Tienduizend stappen per dag

Wie wil voldoen aan de norm voor gezond bewegen, moet zo’n tienduizend stappen per dag te zetten. Hoe meet je dat het best?
Wearables zijn populair om ons activiteitenpatroon te meten. Maar doen ze het ook goed? Het Quantified Self Institute (QSI) van de Hanzehogeschool Groningen houdt dat al sinds 2012 in de gaten. Dit voorjaar publiceerde het team van Dr. Martijn de Groot de resultaten van een nieuw onderzoek, naar de prestaties van tien wearables voor het tellen van stappen.
Wat kwam er uit de test?
“Dat de accuraatheid van de meters afhangt van de snelheid waarmee je loopt. We hebben 31 mensen, zowel mannen als vrouwen, gevraagd om te wandelen op een loopband in het laboratorium. We telden handmatig hun stappen. Daarnaast droegen de proefpersonen tien verschillende wearables tegelijk: drie smartwatches om hun linkerpols, drie armbanden om hun rechterpols, een tracker aan hun enkel en twee trackers aan hun broekriem. En dan hadden ze ook nog eens een smartphone in een broekzak zitten waarop een beweegapp was geïnstalleerd.
Bij een matige wandelsnelheid van 3,2 km/ uur bleken twee armbanden het best te presteren: de Fitbit Charge HR en de Garmin Vivosmart. Bij een gemiddelde wandelsnelheid van 4,8 km/uur scoorde de Vivosmart opnieuw goed, net als de Apple Watch Sport. Bij een flinke wandelpas van 6,4 km/uur bleken de drie smartwatches het meest accuraat te meten. Het best scoorde de Apple Watch Sport, op de voet gevolgd door de Pebble Smartwatch en de Samsung Gear S.”
Waarin verschillen trackers van elkaar?
“Alle trackers werken in hoofdzaak hetzelfde: er zit een bewegingssensor in die de versnelling in drie richtingen meet. Bij elke beweging moet de software besluiten of er al dan niet sprake is geweest van een stap. Sommige tellers zijn daarbij wat strenger afgesteld dan andere. Goede berekeningen vragen echter veel rekenkracht. Daardoor presteren trackers met een lange batterijduur en veel processorkracht meestal beter. Ook helpt het wanneer er aan de tracker een smartphone gekoppeld is. Dan heb je niet alleen een extra meetpunt, maar kan de software bovendien draaien op de krachtige smartphone-processor.
Over het algemeen is de romp de beste plek om stappen te tellen. De pols is minder geschikt, omdat een armzwaai lang niet altijd betekent dat je aan het lopen bent. Smartwatches en slimme armbanden proberen dat soort armbewegingen eruit te filteren door bijvoorbeeld te letten op het ritme of het aantal aaneengesloten armzwaaien. Ook smartphones zijn niet ideaal om je activiteitenpatroon in kaart te brengen. Dat komt doordat mensen een smartphone niet voortdurend op hun lichaam dragen. Hoogstens in een broekzak, maar daar kan de telefoon weer gemakkelijk verschuiven.”
Welke wearable raadt u aan?
“De duurdere trackers van bekende merken zijn meestal toch het beste. Maar de allerbeste prijs-kwaliteit verhouding heeft nog altijd de Fitbit ZIP. Dat is een goede stappenteller van ruim veertig euro. In de supermarkt zijn vaak heel goedkope apparaatjes te koop. We laten die regelmatig testen door studenten. Dan blijkt eigenlijk altijd dat z’n goedkoop apparaatje een erg hoge foutenmarge heeft, van minimaal tien procent.”
Wat gaat u hierna testen?
“Ik zou graag weer een grote nieuwe studie doen van activiteitentrackers die niet alleen stappen tellen, maar ook bijvoorbeeld kunnen meten of we zitten, staan of lopen. En daarnaast zou ik graag wearables onderzoeken voor gezondheidsmetingen, zoals slaap, hartslag of ademhaling.”
Foto door Wouter Brem.



