ID.nl logo
Dit moet je weten over portforwarding en UPnP
© Reshift Digital
Huis

Dit moet je weten over portforwarding en UPnP

UPnP, poorten, firewalls, het kan nog best lastig zijn om van binnen in je netwerk iets beschikbaar te maken zodat het ook op externe plekken bereikbaar is. Het is vaak lastig om je router zodanig te configureren dat het juiste verkeer naar het juiste apparaat in je netwerk wordt gestuurd. We gaan hiermee aan de slag met UPnP en portforwarding.

Wil je een apparaat uit jouw thuisnetwerk, bijvoorbeeld je NAS, ook kunnen bereiken als je niet thuis bent? Standaard is je thuisnetwerk zodanig beveiligd dat dit niet zomaar mogelijk is, omdat anders kwaadwillenden ook bij jouw netwerkapparaten zouden kunnen komen. Je moet dus zelf instellingen aanpassen. Daarbij is het essentieel dat je weet wat je doet, zodat je niet onbewust de beveiliging van je netwerk verzwakt. Lees ook: Raakt je NAS vol? Dit kun je doen.

01 Internetlagen

Als je iets wilt versturen over het internet van punt A naar punt B, dan worden deze data door middel van een aantal ‘lagen’ verstuurd. Elke laag biedt steeds wat extra functionaliteit voor het versturen van data.

Helemaal onderaan heb je de fysieke laag, waar gegevens in de vorm van signalen worden verstuurd over de kabel of draadloos via wifi. Een laag daarboven heb je een laag die de data over de kabel of wifi verstuurt in de vorm van enen en nullen en die ook controleert op fouten, en zo nodig data opnieuw stuurt. Weer een laag hoger heb je de mogelijkheid om data tussen twee netwerkapparaten te sturen, iets wat via een MAC-adres gedaan wordt. Elke laag is een stukje abstracter, onderaan werk je met fysieke enen en nullen, daarboven al met pakketjes tussen apparaten en adressen. Zo heb je nog een aantal lagen, waarbij elke laag steeds de functies en abstracties van de laag eronder gebruikt.

Stel nu dat we de tekst ‘Hallo, wereld!’ naar onze server thuis willen sturen. De netwerklaag verpakt de tekst en zoekt een router die het pakketje aanneemt en door kan sturen op weg naar onze server. Het pakketje gaat steeds een laag dieper, totdat het omgezet is in fysieke signalen en door de kabel gaat. Uiteindelijk komt het aan bij onze server, die de data uitleest. Stel nu dat de server reageert met ook een pakketje met de tekst ‘Hallo, pc!’. Dit pakketje gaat ook weer alle lagen door, op weg naar onze computer. Er is echter een probleem. Het pakketje is aangekomen op onze computer, maar hoe weet het besturingssysteem nu voor welk programma het pakket bedoeld is? Daarvoor zijn er poorten. Een poort is niets meer dan een postbus voor een programma; daar waar Windows, Linux of macOS de data aan kan afgeven zodat het programma waarvoor de data bedoeld zijn, deze in ontvangst kan nemen.

©PXimport

02 Poorten forwarden

Als je geen firewall hebt, staat de toegang tot al je poorten open. Dat is niet zo erg, want zolang er geen programma een poort opent, kan er niets gebeuren. Daarnaast is het zo dat Windows een eigen ingebouwde firewall heeft. Als een programma een poort in gebruik neemt en de firewall dit toelaat, kan elke pc waar dan ook je IP-adres aanroepen met die poort en er data naartoe sturen.

Dat is in ieder geval in theorie zo… in de praktijk is het zo dat je een router hebt, waarmee meerdere pc’s, laptops en tablets verbonden zijn. Stel nu dat je ergens buiten je eigen netwerk gegevens wilt versturen naar jouw pc, dan is er een probleem. Je router doet namelijk iets genaamd NAT, oftewel Network Address Translation. Dat is nodig, want je internetprovider geeft je per internetaansluiting maar één IP-adres en met dat ene IP-adres kun je dus precies één apparaat met internet verbinden. De router lost dat probleem op door als enige direct in verbinding te staan met je provider en daarmee dus dat IP-adres aan te nemen, en vervolgens zelf IP-adressen aan je eigen apparaten uit te delen.

Stel dus dat je vanuit de koffiebar een berichtje naar je pc thuis wilt sturen, dan heeft het geen zin om je lokale, door de router toegewezen IP-adres te gebruiken, want dat IP-adres heeft alleen binnen in je netwerk betekenis. Erbuiten verwijst het nergens naar. In plaats daarvan kun je dan gebruikmaken van je externe IP-adres, in combinatie met je poort. Het probleem is dat je router dan wel moet weten waar de data heen moeten. Met alleen het externe IP-adres en de poort, weet de router nog steeds niet voor welke pc, tablet of smartphone het pakket bedoeld is. Daarom is er portforwarding: daarmee geef je in de router aan dat als op deze poort data binnenkort, die gegevens naar een bepaald apparaat doorgestuurd moeten worden.

Je vraagt je dan misschien af hoe überhaupt internet nog werkt op je netwerk. Als je een website bezoekt, worden er ook data heen en weer gestuurd en die data komen wel gewoon aan op je pc, zonder dat je portforwarding hebt ingesteld. Dat werkt, omdat je router zelf al portforwarding toepast voor verbindingen die je van binnenuit opzet, zodat alle pakketten correct aankomen waar ze moeten zijn. Portforwarding zelf is overigens geen beveiligingsrisico. Dat risico komt van de applicatie die luistert op die poort. Stel dat je poort X doorstuurt naar een pc die je nooit updatet, dan is dat een groot risico vanwege bekende beveiligingslekken. Het is dus belangrijk om een apparaat altijd up-to-date te houden als je een poort daarnaartoe doorstuurt.

©PXimport

03 UPnP

UPnP staat voor Universal Plug and Play. Het stelt apparaten op het netwerk in staat om elkaar ‘te zien’. Elk apparaat kan zichzelf aankondigen op het netwerk, zodat het eenvoudig is voor apparaten om met elkaar te communiceren en samen te werken. Eén van de functies van UPnP is om een apparaat toe te staan om poorten te forwarden, zodat jij dat niet handmatig hoeft te doen.

Stel je Xbox wil graag verkeer ontvangen op poort 32400, dan kan het apparaat dat automatisch aanvragen bij de router, die vervolgens de betreffende regel zal aanmaken en dus al het verkeer op die poort doorstuurt naar je Xbox door middel van het IP- of MAC-adres. UPnP vormt echter een beveiligingsrisico. Het probleem is dat UPnP geen vorm van authenticatie gebruikt. Malware kan zo eenvoudig poorten openzetten. Het probleem is dat er op afstand misbruik gemaakt kan worden van UPnP. Veel UPnP-implementaties van routerfabrikanten zijn namelijk onveilig. In 2013 heeft een bedrijf zes maanden lang het internet gescand om te kijken welke apparaten er allemaal op UPnP reageerden. Er reageerden maar liefst 6900 apparaten, waarvan het in 80 procent van de gevallen ging om een thuisapparaat als een printer, webcam of IP-camera. Wij raden dus aan om UPnP in je router uit te zetten. De belangrijkste conclusies uit het onderzoek vind je in het kader ‘UPnP veilig?’

©PXimport

UPnP Veilig?

De belangrijkste conclusies van het onderzoek naar de veiligheid van UPnP uitgevoerd door Rapid7.

  • 2,2 procent van alle openbare IPv4-adressen reageerden via internet op UPnP-verkeer, oftewel 81 miljoen unieke IP-adressen.
  • 20 procent van die IP-adressen reageerden niet alleen op het internetverkeer, maar boden ook, bereikbaar op afstand, een API aan om het UPnP-apparaat mee te configureren!
  • 23 miljoen apparaten gebruiken een kwetsbare versie van libupnp, een veelgebruikte softwarelibrary die het UPnP-protocol implementeert. Lekken in die versie kunnen op afstand worden uitgebuit, waarvoor maar één UDP-pakketje nodig is.

04 TCP versus UDP

Als je een poort openzet, kun je deze openzetten voor TCP of voor UDP. TCP en UDP zijn beide protocollen voor communicatie over het internet. TCP staat voor het Transmission Communication Protocol en wordt gebruikt als een programma een verbinding wil opzetten met een ander programma en wil dat deze verbinding actief blijft. Vooral dat laatste is belangrijk, want dat betekent dat er een soort telefoonverbinding actief is, totdat een van de twee ‘bellers’ ophangt. Elk pakket dat ontvangen wordt met TCP, wordt door de ontvangen computer bevestigd naar de afzender. Krijgt de afzender geen bevestiging, dan wordt het pakket opnieuw gestuurd, totdat er wel een bevestiging komt. TCP verzamelt daarna alle pakketjes en maakt de gegevens weer heel/compleet, voordat het wordt overgedragen aan de applicatie die de data inleest.

UDP daarentegen onderhoudt geen actieve verbinding en is meer te vergelijken met een chatdienst. Berichten worden onafhankelijk van elkaar verstuurd en er wordt geen actieve verbinding onderhouden. UDP staat voor het User Datagram Protocol en is eigenlijk een simpelere variant van TCP. Dit protocol biedt alleen poortnummers en foutcontrole, iets wat TCP ook doet, maar het bevat dus niet de mogelijkheid om actieve verbindingen te onderhouden. Het verschil tussen TCP en UDP heeft te maken met de toepassingen. TCP blinkt uit in correcte, goed geordende data, ten koste van wat overhead, zoals het erkennen van elk ontvangen pakket. Dat is een must als je bijvoorbeeld als je over het internet surft. Je wilt niet dat af en toe een woord of letter ontbreekt vanwege een verloren pakket en dus incomplete data. Het is ook een must als je een bestand verstuurt over het netwerk, dan wil je absolute garantie dat dat bestand in zijn geheel en correct op de bestemming is aangekomen. UDP is echter handig voor als je snel wilt zijn met lage overhead. Nuttige toepassingen daarvoor zijn audio en video. Het is erg frustrerend als de audio- of videoverbinding traag is, waarbij het beeld steeds stilstaat en het even duurt voordat alles aankomt. UDP geeft je sneller beeld, ten koste van af en toe wat beschadiging of vervorming van beeld of geluid.

Als je nu een poort door wilt sturen in de router naar een bepaald apparaat, dan kan de router onderscheid maken tussen de twee protocollen UDP en TCP. Sommige applicaties maken namelijk alleen gebruik van één van de twee protocollen, dus is het belangrijk de juiste te kiezen.

©PXimport

Poorten doorsturen op NETGEAR

Om op een NETGEAR-router een poort door te sturen, ga je naar http://routerlogin.net of het IP-adres van je router. Vervolgens ga je naar het tabblad Geavanceerd en dan links naar Geavanceerde instellingen. Klik nu op Poort doorsturen/poort activeren alwaar je regels in kunt stellen voor poorten. Het is vervolgens mogelijk om een service te kiezen, bijvoorbeeld FTP, en daarna het IP-adres waarnaar deze poort doorgestuurd moet worden. In dit geval probeert NETGEAR het gebruiksvriendelijk te maken door services te forwarden in plaats van poorten. Elke service bestaat uit een naam, de betreffende poort(en) en het TCP- of UDP-protocol. Wil je zelf een service aanmaken, dan klik je op de knop Aangepaste service toevoegen en voer je de gevraagde informatie in, waaronder een naam, het protocol en de start- en eindpoort. Wil je maar één poort doorsturen, dan vul je daar twee keer hetzelfde in. Om UPnP uit te zetten, ga je in hetzelfde menu als voor poort doorsturen naar UPnP en vink je UPnP inschakelen uit.

©PXimport

05 Twee routers achter elkaar

In je router zul je, zoals je eerder las, soms poorten moeten forwarden. Maar wat als je nu twee routers achter elkaar hebt? Dat is helemaal niet zo raar, want doorgaans levert je internetprovider een modem en router in een apparaat. Echter, die router is van matige kwaliteit met vaak slecht wifi-bereik en dus plaats je er een betere router achter. Om de poorten dan te configureren, kun je ervoor kiezen om steeds in de router van je provider de poort te forwarden naar je tweede router en vervolgens in je tweede router de poort te forwarden naar je daadwerkelijke apparaat. Dat is echter lastig, omdat je dan alles steeds twee keer moet doen en moet wijzigen. Bovendien is het meestal door de configuratie niet meer mogelijk om zomaar bij de beheerinterface van je eerste router te komen. Dan is het dus steeds nodig om even verbinding te maken met je eerste router, de portforward in te stellen, en daarna hetzelfde te doen voor je tweede router.

Sommige routers hebben echter een bridgemodus. De beste manier om twee routers achter elkaar te zetten, is om de eerste router (die van je internetprovider) in deze modus te zetten. In bridgemodus worden beide netwerken van de routers aan elkaar gekoppeld en fungeert het apparaat van je internetprovider enkel als modem. Met bridgemodus is het nodig om alle apparaten dan aan je tweede router te koppelen, omdat de eerste router in bridgemodus geen IP-adressen meer zal uitdelen. Bij bijvoorbeeld modem/routers van Ziggo wordt in bridgemodus het wifi-netwerk uitgeschakeld, deelt de router geen IP-adressen meer uit, wordt NAT uitgeschakeld, wordt de firewall uitgezet en worden LAN-poorten 2 tot en met 4 uitgeschakeld. Je kunt dan dus eenvoudig je eigen router eraan hangen. Instructies hoe je voor Ziggo bridgemodus inschakelt, vind je hier. Mogelijk bieden ook andere internetproviders een dergelijke bridgemodus.

©PXimport

Poort forwarden op Linksys-router

Om op je Linksys-router een poort open te zetten, moet je eerst het IP-adres van je router weten. Vaak is dat 192.168.1.1. Voer dat in je browser in, waarna je kunt inloggen met gebruikersnaam en wachtwoord. Je checkt het IP-adres van je router door even een Opdrachtprompt te openen en ipconfig te typen. Je ziet het IP-adres van je router bij Default Gateway. Nu ga je op een oudere router naar het tabblad Toepassingen en games. Op een Linksys-router met Smart WiFi ga je naar het tabblad Beveiliging / Apps en games. Vervolgens ga je naar het tabblad Enkele poort doorsturen. Daar kun je een naam voor de regel invoeren en vervolgens de externe en interne poort invullen. Op de Smart-router klik je eerst nog op de knop Doorsturen een poort toevoegen. Als je poort 80 wilt forwarden, vul je bij beide velden hier 80 in. Vervolgens kun je het protocol kiezen (TCP of UDP) en het IP-adres waarnaar de poort doorgestuurd moet worden.

©PXimport

06 DMZ

Indien je modem/router geen bridgemodus heeft, dan kun je de DMZ-modus gebruiken. Een DMZ, voluit een demilitarized zone, is daar waar alles is toegelaten. In een bedrijf is dat een compleet apart netwerk. Bij een thuisnetwerk betekent een DMZ dat de router dan alle poorten voor een specifiek apparaat openzet. Door het IP-adres van jouw eigen (nieuwe) router in te vullen, zal de originele router van je internetprovider geen poorten meer blokkeren. Zorg voordat je het IP-adres van je tweede router invult, dat de router van je internetprovider een vast IP-adres toekent aan je eigen router. Daarvoor log je in op je eerste router met een pc, terwijl je tweede router met een kabel is verbonden met de eerste router. Vervolgens ga je naar iets genaamd als DHCP binding, statisch IP-adres of Adresreservering. Daar kun je vaak uit een van de aangesloten apparaten kiezen, waarna het MAC-adres automatisch wordt ingevuld.

Vervolgens is het nodig om het IP-adres dat de tweede router krijgt in te vullen. Het beste is om het huidige aan de router toegekende IP-adres daar in te vullen. Wat je kiest, maakt niet zo veel uit, als het maar in het juiste subnet zit. DHCP heeft een bepaald subnet, vaak is dat iets als 192.168.1.x, of10.0.1.x en je hoeft dan dus alleen iets in plaats van die x in te vullen. Een DMZ is nu niet heel erg veel onveiliger dan het normaal doorsturen van een poort. Uiteindelijk stuurt je eerste router alles door naar de tweede router, waar je gewoon de firewall en portforwarding-regels actief hebt. Daarmee komt deze opzet op hetzelfde neer als wanneer je maar één router hebt, maar dan met een extra router ertussen die alleen maar pakketjes doorstuurt. Voor je eigen gemak en veiligheid is het wel belangrijk om dat je geen apparaten meer aansluit op de router van je internetprovider en het wifi-gedeelte uitschakelt.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Accountbeheer in Windows: iedereen zijn eigen omgeving
© MG | ID.nl
Huis

Accountbeheer in Windows: iedereen zijn eigen omgeving

Windows biedt uitgebreide mogelijkheden voor accountbeheer, zodat elke gebruiker zijn eigen omgeving heeft en de juiste toegangsrechten krijgt. In dit artikel bespreken we de belangrijkste scenario’s voor thuisgebruik, zoals verschillende accounttypes en aangepaste gebruikersrechten.

In Windows is het onmogelijk om zonder account te werken. Het besturingssysteem heeft namelijk altijd een gebruikerscontext nodig om onderdelen als bureaublad, processen en rechten te laden. Zelfs bij automatische aanmelding of een wachtwoordloos account is er op de achtergrond minstens één account actief. Er bestaan wel verschillende accounttypes, en voor goed accountbeheer is het belangrijk de praktische verschillen te kennen, want elk type heeft eigen mogelijkheden, voordelen en beperkingen. We bekijken daarom grondiger Microsoft- en lokale accounts en het verschil tussen administrator- en standaardaccounts. Daarnaast gaan we in op gast- en familieaccounts. We tonen hoe je op je pc de juiste machtigingen instelt zodat data enkel toegankelijk zijn voor de gewenste gebruikers. We gaan hier uit van Windows 11, maar de meeste technieken werken ook in Windows 10.

Microsoft-account

Microsoft maakt het tijdens de installatie van Windows steeds moeilijker om een lokaal account in plaats van een Microsoft-account te kiezen. Dat is niet verrassend, want zodra je je aanmeldt met een Microsoft-account, koppel je je Windows-profiel aan de Microsoft-cloud. Daarmee kun je instellingen, thema’s, wachtwoorden, bureaubladachtergronden en data synchroniseren tussen apparaten. Je logt ook automatisch in bij diensten als de Microsoft Store, OneDrive, Microsoft 365, Mail en Agenda, Edge en andere. Daarnaast kun je met zo’n account BitLocker-versleuteling activeren voor je systeemschijf en gebruikmaken van ouderlijk toezicht (Microsoft Family Safety). Ben je je wachtwoord vergeten, dan herstel je dit eenvoudig via www.kwikr.nl/passreset. Je ontvangt dan een beveiligingscode waarmee je opnieuw toegang krijgt tot je account.

Het wachtwoord van een Microsoft-account resetten is eenvoudig.
Liever lokaal?

Microsoft moedigt het niet aan om tijdens de installatie een lokaal account aan te maken, en het valt af te wachten of ze deze omwegen in de toekomst zullen blokkeren. Het kan nu nog op de volgende manieren. Start de installatie zonder internetverbinding. Krijg je hierover een melding, druk dan op Shift+F10 en typ het commando oobe\bypassnro. Na de automatische herstart verschijnt de optie Doorgaan met beperkte installatie. Vul vervolgens een lokale gebruikersnaam en wachtwoord in, samen met de antwoorden op drie beveiligingsvragen, zodat de installatie met een lokaal account verloopt. Je kunt na Shift+F10 ook het commando start ms-cxh:localonly uitvoeren om een venster te openen waarmee je een lokale gebruiker aanmaakt. Een andere optie is de gratis tool Rufus (https://rufus.ie/nl), waarmee je een installatie-usb maakt die de verplichte Microsoft-account overslaat. Verwijs naar een Windows-schijfkopiebestand (iso), stel de gewenste opties in, plaats een lege usb-stick en klik op Starten. In het pop-upvenster vink je Verwijder de vereiste voor een online Microsoft-account aan evenals Lokale account met gebruikersnaam aanmaken en vul je de gewenste gebruikersnaam in.

Er zijn nog wel een paar achterdeurtjes om Windows met een lokaal account te installeren, zoals met Rufus.

Lokaal account

Een lokaal account bestaat enkel op je pc, met een combinatie van gebruikersnaam en wachtwoord die alleen daar geldig zijn. Het is niet gekoppeld aan de Microsoft-cloud, zodat geen internet nodig is om je aan te melden. Instellingen en data blijven beperkt tot dat ene toestel en worden niet gesynchroniseerd met andere apparaten. Dit houdt wel in dat bepaalde diensten, zoals het downloaden van apps uit de Microsoft Store of het gebruik van OneDrive, niet beschikbaar zijn. Daar staat tegenover dat een lokaal account je meer privacy en onafhankelijkheid geeft. Het is handig als je bijvoorbeeld geen Microsoft-diensten wilt gebruiken of de pc bewust wilt loskoppelen van online accounts. Bovendien verkleint het risico dat malware je Microsoft-accountgegevens buitmaakt.

Je kunt altijd nog overschakelen naar (of van) een lokaal account.

Lokaal: instellingen

Standaard vraagt Microsoft je tijdens de installatie van Windows om een Microsoft-account te gebruiken. In het kader ‘Liever lokaal?’ vind je tips om dit te omzeilen, maar ook na de installatie kun je nog een lokaal account aanmaken en daarmee inloggen. Open Instellingen, kies Accounts en klik op Andere gebruikers en vervolgens op Account toevoegen. Selecteer Ik beschik niet over de aanmeldgegevens van deze persoon en daarna Gebruiker zonder Microsoft-account toevoegen. Vul de gewenste gebruikersnaam en het wachtwoord (twee keer) in, kies drie beveiligingsvragen met bijbehorende antwoorden of eventueel een wachtwoordhint, en bevestig met Volgende om het lokale account toe te voegen.

Om zo’n gebruikersaccount te wissen, selecteer je dit bij Andere gebruikers en kies je Verwijderen / Account en gegevens verwijderen.

Je kunt ook altijd zelf een lokaal account aanmaken voor jezelf of anderen.

Lokaal: opdrachtprompt

Je kunt accounts ook aanmaken en beheren via de opdrachtprompt, met extra mogelijkheden die niet in Instellingen beschikbaar zijn. Klik met rechts op Opdrachtprompt in het startmenu en kies Als administrator uitvoeren. Om een lokaal account aan te maken gebruik je het commando net user <accountnaam> /add of net user <accountnaam> <wachtwoord> /add om meteen een wachtwoord toe te voegen, bijvoorbeeld net user Toon 654Win!321 /add. Met net user <accountnaam> vraag je de eigenschappen van het account op.

Je kunt ook bepalen dat een standaardgebruiker zijn verplichte wachtwoord niet mag wijzigen en enkel op specifieke tijden kan inloggen, bijvoorbeeld met

net user <accountnaam> /passwordreq:yes /passwordchg:no /times:ma-vr,16:00-21:00;za-zo,9:00-19:00

Vergeet in deze commando’s de schuine strepen (/) niet! De dagafkortingen gaan hier dus wel uit van een Nederlandstalige Windows-omgeving. Om de tijdslimieten te verwijderen gebruik je de parameter /times:all. Een gebruiker verwijderen kan eenvoudig met net user <accountnaam> /delete. De persoonlijke bestanden in de gebruikersmap blijven dan wel staan en kun je eventueel handmatig verwijderen.

Ook vanuit de opdrachtprompt kun je accounts creëren, beheren en verwijderen. 

Administrator-account

We haalden al aan dat er een verschil is tussen een administratoraccount en een standaardaccount, en het is belangrijk dat je dit onderscheid goed kent. Een account met administratorrechten (ook wel adminrechten genoemd) heeft namelijk volledige controle over de pc. Zo’n gebruiker mag software installeren of verwijderen, systeeminstellingen wijzigen, nieuwe gebruikers toevoegen en beveiligingsopties aanpassen. Een administrator kan dus ingrijpende veranderingen aanbrengen die het hele systeem beïnvloeden. Hij heeft in principe ook toegang tot alle lokaal opgeslagen data, zelfs zonder expliciete rechten (zie ook vanaf paragraaf 10). In Windows krijgt het eerste account dat tijdens de installatie wordt aangemaakt automatisch administratorrechten. Dit is logisch, want er moet minstens één gebruiker zijn die het systeem kan beheren, maar dit houdt zeker niet in dat je altijd met administratorrechten moet werken (zie verderop).

Om snel het accounttype te zien van een aangemelde gebruiker ga je naar Instellingen van Windows, kies je Accounts en klik je op Uw info. Gaat het om een administratoraccount dan zie je bovenin, bij je hier aanpasbare profielfoto, de vermelding ‘Administrator’. Voor andere accounts zie je deze melding bij Accounts / Andere gebruikers.

Geen twijfel mogelijk: dit is een administratoraccount.

Standaardaccount 

Een standaardgebruikersaccount heeft beperktere rechten. Zo’n gebruiker kan programma’s draaien en eigen instellingen wijzigen, maar niet zomaar software installeren of kritische systeemwijzigingen uitvoeren. Zodra een standaardgebruiker iets doet dat hogere rechten vereist, zoals een applicatie installeren, verschijnt een venster van het gebruikersaccountbeheer (User Account Control, kortweg UAC) waarin een administrator zijn naam en wachtwoord moet invoeren. Meld je je zelf als administrator aan, dan volstaat doorgaans enkel een bevestiging. Dit mechanisme voorkomt dat een standaardaccount per ongeluk of via malware schadelijke ingrepen uitvoert. Daarom is het veiliger voor dagelijkse taken een standaardaccount te gebruiken en het administratoraccount alleen wanneer dit echt nodig is.

Als administrator kun je instellen hoe vaak dit UAC-venster verschijnt. Typ gebruikersaccountbeheer in de Windows-zoekbalk en start Instellingen voor gebruikersaccountbeheer wijzigen. Standaard staat de schuifknop ingesteld op Alleen een melding geven wanneer apps proberen wijzigingen aan te brengen, wat meestal prima voldoet.

De standaardinstelling van de UAC voldoet normaliter prima.

Accounttype wijzigen

Tijdens de installatie van Windows wordt normaal één account aangemaakt dat automatisch administratorrechten krijgt. Wanneer je met dit account bent aangemeld, kun je het niet zomaar omzetten naar een standaardaccount, tenzij er intussen een ander administratoraccount bestaat.

Je kunt wel een nieuw account aanmaken, ofwel een Microsoft-account of een lokaal account. Zo’n nieuw account is standaard een gewoon gebruikersaccount, maar je kunt het type van andere accounts altijd wijzigen zolang je bent aangemeld als administrator. Open Instellingen, kies Accounts / Andere gebruikers, selecteer het gewenste account en klik op Accounttype wijzigen. Kies vervolgens Administrator of Standaardgebruiker en bevestig met OK.

Dit kan ook via de opdrachtprompt. Gebruikers die je daar hebt toegevoegd zijn standaard gewone gebruikers. Wil je er een administrator van maken, gebruik dan:

net localgroup administrators <accountnaam> /add

om meer rechten te geven. Om er alsnog weer een standaardgebruiker van te maken vervang je hier /add door /delete. Er is altijd minstens één administratoraccount vereist, maar houd het aantal accounts met zulke rechten zo beperkt mogelijk. Heeft een standaardgebruiker tijdelijk beheerdersrechten nodig, dan regel je dit makkelijk zelf even vanuit een UAC-venster.

Aangemeld als administrator kun je het accounttype (van andere gebruikers) altijd nog aanpassen.
Ingebouwde accounts

Windows zelf beschikt over een aantal ingebouwde accounts. Je krijgt deze te zien wanneer je bijvoorbeeld het commando net user op de Opdrachtprompt uitvoert, met net user <accountnaam> krijg je meer details over een specifiek account.

Je merkt hier onder meer de ingebouwde accounts Administrator en Gast op, die standaard beide niet geactiveerd zijn. Je kunt ze zelf actief maken met het commando:

net user <accountnaam> /active:yes (met /active:no

maak je een account weer non-actief), maar daar is doorgaans geen reden voor. Het wordt zelfs een stuk onveiliger als je het beheerdersaccount Administrator zomaar activeert, zeker omdat dit zonder sterk wachtwoord een extra risico vormt. Ook het ingebouwde gast-account activeren is weinig zinvol. Je maakt dan beter zelf een lokaal standaardaccount aan voor tijdelijke gebruikers.

Wil je absoluut het ingebouwde Administrator-account activeren, beveilig het dan met een wachtwoord.

Gastaccount

Het kan gebeuren dat een bezoeker je computer even wil gebruiken. Aanmelden met je eigen account is dan geen goed idee. Je maakt dan beter een apart lokaal standaardaccount aan, zoals hierboven beschreven. Zo’n account heeft standaard geen beheerdersrechten en de bezoeker kan enkel werken in zijn eigen profielmap (C:\Users\<accountnaam>) en eventueel in mappen die expliciet met hem zijn gedeeld via gedeelde mappen of aangepaste machtigingen.

Je kunt ditzelfde gastaccount door meerdere bezoekers laten gebruiken, maar houd er rekening mee dat hun gegevens telkens in dezelfde profielmap terechtkomen, wat privacygewijs niet ideaal is. Je kunt deze bestanden als administrator handmatig verwijderen of eenmalig het PowerShell-script bezoekersprofiel.ps1 uitvoeren. Dit script regelt alles en kun je downloaden via www.kwikr.nl/bprof. Start PowerShell als administrator en voer het volgende commando uit:

powershell -ExecutionPolicy Bypass -File <"volledig_pad_naar_script">

Hiermee maak of activeer je het lokale standaardaccount ‘Bezoeker’ en voeg je in Taakplanner een taak toe die bij elke opstart eventueel de profielmap van dit account verwijdert. Op regel 7 van dit script (bij $Password =) kun je het standaardwachtwoord ‘Bezoeker’ vooraf naar wens aanpassen.

Dit script regelt volautomatisch het aanmaken van een gastaccount en het opschonen van eerdere profielgegevens. 

Familie-account

Wil je een pc in een gezin delen en tegelijk meer controle houden over kinderen of minder ervaren gezinsleden, dan kun je accounts in een familiegroep gebruiken. Log hiervoor in met een Microsoft-account (niet met een lokaal account): dit wordt de beheerder van de groep. Open Instellingen in Windows en kies Accounts / Familie. Klik bij Uw familie op Iemand toevoegen en voer het e-mailadres van het Microsoft-account van je kind in. Heeft het kind nog geen account, kies dan Een account voor een onderliggend item maken en vul e-mailadres, wachtwoord, naam en geboortedatum in. Na een wat omslachtige verificatie wordt het account aan ‘Uw familie’ toegevoegd en kan het kind hiermee inloggen in Windows. Ouderlijk toezicht regel je online op www.kwikr.nl/famaccounts, waar je je met je eigen account aanmeldt. Klik hier op het gewenste kind-account, waarna je onder meer kunt instellen welke websites, apps en games toegankelijk zijn, de schermtijd kunt bepalen en (via Besteding) kunt vastleggen of aankopen in de Microsoft Store mogen gebeuren. Schakel Activiteitenoverzicht in om na te kunnen kijken welke apps of games je kind eerder heeft gebruikt.

Het ‘kind-account’ is toegevoegd en je kunt nu ook ouderlijk toezicht instellen.

Machtigingenbeheer

We schreven al dat een standaardaccount bij het aanmaken enkel binnen zijn eigen profielmap (C:\Users\<accountnaam>) kan werken. Dat komt doordat Windows standaard alleen schrijfrechten toekent op die map (via de zogeheten ACL; Access Control List). Een standaardgebruiker heeft dus geen toegang tot gegevens in andere mappen, zoals profielmappen van andere gebruikers. Er is een uitzondering, want als iemand de pc opstart via een bootstick met een alternatief besturingssysteem als Linux, gelden de NTFS-machtigingen van Windows niet.

Log je in met een administratoraccount, dan kun je wel toegang forceren tot profielmappen van andere gebruikers. Klik even met rechts op zo’n map, kies Eigenschappen en open het tabblad Beveiliging: normaliter verschijnt nu een melding dat je onvoldoende machtigingen hebt. In dit geval hoef je maar te dubbelklikken op die map en met Doorgaan te bevestigen om toch toegang te krijgen. Open je vervolgens nogmaals het tabblad Beveiliging, dan zie je dat, behalve het account van de betreffende gebruiker, ook je eigen account is toegevoegd en dat alle machtigingen in de kolom Toestaan zijn aangevinkt.

Op dezelfde manier maak je een willekeurige andere map toegankelijk voor een ander gebruikersaccount. Klik met rechts op de map, kies Eigenschappen en open Beveiliging. Klik op Bewerken en vervolgens op Toevoegen, typ de gewenste accountnaam, check met Namen controleren en bevestig met OK. Standaard krijgt dit account lees- en uitvoerrechten, maar je kunt in de kolom Toestaan ook Wijzigen en Schrijven aanvinken. Laat de kolom Weigeren ongewijzigd en bevestig met OK.

Quick User Manager

Windows beschikt wel over eigen functies om accounts te beheren, maar de gratis portable tool Quick User Manager (www.kwikr.nl/qum) maakt dit overzichtelijker en biedt extra functies.

Na de start zie je links een overzicht van alle gedetecteerde accounts, inclusief ingebouwde, lokale en Microsoft-accounts, en zowel standaard- als administratoraccounts. Selecteer een account om rechts de beschikbare opties te zien. De meeste instellingen pas je aan met een vinkje, bijvoorbeeld om een account te activeren of deactiveren, een wachtwoord te vereisen of een profielfoto te wijzigen. Bevestig wijzigingen met Save Changes en Yes. Sommige opties vragen iets meer interactie, zoals het aanpassen van een wachtwoord of het verplaatsen van een profielmap. De functie Auto-logon this user laat Windows automatisch opstarten met het gekozen account, en Launch Account Profile Fixer tracht hardnekkige aanmeldproblemen met een specifiek account te verhelpen.

Een handige en overzichtelijke tool voor meer doorgedreven accountbeheer.
▼ Volgende artikel
Review Sennheiser HDB 630 - Bluetooth-koptelefoon met hoge audioprestaties
© Sennheiser
Huis

Review Sennheiser HDB 630 - Bluetooth-koptelefoon met hoge audioprestaties

Zoek je een draadloze hoofdtelefoon met een uitstekend geluid? De HDB 630 is de eerste bluetooth-koptelefoon waarbij Sennheiser het 'Hi-Res Audio'-label op de productdoos heeft geplakt. Dus dat belooft wat! Is luxe koptelefoon zijn stevige adviesprijs van bijna vijfhonderd euro waard?

Fantastisch
Conclusie

Is het hoge prijskaartje van zo'n vijfhonderd euro geen bezwaar, dan haal je met de Sennheiser HDB 630 een hoogstaand audioproduct in huis. Deze over-ear-hoofdtelefoon zit comfortabel en klinkt werkelijk fantastisch. Overige voordelen zijn de stevige reishoes, lange accuduur, goede noise cancelling-functie en uitgebreide app. Houd er wel rekening mee dat de behuizing geen regen kan verdragen.

Plus- en minpunten
  • Prettige pasvorm
  • Robuuste opbergcase
  • Bluetooth-dongel
  • Twee afneembare audiokabels
  • Uitstekende audiokwaliteit
  • Audioresolutie tot 24 bit/192 kHz
  • Noise cancelling-functie werkt erg goed
  • Accu gaat lang mee
  • Zeer veelzijdige app
  • Duur
  • Niet IP-gecertificeerd
  • Groot formaat draaghoes
  • Engelstalige app
CategorieSpecificatie
Formaat audiodrivers2× 42 millimeter
AudiokwaliteitTot 24 bit/192 kHz
FrequentiebereikTot 6 Hz - 40 kHz
Accucapaciteit700 mAh (tot 60 uur)
ConnectiviteitBluetooth 5.2, usb-c, lijningang (3,5 mm)
Gewicht311 gram (zonder kabel)
Inbegrepen accessoiresOpbergcase, hoofdtelefoonkabel (3,5 mm), usb-c-kabel, vliegtuigadapter, bluetooth-adapter (usb-c)

De Sennheiser HDB 630 is een stijlvol vormgegeven over-ear-hoofdtelefoon met een veilige kleurstelling van zwart en zilver. Beide schelpen hebben nogal dikke kussens van kunstleer die volledig over de oren vallen. In combinatie met de zacht gevoerde hoofdband is de pasvorm erg comfortabel. De klemdruk is trouwens wel wat steviger dan we van veel andere hoofdtelefoons gewend zijn. Hierdoor blijft de HDB 630 tijdens een wandeling of huishoudelijke klus goed op het hoofd zitten. Dankzij de draaibare oorschelpen en verstelbare hoofdband is het apparaat voor vrijwel iedereen geschikt. Luister je graag buitenshuis, dan is het belangrijk om te weten dat dit product geen IP-certificering heeft. Kijk dus uit voor een onverhoopte regenbui.

©Maikel Dijkhuizen

Dankzij de dikke oorkussens gaat de Sennheiser HDB 630 tijdens een lange luistersessie niet zo gauw irriteren.

Inbegrepen accessoires

Zoals je van een product in deze prijsklasse mag verwachten, levert de Duitse audiospecialist een stevige opbergcase mee. Die is overigens wel iets groter vergeleken met de case die veel andere merken, zoals Sony en JBL, bij hun koptelefoons leveren. De HDB 630 heeft namelijk geen vouwmechanisme, waardoor de koptelefoon meer ruimte in beslag neemt.

Opvallend is de aanwezigheid van een bluetooth-dongel. Wanneer jouw computer geen bluetooth ondersteunt, kun je evengoed draadloos luisteren. Het is trouwens wel een usb-c-dongel. Check dus voor de zekerheid even of deze poort op jouw computer zit. De adapter ondersteunt een respectabele audioresolutie van maximaal 24 bit/192 kHz. Wanneer je de dongel op een geschikte smartphone of tablet aansluit, profiteer je van een hoge geluidskwaliteit.

Behalve bluetooth ontvangt deze koptelefoon als alternatief ook audiosignalen via twee fysieke ingangen, namelijk usb-c en een 3,5mm-audiopoort. De benodigde kabels zijn inbegrepen. Tot slot bevat de opbergcase een vliegtuigadapter.

©Maikel Dijkhuizen

In de ruime draagtas zitten naast de hoofdtelefoon twee audiokabels, een vliegtuigadapter en een bluetooth-dongel.

Muziek luisteren

Zodra je de HDB 630 uit de draaghoes haalt, springt het apparaat vanzelf aan. De eerste klanken laten meteen een goede indruk achter, want deze bluetooth-hoofdtelefoon levert een kraakhelder en levendig geluid. Zowel het hoog, midden als laag zijn luid en duidelijk te horen, waardoor de HDB 630 niets uit de oorspronkelijke opname achterwege laat. Je hoort werkelijk ieder detail. Van metal tot klassiek; elk liedje klinkt kortweg prachtig. Een groot pluspunt is de doeltreffende noise cancelling-functie. We horen tijdens het luisteren nauwelijks omgevingsgeluid. Ideaal voor wie op luidruchtige plekken een podcast, audioboek, talkshow of radio-uitzending wil volgen. Volgens de fabrikant is een volgeladen accu goed voor een luistertijd tot ongeveer zestig uur.

©Sennheiser

Je kunt met de Sennheiser HDB 630 zowel draadloos als met een kabel naar muziek luisteren.

Audiobediening

Deze hoofdtelefoon laat zich makkelijk bedienen. De buitenzijde van de rechteroorschelp heeft hiervoor een aanraakpaneel. Veeg omhoog of vooruit om respectievelijk het volume op te voeren en naar het volgende liedje te navigeren. Daarnaast kun je inkomende gesprekken aannemen (of weigeren) en noise cancelling inschakelen. Druk je tweemaal kort op de aan-uitknop, dan vertelt een vrouwelijke stem het resterende batterijpercentage.

Voor toegang tot meer audio-instellingen installeer je de uitgebreide Sennheiser Smart Control Plus-app op een smartphone. Switch bijvoorbeeld snel tussen geluidsopties als Podcast, Rock, Pop, Movie, Dance en Hip-Hop. Daarnaast kun je het basniveau omhoog krikken. Je stelt verder eenvoudig de mate van noise cancelling in. Je bepaalt hierbij zelf hoeveel omgevingsgeluid je hoort. Leuk is dat je in de Engelstalige app allerlei experimentele audio-instellingen kunt uitproberen. Ten slotte verschijnen er mogelijk ook soms nieuwe software-updates voor de hoofdtelefoon.

©Maikel Dijkhuizen

Neem even de tijd om alle mogelijkheden van de veelzijdige Sennheiser Smart Control Plus-app te verkennen.

Sennheiser HDB 630 kopen?

Is het hoge prijskaartje van zo'n vijfhonderd euro geen bezwaar, dan haal je met de Sennheiser HDB 630 een hoogstaand audioproduct in huis. Deze over-ear-hoofdtelefoon zit comfortabel en klinkt werkelijk fantastisch. Overige voordelen zijn de stevige reishoes, lange accuduur, goede noise cancelling-functie en uitgebreide app. Houd er wel rekening mee dat de behuizing geen regen kan verdragen.

Meer koptelefoons van Sennheiser: