ID.nl logo
Programmeren in Python met ChatGPT - Deel 1
© Generative ART - stock.adobe.com
Huis

Programmeren in Python met ChatGPT - Deel 1

ChatGPT is een handige tool van OpenAI waaraan je allerlei vragen kunt stellen. Maar het is ook mogelijk om de slimme chatbot in je eigen programma’s in te zetten. In deze nieuwe reeks leren we je hoe je ChatGPT in Python gebruikt en zo teksten samenvat, informatie uit teksten haalt, teksten vertaalt of een eigen chatbot creëert.

In dit eerste deel zetten we alles op om ChatGPT in Python te kunnen gebruiken en zetten we de eerste stappen:

  • Eerst installeren we Python en Visual Studio Code
  • Dan regelen we de API-toegang
  • En dan gaan we aan de slag met onze eerste prompts

Lees ook: Haal betere resultaten uit ChatGPT met slimme prompts

ChatGPT is een chatbot met uitgebreide mogelijkheden. Je geeft instructies in een tekstvenster en krijgt een antwoord terug. Je kunt zelfs een hele conversatie voeren en extra vragen stellen. De tool is ontwikkeld door OpenAI en getraind op een grote dataset van teksten.

De dienst is gratis uit te proberen, maar je moet er wel voor aanmelden. Bezoek hiervoor de OpenAI-website en klik op Sign up. Voer een e-mailadres en een wachtwoord in, of meld je aan met een bestaand account bij Google, Microsoft of Apple. OpenAI stuurt een e-mail naar je opgegeven adres; klik op de link om je e-mailadres te bevestigen. Daarna vul je je naam en een mobiel telefoonnummer in. OpenAI stuurt een zescijferige code via sms naar je telefoon, die je op de website invoert om je account aan te maken.

Je bent nu aangemeld op de website, die vanaf nu ook te openen is via de pagina https://chat.openai.com. Je krijgt enkele voorbeelden te zien van vragen die je kunt stellen en een overzicht van de mogelijkheden en beperkingen. In het tekstveld onderaan begin je een conversatie met ChatGPT. Maar daarover gaat deze workshop niet, want we gaan die conversaties in onze eigen software integreren. Dat kan met hetzelfde account die je voor de website hebt aangemaakt.

Op de website van ChatGPT voer je eenvoudig conversaties met de chatbot.

Python installeren

In deze reeks van vijf workshops gaan we de mogelijkheden van ChatGPT gebruiken in onze eigen programma’s, die we schrijven in de programmeertaal Python. In macOS en Linux is Python al standaard geïnstalleerd. In Windows ga je naar de downloadpagina van Python en installeer je de nieuwste Python-versie.

Start het gedownloade installatieprogramma. In het installatievenster vink je Add python.exe to PATH aan. De optie Use admin privileges when installing py.exe staat standaard ook aangevinkt. Als dat niet hoeft, omdat je alleen met je huidige gebruikersaccount Python wilt gebruiken, zet dit dan gerust uit. Klik daarna bovenaan op Install Now. Klik in de laatste stap op Close. Na de installatie open je de Opdrachtprompt en typ je het volgende in om te testen of Windows de Python-opdracht herkent:

python --version

Je zou nu het versienummer van de geïnstalleerde Python te zien moeten krijgen.

Installeer Python en voeg python.exe aan je pad toe.

Visual Studio Code

Om je programma’s te schrijven heb je een code-editor nodig. In deze workshop gebruiken we Visual Studio Code, een gratis en uitbreidbare code-editor van Microsoft die zowel op Windows, macOS als Linux draait. Klik links op de website op de blauwe knop Download for Windows - Stable Build. Wanneer de download is voltooid, voer je het installatieprogramma uit. Je kunt in de eerste stap een taal kiezen, maar helaas geen Nederlands. Accepteer de licentieovereenkomst en vink eventueel optionele acties aan.

Nadat je Visual Studio Code geopend hebt, klik je in de linkerzijbalk op het icoontje met de blokjes of je drukt op Ctrl+Shift+X om de Extensions Marketplace te openen. Installeer daar de uitbreiding Python van Microsoft. Deze zal je helpen met het schrijven van Python-code en maakt gebruik van de Python-installatie uit de vorige stap om je code uit te voeren.

Installeer de Python-uitbreiding in Visual Studio Code.

API-toegang

Om nu vanuit onze eigen Python-code toegang tot ChatGPT te krijgen, moeten we eerst een API-sleutel aanvragen. API staat voor Application Programming Interface en is een set afspraken waarmee ons programma de diensten van OpenAI kan gebruiken. Elke keer dat we ChatGPT willen gebruiken in ons programma, moeten we die sleutel meegeven.

Meld je met je OpenAI-account aan op https://platform.openai.com en klik rechts bovenaan op je profiel. In het menu dat verschijnt, klik je op View API keys. Klik dan op Create new secret key, vul een naam in voor je sleutel en klik op Create secret key. Je krijgt dan je sleutel te zien, een lange reeks tekens.

Kopieer de sleutel en gebruik hem in de volgende paragraaf van deze workshop. Let op: nadat je op Done hebt geklikt, krijg je de sleutel nooit meer te zien; ben je de sleutel kwijt, dan moet je een nieuwe aanmaken.

Nieuwe accounts krijgen een klein bedrag gratis voor gebruik van de OpenAI-API. Nadien moet je in Billing betaalgegevens invullen.

Maak een API-sleutel aan bij OpenAI.

Python-code

Klik nu in Visual Studio Code op File / New File… / Python File. Plaats hierin de volgende Python-code:

Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.

Met import openai importeren we de Python-module die OpenAI aanbiedt om de API te gebruiken. Tussen de aanhalingstekens na API_KEY plak je je eigen API-sleutel. DEFAULT_MODEL verwijst naar het taalmodel dat we willen gebruiken. Zie het kader ‘GPT-4’ als je het nieuwere taalmodel van ChatGPT wilt gebruiken.

Daarna maken we een hulpfunctie om gemakkelijker met de OpenAI-API te werken. Aan die functie geven we een prompt door (dat is de vraag die je stelt) en een optioneel model. De functie creëert dan een completion en haalt hieruit het resultaat. Op die manier kunnen we eenvoudig een prompt aan de functie doorgeven en het resultaat met print op de opdrachtregel tonen, zoals je in de laatste drie regels van dit Python-script ziet.

GPT-4 In deze workshopreeks maken we gebruik van GPT-3.5, het taalmodel dat ChatGPT standaard aanbiedt. Er is nog een betere versie, GPT-4. Op de website van ChatGPT krijg je hier toegang tot wanneer je een ChatGPT Plus-abonnement hebt (dat kost ca. 23 euro per maand), zij het met een beperking op het aantal boodschappen per uur.

Maar dat account staat los van de toegang tot GPT-4 via de OpenAI-API. Hiervoor moet je je inschrijven op een wachtlijst. Wanneer je toegelaten bent, kun je in de OpenAI-API GPT-4 gebruiken door in je Python-code het model gpt-3.5-turbo te vervangen door gpt-4.

Let op: het gebruik van GPT-4 kost je een factor tien meer dan dat van GPT-3.5. Bekijk zeker de pagina met prijzen van OpenAI en bezoek regelmatig de pagina Usage in je OpenAI-profiel. Voor de zekerheid kun je ook een gebruikslimiet instellen.

Stel in voor hoeveel geld per maand je de API kunt gebruiken.

Eerste API-gebruik

Sla het codebestand uit de vorige paragraaf in Visual Studio Code op met Ctrl+S en geef het een naam. Klik dan op Terminal / New Terminal, waarna er onder je code een nieuw deelvenster opent met een opdrachtprompt. Typ hierin de volgende opdracht om de OpenAI-module voor Python te installeren:

pip install openai

Klik na de installatie rechts bovenaan op het afspeelknopje (het driehoekje met als je er met je muis boven blijft hangen de tooltip Run Python File). Als alles goed gaat, krijg je nu in de terminal een antwoord op de vraag die je in de variabele prompt in je code hebt gezet.

Onze eerste Python-code die van ChatGPT gebruikmaakt.

Tokens

Een belangrijk concept bij gebruik van de OpenAI-API zijn tokens. Een token is een vaak voorkomende opeenvolging van tekens, zoals letters, cijfers of leestekens. Hier kun je zelf zien uit welke tokens een ingevoerde tekst bestaat.

Het taalmodel produceert token na token, gebaseerd op de kans dat ze na de vorige tokens komen. Een token kan een volledig woord of een deel van een woord zijn. Voor Engelse tekst komen 100 tokens ruwweg met 75 woorden overeen. Standaard genereert ChatGPT en dus ook ons Python-script een antwoord met zoveel tokens als er nodig zijn, maar je kunt dit inperken door de parameter max_tokens toe te voegen. De aanroep van openai.ChatCompletion.create ziet er dan als volgt uit:

Dat aantal tokens is belangrijk, omdat je voor het gebruik van OpenAI-API betaalt per token. Voor veelvuldig geautomatiseerd gebruik van de API kan het dus de moeite zijn om een maximum aantal tokens in te stellen. Overigens levert dit wel vaak een antwoord op dat bruusk afgebroken is.

Heel wat woorden worden gecodeerd als één token. Andere bestaan uit meerdere tokens.

Parameters

Als je het Python-script uitvoert, zul je merken dat het altijd hetzelfde antwoord geeft. Dat is omdat we de parameter temperature de waarde 0 gegeven hebben. Je kunt deze parameter een waarde van 0 tot 2 geven, waarbij 0 betekent dat het antwoord elke keer hetzelfde is en hogere waardes een willekeuriger antwoord opleveren. Als je de waarde niet instelt, staat ze op 1, wat redelijk wat variatie tot gevolg geeft. Probeer het effect van de parameter maar eens uit door de parameter temperature in je code enkele andere waarden te geven en je script meerdere keren uit te voeren.

