ID.nl logo
Dit moet je weten over portforwarding en UPnP
© Reshift Digital
Huis

Dit moet je weten over portforwarding en UPnP

UPnP, poorten, firewalls, het kan nog best lastig zijn om van binnen in je netwerk iets beschikbaar te maken zodat het ook op externe plekken bereikbaar is. Het is vaak lastig om je router zodanig te configureren dat het juiste verkeer naar het juiste apparaat in je netwerk wordt gestuurd. We gaan hiermee aan de slag met UPnP en portforwarding.

Wil je een apparaat uit jouw thuisnetwerk, bijvoorbeeld je NAS, ook kunnen bereiken als je niet thuis bent? Standaard is je thuisnetwerk zodanig beveiligd dat dit niet zomaar mogelijk is, omdat anders kwaadwillenden ook bij jouw netwerkapparaten zouden kunnen komen. Je moet dus zelf instellingen aanpassen. Daarbij is het essentieel dat je weet wat je doet, zodat je niet onbewust de beveiliging van je netwerk verzwakt. Lees ook: Raakt je NAS vol? Dit kun je doen.

01 Internetlagen

Als je iets wilt versturen over het internet van punt A naar punt B, dan worden deze data door middel van een aantal ‘lagen’ verstuurd. Elke laag biedt steeds wat extra functionaliteit voor het versturen van data.

Helemaal onderaan heb je de fysieke laag, waar gegevens in de vorm van signalen worden verstuurd over de kabel of draadloos via wifi. Een laag daarboven heb je een laag die de data over de kabel of wifi verstuurt in de vorm van enen en nullen en die ook controleert op fouten, en zo nodig data opnieuw stuurt. Weer een laag hoger heb je de mogelijkheid om data tussen twee netwerkapparaten te sturen, iets wat via een MAC-adres gedaan wordt. Elke laag is een stukje abstracter, onderaan werk je met fysieke enen en nullen, daarboven al met pakketjes tussen apparaten en adressen. Zo heb je nog een aantal lagen, waarbij elke laag steeds de functies en abstracties van de laag eronder gebruikt.

Stel nu dat we de tekst ‘Hallo, wereld!’ naar onze server thuis willen sturen. De netwerklaag verpakt de tekst en zoekt een router die het pakketje aanneemt en door kan sturen op weg naar onze server. Het pakketje gaat steeds een laag dieper, totdat het omgezet is in fysieke signalen en door de kabel gaat. Uiteindelijk komt het aan bij onze server, die de data uitleest. Stel nu dat de server reageert met ook een pakketje met de tekst ‘Hallo, pc!’. Dit pakketje gaat ook weer alle lagen door, op weg naar onze computer. Er is echter een probleem. Het pakketje is aangekomen op onze computer, maar hoe weet het besturingssysteem nu voor welk programma het pakket bedoeld is? Daarvoor zijn er poorten. Een poort is niets meer dan een postbus voor een programma; daar waar Windows, Linux of macOS de data aan kan afgeven zodat het programma waarvoor de data bedoeld zijn, deze in ontvangst kan nemen.

©PXimport

02 Poorten forwarden

Als je geen firewall hebt, staat de toegang tot al je poorten open. Dat is niet zo erg, want zolang er geen programma een poort opent, kan er niets gebeuren. Daarnaast is het zo dat Windows een eigen ingebouwde firewall heeft. Als een programma een poort in gebruik neemt en de firewall dit toelaat, kan elke pc waar dan ook je IP-adres aanroepen met die poort en er data naartoe sturen.

Dat is in ieder geval in theorie zo… in de praktijk is het zo dat je een router hebt, waarmee meerdere pc’s, laptops en tablets verbonden zijn. Stel nu dat je ergens buiten je eigen netwerk gegevens wilt versturen naar jouw pc, dan is er een probleem. Je router doet namelijk iets genaamd NAT, oftewel Network Address Translation. Dat is nodig, want je internetprovider geeft je per internetaansluiting maar één IP-adres en met dat ene IP-adres kun je dus precies één apparaat met internet verbinden. De router lost dat probleem op door als enige direct in verbinding te staan met je provider en daarmee dus dat IP-adres aan te nemen, en vervolgens zelf IP-adressen aan je eigen apparaten uit te delen.

Stel dus dat je vanuit de koffiebar een berichtje naar je pc thuis wilt sturen, dan heeft het geen zin om je lokale, door de router toegewezen IP-adres te gebruiken, want dat IP-adres heeft alleen binnen in je netwerk betekenis. Erbuiten verwijst het nergens naar. In plaats daarvan kun je dan gebruikmaken van je externe IP-adres, in combinatie met je poort. Het probleem is dat je router dan wel moet weten waar de data heen moeten. Met alleen het externe IP-adres en de poort, weet de router nog steeds niet voor welke pc, tablet of smartphone het pakket bedoeld is. Daarom is er portforwarding: daarmee geef je in de router aan dat als op deze poort data binnenkort, die gegevens naar een bepaald apparaat doorgestuurd moeten worden.

Je vraagt je dan misschien af hoe überhaupt internet nog werkt op je netwerk. Als je een website bezoekt, worden er ook data heen en weer gestuurd en die data komen wel gewoon aan op je pc, zonder dat je portforwarding hebt ingesteld. Dat werkt, omdat je router zelf al portforwarding toepast voor verbindingen die je van binnenuit opzet, zodat alle pakketten correct aankomen waar ze moeten zijn. Portforwarding zelf is overigens geen beveiligingsrisico. Dat risico komt van de applicatie die luistert op die poort. Stel dat je poort X doorstuurt naar een pc die je nooit updatet, dan is dat een groot risico vanwege bekende beveiligingslekken. Het is dus belangrijk om een apparaat altijd up-to-date te houden als je een poort daarnaartoe doorstuurt.

©PXimport

03 UPnP

UPnP staat voor Universal Plug and Play. Het stelt apparaten op het netwerk in staat om elkaar ‘te zien’. Elk apparaat kan zichzelf aankondigen op het netwerk, zodat het eenvoudig is voor apparaten om met elkaar te communiceren en samen te werken. Eén van de functies van UPnP is om een apparaat toe te staan om poorten te forwarden, zodat jij dat niet handmatig hoeft te doen.

Stel je Xbox wil graag verkeer ontvangen op poort 32400, dan kan het apparaat dat automatisch aanvragen bij de router, die vervolgens de betreffende regel zal aanmaken en dus al het verkeer op die poort doorstuurt naar je Xbox door middel van het IP- of MAC-adres. UPnP vormt echter een beveiligingsrisico. Het probleem is dat UPnP geen vorm van authenticatie gebruikt. Malware kan zo eenvoudig poorten openzetten. Het probleem is dat er op afstand misbruik gemaakt kan worden van UPnP. Veel UPnP-implementaties van routerfabrikanten zijn namelijk onveilig. In 2013 heeft een bedrijf zes maanden lang het internet gescand om te kijken welke apparaten er allemaal op UPnP reageerden. Er reageerden maar liefst 6900 apparaten, waarvan het in 80 procent van de gevallen ging om een thuisapparaat als een printer, webcam of IP-camera. Wij raden dus aan om UPnP in je router uit te zetten. De belangrijkste conclusies uit het onderzoek vind je in het kader ‘UPnP veilig?’

©PXimport

UPnP Veilig?

De belangrijkste conclusies van het onderzoek naar de veiligheid van UPnP uitgevoerd door Rapid7.

  • 2,2 procent van alle openbare IPv4-adressen reageerden via internet op UPnP-verkeer, oftewel 81 miljoen unieke IP-adressen.
  • 20 procent van die IP-adressen reageerden niet alleen op het internetverkeer, maar boden ook, bereikbaar op afstand, een API aan om het UPnP-apparaat mee te configureren!
  • 23 miljoen apparaten gebruiken een kwetsbare versie van libupnp, een veelgebruikte softwarelibrary die het UPnP-protocol implementeert. Lekken in die versie kunnen op afstand worden uitgebuit, waarvoor maar één UDP-pakketje nodig is.

04 TCP versus UDP

Als je een poort openzet, kun je deze openzetten voor TCP of voor UDP. TCP en UDP zijn beide protocollen voor communicatie over het internet. TCP staat voor het Transmission Communication Protocol en wordt gebruikt als een programma een verbinding wil opzetten met een ander programma en wil dat deze verbinding actief blijft. Vooral dat laatste is belangrijk, want dat betekent dat er een soort telefoonverbinding actief is, totdat een van de twee ‘bellers’ ophangt. Elk pakket dat ontvangen wordt met TCP, wordt door de ontvangen computer bevestigd naar de afzender. Krijgt de afzender geen bevestiging, dan wordt het pakket opnieuw gestuurd, totdat er wel een bevestiging komt. TCP verzamelt daarna alle pakketjes en maakt de gegevens weer heel/compleet, voordat het wordt overgedragen aan de applicatie die de data inleest.

UDP daarentegen onderhoudt geen actieve verbinding en is meer te vergelijken met een chatdienst. Berichten worden onafhankelijk van elkaar verstuurd en er wordt geen actieve verbinding onderhouden. UDP staat voor het User Datagram Protocol en is eigenlijk een simpelere variant van TCP. Dit protocol biedt alleen poortnummers en foutcontrole, iets wat TCP ook doet, maar het bevat dus niet de mogelijkheid om actieve verbindingen te onderhouden. Het verschil tussen TCP en UDP heeft te maken met de toepassingen. TCP blinkt uit in correcte, goed geordende data, ten koste van wat overhead, zoals het erkennen van elk ontvangen pakket. Dat is een must als je bijvoorbeeld als je over het internet surft. Je wilt niet dat af en toe een woord of letter ontbreekt vanwege een verloren pakket en dus incomplete data. Het is ook een must als je een bestand verstuurt over het netwerk, dan wil je absolute garantie dat dat bestand in zijn geheel en correct op de bestemming is aangekomen. UDP is echter handig voor als je snel wilt zijn met lage overhead. Nuttige toepassingen daarvoor zijn audio en video. Het is erg frustrerend als de audio- of videoverbinding traag is, waarbij het beeld steeds stilstaat en het even duurt voordat alles aankomt. UDP geeft je sneller beeld, ten koste van af en toe wat beschadiging of vervorming van beeld of geluid.

Als je nu een poort door wilt sturen in de router naar een bepaald apparaat, dan kan de router onderscheid maken tussen de twee protocollen UDP en TCP. Sommige applicaties maken namelijk alleen gebruik van één van de twee protocollen, dus is het belangrijk de juiste te kiezen.

©PXimport

Poorten doorsturen op NETGEAR

Om op een NETGEAR-router een poort door te sturen, ga je naar http://routerlogin.net of het IP-adres van je router. Vervolgens ga je naar het tabblad Geavanceerd en dan links naar Geavanceerde instellingen. Klik nu op Poort doorsturen/poort activeren alwaar je regels in kunt stellen voor poorten. Het is vervolgens mogelijk om een service te kiezen, bijvoorbeeld FTP, en daarna het IP-adres waarnaar deze poort doorgestuurd moet worden. In dit geval probeert NETGEAR het gebruiksvriendelijk te maken door services te forwarden in plaats van poorten. Elke service bestaat uit een naam, de betreffende poort(en) en het TCP- of UDP-protocol. Wil je zelf een service aanmaken, dan klik je op de knop Aangepaste service toevoegen en voer je de gevraagde informatie in, waaronder een naam, het protocol en de start- en eindpoort. Wil je maar één poort doorsturen, dan vul je daar twee keer hetzelfde in. Om UPnP uit te zetten, ga je in hetzelfde menu als voor poort doorsturen naar UPnP en vink je UPnP inschakelen uit.

©PXimport

05 Twee routers achter elkaar

In je router zul je, zoals je eerder las, soms poorten moeten forwarden. Maar wat als je nu twee routers achter elkaar hebt? Dat is helemaal niet zo raar, want doorgaans levert je internetprovider een modem en router in een apparaat. Echter, die router is van matige kwaliteit met vaak slecht wifi-bereik en dus plaats je er een betere router achter. Om de poorten dan te configureren, kun je ervoor kiezen om steeds in de router van je provider de poort te forwarden naar je tweede router en vervolgens in je tweede router de poort te forwarden naar je daadwerkelijke apparaat. Dat is echter lastig, omdat je dan alles steeds twee keer moet doen en moet wijzigen. Bovendien is het meestal door de configuratie niet meer mogelijk om zomaar bij de beheerinterface van je eerste router te komen. Dan is het dus steeds nodig om even verbinding te maken met je eerste router, de portforward in te stellen, en daarna hetzelfde te doen voor je tweede router.

Sommige routers hebben echter een bridgemodus. De beste manier om twee routers achter elkaar te zetten, is om de eerste router (die van je internetprovider) in deze modus te zetten. In bridgemodus worden beide netwerken van de routers aan elkaar gekoppeld en fungeert het apparaat van je internetprovider enkel als modem. Met bridgemodus is het nodig om alle apparaten dan aan je tweede router te koppelen, omdat de eerste router in bridgemodus geen IP-adressen meer zal uitdelen. Bij bijvoorbeeld modem/routers van Ziggo wordt in bridgemodus het wifi-netwerk uitgeschakeld, deelt de router geen IP-adressen meer uit, wordt NAT uitgeschakeld, wordt de firewall uitgezet en worden LAN-poorten 2 tot en met 4 uitgeschakeld. Je kunt dan dus eenvoudig je eigen router eraan hangen. Instructies hoe je voor Ziggo bridgemodus inschakelt, vind je hier. Mogelijk bieden ook andere internetproviders een dergelijke bridgemodus.

©PXimport

Poort forwarden op Linksys-router

Om op je Linksys-router een poort open te zetten, moet je eerst het IP-adres van je router weten. Vaak is dat 192.168.1.1. Voer dat in je browser in, waarna je kunt inloggen met gebruikersnaam en wachtwoord. Je checkt het IP-adres van je router door even een Opdrachtprompt te openen en ipconfig te typen. Je ziet het IP-adres van je router bij Default Gateway. Nu ga je op een oudere router naar het tabblad Toepassingen en games. Op een Linksys-router met Smart WiFi ga je naar het tabblad Beveiliging / Apps en games. Vervolgens ga je naar het tabblad Enkele poort doorsturen. Daar kun je een naam voor de regel invoeren en vervolgens de externe en interne poort invullen. Op de Smart-router klik je eerst nog op de knop Doorsturen een poort toevoegen. Als je poort 80 wilt forwarden, vul je bij beide velden hier 80 in. Vervolgens kun je het protocol kiezen (TCP of UDP) en het IP-adres waarnaar de poort doorgestuurd moet worden.

©PXimport

06 DMZ

Indien je modem/router geen bridgemodus heeft, dan kun je de DMZ-modus gebruiken. Een DMZ, voluit een demilitarized zone, is daar waar alles is toegelaten. In een bedrijf is dat een compleet apart netwerk. Bij een thuisnetwerk betekent een DMZ dat de router dan alle poorten voor een specifiek apparaat openzet. Door het IP-adres van jouw eigen (nieuwe) router in te vullen, zal de originele router van je internetprovider geen poorten meer blokkeren. Zorg voordat je het IP-adres van je tweede router invult, dat de router van je internetprovider een vast IP-adres toekent aan je eigen router. Daarvoor log je in op je eerste router met een pc, terwijl je tweede router met een kabel is verbonden met de eerste router. Vervolgens ga je naar iets genaamd als DHCP binding, statisch IP-adres of Adresreservering. Daar kun je vaak uit een van de aangesloten apparaten kiezen, waarna het MAC-adres automatisch wordt ingevuld.

Vervolgens is het nodig om het IP-adres dat de tweede router krijgt in te vullen. Het beste is om het huidige aan de router toegekende IP-adres daar in te vullen. Wat je kiest, maakt niet zo veel uit, als het maar in het juiste subnet zit. DHCP heeft een bepaald subnet, vaak is dat iets als 192.168.1.x, of10.0.1.x en je hoeft dan dus alleen iets in plaats van die x in te vullen. Een DMZ is nu niet heel erg veel onveiliger dan het normaal doorsturen van een poort. Uiteindelijk stuurt je eerste router alles door naar de tweede router, waar je gewoon de firewall en portforwarding-regels actief hebt. Daarmee komt deze opzet op hetzelfde neer als wanneer je maar één router hebt, maar dan met een extra router ertussen die alleen maar pakketjes doorstuurt. Voor je eigen gemak en veiligheid is het wel belangrijk om dat je geen apparaten meer aansluit op de router van je internetprovider en het wifi-gedeelte uitschakelt.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op
© ID.nl
Huis

Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op

Heb je nog een oudere pc of laptop, dan is het zonde om deze ongebruikt te laten. Je kunt hem namelijk eenvoudig omvormen tot een veelzijdige thuisserver. Wat dacht je van een mediaserver of een synchronisatietool, beide gratis, opensource en beschikbaar voor vrijwel elk platform?

In dit artikel

Je hebt een nieuwe pc gekocht, maar je oude Windows-computer is vaak nog prima bruikbaar. Met gratis servertools maak je er een thuisserver van, bijvoorbeeld voor streamen, een (s)ftp-server, een NAS-omgeving, domotica of het blokkeren van advertenties en trackers. Veel oplossingen draaien direct op Windows. En wil je toch iets met Linux, dan kan dat vaak ook via WAMP, WSL2 of Docker Desktop.

In dit artikel houden we het bewust bij twee gratis opensource-servers die rechtstreeks op Windows draaien: Jellyfin en Syncthing. Je leest hoe je je pc klaarzet met een schone Windows-installatie, een vaste netwerkplek en een vast intern ip-adres. Daarna richt je Jellyfin in als mediaserver met bibliotheken, gebruikers en apps voor tv en telefoon. Ook stel je Syncthing in als 'private cloud' waarmee je bestanden direct tussen je eigen apparaten synchroniseert. Tot slot laten we zien hoe je beide ook op je mobiel gebruikt, eventueel buiten je thuisnetwerk, en welke instellingen helpen om snelheid, opslag en veiligheid in balans te houden.

Lees ook: Nieuwe laptop kopen? Zo kies je een laptop die jaren meegaat

Voorbereiding

Voor je begint, is het verstandig om je (oude) computer goed voor te bereiden met een schoon besturingssysteem. Installeer bij voorkeur Windows 10 of 11 opnieuw. Dit doe je via Instellingen / Systeem / Systeemherstel, waar je PC opnieuw instellen kiest en eventueel Alles verwijderen selecteert.

Update daarna het systeem via Instellingen / Windows Update / Naar updates zoeken en controleer ook of alle drivers up-to-date zijn. Dit kan handmatig door met rechts op de Windows-startknop te klikken, Apparaatbeheer te openen, met rechts op een apparaat te klikken en Stuurprogramma bijwerken te kiezen. Je kunt eventueel tijdelijk de gratis tool Driver Booster (let wel op voor extra software) installeren om snel verouderde drivers te detecteren, al raden we wel aan om ze handmatig te downloaden (van de websites van de fabrikant).

Plaats je pc liefst dicht bij de router of zeker op een plek met een stabiele verbinding, bij voorkeur via een ethernetkabel. Geef je computer ook een vast intern ip-adres, zodat het niet telkens wijzigt. Dit kun je instellen via Instellingen / Netwerk en internet: kies Ethernet (of Wi-Fi, en klik daarna op het juiste netwerk) en klik bij IP-toewijzing op Bewerken, waarna je Handmatig kiest en geschikte waarden invult.

Controleer bovendien of er genoeg opslagruimte beschikbaar is, zeker als je grote mediabestanden wilt bewaren. Schakel ten slotte energiebesparende slaapstanden uit wanneer de server continu actief moet blijven. Open Instellingen / Systeem / Aan/uit en zet alle opties bij Time-outs voor scherm, slaapstand en sluimerstand op Nooit.

Driver Booster: een snelle manier om verouderde drivers op te sporen - maar het downloaden doe je van die drivers doe je bij voorkeur zelf, vanaf de website van de fabrikant.

Jellyfin installeren

We starten met een wat complexere installatie, deze van mediaserver Jellyfin. Hiermee bouw je een Netflix-achtige omgeving voor films, series en muziek. De server biedt vrijwel alle functies van een modern mediacenter, van metadata en transcodering tot streaming met ondersteuning voor meerdere gebruikers, zonder beperkingen of betaalde upgrades. Op https://demo.jellyfin.org kun je een online demo bekijken.

Spreekt dit je aan, dan kun je meteen aan de installatie beginnen. Download de serversoftware via https://jellyfin.org/downloads/windows, klik op AMD64 en haal het bijbehorende exe-bestand op. Installeer het met een dubbelklik. Tijdens de setup kies je bij voorkeur Basic Install (Recommended) om toegangsproblemen bij mappen te vermijden. Bevestig met Next (twee keer) en kies een lege installatie- en datamap. Klik opnieuw op Next (twee keer) en sluit af met Install en daarna Close.

Je kunt de server nu starten via het Windows-startmenu (Jellyfin Tray App) of via het bureaubladpictogram. In het Windows-systeemvak verschijnt dan het bijbehorende pictogram. Klik er met rechts op om de server te starten, te stoppen, te openen of om de logs te bekijken. Plaats hier een vinkje bij Autostart. Je kunt de server ook 'handmatig' openen door in je browser het adres http://localhost:8096 in te voeren.

Een Basic Install is de aanbevolen optie (om machtigingsproblemen te vermijden).

Jellyfin: basisconfiguratie

Bij de eerste keer opstarten verschijnt een instelgids. Vul een korte servernaam in en kies de weergavetaal, bijvoorbeeld Nederlands. Klik op Volgende en maak een beheeraccount aan met een gebruikersnaam en wachtwoord (twee keer). Klik nogmaals op Volgende om je mediabibliotheken te beheren.

Klik op Mediabibliotheek toevoegen, kies het gewenste inhoudstype, zoals Films, Muziek, Series of Homevideo's en foto's, en geef een weergavenaam op. Klik daarna op het plusje bij Mappen en selecteer een of meer mediamappen voor deze bibliotheek. Je kunt ook verwijzen naar gedeelde netwerkmappen via het UNC-pad, zoals \\nas\media.

Bevestig met OK om de bibliotheek aan te maken. Op dezelfde manier kun je vervolgens extra mediabibliotheken toevoegen.

Kies een passend inhoudstype voor je mediabibliotheken.

Jellyfin: bibliotheekinstellingen

Klik nu eerst op het knopje met de drie puntjes bij een toegevoegde bibliotheek. Naast voor de hand liggende opties als Hernoemen en Verwijderen vind je hier onder meer ook Bibliotheek beheren, met instellingen die deels afhangen van het gekozen inhoudstype. Sommige, zoals Voorkeurstaal voor downloads, spreken voor zich, maar een optie als Ingesloten titels boven bestandsnamen verkiezen vraagt wellicht enige toelichting. Deze is namelijk vooral handig als de bestandsnamen van je media de inhoud niet duidelijk weergeven.

Een andere optie is nog Nfo bij Metadata-opslag: activeer deze als je wilt dat Jellyfin de metadata en afbeeldingen opslaat in de mediamappen zelf in plaats van in de programmamap. Bij films kun je bovendien bepalen van welke diensten afbeeldingen mogen worden gedownload en of deze in de mediamappen bewaard moeten blijven. Er zijn verder opties voor het tonen van hoofdstukafbeeldingen en het zogeheten trickplay, wat bijvoorbeeld handig is tijdens het spoelen, maar wel meer rekenkracht vergt.

Afhankelijk van het inhoudstype zijn er best veel opties voor je bibliotheek.

Jellyfin: gebruikersbeheer

Terug in het venster met je bibliotheken klik je op Volgende en stel je de voorkeurstaal (Dutch; Flemish) en regio in (Netherlands of Belgium). In het volgende scherm laat je het vinkje staan bij Externe verbindingen met deze server toestaan als je ook buiten je netwerk toegang wilt tot je mediaserver. Rond af met Voltooien en meld je aan.

Via de knop linksboven kun je diverse instellingen aanpassen. Open Controlepaneel voor allerlei technische informatie over je serverinstallatie. Bij Gebruikers kun je anderen, bijvoorbeeld gezinsleden, toegang geven tot Jellyfin. Klik op de plusknop, vul een naam en wachtwoord in en bepaal tot welke mediabibliotheken de gebruiker toegang heeft. Klik op het knopje met de drie puntjes naast een gebruiker en kies Gebruiker bewerken om de machtigingen nauwkeurig aan te passen. Het tabblad Ouderlijk toezicht is daarbij handig voor kinderen.

Je legt haarfijn vast wat welke gebruikers (niet) mogen doen.

Jellyfin: extra opties

In het menu vind je nog een paar nuttige opties. Bij Afspelen / Transcoderen kun je hardwareversnelling inschakelen als je systeem dit ondersteunt. Onder Afspelen / Streamen kun je een bitsnelheidslimiet instellen om te voorkomen dat apparaten buiten je netwerk je uploadverbinding te zwaar belasten. Bij Geavanceerd / Netwerken staan diverse instellingen voor een optimale netwerkconfiguratie. Je kunt hier het poortnummer aanpassen waarop Jellyfin draait (standaard 8096 voor http en 8920 voor https), https activeren als er een certificaat beschikbaar is en bepalen welke apparaten of netwerken extern toegang krijgen tot je server. Bevestig alle aanpassingen onderaan met Opslaan.

Verder is er het onderdeel Plug-ins, waarmee je Jellyfin eenvoudig uitbreidt. Standaard zijn enkele plug-ins al aanwezig, maar via Alle vind je er nog zo'n dertig, zoals Open Subtitles en LrcLib Lyrics. Doorgaans volstaat het een plug-in te openen en op Installeren te klikken. Na een herstart verschijnt deze bij de geïnstalleerde plug-ins en kun je deze via Instellingen verder configureren.

Jellyfin laat zich handig uitbreiden met meer dan 30 plug-ins.

Jellyfin: client-verbinding

Om je mediabibliotheken via een ander apparaat te benaderen, kun je een browser gebruiken met het adres http://<interne-ip-adres-server>:<serverpoort>, zoals http://192.168.0.138:8096. Open daarna een bibliotheek en kies wat je wilt afspelen. Je kunt dit ook anders doen: op www.jellyfin.org vind je namelijk verschillende client-apps voor smart-tv's, mediaspelers als Google Cast en Apple TV, en desktop- en mobiele apps voor onder meer Android, iOS en iPadOS.

We nemen de Jellyfin-app uit de Android Play Store als voorbeeld. Installeer de app en start deze op. Bevindt jouw Android-toestel zich in hetzelfde netwerk als de Jellyfin-server, tik dan op Server kiezen en selecteer de juiste server. Je kunt natuurlijk ook handmatig het (interne) ip-adres of de hostnaam van de server met de netwerkpoort invoeren.

Na een succesvolle aanmelding heb je toegang tot je gedeelde media. Via het pictogram Afspelen op kun je de inhoud ook streamen naar onder meer een Google Chromecast.

Jellyfin heeft clients voor uiteenlopende platformen (hier: Android).
View post on TikTok

Syncthing: wat en hoe?

Wil je, bijvoorbeeld om privacyredenen, je data liever niet via cloudproviders synchroniseren, dan kun je dat doen binnen je eigen 'private cloud' met Syncthing. Je koppelt bijvoorbeeld je pc, laptop en NAS rechtstreeks via een beveiligde verbinding.

De tool werkt via peer-to-peer-synchronisatie: elk apparaat draait dezelfde software en communiceert via versleutelde verbindingen. Na het koppelen van apparaten met een unieke ID en het delen van een map zorgt Syncthing dat alle wijzigingen in realtime worden overgezet, zonder tussenkomst van externe servers of cloudaccounts. Alleen als een directe verbinding uitzonderlijk niet lukt, ondanks geavanceerde NAT-traversaltechnieken, schakelt Syncthing over op publieke relayservers. Je data blijven ook dan nog steeds end-to-end versleuteld en worden niet opgeslagen op die servers.

Syncthing installeren

Ga naar www.syncthing.net en klik op Syncthing Windows Setup of bezoek rechtstreeks www.github.com/Bill-Stewart/SyncthingWindowsSetup. Klik daar op Latest en download syncthing-windows-setup.exe. Start het met een dubbelklik. Klik op Next (twee keer) en kies een geschikte, lege installatiemap. Klik opnieuw op Next (twee keer) en laat de standaardinstellingen staan, tenzij je bijvoorbeeld de standaardpoort 8384 van de service wilt wijzigen. Klik nogmaals op Next en laat de vinkjes staan zodat Syncthing automatisch met Windows opstart. Bevestig met Installeren en vervolgens met Ja om de firewallregels toe te voegen. Sluit af met Finish en open je browser op het adres http://localhost:8384.

Je kunt de basisinstellingen in principe ongemoeid laten.

Syncthing: basisconfiguratie

Je komt nu in het Syncthing-dashboard met enkele gebruiksstatistieken. Open eerst Acties / Instellingen en ga naar het tabblad GUI om veiligheidshalve een gebruikersnaam en wachtwoord in te stellen voor toegang tot het dashboard. Bevestig met Opslaan en meld je aan.

Ga daarna opnieuw naar Instellingen en open het tabblad Verbindingen. Hier kun je onder meer de download- en uploadsnelheid beperken. Je laat hier bij voorkeur de opties NAT traversal inschakelen, Relaying inschakelen, Globale detectie en Lokale detectie aangevinkt staan. Bevestig opnieuw met Opslaan.

In het hoofdvenster klik je vervolgens op +Map toevoegen. Geef een naam op bij Maplabel, kies een (hoofdlettergevoelig) Map-ID en vul bij Maplocatie het volledige pad in, bijvoorbeeld C:\Gegevens. Klik op Opslaan. Bij de toegevoegde map kun je vervolgens detailinformatie bekijken, de map (opnieuw) scannen, bewerken of verwijderen.

De eerste map is klaar om via Syncthing gedeeld te worden.

Syncthing: client-verbinding

Nu moet je Syncthing nog vertellen met welke apparaten je de map wilt delen voor synchronisatie. Daarvoor heb je minstens één extra apparaat nodig. Clients bestaan voor verschillende platformen; voor iOS kun je Möbius Sync gebruiken.

We nemen Android als voorbeeld, met de app Syncthing-Fork uit de Play Store. Tik tijdens de eerste setup op Machtiging verlenen en activeer de gevraagde rechten voor datadeling, batterij-optimalisatie, locatie en meldingen.

In het hoofdvenster van Syncthing-Fork open je het tabblad Apparaten en tik je op de plusknop. Als server en client zich in hetzelfde netwerk bevinden, wordt het apparaat-ID van je server meestal automatisch gedetecteerd. Zo niet, open dan op je serverdashboard Acties / ID weergeven en vul het getoonde ID handmatig in of scan de QR-code. Geef op de client een apparaatnaam op en bevestig met het vinkicoontje.

Herhaal dit op je server door in het hoofdvenster op de groene knop +Apparaat toevoegen te klikken en het juiste apparaat-ID van het clienttoestel in te voeren. Bevestig met Opslaan.

Open daarna op je server de gedeelde map, kies Bewerken, ga naar het tabblad Delen, vink het clienttoestel aan en bevestig met Opslaan. Accepteer de meldingen om de synchronisatie te starten en kies op je client welke map voor downloads wordt gebruikt.

De synchronisatie tussen beide apparaten is gelukt.

Externe connectie

Omdat Syncthing gebruikmaakt van NAT-traversaltechnieken en relayservers, kun je de server ook via internet bereiken. In je client-app geef je dan eventueel nog aan dat Syncthing via een mobiele dataverbinding mag werken, via Instellingen / Uitvoervoorwaarden.

Bij Jellyfin en veel andere thuisservers komt er helaas wat meer kijken om externe verbindingen mogelijk te maken. Je moet dit niet alleen in de server toestaan, maar ook op netwerk- en routerniveau instellen. In je router kun je bijvoorbeeld een poortdoorverwijzing (Port Forward of ook wel Virtual Server) maken naar het interne ip-adres van je server, eventueel met een andere poort. Zo kun je ook poort 80 koppelen aan <internet-ip-adres-jellyfin-server>:8096, zodat externe gebruikers poort 8096 niet hoeven te onthouden.

Maak bij voorkeur ook een gratis dynamische DNS-naam aan, zodat je netwerk bereikbaar blijft, zelfs bij een wisselend ip-adres, bijvoorbeeld via een ddns-provider als Dynu. Met de bijbehorende updater-tool houd je deze koppeling actief.

Nog betrouwbaardere, maar technisch complexere alternatieven zijn een VPN (eventueel Tailscale op basis van WireGuard) of een Cloudflare Tunnel.

▼ Volgende artikel
Waar voor je geld: vijf Android-tablets met een 10 inch-scherm en groter
© lev dolgachov
Huis

Waar voor je geld: vijf Android-tablets met een 10 inch-scherm en groter

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Zoek je een goede tablet met een lekker groot scherm? We hebben vijf mooie exemplaren voor je gevonden.

Lenovo Tab M11 (ZADA0134SE)

Lenovo bewijst met zijn Tab M11 dat een goede tablet helemaal niet zo veel geld hoeft te kosten. Zo komen diverse onafhankelijke testers op Kieskeurig.nl tot een gemiddelde score van een 9. Vaak benoemde pluspunten zijn onder meer de hoge beeldkwaliteit, de lange accuduur en het goede geluid. Verder vinden gebruikers het prettig dat er al een stylus is inbegrepen. Handig voor wie graag tekeningen of handgeschreven notities maakt. Het lcd-scherm telt 1920 × 1200 pixels. De resolutie is weliswaar wat lager vergeleken met die van duurdere modellen, maar je kunt nog altijd films in Full-HD-kwaliteit streamen. De beelden ogen op het 11inch-scherm dan ook scherp. Ondanks de lage aanschafprijs heeft deze stevige tablet een metalen behuizing.

Voor het opslaan van apps en eigen data bevat de Tab M11 128 GB intern geheugen. Breid dat desgewenst uit met een eigen microSD-kaart van maximaal 1 TB. Het rekencentrum bestaat uit de veelgebruikte MediaTek Helio G88-processor en 4 GB werkgeheugen. Voor basistaken als e-mailen, internetten, webwinkelen en video's streamen is dat ruimschoots voldoende.

Samsung Galaxy Tab S9+ WiFi

Zoek je een krachtige tablet met een groot scherm? De Samsung Galaxy Tab S9+ WiFi heeft amoledscherm van 12,4 inch. Dat is een prettig formaat om bijvoorbeeld de digitale krant te lezen of Netflix-series te bingewatchen. Verder draait de aanwezige Qualcomm Snapdragon 8 Gen 2-processor zijn hand niet om voor zware taken, zoals het spelen van 3D-games of monteren van video's. Deze chipset bevat acht rekenkernen waarvan de snelste cores zijn afgeregeld op een maximale klokfrequentie van 3,36 GHz. In combinatie met 12 GB werkgeheugen kun je vlot op deze tablet werken. Gebruik hiervoor eventueel de bijgesloten drukgevoelige stylus.

Voor beeldbewerkingen komt de respectabele resolutie van 2800 × 1752 pixels goed van pas. Foto's en video's ogen hierop haarscherp. Daarnaast ondersteunt het amoledscherm een vernieuwingsfrequentie van 120 hertz. Je speelt dus snelle games zonder haperingen. De basisuitvoering heeft 256 GB interne opslag. Kies tussen de kleurstellingen grafiet en beige. Je kunt de Galaxy Tab S9+ WiFi ook met 512 GB interne opslag kopen (grafiet/beige). Overigens heeft de waterdichte behuizing een microSD-kaartslot, waardoor je de opslagcapaciteit eenvoudig met maximaal 1 TB kunt uitbreiden.

Xiaomi Pad 6

De Xiaomi Pad 6 is een krachtige tablet die zich richt op zowel entertainment als productiviteit. Het absolute hoogtepunt is het 11-inch WQHD+ scherm met een verversingssnelheid van 144Hz. Dit zorgt voor een aanzienlijk vloeiender beeld. Onder de motorkap vind je een snelle Snapdragon 870-processor, waardoor zware apps en games moeiteloos draaien.

De tablet heeft een luxe, volledig metalen behuizing en vier luidsprekers met Dolby Atmos-ondersteuning voor een ruimtelijk geluid. De accu van 8840 mAh gaat lang mee en laadt snel op (33W). Let wel dat de optionele stylus niet standaard wordt meegeleverd.

Logicom Tab XXL

De naam zegt het al: de Logicom Tab XXL is een grote tablet voor wie graag wat meer ruimte op het scherm heeft. Met het grote 14,1-inch display kijk je comfortabel films en series, lees je makkelijk langere teksten en heb je genoeg overzicht als je meerdere apps tegelijk gebruikt. Hij leent zich goed voor dagelijkse dingen zoals surfen op internet, mailen, videobellen en het gebruiken van bekende Android-apps. Ook voor thuiswerken of studeren is het grote scherm prettig, bijvoorbeeld bij het bekijken van documenten of online vergaderingen.

De camera’s zijn handig voor videogesprekken en snelle foto’s, terwijl wifi en bluetooth het eenvoudig maken om accessoires zoals een koptelefoon of toetsenbord te koppelen. Door de flinke batterij kun je de tablet langere tijd gebruiken zonder steeds naar een oplader te hoeven grijpen. De meegeleverde hoes maakt het geheel net wat praktischer in gebruik, zowel op de bank als aan tafel.

Lenovo Tab P12 (ZACH0112SE)

De Lenovo Tab P12 heeft een schermdiagonaal van 12,7 inch. De resolutie is met 2944 × 1840 pixels eveneens prima op orde, zodat je foto's en video's in een hoge kwaliteit kunt bekijken. Verder heeft de fabrikant ook aan een goed geluid gedacht. De metalen behuizing bevat vier minispeakers van het bekende audiomerk JBL. Een bluetooth-koptelefoon koppelen kan uiteraard ook.

De Tab P12 geschikt voor alledaagse apps, zoals Facebook, YouTube, Chrome en simpele spelletjes. es rekenkernen presteren op 2 GHz, terwijl de twee resterende cores zijn geklokt op 2,6 GHz. Deze tablet heeft daarnaast 8 GB werkgeheugen en 128 GB interne opslag. Overigens breid je de opslagcapaciteit makkelijk uit met een eigen microSD-kaart van maximaal 1 TB. Lenovo levert bij dit product een stylus mee. Benieuwd naar ervaringen van andere gebruikers? Lees dan deze reviews op Kieskeurig.nl.