ID.nl logo
Cinebar One van Teufel: groots geluidsveld met teleurstellende lokalisatie
© Reshift Digital
Huis

Cinebar One van Teufel: groots geluidsveld met teleurstellende lokalisatie

Teufel maakt hifiapparatuur van hoogwaardige kwaliteit. Dat doen ze niet alleen in de vorm van uit de kluiten gewassen surround sound-sets; het Duitse bedrijf maakt ook gameheadsets, (bluetooth)speakers en soundbars.

Voor een uitgebreid overzicht van de specificaties kun je hier terecht.

De nieuwe Cinebar One is een perfect voorbeeld van zo’n compacte soundbar. Er zijn twee versies van deze soundbar beschikbaar. Wij testen de nieuwste versie van deze soundbar, die je kunt aanschaffen voor 308 euro. Het is, voor 100 euro meer, ook mogelijk om de +-versie van de soundbar aan te schaffen. Deze wordt geleverd met een draadloze subwoofer.

©PXimport

Bouwkwaliteit

De Cinebar One van Teufel is verrassend klein. Desondanks heeft Teufel vier speakers in de soundbar weten te stoppen. Doordat de plastic grille met een zwarte stof is bekleed, zijn ze echter goed verstopt. Desalniettemin verraad de vorm van de Cinebar One dat de middelste twee speakers recht naar voren zijn gericht, terwijl de speakers aan weerszijden een stuk meer naar buiten kijken. Zo wil Teufel met deze kleine soundbar toch proberen een groots geluidsveld neer te zetten.

We benoemden al even dat de grille van plastic is; ook de rest van de behuizing is volledig van plastic gemaakt. De soundbar is desalniettemin redelijk gewichtig en dankzij de rubberen ondervoetjes blijft hij stevig op zijn plek staan. Er is geen beeldschermpje te vinden op de Cinebar One: alles wordt gecommuniceerd doormiddel van een rij kleine, witte ledlampjes boven het Teufel-logo op de soundbar. Het aanwijzen van de input kan met de knoppen bovenop de soundbar, of met de meegeleverde afstandsbediening.

 Dat maakt dat hardere muziek soms afstandelijk klinkt en daarmee echte impact mist. 

-

Aansluitmogelijkheden en codecs

Je kunt de Cinebar One middels hdmi 2.0 inclusief arc en cec, optical of minijack aansluiten. Iets minder gebruikelijk is de usb-aansluiting die ervoor zorgt dat de Cinebar One als externe geluidskaart voor een Windows- of Mac-pc te gebruiken is. Een hdmi- en usb-kabels overigens niet meegeleverd. Naast bekabelde verbindingsmogelijkheden, beschikt de soundbar ook over zowel bluetooth 5.0- als bluetooth aptX-mogelijkheden. Dat maakt hem niet alleen compatibel met diverse telefoons, de Cinebar One kan ook gepaird worden met Google Home en apparaten uit de Amazon Echo-serie.

Qua codec-compatibiliteit is de Cinebar One behoorlijk basic. Hij weet raad met klassieke Dolby Surround Sound-formats, maar heeft geen kaas gegeten van bijvoorbeeld Atmos. Wel is ook in deze kleine soundbar Teufels eigen Dynamore-effect beschikbaar. We testten dit effect, dat dient voor het verbreden van het luisterveld, al eens bij de Cinebar 11 en waren toen erg onder de indruk. Op de eerder genoemde afstandsbediening kun je niet alleen de Dynamore-modus inschakelen, je kunt ook kiezen voor een Movie-, Music- of Voice-modus.

Voordat we gaan luisteren, is het de moeite waard toch nog even terug te komen op de grootte van deze soundbar. Hij is namelijk écht compact. Tel daarbij op dat hij ook als externe geluidskaart op een Windows- of Mac-pc aan te sluiten is en je hebt een zeer veelzijdige speaker. Je kunt de Cinebar One namelijk even eenvoudig kwijt onder de tv als voor een beeldscherm op een bureau. Dan is de vraag natuurlijk wel of die compactheid niet ten koste gaat van een overtuigende klank.

©PXimport

De klank

Een voorzichtig eerste antwoord daarop is nee, maar wat wel opvalt is dat je de grootte van de soundbar terug hoort in de klank van muziek. Het compacte formaat zorgt namelijk voor een nadruk op het dozige gebied in de middenlaag van het spectrum. Dat maakt dat hardere muziek soms afstandelijk klinkt en daarmee echte impact mist. Het laag wat uit deze kleine soundbar komt is daarentegen verrassend. Verwacht geen diep, donderend sublaag, maar toch zeker een schappelijke en overtuigende basis.

In de standaard luistermodus lijken alleen de twee naar voren gerichte luidsprekers optimaal te worden benut. Dat maakt de soundbar in deze modus voornamelijk geschikt om op een bureau te plaatsen en van iets dichterbij te beluisteren. Verwacht dan ook geen groots luisterveld bij het luisteren naar muziek, maar een haast mono-achtige ervaring die desalniettemin behoorlijk gedefinieerd klinkt. Wil je iets meer breedte in het luisterveld creëren, dan kun je natuurlijk gebruik maken van de Dynamore-modus.

Met deze modus verandert de Cinebar One in één klap van bureauspeaker naar een soundbar die je vanaf wat meer afstand moet beluisteren. Net als bij de Cinebar 11 is het ook hier even wennen aan het Dynamore-effect: het lijkt alsof er de nodige trucage wordt toegepast op de klank. Geef je je oren even de tijd om te wennen, dan zul je echter getrakteerd worden op een geluidsveld wat een stuk groter is dan je van een soundbar van dit formaat verwacht. Wat wel opvalt, is dat de Dynamore-modus zich niet zo goed leent voor muziek. Het middengebied wordt een stuk meer troebeler en daarmee verdwijnt de definitie in de stem.

Voor gaming is de Dynamore-modus echter een stuk geschikter. De Cinebar One weet een redelijk overtuigende vertaling te maken van de in-game wereld en is redelijk dynamisch. Wel is er echt een tekort aan precisie in de definitie. Hoewel het geluidsveld breed aanvoelt, is het vrijwel niet mogelijk om verschillende elementen heel precies aan te wijzen in die breedte. Dat is op zich geen probleem als je vanuit je luie positie op de bank een potje Fifa speelt, maar beslissingen op leven en dood bij de wat snellere (multiplayer)shooters zijn uitgesloten met deze soundbar.

©PXimport

Concluderend

De Cinebar One is compact en mede daardoor behoorlijk veelzijdig. Die veelzijdigheid zie je niet alleen terug in de mogelijkheid om de soundbar op veel verschillende manieren te plaatsen, maar ook in de hoeveelheid verbindingsopties en de mogelijkheid tot het inzetten als externe geluidskaart voor een pc. De soundbar laat echter wel wat te wensen over als het aankomt op precisie in zijn lokalisatie. Dat maakt de Cinebar One voornamelijk geschikt voor casual gamers die op zoek zijn naar een soundbar die eventueel ook als desktopspeaker kan fungeren.

Oké
Conclusie

**Prijs** €299,99,- **Verbinding** Hdmi (Arc, CEC), optical, minijack (aux), usb en bluetooth 5.0 aptX **Surround sound** Compatibel met Dolby 5.1 **Subwoofer** Nee, maar wel compatibel met de draadloze T6-subwoofer van Teufel **Extra’s** Dynamore-modus en aan te sluiten als externe geluidskaart op je Windows- of Mac-pc

Plus- en minpunten
  • Compact, te gebruiken als soundbar én desktopspeaker, groot luisterveld voor kleine soundbar
  • Slechte lokalisatie, minder geschikt voor het beluisteren van muziek
▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos