ID.nl logo
De groeiende rol van sociale media bij protesten
© Reshift Digital
Huis

De groeiende rol van sociale media bij protesten

Er wordt vaak gezegd dat Twitter een van de grote katalysators was van de Arabische Lente. Zonder sociale media hadden mensen zich destijds veel minder goed kunnen organiseren. Dat dit slechts een voorbode was, is de laatste weken met de protesten tegen politiegeweld en racisme wel gebleken.

Social media hebben enorme invloed op protesten. Zoveel, dat overheden soms verregaande maatregelen treffen om daar iets aan te doen. Daarmee doelen we op de Soedanese regering die het hele internet stillegde voor drie weken, maar ook de Chinese overheid die Telegram blokkeerde tijdens de Hong Kong-protesten. Klinkt als een ver-van-ons-bed, maar ook in Amerika probeert de staat steeds meer invloed te krijgen op sociale platformen. Trump wil zelfs de communictiewet aanpassen om social media meer uitgeversrechten en -plichten te geven.

Sociale media helpen niet alleen mensen te mobiliseren, het helpt ze ook een mening te vormen. Zeker Twitter, dat praktisch aan elkaar hangt van de hersenspinsels en discussies. Hoewel dat ook tot gevolg heeft dat veel protesten inmiddels om veel meer draaien dan één specifiek onderwerp, blijft het bijzonder dat social media ook hiervoor heel geschikt blijken.

Flitsmeister voor actievoerders

Er zijn zelfs platforms zoals Sukey, die alle social media-berichten en foto’s van protesten verzameld. Zo ben je snel op de hoogte van wat er gebeurt. De snelheid en openheid van social media zorgen ervoor dat mensen al voor ze zich op de Dam hebben verzameld opvallen bij de media. De plus is dat Sukey ook nog aangeeft waar je het beste heen kunt lopen en waar je op een muur van politie kunt rekenen. Een soort Flitsmeister voor actievoerders.

Zo’n app blijkt hard nodig, maar kent ook zo zijn problemen. Zo was er tijdens de SocialMediaBlackOut-campagne een probleem met de hashtag #BlackLivesMatter. Juist omdat er zoveel berichten ‘op zwart’ kwamen met die hashtag, verstopten die als het ware het kanaal waarop protestanten met elkaar communiceren. Het is dubbel. Enerzijds heeft een hashtag veel kracht, maar ook die wordt voor verschillende doeleinden gebruikt.

©PXimport

Protesteren is dus allang niet meer iets dat we alleen ‘op de barricade’ doen. Je via online media uitspreken of een online petitie tekenen behoort hier ook toe. Toch zal fysiek protesteren nog steeds een van de meest sprekende methodes zijn. Denk aan de beelden van de Dam tijdens het recente Black Lives Matter-protest of die van de Women’s March in 2017 in America. Hoe scherp een tweet ook is: een beeld spreekt nog steeds duizend woorden.

Technologie is echter niet altijd de vriend van protestanten. Zo worden er regelmatig camera’s ingezet om na te trekken wie er bij protesten aanwezig waren. Bijvoorbeeld in Londen in 2009 bij onenigheid over Israels aandeel in de Gazastrook. Mensen werden na die protesten alsnog nagetrokken en waar nodig opgepakt. De beelden zijn voor de politie ideaal bewijs in een rechtszaak.

De politie gebruikt Twitter ook om mensen te informeren. Vroeger zouden ze dat vooral met megafoons doen, maar inmiddels wordt er vaak naar Twitter gegrepen om mensen te informeren. Trump deed dat laatst ook op Twitter, door iets te zeggen in de trant van: wanneer protestanten beginnen te plunderen, dan wordt er geschoten. Een tweet die het sociale platform wegens de oproep tot geweld achter een waarschuwing heeft geplaatst, tot grote ergernis van de Amerikaanse president.

24/7 meekijken

Social media zorgt er ook voor dat we veel meer te zien krijgen van de protesten. Het streamingplatform Twitch heeft meerdere kanalen die 24/7 beelden van de protesten rondom Black Lives Matter uitzenden. De chatschermen ernaast draaien overuren, want er is zoveel te zien en zoveel te bediscussiëren. Je ziet beelden die je vroeger alleen op het nieuws zou zien, gecurateerd door redacteuren. Maar denk bijvoorbeeld ook aan een oproep om geld te storten in fondsen die zorgen dat de borgsom voor opgepakte protestanten wordt betaald. Zo‘n oproep zou normaliter waarschijnlijk erg lokaal blijven in Amerika, maar dankzij de openheid van het internet kom je deze oproep snel tegen wanneer je een Amerikaans artikel leest over de situatie.

Toch is social media ook in dit geval niet heilig. Er is nog steeds te weinig controle op nepnieuws, waardoor onjuiste informatie zich net zo snel verspreid als informatie die wel correct en bruikbaar is. Bovendien biedt social media vaak vooral de gesprekken nadat iets is gebeurd, waardoor je soms mist wat er voorafging aan dit gesprek. Die context kun je zelf opzoeken, maar soms is het dan nog moeilijk om zeker te weten of personen daarover spreken of misschien al over een follow-up van die berichtgeving.

Hoewel social media zeker een essentiële schakel is geworden in actievoeren, is de beste technologie die helpt in protesten de smartphone. Zonder die uitvinding konden we social media aanzienlijk minder gemakkelijk gebruiken. Hetzelfde geldt voor applicaties die zorgen dat actievoerders beter geïnformeerd en veilig blijven. En dan zijn er natuurlijk de camera’s op onze smartphone. Die kunnen beelden schieten die de wereld overgaan, en de wereld oproepen om in actie te komen.

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube