ID.nl logo
Assassin's Creed Syndicate - Meer van hetzelfde, toch anders
© Reshift Digital
Huis

Assassin's Creed Syndicate - Meer van hetzelfde, toch anders

Het water van de vervuilde rivier Thames klotst zachtjes tegen de met stookolie bedekte kade. Zodra sluipmoordenaar Evie Frye de stoomboot verruilt voor de oever rent een brutale rat voor haar voeten langs en verdwijnt in een rioolpijp naast twee zwervers. Ze kijkt langzaam omhoog en ziet in de verte het drukke Waterloo Station, omringd door bedrijvige schoorstenen die als reusachtige wachters het nijverige Londen in de gaten lijken te houden. Waar je Assassin's Creed: Syndicate ook van zou willen beschuldigen, niemand kan het verwijt maken dat het aan sfeer ontbreekt in het meest recente deel van deze franchise.

Het vieze Londen mag dan een hele andere wereld lijken dan het Parijs uit voorganger Unity, onder de kap draait nog steeds dezelfde motor. Het goede nieuws is dat ontwikkelaar Ubisoft de AnvilNext 2.0-engine beter heeft weten te beteugelen: Assassin's Creed Syndicate kent niet de vele bugs die voorganger Unity plaagden, al zijn er wel kleine op- en aanmerkingen. De game draait over het algemeen stabiel, maar kent sporadische performance-issues tijdens de tussenfilmpjes, waarbij deze zich soms schokkerig voltrekken. Lees ook: Metal Gear Solid 5: The Phantom Pain review - Geweldig én teleurstellend.

Ook gedurende de gameplay willen de bewoners van het industrieel bedrijvige London nog wel eens vreemde capriolen uithalen. Zo zagen we meermaals Harry Potter-achtige taferelen ontvouwen, waarbij een bezem op ogenschijnlijke magische wijze volledig zelfstandig de straat aanveegde. Ook willen sommige Londenaren nog wel eens vast komen te zitten in een blinde muur. Dit zijn slechts kleine hobbels op de weg, die vaker grappig dan irritant zijn.

Wie voor de eerste keer de daken van Londen betreedt met hoofdpersonages Jacob en Evie Frye, staat een spektakel te wachten. Of de zon nu door de rook van de grote schoorstenen schijnt of de regen genadeloos op de kasseien slaat, de stad oogt prachtig in al zijn twijfelachtige pracht. Op straatniveau tref je namelijk hele andere aangezichten. De ongelijke straten liggen vol met plassen smerig water, de gebouwen zijn vaak voorzien van een dikke laag roet en de ratten nemen een prominentere plaats in op straat dan de Londenaren zelf. Voor pracht en praal is geen plek in deze wereld: Assassin's Creed: Syndicate dompelt je onder in een heerlijk smerige versie van Londen waar je nooit meer weg wil.

Twee keer zo veel pret met de tweeling

Dit groezelige Londen verken je door de ogen van twee verschillende personages: Jacob en Evie, de Frye-tweeling. Assassin's Creed Syndicate besteedt weinig tot geen tijd aan de voorgeschiedenis van het kibbelende duo. In plaats daarvan word je als speler meteen de actie in getrokken. De openingsmissie op een rijdende trein zorgt voor een enerverend begin van je avontuur, maar het gebrek aan een duidelijke beweegreden voor de tweeling gaat niet lang daarna aan je knagen.

©PXimport

Er zijn twee verschillende personages: Jacob en Evie.

Dat is een gemiste kans, want het verhaal wat zich gedurende Assassin's Creed Syndicate ontvouwt komt maar langzaam op gang. De Orde der Tempeliers is nog altijd de gezworen vijand van de sluipmoordenaarsorde en levert wederom de schurk in dit verhaal aan. En hoewel Tempelier Starrick meer charisma en diepte heeft dan voorgaande vijanden, heeft het verhaal nét te weinig diepgang om het overweldigende gevoel van de allereerste Assassin's Creed-delen op te roepen.

Starrick is echter niet het enige levendige personage dat in Londen rondloopt. Hoewel historische figuren als Charles Darwin en Alexander Graham Bell voor een komische noot zorgen, zijn de echte sterren van Assassin's Creed Syndicate de Frye-tweeling. Zelden zagen we een charismatischer en dodelijker koppel dan Jacob en Evie Frye. Er is overduidelijk veel aandacht besteed aan het ontwikkelen van de personages en hun onderlinge verstandhouding.

©PXimport

De introductie van een 'rope launcher' is een verademing.

Daarnaast zijn de dialogen tussen hen en anderen natuurlijk en geloofwaardig, waar in het verleden de menselijkheid van hoofdpersonages nog wel eens leed onder het geforceerde gebruik van 'stille, doch sterke persoonlijkheden'. Zo is Evie gereserveerd en bedachtzaam, maar kan men tussen de lijntjes door een persoon vol idealen en principes ontwaren. Bon vivant Jacob is met zijn achteloze improvisaties en vrolijk sarcasme ook een verfrissing, want hij toont een menselijke zijde van het sluipmoordenaarschap die we nog niet veel hebben gezien.

Veranderingen in Assassin's Creed Syndicate

Deze personages mogen dan kleurrijk en vermakelijk zijn, op het gebied van gameplay is er weinig om écht enthousiast van te worden. Londen herbergt een hoop zijmissies, waarvan verreweg de meeste bedoeld zijn om delen van de stad te verlossen van de wurggreep die de Tempeliers er op uitoefenen. Het geld en de grondstoffen die je hiermee verdient, gebruik je voornamelijk om wapens en andere gebruiksvoorwerpen te maken in het simpele crafting-systeem of om upgrades voor je vers opgerichte bende aan te schaffen.

Die bende, The Rooks genaamd, neemt het op tegen een Tempeliersbende genaamd The Blighters. Deze bende treedt zowel in de verhaallijn als in de zijmissies soms naar de voorgrond, maar is bij lange na niet zo uitgebreid aanwezig als je zou hopen. Daarmee wordt het ook een stuk minder relevant om je zuur verdiende geld uit te geven aan het upgradesysteem voor The Rooks. Dat is jammer, want hoe leuk het ook is om alleen door de schaduwen te glijden, het gevoel een bendeleider te zijn is nóg leuker.

©PXimport

De zijmissies zijn niet allemaal even interessant.

Identiek aan Unity

Ook in de kern van de gameplay is weinig veranderd. De gevechten en het freerunnen zijn nagenoeg identiek aan voorganger Unity, waardoor je soms het gevoel krijgt simpelweg op herhaling te gaan in plaats van een nieuw avontuur te beleven. Toch zijn er kleine vernieuwingen die het geheel opluisteren. Zo is de introductie van een 'rope launcher' een verademing voor iedereen die zich kapot ergerde aan het vele nodeloze klimmen. Met één druk op de knop lanceer je jezelf naar een willekeurig punt in je omgeving of creëer je spontaan een kabelbaan tussen twee punten. Dit zorgt er voor dat je aanzienlijk minder tijd en frustratie kwijt bent aan het freerunnen.

Deze rope launcher is beschikbaar voor zowel Jacob als Evie, die beiden een aparte skill tree hebben. De XP die je verdient wordt omgezet in punten, welke je aan verschillende vaardigheden kan spenderen. Jacob en Evie hebben elk twee unieke vaardigheden welke zich richten op hun sterke kanten: Evie houdt zich op in de schaduwen en heeft de voorkeur voor een stealth-aanpak, terwijl Jacob liever zijn vuisten laat spreken. Deze voorkeuren uiten zich in een merkbaar verschil in vaardigheden, want Evie is bijvoorbeeld nét iets stiller en moeilijker te detecteren dan Jacob. Ubisoft heeft er echter voor gekozen om dit verschil niet té uitgesproken te maken, met als gevolg dat de speelwijzen van beide personages niet heel ver uit elkaar liggen. Dat is een gemiste kans, want het was uitdagender geweest als beide personages hun eigen set beperkingen en voordelen hadden gehad en men per missie had moeten kiezen welk personage het beste geschikt was.

©PXimport

De rijtuigen zijn makkelijk van hun koetsier te ontdoen.

Wat beide spelers gemeen hebben, is de mogelijkheid om van nieuwe voertuigen gebruik te maken. De vele rijtuigen die over de Londense straten rijden zijn allemaal makkelijk van hun koetsier te ontdoen, waarna je met een noodgang de stad kan doorkruisen, mits je onthoudt dat men ook in dit tijdperk links reed. Maar hoe fijn het ook kan zijn om de benenwagen voor een koets te verruilen, het oogt allerminst realistisch. Zo kun je met alle types koetsen driften, andere koetsen rammen en heeft je paard er nooit last van wanneer je met 40 kilometer per uur frontaal op een muur inrijdt. Het gebrek aan realisme is van tijd tot tijd storend, maar de ervaring van het koetsrijden weegt zwaarder dan de kleine irritaties die het met zich meebrengt.

Vallen en opstaan

Over kleine irritaties gesproken: je bent niet zo vrij in het freerunnen als we graag hadden gezien. Dankzij nieuwe animaties oogt de logistieke acrobatiek vloeiender dan ooit, maar op enkele punten struikelt dit stukje gameplay toch. Zo is het schier onmogelijk om in één keer recht naar achteren te springen als je aan een muur hangt, een handeling die je het liefst op regelmatige basis uitvoert. Daarnaast lijkt men ook niet alle elementen van het freerunnen van nieuwe animaties voorzien te hebben. Zo lijkt je personage een fractie van een seconde stil te staan alvorens hij of zij een middelhoog object zoals een schutting beklimt. Deze vertraging is minimaal, maar genoeg om de gevoelsmatige vaart uit je freerun-sessie te halen.

©PXimport

Het verhaal komt maar langzaam op gang.

Deze kleine ergernissen zijn echter niet zo storend als de koppige camera. Wanneer je in afgesloten ruimtes besluit te gaan klimmen en klauteren, kan de camera dienst weigeren. De reikwijdte van je camerahoek is dan sterk beperkt, waardoor je het overzicht kwijtraakt. In sommige gevallen beïnvloedt dit zelfs je besturing, waardoor je per ongeluk de verkeerde richting op klimt. Het gevolg is dat je soms te dicht bij een tegenstander komt, waardoor sluipen geen optie meer is en je enkel nog het open gevecht kunt kiezen. Gelukkig kom je dit soort omgevingen relatief weinig tegen, dus blijft de schade beperkt. Ondanks de wispelturige camera en de kleine vertragingen blijft het freerunnen toch één van de leukste vrijheden om te hebben in een game als Assassin's Creed Syndicate. En zeg nou zelf, vrijheid is toch het enige wat een sluipmoordenaar wil?

Conclusie

Hoewel Assassin's Creed Syndicate niet dezelfde problemen kent als voorganger Unity, zijn er wel een paar irritaties te bekennen. Deze ergernissen mogen dan soms voor aardig wat frustratie zorgen, ze maken Assassin's Creed Syndicate niet onspeelbaar. Dankzij de goed uitgewerkte personages en de prachtige (en smerige) plaats van handelen, is het nieuwste deel in de reeks nog steeds een avontuur dat de moeite waard is om te beleven.

Assassin's Creed: Syndicate is vanaf 23 oktober verkrijgbaar voor PlayStation 4 en Xbox One. Voor deze recensie is de PS4-versie gespeeld. De pc-versie verschijnt op 19 november.

75/10075/100Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Gamer.nl

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.