ID.nl logo
Huis

8 m.2-moederborden onder de loep

Moederborden met een m.2-slot hebben tegenwoordig nogal wat meerwaarde ten opzichte van verouderde exemplaren met uitsluitend klassieke (m)sata-poorten. We bespreken 8 m.2-moederborden met ondersteuning voor m.2, en vertellen je over de voordelen ervan.

Lees ook:Zo werken ssd's

Een groot voordeel van een m.2-slot is de hoge doorvoersnelheid. Deze aansluiting is om die reden prima geschikt om een snelle m.2-ssd met een pci-express-interface op het moederbord te huisvesten, zoals bovenstaande 960 Pro- en 960 EVO-ssd's van Samsung. Dit type opslag neemt bovendien ook minder ruimte in beslag dan een reguliere ssd of harde schijf. Vooral in het geval van een ruimtebesparende mini-pc is dat natuurlijk een pluspunt.

Bijzonder is dat m.2 meerdere interfaces ondersteunt, zodat je in plaats van ssd-opslag bijvoorbeeld ook een draadloze netwerkkaart of 4G-module kunt integreren. Met een m.2-slot kun je dus alle kanten op, maar houd er wel rekening mee dat er verschillende varianten zijn. Een m.2-b-slot ondersteunt alle gangbare interfaces, namelijk pci-express, usb, sata, i²c en audio. Een nadeel is dat een zogeheten b-key (de aanduiding ‘key’ slaat op de inkeping op de rand met connector van de m.2-module) bij pci-express maar twee actieve lanes van de cpu heeft.

Bij een pci-express-slot van de tweede generatie is er dan een theoretische doorvoersnelheid haalbaar van ‘slechts’ 1 Gbit/s. Een m.2-m-slot ondersteunt minder interfaces, namelijk sata en pci-express. Daar staat dan wel tegenover dat een m-key bij pci-express maximaal vier actieve lanes ondersteunt.

Zijn die allemaal aangesloten, dan is er bij een geschikte pci-express 3.0-insteekkaart een snelheid mogelijk tot 4 Gbit/s. Om die reden bespreken we hier alleen moederborden die een m.2-slot met een m-key hebben. Goed, laten we eens acht m.2-moederborden van naderbij bekijken.

ASRock X99 Taichi

©PXimport

Wie van plan is om een supersnelle (maar peperdure) Intel Broadwell-E-processor te integreren, heeft hiervoor een moederbord nodig uit een hoger prijssegment. De X99 Taichi is nog relatief betaalbaar (309 euro) en heeft voor deze veeleisende cpu’s de benodigde LGA2011-3-socket aan boord.

Als basis voor deze socket dient de X99-chipset van Intel. Je kunt maar liefst acht ddr4-modules met een capaciteit van in totaal 128 GB op het moederbord kwijt. Gunstig is dat de fabrikant een Nvidia High Bandwidth sli-brug meelevert voor het geval je met meerdere GeForce GTX 1070- of 1080-videokaarten in sli-modus wilt gamen. Om een zware videokaart te dragen, heeft ASRock de drie pci-express 16x-sloten met aluminium verstevigd.

Opvallend is verder de aanwezigheid van twee gigabit-poorten die je eventueel kunt combineren voor een hogere netwerksnelheid. Als alternatief is er ook een draadloze netwerkadapter met ondersteuning voor zowel de 2,4GHz- als de 5GHz-frequentieband ingebouwd. Bovendien is er ook bluetooth-ondersteuning. Wat betreft connectiviteit kun je alle kanten op. Het moederbord bevat namelijk tien sata600-poorten en een sata-express-aansluiting.

Verder is er plek voor twee m.2-sloten (m-key), zodat je snelle m.2-ssd’s op dit exemplaar kwijt kunt. Daarnaast is er ook nog een m.2-e-slot voor de montage van de draadloze netwerkkaart. Voor een atx-moederbord zijn er relatief weinig usb-poorten beschikbaar, namelijk zeven. Eén exemplaar bestaat hiervan uit een usb3.1-c-poort.

MSI B150M Bazooka Plus

©PXimport

MSI richt zich met de B150M Bazooka Plus (87,30 euro) op handzame game-pc’s. Dit moederbord heeft namelijk het micro-atx-formaat, zodat kopers een mini-pc kunnen inrichten. Qua design krijgen moederborden met gamers als doelgroep altijd iets meer aandacht. Zo is de B150M grotendeels zwart en zijn er aan de achterzijde witte leds aanwezig.

Zoals de naam al doet vermoeden, heeft dit product een Intel B150-chipset aan boord. Hierop zit een LGA1151-socket, dus je kunt een recente Core i7-processor monteren. Het moederbord heeft plek voor vier ddr4-geheugenbankjes met een klokfrequentie van 2133 MHz. In totaal kun je maximaal 64 GB werkgeheugen toevoegen.

Voor het aansluiten van datadragers en overige componenten bevat de B150M maar liefst zes sata600-poorten. Voor de liefhebbers van snelle ssd-opslag is dit moederbord ook uitgerust met een m.2-slot met ondersteuning van de m-key. Verder kun je twee pci-express1x-insteekkaarten en een extra verstevigde pci-express16x-insteekkaart van de derde generatie op het moederbord kwijt.

Vanzelfsprekend zijn er voldoende usb3.1-poorten, waarvan één type-c-poort aan de achterzijde. Voor ‘onboard graphics’ heeft dit moederbord een hdmi- en dvi-poort in huis, al is er ook voldoende plek om een discrete videokaart met eigen aansluitingen te monteren.

ASRock H110M-STX

©PXimport

Hoewel de vraag naar moederborden in het nieuwe mini-stx-formaat toeneemt, hebben tot dusver alleen ASUS en ASRock geschikte producten in hun gamma. Deze formfactor is 29 procent kleiner dan mini-itx, terwijl gebruikers evengoed zelf een processor kunnen vastschroeven. Om overmatige hitteproductie te voorkomen, is de tdp (thermal design power) van de cpu wel beperkt tot 65 watt.

Gelukkig weerhoudt deze beperking je niet om een recente Core i7-processor toe te voegen. Dit ASRock-product (91,95 euro) is gebouwd rondom de H110-chipset van Intel. Hierop is een LGA1151-socket aanwezig, zodat je een recente Intel-processor kunt aansluiten. Als geheugen voeg je twee ddr4-modules toe met een klokfrequentie van 2133 MHz. De maximale geheugencapaciteit bedraagt 32 GB.

De ruimte is vanwege de mini-stx-formfactor natuurlijk beperkt, dus er zijn niet zoveel aansluitingen beschikbaar. Je moet het intern namelijk doen met twee sata6-poorten en een m.2-slot (m-key) met ondersteuning voor de pci-express-interface. Bovendien is er een extra m.2-slot aanwezig (e-key) voor een optionele wifi- en bluetooth-module. Er is geen ruimte om een discrete videokaart in te bouwen.

Gelukkig zijn de interne videochips van Intel-processors tegenwoordig een aardig alternatief. Via vga, hdmi of displayport kun je het beeld in ieder geval doorsturen naar een monitor. Ten slotte zijn er drie gewone usb-poorten beschikbaar, plus één usb3.0-connector met een type-c-aansluiting.

Gigabyte GA-Z170X-Designare

©PXimport

Met de GA-Z170X-Designare (237,90 euro) heeft Gigabyte een atx-moederbord op de markt gebracht met zeer veel mogelijkheden. Als basis dient de Z170-chipset, waarbij er aan de hand van de LGA1151-socket ondersteuning is voor de populaire Skylake-processorreeks van Intel. Daarnaast kun je nog vier ddr4-geheugenmodules met een capaciteit van maximaal 64 GB op dit moederbord kwijt.

Opvallend is dat de GA-Z170X-Designare gecertificeerd is voor thunderbolt 3, zodat je via een enkele usb-c-poort zowel data als beeld op hoge snelheden kunt overdragen. Thunderbolt 3 biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid om via het displayport1.2-protocol twee schermen in ultra hd aan te sturen met zestig beelden per seconde.

Een tweede opvallende eigenschap is de aanwezigheid van een u.2-slot, waarmee er (in vergelijking met m.2) nog hogere doorvoersnelheden tot 32 Gbit/s haalbaar zijn voor geschikte ssd’s. Overigens zijn ssd’s met een u.2-interface nog vrij zeldzaam en duur (Intel SSD 750). Naast een u.2-slot is er gelukkig ook een gangbaarder m.2-slot met een m-key aanwezig.

In tegenstelling tot de meeste moederborden kun je dankzij 22110-ondersteuning een iets groter formaat op dit slot kwijt. Voor overige connectiviteit binnen de behuizing doe je een beroep op zes sata600- en twee sata-express-poorten. In de behuizing is er voldoende plek om twee grafische kaarten in sli- of crossfire-opstelling te laten samenwerken.

Wie een hoge netwerksnelheid belangrijk vindt, combineert eventueel twee gigabitpoorten. Om dit moederbord meer glans te geven, is er op diverse plekken sfeervolle ledverlichting aanwezig. Een leuke gimmick is dat je hiervan zelf de gewenste kleur instelt.

Lees verder op de volgende pagina, waar nog vier moederborden aan bod komen.

ASUS H110S2

©PXimport

De recente H110S2 (86,50 euro) is voor minder dan honderd euro te koop, terwijl dit exemplaar je mini-pc van alle gemakken voorziet. Het betreft een moederbord met de recente mini-stx formfactor, waarbij gebruikers zelf een processor op de veelgebruikte LGA1151-socket kunnen prikken. Verder is er plek voor twee ddr4-geheugenmodules met een kloksnelheid van 2133 MHz en een capaciteit van in totaal 32 GB.

Het moederbord gebruikt de Intel H110-chipset als basis, waarbij er twee sata600-poorten en een m.2-slot paraat staan. Laatstgenoemde aansluiting ondersteunt de zogeheten m-key, zodat er hoge doorvoersnelheden haalbaar zijn. Er is in de behuizing plek voor m.2-2280-ssd’s, zoals bij alle besproken moederborden het geval is. De H110S2 heeft overigens nog een m.2-slot met een e-key (2230) in huis. Die is weliswaar niet geschikt voor een opslagdrager, maar je kunt hierop bijvoorbeeld wel een bluetooth-adapter aansluiten.

Fijn is dat er naast twee reguliere usb3.0-poorten ook een usb-c-aansluiting voorhanden is. Op grafisch vlak ondersteunt dit ASUS-product de interne videochip van Intel-processors (HD Graphics). Voor de doorgifte van beelden staan onder meer een hdmi- en displayport-aansluiting klaar.

ASUS Tuf Sabertooth 990FX R3.0

©PXimport

Hoewel Intel de pc-markt met zijn chipsets domineert, wil dat nog niet zeggen dat er geen andere spelers zijn. ASUS heeft met de Tuf Sabertooth 990FX R3.0 (219 euro) een atx-moederbord in zijn gamma die is gebaseerd op de 990FX-chipset van AMD. Er is een AM3+-socket aanwezig waarmee je een processor uit de FX-, Phenom II-, Athlon II- of Sempron- 100-serie kunt monteren.

Op het gebied van geheugenondersteuning lopen veel AMD-cpu’s nog wat achter en daarom accepteert dit moederbord alleen ddr3-modules met een maximale kloksnelheid van 1866 MHz. Er zijn vier geheugensloten aanwezig waarop je in totaal 32 GB aan werkgeheugen kunt prikken.

