ID.nl logo
Inscryption - Duister kaartspel met een twist
© Reshift Digital
Huis

Inscryption - Duister kaartspel met een twist

‘Subverting expectations’, oftewel het spelen met je verwachtingen, is waar ontwikkelaar Daniel Mullins zijn brood mee verdient. Fans van zijn eerdere werk (Pony Island, The Hex) weten dus al precies dat hun verwachtingen niet worden waargemaakt. Al hadden ze dat dus al verwacht.

Dat geldt trouwens niet voor iedereen: op het Steam-forum van zijn nieuwe game Inscryption zijn meerdere klagende spelers te vinden, die ontevreden zijn omdat de game niet is wat ze werd voorgespiegeld. Wie geen onderzoek doet naar de ontwikkelaar en de trailer met zijn ogen dicht bekijkt, zou naar aanleiding van de Steam-pagina en zijn tags zomaar kunnen denken dat dit inderdaad een ‘gewone’ roguelike deckbuilding escaperoom is.

En dat is het ook, tot op zekere hoogte. Je begint de game aan een tafel in een duistere blokhut, met tegenover je een grimmig figuur die je dwingt tot een potje kaarten. Hij vouwt een routekaart voor je uit die doet denken aan Slay the Spire, waarbij je kiest welke gebeurtenis je tegemoet wilt lopen. Denk aan het uitzoeken van nieuwe kaarten voor je deck, ze speciale krachten meegeven, een gevecht met een vreemde baas of een kampvuur om bij uit te rusten.

©PXimport

Kaartje leggen

Het kaartspel zelf is simpel, maar zit verrassend stevig in elkaar. Beide spelers hebben vier lege vlakken voor zich, waar ze allerlei figuren uit het dierenrijk op kunnen spelen. Beesten als wolven, slangen en beren vereisen wel een offer om op tafel te kunnen verschijnen. Je begint daarom meestal met een eekhoorn, die je opoffert voor één bloeddruppel waarmee je bijvoorbeeld een hert kunt spelen.

Aan het eind van je beurt vallen al je dieren het vakje tegenover zich aan. Als daar niemand staat om te verdedigen, gaat de schade direct naar je tegenstander op een weegschaal. Een interessant concept: het gaat er niet om hoeveel schade je in totaal doet, maar om het helemaal laten zakken van de weegschaal. Bij 0-5 heb je gewonnen, maar het kan uiteindelijk ook zomaar 20-25 worden.

Al die kaarten hebben verschillende vaardigheden en gedurende het spel worden er steeds meer regels toegevoegd. Vogels vliegen over je verdediging heen, haaien zwemmen onder water als je niet aan de beurt bent en egels prikken terug als ze worden aangevallen. De bonte verzameling beesten resulteert in een tactisch spel, waar je echt even voor moet gaan zitten om het onder de knie te krijgen.

©PXimport

Diepere laag

Is dat alles? Nee: je kunt ook nog van de speeltafel opstaan om die duistere blokhut te verkennen. De kleine ruimte zit vol met puzzels en vreemde voorwerpen, en een deur waar constant een licht achter knippert. Wat zit er in die koekoeksklok? En hoe maak je de lades van die kast open? Zal iets in deze kamer je helpen om te ontsnappen aan die creep met zijn rare kaartspel?

Is dat dan wel alles? Nee, nog steeds niet! Je krijgt al snel de indruk dat er hier nog veel meer aan de hand is wanneer de kaarten in je deck tegen je beginnen te praten. Inscryption zit vol met twists en rare afslagen, maar het zou zonde zijn om alles in een recensie te verklappen. En ook onnodig: als je Daniel Mullins al kent, dan weet je dat deze game nog veel meer in petto heeft.

©PXimport

Verwacht het onverwachte

Dat is ook een beetje waar de schoen wringt: dat verbijsterende en verontrustende gevoel van de eerste keer dat je Pony Island speelde, is niet meer na te bootsen. Het is natuurlijk ook een onmogelijke opgave voor Mullins. Hoe verras je een speler die al verwacht om verrast te worden? Het helpt daarbij niet dat hij een aantal trucjes uit zijn vorige games hier weer herhaalt.

Op die paar herhalingen na zijn Mullins en zijn team wel weer een oeverloze bron van creativiteit. Op het moment van schrijven loopt er zelfs een heuse ARG, waarbij spelers uit de community de laatste geheimen van de game proberen te ontrafelen door allerlei puzzels in de echte wereld op te lossen. Twee van hen hadden uiteindelijk zelfs een ontmoeting met Mullins, die hen vervolgens een floppydisk met een hint overhandigde.

Ook als je je daar niet bij aan wilt sluiten, lukt het Inscryption om je meerdere keren op het verkeerde been te zetten. De diepere lagen zijn bijzonder leuk om te volgen, waarbij de game steeds dieper in zijn eigen creepy sfeertje duikt. Nogmaals: we willen niks verklappen, maar de game is niet bang om zeer vreemde keuzes te maken. Ze pakken niet allemaal even goed uit, maar ze zijn in ieder geval wel onverwacht, en dat is al heel knap.

Hoe boeiend het ook is om al die twists te ervaren, uiteindelijk blijft het eerste gedeelte van de game wel het meest beklijven. De opbouw naar het mysterie was leuker dan de ontrafeling ervan, al is het wel een reis die zeer de moeite waard is. Na het verhaal van een uurtje of tien ben je in ieder geval volledig van de kaart.

Inscryption is nu verkrijgbaar op pc.

Uitstekend
Conclusie

Ontwikkelaar Daniel Mullins is terug met een vreemde meta-game over kaartspellen, games in het algemeen en de verwachtingen van spelers. Het lukt hem wonderbaarlijk genoeg weer om ons compleet te verrassen, al is de verrassing daar wel een beetje vanaf.

Plus- en minpunten
  • Daadwerkelijk boeiend kaartspel, bizarre twists en verrassingen, enge sfeer, boordevol creativiteit
  • Eerste deel is het leukst, het is geen verrassing meer dat je verrast gaat worden
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.