ID.nl logo
Huis

Vast internet via 4G op Fritz!Box-router

Heb je (tijdelijk) geen vast internet of is de verbinding niet stabiel, dan kan 4G een prima back-up zijn. Dat kun je bereiken door bijvoorbeeld een smartphone op je router aan te sluiten, of door een aparte 4G-router te plaatsen met zijn eigen wifi-netwerk. Vast internet via 4G dus, hoe stel je dat in?

Er is niets zo vervelend als een haperende internetverbinding. Woon je op een plek met goede mobiele dekking, dan kan mobiel internet uitstekend dienstdoen als back-up. Ook als je nog wacht op een vaste internetaansluiting, bijvoorbeeld na een verhuizing, is het handig om tijdelijk terug te kunnen vallen op mobiel internet. Veel routers geven je die mogelijkheid. We nemen de bekende AVM Fritz!Box 7490 hier als uitgangspunt.

Deze router wordt onder meer door Xs4all geïnstalleerd als je dsl of glasvezel afneemt. Zoals bij veel routers kun je een 4G-usb-dongle op een van de usb-poorten aansluiten. De internetverbinding van die dongle kun je direct activeren maar ook gebruiken als back-up, voor als vast internet wegvalt. Heb je geen dongle maar wel een oude smartphone? Op diverse uitvoeringen van de Fritz!Box kun je daarmee hetzelfde bereiken. Ideaal als je nog een oud toestel in de kast hebt liggen.

Lees ook: Zo stel je een mobiele hotspot in op iOS en Android

4G-dongle of smartphone aansluiten

Om een 4G-usb-dongle of smartphone te gebruiken voor internet is het verstandig de Fritz!Box eerst van de laatste firmware te voorzien. Voor een smartphone is het natuurlijk belangrijk dat deze usb-tethering ondersteunt. Dit kun je via de instellingen nagaan. Bij Samsung ga je hiervoor naar onderdeel Tethering en Mobiele hotspot. Om het in te schakelen moet je de smartphone eerst aansluiten op een vrije usb-poort van de Fritz!Box. Daarna activeer je op de smartphone de usb-tethering. Ga hierna met een browser naar de gebruikersinterface van de Fritz!Box. Die bereik je doorgaans via http://fritz.box.

In het menu Internet zie je nu de optie Mobile Communications. Hier kun je ervoor kiezen om de internetverbinding via usb-tethering te laten lopen. Heb je internet via dsl dan kun je er ook voor kiezen om usb-tethering pas te gebruiken als de dsl-verbinding wegvalt. Als de verbinding terugkomt en langer dan 30 minuten stabiel is wordt automatisch weer overgeschakeld naar dsl. Op plekken met goed mobiel bereik is de snelheid via 4G vergelijkbaar of zelfs beter dan via dsl. Helaas is zo’n optie er niet voor internet via glasvezel, hoewel haperingen hier minder vaak voorkomen.

©PXimport

Fritz!Box 6820 LTE installeren

AVM heeft met de Fritz!Box 6820 LTE ook een router die specifiek is ontwikkeld voor 4G. Het werkt zelfstandig en is dus niet specifiek een back-up voor de vaste verbinding, al kun je het daar natuurlijk wel prima voor gebruiken. Je kunt het neerzetten waar je maar wilt, liefst op een plek met goed bereik. Valt het bereik toch tegen, dan kun je er helaas geen externe antenne op aansluiten. Aan de onderkant vind je een slot voor een normale simkaart.

Voor een micro- of nano-simkaart heb je een adapter nodig die helaas niet is meegeleverd. De voeding gaat via een 220v-netadapter. Een usb-aansluiting zou het apparaat wat flexibeler hebben gemaakt. Gebruik op een boot of in de auto wordt nu lastig terwijl het energieverbruik er laag genoeg voor is, tot zo’n 12 watt. Het apparaat heeft één gigabit-ethernetpoort voor bijvoorbeeld een pc, eventueel uit te breiden met een switch.

Je zult apparaten waarschijnlijk vooral met wifi verbinden. Dat is helaas beperkt tot de 2,4GHz-band. Wel biedt het apparaat de 802.11n-standaard voor snelheden tot 450 Mbit/s.

De 6820 LTE is in een handomdraai in gebruik te nemen. Je maakt vanaf een laptop verbinding met het wifi-netwerk, waarbij je de netwerksleutel gebruikt die op de sticker onderop het apparaat staat. Vervolgens kun je de gebruikersinterface openen met een browser op 192.168.178.1. Die lijkt overigens sterk op die van de gewone Fritz!box en ook veel functies komen overeen.

©PXimport

Voor de internetverbinding is het een kwestie van het kiezen van je provider gevolgd door het invoeren van een eventuele pincode. Zelf moesten we overigens wel eerst een firmware-update uitvoeren om ook T-Mobile te kunnen kiezen en te laten werken. Met de oudere firmware en handmatige instellingen lukte dat niet. Op de voorkant van de router geven drie led’s de signaalsterkte aan. Onder het kopje Internet vind je bij LTE Information uitgebreide details over de mobiele verbinding.

Gastnetwerk

De 6820 LTE geeft je veel extra opties. Zo kun je via vpn verbinding met je netwerk thuis maken. Ook kun je het apparaat op afstand configureren, handig als je de router bijvoorbeeld in je vakantiehuis hebt geplaatst. In die situatie kun je bijvoorbeeld ook een gescheiden wifi-netwerk voor gasten opzetten, handig als je het huisje af en toe verhuurt en niet wilt dat gasten andere apparaten in je netwerk kunnen benaderen.

Om het te activeren ga je naar Guest Access in het onderdeel Wireless. Je kunt hier een aparte netwerknaam (ssid) voor het gastnetwerk instellen en wat extra opties. Zo kun je gasten bijvoorbeeld omleiden naar een portaal. Je kunt hier een eigen draai aan geven met een persoonlijke tekst of gebruiksvoorwaarden en een afbeelding of logo.

Gasten krijgen standaard het toegangsprofiel Guest. Door dit toegangsprofiel te bewerken kun je nog meer beperkingen instellen. Hiervoor ga je naar Internet / Filters / Access Profiles. Denk bijvoorbeeld aan het beperken van de toegangstijden of blokkeren van bepaalde websites of applicaties (zoals BitTorrent).

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.