ID.nl logo
Embedded Linux: Dit OS infiltreert al je apparaten
© Reshift Digital
Huis

Embedded Linux: Dit OS infiltreert al je apparaten

De kans is groot dat je zonder dat je het weet thuis talloze apparaten met Linux hebt draaien. Je internetmodem, je draadloos toegangspunt, je nas, je smart-tv en zelfs je smartphone, ze draaien allemaal vaak ‘embedded Linux’. Hoog tijd om hier eens uitgebreid bij stil te staan.

Niet alle computers zijn dozen onder je bureau of laptops op je schoot. Heel wat computers maken onderdeel uit van een groter systeem, zien er niet als een computer uit en zitten vaak verborgen. We spreken dan van een ‘embedded system’, of in het Nederlands ingebed systeem / geïntegreerd systeem.

Enkele voorbeelden maken duidelijk waar het om gaat. Een barcodescanner in de supermarkt, allerlei controlesystemen in fabrieken, de motorbesturing in je auto, je magnetron thuis, je internetmodem, je draadloos toegangspunt, je nas, maar ook alle ‘slimme’ apparaten zoals smartphones, smartwatches, smart-tv’s en de tegenwoordig zo populaire IoT-apparaten (Internet of Things) zijn embedded systems.

De essentie van een embedded system is dat het om een combinatie van hardware en software gaat die samen een product met een specifieke taak vormen. Net zoals een ‘personal computer’ heeft een embedded system invoer en uitvoer, maar in tegenstelling tot een toetsenbord en scherm is dat vaak iets toepassingsspecifieks, zoals sensoren en actuatoren (bijvoorbeeld een motor).

Wat is embedded Linux?

Als we over Linux spreken, bedoelen we meestal het hele besturingssysteem, terwijl Linux strikt gezien alleen de kernel is. Zo ook met embedded Linux: meestal wordt met die term het hele besturingssysteem bedoeld dat op het apparaat draait. Vaak is het een op maat gemaakt Linux-besturingssysteem of een embedded Linux-distributie die specifiek ontworpen is voor embedded systems.

Linus Torvalds begon aan de ontwikkeling van zijn Linux-kernel omdat hij een GNU-besturingssysteem op zijn pc wilde draaien, maar ondertussen ondersteunt de kernel ook vele andere platforms. Er bestaat niet zoiets als een embedded Linux-kernel. Er is één broncode van de Linux-kernel, en die draait op alle mogelijke systemen, van smartphones tot supercomputers. Het enige verschil is dat je specifieke opties of modules tijdens het compileren van de kernel in- of uitschakelt, afhankelijk van wat je nodig hebt, en drivers toevoegt voor specifieke hardware.

Ook tussen embedded systems bestaan er grote verschillen. Een Raspberry Pi, die je ook als een embedded system kunt beschouwen als je er een product mee maakt, is heel wat krachtiger dan je internetmodem. De Linux-kernel heeft in beide systemen waarschijnlijk een heel andere configuratie.

©PXimport

Waarom zou een ontwikkelaar van een embedded system Linux gebruiken? Een van de voordelen noemden we al: de Linux-kernel is uiterst modulair en configureerbaar, waardoor je een kernel kunt compileren die geoptimaliseerd is voor je toepassing. Zeker op embedded systems met een zwakke processor en/of een beperkte hoeveelheid RAM en opslagruimte is dat heel handig: je verwijdert eenvoudig alle ballast.

Die modulariteit en configureerbaarheid zie je ook in het hele besturingssysteem. Een Linux-distributie is een samenraapsel van de kernel, een C-bibliotheek, bestandssysteem en allerlei software. Voor elk van die componenten kun je keuzes maken om je Linux-systeem op maat van je toepassing te ontwikkelen. Zo wordt de C-bibliotheek glibc in veel embedded systems vervangen door het lichtere uClibc en allerlei Unix-opdrachten door BusyBox.

Veel vrijheid

De meeste software die je nodig hebt om een embedded Linux-systeem op te bouwen, is opensource. Dat betekent dat de broncode beschikbaar is onder een vrije licentie zoals de (L)GPL of BSD-licentie. Je hoeft dus helemaal niets te betalen, een licentie te kopen of je te registreren voor een demo om het systeem te evalueren: je kunt er als ontwikkelaar van een embedded system onmiddellijk mee aan de slag. Dat wil overigens niet zeggen dat alles mag. Je dient je nog altijd aan de licentievoorwaarden te houden.

Doordat je toegang tot de broncode hebt en de licentievoorwaarden redelijk vrij zijn, hang je voor embedded Linux niet van één leverancier af. Als je dus een embedded system met behulp van Linux wilt ontwikkelen, heb je de keuze uit talloze leveranciers. Die verkopen je geen software (want die is vrij beschikbaar), maar leveren wel ondersteuning en maatwerk zoals het ontwikkelen van drivers of toevoegen van ondersteuning voor specifieke processoren.

Als je niet meer tevreden bent over één leverancier, kun je bovendien eenvoudig naar een andere overschakelen. Heb je voldoende expertise in huis, dan kun je zelfs besluiten om de integratie van de software die je nodig hebt volledig zelf te doen en je Linux-systeem dus zelf op te bouwen. Dat is een enorm verschil met bedrijfseigen embedded besturingssystemen, waarbij je volledig afhankelijk bent van de leverancier.

Hardware- en softwareondersteuning

De hardwareondersteuning van Linux is immens. De kernel ondersteunt niet alleen de x86-architectuur van onze pc’s, maar ook ARM (gebruikt in veel smartphones, IoT-apparaten en de Raspberry Pi), MIPS, PowerPC en het nieuwe RISC-V. Ondersteuning voor een nieuwe processorarchitectuur of specifieke processor toevoegen, heet ‘porten’ (porting in het Engels). Het voordeel van Linux is: zodra iemand de kernel en wat andere software onder de motorkap, zoals de C-library en de compiler, naar een nieuwe architectuur of processor geport heeft, hoef je zelf dat werk niet meer te doen.

Er draait ook heel veel (opensource-)software op Linux. Voor zowat alle mogelijke netwerkfunctionaliteit bijvoorbeeld bestaat er wel software die op embedded Linux draait. Bovendien werkt software die op één processorarchitectuur draait normaal ook probleemloos op een andere: de meeste Linux-software is immers heel ‘portable’. Schakel je als ontwikkelaar over van één processor naar een andere, dan hoef je je aan de softwarekant doorgaans niet veel zorgen te maken over die overstap.

©PXimport

Hoewel de Raspberry Pi strikt gezien geen embedded system is, geeft de gpio-header van het processorbordje je wel talloze mogelijkheden om sensoren, leds, motorcontrollers en allerlei andere hardware aan te sluiten. Het resultaat kan een (heel krachtig) embedded system zijn. Tegenwoordig is de eerste kennismaking van velen met embedded Linux dan ook de Raspberry Pi. Je installeert dan Raspbian Lite, een minimale Linux-distributie gebaseerd op Debian. Daarop installeer je vervolgens een van de vele beschikbare programma’s of je programmeert je eigen software, bijvoorbeeld in Python.

Draai je Raspbian op je Raspberry Pi en sluit je een toetsenbord, muis en beeldscherm aan, dan is het mogelijk om er een desktopsysteem van te maken, zeker met de Raspberry Pi 4. Maar de flexibiliteit van het computerbordje komt pas tot zijn recht als je het als embedded system inzet. En er bestaan ook gespecialiseerde besturingssystemen zoals LibreELEC, waarmee je van je Raspberry Pi een mediaspeler maakt.

Embedded Linux updaten

Een echt embedded system dient eigenlijk onzichtbaar te zijn. De eindgebruiker hoort er geen omkijken naar te hebben. Belangrijk daarvoor zijn ota-updates (‘over-the-air’): het systeem krijgt dan automatisch updates die beveiligingslekken en andere fouten dichten.

Bij een klassieke Linux-distributie zoals Raspbian werkt dat anders. Daar dien je zelf expliciet op updates te controleren en de beschikbare updates te installeren, met de commando’s sudo apt update en sudo apt upgrade. Er bestaan wel oplossingen om dat te automatiseren (onder Raspbian installeer je er een met sudo apt install unattended-upgrades), maar Debians pakketbeheerder apt mist een belangrijke eigenschap: atomiciteit.

