ID.nl logo
2- en 4bay-NAS’en getest
© Reshift Digital
Huis

2- en 4bay-NAS’en getest

Over opties voor opslag hebben we tegenwoordig niet te klagen. Naast dat we onze bestanden op de pc of smartphone bewaren, is vooral opslag in de cloud populair. Maar de cloud heeft enkele belangrijke beperkingen zoals de beperkte opslagcapaciteit, de lage snelheid en onzekerheid rondom privacy. Met een NAS bouw je een veel grotere opslagcapaciteit met meer functionaliteit, maar ben je ineens wel zelf verantwoordelijk voor de beveiliging. Hoe presteren de nieuwste 2- en 4bay-NAS-apparaten en wat is hun antwoord op de cloud?

De cloud is voor veel gebruikers een prima plek gebleken om foto’s en documenten te bewaren. Diensten als Google Drive, Microsoft OneDrive, Apple iCloud, maar ook DropBox en Strato HiDrive zijn zonder uitzondering op elk apparaat en besturingssysteem te gebruiken, en bieden ook handige functies zoals versiebeheer en continue back-ups zonder omkijken. Omdat de eerste gigabytes bij bijna alle aanbieders gratis zijn, is het erg eenvoudig om er in en ook weer uit te stappen.

Toch kleven er ook wel een aantal nadelen aan cloudopslag en die laten zich niet zomaar oplossen. De beperkte opslagcapaciteit is er daar een van. Opslagcapaciteit zoals een NAS die met één of twee schijven al biedt, is online vaak helemaal niet beschikbaar en vergeleken over een langere periode in elk geval veel duurder dan een eigen NAS.

Ook blijft het altijd gissen in hoeverre de aanbieders van cloudopslag hun commerciële belangen in toom weten te houden en voldoende aandacht hebben voor jouw privacy en de beveiliging van jouw gegevens.

Een ander nadeel is de geringe snelheid. Door bestanden ook lokaal te bewaren en op de achtergrond met de cloud te synchroniseren, valt dit bij dagelijks gebruik van de cloud minder op. Maar wie vanuit een online back-up een heel systeem probeert te herstellen, merkt al snel dat cloudopslag daar toch echt te langzaam voor is.

Functionele voorsprong

Behalve snelheid en opslagcapaciteit zijn er wel meer punten waar een NAS nog duidelijk een voorsprong heeft op de cloud. Zo biedt een NAS naar wens veel meer functionaliteit dan opslag alleen.

Met een paar klikken laat het apparaat zich ook gebruiken als mediaspeler die muziek en films streamt, en deze on-the-fly optimaliseert voor weergave op smartphone en tablet. Het apparaat kan de beelden van bewakingscamera’s bewaren en alarm slaan wanneer inbrekers naderen. Maar het kan ook dienstdoen als centraal punt voor het aan elkaar koppelen van alle slimme apparatuur in en om het huis.

Daarnaast is zo’n apparaat ook inzetbaar voor zakelijke toepassingen. Je kunt een complete werkomgeving hosten op de NAS om samen aan documenten te werken, te mailen, een agenda bij te houden, om (wanneer de hardware dit ondersteunt) een of meerdere Windows- of Linux-systemen te virtualiseren voor test- of ontwikkelwerk, of voor het uitvoeren van specifieke taken.

Voor veel van deze mogelijkheden is er geen gelijkwaardig alternatief in de cloud dat dezelfde vrijheid biedt en tegen dezelfde prijs. Maar de situatie verandert snel. Kijk naar het gebruik van de NAS als download- en mediaserver. Jarenlang was dat een van de meestgebruikte toepassingen, en toen kwamen diensten als Spotify en Netflix.

©PXimport

Complexe aanschaf

Hoewel er nog maar enkele aanbieders zijn, is een NAS kopen niet eenvoudig. Dit begint al met het aantal schijven. Zelfs wanneer alleen modellen met twee of vier schijven worden overwogen, dan nog is het aanbod enorm.

En terwijl een model voor vier schijven vrijwel altijd duurder is dan een NAS voor twee schijven, is de prijs per TB opslagcapaciteit die overblijft na RAID 1 (twee schijven) of RAID 5 (vier schijven) bij een model met vier schijven veel gunstiger. Ook kun je besluiten om niet direct alle vier schijfposities te vullen, zeker in combinatie met een slimme RAID-variant zoals Synology SHR.

Andere belangrijke hardwarekeuzes zijn de hoeveelheid en snelheid van de netwerkaansluitingen, wel of geen hdmi-poort (nodig om de NAS in te zetten als standalone mediaspeler of Linux-computer) en natuurlijk de hoeveelheid geheugen én de processor.

Jarenlang was een ARM-processor de betere keuze, want deze was functioneel vergelijkbaar met Intel-processors en veel energiezuiniger. Maar met het toevoegen van meer rekenkracht voor bijvoorbeeld transcoding zijn de ARM-cpu’s hun energievoordeel aan het verliezen, terwijl ze duidelijk op achterstand staan als het om virtualisatie gaat. Applicatievirtualisatie met Docker wordt nog wel ondersteund, maar systeemvirtualisatie niet. Wil je de NAS inzetten als standalone mediaspeler of er virtuele machines op draaien, met een tweede OS zoals Linux Station van QNAP, dan is een Intel-processor echt vereist.

©PXimport

Veel meer dan hardware

Maar ook de software maakt het kiezen van de juiste NAS er niet makkelijker op. Dat geldt vooral voor packages waarmee extra functionaliteit aan de NAS wordt toegevoegd en de apps voor gebruik in combinatie met smartphone en tablet. Aanbod en kwaliteit van beide verschilt per merk en omdat het niet mogelijk is de software van het ene merk te gebruiken in combinatie met een NAS van een ander merk, is de keuze van grote invloed op het latere gebruik.

Toch zijn de verschillen minder groot dan enkele jaren geleden. Als het gaat om uitbreidingen zijn Synology, QNAP en Asustor nog steeds leidend. Inmiddels biedt nagenoeg elk merk mobiele apps van voldoende kwaliteit. Wel zijn er nog verschillen in het aantal apps en hun gebruiksvriendelijkheid.

Ook biedt elke NAS inmiddels een veilige manier om het apparaat met het internet te verbinden, zodat synchronisatie van foto’s en toegang tot de gegevens op de NAS vanaf elk apparaat en elke plek op aarde mogelijk is. Maar wil je echt veiligheid en gebruik je deze mogelijkheid niet, schakel hem dan uit. Eigenlijk alle grote NAS-merken hebben de laatste jaren last gehad van kwetsbaarheden in hun software en zijn gevoelig gebleken voor bijvoorbeeld aanvallen met ransomware.

©PXimport

Hoe is getest?

Voor deze test zijn alle NAS-apparaten voorzien van het maximale aantal harde schijven. Dit zijn Seagate NAS-harddisks van 2 TB die geoptimaliseerd zijn voor gebruik in een NAS-systeem. Uitzonderingen hierop zijn de QNAP TBS-453DX-8G, een NASbook die alleen M.2-SATA-ssd’s ondersteunt, en de QNAP HS-453DX-8G, een ventilatorloze multimedia-NAS die twee harde schijven met twee M.2-2280-SATA-ssd’s combineert voor opslag. Deze modellen zijn getest in combinatie met respectievelijk twee WD Red SA500-ssd’s van 1 TB en twee Seagate IronWolf 510-ssd’s van 960 GB. Alle modellen met twee schijven zijn in RAID 1 geconfigureerd, alle modellen met vier schijven in RAID 5. Daarna zijn meerdere snelheidstests uitgevoerd met de AJA System Test, de NAS Performance Tester van 808.dk en de LAN Speed Test van Totusoft. Het testsysteem is gebouwd rondom een AMD Ryzen 5-processor, 32 GB RAM en een Gigabyte x570 Aorus Master-moederbord met 2,5Gbit-netwerkpoort. De onderlinge verbindingen liepen via een QNAP QSW-M2108-2C netwerkswitch met zowel 2,5- als 10Gbit-netwerkpoorten. Daarnaast zijn functionele tests uitgevoerd met de belangrijkste packages en mobiele apps om zo het beeld van de prestaties aan te vullen met de functionaliteit en het gebruiksgemak van elke NAS. De resultaten van alle geteste modellen zijn opgenomen in de tabel aan het einde van het artikel.

Asustor: nadruk op hardware

Ondanks een kleiner aanbod valt Asustor vooral op door zijn hardware. Het merk biedt veel voor het geld. Zo beschikken alle dit jaar geteste modellen over twee 2,5Gbit-netwerkaansluitingen en is ook een hdmi-aansluiting standaard.

De AS5202T en AS5304T zijn twee nieuwe modellen uit de Nimbustor-serie van Asustor. De processor, de hoeveelheid geheugen en het aantal harde schijven verschillen, maar op de belangrijkste features scoren beide gelijk. Bij de eveneens nieuwe AS6602T en AS6604T, twee NAS’en uit de Lockerstor-serie, verschilt alleen het aantal schijven. Het grote verschil tussen de Nimbustor en Lockerstor-modellen is dat de laatste naast een iets snellere processor ook twee M2-NVMe-sloten bieden.

Helaas is de software bij Asustor minder goed verzorgd. Dit geldt niet voor het ADM-besturingssysteem: dat kent de beste en snelste installatieroutine van allemaal, voldoet prima en combineert de gebruiksvriendelijkheid van Synology met het enthousiasme voor techniek van QNAP. Wel vallen de apps in de App Center wat tegen. Het aanbod aan uitbreidingen voor de NAS is megagroot, maar de kwaliteit echt minder.

Naast een klein aantal eigen uitbreidingen biedt Asustor vooral veel software van anderen, zonder dat het daar heel kritisch op lijkt te zijn. Voor de virtualisatie is er een port van VirtualBox, waar QNAP en Synology met volledig eigen oplossingen aankomen. Ook is er keuze uit een port van LibreOffice of Docker-applicatie OnlyOffice Docs van Asustor. Meer is duidelijk niet altijd beter.

Wel weer goed verzorgd zijn Asustor Portal, voor multimedia en browsen op het net, en Surveillance Center. Voor mobiel gebruik zijn er voldoende goede apps voor onder meer remote toegang en foto- en muziekbeheer. De nieuwe AiFoto 3 maakt back-ups van foto’s door deze automatisch te uploaden naar de NAS en te groeperen op type en locatie. Echte slimmigheden zoals gezichtsherkenning ontbreken.

©PXimport

Latticework: uit eigen land

De Amber Plus is de grote versie van de Amber One, en samen vormen zij het totale NAS-aanbod van het in Eindhoven gevestigde Latticework. De Amber Plus is behalve een NAS met twee schijven ook een wifi-router met drie netwerkpoorten, waarvan er een als wan-poort is aangeduid. Zelf spreekt men dankzij de dubbelfunctie van een cloud-NAS en edge-server.

De AC2600-router biedt draadloos internet via de 2,4- en 5GHz-band, een gastnetwerk dat met de klok kan in- of uitschakelen en verder alle basicfuncties die je van een router mag verwachten, maar veel meer dan dat ook niet. Beheer van de router gebeurt via een eigen webpagina waarop apart en met alleen een wachtwoord ingelogd moet worden. Dit verschilt van het opslaggedeelte, waar een admin-account én een wachtwoord nodig zijn. Dit levert zeker tijdens de installatie wat verwarring op, hoe soepel de Amber Manager-app verder ook werkt.

De opslag van de Amber Plus, met twee Seagate-schijven van 2 TB, is standaard in RAID 1 geconfigureerd. Opnieuw is de functionaliteit basaal, maar wel duidelijk en goed bruikbaar. Gebruikers en mappen aanmaken, bestanden delen, het is allemaal eenvoudig te doen en vergt weinig verdere kennis van zaken.

Behalve Amber Life, dat duidelijk nog in ontwikkeling is, en de nieuwe Amber iX-apps is er voor Mac- en Windows-gebruikers ook Amber Desktop. Daarmee kunnen ze vanaf hun pc eenvoudig bij de opslag en gedeelde bestanden op de NAS. Een bureaublad voor elke gebruiker, zoals de meeste andere NAS’en bieden, is er niet: de webtoegang is vooral voor de beheerder om de router of de NAS te configureren.

Wil je extra functionaliteit aan de Amber Plus toevoegen, dan moet eerst de AmberPRO-dienst ingeschakeld worden. Deze dienst verkeert nog in bètafase, maar maakt het mogelijk om Docker-applicaties op de NAS te installeren. Het officiële aanbod in de Amber App Store is niet groter dan een handvol, al is het geen slechte gedachte om in te zetten op Docker om zo snel mogelijk extra functionaliteit te kunnen bieden.

We testen Nextcloud, Home-Assistant en het zakelijke Odoo, en die werken prima. Het is vooral ook de belofte van maximale ondersteuning voor Docker die van de Amber Plus toch een zeer interessante nieuwkomer maakt. Wel mag het totale aanbod nog wat worden opgeschoond en doorontwikkeld.

©PXimport

Synology: nog geen DSM 7.0

Het uitblijven van de al meer dan een jaar geleden verwachtte versie 7 van het DSM-besturingssysteem van Synology hangt als een dikke deken over de hardware-innovaties van het bedrijf. Gerucht is dat zelfs al enkele nieuwe modellen om die reden zijn uitgesteld.

Toch heeft de marktleider genoeg te bieden, vooral ook omdat het traditioneel sterk is in software. De huidige versie 6.2 van DSM voldoet nog prima. Bovendien is er een groot aanbod aan kwalitatief goede uitbreidingen voor gebruik op de NAS én apps voor mobiele connectiviteit. Wel is het vervelend dat het veelgevraagde samensmelten van Photo Station en de slimme fotomanager Moments in het nieuwe Synology Photos langer op zich laat wachten.

Aan de hardwarekant blijft Synology terughoudend met innovaties, zeker bij de modellen die zich richten op consumenten en kleine zelfstandigen. Zo ontbreken snelle 2,5Gbit-netwerkaansluitingen volledig, net als de nog snellere 10Gbit-versies. Ook zijn er nu pas voor het eerst geen usb2.0-poorten meer aanwezig.

Waar zijn TerraMaster en Netgear?

Helaas afwezig in deze test zijn Netgear en TerraMaster. De laatste debuteerde de vorige keer en viel toen op met lage prijzen voor lawaaiige aluminium behuizingen en het TOS-besturingssysteem dat net als de bijbehorende apps nog niet af was, maar wel stabiel functioneerde. TerraMaster verkiest voorlopig losse producttests boven vergelijkende tests met andere NAS-apparaten. Een ander merk dat ontbreekt is Netgear. Bij Netgear ‘heeft NAS momenteel niet direct de focus’ en zijn er daardoor geen updates van software of hardware. Daarom hebben wij afgezien van het (opnieuw) testen van Netgears NAS-modellen.

Ook houdt Synology vast aan de NAS als mediastreamer in plaats van mediaspeler, dus hdmi-poorten ontbreken. Zo beschikt de DS920+ dankzij de Intel Celeron J4125-processor wel over een grafische chip, maar kun je die niet gebruiken om films direct op een tv af te spelen, de beelden van bewakingscamera’s op een direct aangesloten monitor te bekijken of als monitor van een virtuele machine. En dat terwijl Synology juist op softwaregebied de mooiste oplossingen in huis heeft voor zowel mediaconsumptie als zakelijker gebruik van Docker-containers of het inrichten van virtuele machines.

Andere goede uitbreidingen zijn Hyper Backup, Surveillance Station, Synology Office en nog veel meer. De meeste uitbreidingen zijn bovendien van Synology zelf en duidelijk goed getest.

©PXimport

QNAP: veel innovaties

Het tempo waarin QNAP vooral zijn hardware innoveert, blijft verbazen. Het bedrijf heeft binnen enkele jaren een enorm portfolio aan netwerkapparatuur opgebouwd en levert met QuTS Hero en QES nog een tweede en zelfs derde besturingssysteem voor zijn opslagsystemen, als alternatief voor het bekende QTS.

Bovendien heeft QNAP een bijna onhandig breed aanbod aan NAS-modellen. En ook daarbinnen zit een aantal modellen die je echt alleen bij QNAP aantreft. Denk aan de geteste HS-453DX, een high-end NAS met een 10Gbit-netwerkpoort die opslag van harde schijven en ssd’s combineert, vermomd in een huiskamerapparaat zonder ventilator. Of neem de TBS-453DX, een 4bay-NAS die alleen M2-ssd’s ondersteunt.

Daarbij is bijna elke QNAP voorzien van een hdmi-aansluiting die het mogelijk maakt om de NAS direct op een tv aan te sluiten en als mediaspeler te gebruiken, of om hem in combinatie met Linux-station of Hybrid Desk in te zetten als pc.

Aan uitbreidingen bij QNAP geen gebrek, al is de kwaliteit wisselend doordat de fabrikant, net als Asustor, heel veel producten van derden toelaat op zijn NAS. Het QTS-besturingssysteem is zeer uitgebreid, maar vergt wel meer kennis dan de besturingssystemen van de andere NAS-merken.

Tegelijk laat QNAP zien dat het fantastische software kan maken, bijvoorbeeld met Hybrid Backup Sync, dat gegevens back-upt naar een groot aantal cloudopslagaanbieders waaronder Google Drive, Microsoft OneDrive en Dropbox. Hetzelfde geldt voor HybridMount, waarmee cloudopslag van een van de grote online opslagdiensten naadloos wordt geïntegreerd met de opslag op de NAS.

©PXimport

WD: gemak boven functies

Geen nieuwe hardware dit jaar van WD: de WD MyCloud Ex2 Ultra is onveranderd ten opzichte van die in de vorige test. En dat was niet omdat de hardware toen al zo vooruitstrevend was, die is duidelijk zeer bescheiden en steekt nu alleen nog maar meer af bij de concurrentie.

Dat WD door het ontbreken van nieuwe hardware niet op een enorme achterstand is komen te staan, komt doordat het zich niet in een directe concurrentiestrijd met de andere NAS-merken stort, maar een eigen plek heeft gecreëerd en daar trouw aan vasthoudt. WD richt zich met zijn NAS-apparaten op de gebruiker die vooral geen technische uitdaging wil, maar heel snel zijn documenten en foto’s wil back-uppen en misschien via internet toegankelijk maken.

Bij WD vind je dus geen overtal van uitbreidingen of apps. Er is zelfs maar één app beschikbaar, al doet die wel precies wat je ervan verwacht.

De belangrijkste vernieuwing bij WD sinds de vorige test is de komst van versie 5 van het MyCloud OS. Op de NAS is van deze nieuwe versie nauwelijks iets te zien, want het MyCloud OS 5-dashboard is volledig identiek aan het vorige. Maar op de verbonden apparaten merk je het wel. Foto’s en documenten uploaden, bekijken, delen, video’s afspelen die op de NAS staan … het werkt allemaal en met zeer weinig inspanning.

WD laat dus geen grote vernieuwingen zien, maar blijft onverminderd de kampioen van de eenvoud en daarmee de ideale keuze voor iedereen die vooral een NAS zoekt om zijn documenten, foto’s en video’s te back-uppen.

©PXimport

Live-demo webinterface

Wil je voor de aanschaf ervaring opdoen met het NAS-besturingssysteem, gebruik dan een van deze livedemo’s. Asustor QNAP Synology Van Amber OS en WD is geen live-interface bekend.

De beste NAS

Het blijft een hele uitdaging om de juiste NAS te kopen. Geen van de aanbieders levert het perfecte apparaat, al helpt een flink budget wel om het aantal noodgedwongen compromissen te beperken. Een snellere processor, meer geheugen, meer en snellere netwerkpoorten, het zorgt er allemaal voor dat de gebruiksmogelijkheden nu al groter worden en de NAS mogelijk ook langer zal voldoen aan de eisen van de huidige tijd.

Maar juist omdat er zoveel gebruiksmogelijkheden zijn, is er ook niet één beste NAS aan te wijzen. Wel kun je afhankelijk van het beoogde gebruik de beste modellen selecteren.

De beste opslag-NAS

Gebruik je de NAS vooral voor het opslaan en delen van documenten en het maken van back-ups, dan voldoet eigenlijk elke NAS. Meer schijven is dan belangrijker dan een hele snelle processor, en snelle netwerkpoorten zijn alleen handig wanneer het netwerk en de aangesloten computers daar ook over beschikken. Voor het synchroniseren van foto’s vanaf mobiele apparaten heeft het geen voordeel.

In dit geval doe je er goed aan om meer budget te reserveren voor meer en grotere schijven dan voor de NAS zelf. De Synology DS220j en DS420j zijn dan goede keuzes.

©PXimport

De beste multimedia-NAS

Om een NAS te gebruiken voor het afspelen van films en muziek is vooral een snelle processor met goede 4K-transcoding belangrijk. Liefst heeft de NAS ook een hdmi-poort om media op een aangesloten tv af te spelen. Een afstandsbediening kan ook handig zijn, al kan een goede app deze eventueel vervangen.

Omdat mediabestanden veel ruimte innemen, heeft een NAS met vier schijfcompartimenten hier duidelijk de voorkeur. Wanneer budget geen rol speelt, is de QNAP HS-453DX natuurlijk onverslaanbaar: deze heeft twee hdmi-poorten, aparte aansluitingen voor geluid en dat alles in een huiskamervriendelijk ontwerp zonder ventilator. Wil je minder besteden, dan is de Asustor AS5202T een prima keuze.

©PXimport

De beste virtualisatie-NAS

Bij virtualisatie is het belangrijk dat de processor dit ondersteunt. Ook is het handig als de NAS over minimaal 2 of 4 GB geheugen beschikt én zijn snelle netwerkaansluitingen waardevol. Omdat juist virtuele machines profiteren van ssd-caching, zijn ook M2-ssd-sloten een pré.

Synology en QNAP bieden duidelijk de mooiste oplossing voor virtualisatie. De Synology DS720+ heeft M2-ssd-sloten en twee gigabit-poorten die samengevoegd kunnen worden. Wel is ten opzichte van de goedkopere DS220+ de meerwaarde onder andere door het ontbreken van multigigabit-aansluitingen gering. De QNAP TS-253D biedt namelijk twee 2,5Gbit-poorten én een hdmi-poort tegen een iets lagere prijs.

Bij de modellen met vier schijfposities zien we dezelfde trend: de Synology DS920+ is een prima keuze voor wie Synology prefereert, maar de QNAP TS-453D biedt meer hardware voor een iets lagere prijs.

©PXimport

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.