ID.nl logo
Embedded Linux: Dit OS infiltreert al je apparaten
© Reshift Digital
Huis

Embedded Linux: Dit OS infiltreert al je apparaten

De kans is groot dat je zonder dat je het weet thuis talloze apparaten met Linux hebt draaien. Je internetmodem, je draadloos toegangspunt, je nas, je smart-tv en zelfs je smartphone, ze draaien allemaal vaak ‘embedded Linux’. Hoog tijd om hier eens uitgebreid bij stil te staan.

Niet alle computers zijn dozen onder je bureau of laptops op je schoot. Heel wat computers maken onderdeel uit van een groter systeem, zien er niet als een computer uit en zitten vaak verborgen. We spreken dan van een ‘embedded system’, of in het Nederlands ingebed systeem / geïntegreerd systeem.

Enkele voorbeelden maken duidelijk waar het om gaat. Een barcodescanner in de supermarkt, allerlei controlesystemen in fabrieken, de motorbesturing in je auto, je magnetron thuis, je internetmodem, je draadloos toegangspunt, je nas, maar ook alle ‘slimme’ apparaten zoals smartphones, smartwatches, smart-tv’s en de tegenwoordig zo populaire IoT-apparaten (Internet of Things) zijn embedded systems.

De essentie van een embedded system is dat het om een combinatie van hardware en software gaat die samen een product met een specifieke taak vormen. Net zoals een ‘personal computer’ heeft een embedded system invoer en uitvoer, maar in tegenstelling tot een toetsenbord en scherm is dat vaak iets toepassingsspecifieks, zoals sensoren en actuatoren (bijvoorbeeld een motor).

Wat is embedded Linux?

Als we over Linux spreken, bedoelen we meestal het hele besturingssysteem, terwijl Linux strikt gezien alleen de kernel is. Zo ook met embedded Linux: meestal wordt met die term het hele besturingssysteem bedoeld dat op het apparaat draait. Vaak is het een op maat gemaakt Linux-besturingssysteem of een embedded Linux-distributie die specifiek ontworpen is voor embedded systems.

Linus Torvalds begon aan de ontwikkeling van zijn Linux-kernel omdat hij een GNU-besturingssysteem op zijn pc wilde draaien, maar ondertussen ondersteunt de kernel ook vele andere platforms. Er bestaat niet zoiets als een embedded Linux-kernel. Er is één broncode van de Linux-kernel, en die draait op alle mogelijke systemen, van smartphones tot supercomputers. Het enige verschil is dat je specifieke opties of modules tijdens het compileren van de kernel in- of uitschakelt, afhankelijk van wat je nodig hebt, en drivers toevoegt voor specifieke hardware.

Ook tussen embedded systems bestaan er grote verschillen. Een Raspberry Pi, die je ook als een embedded system kunt beschouwen als je er een product mee maakt, is heel wat krachtiger dan je internetmodem. De Linux-kernel heeft in beide systemen waarschijnlijk een heel andere configuratie.

©PXimport

Waarom zou een ontwikkelaar van een embedded system Linux gebruiken? Een van de voordelen noemden we al: de Linux-kernel is uiterst modulair en configureerbaar, waardoor je een kernel kunt compileren die geoptimaliseerd is voor je toepassing. Zeker op embedded systems met een zwakke processor en/of een beperkte hoeveelheid RAM en opslagruimte is dat heel handig: je verwijdert eenvoudig alle ballast.

Die modulariteit en configureerbaarheid zie je ook in het hele besturingssysteem. Een Linux-distributie is een samenraapsel van de kernel, een C-bibliotheek, bestandssysteem en allerlei software. Voor elk van die componenten kun je keuzes maken om je Linux-systeem op maat van je toepassing te ontwikkelen. Zo wordt de C-bibliotheek glibc in veel embedded systems vervangen door het lichtere uClibc en allerlei Unix-opdrachten door BusyBox.

Veel vrijheid

De meeste software die je nodig hebt om een embedded Linux-systeem op te bouwen, is opensource. Dat betekent dat de broncode beschikbaar is onder een vrije licentie zoals de (L)GPL of BSD-licentie. Je hoeft dus helemaal niets te betalen, een licentie te kopen of je te registreren voor een demo om het systeem te evalueren: je kunt er als ontwikkelaar van een embedded system onmiddellijk mee aan de slag. Dat wil overigens niet zeggen dat alles mag. Je dient je nog altijd aan de licentievoorwaarden te houden.

Doordat je toegang tot de broncode hebt en de licentievoorwaarden redelijk vrij zijn, hang je voor embedded Linux niet van één leverancier af. Als je dus een embedded system met behulp van Linux wilt ontwikkelen, heb je de keuze uit talloze leveranciers. Die verkopen je geen software (want die is vrij beschikbaar), maar leveren wel ondersteuning en maatwerk zoals het ontwikkelen van drivers of toevoegen van ondersteuning voor specifieke processoren.

Als je niet meer tevreden bent over één leverancier, kun je bovendien eenvoudig naar een andere overschakelen. Heb je voldoende expertise in huis, dan kun je zelfs besluiten om de integratie van de software die je nodig hebt volledig zelf te doen en je Linux-systeem dus zelf op te bouwen. Dat is een enorm verschil met bedrijfseigen embedded besturingssystemen, waarbij je volledig afhankelijk bent van de leverancier.

Hardware- en softwareondersteuning

De hardwareondersteuning van Linux is immens. De kernel ondersteunt niet alleen de x86-architectuur van onze pc’s, maar ook ARM (gebruikt in veel smartphones, IoT-apparaten en de Raspberry Pi), MIPS, PowerPC en het nieuwe RISC-V. Ondersteuning voor een nieuwe processorarchitectuur of specifieke processor toevoegen, heet ‘porten’ (porting in het Engels). Het voordeel van Linux is: zodra iemand de kernel en wat andere software onder de motorkap, zoals de C-library en de compiler, naar een nieuwe architectuur of processor geport heeft, hoef je zelf dat werk niet meer te doen.

Er draait ook heel veel (opensource-)software op Linux. Voor zowat alle mogelijke netwerkfunctionaliteit bijvoorbeeld bestaat er wel software die op embedded Linux draait. Bovendien werkt software die op één processorarchitectuur draait normaal ook probleemloos op een andere: de meeste Linux-software is immers heel ‘portable’. Schakel je als ontwikkelaar over van één processor naar een andere, dan hoef je je aan de softwarekant doorgaans niet veel zorgen te maken over die overstap.

©PXimport

Hoewel de Raspberry Pi strikt gezien geen embedded system is, geeft de gpio-header van het processorbordje je wel talloze mogelijkheden om sensoren, leds, motorcontrollers en allerlei andere hardware aan te sluiten. Het resultaat kan een (heel krachtig) embedded system zijn. Tegenwoordig is de eerste kennismaking van velen met embedded Linux dan ook de Raspberry Pi. Je installeert dan Raspbian Lite, een minimale Linux-distributie gebaseerd op Debian. Daarop installeer je vervolgens een van de vele beschikbare programma’s of je programmeert je eigen software, bijvoorbeeld in Python.

Draai je Raspbian op je Raspberry Pi en sluit je een toetsenbord, muis en beeldscherm aan, dan is het mogelijk om er een desktopsysteem van te maken, zeker met de Raspberry Pi 4. Maar de flexibiliteit van het computerbordje komt pas tot zijn recht als je het als embedded system inzet. En er bestaan ook gespecialiseerde besturingssystemen zoals LibreELEC, waarmee je van je Raspberry Pi een mediaspeler maakt.

Embedded Linux updaten

Een echt embedded system dient eigenlijk onzichtbaar te zijn. De eindgebruiker hoort er geen omkijken naar te hebben. Belangrijk daarvoor zijn ota-updates (‘over-the-air’): het systeem krijgt dan automatisch updates die beveiligingslekken en andere fouten dichten.

Bij een klassieke Linux-distributie zoals Raspbian werkt dat anders. Daar dien je zelf expliciet op updates te controleren en de beschikbare updates te installeren, met de commando’s sudo apt update en sudo apt upgrade. Er bestaan wel oplossingen om dat te automatiseren (onder Raspbian installeer je er een met sudo apt install unattended-upgrades), maar Debians pakketbeheerder apt mist een belangrijke eigenschap: atomiciteit.

Een update zou ofwel uitgevoerd moeten worden ofwel niet, maar niet half. Als je apt in Raspbian uitvoert (al dan niet automatisch), loop je altijd het risico dat een update om welke reden dan ook (bijvoorbeeld een tijdelijke netwerkstoring) maar half uitgevoerd is. Het besturingssysteem bevindt zich dan in een ongedefinieerde toestand en je embedded system werkt mogelijk niet meer.

Eén oplossing voor ota-updates van embedded Linux-systemen is Mender. Hiermee draai je een managementserver (of maak je gebruik van de managementserver van het bedrijf Mender), die via het netwerk updates naar je embedded systems verstuurt.

©PXimport

Een update wordt niet onmiddellijk in het draaiende systeem geïnstalleerd. Je embedded system heeft bij deze aanpak namelijk twee systeempartities: een actieve en een passieve.

De actieve systeempartitie bevat het besturingssysteem dat momenteel draait. Updates worden in de passieve systeempartitie geïnstalleerd, en daarna herstart je systeem. Als de update mislukt blijkt te zijn, draait het systeem die volledig terug en blijf je de huidige actieve systeempartitie gebruiken. Als de update lukt, wordt de passieve systeempartitie actief gemaakt en gebruik je dus de partitie met updates. Mender is een opensource-oplossing en ondersteunt meer dan 30 processorbordjes, onder andere de Raspberry Pi met Raspbian.

Ubuntu Core en Yocto Project

Canonical biedt met Ubuntu Core een andere oplossing: een minimale Linux-distributie met atomaire updates. Ubuntu Core draait op de Raspberry Pi 2 of 3, Intel Joule, Qualcomm Dragonboard, Nvidia Jetson en nog enkele andere processorbordjes. Alle software wordt in de vorm van ‘snaps’ verdeeld. Een snap is een programma met alle bijbehorende softwarebibliotheken, afgescheiden van andere snaps om compatibiliteitsproblemen te vermijden. Als je een snap updatet, gebeurt dat atomair: bij een mislukte update wordt er niets geïnstalleerd en blijf je gewoon de vorige versie gebruiken. Elke snap draait bovendien in een eigen ‘sandbox’, wat de beveiliging ten goede komt.

Die atomaire updates gelden niet alleen voor de software, maar ook voor de kernel en het besturingssysteem. Als er bij een update iets misloopt, draait het systeem die automatisch terug naar de laatste werkende toestand. Op de achtergrond werkt dat net zoals bij Menders oplossing ook met een actieve en passieve systeempartitie. Ubuntu Core installeert updates overigens automatisch. Dankzij de atomaire updates is dat niet zo’n groot risico als bij een klassieke pakketbeheerder.

©PXimport

Maar het belangrijkste project in de wereld van embedded Linux is geen embedded Linux-distributie, maar software waarmee je zo’n distributie kunt maken: Yocto Project. Dit project van de Linux Foundation biedt een framework aan om zelf je eigen embedded Linux-distributie te bouwen.

Yocto Project wordt relatief veel gebruikt in de embedded wereld en de IoT-industrie. Het ondersteunt Intel/AMD, ARM, MIPS en PowerPC en biedt een referentiedistributie, Poky, die als voorbeeld dient voor een minimaal embedded Linux-systeem dat je naar wens kunt aanpassen. De ontwikkeling doe je rechtstreeks op een Linux-desktop, of op Windows en macOS via de ontwikkelomgeving CROPS die gebruikmaakt van Docker. Er is ook een webgebaseerde interface, Toaster, voor basisfunctionaliteit. Maar als je echt aan de slag wilt met Yocto, zul je moeten gaan programmeren.

Linux op je router

De beste manier om kennis te maken met een embedded system dat niet zo krachtig is als een Raspberry Pi, is waarschijnlijk het installeren van Linux op een router. OpenWrt en DD-WRT zijn de populairste Linux-gebaseerde besturingssystemen voor draadloze routers en toegangspunten. Je moet dan wel een ondersteund model hebben: zowel OpenWrt als DD-WRT bieden een lijst van apparaten aan. Hou er ook rekening mee dat OpenWrt 19.07 de laatste versie is die nog apparaten met slechts 4 MB flash en 32 MB RAM ondersteunt.

Krijgt je draadloze toegangspunt geen updates meer van de leverancier, dan kun je de levensduur in veel gevallen nog verlengen door een van deze opensourcebesturingssystemen te installeren. Met wat geluk kun je gewoon een firmware-image downloaden en via de webinterface van het standaard besturingssysteem van je toegangspunt installeren, maar in andere gevallen verloopt de installatie omslachtiger. Bij sommige modellen dien je zelfs de behuizing open te doen en pinnetjes op het moederbord te solderen om een seriële kabel aan te sluiten. De wiki’s van OpenWrt en DD-WRT bieden gelukkig voor elk ondersteund model installatie-instructies.

Apparaatspecifieke aanpassingen

Dat je voor elk model specifieke installatie-instructies dient te volgen, komt doordat er voor embedded systems – in tegenstelling tot bijvoorbeeld pc’s – geen algemeen aanvaarde standaarden bestaan. Embedded systems zijn veel heterogener, met allerlei verschillende processorarchitecturen, chipsets, randapparatuur enzovoort. Bovendien passen veel ontwikkelaars van draadloze toegangspunten de Linux-kernel en andere opensourcesoftware aan om hun hardware te ondersteunen, zonder die aanpassingen aan deze projecten bij te dragen.

Een project zoals OpenWrt is dan ook verplicht om al die aanpassingen (‘patches’) te verzamelen (de leverancier van het apparaat is verplicht om die te publiceren als het om software gaat die de GPL als licentie gebruikt, zoals de Linux-kernel) en toe te passen om een firmware-image voor dat specifieke model te bouwen. Gelukkig zijn er ook routers die standaard al met een op OpenWrt gebaseerd besturingssysteem verkocht worden, zoals de Omnia en de MOX van het Tsjechische bedrijf Turris.

©PXimport

En nu zelf!

Embedded Linux-systemen zijn heel interessante systemen om mee te experimenteren. Je kennis van Linux op de desktop komt daarbij van pas, maar je dient ook heel wat andere kennis op te doen omdat alles toch net iets anders werkt. Je krijgt met een andere processorarchitectuur te maken (doorgaans ARM in plaats van Intel), een andere bootloader (U-Boot in plaats van GRUB), andere opslagmedia (flashgeheugen of een sd-kaart in plaats van een ssd of harde schijf) enzovoort.

Op de Embedded Linux Wiki vind je een schat aan informatie. Handig voor als je hier dieper op in wilt gaan, maar hou er rekening mee dat veel pagina’s op deze wiki verouderd zijn. Wat kennis van shellscripting en van programmeren, bijvoorbeeld in Python, komt ook van pas. Maar wie echt aan de ontwikkeling van embedded software wil beginnen, ontkomt er niet aan om de programmeertaal C te leren. Die laat je toe om nog ‘dichter tegen de hardware’ te programmeren.

▼ Volgende artikel
Waar voor je geld: 5 compacte vrijstaande vaatwassers tot 250 euro
Huis

Waar voor je geld: 5 compacte vrijstaande vaatwassers tot 250 euro

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Heb je geen grote keuken maar zou je toch graag een vaatwasser willen? Wij vonden vijf betaalbare vrijstaande vaatvassers met een compact formaat voor je.

In niet iedere keuken is plek voor een vaatwasser en zeker als je geen inbouwruimte meer hebt, kan het lastig zijn om er eentje kwijt te kunnen. Maar er zijn ook vaatwassers met afwijkende formaten die een stuk kleiner zijn en daardoor ook makkelijk passen in een keuken die niet zo heel groot is. Wij vonden vijf betaalbare modellen voor je.

Tomado TDW5501B mini-vaatwasser

De Tomado TDW5501B is een compacte, vrijstaande vaatwasser die geschikt is voor zes couverts. Volgens de specificaties is de breedte 55 cm en bedraagt het geluidsniveau 47 dB. Het apparaat heeft verschillende programma’s, waaronder een kort programma, een eco‑stand en een intensief programma. De energieklasse is D, maar in ruil daarvoor krijg je een machine die weinig ruimte inneemt en eenvoudig op het aanrecht kan worden aangesloten. De startuitstel‑optie maakt het mogelijk de wasbeurt later te laten beginnen. De TDW5501B is ontworpen voor huishoudens met weinig ruimte die toch een volwaardige vaatwasbeurt willen.

Tomado TDW5501W

De TDW5501W is het witte broertje van de TDW5501B. Dit model heeft eveneens een breedte van 55 cm en biedt plaats aan zes couverts. Het geluidsniveau is 47 dB en de energieklasse D, net als bij de zwarte variant. Er zijn meerdere programma's, waaronder een eco- en een kort programma. De vaatwasser is vrijstaand, maar vanwege het lage formaat zet je 'm het best op een aanrecht en sluit je hem aan via een slang op de kraan. Dankzij de startuitstel‑functie kun je zelf bepalen wanneer hij begint met spoelen.

Beko DTC36610W

De Beko DTC36610W is een compacte vrijstaande vaatwasser voor huishoudens met beperkte ruimte. De machine is 55 cm breed en heeft een geluidsniveau van 49 dB. Met energieklasse A+ is hij zuiniger dan veel andere mini‑vaatwassers. Het apparaat is geschikt voor zes couverts en biedt verschillende programma’s om lichte en intensieve vaat schoon te krijgen. Omdat hij niet ingebouwd hoeft te worden, kun je hem gemakkelijk op het aanrecht of in een kleine keuken plaatsen.

Inventum VVW4530AW

De Inventum VVW4530AW is een smalle vrijstaande vaatwasser met een breedte van slechts 44,8 cm. Het toestel is geschikt voor tien couverts en beschikt over een verstelbare bovenkorf en startuitstel, zodat je de indeling en het wasprogramma kunt aanpassen. De energieklasse is E en het geluidsniveau bedraagt 47 dB. Het voordeel van deze vaatwasser is dat hij de normale hoogte heeft van een gewoon model, je schuift hem daardoor eenvoudig onder een werkblad of plaatst hem vrij.

Inventum VVW5520

De Inventum VVW5520 is een mini-vaatwasser voor zes couverts. Het apparaat is onderbouw (dus vrijstaand) en heeft een breedte van 55 cm, een diepte van 50 cm en een hoogte van 44 cm. Het geluidsniveau is 47 dB en de energieklasse D. In de specificaties worden een resttijdindicator, condensdroging en uitgestelde start genoemd. De machine is bedoeld voor kleine huishoudens die niet de ruimte of behoefte hebben aan een grote vaatwasser, bijvoorbeeld als je op kamers woont, een klein gezin hebt of een kleine keuken.

▼ Volgende artikel
Wat is wifi 6(E) eigenlijk en merk je echt verschil?
© A Stockphoto
Huis

Wat is wifi 6(E) eigenlijk en merk je echt verschil?

Heb je last van haperende streams of traag internet wanneer iedereen thuis tegelijk online is? Wifi 6 belooft dé oplossing te zijn voor overvolle netwerken en betere prestaties. Maar wat is deze nieuwe standaard precies en merk je in de praktijk echt verschil? We duiken in de voordelen van wifi 6 en de supersnelle wifi 6E-variant. Lees snel verder en ontdek of een upgrade voor jouw situatie de investering waard is.

Ben jij ook klaar met haperende videocalls of films die precies op het spannendste moment beginnen te bufferen omdat iedereen in huis tegelijk online is? Dan wordt het hoog tijd om kennis te maken met wifi 6, dat korte metten maakt met overbelaste netwerken. Maar is deze technologie echt een revolutie voor je dagelijkse internetgebruik of merk je in de praktijk eigenlijk weinig van die veelbelovende specificaties? In dit artikel duiken we dieper in de wereld van wifi 6 en zijn nog krachtiger broertje wifi 6E. We leggen helder uit wat de technische verschillen zijn en helpen je bepalen of een overstap voor jouw huishouden de investering waard is, zodat jij precies weet of je klaar bent voor de toekomst van razendsnel en stabiel draadloos internet.

Tijd voor een nieuwe wifi 6-router? Kijk snel op Kieskeurig.nl!

Efficiëntie is het hoofddoel

Wifi 6 is de huidige standaard voor draadloos internet, technisch ook wel bekend als 802.11ax. Waar voorgaande upgrades zich voornamelijk richtten op het verhogen van de maximale topsnelheid per apparaat, gooit wifi 6 het over een andere boeg. Het hoofddoel van deze technologie is niet alleen snelheid, maar vooral efficiëntie en capaciteit. Je kunt het vergelijken met een verbreding van de snelweg: je mag misschien niet veel harder rijden, maar doordat er meer rijbanen zijn en het verkeer slimmer wordt geregeld, sta je nooit meer in de file, zelfs niet tijdens de spits.

Het antwoord op de vraag of je het verschil echt merkt, hangt sterk af van je thuissituatie. Als je alleen woont en slechts één laptop en een telefoon gebruikt, zal de sprong van wifi 5 naar wifi 6 wellicht aanvoelen als een kleine, nauwelijks merkbare verbetering. Het echte verschil wordt pas duidelijk in een huishouden vol slimme apparaten. Wifi 6 excelleert namelijk in omgevingen waar meerdere mensen tegelijkertijd streamen, gamen en videobellen, terwijl op de achtergrond slimme thermostaten en deurbellen ook verbinding zoeken. De router kan met wifi 6 gelijktijdig data naar meerdere apparaten sturen in plaats van snel tussen alle apparaten te moeten wisselen, wat zorgt voor een stabielere verbinding zonder haperingen. Daarnaast communiceren wifi 6-routers efficiënter met je apparaten over wanneer ze moeten 'slapen' en 'wakker worden', wat een positief effect heeft op de batterijduur van je smartphone en laptop.

©YurolaitsAlbert

Snel over de VIP-strook

Om het plaatje compleet te maken is er ook nog wifi 6E. Dat is een uitbreiding van de wifi 6-standaard die gebruikmaakt van een volledig nieuwe frequentieband: 6 GHz. De traditionele 2,4GHz- en 5GHz-banden die we al jaren gebruiken, zitten inmiddels overvol met signalen van de buren, magnetrons en babyfoons. Wifi 6E opent als het ware een exclusieve VIP-strook waar alleen de allernieuwste apparaten gebruik van mogen maken. Hierdoor heb je geen last van interferentie en haal je extreem hoge snelheden met een zeer lage vertraging. Dat is echter alleen relevant als zowel je router als je ontvangende apparatuur (zoals je nieuwste smartphone) wifi 6E ondersteunen.

Al met al is de overstap naar wifi 6 of 6E zeker de moeite waard als je toe bent aan een nieuwe router en in een druk huishouden woont of in een appartementencomplex waar veel signalen door elkaar lopen. Je zult het verschil vooral merken in de stabiliteit van de verbinding wanneer iedereen thuis tegelijk online is. Voor wie weinig apparaten heeft en tevreden is met de huidige snelheid, is een directe upgrade minder noodzakelijk, al is het wel de standaard voor de toekomst.

🎯 Populairste merken routers in NL

TP-Link |  Netgear | Ubiquity AVM Fritz! | ASUS

Wi-Fi 6-routers worden op Kieskeurig.nl steeds populairder, vooral vanwege hun veel hogere snelheid, betere stabiliteit en het vermogen om veel apparaten tegelijk te verbinden zonder snelheidverlies. Merken als AVM (met de FRITZ!Box-serie), TP-Link (o.a. Deco en Archer), en Linksys (Velop) scoren daarbij hoog.

Aanraders per merk

AVM FRITZ!Box 5590 Fiber AON
Krachtige glasvezelrouter met 4×4 Wi-Fi 6, 2,5G-poort en uitgebreide mesh- en telefoniefuncties. Geschikt voor hoge snelheden via AON of XGS-PON. Reviewscore op Kieskeurig.nl: 9,5.

AVM FRITZ!Box 6690 Cable

High-end kabelrouter met ingebouwde DOCSIS-3.1-modem, 4×4 Wi-Fi 6 en een 2,5G-poort voor extra hoge snelheden. Ondersteunt DECT-smart-home, mesh en uitgebreide netwerkfuncties. Reviewscore op Kieskeurig.nl: 9,0.

TP-Link Deco X60 3-Pack

Mesh-systeem voor stabiele dekking door het hele huis met Wi-Fi 6-snelheden tot 2402 Mbit/s op 5 GHz. Inclusief WPA3-beveiliging en ouderlijk toezicht. Reviewscore op Kieskeurig.nl: 9,3.

Linksys Velop Pro 6E 2-Pack

Tri-band mesh-systeem met een snelle 6 GHz-band voor 4K/8K-streaming en lage latency, geschikt voor grotere woningen. Ondersteunt WPA3 en slimme netwerkoptimalisatie. Reviewscore op Kieskeurig.nl: 8,6.

TP-Link Archer AX73

Zeer snelle dual-band Wi-Fi 6-router met 5400 Mbit/s totale bandbreedte en sterke beveiliging (WPA3). Met vier gigabit-poorten en USB-aansluiting ideaal voor veeleisende huishoudens. Reviewscore op Kieskeurig.nl: 10,0.

🔟 Over de reviewscores op Kieskeurig.nlOp Kieskeurig.nl schrijven consumenten reviews over producten. Elke review moet voldoen aan kwaliteitscriteria: de reviewer moet aangeven of het product gekocht, gekregen of getest is, er mag geen misleidende taal in staan en de inhoud moet betrouwbaar zijn. Zo worden nep- of spamreacties tegengegaan. Bij de beoordeling zie je niet alleen het gemiddelde cijfer, maar ook hoeveel reviews er zijn. Zo krijg je meteen een indruk of de score op basis van één enkele review is of op basis van veel gebruikerservaringen.