ID.nl logo
Externe opslag voor iPad: Dit moet je weten
© Reshift Digital
Huis

Externe opslag voor iPad: Dit moet je weten

Behalve dat je bestanden lokaal op een iPad kunt opslaan, kun je vanaf je iPad ook vrij eenvoudig een gedeelde netwerkmap van een computer of een NAS benaderen. Zo kun je rechtstreeks bij de gegevens die op een extern opslagapparaat staan. Dat scheelt opslagruimte op je iPad en je hoeft dus ook niet direct het duurste exemplaar aan te schaffen.

Zo zijn er meer voordelen van externe opslag gebruiken met je iPad. Het is bijvoorbeeld ook ideaal als je vanaf andere apparaten bij je bestanden wilt komen, of als je bestanden wilt delen met je gezinsleden. Voor clouddiensten als iCloud, DropBox of OneDrive staan de bijbehorende apps tot je beschikking. De kans is groot dat er ook nog het nodige op een NAS te vinden is. Of dat er een aantal mappen op een computer via het thuisnetwerk beschikbaar zijn gemaakt, zodat jij en je huisgenoten daar gemakkelijk bij kunnen. Denk aan films en muziek, maar dat kunnen natuurlijk ook andere bestanden zijn die jij en anderen regelmatig nodig hebben.

 Het grote voordeel is dat je alles maar één keer op de centrale plek hoeft op te slaan. Daarna kan iedereen erbij en met exact dezelfde versie werken. Natuurlijk staat dit los van de back-ups die je altijd nodig hebt.

Je kunt ook voor een fysieke NAS gaan, dus een zelfstandig werkend opslagapparaat of een (al wat oudere) computer. Die tover je via een programma als TrueNAS om tot een goedkope NAS. Je kunt verder een mappenstructuur op een reguliere computer delen via het thuisnetwerk. Ook dan kun jij gewoon met je iPad bij de bestanden, zolang je maar verbinding hebt met je thuisnetwerk.

©PXimport

Opslagruimte inrichten

Om een willekeurig netwerkapparaat te benaderen, heb je een servernaam of een ip-adres nodig. En natuurlijk ook een gebruikersnaam en wachtwoord, mocht deze opslagruimte niet zomaar voor iedereen toegankelijk zijn. Heb jij een NAS in huis, dan is deze waarschijnlijk op een eerder moment ingericht en kun je de verbinding al meteen opzetten. Gaat het om gedeelde mappen op een Windows-pc, dan moet je dat nog even regelen. Vandaar dat we dit nu eerst tot in detail uitwerken. Daarna laten we zien hoe je verbinding maakt met de netwerkopslag (NAS of gedeelde computermappen) vanaf de iPad.

Het handigste is om een nieuwe hoofdmap aan te maken en daar alles in plaatsen wat jij via het netwerk wilt benaderen en eventueel gaat delen met anderen. Op die manier weet je zeker dat al het andere op de computer niet per ongeluk ook benaderbaar is via het netwerk. 

Wil je alleen een goed afgebakende filmverzameling of muziekcollectie beschikbaar stellen? Dan kun je eventueel de bestaande mappen gebruiken. Een map aanmaken kan met Windows Verkenner. Je mag deze map volledig naar eigen inzicht met allerlei submappen aanmaken. Zo maak je alles overzichtelijk. Vervolgens gaan we deze hoofdmap delen.

©PXimport

Map beschikbaar stellen

Klik met de rechtermuisknop op de hoofdmap, kies Eigenschappen, ga naar het tabblad Delen en klik op Geavanceerd delen. Zet een vinkje bij Deze map delen en vul bij Sharenaam de naam in die je aan deze gedeelde opslag wilt geven. Klik vervolgens op Machtigingen om aan te geven wie wat met deze opslag mag doen.

Standaard zijn mappen en bestanden door iedereen te bekijken en te lezen, maar alleen zodra ze zich met een gebruikersnaam en wachtwoord hebben aangemeld. Je kunt hier eventueel schrijfrechten aan toevoegen, zodat bestanden ook gewijzigd of verwijderd kunnen worden. Je kunt zelfs zover gaan dat je individuele gebruikers op maat gemaakte toegangsrechten geeft; wij doen dat hier niet.

Klik op OK om alles te bevestigen. Terug bij Eigenschappen zie je op het tabblad Delen nu een netwerkpad staan. Het eerste gedeelte hiervan is de servernaam: dat is de naam van deze computer en die heb je straks nodig om verbinding te maken vanaf je iPad.

©PXimport

Verbinden met netwerkopslag

Nu is het tijd om de iPad erbij te pakken en de app Bestanden te openen. Ga naar het beginscherm waar je de kolom met locaties ziet, tik bovenaan op de drie puntjes en kies Verbind met server. Vervolgens wordt gevraagd om de servernaam. Hier tik je de naam in die je op de computer in Eigenschappen: alleen het eerste gedeelte van het netwerkpad is voldoende. Vervolgens tik je op Verbind.

In het vervolgvenster kies je Geregistreerde gebruiker en vul je de gebruikersnaam en het wachtwoord in waarmee je toegang hebt tot de computer. Alleen als de netwerkmap volledig openbaar toegankelijk is, kies je voor Gast. Na een tik op Volgende zie je als het goed is de inhoud van de netwerkschijf, waarna je vrijelijk door de mappen en bestanden kunt bladeren. Je ziet deze netwerkschijf nu ook terug bij de lijst met locaties van de app Bestanden onder het kopje Gedeeld. Dat koppelen hoeft dus slechts eenmalig te gebeuren.

Mocht je deze netwerkschijf ooit weer willen loskoppelen, omdat je het niet meer nodig hebt, selecteer dan deze locatie door erop te tikken. Tik vervolgens op het uitwerp-pictogram achter de servernaam.

©PXimport

Bestanden benaderen

Via de app Bestanden kun je nu volledig naar eigen inzicht bestanden van en naar de iPad kopiëren of verplaatsen. Je kunt bestanden dus alsnog lokaal op de iPad opslaan, maar net zo goed ook gegevens van jouw iPad overzetten naar de netwerkschijf, mits je schrijfrechten hebt toegevoegd (dat kan gelukkig ook achteraf nog). Ideaal als je even krap in je opslagruimte zit of sommige dingen maar heel af en toe gebruikt: je kunt er dan alsnog bij zodra je het een keertje wel nodig hebt.

Een foto of filmpje dat je hebt gemaakt, kun je rechtstreeks vanuit de Bestanden-app bekijken en afspelen. Een document, spreadsheet of presentatie opent weer automatisch in Pages, Numbers of Keynote. Wil je een bestand liever met een andere app openen? Houd je vinger er eventjes op gedrukt tot het keuzemenu wordt geopend, kies Delen en selecteer de gewenste app. Bijvoorbeeld om zelfgemaakte filmpjes aan een project in de videobewerker iMovie toe te voegen, zodat je leuke filmmontages kunt maken.

©PXimport

Openbare toegang

Wil je liever dat de netwerkschijf door iedereen in huis te benaderen is, zonder dat een gebruikersnaam en wachtwoord nodig is? Klik op de computer in de taakbalk op het vergrootglas, zoek naar Geavanceerd delen en klik op Instellingen voor geavanceerd delen beheren. Klik in dit onderdeel van het configuratiescherm op Alle netwerken en kies bij Met wachtwoord beveiligd delen voor Met wachtwoord beveiligd delen uitschakelen. Vanaf dat moment is aanmelden als gast mogelijk, dus zonder dat je nog een gebruikersnaam en wachtwoord aan anderen bekend hoeft te maken.

Externe opslag

Ook een extern opslagapparaat zoals een harddisk, ssd, geheugenkaart of usb-stick kun je prima benaderen vanaf een iPad. Heb jij een iPad met usb-c-aansluiting? Dan heb je geluk, want dan heb je alleen een standaard usb-kabeltje nodig om ze met elkaar te verbinden. Hebben beide apparaten usb-c? Dan gebruik je een kabeltje met usb-c aan beide uiteinden. Heeft het externe apparaat nog een grotere usb-a-aansluiting? In dat geval gebruik je een usb-c-naar-usb-a-kabel. Eenmaal aangesloten vind je het opslagmedium weer netjes terug onder Locaties in de app Bestanden.

Lees ook: Alles over usb-soorten, aansluitingen en hubs

Het kan zijn dat je een externe harde schijf van stroom moet voorzien om deze te kunnen benaderen. Zit er geen stroomaansluiting op het opslagapparaat zelf? Sluit het dan aan op een usb-hub die een eigen stroomvoorziening heeft en verbind deze hub weer met je iPad. Bij een ssd, geheugenkaart of usb-stick zul je gelukkig niet zo snel tegen dat probleem aanlopen.

Bij iPads met een lightning-aansluiting moet je helaas iets meer moeite doen. Het best ben je dan af met de zogeheten Lightning-naar-USB-3-camera-adapter van Apple. Schrik niet, ondanks de naam heb je er geen camera bij nodig. Op deze adapter zit zowel een usb-a-poort als een lightning-poort. Het opslagapparaat sluit je aan op usb-a en (bijvoorbeeld) de stroomadapter van jouw iPad op de lightning-poort. 

Er bestaan nog meer van dit soort adapters, maar die zijn voornamelijk bedoeld om een geheugenkaartje uit te lezen of een camera die is ingeschakeld (en dus al van stroom wordt voorzien) op je iPad aan te sluiten.

©PXimport

Lezen en schrijven

Belangrijk om te weten is dat je externe opslagapparaten zowel kunt uitlezen als beschrijven, zolang ze maar een gegevenspartitie hebben met het FAT32- of ExFAT-bestandssysteem, of natuurlijk Apples eigen APFS-bestandssysteem (als je thuis met een Mac werkt). Windows-schijven hebben doorgaans een NTFS-bestandssysteem en die kun je vanaf iPadOS 15 prima uitlezen op je iPad, maar helaas niet beschrijven.

In Windows Verkenner ontdek je via de Eigenschappen van een opslagmedium om welk bestandssysteem het gaat. Een lege usb-stick, geheugenkaart, ssd of harde schijf kun je altijd nog opnieuw formatteren met FAT32 of exFAT, zodat je het op beide platformen kunt gebruiken. Verzeker je er dan wel van dat er niets (van waarde) op staat, want tijdens dit formatteren wordt alles genadeloos gewist.

©PXimport

Wil je meer tips om alles uit je iPad te halen? Bestel de cursus Doe alles met de iPad!

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.