Twee andere parameters (die we hier niet hebben gebruikt) zijn presence_penalty en frequency_penalty. Beide hebben een standaardwaarde 0 en kunnen variëren van -2 tot 2. Met een positieve presence_penalty verlaag je de kans dat al gebruikte tokens nog eens in de tekst voorkomen. Dat verhoogt de kans dat het model over nieuwe onderwerpen begint. Met een positieve frequency_penalty wordt de kans dat een token gebruikt wordt verlaagd naarmate hij al vaker is gebruikt. Dat verlaagt dus concreet de kans dat het model een zin letterlijk herhaalt.

In de praktijk pas je deze twee parameters niet zo vaak aan. Ze zijn wel nuttig als je merkt dat het model voor specifieke vragen wat repetitieve antwoorden geeft. Probeer dan beide parameters eens op een waarde tussen 0,1 en 1 te zetten om die herhaling wat te verminderen.

Met temperatuur 1 geeft ons Python-script altijd een iets verschillend antwoord op dezelfde vraag.

Maak je prompts specifieker

Net zoals bij het gebruik van ChatGPT op de website zijn de resultaten bij het gebruik van de API bruikbaarder wanneer je je prompts zo specifiek mogelijk maakt. Een eerste tip is dat je gewoon aangeeft hoe lang de tekst moet zijn. Bijvoorbeeld met de volgende prompt:

prompt = "Beschrijf het magazine Computer Idee in maximum 50 woorden"

Dat geeft doorgaans een beter resultaat dan de parameter max_tokens, omdat de tekst dan tenminste niet bruusk wordt afgekapt. Maar omdat het taalmodel geen woorden kan tellen en intern met tokens werkt, kan de opgegeven limiet weleens overschreden worden. Je moet dit dus altijd nog zelf testen als de opgegeven limiet belangrijk is. Toon bijvoorbeeld het aantal woorden in de uitvoer met de volgende regel op het einde van het Python-bestand:

print("Aantal woorden:", len(response.split(" ")))

Vraag om een specifiek format

Een andere manier om je prompts specifieker te maken, is dat je het taalmodel vraagt om zijn antwoord in een specifiek format te geven. Bijvoorbeeld met:

Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.

Met de drie aanhalingstekens maken we een multi-line-string in Python aan, waardoor we eenvoudig een prompt over meerdere regels kunnen spreiden voor wat meer overzicht. En het antwoord van ons script is nu ook kernachtiger en duidelijker.

Vraag het taalmodel om zijn antwoord in een specifiek format te formuleren.

Vermijd hallucinaties

Taalmodellen hebben de neiging om antwoorden te verzinnen als ze kennis missen over je vraag. Stel je bijvoorbeeld de vraag om het magazine Computer Power te beschrijven (dat niet bestaat!), dan verzint ons script een Belgisch tijdschrift met die naam. Deze neiging noemen we ‘hallucinaties’ en je moet hier altijd beducht op zijn, ook bij het gebruik van ChatGPT op de website.

Je kunt die neiging wel wat afzwakken door in je prompt expliciet te zeggen wat het taalmodel moet doen als het niet voldoende informatie heeft:

prompt = "Beschrijf het magazine Computer Power in maximum 50 woorden. Als je niets over het magazine weet, zeg dit dan."

Daarop antwoordt ons script dat het dit magazine niet kent, maar dat het waarschijnlijk over computers en technologie gaat.

Meer informatie

Wil je meer weten over het gebruik van de OpenAI-API, lees dan de ‘API reference’ op de website van OpenAI, en dan specifiek die van ChatCompletion. Hier vind je meer informatie over de verschillende parameters.

En wil je meer leren over hoe je het meeste uit de taalmodellen haalt met de juiste prompts, bekijk dan zeker het webinar ChatGPT Prompt Engineering for Developers van DeepLearning.AI, dat we hebben geraadpleegd bij het schrijven van deze workshopreeks.

De OpenAI-API is uitgebreid gedocumenteerd, inclusief voorbeelden van het gebruik in Python en Node.js.

Andere programmeertalen In deze workshopreeks gaan we aan de slag met de OpenAI-API in Python, maar OpenAI biedt naast zijn Python-module ook een officiële bibliotheek voor Node.js (JavaScript) aan op de pakketbeheerder npm. Die is vergelijkbaar met de Python-module die we in dit artikel introduceren. Dus als je liever in JavaScript programmeert, zou je deze workshopreeks met wat kleine aanpassingen ook moeten kunnen volgen.

Daarnaast zijn er ook allerlei bibliotheken voor andere talen ontwikkeld door derden. Dus als je graag in C# programmeert, in Java of in Swift, kun je zeker ook gebruikmaken van de OpenAI-API. In de documentatie van OpenAI staat een lijst van bibliotheken die de API gebruiken.

Volgende week maandag het tweede deel van deze reeks! We gaan hierin de kennis uit dit eerste deel toepassen om teksten te laten samenvatten door een taalmodel.

Vervolg: Deel 2: Programmeren in Python met ChatGPT

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.