ID.nl logo
De toekomst van 5G - Wat gaat 5G veranderen?
© Reshift Digital
Huis

De toekomst van 5G - Wat gaat 5G veranderen?

Sinds vorig jaar kun je in Nederland gebruikmaken van 5G, de opvolger van 4G. 5G is veel meer dan iets sneller internet op je smartphone. Het nieuwe mobiele netwerk speelt een belangrijke rol bij de digitale ontwikkeling van auto’s, fabrieken, de gezondheidszorg en zelfs hele steden. We zetten de Nederlandse experimenten en toekomstverwachtingen op een rij.

De 3,5GHz- en 26GHz-frequenties moeten nog landelijk beschikbaar komen. Met name de 3,5GHz-frequentie is op korte termijn essentieel voor de toekomst van 5G. Bedrijven en overheidsinstanties experimenteren al ruim een jaar met de frequentieruimte op specifieke locaties, van proefsnelwegen en een haven tot de Johan Cruijff Arena. Lang niet al die experimenten verliepen of verlopen volgens plan.

©PXimport

Moeizame start

Een deel van de Nederlanders staat namelijk wantrouwend tegenover 5G en de coronapandemie zette een streep door meerdere ambitieuze 5G-proeven. Zo hadden KPN, de gemeente Amsterdam en de Johan Cruijff Arena het plan om het voetbalstadion in de zomer van 2020 aan te prijzen als een van de eerste Nederlandse locaties met 5G-internet. Dat zou direct goede reclame opleveren, omdat het stadion het toneel zou vormen van het EK Voetbal. Gezondheidszorgen van omwonenden resulteerden echter in uitstel van een 5G-test rond het stadion en een andere test ging niet door omdat het EK Voetbal een jaar is uitgesteld. Inmiddels dekken de 5G-netwerken van de drie grote providers bijna heel Nederland, maar zijn de snelheden nog nauwelijks hoger dan van 4G. Hoewel dat voor consumenten geen probleem is (4G is immers al erg snel), wachten andere ontwikkelingen wél op een beter 5G-netwerk.

©PXimport

5G als wifi-vervanger?

Een van die ontwikkelingen is 5G als vervanger van je wifi-netwerk. Niets revolutionairs, want 4G is al een paar jaar stabiel en snel genoeg om via een speciale router als wifi-verbinding te functioneren. Deze oplossing is vooral bedoeld voor huishoudens in rurale gebieden, met een matige of zelfs geen bedrade internetverbinding. Zoals gezegd is het 5G-netwerk op dit moment nog nauwelijks sneller dan 4G, en de dekking is slechts iets beter. Hogere up- en downloadsnelheden worden mogelijk als de 3,5GHz-frequentie beschikbaar komt en dat zal niet voor eind 2022 gebeuren.

Providers als KPN geven in hun strategieën aan 5G te zien als een alternatief voor de vaste internetverbinding, met name in buitengebieden, maar op termijn ook in stedelijke omgevingen waar de bedrade internetverbindingen tegen hun grenzen aanlopen. Al proberen de providers, inclusief KPN, dat laatste juist te voorkomen door op grote schaal te verglazen. Sinds 2020 worden er aanzienlijk meer woonwijken opengebroken om nieuwe of betere glasvezelverbindingen te leggen. Veel consumenten hebben op dit moment of binnenkort toegang tot een internetverbinding met een downloadsnelheid van 1 gigabit (1.000 megabit) per seconde en een uploadsnelheid tussen de 100 en 1.000 megabit per seconde. 5G komt op dit moment niet verder dan 150 megabit per seconde (download) en 70 megabit per seconde (upload). Tegen de tijd dat 5G een waardig alternatief is voor vast internet, heeft een nog veel groter deel van Nederland toegang tot het snellere en stabiele glasvezelnetwerk.

Opereren op afstand

Sneller mobiel internet in je appartement of boshuisje is leuk, maar 5G staat vooral voor andere, belangrijkere, technologische vernieuwingen. Die zien we onder andere in de medische wereld. De (inter)nationale gezondheidszorg experimenteert al jaren met 5G, met interessante conclusies en veelbelovende vooruitzichten. Zo zijn er (na geslaagde tests) plannen om ambulances te voorzien van een 5G-verbinding, zodat de spoedeisende hulp in het ziekenhuis live mee kan kijken met de patiënt tijdens de ambulancerit. Opereren op afstand wordt dankzij 5G ook mogelijk. Experimenten op dierlijke kadavers vinden al een paar jaar plaats, via robots die op kilometers afstand bediend worden door medici. Dit werkt prima dankzij de hoge bandbreedte en de minimale reactietijd van het 5G-netwerk, maar de operatiemethode is nog niet goed genoeg bevonden voor menselijke operaties. Vermoedelijk komt hier binnen een paar jaar verandering in. De technische voordelen van 5G zijn ook handig voor het opvragen van scanresultaten van bijvoorbeeld CT, MRI en PET. Dat vergt veel internetcapaciteit en -snelheid, en kan daarom een paar uur duren. Telecomproviders verwachten dat een ziekenhuis met een 5G-verbinding een scan sneller kan verwerken en de patiënt al na een kopje koffie de uitslag kan geven.

©PXimport

Drones

Een andere interessante vernieuwing zijn drones die als medisch spoedtransport naar de plek des onheils kunnen dienen. Zo’n drone kan bijvoorbeeld een bepaald medicijn of zak bloed afleveren om de overlevingskansen van het slachtoffer te vergroten op weg naar het ziekenhuis. Ziekenhuizen, bloedbank Sanquin en partners als PostNL en de ANWB testen zulke drones al in Nederland via het KPN-netwerk.

Het 5G-netwerk stelt zorgverleners ook in staat om op afstand nauwkeuriger bij te houden hoe het met thuiswonende patiënten gaat. Een proef van zorgverleners met wearables die de bloeddruk, hartslag en het zuurstofgehalte van hart- en longpatiënten registreren, is positief ontvangen. Medici kregen meer informatie onder ogen en merkten afwijkingen sneller op, waardoor patiënten sneller en meer op maat behandeld konden worden.

©PXimport

Slimme fabrieken

Het bedrijfsleven experimenteert ook met 5G, in Nederland voornamelijk via testlicenties op de 3,5GHz-frequentie. Hierbij gebruikt een fabriek een lokaal 5G-netwerk. In Noord-Groningen gaan samenwerkende partijen apparatuur in het productieproces van een chemische fabriek voorzien van sensoren. Die sensoren werken via een 5G-verbinding en sturen continu informatie over de staat van de apparatuur naar een computer. Als er iets stuk dreigt te gaan, ziet de medewerker wat het probleem is en kan er sneller actie ondernomen worden. De medewerker krijgt een helm met schermpje dat via een 5G-verbinding de belangrijkste informatie toont en hoeft daarom geen tablet meer mee. Zo kan hij/zij met twee handen werken. Bedrijven willen 5G ook gebruiken om robots nauwkeuriger te laten werken en scheepscontainers altijd en overal te kunnen volgen.

Zelfrijdende auto’s

Wie aan een slimme samenleving denkt, denkt waarschijnlijk ook aan zelfrijdende auto’s. 5G speelt inderdaad een belangrijke rol bij de volwassenwording van de zelfrijdende auto. Automakers, overheden en telecomproviders experimenteren al een paar jaar met zelfrijdende auto’s via een 4G-netwerk, maar met name om de pijnpunten van de 4G-verbinding te kunnen onderzoeken. Zelfrijdende auto’s hebben een uiterst betrouwbare internetverbinding nodig met een minimale reactietijd en hoge up- en downloadsnelheden om de zelfrijdende software aan te sturen. 4G kan hier niet aan voldoen en 5G lijkt de pijnpunten weg te kunnen nemen. Althans, op termijn. Het huidige 5G-netwerk is niet geschikt, omdat het nauwelijks beter is dan 4G. De beschikbaarheid van de o zo belangrijke 3,5GHz-frequentie eind 2022 verandert de situatie wezenlijk, maar we verwachten niet dat een paar maanden later plots overal zelfrijdende auto’s rondrijden. Autofabrikanten hebben nog veel testwerk te doen, overheden (ook die van Nederland) werken nog aan aangepaste wet- en regelgeving, verzekeraars moeten zich nog buigen over de vraag wie er aansprakelijk is als een zelfrijdende auto een ongeluk veroorzaakt en zo zijn er nog veel meer knelpunten. De verkoopprijs van de auto hoort daar ook bij: vermoedelijk worden dergelijke auto’s vanwege hun vele camera’s, sensoren en slimme software dusdanig duur dat het sowieso nog jaren gaat duren voordat ze interessant worden voor het grote publiek.

De slimme stad

Zelfrijdende auto’s laten – denken wij – dus nog wel even op zich wachten, maar onze steden en dorpen worden al sneller slimmer. Dat komt zeker niet alleen door 5G, maar 5G lijkt wel het netwerk te worden dat alle slimme objecten met elkaar verbindt. Natuurlijk als het eerder besproken, snelle mobiele netwerk voor consumenten, maar ook op veel grotere schaal.

Bedrijven en gemeenten willen de komende jaren objecten in steden en dorpen vervangen of slimmer maken met sensoren en een internetverbinding. Via 5G, inderdaad. Aan experimenten en ideeën geen gebrek. De populaire uitgaansstraat Stratumseind in Eindhoven is na jaren met relatief veel incidenten volgehangen met slimme geurmachines, straatverlichting, geluidsmeters, weersensoren en camera’s. Door deze apparatuur te laten samenwerken kan de gemeente op afstand beter aan ‘crowd control’ doen; de menigte in kaart brengen en sturen. Er zijn ook plannen om stoplichten en voertuigen van hulpdiensten uit te rusten met sensoren. Komt er een ambulance met spoed aanrijden, dan weet het stoplicht dat hij even op groen moet en blijven de andere stoplichten op rood. Dit moet de verkeerssituatie voorspelbaarder en veiliger maken. Bij een slimme stad kun je ook denken aan lantaarnpalen die efficiënter branden, vuilniscontainers die de gemeentedienst een seintje sturen als ze bijna vol zijn en geavanceerdere (beveiligings)camera’s en sensoren die de drukte in winkelstraten meten.

Landbouw van de toekomst

De (inter)nationale landbouw verbetert zichzelf ook continu, wat deels te danken is aan technologische ontwikkelingen. 5G is daar een van. Telecomproviders, boerenbedrijven en partners testen al een paar jaar hoe 5G de boer kan helpen om zijn land beter in de gaten te houden en beter te benutten. Precisielandbouw is een veelgebruikte term, onder andere door KPN. De provider schrijft in een strategierapport dat 5G via de nu al beschikbare 700MHz-band een uptime van 99,999 procent en nauwelijks vertraging zou moeten bieden. Een boer kan een drone gebruiken om zijn land in kaart te brengen, bijvoorbeeld om afwijkend gedrag van een drachtige koe of ziek schaap te registreren. Of om gewassen te fotograferen en filmen voor inspectiedoeleinden. Een van die doelen is het nauwkeurig inzetten van gewasbeschermingsmiddelen, zodat de boer minder gif over zijn aardappelen en groenten hoeft te spuiten. Drones werken ook via een 4G-verbinding, maar via 5G is de vertragingstijd aanzienlijk kleiner. Boeren doen ook tests met energiezuinige sensoren in de halsbanden van hun vee om hun gezondheid beter te kunnen monitoren. Dergelijke sensoren bestaan al jaren, maar profiteren dankzij de 5G-verbinding van een langere accuduur en stabielere internetverbinding.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.