ID.nl logo
Huis

8 m.2-moederborden onder de loep

Moederborden met een m.2-slot hebben tegenwoordig nogal wat meerwaarde ten opzichte van verouderde exemplaren met uitsluitend klassieke (m)sata-poorten. We bespreken 8 m.2-moederborden met ondersteuning voor m.2, en vertellen je over de voordelen ervan.

Lees ook:Zo werken ssd's

Een groot voordeel van een m.2-slot is de hoge doorvoersnelheid. Deze aansluiting is om die reden prima geschikt om een snelle m.2-ssd met een pci-express-interface op het moederbord te huisvesten, zoals bovenstaande 960 Pro- en 960 EVO-ssd's van Samsung. Dit type opslag neemt bovendien ook minder ruimte in beslag dan een reguliere ssd of harde schijf. Vooral in het geval van een ruimtebesparende mini-pc is dat natuurlijk een pluspunt.

Bijzonder is dat m.2 meerdere interfaces ondersteunt, zodat je in plaats van ssd-opslag bijvoorbeeld ook een draadloze netwerkkaart of 4G-module kunt integreren. Met een m.2-slot kun je dus alle kanten op, maar houd er wel rekening mee dat er verschillende varianten zijn. Een m.2-b-slot ondersteunt alle gangbare interfaces, namelijk pci-express, usb, sata, i²c en audio. Een nadeel is dat een zogeheten b-key (de aanduiding ‘key’ slaat op de inkeping op de rand met connector van de m.2-module) bij pci-express maar twee actieve lanes van de cpu heeft.

Bij een pci-express-slot van de tweede generatie is er dan een theoretische doorvoersnelheid haalbaar van ‘slechts’ 1 Gbit/s. Een m.2-m-slot ondersteunt minder interfaces, namelijk sata en pci-express. Daar staat dan wel tegenover dat een m-key bij pci-express maximaal vier actieve lanes ondersteunt.

Zijn die allemaal aangesloten, dan is er bij een geschikte pci-express 3.0-insteekkaart een snelheid mogelijk tot 4 Gbit/s. Om die reden bespreken we hier alleen moederborden die een m.2-slot met een m-key hebben. Goed, laten we eens acht m.2-moederborden van naderbij bekijken.

ASRock X99 Taichi

©PXimport

Wie van plan is om een supersnelle (maar peperdure) Intel Broadwell-E-processor te integreren, heeft hiervoor een moederbord nodig uit een hoger prijssegment. De X99 Taichi is nog relatief betaalbaar (309 euro) en heeft voor deze veeleisende cpu’s de benodigde LGA2011-3-socket aan boord.

Als basis voor deze socket dient de X99-chipset van Intel. Je kunt maar liefst acht ddr4-modules met een capaciteit van in totaal 128 GB op het moederbord kwijt. Gunstig is dat de fabrikant een Nvidia High Bandwidth sli-brug meelevert voor het geval je met meerdere GeForce GTX 1070- of 1080-videokaarten in sli-modus wilt gamen. Om een zware videokaart te dragen, heeft ASRock de drie pci-express 16x-sloten met aluminium verstevigd.

Opvallend is verder de aanwezigheid van twee gigabit-poorten die je eventueel kunt combineren voor een hogere netwerksnelheid. Als alternatief is er ook een draadloze netwerkadapter met ondersteuning voor zowel de 2,4GHz- als de 5GHz-frequentieband ingebouwd. Bovendien is er ook bluetooth-ondersteuning. Wat betreft connectiviteit kun je alle kanten op. Het moederbord bevat namelijk tien sata600-poorten en een sata-express-aansluiting.

Verder is er plek voor twee m.2-sloten (m-key), zodat je snelle m.2-ssd’s op dit exemplaar kwijt kunt. Daarnaast is er ook nog een m.2-e-slot voor de montage van de draadloze netwerkkaart. Voor een atx-moederbord zijn er relatief weinig usb-poorten beschikbaar, namelijk zeven. Eén exemplaar bestaat hiervan uit een usb3.1-c-poort.

MSI B150M Bazooka Plus

©PXimport

MSI richt zich met de B150M Bazooka Plus (87,30 euro) op handzame game-pc’s. Dit moederbord heeft namelijk het micro-atx-formaat, zodat kopers een mini-pc kunnen inrichten. Qua design krijgen moederborden met gamers als doelgroep altijd iets meer aandacht. Zo is de B150M grotendeels zwart en zijn er aan de achterzijde witte leds aanwezig.

Zoals de naam al doet vermoeden, heeft dit product een Intel B150-chipset aan boord. Hierop zit een LGA1151-socket, dus je kunt een recente Core i7-processor monteren. Het moederbord heeft plek voor vier ddr4-geheugenbankjes met een klokfrequentie van 2133 MHz. In totaal kun je maximaal 64 GB werkgeheugen toevoegen.

Voor het aansluiten van datadragers en overige componenten bevat de B150M maar liefst zes sata600-poorten. Voor de liefhebbers van snelle ssd-opslag is dit moederbord ook uitgerust met een m.2-slot met ondersteuning van de m-key. Verder kun je twee pci-express1x-insteekkaarten en een extra verstevigde pci-express16x-insteekkaart van de derde generatie op het moederbord kwijt.

Vanzelfsprekend zijn er voldoende usb3.1-poorten, waarvan één type-c-poort aan de achterzijde. Voor ‘onboard graphics’ heeft dit moederbord een hdmi- en dvi-poort in huis, al is er ook voldoende plek om een discrete videokaart met eigen aansluitingen te monteren.

ASRock H110M-STX

©PXimport

Hoewel de vraag naar moederborden in het nieuwe mini-stx-formaat toeneemt, hebben tot dusver alleen ASUS en ASRock geschikte producten in hun gamma. Deze formfactor is 29 procent kleiner dan mini-itx, terwijl gebruikers evengoed zelf een processor kunnen vastschroeven. Om overmatige hitteproductie te voorkomen, is de tdp (thermal design power) van de cpu wel beperkt tot 65 watt.

Gelukkig weerhoudt deze beperking je niet om een recente Core i7-processor toe te voegen. Dit ASRock-product (91,95 euro) is gebouwd rondom de H110-chipset van Intel. Hierop is een LGA1151-socket aanwezig, zodat je een recente Intel-processor kunt aansluiten. Als geheugen voeg je twee ddr4-modules toe met een klokfrequentie van 2133 MHz. De maximale geheugencapaciteit bedraagt 32 GB.

De ruimte is vanwege de mini-stx-formfactor natuurlijk beperkt, dus er zijn niet zoveel aansluitingen beschikbaar. Je moet het intern namelijk doen met twee sata6-poorten en een m.2-slot (m-key) met ondersteuning voor de pci-express-interface. Bovendien is er een extra m.2-slot aanwezig (e-key) voor een optionele wifi- en bluetooth-module. Er is geen ruimte om een discrete videokaart in te bouwen.

Gelukkig zijn de interne videochips van Intel-processors tegenwoordig een aardig alternatief. Via vga, hdmi of displayport kun je het beeld in ieder geval doorsturen naar een monitor. Ten slotte zijn er drie gewone usb-poorten beschikbaar, plus één usb3.0-connector met een type-c-aansluiting.

Gigabyte GA-Z170X-Designare

©PXimport

Met de GA-Z170X-Designare (237,90 euro) heeft Gigabyte een atx-moederbord op de markt gebracht met zeer veel mogelijkheden. Als basis dient de Z170-chipset, waarbij er aan de hand van de LGA1151-socket ondersteuning is voor de populaire Skylake-processorreeks van Intel. Daarnaast kun je nog vier ddr4-geheugenmodules met een capaciteit van maximaal 64 GB op dit moederbord kwijt.

Opvallend is dat de GA-Z170X-Designare gecertificeerd is voor thunderbolt 3, zodat je via een enkele usb-c-poort zowel data als beeld op hoge snelheden kunt overdragen. Thunderbolt 3 biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid om via het displayport1.2-protocol twee schermen in ultra hd aan te sturen met zestig beelden per seconde.

Een tweede opvallende eigenschap is de aanwezigheid van een u.2-slot, waarmee er (in vergelijking met m.2) nog hogere doorvoersnelheden tot 32 Gbit/s haalbaar zijn voor geschikte ssd’s. Overigens zijn ssd’s met een u.2-interface nog vrij zeldzaam en duur (Intel SSD 750). Naast een u.2-slot is er gelukkig ook een gangbaarder m.2-slot met een m-key aanwezig.

In tegenstelling tot de meeste moederborden kun je dankzij 22110-ondersteuning een iets groter formaat op dit slot kwijt. Voor overige connectiviteit binnen de behuizing doe je een beroep op zes sata600- en twee sata-express-poorten. In de behuizing is er voldoende plek om twee grafische kaarten in sli- of crossfire-opstelling te laten samenwerken.

Wie een hoge netwerksnelheid belangrijk vindt, combineert eventueel twee gigabitpoorten. Om dit moederbord meer glans te geven, is er op diverse plekken sfeervolle ledverlichting aanwezig. Een leuke gimmick is dat je hiervan zelf de gewenste kleur instelt.

Lees verder op de volgende pagina, waar nog vier moederborden aan bod komen.

ASUS H110S2

©PXimport

De recente H110S2 (86,50 euro) is voor minder dan honderd euro te koop, terwijl dit exemplaar je mini-pc van alle gemakken voorziet. Het betreft een moederbord met de recente mini-stx formfactor, waarbij gebruikers zelf een processor op de veelgebruikte LGA1151-socket kunnen prikken. Verder is er plek voor twee ddr4-geheugenmodules met een kloksnelheid van 2133 MHz en een capaciteit van in totaal 32 GB.

Het moederbord gebruikt de Intel H110-chipset als basis, waarbij er twee sata600-poorten en een m.2-slot paraat staan. Laatstgenoemde aansluiting ondersteunt de zogeheten m-key, zodat er hoge doorvoersnelheden haalbaar zijn. Er is in de behuizing plek voor m.2-2280-ssd’s, zoals bij alle besproken moederborden het geval is. De H110S2 heeft overigens nog een m.2-slot met een e-key (2230) in huis. Die is weliswaar niet geschikt voor een opslagdrager, maar je kunt hierop bijvoorbeeld wel een bluetooth-adapter aansluiten.

Fijn is dat er naast twee reguliere usb3.0-poorten ook een usb-c-aansluiting voorhanden is. Op grafisch vlak ondersteunt dit ASUS-product de interne videochip van Intel-processors (HD Graphics). Voor de doorgifte van beelden staan onder meer een hdmi- en displayport-aansluiting klaar.

ASUS Tuf Sabertooth 990FX R3.0

©PXimport

Hoewel Intel de pc-markt met zijn chipsets domineert, wil dat nog niet zeggen dat er geen andere spelers zijn. ASUS heeft met de Tuf Sabertooth 990FX R3.0 (219 euro) een atx-moederbord in zijn gamma die is gebaseerd op de 990FX-chipset van AMD. Er is een AM3+-socket aanwezig waarmee je een processor uit de FX-, Phenom II-, Athlon II- of Sempron- 100-serie kunt monteren.

Op het gebied van geheugenondersteuning lopen veel AMD-cpu’s nog wat achter en daarom accepteert dit moederbord alleen ddr3-modules met een maximale kloksnelheid van 1866 MHz. Er zijn vier geheugensloten aanwezig waarop je in totaal 32 GB aan werkgeheugen kunt prikken.

Gameliefhebbers die maximaal drie videokaarten tegelijkertijd willen gebruiken, maken hiervoor gebruik van sli- of crossfire-ondersteuning. Het moederbord heeft hiervoor verstevigde pci-express-2.0-sloten in huis. Voor de interne connectiviteit staan er vijf sata600-poorten paraat. Daarnaast is er ook een m.2-slot om eventueel m.2-ssd-opslag met het moederbord te verbinden. Van de vier usb3.1-poorten op het I/O-paneel is er ook een exemplaar met type-c-aansluiting aanwezig.

ASUS heeft veel zorg besteed aan het design van dit atx-moederbord. Het product heeft namelijk een strakke uitstraling en er is ledverlichting met diverse voorinstellingen voorgeïnstalleerd. Opvallend is dat het koelblok vijf leds bevat die mogelijk oplichten in het geval van opstartproblemen.

Gigabyte GA-H110N

©PXimport

De GA-H110N (90 euro) is een mini-itx-moederbord met bescheiden afmetingen van zo’n 17 bij 17 centimeter. Desondanks kun je er dankzij de Intel H110-chipset alle kanten mee op, waarbij het zelfs mogelijk is om een discrete videokaart te plaatsen via het pci-express-x16-slot van de derde generatie.

Overigens is dat voor eenvoudige pc-taken niet per se nodig, want de meeste Intel-processors hebben tegenwoordig een goede interne videochip. Het enige wat je hoeft te doen, is een geschikte cpu met HD Graphics kiezen voor de veelgebruikte LGA1151-socket. Voor het transporteren van de videobeelden, bevat het product een vga-, dvi-d- en hdmi-aansluiting, waarbij je maximaal twee schermen tegelijkertijd kunt gebruiken.

Het moederbord heeft verder plek voor twee ddr4-geheugensloten van maximaal 16 GB per stuk. Er zijn weliswaar twee m.2-sloten beschikbaar, maar slechts één exemplaar beschikt over een m-key voor ssd-opslag. De andere aansluiting is bedoeld voor een draadloze netwerkmodule.

Voor de aansluiting van overige componenten maak je gebruik van drie sata600-connectors. Hoewel het moederbord verschillende usb-poorten bevat, is er helaas nergens een type-c-aansluiting te zien. Daarmee is de GA-H110N in dit deelnemersveld een uitzondering.

MSI X99A Tomahawk

©PXimport

Als je alleen genoegen neemt met brute rekenkracht, kun je niet om een moederbord met een Intel X99-chipset heen. Hierop is namelijk de 2011-3-socket gemonteerd, zodat je een Intel Broadwell-E-processor kunt aansluiten. De X99A Tomahawk van MSI (282,90 euro) voldoet aan alle eisen. Met plek voor acht ddr4-geheugensloten met een maximale klokfrequentie van 3333 MHz komt je niet snel werkgeheugen tekort.

Op het moederbord zijn er verder drie pci-express-x16-sloten van de derde generatie beschikbaar. Voor fanatieke gamers is er sli- en crossfire-ondersteuning, zodat je de grafische rekenkracht van meerdere videokaarten kunt bundelen. Zoals je van een modern moederbord mag verwachten, zijn er maar liefst tien usb-poorten voorhanden waarvan één exemplaar met type-c-aansluiting aan de achterzijde.

Op de X99A Tomahawk vind je verder tien sata600-poorten, een m.2-slot (m-key) en een u.2-poort. Kortom, aan interne connectiviteit is er geen gebrek. Je voert de netwerksnelheid zo nodig op, door beide gigabit-poorten in teammodus te gebruiken.

Opvallend is dat MSI ook liefhebbers van audio bedient, waarbij er diverse maatregelen zijn genomen om audioreferentie tegen te gaan. MSI heeft dit moederbord voorzien van een stoer uiterlijk, waarbij de Taiwanese fabrikant de trend van ledverlichting volgt.

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube