ID.nl logo
Huis

Alexa en de ongevraagde assistentes

Vandaag werd bekend dat Amazon opnames van Alexa heeft overgedragen aan de politie van Arkansas. Momenteel loopt er een nog onopgeloste moordzaak, waarbij het vermoeden bestaat dat een Echo iets heeft kunnen opvangen van het gesprek dat vooraf ging aan de moord. Hoewel het natuurlijk geweldig zou zijn als een moordzaak op deze manier kan worden opgelost, geeft het ook stof tot nadenken: luistert Alexa altijd mee?

Op het moment dat er tijdens een privacydiscussie een verwijzing wordt gemaakt naar het boek 1984, slaat de feitelijke discussie vaak dood. Maar met de opkomst van spraakassistentes als Cortana, Google Assistant, Siri en nu ook Amazons Alexa, is het haast niet te doen om níet te wijzen naar het dystopische boek van George Orwell.

In het verhaal van Orwell werd de bevolking continu afgeluisterd door strategisch geplaatste of zelfs verborgen ‘telescreens’. Apparaatjes die konden afluisteren én propaganda uitzenden, die bovendien onmogelijk uit te zetten zijn. Vooral het idee dat je constant afgeluisterd wordt, werkt benauwend: zo kon de staat, Big Brother, nauwkeurig nagaan wat iedereen zegt (en dus denkt). Die telescreens zijn angstaanjagende apparaatjes, maar met de nodige marketing willen wij ze anno 2017 ook. Sterker nog, ‘we’ zijn bereid veel geld uit te geven voor telescreens met een extraatje. Zo is bekend dat smart-tv’s de microfoon inschakelen om zo via spraakherkenning te achterhalen wie er kijkt en wat de gespreksonderwerpen zijn, om op basis daarvan persoonlijke advertenties voor te kunnen schotelen. Hetzelfde geldt voor smartphones en tablets. Facebook wordt er bijvoorbeeld van verdacht regelmatig stiekem de microfoon aan te spreken om de datahonger van het sociale netwerk te stillen.

Uitschakelen is een vies woord

Maar deze apparaten hebben een nadeel voor de techbedrijven: ze kunnen uitgezet worden of het afluisteren wordt belemmerd door hoesjes en broekzakken. Wanneer je als techbedrijf een stapje verder wilt gaan in je afluisterhonger, moet je altijd en overal duidelijk kunnen luisteren en dit verkopen als handige gadget. Welkom in je smart home! Spraakassistenten als Google Assistant en Alexa luisteren via een mooi vormgegeven telescreentje (respectievelijk Google Home en Amazon Echo) constant mee om zo altijd antwoorden te geven op je vragen of om andere verbonden apparatuur te bedienen. Omdat de apparaten terugpraten en lekkere deuntjes afspelen, moeten ze op een goede, centrale plek in de (verschillende) kamer(s) staan. Uitschakelen? Pfft! Nee! Home en Echo luisteren continu, terwijl ze altijd in verbinding staan met Google en Amazon. En ze slurpen bovendien ook doorlopend energie, maar dat is een ander verhaal.

De enige manier waarop je zeker bent dat er niet meegeluisterd wordt, is door de stekker eruit te trekken. Google en Amazon zijn natuurlijk niet de eerste met zulke streken. Microsofts Xbox One luistert ook naar spraakcommando’s. Zelfs als hij uit staat, luistert de console altijd mee om zich weer te laten inschakelen met het spraakcommando ‘Xbox One aan’, wat in feite betekent dat de Xbox nooit echt uit gaat. M’n tweede generatie Sonos Play:5-speaker heeft intussen ook zijn weg naar zolder gevonden, achter een schakelstekkerblok. Ook deze handige verbonden speaker valt niet uit te schakelen, is constant verbonden en heeft ingebouwde microfoons, zodat je via een app op je iPhone de speaker kunt afstemmen. Ik had me eigenlijk ook niet zo mogen verbazen over het recentelijke nieuws dat de Sonos-speakers ook Amazons Alexa gaan ondersteunen. Zo duwt Amazon als een trojaans paard alsnog Alexa m’n huis in.

Motieven

De motieven van Amazon, Google, Facebook, Microsoft, Apple en al die andere techbedrijven zijn niet ingewikkeld. Dataverzameling levert een gedetailleerd gebruikersprofiel op, wat leidt tot persoonlijkere advertenties en meer advertentie-inkomsten. Probleem is echter dat niet alleen deze bedrijven en adverteerders (indirect) meeluisteren. Dat Big Brother namelijk ook meeluistert via de telescreens in je huis, in het kader van ‘terreur- en criminaliteitsbestrijding’ is sinds Snowdens onthullingen geen geheim meer. En de motieven van deze partij zijn een stuk schimmiger dan advertentie-inkomsten. In het kader van bewustwording stel ik dan ook voor om Google Home en Amazon Echo te hernoemen tot Google Orwell en Amazon Brother.

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube