ID.nl logo
Aan de slag met gratis wachtwoordmanager Bitwarden
© Reshift Digital
Huis

Aan de slag met gratis wachtwoordmanager Bitwarden

Met een wachtwoordbeheerder kunt je al je inloggegevens veiligstellen in een digitale kluis. Naast bekende toepassingen als LastPass en 1Password is er de gratis wachtwoordmanager Bitwarden. Dat is een populair en snel groeiend opensource alternatief dat snel en eenvoudig werkt. Lees hier wat je er zoal mee kunt.

Een wachtwoordbeheerder is een erg praktisch hulpmiddel voor het bewaren van accounts en andere belangrijke gegevens. Je kunt vanaf al je apparaten toegang krijgen tot die gegevens terwijl je slechts één hoofdwachtwoord of pincode hoeft te onthouden. Een extra voordeel is dat je moeiteloos unieke en extra sterke wachtwoorden kunt creëren. U hoeft ze immers toch niet zelf te onthouden. Naast bekende spelers als LastPass, Dashlane, 1Password en Roboform komt er af en toe een aantrekkelijke nieuwkomer langs. Zoals Bitwarden, dat al veel gebruikers wist weg te lokken bij vooral LastPass. Wellicht omdat LastPass sinds de overname door LogMeIn veel duurder is geworden zonder echt wat toe te voegen.

Een meerwaarde van Bitwarden is dat het opensource is en dus niets kan verbergen, behalve natuurlijk je zorgvuldig versleutelde wachtwoorden. Ook blijkt de wachtwoordbeheerder erg gebruiksvriendelijk. Laten we aan de slag gaan!

Hoofdwachtwoord instellen en kluis verkennen

We maken om te beginnen een persoonlijk gebruikersaccount. Ga naar de site van Bitwarden en klik op Create Account. Voer je e-mailadres, naam en een (sterk) hoofdwachtwoord in. Dat is het wachtwoord waarmee je toegang krijgt tot de beveiligde kluis. Op basis van dit wachtwoord worden al je inloggegevens versleuteld met een krachtig algoritme. Op de servers van het bedrijf worden je gegevens óók in versleutelde vorm bewaard, zodat ze (bijvoorbeeld bij een data-lek) feitelijk onbruikbaar zijn zonder dat hoofdwachtwoord.

Log na het maken van het account in om in de zogenaamde Web Vault te komen, je (nu nog lege) digitale kluis. Kies rechtsboven, onder Bevestig e-mailadres, de optie om een verificatielink naar je e-mailadres te sturen. Via die link kun je het e-mailadres bevestigen en – na opnieuw inloggen – alle mogelijkheden van Bitwarden benutten.

©PXimport

In de Web Vault kun je, op het tabblad Mijn Kluis, de items in de digitale kluis beheren, zoals je inloggegevens (Aanmelden), creditcardgegevens (Kaart), persoonlijke gegevens (Identiteit) en notities (Veilige notities). Je kunt onbeperkt gegevens toevoegen en zelfs onbeperkt synchroniseren met andere apparaten zoals smartphones, tablets en pc’s. Het bijwerken gebeurt voor het grootste deel ongemerkt op de achtergrond zodra je iets wijzigt.

Gebruik je reeds een andere wachtwoordbeheerder, zoals LastPass of Roboform? Dan kun je op het tabblad Hulpmiddelen de gegevens van talloze wachtwoordbeheerders importeren, nadat je ze eerst vanuit de bestaande wachtwoordbeheerder hebt geëxporteerd. Wat natuurlijk ook kan, is dat je ze een tijdje naast elkaar gebruikt en wachtwoorden op het moment dat je ze nodig hebt overneemt. Dat schoont ook de vaak lange lijst met deels overbodig geworden inloggegevens weer een beetje op.

Verder kun je op dit tabblad de gegevens van Bitwarden zelf exporteren. Pas wel op, want zo’n exportbestand bevat je leesbare wachtwoorden. De rapportages die je hier kunt inzien zijn overigens alleen beschikbaar met een Premium-account (waarover straks meer).

Je kunt behalve via de Web Vault uiteraard ook met andere toepassingen toegang krijgen tot de digitale kluis. Zo zijn er desktoptoepassingen voor Windows, macOS of Linux die vooral handig zijn voor het beheren van de opgeslagen gegevens. Ook zijn er extensies voor alle bekende browsers, waaronder Chrome en Firefox. Daarmee kun je onder andere tijdens het browsen automatisch inloggen in je accounts, maar ook gemakkelijk nieuwe inloggegevens in de kluis opslaan. Verder zijn er zowel voor Android als iOS (iPhone en iPad) apps beschikbaar die helpen bij het invullen van wachtwoorden op deze apparaten.

Tweestapsverificatie instellen

Hierna is het slim om de toegang af te schermen met tweestapsverificatie. Hiervoor ga je naar het tabblad Instellingen en dan Tweestapsaanmelding. Klik dan achter Authenticatie-app op Beheer. Vul nu je hoofdwachtwoord in. Hierna zie je een qr-code. Open een app als Google Authenticator of Authy, kies daarin de optie om een account toe te voegen en scan de qr-code. De app zal dan een eerste toegangscode genereren die je overneemt in de Web Vault om tweestapsverificatie definitief aan te zetten.

©PXimport

In het vervolg zul je op elk nieuw apparaat waarop je de Web Vault - of een van de andere toepassingen van Bitwarden - gaat gebruiken, een toegangscode moeten invullen. Daarvoor moet je dus even de smartphone met de app erbij pakken.

Tip: bewaar de herstelcode die je via Instellingen, Tweestapsaanmelding kunt weergeven, om te voorkomen dat je wordt buitengesloten als je bijvoorbeeld je smartphone verliest!

Bitwarden Premium-voordelen

We hebben nu in een notendop de belangrijkste features van het gratis account van Bitwarden behandeld. Voor de meesten zijn dit meer dan genoeg functies, maar wie dat wil kan een upgrade naar Premium overwegen. Een upgrade naar Premium ($ 10/jaar) kan in sommige situaties aantrekkelijk zijn. Zo kun je daarmee dankzij 1 GB versleutelde bestandsopslag bijlagen toevoegen aan items in de kluis, bijvoorbeeld een foto van je creditcard.

Ook biedt Premium extra mogelijkheden om in te loggen met tweestapsverificatie voor je kluis zelf. Daarnaast geeft Premium de mogelijkheid verificatiecodes te genereren voor accounts die met tweestapsverificatie zijn afgeschermd, zoals Dropbox en GitHub, waarbij feitelijk de rol van Google Authenticator wordt overgenomen. Verder krijg je via rapporten advies over je wachtwoordgebruik, ter voorkoming van blootgestelde, dubbele of zwakke wachtwoorden.

Regelmatig back-ups maken van je belangrijke bestanden, raden we iedereen aan. Toch schiet het er geregeld bij in. Neem een kijkje bij onze Cursus Back-up en herstel, vol tips voor Windows, macOS, Android en iOS. Eventueel met 180 pagina's tellend praktijkboek!

Bitwarden-extensies

Bij een wachtwoordbeheerder hoort natuurlijk een goede browserextensie. Bitwarden heeft dat goed voor elkaar. Behalve voor Chrome en Firefox biedt het ook extensies voor Safari, Opera, Microsoft Edge, Vivaldi en Brave. We nemen Bitwarden voor Chrome als voorbeeld. Klik op de button Toevoegen aan Chrome. Hiermee wordt het icoontje van Bitwarden aan je browser toegevoegd. Klik op het icoontje, kies Inloggen en vul je inloggegevens in. Als je tweestapsverificatie hebt aangezet is ook een toegangscode nodig.

Het is handig de optie Mijn gegevens onthouden aan te zetten. Ga na het inloggen naar het tabblad Instellingen en kies onder Beveiliging wanneer het account moet worden vergrendeld. Bijvoorbeeld na een bepaalde tijd, na het herstarten van de browser of nooit. Die laatste optie gebruik je alleen op een apparaat waar anderen geen toegang toe hebben. Verder kun je er voor kiezen om te ontgrendelen met pincode in plaats van het hoofdwachtwoord, wat in de praktijk vaak makkelijker en sneller werkt .

©PXimport

Als je inlogt bij een bepaalde website waarvoor nog geen account in Bitwarden bestaat, zal het programma via een balk aan de bovenzijde van de browser vragen of het de inloggegevens moet bewaren in de kluis. Werkt die herkenning een keer niet, dan blijft de vraag achterwege, maar kun je (via de optie Login toevoegen) de inloggegevens wel handmatig toevoegen. Herkenning voor een website kun je eventueel wat fijner afstellen, zoals het gedeelte van de link waar het naar moet kijken. Waar dat nodig is, kun je inloggegevens met een extra veld uitbreiden (bijvoorbeeld een lidmaatschapsnummer).

Als Bitwarden bij het inloggen een account vindt in de kluis, zie je dat aan het icoontje, dat met een cijfer het aantal overeenkomende accounts aangeeft. Ook handig om te weten is dat de browserextensie een wachtwoord voor je kan generen voor een account. En mocht je het wachtwoord van een account wijzigen, dan vraagt Bitwarden of het de gegevens in de digitale kluis moet bijwerken.

Wat ten slotte ook heel praktisch is zijn de aan te maken identiteiten, zodat je bijvoorbeeld automatisch formulieren kunt invullen met je adresgegevens en telefoonnummer.

Bitwarden op smartphones (Android, iOS)

Voor zowel Android als iOS (iPhone en iPad) heeft Bitwarden een goedwerkende app beschikbaar. We nemen de iPad als voorbeeld. Na het inloggen met je account en eenmalig – als je tweestapsverificatie hebt aangezet – de toegangscode, krijg je toegang tot alle items in de digitale kluis. In het vervolg kun je toegang eventueel met een pincode afschermen.

De kluis wordt automatisch up-to-date gehouden met de hulp van pushnotificaties. Zodra je op een ander apparaat een wachtwoord toevoegt of wijzigt, staat het dus ook op je iPad.

©PXimport

Bij het inloggen in accounts via de browser helpt Bitwarden natuurlijk ook. Dit is onlangs verbeterd dankzij een nieuwe voorziening in iOS 12. Wachtwoorden kunnen nu direct vanaf het toetsenbord worden ingevuld. Om het te activeren open je Instellingen, tik op Wachtwoorden & Accounts en dan Vul automatisch in. Zet de optie aan en kies in het lijstje voor Bitwarden. Bevestig met je hoofdwachtwoord. Hierna kun je tijdens het browsen snel en eenvoudig inloggen.

Bij Android 8 in enkele browsers, en sinds Android 9 in nog veel meer browsers, gaat dat ongeveer hetzelfde. De toegankelijkheidsvoorzieningen die hiervoor werden gebruikt (of eigenlijk misbruikt) zijn daardoor niet meer nodig.

Wachtwoorden delen

In bedrijven maar ook in een gezinssituatie zal het vaak voorkomen dat je bepaalde gegevens onderling wilt delen, bijvoorbeeld inloggegevens voor de internetprovider of een veilige notitie met spaartegoeden of softwarelicenties. Dit kan met Bitwarden heel eenvoudig. Om het in te stellen ga je naar de Web Vault en dan naar Instellingen. Kies Organisaties.

Bij het gratis pakket kun je gegevens met twee gebruikers delen en twee verzamelingen aanmaken, om gegevens logischer in te kunnen delen. Het pakket voor families kost een dollar per maand en staat het delen met maximaal vijf gebruikers toe en onbeperkte verzamelingen. Daarmee kun je tevens tot 1 GB aan bijlagen toevoegen aan items die in de organisatie worden gedeeld.

Verder zijn er nog enkele zakelijke pakketten. Zo’n organisatie staat overigens helemaal los van de Premium-accounts. Elke individuele gebruiker van de organisatie kan zelf kiezen voor de extra’s van Premium, maar dat is geen verplichting.

©PXimport

Heb je een organisatie gemaakt en wil je die beheren, ga dan weer naar Instellingen, Organisaties en klik op de naam van de organisatie. Hierna kom je in het beheergedeelte voor de organisatie. Via tabjes kun je naar Kluis met alle gedeelde items en Beheer waar je gebruikers kunt uitnodigingen voor de organisatie. Hierbij kun je kiezen welke rechten en beperkingen er zijn voor die gebruiker, zoals de verzamelingen waar ze toegang toe hebben.

De verzamelingen kun je in dit onderdeel ook bewerken. Het delen van items met de organisatie gaat hierna eigenlijk eenvoudig. In je eigen kluis zie je bij elk item een optie om die te delen met de organisatie, waarna die organisatie in feite eigenaar van het item wordt. Elke wijziging wordt bij de leden van de organisatie doorgevoerd.

Zelf hosten

Tot slot. Er is weinig op tegen om Bitwarden te gebruiken via de standaard servers van het bedrijf. Weliswaar worden je wachtwoorden daar opgeslagen, maar alleen in versleutelde vorm, wat ze waardeloos maakt zonder je hoofdwachtwoord. Als je dat toch niet helemaal vertrouwt en ervaring hebt met het zelf hosten van toepassingen, kun je Bitwarden ook op een eigen server hosten. Die server moet wel over relatief veel geheugen beschikken (minimaal 2 GB).

Er is met Bitwarden_rs overigens ook een lichtgewicht (en eveneens opensource) alternatief dat door derden is ontwikkeld. Die biedt vrijwel alle functies en ondersteunt gewoon de standaard toepassingen van Bitwarden, zoals de browserextensies. Het maken van een organisatie kan zelfs zonder meerprijs en verdere beperkingen.

▼ Volgende artikel
Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy
© ID.nl
Huis

Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy

Als je services op je eigen thuisserver draait, wil je daar ook eenvoudig meldingen van kunnen ontvangen. Ntfy stelt je in staat om eenvoudig pushnotificaties naar je telefoon of computer te sturen. Bovendien kun je ntfy op je eigen thuisserver draaien, zodat je alles in eigen handen hebt. In dit artikel gaan we ermee aan de slag.

Dit gaan we doen

In dit artikel zetten we een ntfy-server op die je zelf beheert. We regelen eerst de randvoorwaarden: hoe je server van buitenaf bereikbaar wordt (bijvoorbeeld via vpn of portforwarding) en hoe je https netjes afhandelt met een reverse proxy en een certificaat van Let's Encrypt. Daarna bouwen we de basis: configuratiebestand, opslagmappen en een draaiende container met Docker.

Vervolgens maken we gebruikers en rechten aan, zodat niet iedereen zomaar kan publiceren of meelezen. Je test met de webinterface en met de mobiele app, zodat je zeker weet dat meldingen ook echt binnenkomen. Tot slot koppel je ntfy aan je eigen tools: eerst met een simpele curl-oproep vanuit een shellscript, daarna met extra's zoals titel, prioriteit en tags. Als je wilt, breid je dat uit naar meldingen met bijlagen, acties (doorklikken naar een url) en integratie vanuit Python. 

Lees ook: Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op

Netwerkmonitoringsoftware, een programma dat je Docker-containers bijwerkt, een smarthomecontroller, back-upsoftware, ze hebben allemaal één ding gemeen: ze moeten je meldingen kunnen sturen als er iets gebeurt. Dat kan op verschillende manieren: via e-mail, instant messaging of pushnotificaties naar je telefoon. Dat laatste verloopt doorgaans via een gecentraliseerde dienst zoals Firebase Cloud Messaging (voorheen Google Cloud Messaging) of Apple Push Notification service.

Pushnotificaties zijn handig omdat ze bijna onmiddellijk aankomen en omdat zowel Android als iOS toestaan om in te stellen hoe je ervan op de hoogte wordt gebracht. Wil je pushnotificaties kunnen ontvangen zonder een server onder controle van een partij zoals Google of Apple, dan moet je ook hiervoor je eigen service installeren. Een opensource-project dat dit implementeert, is ntfy.

Werking van ntfy

Je ntfy-server ontvangt meldingen van je programma's via http over een REST-API en zet deze om in pushnotificaties voor de bijbehorende Android- of iOS-app of voor een webpagina op je computer. De API is in de documentatie van het project beschreven, zodat je ook je eigen software met ntfy kunt laten praten. Het project heeft ook een command-line-interface, zodat je bijvoorbeeld shellscripts op je Linux-server eenvoudig pushnotificaties kunt laten verzenden.

Ntfy gebruikt het bekende publish/subscribe-patroon. Een zender publiceert notificaties op een specifiek onderwerp door data te sturen naar een url via een http POST- of PUT-aanvraag. Het onderwerp wordt gedefinieerd door een segment van de url dat volgt op de domeinnaam. Een ontvanger kan zich dan abonneren op dit onderwerp. Elke keer dat de zender daarna een notificatie op dit onderwerp publiceert, stuurt ntfy de data naar alle ontvangers die zich op dit onderwerp hebben geabonneerd. Door ntfy op je eigen server te installeren, heb je de volledige controle over deze notificaties.

Met ntfy kun je services pushnotificaties laten verzenden naar je telefoon of computer.

Serververeisten

De mobiele app van ntfy moet met je server kunnen communiceren om te vragen of er notificaties zijn. Als je ntfy op een server in je lokale netwerk installeert, moet die dus van buitenaf bereikbaar zijn. Dat kun je met portforwarding in je modem regelen of door je telefoon buitenshuis automatisch met een VPN-server op je lokale netwerk te laten verbinden. Heeft je internetaansluiting thuis geen vast ip-adres, dan moet je ook een DynDNS-updater te draaien.

Een andere optie is om ntfy op een VPS (Virtual Private Server) te installeren. Hierop draai je dan ook een reverse proxy voor https-toegang, die een TLS-certificaat van Let's Encrypt opvraagt. Je hebt dan een domein nodig, waarvoor je een DNS A-record naar het ip-adres van je server laat verwijzen. In de rest van dit artikel gaan we uit van een installatie van ntfy op een lokale server met Debian 13 ("trixie") met behulp van Docker Compose.

Basisconfiguratie

Creëer eerst enkele directory's voor ntfy:

$ mkdir -p containers/ntfy/{cache,etc,lib}

Creëer dan het bestand containers/ntfy/etc/server.yml met de volgende configuratie voor ntfy:

base-url: "https://ntfy.example.com"

cache-file: "/var/cache/ntfy/cache.db"

attachment-cache-dir: "/var/cache/ntfy/attachments"

auth-file: "/var/lib/ntfy/user.db"

auth-default-access: "deny-all"

Vervang het domein achter base-url door het domein waarop je ntfy-server draait. Als je gebruikmaakt van een reverse proxy, dan moet dit de url zijn die door de proxy naar ntfy wordt doorgestuurd. Bovendien moet je dan ook een regel behind-proxy: true toevoegen. In de documentatie van ntfy staan voorbeeldconfiguraties voor nginx, Apache2 en Caddy.

Met auth-default-access: "deny-all" tot slot heeft standaard niemand toegang tot onderwerpen. Elke toegang moet dus expliciet worden toegestaan.

Account bij ntfy.sh

De ontwikkelaar van ntfy draait een publiek beschikbare ntfy-server op ntfy.sh. De webinterface daarvan is bereikbaar op https://ntfy.sh/app. Die kun je gratis gebruiken, bijvoorbeeld om ntfy uit te proberen, maar dat komt met beperkingen. Zo kun je geen onderwerpen reserveren en is er een maximum van 250 notificaties per dag en 2 MB per bijlage. Verder is er geen enkele vorm van authenticatie. De enige manier van beveiliging ligt dus in het geheimhouden van je onderwerpen. Die beperkingen heb je niet als je ntfy zelf installeert. Maar als je liever niet zelf een installatie onderhoudt, kun je een betaald plan nemen. Daarmee ondersteun je ook de ontwikkeling van het opensource-project. Dat begint met een Supporter-plan van 5 dollar per maand (circa 5 euro), waarmee je drie onderwerpen kunt reserveren en 2.500 notificaties mag sturen met maximum 25 MB per bijlage.

Betaal voor gebruik van de publieke ntfy-server en ondersteuning van het opensource-project.

Docker Compose

Definieer nu de container in het bestand docker-compose.yaml:

services:

  ntfy:

    image: binwiederhier/ntfy

    container_name: ntfy

    command: serve

    restart: always

    environment:

      - TZ=Europe/Amsterdam

    volumes:

      - ./containers/ntfy/cache:/var/cache/ntfy

      - ./containers/ntfy/etc:/etc/ntfy

      - ./containers/ntfy/lib:/var/lib/ntfy

    ports:

      - 80:80

Ga je voor de aanpak met een reverse proxy, dan definieer je in ditzelfde bestand ook een container voor die reverse proxy.

Start daarna de container met:

$ docker-compose up -d

Als alles goed gaat, is de webinterface van ntfy daarna bereikbaar op het ingestelde domein of ip-adres. Bovenaan links zie je een melding Notifications are disabled. Klik op Grant now om notificaties in je webbrowser toe te staan, en bevestig dit daarna in het dialoogvenster dat je webbrowser toont.

Sta notificaties in je webbrowser toe.

Lees ook: Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Notificaties testen

Omdat je ntfy zo geconfigureerd hebt dat alle toegang standaard wordt geblokkeerd, kun je nog niets doen in de webinterface. Je dient dus eerst gebruikers aan te maken en die de toelating te geven om op specifieke onderwerpen te publiceren of zich te abonneren. Open daarvoor een shell in de container van ntfy met de opdracht docker exec -ti ntfy /bin/sh. Als je daarna ntfy user list intypt, krijg je te zien dat anonieme, niet geauthenticeerde gebruikers geen enkele permissies hebben. Met de opdracht ntfy user add --role=admin admin voeg je dan een admin-gebruiker met de naam admin toe. Gebruikers met de rol admin kunnen op alle onderwerpen publiceren en zich erop abonneren. Geef de gebruiker een wachtwoord en bevestig.

Klik nu in de webinterface van ntfy links op Settings en dan onder Manage users op Add user. Vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam admin en het wachtwoord dat je zojuist hebt ingesteld. Klik dan links op Subscribe to topic. Kies een naam of klik op Generate name om ntfy een willekeurige naam te laten kiezen en abonneer je dan op het onderwerp met Subscribe. Klik dan op Publish notification en vul hetzelfde onderwerp in. Voer ook een titel en een bericht voor je notificatie in en klik op Send. Als alles goed gaat, verschijnt je testbericht nu in een 'conversatie' met de naam van het onderwerp, en wijst je webbrowser je op een notificatie.

Publiceer notificaties in je webbrowser.

Gebruikersrechten

De webapplicatie is leuk voor een test, maar een mobiele app is vaak handiger. De app van Ntfy voor Android en iOS stelt je in staat om op je telefoon je te abonneren op onderwerpen (publiceren is niet mogelijk) en daarvoor notificaties te ontvangen. Als je de Android-app via F-Droid installeert, is dat zonder ondersteuning voor Firebase; de versie op Google Play gebruikt wél de servers van Google. Je maakt voor je app bij voorkeur een gebruiker aan die alle onderwerpen alleen kan lezen. Dat doe je weer in de shell van de container van ntfy met ntfy user add android om de gebruiker android aan te maken (voer een wachtwoord in) en dan ntfy access android "*" read-only voor de leesrechten.

Open daarna de Android-app en tik op de drie stippen rechtsboven. Kies Settings en stel dan Default server in op het domein van je ntfy-server. Tik daarna op Manage users en Add new user en vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam android en het bijbehorende wachtwoord. Tik dan op Add user. Keer dan terug naar het hoofdscherm van de app en klik op het plusicoontje rechtsonder. Voer het onderwerp in dat je tijdens de test in stap 5 hebt gebruikt en tik op Subscribe om je erop te abonneren. Vanaf nu zal de app voor elk ontvangen bericht op dit onderwerp een notificatie tonen. Je krijgt zelfs de al verzonden berichten te zien. Overigens toont de app twee waarschuwingen. Voor betrouwbare notificaties volg je de suggesties om batterijoptimalisaties uit te schakelen en naar WebSockets over te schakelen in plaats van een http-stream.

De Android-app ontvangt een notificatie voor elk bericht dat op een geabonneerd onderwerp wordt verstuurd.

Shellscripts

Nu je hebt getest dat je ntfy-server werkt, is het tijd om je eigen services notificaties te laten uitsturen. Hoe je dat precies configureert, hangt van de service af. Maar je zult altijd eerst een gebruiker met schrijfpermissies voor een specifiek onderwerp moeten aanmaken. Voor een back-upproces dat je op de hoogte moet houden van de status van je back-ups, maak je bijvoorbeeld een gebruiker aan met de opdracht ntfy user add backup in de container van ntfy. Geef die dan schrijfrechten op het onderwerp backup met ntfy access backup backup write-only.

Het publiceren van een bericht op een specifiek onderwerp behelst niet meer dan het sturen van een http POST-aanvraag naar de webserver. Dat kan bijvoorbeeld in een shellscript op je Linux-server met de opdracht curl:

curl -u backup:password -d "Backup successful" ntfy.example.com/backup

Als je in de ntfy-app op je telefoon je op dit onderwerp abonneert, ontvang je deze notificatie nadat het back-upscript is uitgevoerd. Op deze manier is het heel eenvoudig om je eigen shellscripts notificaties te laten verzenden.

Berichten met extra's

Ntfy ondersteunt talloze extra functies om je berichten te laten opvallen of om hun gedrag aan te passen. Je gebruikt deze allemaal door een http-header aan je aanvraag toe te voegen. Zo kun je aan de notificaties van je back-upscript een titel, prioriteit en tags toevoegen. De tags worden als pictogrammen getoond door de mobiele app. Een voorbeeld:

curl -u backup:password -H "Title: Backup failure" -H "Priority: urgent" -H "Tags: warning,skull" -d "Backup unsuccessful" ntfy.example.com/backup

Als de Android-app een bericht met standaardprioriteit ontvangt, doet ze je telefoon kort vibreren en speelt ze een kort geluidje af. Door de prioriteit op urgent te zetten, wordt het standaardnotificatiegeluidje vergezeld van een langer getril van je telefoon, waardoor je onmiddellijk merkt dat dit dringend je aandacht vereist.

Een ntfy-bericht met een titel, prioriteit en pictogrammen.

Plaatjes en lay-out

Ntfy kan ook plaatjes sturen, bijvoorbeeld een foto van een ip-camera die beweging detecteert, maar niet in combinatie met een tekstbericht. Om een bestand naar ntfy te uploaden met curl in een http PUT-aanvraag gebruik je de optie -T en de bestandsnaam. Met de header Filename voeg je de bestandsnaam toe die de ntfy-app je moet tonen. Dat ziet er dan als volgt uit:

curl -u admin:password -T foto.jpg -H "Filename: beweging.jpg" -H "Title: Beweging voordeur" -H "Tags: boom" ntfy.example.com/beweging

Als je een tekstbericht als Markdown opmaakt, kun je wel plaatjes in een tekst opnemen, maar dan moet je naar het bestand linken. Alleen ntfy's webinterface ondersteunt dit; de mobiele app toont gewoon de Markdown-brontekst. Een Markdown-bericht stuur je door de header Markdown: yes of Content-Type: text/markdown aan je http POST-aanvraag toe te voegen. Ntfy ondersteunt overigens alleen beperkte Markdown-functies, zoals vette en schuine tekst, lijsten, links en afbeeldingen.

Je services kunnen ook plaatjes naar ntfy sturen.

Acties

Je ontvangt de notificaties van ntfy in de app in een 'conversatie' per onderwerp. Wanneer je op een notificatie tikt, kopieert dit standaard gewoon de tekst van het bericht naar het klembord. Als je de header Click: URL toevoegt, opent de app die url wanneer je op de notificatie tikt. Zo kun je in een notificatie van je back-upscript bijvoorbeeld een link naar de webinterface van je back-upserver opnemen om het gemelde probleem snel te onderzoeken.

Je kunt ook tot drie 'actieknoppen' definiëren, die dan onderaan een notificatie verschijnen. Door op een van die knoppen te tikken, open je een website of app, activeer je een Android broadcast intent waarop andere apps dan weer kunnen reageren, of zend je een http POST-, PUT- of GET-aanvraag. De manier om dit alles te definiëren is wat omslachtig, maar wordt volledig in de documentatie van ntfy uitgelegd.

Klik op een van de knoppen van het bericht in ntfy om een actie uit te voeren.

Python-code

Curl is natuurlijk niet de enige tool waarmee je notificaties naar je ntfy-server kunt sturen. Sommige tools bieden rechtstreeks ondersteuning voor notificaties via ntfy. Dan hoef je alleen maar het domein van je server, het onderwerp, de gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord in te vullen. Maar ook in je eigen Python-scripts kun je eenvoudig ondersteuning voor ntfy inbouwen. Dat gaat via het pakket Requests, waarmee je http POST-aanvragen naar de server stuurt. Een eenvoudig voorbeeld ziet er als volgt uit:

import requests

requests.post("http://ntfy.example.com/backup",

    data="Backup unsuccessful",

    headers={

        "Authorization": "Basic Z2VicnVpa2Vyc25hYW06d2FjaHR3b29yZA==",

        "Title": "Backup failure",

        "Priority": "urgent",

        "Tags": "warning,skull"

    })

Met de header Authorization stel je http Basic-authenticatie in. De tekenreeks die na Basic komt, is een Base64-codering van de gebruikersnaam en het wachtwoord met een dubbele punt ertussen. Je creëert die codering op je Linux-systeem met de opdracht echo "Basic $(echo -n 'gebruikersnaam:wachtwoord' | base64)".

Sssssssssschattig

Speciaal voor de kleinste Python-fans

En verder

Ntfy biedt een betrouwbare manier om notificaties van allerlei services te centraliseren, terwijl je zelf de volledige controle behoudt. Het programma blinkt uit in flexibiliteit om het overal in te integreren. Als een service bijvoorbeeld geen http POST-aanvragen ondersteunt, kun je ook http GET-aanvragen doen. En als een service je niet de mogelijkheid geeft om de headers aan te passen, laat ntfy je toe om de berichten inclusief headers in JSON-formaat door te sturen. En als een service webhooks ondersteunt maar daarvoor zijn eigen JSON-formaat gebruikt, kan ntfy die met berichtsjablonen omzetten naar leesbare berichten.

Ook via e-mail is ntfy te integreren. Je kunt bijvoorbeeld berichten die op je ntfy-server aankomen automatisch laten doorsturen naar een SMTP-server om ze ook als e-mail te ontvangen. Maar ook de andere richting is voorzien: ntfy kan dan zelf een ingebouwde SMTP-server draaien, handig voor services die alleen maar notificaties via e-mail ondersteunen. Elk onderwerp op de ntfy-server heeft dan een bijbehorend e-mailadres op je domein. De service hoeft dan alleen maar een e-mail naar dat adres te sturen om berichten op dat onderwerp te publiceren op je ntfy-server. Deze en andere geavanceerde functies zijn uitgebreid gedocumenteerd op de website van ntfy.

De documentatie van ntfy is uitgebreid en praktisch. 

▼ Volgende artikel
Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2
Huis

Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2

The Duskbloods, de nieuwe game van Elden Ring- en Dark Souls-ontwikkelaar FromSoftware, zal echt alleen op Nintendo Switch 2 uitkomen.

Dat heeft de ontwikkelaar benadrukt bij het bekendmaken van zijn kwartaalcijfers (via VGC). Daarbij werd ook nog eens benadrukt dat The Duskbloods nog altijd gepland staat om ergens dit jaar uit te komen, net zoals de Switch 2-versie van Elden Ring.

Over de exclusieve Switch 2-release van The Duskbloods: "Het wordt verkocht via een samenwerking met Nintendo, met verkoopverantwoordelijkheden verdeeld per regio. De game komt alleen voor Nintendo Switch 2 beschikbaar." Daarmee is dus duidelijk gemaakt dat Nintendo een nauwe samenwerking met FromSoftware is aangegaan voor de game en dat het spel niet zomaar op andere platforms uit zal komen.

Over The Duskbloods

The Duskbloods werd begin vorig jaar aangekondigd in een speciale Nintendo Direct waarin de eerste Switch 2-games werden getoond, maar sindsdien zijn er geen nieuwe beelden van het spel uitgebracht. Zoals gezegd is de game ontwikkeld door FromSoftware, het Japanse bedrijf dat naam voor zichzelf heeft gemaakt met enorm uitdagende spellen, waaronder de Dark Souls-serie en Bloodborne. Met de openwereldgame Elden Ring scoorde de ontwikkelaar enkele jaren geleden nog een megahit.

Watch on YouTube

The Duskbloods wordt een PvPvE-game, waarbij spelers het dus tegen elkaar en tegen computergestuurde vijanden opnemen. Maximaal acht spelers doen aan potjes mee. Na het kiezen van een personage in een hub-gebied wordt men naar een gebied getransporteerd waar er met andere spelers en vijanden gevochten wordt, al kan men soms ook samenwerken om vijanden te verslaan.

Spelers besturen een 'Bloodsworn', wezens die dankzij een speciaal bloed dat in hun lichaam zit meer krachten tot hun beschikking hebben dan reguliere mensen. Ondertussen is het einde van de mensheid nabij, en bestaat de wereld uit verschillende tijdperken, wat voor een mengelmoes van stijlen zorgt.