ID.nl logo
Navigatiesatellieten bekijken op Android en iOS
© Reshift Digital
Huis

Navigatiesatellieten bekijken op Android en iOS

Er hangen inmiddels diverse satellietgroepen aan navigatiehulpmiddelen in ’t oneindig zwerk. Natuurlijk is er het aloude Amerikaanse GPS, en alweer een flinke tijd doen ook de Russen mee met hun Glonass. De EU is gestaag onderweg met het afronden van Galileo en China heeft z’n Beidou. Zelfs Japan heeft een eigen setje navigatiesatellieten gelanceerd, maar vooralsnog zijn die vooral voor de eigen regio interessant. Onder zowel Android als iOS kun je checken welke satellieten gebruikt worden voor plaatsbepaling!

De meeste meer recente smartphones en met regelmaat ook tablets beschikken over een ingebouwde ‘GPS-ontvanger’. Waarbij geldt dat die term de lading eigenlijk allang niet meer dekt. De meeste van die navigatie-chips ondersteunen namelijk tenminste ook Glonass en steeds vaker ook Galileo. Zeker in China gefabriceerde toestellen hebben daarnaast standaard ook Beidou aan boord. Nu lijkt dat zo op het eerste gezicht wellicht een beetje teveel van het goede. Want of je je locatie nou met de ene of de andere set satellieten bepaalt: who cares? Toch is dat niet het geval. Zeker in dichtbebouwde gebieden ontstaan al snel vervelende reflecties die tot onnauwkeurigheden leiden. Of satellieten van een bepaald systeem verdwijnen even helemaal uit het zicht. Als je dan net een alternatief wél kunt oppikken blijf je heel precies je plek in de wereld weten.

Geplande onnauwkeurigheid

Een ander probleem is dat GPS oorspronkelijk voor Amerikaanse defensie-toepassingen is ontwikkeld. Er zit standaard zelfs een klein beetje onnauwkeurigheid ingebouwd, al merk je daar als gemiddelde gebruiker weinig tot niks van. Als professionele gebruiker zit je daar niet op te wachten, zij kunnen dan weer abonnementen afsluiten om de volledige nauwkeurigheid van GPS te ontsluiten. Maar ook dan lopen ze nog altijd risico’s. Want de VS kan bewust de nauwkeurigheid naar wens verlagen. Bijvoorbeeld in een oorlogssituatie of bij (al dan niet verwachte) terroristische aanslagen. Zodat ‘de tegenpartij’ ineens niet meer weet waar ie is. Alleen vervelend dat daardoor ook niet-vijanden zoals burgerluchtvaart, weggebruikers en veel meer de weg kwijtraken. Kan vervelende gevolgen hebben. Precies daarom heeft de EU het Galileo-project opgezet, dat nagenoeg afgerond is inmiddels. Ook de Russen wilden graag een van GPS onafhankelijk systeem. En zo ben jij dan als nederig eindgebruiker in burger weer verzekerd van navigatie in meer barre tijden.

Blijft wel de vraag welke satellieten jouw telefoon of tablet gebruikt voor het navigeren. Voor Android kun je dan de app Satellite Check eens installeren. De app herkent – mits de nabvigatie-chip in je hardware het ondersteunt – alle voorkomende navigatiesatellieten. Daaronder ook het meer recente IRNSS dat door India wordt ontwikkeld voor regionaal gebruik aldaar. 

©PXimport

Satellite Check is kosteloos, maar in dat geval wel voorzien van advertenties. Die zijn afkoopbaar via een bescheiden in-app aankoop, mocht je dat willen. Tik in het hoofdmenu eerst eens op Satellite Map. Je ziet nu een grafische weergave van alle ontvangen en gebruikte satellieten voor het bepalen van de positie. Linksboven in beeld staat een legenda. Uit ons voorbeeld valt te constateren dat satellieten van GPS, Glonass, Galileo en Beidou in gebruik zijn. Om grondig te verdwalen moet je met dit apparaat dus vrij veel moeite doen.

Wil je meer weten over de signaalsterkte, tik dan onder in beeld op het naar links gerichte driehoekje en dan linksboven op de knop met de drie streepjes. Het hoofdmenu verschijnt weer, tik hierin op Satellite Graph. In de grafiek die daarop opent zie je live de in gebruik zijnde satellieten en de bijbehorende signaalsterkte. Waarbij vanzelfsprekend geldt: hoe meer hoe beter. Zie je hier bijvoorbeeld weinig satellieten en allen met een lage signaalsterkte, dan moet je een andere plek zoeken om een nauwkeuriger positiebepaling te verkrijgen. Inmiddels zijn we qua gevoeligheid van de in smartphones en tablets gebruikte apparaten overigens zo ver, dat je vaak ook binnenshuis nog wel wat satellieten oppikt. Dat was een jaar of wat geleden nog vrijwel ondenkbaar!

©CIDimport

Atoomklok

Een laatste aardige feature van Satellite Check is de mogelijkheid om de tijd die de satelliet(en) aan boord hebben weer te geven. Die hebben stuk voor stuk een extreem nauwkeurige atoomklok aan boord (anders zou positieberekening onmogelijk zijn) die je dus ook kunt gebruiken voor het achterhalen van de precieze tijd. Dat kan handig zijn als je al weken zonder internetverbinding – waarmee je telefoon normaliter de tijd synchroniseert – in de jungle zit, bijvoorbeeld. De klok krijg je te zien door een paar keer – afhankelijk van het scherm waarin je verkeert – op de naar links gerichte driehoek onderin beeld te tikken.

©CIDimport

Gebruikers van iOS komen er ten opzichte van hun Android-medemensen wat bekaaid af. Apple geeft app-ontwikkelaars namelijk geen gedetailleerde toegang tot gegevens uit de navigatie-ontvangstchip. Zo kom je er in iOS en iPadOS dus nooit precies achter welke satellieten in gebruik zijn en wat de signaalsterkte van hetgeen in gebruik is blijft ook in ’t ongewisse. Het past bij de strategie van het bedrijf om alle ‘overbodige’ technische rompslomp achter de schermen te houden. Enerzijds begrijpelijk, maar in specifieke gevallen als deze soms jammer. Wel zijn er apps die wat informatie over de ontvangen locatiegegevens tonen, maar dingen als grafieken zijn altijd fake moet je hierbij bedenken. Toch komt een app als GPS Status & Toolbox nog van pas. Behalve dat je locatie wordt getoond, wordt ook de nauwkeurigheid in meters aangegeven. Dát is een getal dat goed van pas komt om te bepalen of je misschien op zoek moet naar een betere ontvangstplek. 

©CIDimport

Ook is verder de live met de kompasrichting meedraaiende satellietgrafiek handig om te zien waar ‘iets’ staat wat een goede ontvangst eventueel blokkeert. Let wel: deze grafiek en de erop getoonde satellieten geeft alleen aan welke satellieten op een bepaald moment van de dag mogelijk bruikbaar zijn. Niet wat er daadwerkelijk in gebruik is!

Concluderend kunnen we stellen dat Android de ‘betere cijfers’ krijgt voor het (kunnen) tonen van meer technische cijfertjes aangaande in gebruik zijnde navigatiesatellieten. De ware liefhebbers kunnen op dat systeem een hoop extra informatie zien die je in iOS nooit te zien zult krijgen. Of de gemiddelde iOS-gebruiker die gegevens vervolgens echt mist is dan ook weer de vraag…

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.