ID.nl logo
Koopgids routers
© Reshift Digital
Huis

Koopgids routers

Heb je een internetverbinding, dan heb je ook een router. Een moderne router is niet alleen het hart van je thuisnetwerk, maar verzorgt ook de draadloze dekking in huis. De router die je van je internetprovider krijgt, is zeker op draadloos gebied lang niet altijd het meest ideale apparaat. Waar moet je op letten als je een nieuwe router wilt kopen?

Heb je een internetverbinding, dan heb je ook een router. Een moderne router is niet alleen het hart van je thuisnetwerk, maar verzorgt ook de draadloze dekking in huis. De router die je van je internetprovider krijgt, is zeker op draadloos gebied lang niet altijd het meest ideale apparaat. Waar moet je op letten als je een nieuwe router wilt kopen?

Wat is een router?

©PXimport

De router is het middelpunt van je thuisnetwerk en regelt de verbinding tussen jouw thuisnetwerk en het internet. Thuis is de router doorgaans gecombineerd met een wifi-acesspoint, we noemen dit ook wel een draadloze router. Van je internetprovider krijg je vaak een draadloze router waar ook een modem in verwerkt is, een modem-router. Je kunt de router van je internetprovider gebruiken als basis voor je thuisnetwerk, maar meestal wordt je dan beperkt in je mogelijkheden. Wil je controle over alle instellingen, dan heb je een eigen router nodig. Soms kunt je de router van je internetprovider vervangen, maar meestal kan dit vanwege de modemfunctionaliteit niet en sluit je een eigen router op de modem-router van de internetprovider aan. 

Wat heb je nodig?

©PXimport

Routers zijn in allerlei varianten te koop. Koop dus niet zomaar de eerste router die je in een winkel tegenkomt, want de kans is groot dat het apparaat niet optimaal aansluit bij jouw wensen en eisen. Stel daarom een wensenlijstje op waaraan je router moet voldoen. Uiteraard zijn de specificaties belangrijk: deze bepalen voor een groot gedeelte wat de router kan. Een belangrijke eerste schifting kun je maken op basis van de snelheid van de netwerkaansluitingen. Let erop of de router is voorzien van gigabit-netwerkpoorten (1000 Mbit/s). Hoewel routers met langzamere fast ethernet-poorten (100 Mbit/s) een zeldzame verschijning beginnen te worden, kom je ze nog wel tegen.

Sommige routers hebben naast de netwerkaansluitingen ook één of meerdere usb-poorten. Die kun je gebruiken om een externe harde schijf te delen met je netwerk, waardoor je de router kunt inzetten als een simpele nas. Vervolgens is de draadloze standaard die de router ondersteunt belangrijk. Een aantal jaar geleden was 802.11n de courante standaard en je kunt dergelijke routers nog steeds kopen. Je kunt echter beter een 802.11ac-router kopen.

Snel, sneller snelst?

©PXimport

Met die keuze voor een 802.11ac-router ben je er niet, want ac-routers zijn in ingedeeld in verschillende snelheidsklassen. Waar we begonnen met AC1750- en AC1900-routers, kun je tegenwoordig al AC5400-routers kopen. In beginsel betekent een hoger getal meer snelheid, maar dat betekent niet dat je zonder meer de snelste router moet kopen. Zeker omdat de snelste routers een stuk duurder zijn dan bijvoorbeeld AC1900-routers die ook nog gewoon te koop zijn. Afhankelijk van je gebruiksdoel is het de vraag of je het snelheidsverschil echt merkt.

Het is namelijk niet zo dat een AC5300-router in de praktijk bijvoorbeeld meer dan twee keer zo snel is als een AC1900-router. Sterker nog: waarschijnlijk merk je bij een beperkt aantal clients het verschil niet eens. Een getal als AC5300 drukt namelijk de totale snelheid van de router uit waarbij de snelheid van alle radio’s bij elkaar zijn opgeteld. Wil je weten wat het exacte verschil tussen bijvoorbeeld AC1900 en AC5300 is? Wij hebben alle getallen ontleed. De meeste routers hebben twee of drie radio’s terwijl je client maar met één radio tegelijkertijd verbinding maakt. De ‘snelste’ routers hebben dan ook vooral nut als je heel veel apparaten tegelijkertijd wilt gebruiken. Voor de meeste gebruikers is een AC1900-router al snel genoeg.

Extra veiligheid

Je router is letterlijk het middelpunt van je netwerk. Tegelijkertijd worden er door bijvoorbeeld de opkomst van smarthome-apparatuur steeds meer apparaten in het thuisnetwerk gehangen waarvan je niet direct weet wat voor informatie gedeeld wordt. Routerfabrikanten springen hier op in door beveiligingsmogelijkheden in hun routers te bouwen. TP-Link en ASUS kiezen ervoor om samen te werken met antivirusfabrikant Trend Micro. Daarnaast gebeurt ook het omgekeerde: traditionele beveiligingsfabrikanten als Norton en F-Secure brengen hun producten juist in de vorm van een eigen router naar het thuisnetwerk. Welke router er ook gekozen wordt: veiligheid en toezicht wordt één van de belangrijkste thema’s op routergebied de komende tijd.

Instellen en optimaliseren

Heb je eenmaal de perfecte router gevonden, dan wil je natuurlijk wel alles uit je apparaat halen. Het optimaliseren van je router doe je via de webinterface waar je een groot aantal instellingen kunt aanpassen. Overigens kun je steeds meer routers ook (deels) instellen met behulp van een app voor je smartphone. Sommige wifi-mesh-systemen, waaronder TP-Links Deco M5 en Google Wifi, kun je zelfs alleen met een app configureren. In de webinterface kun je de draadloze instellingen optimaliseren. Niet alleen stel je een eigen netwerknaam in, je kunt ook het gebruikte kanaal veranderen als blijkt dat de router zelf niet het meest optimale kanaal kiest.

Mesh: op zoek naar perfecte dekking

©PXimport

Steeds vaker blijkt één draadloze router niet genoeg te zijn om overal in huis draadloze dekking te hebben. Een nieuw type router, het zogenoemde wifi-mesh-systeem, biedt uitkomst. In plaats van één router krijg je bij aanschaf van een wifi-mesh-systeem meerdere wifi-toegangspunten. De hoofdrouter sluit je net als iedere andere router met een kabel aan op je modem(router) van je internetprovider. De extra wifi-toegangspunten maken draadloos verbinding met de hoofdrouter en breiden de draadloze dekking uit. Je koopt een wifi-mesh-systeem doorgaans in een pakket met twee of drie wifi-toegangspunten waarmee je heel je huis van dekking kunt voorzien. 

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos