ID.nl logo
Huis

8 m.2-moederborden onder de loep

Moederborden met een m.2-slot hebben tegenwoordig nogal wat meerwaarde ten opzichte van verouderde exemplaren met uitsluitend klassieke (m)sata-poorten. We bespreken 8 m.2-moederborden met ondersteuning voor m.2, en vertellen je over de voordelen ervan.

Lees ook:Zo werken ssd's

Een groot voordeel van een m.2-slot is de hoge doorvoersnelheid. Deze aansluiting is om die reden prima geschikt om een snelle m.2-ssd met een pci-express-interface op het moederbord te huisvesten, zoals bovenstaande 960 Pro- en 960 EVO-ssd's van Samsung. Dit type opslag neemt bovendien ook minder ruimte in beslag dan een reguliere ssd of harde schijf. Vooral in het geval van een ruimtebesparende mini-pc is dat natuurlijk een pluspunt.

Bijzonder is dat m.2 meerdere interfaces ondersteunt, zodat je in plaats van ssd-opslag bijvoorbeeld ook een draadloze netwerkkaart of 4G-module kunt integreren. Met een m.2-slot kun je dus alle kanten op, maar houd er wel rekening mee dat er verschillende varianten zijn. Een m.2-b-slot ondersteunt alle gangbare interfaces, namelijk pci-express, usb, sata, i²c en audio. Een nadeel is dat een zogeheten b-key (de aanduiding ‘key’ slaat op de inkeping op de rand met connector van de m.2-module) bij pci-express maar twee actieve lanes van de cpu heeft.

Bij een pci-express-slot van de tweede generatie is er dan een theoretische doorvoersnelheid haalbaar van ‘slechts’ 1 Gbit/s. Een m.2-m-slot ondersteunt minder interfaces, namelijk sata en pci-express. Daar staat dan wel tegenover dat een m-key bij pci-express maximaal vier actieve lanes ondersteunt.

Zijn die allemaal aangesloten, dan is er bij een geschikte pci-express 3.0-insteekkaart een snelheid mogelijk tot 4 Gbit/s. Om die reden bespreken we hier alleen moederborden die een m.2-slot met een m-key hebben. Goed, laten we eens acht m.2-moederborden van naderbij bekijken.

ASRock X99 Taichi

©PXimport

Wie van plan is om een supersnelle (maar peperdure) Intel Broadwell-E-processor te integreren, heeft hiervoor een moederbord nodig uit een hoger prijssegment. De X99 Taichi is nog relatief betaalbaar (309 euro) en heeft voor deze veeleisende cpu’s de benodigde LGA2011-3-socket aan boord.

Als basis voor deze socket dient de X99-chipset van Intel. Je kunt maar liefst acht ddr4-modules met een capaciteit van in totaal 128 GB op het moederbord kwijt. Gunstig is dat de fabrikant een Nvidia High Bandwidth sli-brug meelevert voor het geval je met meerdere GeForce GTX 1070- of 1080-videokaarten in sli-modus wilt gamen. Om een zware videokaart te dragen, heeft ASRock de drie pci-express 16x-sloten met aluminium verstevigd.

Opvallend is verder de aanwezigheid van twee gigabit-poorten die je eventueel kunt combineren voor een hogere netwerksnelheid. Als alternatief is er ook een draadloze netwerkadapter met ondersteuning voor zowel de 2,4GHz- als de 5GHz-frequentieband ingebouwd. Bovendien is er ook bluetooth-ondersteuning. Wat betreft connectiviteit kun je alle kanten op. Het moederbord bevat namelijk tien sata600-poorten en een sata-express-aansluiting.

Verder is er plek voor twee m.2-sloten (m-key), zodat je snelle m.2-ssd’s op dit exemplaar kwijt kunt. Daarnaast is er ook nog een m.2-e-slot voor de montage van de draadloze netwerkkaart. Voor een atx-moederbord zijn er relatief weinig usb-poorten beschikbaar, namelijk zeven. Eén exemplaar bestaat hiervan uit een usb3.1-c-poort.

MSI B150M Bazooka Plus

©PXimport

MSI richt zich met de B150M Bazooka Plus (87,30 euro) op handzame game-pc’s. Dit moederbord heeft namelijk het micro-atx-formaat, zodat kopers een mini-pc kunnen inrichten. Qua design krijgen moederborden met gamers als doelgroep altijd iets meer aandacht. Zo is de B150M grotendeels zwart en zijn er aan de achterzijde witte leds aanwezig.

Zoals de naam al doet vermoeden, heeft dit product een Intel B150-chipset aan boord. Hierop zit een LGA1151-socket, dus je kunt een recente Core i7-processor monteren. Het moederbord heeft plek voor vier ddr4-geheugenbankjes met een klokfrequentie van 2133 MHz. In totaal kun je maximaal 64 GB werkgeheugen toevoegen.

Voor het aansluiten van datadragers en overige componenten bevat de B150M maar liefst zes sata600-poorten. Voor de liefhebbers van snelle ssd-opslag is dit moederbord ook uitgerust met een m.2-slot met ondersteuning van de m-key. Verder kun je twee pci-express1x-insteekkaarten en een extra verstevigde pci-express16x-insteekkaart van de derde generatie op het moederbord kwijt.

Vanzelfsprekend zijn er voldoende usb3.1-poorten, waarvan één type-c-poort aan de achterzijde. Voor ‘onboard graphics’ heeft dit moederbord een hdmi- en dvi-poort in huis, al is er ook voldoende plek om een discrete videokaart met eigen aansluitingen te monteren.

ASRock H110M-STX

©PXimport

Hoewel de vraag naar moederborden in het nieuwe mini-stx-formaat toeneemt, hebben tot dusver alleen ASUS en ASRock geschikte producten in hun gamma. Deze formfactor is 29 procent kleiner dan mini-itx, terwijl gebruikers evengoed zelf een processor kunnen vastschroeven. Om overmatige hitteproductie te voorkomen, is de tdp (thermal design power) van de cpu wel beperkt tot 65 watt.

Gelukkig weerhoudt deze beperking je niet om een recente Core i7-processor toe te voegen. Dit ASRock-product (91,95 euro) is gebouwd rondom de H110-chipset van Intel. Hierop is een LGA1151-socket aanwezig, zodat je een recente Intel-processor kunt aansluiten. Als geheugen voeg je twee ddr4-modules toe met een klokfrequentie van 2133 MHz. De maximale geheugencapaciteit bedraagt 32 GB.

De ruimte is vanwege de mini-stx-formfactor natuurlijk beperkt, dus er zijn niet zoveel aansluitingen beschikbaar. Je moet het intern namelijk doen met twee sata6-poorten en een m.2-slot (m-key) met ondersteuning voor de pci-express-interface. Bovendien is er een extra m.2-slot aanwezig (e-key) voor een optionele wifi- en bluetooth-module. Er is geen ruimte om een discrete videokaart in te bouwen.

Gelukkig zijn de interne videochips van Intel-processors tegenwoordig een aardig alternatief. Via vga, hdmi of displayport kun je het beeld in ieder geval doorsturen naar een monitor. Ten slotte zijn er drie gewone usb-poorten beschikbaar, plus één usb3.0-connector met een type-c-aansluiting.

Gigabyte GA-Z170X-Designare

©PXimport

Met de GA-Z170X-Designare (237,90 euro) heeft Gigabyte een atx-moederbord op de markt gebracht met zeer veel mogelijkheden. Als basis dient de Z170-chipset, waarbij er aan de hand van de LGA1151-socket ondersteuning is voor de populaire Skylake-processorreeks van Intel. Daarnaast kun je nog vier ddr4-geheugenmodules met een capaciteit van maximaal 64 GB op dit moederbord kwijt.

Opvallend is dat de GA-Z170X-Designare gecertificeerd is voor thunderbolt 3, zodat je via een enkele usb-c-poort zowel data als beeld op hoge snelheden kunt overdragen. Thunderbolt 3 biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid om via het displayport1.2-protocol twee schermen in ultra hd aan te sturen met zestig beelden per seconde.

Een tweede opvallende eigenschap is de aanwezigheid van een u.2-slot, waarmee er (in vergelijking met m.2) nog hogere doorvoersnelheden tot 32 Gbit/s haalbaar zijn voor geschikte ssd’s. Overigens zijn ssd’s met een u.2-interface nog vrij zeldzaam en duur (Intel SSD 750). Naast een u.2-slot is er gelukkig ook een gangbaarder m.2-slot met een m-key aanwezig.

In tegenstelling tot de meeste moederborden kun je dankzij 22110-ondersteuning een iets groter formaat op dit slot kwijt. Voor overige connectiviteit binnen de behuizing doe je een beroep op zes sata600- en twee sata-express-poorten. In de behuizing is er voldoende plek om twee grafische kaarten in sli- of crossfire-opstelling te laten samenwerken.

Wie een hoge netwerksnelheid belangrijk vindt, combineert eventueel twee gigabitpoorten. Om dit moederbord meer glans te geven, is er op diverse plekken sfeervolle ledverlichting aanwezig. Een leuke gimmick is dat je hiervan zelf de gewenste kleur instelt.

Lees verder op de volgende pagina, waar nog vier moederborden aan bod komen.

ASUS H110S2

©PXimport

De recente H110S2 (86,50 euro) is voor minder dan honderd euro te koop, terwijl dit exemplaar je mini-pc van alle gemakken voorziet. Het betreft een moederbord met de recente mini-stx formfactor, waarbij gebruikers zelf een processor op de veelgebruikte LGA1151-socket kunnen prikken. Verder is er plek voor twee ddr4-geheugenmodules met een kloksnelheid van 2133 MHz en een capaciteit van in totaal 32 GB.

Het moederbord gebruikt de Intel H110-chipset als basis, waarbij er twee sata600-poorten en een m.2-slot paraat staan. Laatstgenoemde aansluiting ondersteunt de zogeheten m-key, zodat er hoge doorvoersnelheden haalbaar zijn. Er is in de behuizing plek voor m.2-2280-ssd’s, zoals bij alle besproken moederborden het geval is. De H110S2 heeft overigens nog een m.2-slot met een e-key (2230) in huis. Die is weliswaar niet geschikt voor een opslagdrager, maar je kunt hierop bijvoorbeeld wel een bluetooth-adapter aansluiten.

Fijn is dat er naast twee reguliere usb3.0-poorten ook een usb-c-aansluiting voorhanden is. Op grafisch vlak ondersteunt dit ASUS-product de interne videochip van Intel-processors (HD Graphics). Voor de doorgifte van beelden staan onder meer een hdmi- en displayport-aansluiting klaar.

ASUS Tuf Sabertooth 990FX R3.0

©PXimport

Hoewel Intel de pc-markt met zijn chipsets domineert, wil dat nog niet zeggen dat er geen andere spelers zijn. ASUS heeft met de Tuf Sabertooth 990FX R3.0 (219 euro) een atx-moederbord in zijn gamma die is gebaseerd op de 990FX-chipset van AMD. Er is een AM3+-socket aanwezig waarmee je een processor uit de FX-, Phenom II-, Athlon II- of Sempron- 100-serie kunt monteren.

Op het gebied van geheugenondersteuning lopen veel AMD-cpu’s nog wat achter en daarom accepteert dit moederbord alleen ddr3-modules met een maximale kloksnelheid van 1866 MHz. Er zijn vier geheugensloten aanwezig waarop je in totaal 32 GB aan werkgeheugen kunt prikken.

Gameliefhebbers die maximaal drie videokaarten tegelijkertijd willen gebruiken, maken hiervoor gebruik van sli- of crossfire-ondersteuning. Het moederbord heeft hiervoor verstevigde pci-express-2.0-sloten in huis. Voor de interne connectiviteit staan er vijf sata600-poorten paraat. Daarnaast is er ook een m.2-slot om eventueel m.2-ssd-opslag met het moederbord te verbinden. Van de vier usb3.1-poorten op het I/O-paneel is er ook een exemplaar met type-c-aansluiting aanwezig.

ASUS heeft veel zorg besteed aan het design van dit atx-moederbord. Het product heeft namelijk een strakke uitstraling en er is ledverlichting met diverse voorinstellingen voorgeïnstalleerd. Opvallend is dat het koelblok vijf leds bevat die mogelijk oplichten in het geval van opstartproblemen.

Gigabyte GA-H110N

©PXimport

De GA-H110N (90 euro) is een mini-itx-moederbord met bescheiden afmetingen van zo’n 17 bij 17 centimeter. Desondanks kun je er dankzij de Intel H110-chipset alle kanten mee op, waarbij het zelfs mogelijk is om een discrete videokaart te plaatsen via het pci-express-x16-slot van de derde generatie.

Overigens is dat voor eenvoudige pc-taken niet per se nodig, want de meeste Intel-processors hebben tegenwoordig een goede interne videochip. Het enige wat je hoeft te doen, is een geschikte cpu met HD Graphics kiezen voor de veelgebruikte LGA1151-socket. Voor het transporteren van de videobeelden, bevat het product een vga-, dvi-d- en hdmi-aansluiting, waarbij je maximaal twee schermen tegelijkertijd kunt gebruiken.

Het moederbord heeft verder plek voor twee ddr4-geheugensloten van maximaal 16 GB per stuk. Er zijn weliswaar twee m.2-sloten beschikbaar, maar slechts één exemplaar beschikt over een m-key voor ssd-opslag. De andere aansluiting is bedoeld voor een draadloze netwerkmodule.

Voor de aansluiting van overige componenten maak je gebruik van drie sata600-connectors. Hoewel het moederbord verschillende usb-poorten bevat, is er helaas nergens een type-c-aansluiting te zien. Daarmee is de GA-H110N in dit deelnemersveld een uitzondering.

MSI X99A Tomahawk

©PXimport

Als je alleen genoegen neemt met brute rekenkracht, kun je niet om een moederbord met een Intel X99-chipset heen. Hierop is namelijk de 2011-3-socket gemonteerd, zodat je een Intel Broadwell-E-processor kunt aansluiten. De X99A Tomahawk van MSI (282,90 euro) voldoet aan alle eisen. Met plek voor acht ddr4-geheugensloten met een maximale klokfrequentie van 3333 MHz komt je niet snel werkgeheugen tekort.

Op het moederbord zijn er verder drie pci-express-x16-sloten van de derde generatie beschikbaar. Voor fanatieke gamers is er sli- en crossfire-ondersteuning, zodat je de grafische rekenkracht van meerdere videokaarten kunt bundelen. Zoals je van een modern moederbord mag verwachten, zijn er maar liefst tien usb-poorten voorhanden waarvan één exemplaar met type-c-aansluiting aan de achterzijde.

Op de X99A Tomahawk vind je verder tien sata600-poorten, een m.2-slot (m-key) en een u.2-poort. Kortom, aan interne connectiviteit is er geen gebrek. Je voert de netwerksnelheid zo nodig op, door beide gigabit-poorten in teammodus te gebruiken.

Opvallend is dat MSI ook liefhebbers van audio bedient, waarbij er diverse maatregelen zijn genomen om audioreferentie tegen te gaan. MSI heeft dit moederbord voorzien van een stoer uiterlijk, waarbij de Taiwanese fabrikant de trend van ledverlichting volgt.

▼ Volgende artikel
Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel
© ER | ID.nl
Huis

Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel

Wil je een NAS op afstand gebruiken, dan doe je dat liefst natuurlijk veilig. Bijvoorbeeld door een VPN-server op te zetten, of een tunnel met extra toegangscontrole. Hiervoor zijn diensten als Tailscale en Cloudflare heel geschikt. In deze masterclass nemen we de beste opties met je door. We leggen uit wat de voor- en nadelen zijn en hoe je ze kunt gebruiken in combinatie met een NAS.

Een NAS is breed inzetbaar en bij veel huishoudens de spil in het netwerk. Je kunt niet alleen je documenten centraal bewaren, maar ook bijvoorbeeld media streamen naar je tv, foto’s bekijken op je tablet en talloze extra toepassingen installeren. Heb je (een deel van) deze toepassingen ook af en toe op afstand nodig? Het openzetten van een poortje in de router of het gebruik van een reverse proxy kan daarvoor een prima optie zijn. Maar publieke toegang is niet altijd nodig. Er zijn betere opties als je vooral voor jezelf goed beveiligde externe toegang tot je NAS nodig hebt. Een eenvoudige optie is een cloudservice van de fabrikant, zoals Synology QuickConnect. Betere en veiligere opties zijn een VPN-server met een protocol als OpenVPN of WireGuard, Tailscale (dat op de achtergrond met WireGuard werkt) of een Cloudflare-tunnel. In deze masterclass leggen we uit hoe je ze gebruikt. Wat je kiest, hangt ook af van je doel. Bij elke optie behandelen we de eventuele beperkingen. Voordat je begint, is het ook verstandig de beveiliging van je NAS nog even door te lichten (zie kader).

Optimale beveiliging voor je NAS

Bij het openstellen van je NAS is een goede beveiliging extra belangrijk. Ongeoorloofde toegang tot je NAS zul je altijd willen voorkomen. Gebruik altijd sterke wachtwoorden voor je gebruikersaccounts. Deactiveer bovendien de algemene accounts zoals admin en guest. Zet tweestapsverificatie aan. Hierbij wordt na het inloggen om een extra toegangscode gevraagd die je kunt genereren met een app op je smartphone. Op vertrouwde apparaten hoef je dat maar één keer te doen. Bij Synology vind je deze opties in je configuratiescherm, onder Beveiliging / Account. Je kunt kiezen voor welke gebruikers dit moet worden ingeschakeld. Bij QNAP ga je hiervoor in je configuratiescherm naar Systeem / Beveiliging. Open dan het tabblad Verificatie in 2 stappen. Maak ook gebruik van de ingebouwde firewall van je NAS, waarin je toegangsregels kunt instellen! In deze masterclass geven we daar tips voor. Zorg ten slotte dat je een goede back-upstrategie hebt voor de bestanden op je NAS.

Het is verstandig om tweestapsverificatie aan te zetten op je NAS.

Wat is een cloudservice?

Via een cloudservice kun je toegang tot een NAS vereenvoudigen door een soort tunnel op te zetten. Bij Synology heet dit QuickConnect, QNAP noemt het myQNAPcloud link. Hierbij wordt vanaf de NAS een uitgaande verbinding opgezet met een server, waardoor het firewalls omzeilt (ook die in je NAS!). De NAS geef je een herkenbare naam, ook wel QuickConnect ID of QNAP ID genoemd, die je ook gebruikt om te verbinden. Hierbij wordt eerst geprobeerd rechtstreeks verbinding te maken, wat ook het meest efficiënt is. Als dat mislukt, wordt de verbinding automatisch omgeleid via een relayserver, die als tussenpersoon het verkeer doorstuurt. De snelheid kan dan minder hoog zijn. We noemen hieronder alleen de dienst van Synology, omdat het een betere bescherming biedt en een betere reputatie heeft dan myQNAPcloud link. Zorg wel altijd zelf voor een goede basisbeveiliging. Overweeg veiligere methoden zoals een VPN of Tailscale. Het is veiliger en je bent niet afhankelijk van andere partijen (zoals een relayserver).

Diensten als myQNAPcloud link creëren een soort tunnel naar je NAS.

Synology QuickConnect

Bij Synology QuickConnect koppel je eerst je NAS aan een Synology-account. Daarna kun je een QuickConnect ID kiezen. Je NAS is daarna bereikbaar vanuit de Synology-apps of een browser via het adres https://quickconnect.to/ met daarachter de QuickConnect ID. Dit werkt ook bij een dynamisch ip-adres, dus je hoeft niet apart een Dynamic DNS-functie (DDNS) te gebruiken. Om QuickConnect te gebruiken open je Configuratiescherm. Ga dan naar Externe toegang. Zet een vinkje bij QuickConnect inschakelen. Hierna moet je je aanmelden met je Synology-account of een nieuw account maken. Vervolgens kies je een QuickConnect ID. Via de instellingen kun je nog kiezen of de relayserver mag worden gebruikt en welke toepassingen via QuickConnect toegankelijk zijn.

Via de instellingen kies je welke toepassingen toegankelijk moeten zijn.

Wat is VPN?

Door een VPN-server te installeren, heb je een ideale voorziening om op afstand je netwerk te bereiken en alle apparaten op dat netwerk, zoals je NAS, netwerkprinters en camera’s. Je installeert de VPN-server op één systeem, zoals een router, server, Raspberry Pi of je NAS. Bij Synology kun je bijvoorbeeld standaard met OpenVPN werken en QNAP ondersteunt het snellere WireGuard. We laten zien hoe je deze opties gebruikt. Na inloggen heb je volledige toegang tot je netwerk en alle toepassingen in het netwerk, alsof je rechtstreeks op het netwerk zit. Voor toegang tot bestanden op je NAS werken daarom alle protocollen als smb, nfs en WebDAV en toepassingen als Synology Drive en QNAP File Station. Je hoeft geen poorten in je router open te zetten, behalve een enkele poort naar de VPN-server.

Bij QNAP kun je standaard werken met WireGuard.

OpenVPN op Synology

Om je Synology-NAS als VPN-server in te zetten, kun je de toepassing VPN Server installeren via Package Center. Gebruik je een firewall, controleer dan of de benodigde poorten toegankelijk zijn. Bij de installatie kun je die aanpassing via een venster direct doorvoeren. Afhankelijk van het protocol moet je ook nog één of meerdere poorten doorsturen van je router naar je NAS. De toepassing ondersteunt PPTP, OpenVPN en L2TP/IPSec. Eigenlijk is vooral OpenVPN interessant. Het is veilig en stabiel, maar niet zo snel als WireGuard. Ook geeft het soms wat uitdagingen bij het opzetten van de verbinding.

Synology ondersteunt meerdere protocollen, waaronder OpenVPN.

Activeren OpenVPN

Om OpenVPN te gebruiken open je VPN Server. Ga dan naar OpenVPN. Zet een vinkje bij OpenVPN-server inschakelen. Bij Dynamisch ip-adres zie je het subnet dat OpenVPN gebruikt. De verbonden clients krijgen een ip-adres in dat bereik. Bij Poort en Protocol zie je dat standaard udp-poort 1194 wordt gebruikt. Die poort moet je doorsturen van je router naar je NAS. Controleer of de poort toegankelijk is in de firewall van je NAS. Voor een goede balans tussen snelheid en veiligheid kun je bij Codering bijvoorbeeld AES-128-CBC kiezen en bij Verificatie de optie SHA256. De optie Compressie op de VPN-koppeling inschakelen mag uit, omdat het weinig snelheidswinst geeft. Zet de optie Clients toegang geven de LAN-server aan, zodat je andere apparaten in je thuisnetwerk kunt bereiken. Zet ook de optie Verifieer TLS auth-sleutel aan. Klik op Toepassen om de instellingen te activeren. Je kunt nu clients gaan configureren.

Bij OpenVPN kun je zelf nog enkele instellingen kiezen.

Profiel voor OpenVPN

Ga naar OpenVPN en kies Configuratie exporteren om het configuratiebestand te exporteren als zip-bestand. Hierin vind je een .ovpn-bestand dat je nodig hebt voor toegang. Je hebt ook een gebruikersaccount nodig bij het inloggen. Onder Rechten kun je aanvinken welke gebruikers toegang hebben en via welke protocollen. Maak eventueel een nieuwe gebruiker voor alleen de VPN-verbinding! Open het bestand VPNConfig.ovpn met een teksteditor. Omdat je de VPN-server extern wilt gebruiken, verander je in onderstaande regel YOUR_SERVER_IP naar je ip-adres van je internetverbinding of de hostnaam als je bijvoorbeeld Dynamic DNS gebruikt. Synology ondersteunt ook Dynamic DNS en geeft bijvoorbeeld een naam.synology.me-adres. Je kunt het activeren in je configuratiescherm onder Externe toegang / DDNS. Het gaat om deze regel:

remote YOUR_SERVER_IP 1194

Je ziet ook de onderstaande optie. Haal hier eventueel het commentaarteken weg als je wilt dat ál het verkeer, dus ook het normale internetverkeer, via de VPN-server gaat. Dat geeft minder goede prestaties, maar is wel veiliger als je bijvoorbeeld een openbare wifi-hotspot gebruikt. Dit is de regel waar je het commentaarteken weg kunt halen:

#redirect-gateway def1

Gebruik dit profiel om verbinding te maken vanaf andere apparaten. Zet hierbij de optie aan dat zonder certificaat verbinding mag worden gemaakt.

WireGuard op QNAP

We zullen laten zien hoe je WireGuard op je QNAP-NAS gebruikt in combinatie met een Windows-client. Voor meer informatie over WireGuard en het opzetten van een aparte VPN-server verwijzen we je naar een eerder artikel dat je kunt lezen via www.kwikr.nl/wgvpn waarin dat uitgebreid aan bod komt. Zorg bij QNAP dat de toepassing QVPN Service is geïnstalleerd via App Center. Open dan de toepassing en ga naar WireGuard. Zet een vinkje bij WireGuard VPN-server inschakelen. Vul een naam in achter Servernaam. Klik achter Persoonlijke sleutel op Codeparen genereren. Noteer de waarde bij Openbare sleutel: die is straks nodig bij de configuratie van clients. Achter Luisterpoort zie je de poort (udp) die je moet doorsturen in de router. Bij DNS Server vul je een openbare DNS-server in (zoals 8.8.8.8) óf een DNS-server in je lokale netwerk. Klik op Toepassen om de instellingen te bewaren. Klik op Peer toevoegen. Hier kun je clients toevoegen (zie volgende stap).

De instellingen voor WireGuard bij een NAS van QNAP.

Client instellen

Elk apparaat dat verbinding met WireGuard maakt, is een zogenoemde peer. Voor het toevoegen van een apparaat kies je bij QNAP de optie Peer toevoegen. Vul een herkenbare naam in. De waarde bij Openbare sleutel komt bij deze ‘peer’ vandaan, die gaan we nu eerst instellen. Installeer en open de Windows-client en kies de optie Add Empty Tunnel. Er worden een privé- en openbare sleutel gegenereerd. Er opent een configuratiebestand met de privésleutel waarin je onder andere deze twee regels ziet:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

Vul deze configuratie verder aan zoals in het voorbeeld hieronder. Bij Address kies je een vrij ip-adres binnen het VPN-subnet, dat nog niet door een andere peer wordt gebruikt. Je kunt dit voor elke client ophogen, dus 198.18.7.2/32, 198.18.7.3/32, en zo verder. Belangrijk is dat je bij PublicKey de openbare sleutel die QNAP laat zien invult. Bij Endpoint vervang je ipadres door het ip-adres (of de hostnaam) van je internetverbinding thuis. Dit is de configuratie die je moet aanpassen:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

ListenPort = 51820

Address = 198.18.7.2/32

DNS = 1.1.1.1

[Peer]

PublicKey = KsCc+cRucH4F8T3VdyatvZXjqvunEerBZapulE=

AllowedIPs = 0.0.0.0/0

Endpoint = ipadres:51820

Bewaar de configuratie met Save. Kopieer nu de waarde bij Public key van deze client. Je leest deze af in het hoofdvenster van WireGuard (zorg dat de bewuste tunnel is geselecteerd). Plak deze in QNAP bij Openbare sleutel bij de configuratie van deze peer. Je kunt nu verbinding maken met je Windows-client!

Voltooi de configuratie voor de Windows-client voor WireGuard.

Firewall instellen voor je NAS

Een firewall op je NAS biedt extra bescherming. Bij Synology open je daarvoor Configuratiescherm. Ga dan naar Beveiliging en open het tabblad Firewall. Zet een vinkje bij Firewall inschakelen en kies Toepassen. Bij Firewallprofiel kun je een profiel kiezen of bewerken. Kies Regels bewerken om het huidige profiel aan te passen. Begin met een regel die alle apparaten op het lokale netwerk toestaat. Kies bij die regel bij Poorten de optie Alles. Bij Bron-IP kies je Specifiek ip. Klik daarachter op Selecteren en kies Subnet. Je moet hier het netwerkbereik van je router kennen. In veel gevallen is dat iets als 192.168.1.0 met subnetmasker 255.255.255.0. Dit omvat dan alle adressen van 192.168.1.0 t/m 192.168.1.255. Voeg hierna nog specifieke regels toe voor toepassingen die van buitenaf toegang moeten hebben. In dit voorbeeld staan we bijvoorbeeld SSH toe vanaf een bepaald ip-adres. Heel belangrijk is dat je als laatste een regel toevoegt die alles blokkeert. De regels worden namelijk van boven naar beneden doorlopen en bij de eerste match stopt de verwerking. Het configuratiescherm van QNAP biedt ook een firewall, maar dat is meer een soort toegangsfilter. Voor uitgebreidere opties kun je QuFirewall installeren via App Center.

Het is raadzaam om de firewall op je NAS te gebruiken voor toegangsbeperking.

Wat is Tailscale?

Met Tailscale kun je een virtueel privénetwerk maken tussen al je apparaten. Dit gebeurt op basis van identiteit, met bijvoorbeeld een standaard Google-account voor autorisatie. Je kunt alle toegevoegde apparaten benaderen via een intern ip-adres of de toegekende hostnaam. Tailscale gebruikt dezelfde technologie als WireGuard, wat het snel, veilig en betrouwbaar maakt. Je hebt geen centrale server nodig en hoeft ook geen poorten in je router open te zetten. Wel moet je elk apparaat in principe afzonderlijk aan je privénetwerk toevoegen. Dat is eenvoudig, ook voor een NAS, zoals je hieronder ziet. Als alternatief kun je Tailscale ook op één apparaat in je netwerk installeren en dat apparaat als subnetrouter instellen, zodat je via dat ene systeem toegang hebt tot alle andere apparaten in je netwerk. In dat geval hoef je Tailscale niet op elk afzonderlijk apparaat te installeren. Meer uitleg over Tailscale vind je in dit artikel.

Met Tailscale kun je een privénetwerk voor je apparaten maken.

Eerste stappen

Ga naar https://tailscale.com en kies de optie Get started. Log in met een van de ondersteunde identiteitsproviders, bijvoorbeeld een standaard Google-account of een van de andere opties. Hierna wordt automatisch je Tailscale-netwerk, of kortweg tailnet, gemaakt. Dat is een soort privé-VPN-netwerkje waar jouw apparaten deel van uit gaan maken. Als je op een ander apparaat inlogt met datzelfde account, is het bereikbaar vanuit je andere apparaten in dit tailnet. Een gratis account ondersteunt tot drie gebruikers en honderd apparaten.

Log in bij Tailscale met bijvoorbeeld je Google-account.

Apparaten toevoegen

Het toevoegen van apparaten is eenvoudig. Het volstaat om de software te installeren en in te loggen met dezelfde identiteitsprovider. Om Tailscale bijvoorbeeld op een iPad te gebruiken, installeer je eerst de toepassing via de App Store. Hierbij wordt een VPN-configuratie voor je iPad gemaakt. Daarna log je in en zie je een lijst met apparaten in je privénetwerkje, waarbij je ook de namen af kunt lezen.

Op een iPad maakt Tailscale een VPN-profiel aan.

Tailscale op je NAS

Je kunt Tailscale ook op een NAS installeren. Bij Synology zoek je daarvoor in Package Center naar Tailscale. Bij QNAP kun je in App Center terecht. Installeer en open de toepassing. Er wordt gevraagd om in te loggen, waarbij je weer hetzelfde account als hiervoor gebruikt. Zet daarna de verbinding op via Connect. Als je nog een keer de Tailscale-app opent, kun je details zien over het bewuste apparaat, zoals het ip-adres en de hostnaam die je kunt gebruiken om verbinding te maken.

Tailscale is als pakket beschikbaar voor Synology en QNAP.

Wat is een Cloudflare-tunnel?

Bij een Cloudflare-tunnel installeer je op één systeem in je netwerk (bijvoorbeeld je NAS) een klein programma, dat van binnenuit een versleutelde verbinding opzet naar Cloudflare. Daarna kun je toepassingen individueel toevoegen die deze tunnel mogen gebruiken. Daarbij kun je elke toepassing een eigen subdomein geven, zoals nas.domein.nl voor je NAS. De tunnel laat geen netwerkprotocollen zoals SMB en NFS door en WebDAV is een uitdaging. Het is vooral bedoeld voor webverkeer. Je kunt incidenteel wel bijvoorbeeld DS File gebruiken, voor het browsen door je bestanden en kleine uploads of downloads.

Bij Cloudflare kun je gratis een tunnel opzetten voor toegang op afstand.

Domein registreren

Log in bij Cloudflare met een bestaand account of maak een nieuw gratis account. Registreer een domeinnaam via Add / Register a domain of voeg een bestaand domein toe via Add / Connect a domain. In dat laatste geval moet je de DNS-instellingen bij je huidige provider aanpassen, zodat de nameservers naar die van Cloudflare verwijzen. Afhankelijk van de extensie betaal je bij Cloudflare vanaf zo’n 6 dollar per jaar (circa 6 euro) per domein. Je kunt een domein eventueel direct voor meerdere jaren registreren of voor automatische verlenging kiezen. Betalen kan met creditcard of PayPal. In je dashboard vind je je domein terug onder Domain registration / Manage domains.

Registreer tegen lage kosten een domein bij Cloudflare.

Tunnel voorbereiden

Ga via het menu aan de linkerkant naar Zero Trust. Klik dan op Networks en kies Tunnels. Klik op Create a tunnel. Selecteer de optie Cloudflared. Geef je tunnel een naam. Vervolgens moet je een zogeheten connector installeren op één systeem in je netwerk om een tunnel te maken. Alle toepassingen die je straks via de Cloudflare-tunnel gaat publiceren, moeten bereikbaar zijn vanaf dat systeem. Dat is meestal alleen een probleem bij gescheiden netwerken of strikte firewallregels. Installeer Cloudflared volgens de instructies op een systeem dat altijd aanstaat. Dat kan een server of Raspberry Pi zijn, maar óók je NAS, zoals we hieronder toelichten. Hierna komt de tunnel automatisch online.

Maak een tunnel via de website van Cloudflare.

Tunnel op Synology-NAS

Voor de installatie op een NAS heeft Cloudflare geen instructies, maar de procedure is relatief eenvoudig. Kopieer de opdracht die je ziet bij bijvoorbeeld de Windows-installatie en plak deze in een editor. Je ziet hierin een lange string van 184 tekens die meest begint met eyJh…. Dat is de benodigde token. Om Cloudflared op een Synology-NAS te installeren open je Package Center. Ga naar Gemeenschap en kies Cloudflare Tunnel. Klik op Installeren. Nu wordt om de token gevraagd. Je hoeft geen geavanceerde opties te kiezen. Na het voltooien van de installatie is je tunnel klaar voor gebruik.

Vul de token in bij de installatie van de software op je Synology-NAS.

Tunnel bij QNAP

QNAP biedt geen softwarepakket, maar je kunt Cloudflare wel vrij eenvoudig via Docker configureren en starten. Het is het makkelijkst om met Docker Compose te werken. Installeer indien nodig Container Station en open het programma. Ga dan naar Toepassingen en klik op Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in, zoals cloudflared. Bij YAML-code vul je de onderstaande code in. Achter TUNNEL_TOKEN vul je uiteraard jouw token in. Klik dan op Maken om de tunnel te maken. Dit is de benodigde code:

version: "3"

services:

  cloudflared:

    image: cloudflare/cloudflared:latest

    container_name: cloudflared

    restart: unless-stopped

    network_mode: "host"

    command: tunnel run

    environment:

      - TUNNEL_TOKEN=eyJh...

Bij QNAP kun je Cloudflared het beste via Docker installeren.

Toepassing toevoegen

Je kunt nu elke toepassing via de tunnel beschikbaar maken met een uniek subdomein. Om zo’n zogeheten route aan te maken, ga je binnen Zero Trust naar Networks / Tunnels. Bij Status geeft het systeem als het goed is aan dat de tunnel gezond is. Open het menu (via de drie puntjes) en kies Configure. Ga dan naar het tabblad Published application routes. We nemen de webinterface van een NAS die lokaal bereikbaar is op https://10.0.10.200:5001. Bij Subdomain vul je bijvoorbeeld nas in. Bij Domain kies je een domein. Bij Type kiezen we HTTPS en bij URL vullen we 10.0.10.200:5001 in. Bij de optie HTTPS moet je oppassen. De NAS heeft in ons geval geen echt certificaat. Daarom is het belangrijk om onder Additional application settings / TLS de optie No TLS Verify aan te vinken. Cloudflare zal dan negeren dat het certificaat niet ondertekend is. Klik op Save. Er zal automatisch een DNS-record worden gemaakt en je kunt vrijwel direct op afstand je NAS benaderen.

We maken een route voor de NAS.

Extra beveiliging bij Cloudflare

Na het openstellen van een toepassing via een subdomein kan in feite iedereen die dat adres kent de toepassing benaderen, zoals de webinterface van je NAS. Of ze ook binnenkomen, hangt af van je beveiliging. Een NAS kun je zelf extra beveiligen, bijvoorbeeld met tweestapsverificatie. Maar je kunt toegang óók beperken via Cloudflare zelf. Je kunt bijvoorbeeld regelen dat alleen jij bij de tunnel mag, via een tijdelijke code die je per e-mail ontvangt, of door te verplichten dat je eerst moet inloggen met een specifiek Google-account.

▼ Volgende artikel
Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?
© jipen
Huis

Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?

Twijfel je tussen actieve en passieve luidsprekers? Het verschil zit in de versterker. In dit artikel leggen we uit wat de voor- en nadelen zijn, zodat je precies weet welk systeem het beste klinkt in jouw woonkamer. Geen gedoe, gewoon helder advies.

Als je op zoek bent naar beter geluid, vliegen de termen je om de oren. Het onderscheid tussen actief en passief is misschien wel de belangrijkste technische keuze die je moet maken, maar wordt vaak onnodig ingewikkeld gemaakt. Veel mensen denken dat het puur om geluidskwaliteit gaat, terwijl het vooral draait om gebruiksgemak en apparatuur. Na het lezen van dit stuk weet je precies of je voor alles-in-één gemak moet gaan of voor de vrijheid van losse componenten.

De kern: waar zit de krachtbron?

Het technische verschil is eigenlijk heel simpel: het draait allemaal om de locatie van de versterker. Een luidspreker kan namelijk geen geluid maken zonder stroom en aansturing.

Bij een actieve speaker is de versterker ingebouwd in de behuizing van de luidspreker zelf. Je herkent dat direct aan de achterkant: er zit een stroomkabel aan die het stopcontact in moet, en vaak knoppen voor volume of toonregeling. Je sluit je telefoon, pc of platenspeler direct aan op de speaker.

Bij een passieve speaker zit er géén elektronica in de kast die het geluid versterkt. De speaker heeft geen stekker voor het stopcontact, maar alleen aansluitingen voor luidsprekerdraad. Je hebt altijd een losse versterker of receiver nodig die het signaal krachtig genoeg maakt voordat het naar de speaker gaat. Een veelvoorkomend misverstand is dat 'passief' betekent dat ze slechter of zwakker zijn. Integendeel, de allerduurste hifi-systemen zijn bijna altijd passief.

©jipen

Wanneer is actief de slimste keuze?

Kies voor actief als je houdt van een opgeruimd huis en gebruiksgemak (dit soort speakers zijn meestal plug & play). Omdat de fabrikant de ingebouwde versterker helemaal heeft afgestemd op de luidspreker, ben je verzekerd van een goede match zonder dat je technisch inzicht nodig hebt. Dit is bij uitstek geschikt voor minimalisten die geen losse apparaten of een wirwar aan kabels in de woonkamer willen. Een soundbar is hier het bekendste voorbeeld van; dat is bijna altijd een actieve speaker. Ook voor een werkplek of gaming-setup op een bureau is dit de standaard, omdat je ze direct in je pc plugt zonder tussenkomst van een extra apparaat. Daarnaast zie je deze techniek terug in slimme multiroom-systemen met wifi of bluetooth (zoals die van Sonos), waarmee je direct vanaf je telefoon muziek streamt.

De beperking van alles-in-één

Het grote nadeel van actieve speakers is dat je vastzit aan het totaalpakket. Gaat de versterker in de speaker kapot? Dan doet je hele luidspreker het niet meer, ook al zijn de speaker-units zelf nog prima.

Daarnaast ben je minder flexibel in de toekomst. Bij passieve systemen kun je over vijf jaar besluiten om alleen een nieuwe versterker met de nieuwste streamingfuncties te kopen, terwijl je je geliefde speakers behoudt. Bij een actief systeem moet je bij veroudering van de software of aansluitingen vaak meteen de hele set vervangen. Daarnaast is het uitbreiden van een stereoset naar een volledige thuisbioscoop met actieve speakers vaak lastiger of beperkt tot één specifiek merk.

©Aboltin

Wanneer moet je absoluut niet voor actief kiezen?

Er zijn specifieke situaties waarin je een actief systeem beter links kunt laten liggen. Als je bijvoorbeeld al een prima werkende versterker of receiver hebt staan, is het zonde van je geld om actieve speakers te kopen. Je betaalt dan immers dubbel voor versterking die je niet gebruikt.

Ook als je speakers wilt wegwerken in het plafond of de muur is passief de enige logische route. Je wilt namelijk geen stroompunten bij elke inbouwspeaker aanleggen, en je kunt sowieso niet makkelijk bij de elektronica als er eenmaal iets stuk gaat.

Tot slot kun je in grote ruimtes, zoals een hal of showroom, beter met passief draad werken. Luidsprekerkabels zijn over lange afstanden veel makkelijker te trekken en te verlengen dan de combinatie van stroom- en signaalkabels bij actieve speakers.

Check je kabels en je kastruimte

Om de knoop door te hakken, kijk je eerst goed naar je eigen situatie. Heb je in je tv-meubel ruimte voor een los apparaat van ongeveer 44 cm breed (de standaardmaat voor receivers)? En vind je het leuk om zelf je set samen te stellen? Dan is passief jouw route naar topgeluid op maat.

Heb je daarentegen geen zin in gedoe, wil je met één afstandsbediening klaar zijn en heb je een hekel aan zichtbare apparatuur? Dan is een actief systeem of een actieve set boekenplank-speakers de moderne oplossing die je zoekt.

Kortom: eenvoud versus controle

Het verschil tussen actief en passief is een keuze tussen gemak en flexibiliteit. Actieve speakers bieden een alles-in-één oplossing: stekker erin en spelen, ideaal voor wie weinig ruimte of geduld heeft. Passieve speakers vereisen een losse versterker, maar geven je de vrijheid om je systeem oneindig aan te passen, te repareren en te upgraden. Kijk dus niet alleen naar het geluid, maar vooral naar hoeveel apparaten je in huis wilt halen.