Een update zou ofwel uitgevoerd moeten worden ofwel niet, maar niet half. Als je apt in Raspbian uitvoert (al dan niet automatisch), loop je altijd het risico dat een update om welke reden dan ook (bijvoorbeeld een tijdelijke netwerkstoring) maar half uitgevoerd is. Het besturingssysteem bevindt zich dan in een ongedefinieerde toestand en je embedded system werkt mogelijk niet meer.

Eén oplossing voor ota-updates van embedded Linux-systemen is Mender. Hiermee draai je een managementserver (of maak je gebruik van de managementserver van het bedrijf Mender), die via het netwerk updates naar je embedded systems verstuurt.

©PXimport

Een update wordt niet onmiddellijk in het draaiende systeem geïnstalleerd. Je embedded system heeft bij deze aanpak namelijk twee systeempartities: een actieve en een passieve.

De actieve systeempartitie bevat het besturingssysteem dat momenteel draait. Updates worden in de passieve systeempartitie geïnstalleerd, en daarna herstart je systeem. Als de update mislukt blijkt te zijn, draait het systeem die volledig terug en blijf je de huidige actieve systeempartitie gebruiken. Als de update lukt, wordt de passieve systeempartitie actief gemaakt en gebruik je dus de partitie met updates. Mender is een opensource-oplossing en ondersteunt meer dan 30 processorbordjes, onder andere de Raspberry Pi met Raspbian.

Ubuntu Core en Yocto Project

Canonical biedt met Ubuntu Core een andere oplossing: een minimale Linux-distributie met atomaire updates. Ubuntu Core draait op de Raspberry Pi 2 of 3, Intel Joule, Qualcomm Dragonboard, Nvidia Jetson en nog enkele andere processorbordjes. Alle software wordt in de vorm van ‘snaps’ verdeeld. Een snap is een programma met alle bijbehorende softwarebibliotheken, afgescheiden van andere snaps om compatibiliteitsproblemen te vermijden. Als je een snap updatet, gebeurt dat atomair: bij een mislukte update wordt er niets geïnstalleerd en blijf je gewoon de vorige versie gebruiken. Elke snap draait bovendien in een eigen ‘sandbox’, wat de beveiliging ten goede komt.

Die atomaire updates gelden niet alleen voor de software, maar ook voor de kernel en het besturingssysteem. Als er bij een update iets misloopt, draait het systeem die automatisch terug naar de laatste werkende toestand. Op de achtergrond werkt dat net zoals bij Menders oplossing ook met een actieve en passieve systeempartitie. Ubuntu Core installeert updates overigens automatisch. Dankzij de atomaire updates is dat niet zo’n groot risico als bij een klassieke pakketbeheerder.

©PXimport

Maar het belangrijkste project in de wereld van embedded Linux is geen embedded Linux-distributie, maar software waarmee je zo’n distributie kunt maken: Yocto Project. Dit project van de Linux Foundation biedt een framework aan om zelf je eigen embedded Linux-distributie te bouwen.

Yocto Project wordt relatief veel gebruikt in de embedded wereld en de IoT-industrie. Het ondersteunt Intel/AMD, ARM, MIPS en PowerPC en biedt een referentiedistributie, Poky, die als voorbeeld dient voor een minimaal embedded Linux-systeem dat je naar wens kunt aanpassen. De ontwikkeling doe je rechtstreeks op een Linux-desktop, of op Windows en macOS via de ontwikkelomgeving CROPS die gebruikmaakt van Docker. Er is ook een webgebaseerde interface, Toaster, voor basisfunctionaliteit. Maar als je echt aan de slag wilt met Yocto, zul je moeten gaan programmeren.

Linux op je router

De beste manier om kennis te maken met een embedded system dat niet zo krachtig is als een Raspberry Pi, is waarschijnlijk het installeren van Linux op een router. OpenWrt en DD-WRT zijn de populairste Linux-gebaseerde besturingssystemen voor draadloze routers en toegangspunten. Je moet dan wel een ondersteund model hebben: zowel OpenWrt als DD-WRT bieden een lijst van apparaten aan. Hou er ook rekening mee dat OpenWrt 19.07 de laatste versie is die nog apparaten met slechts 4 MB flash en 32 MB RAM ondersteunt.

Krijgt je draadloze toegangspunt geen updates meer van de leverancier, dan kun je de levensduur in veel gevallen nog verlengen door een van deze opensourcebesturingssystemen te installeren. Met wat geluk kun je gewoon een firmware-image downloaden en via de webinterface van het standaard besturingssysteem van je toegangspunt installeren, maar in andere gevallen verloopt de installatie omslachtiger. Bij sommige modellen dien je zelfs de behuizing open te doen en pinnetjes op het moederbord te solderen om een seriële kabel aan te sluiten. De wiki’s van OpenWrt en DD-WRT bieden gelukkig voor elk ondersteund model installatie-instructies.

Apparaatspecifieke aanpassingen

Dat je voor elk model specifieke installatie-instructies dient te volgen, komt doordat er voor embedded systems – in tegenstelling tot bijvoorbeeld pc’s – geen algemeen aanvaarde standaarden bestaan. Embedded systems zijn veel heterogener, met allerlei verschillende processorarchitecturen, chipsets, randapparatuur enzovoort. Bovendien passen veel ontwikkelaars van draadloze toegangspunten de Linux-kernel en andere opensourcesoftware aan om hun hardware te ondersteunen, zonder die aanpassingen aan deze projecten bij te dragen.

Een project zoals OpenWrt is dan ook verplicht om al die aanpassingen (‘patches’) te verzamelen (de leverancier van het apparaat is verplicht om die te publiceren als het om software gaat die de GPL als licentie gebruikt, zoals de Linux-kernel) en toe te passen om een firmware-image voor dat specifieke model te bouwen. Gelukkig zijn er ook routers die standaard al met een op OpenWrt gebaseerd besturingssysteem verkocht worden, zoals de Omnia en de MOX van het Tsjechische bedrijf Turris.

©PXimport

En nu zelf!

Embedded Linux-systemen zijn heel interessante systemen om mee te experimenteren. Je kennis van Linux op de desktop komt daarbij van pas, maar je dient ook heel wat andere kennis op te doen omdat alles toch net iets anders werkt. Je krijgt met een andere processorarchitectuur te maken (doorgaans ARM in plaats van Intel), een andere bootloader (U-Boot in plaats van GRUB), andere opslagmedia (flashgeheugen of een sd-kaart in plaats van een ssd of harde schijf) enzovoort.

Op de Embedded Linux Wiki vind je een schat aan informatie. Handig voor als je hier dieper op in wilt gaan, maar hou er rekening mee dat veel pagina’s op deze wiki verouderd zijn. Wat kennis van shellscripting en van programmeren, bijvoorbeeld in Python, komt ook van pas. Maar wie echt aan de ontwikkeling van embedded software wil beginnen, ontkomt er niet aan om de programmeertaal C te leren. Die laat je toe om nog ‘dichter tegen de hardware’ te programmeren.

▼ Volgende artikel
CES 2026: ASUS ROG viert 20-jarig bestaan met nieuwe laptops en randapparatuur
© ASUS ROG
Huis

CES 2026: ASUS ROG viert 20-jarig bestaan met nieuwe laptops en randapparatuur

Tijdens de elektronicabeurs CES 2026 viert ASUS Republic of Gamers (ROG) zijn twintigste verjaardag met de introductie van een breed scala aan nieuwe producten. De fabrikant toont onder meer vernieuwde Zephyrus-laptops met de nieuwste grafische kaarten, geavanceerde oledmonitors en een opvallende productlijn in samenwerking met Kojima Productions.

De presentatie in Las Vegas staat dit jaar in het teken van een jubileum, aangezien het submerk dit jaar precies twee decennia bestaat. Wat in 2006 begon met de introductie van een moederbord is inmiddels uitgegroeid tot een volledig ecosysteem dat varieert van losse componenten tot complete systemen en wearables.

