ID.nl logo
Logitech Slim Folio - Beter dan Apple’s eigen toetsenbord
© Reshift Digital
Huis

Logitech Slim Folio - Beter dan Apple’s eigen toetsenbord

Wil je meer met een iPad doen dan alleen filmpjes kijken of browsen, dan ga je snel een echt toetsenbord missen. Die maakt Apple voor de iPad Air en iPad Pro en sinds vorig jaar ook voor de gewone iPad. Die toetsenborden werken via de Smart Connector op de iPad (Pro) maar andere partijen zoals Logitech maken al veel langer iPad-toetsenborden die via bluetooth verbinden. De Logitech Slim Folio combineert zo’n bluetooth toetsenbord met een stevige case.

Voordeel van Apple’s eigen Smart Connector (drie puntjes aan de zijkant of achterkant van een iPad) is dat de energie van de iPad komt en het aangesloten accessoire geen eigen stroomvoorziening hoeft te hebben. Dat scheelt weer ruimte en kosten. Klinkt goed maar die Smart Connector is niet populair bij accessoire-fabrikanten. Alleen Apple maakt er nog toetsenborden voor. Sinds Bluetooth LE is het probleem van de eigen stroomvoorziening ook niet zo groot, vooral bij toetsenborden die sowieso amper stroom verbruiken. De Logitech Slim Folio wordt gevoed door twee 3V CR2032 knoopcellen die tot twee jaar mee moeten gaan. Dat is volgens Logitech bij elke dag twee uur typen. Mochten ze eerder leeg zijn, geen probleem. Binnen een minuut heb je er twee verse knoopcellen in gestopt.

©PXimport

Gefixeerde kijkhoek

Je kunt de Slim Folio in drie standen gebruiken. Natuurlijk de ‘tikstand’ waarbij het scherm onder een hoek van 58 graden staat. Dat is wat aan de steile kant maar prima bruikbaar op een tafel of bureau. Op schoot is het ook nog net te doen maar liever wil je het scherm dan wat platter leggen of de kijkhoek traploos aan kunnen passen. Dat kan niet en is het grootste gemis van de Slim Folio.

Er is ook een ‘tekenstand’, dan leg je het scherm plat op het toetsenbord. Prima bruikbaar maar de iPad is dan wat minder gefixeeerd. Je hoeft niet bang te zijn dat je per ongeluk knoppen van het toetsenbord indrukt. In de ligstand is het toetsenbord uitgeschakeld dus het kost geen stroom en je krijgt geen pagina’s vol met onbedoelde toetsaanslagen.

©PXimport

Stevig in vorm en gewicht

De derde stand noemt Logitech de ‘leesstand’. Die is wat mij betreft onbruikbaar omdat de Slim Folio best lomp en zwaar is. Hij weegt net zoveel als de iPad zelf dus om het toetsenbord dan om te klappen en het geheel als een boek vast te houden is geen pretje. Dan kun je de iPad beter uit de case halen. Wat dat betreft is het Smart Keyboard van Apple een stuk handiger, die trek je zo los van de iPad. Overigens past de 8e generatie iPad (2020) perfect in de Slim Folio-versie voor de 7e generatie (iPad 2019).

©PXimport

Goed beschermd en lekker tikken

Groot voordeel van de robuuste case is de goede bescherming en het toetsenbordje tikt werkelijk zalig. De Logitech Slim Folio heeft veruit het lekkerste toetsenbord voor een iPad en het is een wereld van verschil met Apple’s eigen Smart Keyboard. Een boek of roman erop schrijven is misschien wat te ambitieus maar lange stukken tikken is geen enkel probleem.

©PXimport

Conclusie

De Logitech Folio Slim is zeker gezien zijn prijs een interessante optie om je iPad goed te beschermen én fatsoenlijk te kunnen tikken. Je maakt er echt een compact werkpaard van en je kunt je pennetje ook nog eens kwijt. De officiële prijs van de Slim Folio is 100 euro, die van de Smart Keyboard 180 euro. De 80 euro extra (bijna het dubbele bedrag dus!) die Apple voor haar Smart Keyboard vraagt zou ik mooi in mijn zak houden.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** € 79,95 **Batterij** 2x CR2032 **Afmetingen** 25,7 x 18,5 × 2,2 cm **Gewicht** 495 gram

Plus- en minpunten
  • Houder voor pen
  • Lange accuduur
  • Stevige case
  • Geweldig toetsenbord
  • Geen US layout beschikbaar
  • iPad wordt er vrij lomp van
  • Kijkhoek niet verstelbaar
▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos