ID.nl logo
Huis

Samsung 950 Pro-SSD

SSD’s bieden enorme snelheidswinsten ten opzichte van traditionele harde schijven. Dat komt doordat SSD’s gebruikmaken van NAND-opslag, dat geen bewegende delen heeft. Probleem vandaag de dag is dat de doorvoersnelheid van SSD’s zo hoog is dat SATA het niet meer bij kan houden. De 950 Pro-SSD biedt uitkomst.

SATA is de interface die gebruikt wordt om data van en naar de SSD te verplaatsen. Het is oorspronkelijk ontwikkeld voor harde schijven en daar voldeed het prima voor. Zelfs vandaag de dag hebben harde schijven er moeite mee de volledige bandbreedte te gebruiken die SATA hen biedt. De interface kan op dit moment snelheden van zo’n 6 Gbit/sec aan, dat zich vertaalt naar zo’n 600 MB/sec.

SSD’s zijn echter allang door die snelheidsbarrière heen gebroken Dat was al het geval in 2011, net nadat een nieuwe SATA-revisie uit werd gebracht. Al vrij snel kwamen er schijven op de markt die het maximum daarvan gebruikten en dus werd het tijd voor een opvolger van SATA. Helaas is een nieuwe SATA-versie niet erg efficiënt en moest er naar een andere oplossing gekeken worden.

PCI Express & NVMe

Die oplossing is gekomen in de vorm van PCI Express, kortweg PCIe. PCIe is al aanwezig op veel moederborden en het biedt nog veel ruimte voor toekomstige snelheidsverhogingen.

Echter, de overstap naar PCI-Express vereist ook een nieuw protocol voor communicatie. Van oudsher werd AHCI, de Advanced Host Controller Interface, gebruikt, dat vooral ontwikkeld is voor harde schijven en uit 2004 stamt. Niet heel vreemd dat het dus niet erg geschikt is voor solid-state schijven. Gelukkig is er een opvolger, in de vorm van NVMe, dat staat voor Non-Volatile Memory Express. Dit communicatieprotocol maakt optimaal gebruik van de nieuwe snellere hardware. NVMe verlaagt de tijd die nodig is voor een schijfoperatie, heeft maximale ondersteuning voor multicores en heeft ondersteuning voor meerdere en grotere queues. Een queue geeft de hoeveelheid  lees/schrijfoperaties aan die tegelijkertijd kunnen worden uitgevoerd en is vooral nuttig voor multicoresystemen, waar de CPU veel lees/schrijfopdrachten kan doen.

©PXimport

NVMe kan een aantal lagen uit de storage-stack weghalen, waardoor het een stuk efficiënter is dan AHCI.

©PXimport

SSD’s: 950 Pro vs 850 Evo vs HDD

In deze test staat de Samsung 950 Pro SSD met een opslagcapaciteit van 256 GB centraal. Dat is een NVMe-SSD die gebruikmaakt van vier lanes van PCIe 3.0. De 950 Pro SSD is een M.2-schijf, waarbij M.2 een kleine formfactor is bedoeld om te verbinden met PCIe. De SSD-controller van de 950 is Samsung UBX, die verantwoordelijk is voor het aansturen van het 3D V-Nand-flashgeheugen in de SSD. De beloofde sequentiële lees- en schijfsnelheden zijn respectievelijk 2200 MB/sec en 900 MB/sec en de 4k random lees- en schijfsnelheden komen neer op 300.000 en 110.000 input-output operaties per seconde (IOPS).

Deze schijf vergelijken we met de Samsung 850 Evo en een standaard harde schijf van Hitachi. De 850 Evo is aangesloten door middel van SATA 600 en haalt op papier sequentiële lees- en schijfsnelheden van respectievelijk 540 en 520 MB/sec en 4k random lees- en schijfsnelheden van 94.000 en 90.000 IOPS.

Benchmarks

Om de prestaties te meten zoals die in het echt ook zijn, maken we gebruik van een aantal verschillende soorten benchmarktools. PCMark 7 gebruiken we om een echte workload voor opslag na te bootsen. Deze testsuite bootst taken na uitgevoerd in programma’s zoals Windows Defender, het importeren van afbeeldingen, het bewerken van video, het starten van applicaties, het laden van gamelevels en meer. Daarnaast maken we gebruik van PCMark 8 om de wat modernere workloads na te bootsen, zoals Battlefield 3, World of Warcraft, Adobe Photoshop, Microsoft Word en meer. Deze twee benchmarks zijn voor consumenten het belangrijkste, omdat ze het beste écht gebruik nabootsen en we daarmee de impact van de aanzienlijk hogere snelheden die PCIe en NVMe bieden goed kunnen meten. Vooral hier verwachten we dat de NVMe-SSD een sterke voorsprong zal nemen op de overige schijven.

Andere software die we gebruiken is de AS SSD-benchmark, dat zowel lees- als schijfbenchmarks uitvoert. Bovendien gebruikt het data die niet samengeperst kan worden. Er wordt bij AS SSD eerst een sequentiële lees- en schrijftest uitgevoerd, gevolgd door random reads van 4 kB blokken met één instructie en 64 instructies tegelijkertijd. Een random read van 4 kB is iets wat tijdens het normaal gebruik van de pc heel vaak uitgevoerd wordt, bijvoorbeeld als je een map met heel veel kleine bestanden leegt of als het besturingssysteem wordt gestart. Veel bestanden die je regelmatig opent zijn bovendien vrij klein, dus is het resultaat van deze test is belangrijk. Tenslotte meet AS SSD de access time die nodig is voor alle acties, ook een belangrijke indicatie van prestaties in de echte wereld. Op basis daarvan wordt een totaalscore door AS SSD berekend, net als het geval is bij PCMark 7 en 8.

Resultaten

Als we naar de resultaten kijken, zien we dat de 950 Pro-SSD een PCMark 7-score haalt van maar liefst 6071 punten. Dat is erg snel. Per individueel onderdeel is te zien dat vooral bij het starten van applicaties en bij het importeren van foto’s de impact het grootst is ten opzichte van de SATA-SSD, met respectievelijk een verbetering van 38 procent en 12 procent. Het verschil in vergelijking met de harde schijf tussen de twee is enorm, waar de HDD iets meer dan 2200 punten haalt en in het algemeen gewoon zeer traag is.

In PCMark 8, die een iets moderner gebruik van de pc nabootst, is de 950 Pro SSD ook het snelste met een score van 5061 punten, opnieuw gevolgd door de 850 Evo met 4987 punten. Dit keer is het verschil iets minder groot tussen beide voor de totaalscore.

Voor AS SSD zien we opnieuw dat de 950 Pro het beste uit de bus komt, met een dubbele totaalscore ten opzichte van de 850 Evo. Dat zien we bijvoorbeeld terug in de sequentiële lees- en schijftest, waar de voordelen van PCIe in combinatie met een gestroomlijnd communicatieprotocol duidelijk worden, met een snelheid van meer dan 1600 MB/sec voor de 950 Pro versus bijna 500 MB/sec voor de 850 Evo.

Als je veel grote bestanden verplaatst, is de 950 Pro dus een enorme verbetering. Hetzelfde geldt voor het schrijven van bestanden, waarbij de score van de twee ook bijna verdubbeld wordt. Als we kijken naar het lezen van 4K op een willekeurige plek op de schijf, zien we met een thread van 1 een wat kleinere verbetering: bij het schrijven doet de 950 Pro er 30 MB/sec bij, wat aanzienlijk is. Wordt het aantal threads opgeschroefd naar 64, dan zien we opnieuw dat de 950 Pro veel beter die hoge aantallen aan kan. Helaas zal een aantal threads van 64 maar beperkt voorkomen in huis-tuin-en-keukengebruik. De access time van de 950 Pro voor het lezen is bijna de helft van de 850 Evo en dat is dan ook weer een zeer goede verbetering, die wel in het dagelijks gebruik verschil maakt.

Conclusie

In deze test hebben we drie benchmarks uitgevoerd met drie schijven, de 950 Pro en 850 Evo-SSD en een traditionele harde schijf. Het is duidelijk dat de 950 Pro aanzienlijk betere prestaties levert dan SATA-SSD’s, bijvoorbeeld bij het starten van applicaties, het importeren van foto’s en het lezen/schrijven van bestanden.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.