ID.nl logo
Welke microcontrollers bestaan er en waar zijn ze goed voor?
© https://ethereumcode.io/
Huis

Welke microcontrollers bestaan er en waar zijn ze goed voor?

Ze zitten in je auto, in je magnetron, in je wasmachine, maar ook in je pc, en ze vormen het hart van de Arduino- en ESP32-ontwikkelbordjes: microcontrollers. Onzichtbaar op de achtergrond wordt bijna ons hele leven erdoor draaiende gehouden. Welke microcontrollers bestaan er en hoe werken ze precies?

Als je een maaltijd in je magnetron zet, kies je de juiste tijd en instellingen en zet je hem aan. Aan het einde zegt je magnetron ‘ping!’ en is je maaltijd opgewarmd.

Heb je je al eens afgevraagd hoe dat werkt? Eigenlijk zit er in je magnetron een hele (kleine) computer die een programmaatje afwerkt dat enerzijds reageert op de knoppen en anderzijds, als je dat hebt, op het lcd-scherm. Ook stuurt de computer de elektronenbuis aan die de maaltijd met microgolven verwarmt. Die kleine computer is een microcontroller. Je hebt er waarschijnlijk tientallen in huis.

Een microcontroller is een chip die eigenlijk een hele computer in één pakket behuist. Daarin zitten een processor, geheugen (ram en rom) en allerlei poorten naar de buitenwereld. Terwijl je bij een gemiddelde processor voor je desktopcomputer dus nog een heel moederbord, ram-geheugen en storage nodig hebt om er iets nuttigs mee te doen, heb je bij een microcontroller slechts een beperkt aantal externe componenten nodig. Wat weerstanden en condensatoren zijn doorgaans voldoende voor een werkende microcontroller-opstelling.

Die verregaande integratie in een microcontroller is mogelijk omdat dit geen chip is voor flexibele apparaten, zoals pc’s. Microcontrollers zijn ontworpen om specifieke toepassingen uit te voeren, zoals in een magnetron, een pinautomaat, een wasmachine of een pacemaker. Een laag stroomverbruik en een lage kostprijs zijn voor die toepassingen belangrijk.

Lage prestaties met hoge impact

Low-end microcontrollers hebben dan ook een processorsnelheid van maar enkele MHz en slechts enkele kilobytes ram-geheugen. Kijk bijvoorbeeld naar de Arduino Uno, een populair ontwikkelbordje om mee te experimenteren. De microcontroller op dat bordje is de AVR ATmega328P. Die werkt op een kloksnelheid van 16 MHz, heeft 2 KB sram, 1 KB eeprom en 32 KB flashgeheugen.

Vergeleken met de gigahertzen, gigabytes en terabytes die we op onze pc’s gewend zijn, lijken die specificaties ondermaats. Maar toch kun je hiermee ongelooflijk veel projecten aansturen: muziekinstrumenten, robotautootjes, weerstations, je planten automatisch water geven... Je kunt het zo gek niet bedenken of iemand heeft het al weleens met die kleine ATmega328P gedaan.

Microcontroller of SoC? Waarschijnlijk heb je ook al gehoord van een system-on-a-chip (SoC), wat op het eerste gezicht hetzelfde lijkt: een processor geïntegreerd met andere componenten. De grens tussen wat we als een microcontroller beschouwen en wat als een SoC is nogal vaag. Maar doorgaans is een SoC met een snellere processor uitgerust, heeft die meer ram en bevat hij mogelijk radiochips (wifi en/of mobiel netwerk) of een ingebouwde gpu.  Alle smartphones en tablets zijn dan ook gebouwd rond een SoC, maar ook de Raspberry Pi, apparaten zoals een nas en slimme luidsprekers. Ook de Apple M1 is een SoC: deze integreert een arm-processor, ram, gpu, image-signal-processor, Secure Enclave (een coprocessor voor veilige opslag van sleutels) en controllers voor NVMe en thunderbolt 4.

Pinnetjes

Als je een low-end microcontroller zoals een ATmega328P van een Arduino Uno ziet, is het eerste wat opvalt de pinnetjes die eruit steken. Elk van die pinnetjes heeft een functie. Sommige sluit je aan op een voeding, zodat de chip stroom krijgt, maar de meeste dienen om met de omgeving te communiceren.

Komt de chip in een dip-behuizing, dan kun je die pinnetjes eenvoudigweg in een breadboard prikken. Door dan jumperwires in een gaatje in dezelfde rij als een pin te steken, verbind je het draadje met die pin. Op die manier bouw je eenvoudig elektronische schakelingen op met componenten die met de microcontroller kunnen communiceren.

Een Arduino Uno-bordje is dan eigenlijk gewoon een printplaatje waarop de ATmega328P is geplaatst en alle pinnetjes verbonden zijn met ofwel de headers op het bordje, ofwel met andere componenten van het printplaatje, zoals de spanningsregelaar, statusleds en de resetknop. Je kunt het eigenlijk vergelijken met een moederbord voor een processor: een Arduino Uno maakt een ATmega328P-microcontroller alleen wat handiger om te gebruiken en om andere componenten op aan te sluiten.

©PXimport

De eenvoudigste manier om met een microcontroller te communiceren is wat we GPIO noemen (general-purpose input/output). Elke GPIO-pin kunnen we aansturen door een bit op een specifiek adres in het geheugen van de microcontroller op 1 of 0 te zetten. Schrijven we er 1 naar, dan wordt een spanning van bijvoorbeeld 5 V over de pin gelegd; schrijven we er 0 naar, dan wordt de spanning 0 V.

Als je dan bijvoorbeeld tussen die pin en 0 V een led en een weerstand plaatst, gaat de led aan wanneer je 1 naar de pin schrijft en uit wanneer je er 0 naar schrijft. Bij een 1 vloeit er immers een stroom van 5 V naar 0 V. De weerstand dient om de stroom te beperken tot wat de led aankan.

Ook in de andere richting werkt dat. Als je de GPIO-pin als invoer configureert, zal de microcontroller de spanning die je aan de pin aanlegt (5 V of 0 V) interpreteren als een 1 of 0. Op die manier sluit je een knop aan op de pin. Druk je de knop in, dan maakt die intern een verbinding tussen 5 V en de pin van de microcontroller, waardoor die een 1 registreert. 

Laat je de knop los, dan wordt er doorgaans via een pull-downweerstand voor gezorgd dat de pin verbonden is met 0 V en dus een 0 registreert. Op dezelfde manier sluit je een PIR-sensor voor aanwezigheidsdetectie aan: de pin registreert dan 1 als de sensor iemand waarneemt en anders 0.

Protocols en bussen

Telkens 1 bit in of uit de microcontroller sturen, is voldoende voor eenvoudige toepassingen, maar vaak heb je complexere vormen van communicatie nodig. Daarvoor zijn er allerlei protocollen ontwikkeld. Bijvoorbeeld UART (universal asynchronous receiver-transmitter), een protocol voor seriële communicatie waarbij je bytes in twee richtingen kunt sturen. 

Het protocol beschrijft hoe je de opeenvolgende bits moet sturen. Zo bestaan er UART-modules die je in een usb-poort van je pc kunt steken. Communiceren met de microcontroller doe je dan door de RX-pin van de microcontroller met de TX-pin van de UART-module te verbinden en andersom: RX staat voor receive en TX voor transmit.

Voor communicatie met meerdere componenten, zoals sensoren, externe geheugens en schermen, maak je meestal gebruik van een bus zoals I²C (Inter-Integrated Circuit, uitgevonden door Philips) en SPI (Serial Peripheral Interface). I²C wordt ook wel Two-Wire genoemd, omdat er twee pinnen worden gebruikt: SDA om de seriële data door te sturen en SCL om een kloksignaal te sturen. 

SPI (ook weleens Four-Wire genoemd) heeft vier pinnen: SCLK voor de klok, MOSI voor communicatie van de master (meestal de microcontroller) naar de slave en MISO voor de andere richting, en SS om te selecteren met welke slave de master spreekt. Voor elke slave heb je een extra pin SS nodig. Bij de meeste microcontrollers zijn er specifieke pinnen aanwezig voor UART, I²C en SPI.

©PXimport

Digitaal of analoog

Tot nu toe hebben we het alleen maar over 0 en 1 gehad, digitale gegevens dus. Maar heel wat sensoren geven analoge gegevens door, bijvoorbeeld een temperatuursensor of druksensor waarvan de weerstand varieert met de gemeten waarde. Met een spanningsdeler haal je uit die variabele weerstand een variabele spanning, die dus een analoge voorstelling van de meetwaarde is. 

Gelukkig bestaat er een component die een analoge waarde (bijvoorbeeld een spanning) kan omzetten naar een digitale waarde (bijvoorbeeld een 10bit-getal): de ADC (analoog-digitaalomzetter).

ADC’s bestaan als losse componenten (bijvoorbeeld via I²C of SPI aan te sluiten), maar veel microcontrollers hebben ook zelf een of meer ADC’S ingebouwd. Ook in de andere richting bestaat er een component: de DAC (digitaal-analoogomzetter) zet een digitale waarde (bijvoorbeeld een 10bit-getal) om in een analoge waarde (bijvoorbeeld een spanning van 0 tot de voedingsspanning).

Sommige microcontrollers hebben ook een DAC ingebouwd. Al met al zijn microcontrollers dus de perfecte componenten om de digitale en analoge wereld te verenigen. Een Raspberry Pi bijvoorbeeld heeft geen ADC ingebouwd, terwijl een Arduino-bordje er meerdere heeft.

Microcontroller-behuizingen Dezelfde microcontroller kun je vaak in meerdere types behuizingen kopen. Op breadboards zul je vaak DIP-behuizingen tegenkomen: dual in-line package. De chip zit dan in een rechthoekig blokje met aan twee tegenovergelegen zijden pinnetjes die naar onderen uitsteken. Standaard liggen de pinnetjes 2,54 mm (een tiende inch) van elkaar, waardoor ze op een breadboard passen.  In massaproductie vind je eerder varianten van QFP (quad flat package), waarbij een vierkante behuizing aan elke zijde een rij pinnetjes heeft, met een afstand van 0,4 tot 1 mm, die op de printplaat worden gesoldeerd. Een soortgelijke behuizing is QFN (quad-flat no-leads), waarbij er geen pinnetjes uitsteken maar er onderaan de chip aan de vier zijden rijen kopersporen zijn die rechtstreeks op de banen van de printplaat aansluiten. Deze zijn moeilijk met de hand te solderen.

Microcontrollerfamilies

Net zoals er voor pc’s allerlei processorfamilies bestaan, heb je ook diverse families van microcontrollers. De belangrijkste onderverdeling is op basis van de processorarchitectuur. Populair bij hobbyisten zijn de 8bit-AVR-microcontrollers van Atmel (in 2016 overgenomen door Microchip). Ze zijn onderverdeeld in twee subfamilies: de ATtiny-serie met minder pinnen, geheugen en functies (de basismodellen hebben zelfs geen ram-geheugen, UART, I²C en SPI) en de krachtigere ATmega-serie die in de meeste Arduino-bordjes zit.

Een familie die zowel bij hobbyisten als industriële ontwikkelaars populair is, zijn de PIC-microcontrollers, die al sinds 1976 meegaan. Hun populariteit is te danken aan hun lage kostprijs, brede beschikbaarheid en heel wat bestaande code.

Een andere populaire low-end microcontroller in de industrie is de 8051. Oorspronkelijk werd deze in 1980 door Intel ontwikkeld onder de naam MCS-51. In 2007 is Intel met de productie gestopt, maar tientallen andere chipfabrikanten produceren nog altijd hun eigen klonen van de 8051, vaak met een snellere klok en extra functies. Ze worden gebruikt in auto’s, meetsystemen, transceivers voor bluetooth, Zigbee en andere draadloze protocollen, in usb-sticks enzovoort.

©PXimport

Als je naar de krachtigere microcontrollers gaat, kom je bij 32- en 64bit-families uit. De laatste jaren hebben vooral de Xtensa-processors van Tensilica (in 2013 overgekocht door Cadence) een flinke opmars gemaakt. Het zijn immers de processors in de ESP8266- en ESP32-microcontrollers van het Chinese Espressif. Deze zijn populair bij hobbyisten door hun geïntegreerde wifi en (voor de ESP32) bluetooth, en omdat ze eenvoudig te programmeren zijn in de Arduino IDE of via frameworks als ESPHome. De bordjes gebouwd rond de microcontrollers van Espressif zijn dan ook populair voor doe-het-zelf-domotica.

Tot de krachtigste en flexibelste microcontrollers behoren die gebouwd rond de ARM-architectuur. De high-end versies daarvan vind je in je smartphone en ook in computerbordjes zoals een Raspberry Pi, al spreken we dan meer van een SoC. 

ARM kent veel subfamilies, maar voor de klassieke microcontrollertoepassingen zijn vooral de ARM Cortex-M-processors (32 bit) gebruikt. Die vind je bijvoorbeeld in de AT SAM-serie van Atmel die in de krachtigere Arduino-bordjes zitten, in de populaire STM32-familie van STMicroelectronics, en in de nRF-serie van Nordic Semiconductor voor draadloze toepassingen, zoals bluetooth en thread.

Ontwikkelbordjes

Voor industriële toepassingen wordt een printplaat op maat ontworpen, waarop een microcontroller staat. Maar wie zelf aan de slag wil met een microcontroller, heeft een ontwikkelbordje nodig. Dat geeft eenvoudig toegang tot de pinnen van de microcontroller via standaard pinheaders en voegt zaken zoals een spanningsregelaar en usb-naar-UART-omzetter toe, zodat je het bordje eenvoudig op je pc kunt aansluiten.

Voor elke microcontrollerfamilie bestaan er wel ontwikkelbordjes in allerlei vormen en groottes. Voor de AVR-familie zijn de Arduino-bordjes populair. Sommige daarvan, zoals de Arduino Nano, prik je op een breadboard, maar de meeste komen in een groter formaat met vrouwelijke pinheaders waarin je jumperwires steekt. 

Voor de Espressif-microcontrollers is het kleinere formaat dat je op een breadboard prikt alomtegenwoordig. Voor de nRF-serie heeft Nordic Semicondictor grote ontwikkelborden, maar ook versies in de vorm van een stick die je in de usb-poort van je pc schuift. Ook de BBC micro:bit en micro:bit v2 zijn leuke ontwikkelbordjes voor de nRF-microcontrollers.

©PXimport

Microcontroller programmeren

Kijken we tot slot nog even naar hoe het programmeren van een microcontroller werkt. Als je gewend bent om voor een pc of een computerbordje zoals een Raspberry Pi te programmeren, krijg je zeker een cultuurschok wanneer je voor het eerst een microcontroller programmeert. Doorgaans draait er immers geen besturingssysteem op een microcontroller. Er draait slechts één programma op: wat jij schrijft. 

Dat programma schrijf je in het ingebouwde flash-geheugen. Als je de stroom uitschakelt en weer inschakelt, begint de microcontroller het programma onmiddellijk uit te voeren. Dat maakt een microcontroller betrouwbaarder in werking dan een processorbordje zoals een Raspberry Pi.

De best ondersteunde programmeertalen op microcontrollers zijn C of C++, maar die zijn niet het toegankelijkst. Het Arduino-ecosysteem lost dat op door een standaardbibliotheek en allerlei uitbreidingen aan te bieden. Die vormen een laag bovenop het onderliggende C++. 

Andere oplossingen zijn MicroPython en CircuitPython die een afgeslankte versie van Python op microcontrollers aanbieden, en Espruino dat het mogelijk maakt om JavaScript op een microcontroller te gebruiken. Voor industriële toepassingen gebruik je eerder een realtime besturingssysteem zoals Zephyr, dat je in C programmeert.

Ontwikkelomgevingen

Om het proces van code programmeren en de firmware naar je microcontroller flashen te vereenvoudigen, bestaan er allerlei ontwikkelomgevingen. Die tonen bijvoorbeeld fouten in je code, compileren met één druk op een knop je code tot machinecode in de instructieset van de processor, en flashen de firmware naar je ontwikkelbordje. 

Programmeer je een Arduino-bordje, dan doe je dat doorgaans in de Arduino IDE (wat staat voor integrated development environment). Maar dankzij de ondersteuning van andere bordjes kun je met de Arduino IDE ook ESP8266- of ESP32-bordjes programmeren.

Ook populair is PlatformIO, een opensource-plug-in die van Microsofts ontwikkelomgeving Visual Studio Code een ontwikkelomgeving voor microcontrollers maakt. Het voordeel van PlatformIO is dat je met één ontwikkelomgeving voor diverse platforms en frameworks voor microcontrollers kunt ontwikkelen, inclusief Arduino, Espressifs framework en Zephyr. 

Visual Studio Code is bovendien ook bruikbaar om voor een Raspberry Pi of je pc te programmeren. Op deze manier verenig je dus al je programmeerprojecten in één omgeving.

▼ Volgende artikel
Alles over The Witcher 4 - Releasedatum, het verhaal en een nieuwe trilogie
Huis

Alles over The Witcher 4 - Releasedatum, het verhaal en een nieuwe trilogie

Het was de grote verrassing van The Game Awards in 2024: CD Projekt Red keert na Cyberpunk 2077 terug naar de Witcher-franchise met een vierde deel. Als vervolg op het grandioze The Witcher 3: Wild Hunt heeft de ontwikkelaar grote - en eigen - schoenen te vullen, dus de ontwikkeling kan nog wel even duren. In dit artikel houden we je op de hoogte over alles rondom The Witcher 4.

Dit overzicht is bijgewerkt op 19 januari .

Releasedatum en platforms

CD Projekt Red heeft nog geen releasedatum voor The Witcher 4 bekendgemaakt, al is er reden om te geloven dat het spel in 2027 of later in de winkels moet liggen.

Tijdens de aankondiging op The Game Awards werd al bekendgemaakt dat de game 'in 2026 of later' zou uitkomen, en bij het onthullen van de fiscale cijfers in 2025 heeft CDPR definitief wereldkundig gemaakt dat The Witcher 4 niet in 2026 uitkomt. Volgens Chief Financial Officer Piotr Nielubowicz is de game in het najaar van 2024 volledig in productie gegaan.

Watch on YouTube

Daarentegen nam Eurogamer in 2024 - voor de onthulling van het spel - een uitgebreid interview af met verschillende ontwikkelaars bij CDPR, waarin onder andere duidelijk werd dat het bedrijf probeert hun nieuwe games binnen twee jaar na onthulling uit te brengen. In het geval van The Witcher 4 zou deze regel een release in december 2026 betekenen, maar het lijkt er dus eerder op dat we de game later in 2027 in handen krijgen.

Cyberpunk 2077-launch zorgde voor verandering

CD Projekt Red heeft in een interview met Digital Foundry aangegeven dat de consoleversies van The Witcher 4 leidend zijn bij de ontwikkeling. De game moet op 60 fps draaien op de PlayStation 5 en Xbox Series X en S. Het is een verandering voor de ontwikkelaar, die zijn games normaliter ontwikkelt met voornamelijk een pc-publiek in het achterhoofd. De aanname is dat dit besluit is voortgekomen uit de desastreuze launch van Cyberpunk 2077, waarbij de game voor velen bijna onspeelbaar was op consoles en zelfs pc-spelers problemen ervoeren.

CDPR is zich ervan bewust dat deze problemen nog in het achterhoofd van spelers hangen, en zegt alles op alles te zetten om te zorgen dat dit niet nog een keer gebeurt. Dat lieten de regisseur van The Witcher 4, Sebastian Kalemba, en executive producer Małgorzata Mitręga weten aan IGN. "Allereerst: let it cook," zegt Kalemba, doelend op het niet overhaast uitbrengen van de game. "Ten tweede is de manier waarop we games produceren inmiddels veranderd, op een erg goede manier. We definiëren heel bewust de verschillende stadia van ontwikkeling. Zo zorgen we dat de fundering eerst in orde is."

Dat leidt volgens Kalemba nu al tot merkbare verbeteringen ten opzichte van de Cyberpunk 2077-ontwikkeling: "Het helpt ons met het feit dat alles dat we creëren enorm goed samenhangt met de rest van het spel. Daardoor hebben we het gevoel dat we meer controle hebben over een enorm complexe omgeving. En het geeft iedereen ook meer zelfvertrouwen over de gameontwikkeling op een dagelijkse basis."

Verhaal en de wereld van The Witcher 4

Op het moment is er nog zeer weinig bekend over het verhaal van de nieuwe game, maar we weten wel dat we in dit deel Ciri - ofwel Cirilla Fiona Elen Riannon - onder de knoppen krijgen. In The Witcher 3: Wild Hunt was Geralt of Rivia het hoofdpersonage, al waren er ook secties waarin Ciri speelbaar was. In dit nieuwe deel is de 'Child of the Elder Blood' daarentegen de hoofdpersoon, al heeft ze een nieuwe stemactrice. Ciri werd in de vorige game namelijk ingesproken door Jo Wyatt, maar in dit nieuwe deel neemt Ciara Berkeley de rol op zich.

Ciri is een ontzettend belangrijk personage in de Witcher-reeks. Naast dat ze de prinses van het koninkrijk Cintra is, beschikt ze ook over magische krachten dankzij het zogenaamde 'Elder Blood' dat door haar aderen pompt. De boekenreeks waarin de Witcher-franchise is ontstaan toont in detail hoe de band tussen Geralt en Ciri ontstaat en evolueert, terwijl het jonge meisje continu achterna wordt gezeten door krijgers, tovenaars en een keizer. In The Witcher 3: Wild Hunt speelt ze ook een grote rol, omdat de Wild Hunt uit de titel – een bovennatuurlijke groep krijgers – achter haar aan zit.

De implicatie van The Witcher 4 is vrij duidelijk: Ciri is in een Witcher. De onthullingstrailer laat vrij 'standaard' bezigheden voor de monsterjagers zien, waarin Ciri op een monster jaagt en juist mensen haar verraden. Hoewel specifieke details rondom het verhaal ontbreken, kunnen we vanuit de beelden wel het een en ander opmaken over de nieuwe status quo.

Watch on YouTube

Verschillende eindes van The Witcher 3 en magische krachten

Dat Ciri een Witcher is, is bijvoorbeeld opvallend. Er zijn verschillende scenario's mogelijk in The Witcher 3: Wild Hunt op basis van de keuzes die je maakt, waaronder één waar Ciri inderdaad door het leven gaat als een monsterjager. Ook is het mogelijk dat ze de koningin van Nilfgaard wordt, of ze kan op pad gaan met de Wild Hunt. Volgens regisseur Sebastian Kalemba moet geen van deze eindes botsen met het verhaal in The Witcher 4, dus het maakt niet uit welk einde je in jouw playthrough hebt behaald.

Desalniettemin zijn de magische krachten die Ciri gebruikt in de eerste trailer opvallend. Witchers beschikken weliswaar over een sterker metabolisme, snellere reflexen en een paar simpele magische spreuken - in de vorm van Signs - maar Ciri lijkt nóg sterkere magie te hebben. In The Witcher 3 had zij al magische krachten, maar dat was nog voordat Ciri een volwaardige Witcher was. Volgens executive producer Małgorzata Mitręga gaat het spel uiteindelijk duidelijkheid scheppen over haar krachten.

School of the Lynx

In de Witcher-games is er sprake van verschillende 'scholen' waar de monsterjagers worden opgeleid en muteren. Zo valt Geralt of Rivia bijvoorbeeld onder de Wolf-school, maar zijn er ook Witchers uit de Cat-, Bear- en Griffin-school te vinden. In The Witcher 4 wordt hier een nieuwe school aan toegevoegd: de School of the Lynx. In de beelden is namelijk te zien dat Ciri een Witcher-medaillon van een Lynx draagt, wat herbevestigd wordt in de CD Projekt Red Store, waar de Lynx-ketting te koop is. Hoe deze school is ontstaan is niet duidelijk, maar het is mogelijk dat Ciri hem zelf heeft opgericht.

Nieuwe regio en grootte van de spelwereld

Ook is inmiddels bekend dat je in The Witcher 4 de regio Kovir kunt verkennen. Een Unreal Engine 5-techdemo laat deze locatie uit de Witcher-boeken namelijk zien. Het is voor het eerst dat we in een Witcher-game deze locatie kunnen bezoeken. Kovir is een bergachtig gebied dat hier en daar voorkomt in de Witcher-boeken, en bekendstaat om glashandel. Uit de demo blijkt dat er daarbij ook een heus smokkelwereldje in de regio schuilt, en dat er monsters zoals manticores ronddwalen. Genoeg voor een Witcher om de tanden in te zetten, dus.

Diezelfde techdemo onthult ook dat Ciri beschikt over een paard om mee rond te rijden, Kelpie genaamd. Je gaat het paard ook nodig hebben, aangezien de game minstens net zo groot wordt als The Witcher 3: Wild Hunt - een game die al honderd uur aan content biedt voor spelers die alles willen voltooien. Zowel qua oppervlakte en hoeveelheid quests moet dit nieuwe deel vergelijkbaar zijn met diens voorganger. Maar CDPR heeft ook ambitie, zo vertelde Sebastian Kalemba in een interview met SkillUp.

"De kaart is vergelijkbaar qua grootte, net als de hoeveelheid missies. Nogmaals: het spel wordt groot. Maar we hebben ook veel ambitie, dus het allerbelangrijkste is dat we een enorm boeiende ervaring willen leveren. Kwaliteit boven kwantiteit. Maar we kunnen beloven dat dit spel behoorlijk groot wordt. Het wordt groot vergeleken met al het andere wat we tot nu toe hebben gedaan."

Eerder vertelden andere ontwikkelaars bij CD Projekt Red echter dat The Witcher 4 'groter en beter' moet worden dan hun vorige werk, al is het ook mogelijk dat daarmee niet de fysieke grootte van de kaart wordt bedoeld. De studio lijkt namelijk ook sterk in te zetten op immersie en de geloofwaardigheid van de wereld, blijkt uit een interview met Gamertag Radio.

"We hebben de regel om elke NPC (in The Witcher 4) eruit te laten zien alsof ze een leven hebben, met een eigen verhaal." Volgens Kalemba wordt dit ondersteund door het verhaal in de onthullingstrailer, waarin inwoners van een dorp geloven dat er een god in het bos woont. Eigenlijk is dit een monster, waar de dorpelingen al jaren jonge meisjes aan offeren.

"We willen de kwaliteit van NPC's echt zoveel mogelijk vooruit stuwen. Hun uiterlijk, hun gedrag, de gezichtsanimaties. We willen er een nog meeslependere ervaring van maken dan wat we gewend zijn. We willen grenzen verleggen."

Waar is Geralt?

Het einde van The Witcher 3: Blood and Wine - de tweede uitbreiding van het spel - deed een aardige strik om het verhaal van Geralt of Rivia, dus dat we in dit nieuwe deel als Ciri spelen is weinig verrassend. Maar Geralt is voor velen toch synoniem aan de Witcher-reeks, en er zijn dus veel vragen rondom zijn aanwezigheid in The Witcher 4. CDPR heeft in ieder geval aangegeven dat de White Wolf een rol speelt in de nieuwe game, wat ook al te herleiden was uit de aankondiging op The Game Awards, waar de trailer werd opgevolgd door stemacteur Dough Cockle die zegt: "Tijd voor een nieuwe saga. Zie je op het Pad". Wat Geralts rol in de game precies gaat worden, is vooralsnog onbekend.

Gameplay in The Witcher 4

Over de gameplay van The Witcher 4 is momenteel nog weinig te zeggen. De onthullingstrailer was een geregisseerd filmpje, en hoewel CD Projekt Red samen met Epic Games een Unreal Engine 5-techdemo heeft uitgebracht, representeren die beelden niet het eindproduct - daarover later meer.

In ieder geval is duidelijk dat The Witcher 4 net als zijn voorganger een openwereld-RPG wordt, waarin verschillende quests te ondernemen zijn. Daaronder valt onder andere het jagen op en verslaan van monsters en menselijke vijanden, terwijl spelers keuzes maken die de voortgang van die quests en de overkoepelende verhaallijn beïnvloeden.

Ciri als Witcher

Wat gameplay betreft moet The Witcher 4 spelers meer vrijheid geven, zoals Cyberpunk 2077 toegang geeft tot uiteenlopende builds. Hoewel je in The Witcher 3 vooral met een zwaard wappert, is dit verder in te vullen door onder andere te focussen op het gebruik van signs (magische vaardigheden), alchemie voor extra status-effecten of speciale aanvallen. Het zal ons benieuwen hoe dit systeem er voor Ciri uit gaat zien.

Verhaalsgewijs biedt de verandering naar Ciri als hoofdpersonage ook mogelijkheden, zo geeft de regisseur van het spel aan. Spelers krijgen zo meer controle over hoe zij haar willen definiëren, gezien ze ook een stuk jonger is dan Geralt. "Ze staat op het punt de Witcher te worden. (...) Ze gaat op haar eigen manier om met monsters, missies en avonturen. Het geeft ons ook meer ruimte om andere verhalen te vertellen."

Daarbij hoort volgens Kalemba ook de mogelijkheid om betekenisvolle (romantische) relaties op te bouwen met personages in het spel, net zoals dat in The Witcher 3 bijvoorbeeld kon met tovenaressen Yennefer of Vengerberg en Triss Merigold.

"Het maakt onderdeel uit van hoe we spellen ontwikkelen. Het maakt ook onderdeel uit van de menselijke natuur. Het is doodnormaal. Zonder dat zouden we niet het volledige verhaal kunnen vertellen. We willen er veel tijd aan besteden en het enorm boeiend en erg betekenisvol maken. Het wordt geen romantiek alleen maar om romantiek in de game te hebben. Daar doen we niet aan bij CD Projekt Red."

Unreal Engine 5

Met de aankondiging van The Witcher 4 werd ook bekendgemaakt dat de ontwikkeling van het spel niet met de in-house RED Engine van CD Projekt Red gebeurt. In plaats daarvan gebruikt de studio nu Unreal Engine 5, waarvan de technische capaciteiten getoond werden met de eerder getoonde techdemo.

De beelden zijn dus niet representatief van hoe het spel er uiteindelijk uit gaat zien en hoe het speelt, maar moeten een indruk geven van wat er mogelijk is met de technologie. Een woordvoerder van CDPR zei er het volgende over:

"Het is belangrijk om in het achterhoofd te houden dat deze techdemo niet bedoeld is als representatie van The Witcher 4 - het is een tentoonstelling van de gereedschappen die we samen met Epic Games ontwikkelen. Dat betekent dat specifieke graphics, zoals de modellen van personages en omgevingen, anders kunnen zijn in The Witcher 4."

In ieder geval representeert de tech demo de kwaliteit waar CDPR op mikt, al is het nog te vroeg om te zeggen welke hardwarespecificaties hiervoor nodig zijn.

Levendige spelwereld

Naast het feit dat de Unreal-demo er bloedmooi uitziet, wordt er veel aandacht besteed aan het natuurlijke gedrag van de NPC's, wat aansluit bij wat de ontwikkelaar vertelde over immersie. Zoals je bij het stuk over het verhaal en de wereld hierboven al kon lezen zei de regisseur van het spel: "We willen de kwaliteit van NPC's echt zoveel mogelijk vooruit stuwen. Hun uiterlijk, hun gedrag, de gezichtsanimaties. We willen er een nog meeslependere ervaring van maken dan wat we gewend zijn. We willen grenzen verleggen."

Het begin van een trilogie

CD Projekt Red kondigde in 2022 aan dat The Witcher 4 (dat in 2022 alleen nog bekendstond als Project Polaris) het begin vormt van een nieuwe Witcher-trilogie. Verdere informatie over de invulling van deze trilogie is er niet, maar de eerste game is dan ook nog altijd niet uitgekomen.

Meer Witcher-games

Met die aankondiging van een trilogie bracht CDPR ook direct naar buiten dat er aan meer projecten werd gewerkt. Naast het vervolg op Cyberpunk 2077 - werknaam Orion - onthulde het bedrijf twee Witcher-titels. Helaas is één daarvan inmiddels geannuleerd: Drake Hollow-ontwikkelaar The Molasses Flood werkte aan een Witcher-game met multiplayer-elementen, maar die gaat het daglicht helaas niet zien.

Dan is er wel nog Project Canis Majoris, wat een remake is van het eerste Witcher-spel. De ontwikkeling daarvan wordt uitgevoerd door Fool's Theory, bekend van hun gameThe Thaumaturge en als ondersteunende studio voor onder andere Baldur’s Gate 3. De status van dit project is onbekend, maar er gaan geruchten dat de ontwikkelaar de laatste jaren de focus heeft verschoven naar een nieuwe uitbreiding voor The Witcher 3: Wild Hunt.

Het Poolse platform Strefa Inwestorów heeft namelijk van een aantal bronnen vernomen dat het bedrijf werkt aan een nieuwe DLC om de 'marketing' voor The Witcher 4 af te trappen en de tijdsperiode tussen de games te overbruggen. Het is dus mogelijk dat we in de uitbreiding dus ook als Ciri spelen, gezien het verhaal van Geralt volgens velen prachtig werd afgesloten in Blood and Wine - de tweede uitbreiding van The Witcher 3.

Borys Nieśpielak, een van de mensen die dit gerucht in de wereld heeft geholpen, had een maand later contact met Eurogamer. Hij vertelde nog altijd achter het gerucht te staan, en verwijst naar een specifieke zin van de ceo van CD Projekt Red bij het bekendmaken van de kwartaalcijfers:

"Gezien de huidige geboekte progressie is er een mogelijkheid dat nieuwe content waar recentelijk naar gehint is komend jaar uitkomt en een impact heeft op onze financiële resultaten."

Het klinkt absurd: een nieuwe The Witcher 3-uitbreiding, elf jaar na release. Neem dit gerucht dus uiteraard met een korreltje zout, ook al kunnen we het niet geheel negeren.

Meer van The Witcher

Met de gigantische populariteit van de Witcher-games weten nieuwkomers of minder ingelezen fans soms niet dat de franchise veel verder gaat dan steengoede RPG's. Hieronder vind je een paar tips om je verder te verdiepen in de wereld van The Witcher.

De boeken en comics

Net als veel welbekende fantasy-epieken ligt de oorsprong van The Witcher in boeken, en dan zowel in de korte verhalen en romans van Poolse schrijver Andrzej Sapkowski. Zijn saga neemt zes romans en twee bundels met korte verhalen in beslag waarvan die bundels zich voor het grote overkoepelende verhaal van de overige boeken afspelen. De volgorde van de boeken is als volgt:

-       The Witcher: Crossroads of Ravens

-       The Witcher: The Last Wish

-       The Witcher: Sword of Destiny

-       The Witcher: The Blood of Elves

-       The Witcher: Time of Contempt

-       The Witcher: Baptism of Fire

-       The Witcher: The Tower of the Swallows

-       The Witcher: The Lady of the Lake

-       The Witcher: Season of Storms

Het laatste boek in bovenstaande lijst, Season of Storms, is overigens een roman die zich afspeelt tussen de korte verhalen in The Last Wish, maar daarna pas uitkwam. Daarbij heeft Sapkowski in 2025 een nieuwe Witcher-roman uitgebracht: Crossroads of Ravens. Dit verhaal volgt een jonge Geralt of Rivia, die pas net zijn opleiding als Witcher heeft voltooid en vrij naïef de wijde wereld ingaat.

Daarbij heeft uitgever Dark Horse een fikse collectie Witcher-comics uitgebracht, waaronder ook adaptaties van Andrzej Sapkowski's korte verhalen. Sommige comics vertellen daarbij unieke verhalen met Geralt of andere - nieuwe - personages. The Witcher: Ronin heeft sterke Oosterse invloeden, en een verhaal als The Witcher: The Bear and the Butterflyvertelt een klassiek Witcher-verhaal waarin Geralt in een dorpje onderzoek doet naar een monster.

Overigens maakt CD Projekt Red met zijn games geen adaptaties van Sapkowski's verhalen. De games spelen zich in principe af na de gebeurtenissen van de boeken , maar Sapkowski hoeft het verhaal van de studio ook niet in acht te nemen als hij eventueel een boek in dat tijdperk wil schrijven.

The Witcher op Netflix

We gingen er met relatief goede moed in, maar het tijdperk van The Witcher op Netflix ging vrij snel bergafwaarts. In 2019 kwam het eerste seizoen van de serie uit, met Superman-acteur Henry Cavill als Geralt of Rivia. Dat seizoen was een adaptatie van verschillende gebeurtenissen in The Last Wish en Sword of Destiny, en werd ondanks wat klachten over Geralts karakterisatie en verwarring door het continu springen tussen tijdlijnen redelijk goed ontvangen.

In de seizoenen die daarop volgden steeg de onvrede met de serie en de karakterisatie van Geralt, die in de serie veel meer stoïcijns is dan in het bronmateriaal. Ook werden sleutelmomenten uit de romans maar losjes of helemaal niet overgeheveld naar de serie, wat bij fans in het verkeerde keelgat schoot. Na het derde seizoen werd bekendgemaakt dat in de laatste twee seizoenen van de serie Cavill niet langer zou doorgaan als Geralt. In seizoen 4 en 5 wordt de monsterjager nu dus gespeeld door Liam Hemsworth. Het laatste seizoen van The Witcher moet ergens in 2026 uitkomen.

Daarbij heeft Netflix twee geanimeerde films geproduceerd die zich in de wereld van The Witcher afspelen. Allereerst The Witcher: Nightmare of the Wolf, die het verhaal van de Witcher Vesemir vertelt, en onthult waarom er nog maar weinig Witchers over zijn op het Continent. Later kwam ook The Witcher: Sirens of the Deep uit, een adaptatie van het verhaal A Little Sacrifice uit The Sword of Destiny. De troubadour Jaskier en Geralt hebben daarin geen cent te makken, maar raken verwikkeld in een conflict tussen mensen en Meermensen met een Little Mermaid-sausje. Ook leuk: Geralt wordt in deze film ingesproken door Doug Cockle - de stemacteur van Geralt in The Witcher 3: Wild Hunt.

Thronebreaker: The Witcher Tales

Naast de genummerde Witcher-games is er ook een spin-off uitgebracht door CD Projekt Red, dat ook fungeert als een soort standalone-versie van het kaartspelGwent. Menig Witcher 3-speler is verknocht geraakt aan dit spel, en Thronebreaker is in grote lijnen een versie van Gwent waarin je daadwerkelijk een leger aanvoert.

Waar velen vooral mee weglopen na het spelen van Thronebreaker is echter het verhaal. Dat speelt zich af tijdens de gebeurtenissen van de Witcher-boeken, waarin spelers de controle krijgen over Queen Meve - de leider van Rivia Lyria. Keuzes staan ook weer centraal, dus als je The Witcher 3: Wild Hunt inmiddels wel gezien hebt en niet kunt wachten op The Witcher 4, is deze game een meer dan prima tussendoortje.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Waar voor je geld: 5 smartphones met 1 TB opslag
© MG | ID.nl
Huis

Waar voor je geld: 5 smartphones met 1 TB opslag

In de rubriek Waar voor je geld gaan we een paar keer per week voor je op zoek naar producten die voor een mooie prijs op Kieskeurig.nl te koop zijn, of die bijzondere eigenschappen hebben. Dit keer: vijf smartphones met royale opslag voor al je foto's, video's, e-mails en documenten.

Hoe meer we met onze smartphones doen, des te meer ruimte we nodig hebben om alles op te slaan. Wat te denken van al je (vakantie)foto's, gemaakte video's in 4K-kwaliteit of belangrijke e-mails? We gebruiken onze telefoon voor van alles, maar de opslagruimte is vaak beperkt. Met deze vijf smartphones hoef je je daar de komende tijd in ieder geval niet meer druk over te maken.

Motorola Edge 50 Ultra

De Motorola Edge 50 Ultra heeft een opslagcapaciteit van 1 TB en draait op Android. Met een 6,67‑inch OLED‑scherm en 5G‑ondersteuning biedt deze smartphone een ruime weergave en snelle verbindingen. Deze telefoon werd in 2024 geïntroduceerd en is nog volop verkrijgbaar . De 50 MP hoofdcamera is onderdeel van een drievoudige camerasetup, waardoor je foto’s met verschillende brandpunten kunt maken. Aan de voorkant bevindt zich een 50 MP selfiecamera, ondersteund door een flitser voor extra licht.

De accu heeft een capaciteit van 4 500 mAh en is niet verwisselbaar. Deze smartphone is geschikt voor 5G‑netwerken en heeft natuurlijk ook gps, wifi en Bluetooth voor connectiviteit. Aan de binnenkant combineert Motorola een krachtige chipset met voldoende RAM om apps soepel te laten draaien.

Energy Label B

Schermgrootte: 6,7 inch
Werkgeheugen: 16 GB
Energielabel: B
Gewicht: 197 gram
Opslag uitbreidbaar: Nee

Xiaomi 14T Pro 5G 

De Xiaomi 14T Pro 5G is een Android‑telefoon met 12 GB werkgeheugen en natuurlijk 1 TB opslagruimte. Het 6,67‑inch AMOLED‑scherm biedt een heldere weergave en ondersteunt een hoge resolutie, terwijl 5G connectiviteit zorgt voor de vlotte dataoverdracht. De accu van 5 000 mAh zorgt daarnaast voor een flinke gebruiksduur.

Aan de achterkant zit een 50 MP hoofdcamera, en aan de voorkant een enkele selfiecamera. Dankzij de moderne processor en het ruime werkgeheugen kun je meerdere apps zonder haperingen gebruiken.

Energy Label F

Schermgrootte: 6,67 inch
Werkgeheugen: 12 GB
Energielabel: F
Gewicht: 209 g
Opslag uitbreidbaar: NEE

Samsung Galaxy S25 Ultra

Deze Samsung Galaxy S25 Ultra richt zich op gebruikers die op zoek zijn naar een krachtig topmodel met 1 TB opslagcapaciteit. Het toestel heeft een 6,8‑inch AMOLED‑scherm en ondersteunt 5G. Binnenin zorgt een moderne chipset in combinatie met 16 GB RAM voor snelle prestaties, terwijl 1 TB opslag ruimte biedt voor veel foto’s, video’s en apps. De smartphone beschikt over een quad‑camera met een 200 MP hoofdsensor, waarmee je veel details vastlegt.

De accu van 5 000 mAh is niet verwisselbaar maar ondersteunt snelle laadtechnieken. Samsung levert Android 15 met langdurige softwareondersteuning. Dankzij IP68‑certificering is het toestel water‑ en stofbestendig. Voor connectiviteit ontbreken Bluetooth 5.4, wifi en gps uiteraard niet.

Energy Label B

Schermgrootte: 6,9 inch
Werkgeheugen: 12 GB
Energielabel: B
Gewicht: 218 g
Opslag uitbreidbaar: NEE

Apple iPhone 15 Pro Max

De iPhone 15 Pro Max is Apple’s high‑end toestel uit 2023 maar kan nog steeds prima meekomen. Het toestel beschikt over een 6,7‑inch OLED‑scherm. Onder de motorkap zorgt Apple’s eigen chip voor snelle prestaties en energie‑efficiëntie. De smartphone ondersteunt 5G en is uitgerust met een driedubbele camera met 48 MP hoofdsensor, waarmee je foto’s en video’s in hoge resolutie maakt.

De titanium behuizing zorgt voor stevigheid zonder dat het toestel te zwaar wordt. Met 1 TB opslagruimte heb je voldoende plek voor video’s, foto’s en grote apps.

Energy Label B

Schermgrootte: 6,7 inch
Werkgeheugen: 8 GB
Energielabel: B
Gewicht: 221 g
Opslag uitbreidbaar: NEE

Apple iPhone 16 Pro

De iPhone 16 Pro is een 2024‑model van Apple dat 1 TB opslagruimte biedt. Het is een handzaam 6‑inch model en dankzij Apple’s eigen processor en 16 GB RAM draait het iOS-besturingssysteem soepel, en geeft de interne opslag van 1 TB veel ruimte voor video’s, foto’s en apps. De drievoudige camerasetup omvat een 48 MP hoofdcamera; voor selfies is er een 12 MP camera.

De iPhone 16 Pro biedt functies zoals Face ID, draadloos laden en uitgebreide AR‑mogelijkheden dankzij de krachtige chip. De behuizing is water‑ en stofbestendig (IP68) en gemaakt van aluminium en glas.

Energy Label B

Schermgrootte: 6,3 inch
Werkgeheugen: 8 GB
Energielabel: B
Gewicht : 199 g
Opslag uitbreidbaar: NEE