Op CES blikt ROG echter niet alleen terug op het verleden, maar wordt ook gekeken naar de toekomst die wordt gevormd in het ROG Lab. In deze interne ontwikkelafdeling van ASUS ligt de focus op de kunst om apparaten steeds krachtiger te maken en ze tegelijkertijd koel te houden, zeker nu computers steeds zwaardere AI-taken zelfstandig moeten verwerken. Bezoekers van de techbeurs kunnen de resultaten van deze engineering-inspanningen de komende dagen live bekijken in The Venetian Expo.

Nieuwe Zephyrus-modellen

Daarnaast heeft ASUS voor de gelegenheid zijn populaire Zephyrus-lijn een update gegeven met de nieuwe G14- en G16-modellen. Deze laptops zijn ontworpen om veel rekenkracht te bieden in een relatief compacte behuizing, waarbij de interne componenten flink zijn opgekrikt ten opzichte van de voorgaande generaties. De apparaten maken gebruik van de nieuwste Intel Core Ultra Series 3-processors en bieden ondersteuning voor NVIDIA GeForce RTX 50-serie grafische kaarten, waarbij het 16-inch model zelfs is uit te rusten met een RTX 5090.

Een belangrijk aspect van deze nieuwe chips is de toevoeging van krachtige NPU's, die lokale AI-taken kunnen verwerken zonder tussenkomst van de cloud. Daarnaast zijn de laptops voorzien van verbeterde oledschermen met een hogere helderheid en kleurnauwkeurigheid, wat ze geschikt maakt voor zowel gaming als grafisch werk.

©ASUS ROG

Dubbele schermen voor multitaskers

Naast de standaardmodellen introduceert ROG ook een nieuwe versie van de Zephyrus Duo 16, een laptop die zich onderscheidt door de integratie van een tweede scherm boven het toetsenbord. Dit secundaire touchscreen werkt samen met het 16-inch hoofdscherm om extra werkruimte te bieden, wat vooral nuttig is voor streamers die hun chat willen lezen of creatieve professionals die hun tijdlijn en tools gescheiden willen houden.

Beide schermen maken gebruik van oledtechnologie en hebben een verversingssnelheid van 120Hz of hoger, wat zorgt voor een vloeiende weergave van beelden. Om de warmteontwikkeling van de zware componenten (waaronder een Intel-processor en een RTX 5090-videokaart) tegen te gaan, maakt het systeem gebruik van een koelmechanisme waarbij de luchttoevoer wordt vergroot zodra het tweede scherm omhoog kantelt.

©ASUS ROG

Samenwerking met Kojima Productions

Een van de meest opvallende aankondigingen is de samenwerking tussen ASUS ROG en de bekende game-ontwikkelaar Hideo Kojima. Deze collectie draait om de ROG Flow Z13-KJP, een krachtige 2-in-1 tablet die functioneert als een volwaardige gaming-pc. Het ontwerp is geïnspireerd op de esthetiek van Kojima Productions en bevat specifieke details die verwijzen naar de bedrijfsmascotte Ludens.

Onder de motorkap bevindt zich een AMD Ryzen AI Max+-processor, waardoor het apparaat ondanks zijn compacte tabletformaat zware taken aankan. De collectie wordt gecompleteerd door bijpassende randapparatuur, waaronder een headset, muis en muismat, die allemaal zijn vormgegeven door Kojima's vaste artdirector Yoji Shinkawa.

©ASUS ROG

Innovaties in beeldweergave en augmented reality

Op het gebied van beeldschermen zet de fabrikant vol in op oledtechnologie met de introductie van nieuwe monitoren die gebruikmaken van Tandem RGB- en QD-OLED-panelen. De nieuwe ROG Swift OLED PG27UCWM biedt bijvoorbeeld een 4K-resolutie met een extreem hoge verversingssnelheid en belooft een langere levensduur en hogere helderheid dan eerdere generaties.

Voor wie liever geen fysieke monitor gebruikt, komt ASUS met de ROG XREAL R1 Gaming Glasses. Deze augmented reality-bril projecteert een virtueel scherm voor je ogen, waardoor het mogelijk is om op een groot formaat te gamen zonder dat daar een televisie of monitor voor nodig is. De bril is uitgerust met sensoren die hoofdbewegingen volgen en ingebouwde audio van Bose, wat moet zorgen voor een meeslepende ervaring onderweg of in kleinere ruimtes.

©ASUS ROG

Focus op audio en magnetische toetsenborden

Tot slot breidt ASUS zijn assortiment aan randapparatuur uit met producten die inspelen op specifieke wensen van gamers, zoals open-ear audio en aanpasbare toetsaanslagen. De nieuwe ROG Cetra Open Wireless-oordoppen zijn ontworpen om omgevingsgeluid door te laten, zodat je tijdens het gamen of werken bereikbaar blijft voor huisgenoten of collega's.

Voor competitieve spelers is er de ROG Falchion Ace 75 HE, een compact toetsenbord met magnetische schakelaars. Daarmee kun je het actuatiepunt – het moment waarop een toetsaanslag wordt geregistreerd – enorm nauwkeurig instellen, variërend van een lichte aanraking tot een diepe toetsaanslag.

©ASUS ROG

Op zoek naar ASUS ROG-spulletjes?

Check hier de allerbeste deals!
▼ Volgende artikel
Review Google Nest Cam Outdoor (2de generatie) – AI-camera schreeuwt om abonnement
© Rens Blom
Zekerheid & gemak

Review Google Nest Cam Outdoor (2de generatie) – AI-camera schreeuwt om abonnement

Googles Nest Cam Outdoor (2de generatie, netvoeding) is een beveiligingscamera voor buiten. De camera zit vol slimme AI-functies die de gebruikservaring verbeteren, stelt Google. We namen de proef op de som, maar komen vooral tot de conclusie dat deze camera pas goed uit de verf komt met een abonnement.

Oké
Conclusie

De tweede generatie van de Google Nest Cam Outdoor is een prima beveiligingscamera zonder spannende fysieke functies. Google zegt dat deze camera het vooral van zijn AI-software moet hebben, maar belangrijke functies zijn op het moment van schrijven nog niet beschikbaar. Bovendien vereisen deze functies, net als beelden langere tijd terugkijken, een vrij duur abonnement. Om die redenen weten wij niet zo goed wat we met deze camera aan moeten.

Plus- en minpunten
  • Installatiegemak
  • Goede beeldkwaliteit
  • AI-functies klinken veelbelovend...
  • ...maar laten op zich wachten
  • Veel slimmigheden vereisen abonnement
  • Gratis slechts 6 uur beelden terugkijken
CategorieSpecificatie
Beeld2560 x 1440 pixels (2K-kwaliteit), 30 fps, infrarood nachtzicht tot 6,10 m
VoedingNetstroom
ConnectiviteitWifi (geschikt voor 802.11ac (2,4 GHz/5 GHz), bluetooth, Google Assistant
BouwWit kunststof, inclusief muurbeugel en montagemateriaal, IP65
Afmetingen7,68 x 7,68 x 6,83 cm (L x B x H)
SensorenBewegingssensor, geïntegreerde speakers voor tweerichtingsgesprekken
OpslagCloud-opslag (betaald abonnement nodig voor volledige historie)
Extra'sSlimme detectie van mensen, dieren en voertuigen via de Google Home app

Deze Nest Cam Outdoor volgt een model van een paar jaar geleden op, vandaar de toevoeging '2de generatie' in de productnaam. Daar staat ook nog 'netvoeding' in, want de camera werkt alleen als de lange stekker in het stopcontact zit. Een aandachtspunt ten opzichte van sommige concurrerende beveiligingscamera's die op een accu werken en dus makkelijker overal op te hangen zijn. Aan de andere kant hoef je bij de Nest Cam Outdoor niet te denken aan het regelmatig opladen van een batterij.

©Rens Blom

©Rens Blom

Bij de installatie van de camera pak je de Google Home-app erbij op je smartphone of tablet. Het instellen via de app is snel gebeurd en je krijgt duidelijke instructies over de fysieke montage van de camera. Dat is netjes. Handig is de magnetische basis van de camera, waardoor hij stevig vastklikt en nauwkeurig te draaien of kantelen is om de juiste hoek van je balkon of – aannemelijker – tuin te filmen. De basis van de camera kun je eenvoudig vastschroeven in bijvoorbeeld hout of steen, mits je zelf het gereedschap regelt. De stroomkabel is lekker lang.

©Rens Blom

Abonnement

Tegen het eind van de app-installatie maak je kennis met het verdienmodel van Googles camera's. Standaard kun je beelden tot zes uur terugkijken, wat nog geen halve dag is. Dat is natuurlijk nogal kort. Twee optionele abonnementen bieden uitkomst. Met het Home Premium Standard-abonnement kun je 'gebeurtenissen' tot 30 dagen terugkijken. Gebeurtenissen zijn momenten waarop de camera aanslaat, bijvoorbeeld omdat er een huisdier of persoon door het beeld liep. Dit abonnement kost maar liefst 10 euro per maand. Er is ook nog een Home Premium Advanced-abonnement van 18 euro per maand. Met dit abonnement kun je gebeurtenissen tot 60 dagen terugkijken, de laatste 10 dagen 24/7 terugspoelen en krijg je meer AI-functies tot je beschikking. Je krijgt een maand proefperiode. Wij vinden de abonnementen wel erg aan de prijs.

©Rens Blom

AI komt begin 2026 pas

Wij gebruikten de proefmaand om de Nest Cam Outdoor aan het werk te zetten op ons dakterras. We hebben filters ingesteld voor gebeurtenissen, zodat we bijvoorbeeld alleen video-opnamen zien van gezichten die de camera herkent. Dat werkt prima, maar voelt niet echt als AI. Googles app geeft gelukkig mooie beschrijvingen van wat de AI allemaal kan. Je kunt bijvoorbeeld 'de hele videogeschiedenis van je camera doorzoeken' of 'snel een overzicht krijgen van wat er vandaag is gebeurd'. Google belooft ook slimme app-meldingen 'over bezoekers en bezorgingen, AI-beschrijvingen en de mogelijkheid om Home te laten zoeken naar alles wat je camera's zien'. Kijk, dát klinkt tof. De technieken leunen op Gemini, de naam van Googles AI.

©Rens Blom

Maar wat blijkt: de Gemini-functies komen pas begin 2026 beschikbaar, zo lezen we op Googles website. In de Home-app kun je bij het camera-tabblad weliswaar vragen stellen aan een AI-chatbot, maar die antwoordt keurig dat hij nog geen antwoord kan geven. Een domper voor de reviewer – die dus nog niet alle beloofde functies kan testen – en voor vroege kopers, die geduld moeten hebben.

©Google-website

Prima camera

We kunnen de Google Nest Cam Outdoor gelukkig wel als beveiligingscamera testen. Wat valt op? De beeldkwaliteit is duidelijk en scherper dan Full HD. Ook in het donker zijn video-opnamen prima. De microfoon vangt geluiden netjes op en onze stem kan ook uit de luidspreker schallen. Meldingen komen snel binnen op onze smartphone. We missen alleen de optie om bepaalde hoeken die de camera filmt softwarematig zwart te maken, een optie die concurrent Ring wel biedt.

©Rens Blom

In de Google Home-app kun je live meekijken met de camera, in dit geval later op een heldere middag.

Net als bij Ring en Arlo stoort het ons dat Google je geen mogelijkheid geeft om videobeelden lokaal op te slaan, bijvoorbeeld op een microSD-kaartje. Wil je beelden langer dan zes uur terugkijken, dan zit je aan een abonnement van minimaal 10 euro per maand vast.

©Rens Blom

©Rens Blom

Google Nest Cam Outdoor (2de generatie) kopen?

De Google Nest Cam Outdoor is een prima beveiligingscamera zonder spannende fysieke functies. Google zegt dat deze camera het vooral van zijn AI-software moet hebben, maar belangrijke functies zijn op moment van schrijven nog niet beschikbaar. Bovendien vereisen deze functies, net als beelden langere tijd terugkijken, een vrij duur abonnement. Om die redenen weten wij niet zo goed wat we met deze camera aan moeten.