ID.nl logo
PB Tails Choc-controller heeft een fundamenteel probleem
© Reshift Digital
Huis

PB Tails Choc-controller heeft een fundamenteel probleem

De Choc is een bluetoothcontroller van gamestartup PB Tails. Dat bedrijf werd in 2020 opgericht en bracht onder meer verschillende controlleraccessoires uit. Met de Choc waagt de fabrikant zich na een succesvolle href="https://www.kickstarter.com/projects/pbtails2021/pb-tails-wireless-gaming-controller">Kickstartercampagne</a> aan een eigen controller, waar ruim zes maanden aan gewerkt is. PB Tails noemt haar controller revolutionair, omdat het “esthetiek en functionaliteit combineert”. Mooie woorden ten spijt heeft de Choc een fundamenteel probleem.

De PB Tails Choc combineert scherpe hoeken, rechte lijnen en opvallende, maar aangename kleurenschema’s voor een opmerkelijk, retro-futuristisch design. Ondanks het feit dat de Choc te koppelen is aan een Nintendo Switch, smartphone én computer, is vrij duidelijk dat de Switch leidend was in de doelgroep. Dat zie je aan de analoge sticks, die eenzelfde uitstraling en bewegelijkheid hebben als die op de Joy-Cons van Nintendo. Ook merk je het aan de vier actieknoppen aan de rechterkant (A, B, X en Y), die eveneens correct overgenomen zijn.

©PXimport

De plus- en minkoppen, evenals de thuisknop en de knop voor het maken van screenshots en video’s, bevestigen dat idee des te meer. PB Tails pakt het op het gebied van de vierpuntdruktoets, de plaatsing van de analoge sticks en de schouderknoppen bovenop wel anders aan. De vierpuntdruktoets zit linksboven van de linker analoge stick en voelt glad en glibberig aan. Ondanks het feit dat je de knop niet ver hoeft in te drukken, geeft de vierpuntdruktoets je niet altijd het vertrouwen dat de input geregistreerd wordt. Zeker voor vechtspellen kan zoiets funest zijn.

Comfortabele gamehouding?

De plaatsing van de analoge sticks is fijn. Je duimen rusten op een ontspannen manier en de bediening voelt heel intuïtief en natuurlijk. Daarin doen ze niet onder voor de analoge sticks op de Joy-Cons van Nintendo. We zijn bovendien geen problemen met drifting tegengekomen, een groot pluspunt. De vier schouderknoppen zijn met twee vingers te bedienen. Door het hexagonale design van de PB Tails Choc vallen je wijsvingers precies in de juiste hoek. Toegegeven: het is even wennen om zodoende de schouderknoppen te bedienen, maar binnen enkele potjes heb je de bediening onder de knie.

©PXimport

Aanvankelijk geeft de controller het idee een comfortabel alternatief te zijn voor iedereen met een Nintendo Switch, de console waar de gamepad voornamelijk op getest is. Maar in die ervaring ontstaan helaas snel scheuren en komt er een fundamenteel probleem bovendrijven: je kunt er niet lekker mee gamen. Natuurlijk is het zo dat een controller bij iedereen anders in de hand ligt. Daarom hebben we ook mensen uit de directe omgeving ingeschakeld, op zoek naar extra ervaringen. Iedereen concludeert eigenlijk hetzelfde: het is een cool ogende controller, maar het design zit hem in de weg.

Knoppen te dicht op elkaar

De vier actieknoppen aan de rechterkant zitten namelijk te dicht op de rand. Daardoor zit je duim vaak in een oncomfortabele positie. Drie van de vijf knoppen in het midden, gepresenteerd in een V-vorm, zijn bovendien moeilijk bereikbaar zonder je hand fysiek te verplaatsen. In veel gevallen raak je de analoge sticks aan die te dicht op die knoppen gepositioneerd zijn. Wil je bijvoorbeeld de Turbo-knop gebruiken, dan moet je je hand optillen en met je duim een boog maken, want anders kom je er niet goed bij. Dit is een geval vorm boven functie en dat werkt de Choc tegen.

©PXimport

Omdat de Choc zo dun en smal is, kun je je ringvingers en pinken niet lekker kwijt. Ze zitten een beetje in de weg. Het is best zonde dat dergelijke problemen aan het licht komen, want de PB Tails Choc heeft mooie eigenschappen. Denk aan bewegingsgevoelige bediening en goed waarneembare force feedback. Bovendien kun je met de controller je Switch activeren, wat de Pro 2 van 8bitdo bijvoorbeeld niet kan. Installeren is ook zo gedaan: je koppelt de controller met een usb-c-kabel in je Nintendo Switch, waarna hij meteen geregistreerd staat op het systeem.

Voor wie is de controller?

Als je op een Nintendo Switch gamet, dan heb je automatisch controllers bij je in de vorm van de Joy-Cons, die beschikken over alle benodigde functies. Met een Switch Grip tover je die Joy-Cons bovendien om in een volwaardige controller. Dan kun je beter de Grip meenemen wanneer je op zoek bent naar een compacte controller voor onderweg. De Joy-Cons hebben ook een betere accuduur: zij gaan tot twintig uur mee, waar de Choc na ongeveer vijftien uur opnieuw opgeladen moet worden. Het enige wat doorslaggevend kan zijn, is de prijs. Omgerekend komt die neer op zo’n veertig euro, exclusief verzendkosten. 

©PXimport

Gamers die wel eens spellen spelen op een smartphone of laptop en die apparaten meenemen op reis, kunnen hun voordeel wellicht nog halen uit de compacte factor van de PB Tails Choc. De fabrikant levert namelijk standaard een kleine case (inclusief usb-c-kabel) mee waar je hem in opbergt. Het pakketje neemt weinig ruimte in beslag en kan uitkomst binnen voor mensen die onderweg gamen. Maar dat is een te kleine usercase en zeer specifieke situatie, die bovendien de minpunten niet laten verdwijnen. Zelfs voor dit bedrag kun je Choc beter laten liggen.

Ondermaats
Conclusie

De PB Tails Choc-controller heeft een aantal fijne eigenschappen: de plaatsing en het gebruik van de analoge sticks, de relatief lage prijs en het feit dat je de Nintendo Switch ermee aanzet. Maar de oncomfortabele houding voor je handen speelt de accessoire parten. Dat komt onder meer door de plaatsing van de knoppen, evenals het design van de controller.

Plus- en minpunten
  • Tof uiterlijk, analoge knuppels, Switch-bediening, prijs, meegeleverde case
  • Vierpuntdruktoetsbediening, plaatsing knoppen, te smal voor comfort, geen toegevoegde waarde ten opzichte van Joy-Cons, design zit vaak in de weg
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.