan hier gekozen worden uit een lange lijst aan andere settings. Zorg dat achter Kwaliteit de optie Hoog is gekozen. Klik op Video exporteren. Deze klus kan – zeker bij langere video’s – even duren!

©PXimport

▼ Volgende artikel
Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat
Huis

Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat

Capcom heeft eerder deze week een livestream uitgezonden waarin nieuwe beelden werden getoond van het aankomende horrorspel Resident Evil Requiem. Ook werd er meer informatie gegeven over de game.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

Nadat eind vorig jaar al werd aangekondigd dat spelers niet alleen Grace Ashcroft zullen besturen, maar ook Leon S. Kennedy - een bekend gezicht voor mensen die eerdere delen hebben gespeeld - werd er tijdens de livestream uitgebreid gameplay van dit personage getoond.

Twee verschillende hoofdpersonages

Daarbij werd de nadruk gelegd op de verschillende speelstijlen van Leon en Grace. Op verschillende momenten gedurende de game wordt er automatisch tussen deze personages gewisseld, en ze zullen elk compleet andere gameplay bieden.

De segmenten met Leon - onder andere bekend uit Resident Evil 2 en Resident Evil 4 - zijn erg op actievolle schietgevechten gericht. Leon kan daarnaast ook de kelen van vijanden doorsnijden. Hij heeft ook een bijl waarmee hij aanvallen kan afweren. Grace's segmenten zijn juist erg gericht op spanning en horror en draaien vooral om het vermijden van intense gevechten.

Tijdens de livestream werd ook onthuld dat de game niet alleen naar consoles en pc komt, maar dat leden van Nvidia GeForce Now de game ook kunnen spelen. Ook werd er gepraat over de verschillende moeilijkheidsgraden - zo is er een extra makkelijke moeilijkheidsgraad voor mensen die weinig ervaring hebben met dit type spellen.

De complete livestream kan hieronder worden bekeken. In verband met de volwassen inhoud van de livestream kan het mogelijk zijn dat je op de link in de video moet klikken om naar YouTube te gaan en te bewijzen dat je volwassen bent.

Vanaf 27 februari verkrijgbaar

Resident Evil Requiem verschijnt op 27 februari (pre-orderen kan nu al) voor PlayStation 5, Xbox Series X en S, Nintendo Switch 2 en pc. Het is het negende hoofddeel in de horrorserie die al sinds de jaren negentig bestaat. In de loop der jaren is de franchise meermaals flink op de schop gegaan. Zo richtte Resident Evil 4 zich meer op actie, en zijn horrorelementen sinds Resident Evil 7: Biohazard weer teruggekeerd. Resident Evil Requiem lijkt dan ook een combinatie van al deze elementen te gaan bieden.

Op 27 februari zullen overigens ook Resident Evil 7 en Resident Evil Village (het achtste deel) op Nintendo Switch 2 uitkomen. Daarnaast verschijnt Village later deze maand op PlayStation Plus en Xbox Game Pass.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten
© chadchai - stock.adobe.com
Huis

Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten

Je kijkt een spannende serie en opeens bevriest het beeld. Dat bekende draaiende cirkeltje… er zijn weinig dingen zó frustrerend. Gelukkig ligt de oplossing vaak binnen handbereik. De snelheid van je internet hangt namelijk sterk samen met de manier waarop je thuis met je apparatuur omgaat. Door een paar veelgemaakte fouten te vermijden en de juiste techniek te kiezen, merk je vaak direct dat je netwerk stabieler wordt, zonder dat daar een duurder abonnement voor nodig is.

In het kort

In dit artikel lees je welke drie wifi-fouten het vaakst zorgen voor traag internet of haperingen: een onhandige plek voor je router, drukte op 2,4 GHz en verouderde firmware of hardware. Je ziet ook hoe je zelf een rustiger kanaal vindt en wanneer het slim is om te kiezen voor 5 GHz of 6 GHz. Tot slot leggen we uit wat wifi 6 en wifi 7 doen en waarom een netwerkkabel van minimaal cat5e verschil kan maken.

Lees ook: Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Fout 1: De router op de verkeerde plek neerzetten

Een router wint qua looks zelden een schoonheidsprijs. De neiging om het apparaat uit het zicht te plaatsen is daarom groot. Toch is een verkeerde locatie de meest gemaakte fout die je bereik merkbaar (en soms zelfs dramatisch) kan verkleinen.

Dat zit zo.  Je kunt wifi-signalen vergelijken met het licht van een gloeilamp. Als je die lamp in een houten kast of achter een dikke bank zet, blijft de rest van de kamer donker. Obstakels zoals muren, meubels en zelfs grote kamerplanten blokkeren de onzichtbare golven. Vooral metaal en water zijn beruchte boosdoeners; een router naast een aquarium of achter een radiator plaatsen is vragen om problemen.

Ook de hoogte is bepalend. Veel mensen zetten de router op de grond, maar op de grond zit het signaal sneller 'achter' meubels en andere blokkades. Zet het apparaat liever op een kast of boekenplank op ooghoogte voor een vrije weg naar je apparaten.

©ID.nl

Fout 2: Storing door andere apparatuur over het hoofd zien

Je staat er waarschijnlijk niet bij stil, maar veel apparaten in huis gebruiken dezelfde onzichtbare digitale snelweg als je internetverbinding. De magnetron, sommige babyfoons en zelfs de draadloze koptelefoon van de buren vechten om een plekje op de 2,4GHz-band. Ook andere wifi-netwerken in de buurt kunnen voor digitale files zorgen.

De meeste moderne routers ondersteunen gelukkig ook de 5GHz-frequentie. Deze band is veel breder en heeft minder last van andere apparatuur. Het handmatig selecteren van het 5GHz-netwerk levert vaak direct een snelheidswinst op. Heb je een router met wifi 6e of wifi 7, dan kun je soms ook de 6 GHz-band gebruiken. Die is vaak rustiger, maar het bereik is meestal wat kleiner dan bij 5 GHz.

Tip: geef je netwerken duidelijke namen

Veel routers zenden meerdere wifi-netwerken tegelijk uit: 2,4 GHz voor bereik, 5 GHz voor snelheid en soms ook 6 GHz voor extra ruimte in drukke omgevingen. Als al die banden onder één naam vallen, kiest je smartphone of laptop automatisch. Dat gaat vaak goed, maar niet altijd: je toestel kan blijven “plakken” aan 2,4 GHz terwijl 5 GHz op dat moment sneller en stabieler is.

Door je netwerken een herkenbare naam te geven, maak je de keuze simpel. Geef de 2,4 GHz-band bijvoorbeeld de naam thuis-2g, de 5 GHz-band thuis-5g en, als je die hebt, de 6 GHz-band thuis-6g. Dan zie je in één oogopslag welk netwerk je pakt. Zit je ver van de router, dan is 2,4 GHz vaak de veiligste optie. Zit je dichtbij en wil je vooral snelheid, dan ligt 5 GHz of 6 GHz meer voor de hand. Zo kun je bij haperingen of traag internet meteen testen of een andere band het probleem oplost, zonder dat je in instellingen hoeft te graven.

View post on TikTok

Fout 3: Verouderde software en hardware blijven gebruiken

Technologie verandert razendsnel en dat geldt ook voor de beveiliging en snelheid van je netwerk. Veel huishoudens werken nog met de router die ze jaren geleden bij hun eerste abonnement kregen. Deze oude techniek kan de moderne eisen van streaming en videobellen simpelweg niet meer bijbenen. Daarnaast vergeten veel gebruikers om de firmware van hun apparaat te updaten. Fabrikanten brengen deze software-updates uit om prestaties te verbeteren en lekken te dichten. Een verouderd systeem is niet alleen trager, maar ook een makkelijker doelwit voor hackers.


1️⃣2️⃣3️⃣Stappenplan: de beste wifi-kanalen scannen

Als je buren ook allemaal op hetzelfde wifi-kanaal zitten, ontstaat er interferentie. Je kunt dit zelf eenvoudig oplossen door een rustiger kanaal te zoeken.

1) Download een app zoals WiFi Analyzer (Android) of NetSpot (Windows, macOS, Android & iOS).

2) Open de app en bekijk de grafiek van de omgeving. Je ziet hier welke kanalen drukbezet zijn door netwerken in de buurt. Noteer het kanaalnummer dat het minst wordt gebruikt. Vaak zijn kanaal 1, 6 of 11 op de 2,4GHz-band de beste keuzes.

3) Log in op de webinterface van je router via je browser (meestal via een adres als 192.168.1.1). Zoek naar de draadloze instellingen en wijzig het kanaal van 'Automatisch' naar het door jou gekozen nummer. Sla de instellingen op en test of je verbinding stabieler aanvoelt.

Het verschil tussen wifi 6 en wifi 7

Sta je op het punt om een nieuwe router of laptop te kopen? Dan kom je de termen wifi 6 en wifi 7 tegen. Wifi 6 was een grote stap vooruit omdat het beter omgaat met veel apparaten tegelijk op één netwerk. Het zorgt voor een efficiëntere verdeling van de data. Wifi 7 is de allernieuwste standaard en gaat nog een flinke stap verder. Het maakt gebruik van extreem brede kanalen en kan verbinding maken via meerdere frequenties tegelijkertijd. Dit wordt Multi-Link Operation genoemd. Hierdoor is de vertraging merkbaar lager en kun je hogere snelheden halen, vooral op korte afstand en met geschikte apparaten. Voor een gemiddeld huishouden is wifi 6 momenteel een uitstekende keuze, terwijl wifi 7 echt voor de toekomst is gebouwd.

Heel belangrijk: de juiste bekabeling

Draadloos internet begint voor de meeste mensen bij een kabel: heb je een los modem en een losse router, dan vormt de kabel ertussen de basis. Gebruik je hier een oude kabel, dan wordt de snelheid al beperkt voordat het signaal de lucht in gaat. Controleer of er Cat 5e, Cat6 of Cat6a op de kabel staat, dan zit je meestal goed. Cat5 haalt soms maar 100 Mbps door kwaliteit/afmontage. Heb je cat5 liggen? Vervang dat dan in ieder geval door cat5e; dat is een veilige keuze voor gigabit. Een kleine investering in een kwalitatieve netwerkkabel kan een wereld van verschil maken voor de uiteindelijke wifi-snelheid op je telefoon.

Slechte wifi? Oplossen is makkelijker dan je denkt

Alles bij elkaar komt goed wifi minder neer op toeval dan veel mensen denken. Met een slimme plek voor je router, een rustige frequentie en actuele software haal je vaak al verrassend veel winst. Combineer dat met een fatsoenlijke netwerkkabel en je voorkomt dat de dat de verbinding al beperkt wordt voordat het signaal draadloos wordt verspreid. Door deze stappen een voor een toe te passen, los je de meest voorkomende wifi-problemen op zonder dat een duurder internetabonnement nodig is, en maak je van een haperende verbinding weer een stabiele basis voor alles wat je online doet.

Consumenten testen: TP-Link Deco BE25 WiFi 7 mesh set

Op Review.nl, het testplatform waarop consumenten nieuwe technologie uitproberen en hun bevindingen delen, krijgt de TP-Link Deco BE25, een router met dualband wifi 7,  een stevige 8,7 op Review.nl. En dat betekent iets: want omdat op Review.nl producten getest worden door een panel van echte gebruikers, zie je hoe iets in een normaal huishouden presteert.

Wat opvalt is hoe vaak testers terugkomen op de snelheid en stabiliteit. De overstap naar wifi 7 levert volgens veel gebruikers merkbaar meer rust in het netwerk op, vooral in huizen waar voorheen op zolder, in de tuin of achterin de woonkamer nauwelijks een bruikbaar signaal was. De Deco BE25 vult dat soort gaten zichtbaar op. Apparaten blijven stabiel verbonden, streamen gaat zonder haperingen en ook gamers merken volgens de testers dat de latency laag blijft. Wie een gigabitverbinding heeft, ziet die snelheid nu ook daadwerkelijk terug op plekken waar dat eerst niet haalbaar was.

Een tweede punt dat veel lof krijgt, is de installatie. De meeste testers spreken over een proces van enkele minuten. De app begeleidt je stap voor stap, herkent automatisch de nieuwe units en geeft advies over de beste plek voor elk wifipunt. Daardoor voelt het hele systeem toegankelijk, ook voor wie zichzelf niet technisch vindt. Eenmaal ingesteld blijkt het netwerk bovendien weinig onderhoud nodig te hebben: de app verdeelt verkeer slim, laat je apparaten prioriteren en biedt opties voor gastnetwerken en ouderlijk toezicht.

Het ontwerp en de functionaliteit leveren wel discussie op. Een deel van de testers vindt de units wat groot en mist montageopties of extra ethernetpoorten. Ook melden sommige gebruikers dat smartphones niet altijd direct naar het dichtstbijzijnde wifipunt schakelen. Toch wordt dat in de meeste reviews gezien als een detail naast de verbeterde dekking en het gemak van dagelijks gebruik.

Alles bij elkaar laat het testpanel zien dat de Deco BE25 vooral scoort op prestaties waar consumenten echt iets van merken: hogere snelheden, betere dekking en een probleemloos installatieproces. Voor veel huishoudens voelt het als een upgrade die een onrustig wifi-netwerk verandert in een betrouwbaar en snel geheel.