ID.nl logo
Huis

8 m.2-moederborden onder de loep

Moederborden met een m.2-slot hebben tegenwoordig nogal wat meerwaarde ten opzichte van verouderde exemplaren met uitsluitend klassieke (m)sata-poorten. We bespreken 8 m.2-moederborden met ondersteuning voor m.2, en vertellen je over de voordelen ervan.

Lees ook:Zo werken ssd's

Een groot voordeel van een m.2-slot is de hoge doorvoersnelheid. Deze aansluiting is om die reden prima geschikt om een snelle m.2-ssd met een pci-express-interface op het moederbord te huisvesten, zoals bovenstaande 960 Pro- en 960 EVO-ssd's van Samsung. Dit type opslag neemt bovendien ook minder ruimte in beslag dan een reguliere ssd of harde schijf. Vooral in het geval van een ruimtebesparende mini-pc is dat natuurlijk een pluspunt.

Bijzonder is dat m.2 meerdere interfaces ondersteunt, zodat je in plaats van ssd-opslag bijvoorbeeld ook een draadloze netwerkkaart of 4G-module kunt integreren. Met een m.2-slot kun je dus alle kanten op, maar houd er wel rekening mee dat er verschillende varianten zijn. Een m.2-b-slot ondersteunt alle gangbare interfaces, namelijk pci-express, usb, sata, i²c en audio. Een nadeel is dat een zogeheten b-key (de aanduiding ‘key’ slaat op de inkeping op de rand met connector van de m.2-module) bij pci-express maar twee actieve lanes van de cpu heeft.

Bij een pci-express-slot van de tweede generatie is er dan een theoretische doorvoersnelheid haalbaar van ‘slechts’ 1 Gbit/s. Een m.2-m-slot ondersteunt minder interfaces, namelijk sata en pci-express. Daar staat dan wel tegenover dat een m-key bij pci-express maximaal vier actieve lanes ondersteunt.

Zijn die allemaal aangesloten, dan is er bij een geschikte pci-express 3.0-insteekkaart een snelheid mogelijk tot 4 Gbit/s. Om die reden bespreken we hier alleen moederborden die een m.2-slot met een m-key hebben. Goed, laten we eens acht m.2-moederborden van naderbij bekijken.

ASRock X99 Taichi

©PXimport

Wie van plan is om een supersnelle (maar peperdure) Intel Broadwell-E-processor te integreren, heeft hiervoor een moederbord nodig uit een hoger prijssegment. De X99 Taichi is nog relatief betaalbaar (309 euro) en heeft voor deze veeleisende cpu’s de benodigde LGA2011-3-socket aan boord.

Als basis voor deze socket dient de X99-chipset van Intel. Je kunt maar liefst acht ddr4-modules met een capaciteit van in totaal 128 GB op het moederbord kwijt. Gunstig is dat de fabrikant een Nvidia High Bandwidth sli-brug meelevert voor het geval je met meerdere GeForce GTX 1070- of 1080-videokaarten in sli-modus wilt gamen. Om een zware videokaart te dragen, heeft ASRock de drie pci-express 16x-sloten met aluminium verstevigd.

Opvallend is verder de aanwezigheid van twee gigabit-poorten die je eventueel kunt combineren voor een hogere netwerksnelheid. Als alternatief is er ook een draadloze netwerkadapter met ondersteuning voor zowel de 2,4GHz- als de 5GHz-frequentieband ingebouwd. Bovendien is er ook bluetooth-ondersteuning. Wat betreft connectiviteit kun je alle kanten op. Het moederbord bevat namelijk tien sata600-poorten en een sata-express-aansluiting.

Verder is er plek voor twee m.2-sloten (m-key), zodat je snelle m.2-ssd’s op dit exemplaar kwijt kunt. Daarnaast is er ook nog een m.2-e-slot voor de montage van de draadloze netwerkkaart. Voor een atx-moederbord zijn er relatief weinig usb-poorten beschikbaar, namelijk zeven. Eén exemplaar bestaat hiervan uit een usb3.1-c-poort.

MSI B150M Bazooka Plus

©PXimport

MSI richt zich met de B150M Bazooka Plus (87,30 euro) op handzame game-pc’s. Dit moederbord heeft namelijk het micro-atx-formaat, zodat kopers een mini-pc kunnen inrichten. Qua design krijgen moederborden met gamers als doelgroep altijd iets meer aandacht. Zo is de B150M grotendeels zwart en zijn er aan de achterzijde witte leds aanwezig.

Zoals de naam al doet vermoeden, heeft dit product een Intel B150-chipset aan boord. Hierop zit een LGA1151-socket, dus je kunt een recente Core i7-processor monteren. Het moederbord heeft plek voor vier ddr4-geheugenbankjes met een klokfrequentie van 2133 MHz. In totaal kun je maximaal 64 GB werkgeheugen toevoegen.

Voor het aansluiten van datadragers en overige componenten bevat de B150M maar liefst zes sata600-poorten. Voor de liefhebbers van snelle ssd-opslag is dit moederbord ook uitgerust met een m.2-slot met ondersteuning van de m-key. Verder kun je twee pci-express1x-insteekkaarten en een extra verstevigde pci-express16x-insteekkaart van de derde generatie op het moederbord kwijt.

Vanzelfsprekend zijn er voldoende usb3.1-poorten, waarvan één type-c-poort aan de achterzijde. Voor ‘onboard graphics’ heeft dit moederbord een hdmi- en dvi-poort in huis, al is er ook voldoende plek om een discrete videokaart met eigen aansluitingen te monteren.

ASRock H110M-STX

©PXimport

Hoewel de vraag naar moederborden in het nieuwe mini-stx-formaat toeneemt, hebben tot dusver alleen ASUS en ASRock geschikte producten in hun gamma. Deze formfactor is 29 procent kleiner dan mini-itx, terwijl gebruikers evengoed zelf een processor kunnen vastschroeven. Om overmatige hitteproductie te voorkomen, is de tdp (thermal design power) van de cpu wel beperkt tot 65 watt.

Gelukkig weerhoudt deze beperking je niet om een recente Core i7-processor toe te voegen. Dit ASRock-product (91,95 euro) is gebouwd rondom de H110-chipset van Intel. Hierop is een LGA1151-socket aanwezig, zodat je een recente Intel-processor kunt aansluiten. Als geheugen voeg je twee ddr4-modules toe met een klokfrequentie van 2133 MHz. De maximale geheugencapaciteit bedraagt 32 GB.

De ruimte is vanwege de mini-stx-formfactor natuurlijk beperkt, dus er zijn niet zoveel aansluitingen beschikbaar. Je moet het intern namelijk doen met twee sata6-poorten en een m.2-slot (m-key) met ondersteuning voor de pci-express-interface. Bovendien is er een extra m.2-slot aanwezig (e-key) voor een optionele wifi- en bluetooth-module. Er is geen ruimte om een discrete videokaart in te bouwen.

Gelukkig zijn de interne videochips van Intel-processors tegenwoordig een aardig alternatief. Via vga, hdmi of displayport kun je het beeld in ieder geval doorsturen naar een monitor. Ten slotte zijn er drie gewone usb-poorten beschikbaar, plus één usb3.0-connector met een type-c-aansluiting.

Gigabyte GA-Z170X-Designare

©PXimport

Met de GA-Z170X-Designare (237,90 euro) heeft Gigabyte een atx-moederbord op de markt gebracht met zeer veel mogelijkheden. Als basis dient de Z170-chipset, waarbij er aan de hand van de LGA1151-socket ondersteuning is voor de populaire Skylake-processorreeks van Intel. Daarnaast kun je nog vier ddr4-geheugenmodules met een capaciteit van maximaal 64 GB op dit moederbord kwijt.

Opvallend is dat de GA-Z170X-Designare gecertificeerd is voor thunderbolt 3, zodat je via een enkele usb-c-poort zowel data als beeld op hoge snelheden kunt overdragen. Thunderbolt 3 biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid om via het displayport1.2-protocol twee schermen in ultra hd aan te sturen met zestig beelden per seconde.

Een tweede opvallende eigenschap is de aanwezigheid van een u.2-slot, waarmee er (in vergelijking met m.2) nog hogere doorvoersnelheden tot 32 Gbit/s haalbaar zijn voor geschikte ssd’s. Overigens zijn ssd’s met een u.2-interface nog vrij zeldzaam en duur (Intel SSD 750). Naast een u.2-slot is er gelukkig ook een gangbaarder m.2-slot met een m-key aanwezig.

In tegenstelling tot de meeste moederborden kun je dankzij 22110-ondersteuning een iets groter formaat op dit slot kwijt. Voor overige connectiviteit binnen de behuizing doe je een beroep op zes sata600- en twee sata-express-poorten. In de behuizing is er voldoende plek om twee grafische kaarten in sli- of crossfire-opstelling te laten samenwerken.

Wie een hoge netwerksnelheid belangrijk vindt, combineert eventueel twee gigabitpoorten. Om dit moederbord meer glans te geven, is er op diverse plekken sfeervolle ledverlichting aanwezig. Een leuke gimmick is dat je hiervan zelf de gewenste kleur instelt.

Lees verder op de volgende pagina, waar nog vier moederborden aan bod komen.

ASUS H110S2

©PXimport

De recente H110S2 (86,50 euro) is voor minder dan honderd euro te koop, terwijl dit exemplaar je mini-pc van alle gemakken voorziet. Het betreft een moederbord met de recente mini-stx formfactor, waarbij gebruikers zelf een processor op de veelgebruikte LGA1151-socket kunnen prikken. Verder is er plek voor twee ddr4-geheugenmodules met een kloksnelheid van 2133 MHz en een capaciteit van in totaal 32 GB.

Het moederbord gebruikt de Intel H110-chipset als basis, waarbij er twee sata600-poorten en een m.2-slot paraat staan. Laatstgenoemde aansluiting ondersteunt de zogeheten m-key, zodat er hoge doorvoersnelheden haalbaar zijn. Er is in de behuizing plek voor m.2-2280-ssd’s, zoals bij alle besproken moederborden het geval is. De H110S2 heeft overigens nog een m.2-slot met een e-key (2230) in huis. Die is weliswaar niet geschikt voor een opslagdrager, maar je kunt hierop bijvoorbeeld wel een bluetooth-adapter aansluiten.

Fijn is dat er naast twee reguliere usb3.0-poorten ook een usb-c-aansluiting voorhanden is. Op grafisch vlak ondersteunt dit ASUS-product de interne videochip van Intel-processors (HD Graphics). Voor de doorgifte van beelden staan onder meer een hdmi- en displayport-aansluiting klaar.

ASUS Tuf Sabertooth 990FX R3.0

©PXimport

Hoewel Intel de pc-markt met zijn chipsets domineert, wil dat nog niet zeggen dat er geen andere spelers zijn. ASUS heeft met de Tuf Sabertooth 990FX R3.0 (219 euro) een atx-moederbord in zijn gamma die is gebaseerd op de 990FX-chipset van AMD. Er is een AM3+-socket aanwezig waarmee je een processor uit de FX-, Phenom II-, Athlon II- of Sempron- 100-serie kunt monteren.

Op het gebied van geheugenondersteuning lopen veel AMD-cpu’s nog wat achter en daarom accepteert dit moederbord alleen ddr3-modules met een maximale kloksnelheid van 1866 MHz. Er zijn vier geheugensloten aanwezig waarop je in totaal 32 GB aan werkgeheugen kunt prikken.

Gameliefhebbers die maximaal drie videokaarten tegelijkertijd willen gebruiken, maken hiervoor gebruik van sli- of crossfire-ondersteuning. Het moederbord heeft hiervoor verstevigde pci-express-2.0-sloten in huis. Voor de interne connectiviteit staan er vijf sata600-poorten paraat. Daarnaast is er ook een m.2-slot om eventueel m.2-ssd-opslag met het moederbord te verbinden. Van de vier usb3.1-poorten op het I/O-paneel is er ook een exemplaar met type-c-aansluiting aanwezig.

ASUS heeft veel zorg besteed aan het design van dit atx-moederbord. Het product heeft namelijk een strakke uitstraling en er is ledverlichting met diverse voorinstellingen voorgeïnstalleerd. Opvallend is dat het koelblok vijf leds bevat die mogelijk oplichten in het geval van opstartproblemen.

Gigabyte GA-H110N

©PXimport

De GA-H110N (90 euro) is een mini-itx-moederbord met bescheiden afmetingen van zo’n 17 bij 17 centimeter. Desondanks kun je er dankzij de Intel H110-chipset alle kanten mee op, waarbij het zelfs mogelijk is om een discrete videokaart te plaatsen via het pci-express-x16-slot van de derde generatie.

Overigens is dat voor eenvoudige pc-taken niet per se nodig, want de meeste Intel-processors hebben tegenwoordig een goede interne videochip. Het enige wat je hoeft te doen, is een geschikte cpu met HD Graphics kiezen voor de veelgebruikte LGA1151-socket. Voor het transporteren van de videobeelden, bevat het product een vga-, dvi-d- en hdmi-aansluiting, waarbij je maximaal twee schermen tegelijkertijd kunt gebruiken.

Het moederbord heeft verder plek voor twee ddr4-geheugensloten van maximaal 16 GB per stuk. Er zijn weliswaar twee m.2-sloten beschikbaar, maar slechts één exemplaar beschikt over een m-key voor ssd-opslag. De andere aansluiting is bedoeld voor een draadloze netwerkmodule.

Voor de aansluiting van overige componenten maak je gebruik van drie sata600-connectors. Hoewel het moederbord verschillende usb-poorten bevat, is er helaas nergens een type-c-aansluiting te zien. Daarmee is de GA-H110N in dit deelnemersveld een uitzondering.

MSI X99A Tomahawk

©PXimport

Als je alleen genoegen neemt met brute rekenkracht, kun je niet om een moederbord met een Intel X99-chipset heen. Hierop is namelijk de 2011-3-socket gemonteerd, zodat je een Intel Broadwell-E-processor kunt aansluiten. De X99A Tomahawk van MSI (282,90 euro) voldoet aan alle eisen. Met plek voor acht ddr4-geheugensloten met een maximale klokfrequentie van 3333 MHz komt je niet snel werkgeheugen tekort.

Op het moederbord zijn er verder drie pci-express-x16-sloten van de derde generatie beschikbaar. Voor fanatieke gamers is er sli- en crossfire-ondersteuning, zodat je de grafische rekenkracht van meerdere videokaarten kunt bundelen. Zoals je van een modern moederbord mag verwachten, zijn er maar liefst tien usb-poorten voorhanden waarvan één exemplaar met type-c-aansluiting aan de achterzijde.

Op de X99A Tomahawk vind je verder tien sata600-poorten, een m.2-slot (m-key) en een u.2-poort. Kortom, aan interne connectiviteit is er geen gebrek. Je voert de netwerksnelheid zo nodig op, door beide gigabit-poorten in teammodus te gebruiken.

Opvallend is dat MSI ook liefhebbers van audio bedient, waarbij er diverse maatregelen zijn genomen om audioreferentie tegen te gaan. MSI heeft dit moederbord voorzien van een stoer uiterlijk, waarbij de Taiwanese fabrikant de trend van ledverlichting volgt.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.