Gameliefhebbers die maximaal drie videokaarten tegelijkertijd willen gebruiken, maken hiervoor gebruik van sli- of crossfire-ondersteuning. Het moederbord heeft hiervoor verstevigde pci-express-2.0-sloten in huis. Voor de interne connectiviteit staan er vijf sata600-poorten paraat. Daarnaast is er ook een m.2-slot om eventueel m.2-ssd-opslag met het moederbord te verbinden. Van de vier usb3.1-poorten op het I/O-paneel is er ook een exemplaar met type-c-aansluiting aanwezig.

ASUS heeft veel zorg besteed aan het design van dit atx-moederbord. Het product heeft namelijk een strakke uitstraling en er is ledverlichting met diverse voorinstellingen voorgeïnstalleerd. Opvallend is dat het koelblok vijf leds bevat die mogelijk oplichten in het geval van opstartproblemen.

Gigabyte GA-H110N

©PXimport

De GA-H110N (90 euro) is een mini-itx-moederbord met bescheiden afmetingen van zo’n 17 bij 17 centimeter. Desondanks kun je er dankzij de Intel H110-chipset alle kanten mee op, waarbij het zelfs mogelijk is om een discrete videokaart te plaatsen via het pci-express-x16-slot van de derde generatie.

Overigens is dat voor eenvoudige pc-taken niet per se nodig, want de meeste Intel-processors hebben tegenwoordig een goede interne videochip. Het enige wat je hoeft te doen, is een geschikte cpu met HD Graphics kiezen voor de veelgebruikte LGA1151-socket. Voor het transporteren van de videobeelden, bevat het product een vga-, dvi-d- en hdmi-aansluiting, waarbij je maximaal twee schermen tegelijkertijd kunt gebruiken.

Het moederbord heeft verder plek voor twee ddr4-geheugensloten van maximaal 16 GB per stuk. Er zijn weliswaar twee m.2-sloten beschikbaar, maar slechts één exemplaar beschikt over een m-key voor ssd-opslag. De andere aansluiting is bedoeld voor een draadloze netwerkmodule.

Voor de aansluiting van overige componenten maak je gebruik van drie sata600-connectors. Hoewel het moederbord verschillende usb-poorten bevat, is er helaas nergens een type-c-aansluiting te zien. Daarmee is de GA-H110N in dit deelnemersveld een uitzondering.

MSI X99A Tomahawk

©PXimport

Als je alleen genoegen neemt met brute rekenkracht, kun je niet om een moederbord met een Intel X99-chipset heen. Hierop is namelijk de 2011-3-socket gemonteerd, zodat je een Intel Broadwell-E-processor kunt aansluiten. De X99A Tomahawk van MSI (282,90 euro) voldoet aan alle eisen. Met plek voor acht ddr4-geheugensloten met een maximale klokfrequentie van 3333 MHz komt je niet snel werkgeheugen tekort.

Op het moederbord zijn er verder drie pci-express-x16-sloten van de derde generatie beschikbaar. Voor fanatieke gamers is er sli- en crossfire-ondersteuning, zodat je de grafische rekenkracht van meerdere videokaarten kunt bundelen. Zoals je van een modern moederbord mag verwachten, zijn er maar liefst tien usb-poorten voorhanden waarvan één exemplaar met type-c-aansluiting aan de achterzijde.

Op de X99A Tomahawk vind je verder tien sata600-poorten, een m.2-slot (m-key) en een u.2-poort. Kortom, aan interne connectiviteit is er geen gebrek. Je voert de netwerksnelheid zo nodig op, door beide gigabit-poorten in teammodus te gebruiken.

Opvallend is dat MSI ook liefhebbers van audio bedient, waarbij er diverse maatregelen zijn genomen om audioreferentie tegen te gaan. MSI heeft dit moederbord voorzien van een stoer uiterlijk, waarbij de Taiwanese fabrikant de trend van ledverlichting volgt.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.