ID.nl logo
Welke microcontrollers bestaan er en waar zijn ze goed voor?
© https://ethereumcode.io/
Huis

Welke microcontrollers bestaan er en waar zijn ze goed voor?

Ze zitten in je auto, in je magnetron, in je wasmachine, maar ook in je pc, en ze vormen het hart van de Arduino- en ESP32-ontwikkelbordjes: microcontrollers. Onzichtbaar op de achtergrond wordt bijna ons hele leven erdoor draaiende gehouden. Welke microcontrollers bestaan er en hoe werken ze precies?

Als je een maaltijd in je magnetron zet, kies je de juiste tijd en instellingen en zet je hem aan. Aan het einde zegt je magnetron ‘ping!’ en is je maaltijd opgewarmd.

Heb je je al eens afgevraagd hoe dat werkt? Eigenlijk zit er in je magnetron een hele (kleine) computer die een programmaatje afwerkt dat enerzijds reageert op de knoppen en anderzijds, als je dat hebt, op het lcd-scherm. Ook stuurt de computer de elektronenbuis aan die de maaltijd met microgolven verwarmt. Die kleine computer is een microcontroller. Je hebt er waarschijnlijk tientallen in huis.

Een microcontroller is een chip die eigenlijk een hele computer in één pakket behuist. Daarin zitten een processor, geheugen (ram en rom) en allerlei poorten naar de buitenwereld. Terwijl je bij een gemiddelde processor voor je desktopcomputer dus nog een heel moederbord, ram-geheugen en storage nodig hebt om er iets nuttigs mee te doen, heb je bij een microcontroller slechts een beperkt aantal externe componenten nodig. Wat weerstanden en condensatoren zijn doorgaans voldoende voor een werkende microcontroller-opstelling.

Die verregaande integratie in een microcontroller is mogelijk omdat dit geen chip is voor flexibele apparaten, zoals pc’s. Microcontrollers zijn ontworpen om specifieke toepassingen uit te voeren, zoals in een magnetron, een pinautomaat, een wasmachine of een pacemaker. Een laag stroomverbruik en een lage kostprijs zijn voor die toepassingen belangrijk.

Lage prestaties met hoge impact

Low-end microcontrollers hebben dan ook een processorsnelheid van maar enkele MHz en slechts enkele kilobytes ram-geheugen. Kijk bijvoorbeeld naar de Arduino Uno, een populair ontwikkelbordje om mee te experimenteren. De microcontroller op dat bordje is de AVR ATmega328P. Die werkt op een kloksnelheid van 16 MHz, heeft 2 KB sram, 1 KB eeprom en 32 KB flashgeheugen.

Vergeleken met de gigahertzen, gigabytes en terabytes die we op onze pc’s gewend zijn, lijken die specificaties ondermaats. Maar toch kun je hiermee ongelooflijk veel projecten aansturen: muziekinstrumenten, robotautootjes, weerstations, je planten automatisch water geven... Je kunt het zo gek niet bedenken of iemand heeft het al weleens met die kleine ATmega328P gedaan.

Microcontroller of SoC? Waarschijnlijk heb je ook al gehoord van een system-on-a-chip (SoC), wat op het eerste gezicht hetzelfde lijkt: een processor geïntegreerd met andere componenten. De grens tussen wat we als een microcontroller beschouwen en wat als een SoC is nogal vaag. Maar doorgaans is een SoC met een snellere processor uitgerust, heeft die meer ram en bevat hij mogelijk radiochips (wifi en/of mobiel netwerk) of een ingebouwde gpu.  Alle smartphones en tablets zijn dan ook gebouwd rond een SoC, maar ook de Raspberry Pi, apparaten zoals een nas en slimme luidsprekers. Ook de Apple M1 is een SoC: deze integreert een arm-processor, ram, gpu, image-signal-processor, Secure Enclave (een coprocessor voor veilige opslag van sleutels) en controllers voor NVMe en thunderbolt 4.

Pinnetjes

Als je een low-end microcontroller zoals een ATmega328P van een Arduino Uno ziet, is het eerste wat opvalt de pinnetjes die eruit steken. Elk van die pinnetjes heeft een functie. Sommige sluit je aan op een voeding, zodat de chip stroom krijgt, maar de meeste dienen om met de omgeving te communiceren.

Komt de chip in een dip-behuizing, dan kun je die pinnetjes eenvoudigweg in een breadboard prikken. Door dan jumperwires in een gaatje in dezelfde rij als een pin te steken, verbind je het draadje met die pin. Op die manier bouw je eenvoudig elektronische schakelingen op met componenten die met de microcontroller kunnen communiceren.

Een Arduino Uno-bordje is dan eigenlijk gewoon een printplaatje waarop de ATmega328P is geplaatst en alle pinnetjes verbonden zijn met ofwel de headers op het bordje, ofwel met andere componenten van het printplaatje, zoals de spanningsregelaar, statusleds en de resetknop. Je kunt het eigenlijk vergelijken met een moederbord voor een processor: een Arduino Uno maakt een ATmega328P-microcontroller alleen wat handiger om te gebruiken en om andere componenten op aan te sluiten.

©PXimport

De eenvoudigste manier om met een microcontroller te communiceren is wat we GPIO noemen (general-purpose input/output). Elke GPIO-pin kunnen we aansturen door een bit op een specifiek adres in het geheugen van de microcontroller op 1 of 0 te zetten. Schrijven we er 1 naar, dan wordt een spanning van bijvoorbeeld 5 V over de pin gelegd; schrijven we er 0 naar, dan wordt de spanning 0 V.

Als je dan bijvoorbeeld tussen die pin en 0 V een led en een weerstand plaatst, gaat de led aan wanneer je 1 naar de pin schrijft en uit wanneer je er 0 naar schrijft. Bij een 1 vloeit er immers een stroom van 5 V naar 0 V. De weerstand dient om de stroom te beperken tot wat de led aankan.

Ook in de andere richting werkt dat. Als je de GPIO-pin als invoer configureert, zal de microcontroller de spanning die je aan de pin aanlegt (5 V of 0 V) interpreteren als een 1 of 0. Op die manier sluit je een knop aan op de pin. Druk je de knop in, dan maakt die intern een verbinding tussen 5 V en de pin van de microcontroller, waardoor die een 1 registreert. 

Laat je de knop los, dan wordt er doorgaans via een pull-downweerstand voor gezorgd dat de pin verbonden is met 0 V en dus een 0 registreert. Op dezelfde manier sluit je een PIR-sensor voor aanwezigheidsdetectie aan: de pin registreert dan 1 als de sensor iemand waarneemt en anders 0.

Protocols en bussen

Telkens 1 bit in of uit de microcontroller sturen, is voldoende voor eenvoudige toepassingen, maar vaak heb je complexere vormen van communicatie nodig. Daarvoor zijn er allerlei protocollen ontwikkeld. Bijvoorbeeld UART (universal asynchronous receiver-transmitter), een protocol voor seriële communicatie waarbij je bytes in twee richtingen kunt sturen. 

Het protocol beschrijft hoe je de opeenvolgende bits moet sturen. Zo bestaan er UART-modules die je in een usb-poort van je pc kunt steken. Communiceren met de microcontroller doe je dan door de RX-pin van de microcontroller met de TX-pin van de UART-module te verbinden en andersom: RX staat voor receive en TX voor transmit.

Voor communicatie met meerdere componenten, zoals sensoren, externe geheugens en schermen, maak je meestal gebruik van een bus zoals I²C (Inter-Integrated Circuit, uitgevonden door Philips) en SPI (Serial Peripheral Interface). I²C wordt ook wel Two-Wire genoemd, omdat er twee pinnen worden gebruikt: SDA om de seriële data door te sturen en SCL om een kloksignaal te sturen. 

SPI (ook weleens Four-Wire genoemd) heeft vier pinnen: SCLK voor de klok, MOSI voor communicatie van de master (meestal de microcontroller) naar de slave en MISO voor de andere richting, en SS om te selecteren met welke slave de master spreekt. Voor elke slave heb je een extra pin SS nodig. Bij de meeste microcontrollers zijn er specifieke pinnen aanwezig voor UART, I²C en SPI.

©PXimport

Digitaal of analoog

Tot nu toe hebben we het alleen maar over 0 en 1 gehad, digitale gegevens dus. Maar heel wat sensoren geven analoge gegevens door, bijvoorbeeld een temperatuursensor of druksensor waarvan de weerstand varieert met de gemeten waarde. Met een spanningsdeler haal je uit die variabele weerstand een variabele spanning, die dus een analoge voorstelling van de meetwaarde is. 

Gelukkig bestaat er een component die een analoge waarde (bijvoorbeeld een spanning) kan omzetten naar een digitale waarde (bijvoorbeeld een 10bit-getal): de ADC (analoog-digitaalomzetter).

ADC’s bestaan als losse componenten (bijvoorbeeld via I²C of SPI aan te sluiten), maar veel microcontrollers hebben ook zelf een of meer ADC’S ingebouwd. Ook in de andere richting bestaat er een component: de DAC (digitaal-analoogomzetter) zet een digitale waarde (bijvoorbeeld een 10bit-getal) om in een analoge waarde (bijvoorbeeld een spanning van 0 tot de voedingsspanning).

Sommige microcontrollers hebben ook een DAC ingebouwd. Al met al zijn microcontrollers dus de perfecte componenten om de digitale en analoge wereld te verenigen. Een Raspberry Pi bijvoorbeeld heeft geen ADC ingebouwd, terwijl een Arduino-bordje er meerdere heeft.

Microcontroller-behuizingen Dezelfde microcontroller kun je vaak in meerdere types behuizingen kopen. Op breadboards zul je vaak DIP-behuizingen tegenkomen: dual in-line package. De chip zit dan in een rechthoekig blokje met aan twee tegenovergelegen zijden pinnetjes die naar onderen uitsteken. Standaard liggen de pinnetjes 2,54 mm (een tiende inch) van elkaar, waardoor ze op een breadboard passen.  In massaproductie vind je eerder varianten van QFP (quad flat package), waarbij een vierkante behuizing aan elke zijde een rij pinnetjes heeft, met een afstand van 0,4 tot 1 mm, die op de printplaat worden gesoldeerd. Een soortgelijke behuizing is QFN (quad-flat no-leads), waarbij er geen pinnetjes uitsteken maar er onderaan de chip aan de vier zijden rijen kopersporen zijn die rechtstreeks op de banen van de printplaat aansluiten. Deze zijn moeilijk met de hand te solderen.

Microcontrollerfamilies

Net zoals er voor pc’s allerlei processorfamilies bestaan, heb je ook diverse families van microcontrollers. De belangrijkste onderverdeling is op basis van de processorarchitectuur. Populair bij hobbyisten zijn de 8bit-AVR-microcontrollers van Atmel (in 2016 overgenomen door Microchip). Ze zijn onderverdeeld in twee subfamilies: de ATtiny-serie met minder pinnen, geheugen en functies (de basismodellen hebben zelfs geen ram-geheugen, UART, I²C en SPI) en de krachtigere ATmega-serie die in de meeste Arduino-bordjes zit.

Een familie die zowel bij hobbyisten als industriële ontwikkelaars populair is, zijn de PIC-microcontrollers, die al sinds 1976 meegaan. Hun populariteit is te danken aan hun lage kostprijs, brede beschikbaarheid en heel wat bestaande code.

Een andere populaire low-end microcontroller in de industrie is de 8051. Oorspronkelijk werd deze in 1980 door Intel ontwikkeld onder de naam MCS-51. In 2007 is Intel met de productie gestopt, maar tientallen andere chipfabrikanten produceren nog altijd hun eigen klonen van de 8051, vaak met een snellere klok en extra functies. Ze worden gebruikt in auto’s, meetsystemen, transceivers voor bluetooth, Zigbee en andere draadloze protocollen, in usb-sticks enzovoort.

©PXimport

Als je naar de krachtigere microcontrollers gaat, kom je bij 32- en 64bit-families uit. De laatste jaren hebben vooral de Xtensa-processors van Tensilica (in 2013 overgekocht door Cadence) een flinke opmars gemaakt. Het zijn immers de processors in de ESP8266- en ESP32-microcontrollers van het Chinese Espressif. Deze zijn populair bij hobbyisten door hun geïntegreerde wifi en (voor de ESP32) bluetooth, en omdat ze eenvoudig te programmeren zijn in de Arduino IDE of via frameworks als ESPHome. De bordjes gebouwd rond de microcontrollers van Espressif zijn dan ook populair voor doe-het-zelf-domotica.

Tot de krachtigste en flexibelste microcontrollers behoren die gebouwd rond de ARM-architectuur. De high-end versies daarvan vind je in je smartphone en ook in computerbordjes zoals een Raspberry Pi, al spreken we dan meer van een SoC. 

ARM kent veel subfamilies, maar voor de klassieke microcontrollertoepassingen zijn vooral de ARM Cortex-M-processors (32 bit) gebruikt. Die vind je bijvoorbeeld in de AT SAM-serie van Atmel die in de krachtigere Arduino-bordjes zitten, in de populaire STM32-familie van STMicroelectronics, en in de nRF-serie van Nordic Semiconductor voor draadloze toepassingen, zoals bluetooth en thread.

Ontwikkelbordjes

Voor industriële toepassingen wordt een printplaat op maat ontworpen, waarop een microcontroller staat. Maar wie zelf aan de slag wil met een microcontroller, heeft een ontwikkelbordje nodig. Dat geeft eenvoudig toegang tot de pinnen van de microcontroller via standaard pinheaders en voegt zaken zoals een spanningsregelaar en usb-naar-UART-omzetter toe, zodat je het bordje eenvoudig op je pc kunt aansluiten.

Voor elke microcontrollerfamilie bestaan er wel ontwikkelbordjes in allerlei vormen en groottes. Voor de AVR-familie zijn de Arduino-bordjes populair. Sommige daarvan, zoals de Arduino Nano, prik je op een breadboard, maar de meeste komen in een groter formaat met vrouwelijke pinheaders waarin je jumperwires steekt. 

Voor de Espressif-microcontrollers is het kleinere formaat dat je op een breadboard prikt alomtegenwoordig. Voor de nRF-serie heeft Nordic Semicondictor grote ontwikkelborden, maar ook versies in de vorm van een stick die je in de usb-poort van je pc schuift. Ook de BBC micro:bit en micro:bit v2 zijn leuke ontwikkelbordjes voor de nRF-microcontrollers.

©PXimport

Microcontroller programmeren

Kijken we tot slot nog even naar hoe het programmeren van een microcontroller werkt. Als je gewend bent om voor een pc of een computerbordje zoals een Raspberry Pi te programmeren, krijg je zeker een cultuurschok wanneer je voor het eerst een microcontroller programmeert. Doorgaans draait er immers geen besturingssysteem op een microcontroller. Er draait slechts één programma op: wat jij schrijft. 

Dat programma schrijf je in het ingebouwde flash-geheugen. Als je de stroom uitschakelt en weer inschakelt, begint de microcontroller het programma onmiddellijk uit te voeren. Dat maakt een microcontroller betrouwbaarder in werking dan een processorbordje zoals een Raspberry Pi.

De best ondersteunde programmeertalen op microcontrollers zijn C of C++, maar die zijn niet het toegankelijkst. Het Arduino-ecosysteem lost dat op door een standaardbibliotheek en allerlei uitbreidingen aan te bieden. Die vormen een laag bovenop het onderliggende C++. 

Andere oplossingen zijn MicroPython en CircuitPython die een afgeslankte versie van Python op microcontrollers aanbieden, en Espruino dat het mogelijk maakt om JavaScript op een microcontroller te gebruiken. Voor industriële toepassingen gebruik je eerder een realtime besturingssysteem zoals Zephyr, dat je in C programmeert.

Ontwikkelomgevingen

Om het proces van code programmeren en de firmware naar je microcontroller flashen te vereenvoudigen, bestaan er allerlei ontwikkelomgevingen. Die tonen bijvoorbeeld fouten in je code, compileren met één druk op een knop je code tot machinecode in de instructieset van de processor, en flashen de firmware naar je ontwikkelbordje. 

Programmeer je een Arduino-bordje, dan doe je dat doorgaans in de Arduino IDE (wat staat voor integrated development environment). Maar dankzij de ondersteuning van andere bordjes kun je met de Arduino IDE ook ESP8266- of ESP32-bordjes programmeren.

Ook populair is PlatformIO, een opensource-plug-in die van Microsofts ontwikkelomgeving Visual Studio Code een ontwikkelomgeving voor microcontrollers maakt. Het voordeel van PlatformIO is dat je met één ontwikkelomgeving voor diverse platforms en frameworks voor microcontrollers kunt ontwikkelen, inclusief Arduino, Espressifs framework en Zephyr. 

Visual Studio Code is bovendien ook bruikbaar om voor een Raspberry Pi of je pc te programmeren. Op deze manier verenig je dus al je programmeerprojecten in één omgeving.

▼ Volgende artikel
Spatial audio: de zin en onzin van 3D-geluid
© ER | ID.nl
Huis

Spatial audio: de zin en onzin van 3D-geluid

Spatial audio, oftewel ruimtelijke audio, belooft een luisterervaring waarbij het geluid niet alleen van links en rechts komt, maar je volledig omringt. Hoewel de marketingkreten je geregeld om de oren vliegen, is de techniek niet in elke situatie even zinvol. In dit artikel ontdek je wanneer ruimtelijke audio je ervaring verrijkt en wanneer je prima zonder kunt.

Vergeet het statische geluid van je oude vertrouwde stereo-set. Met spatial audio krijgt geluid eindelijk de diepte die het verdient. Dankzij slimme algoritmes die de akoestiek van de echte wereld nabootsen, ontsnapt de audio aan je koptelefoon of soundbar. Geluid beweegt vrij door de kamer, waardoor een helikopter in een film ook echt boven je hoofd lijkt te cirkelen. Het is de overstap van een platte foto naar een hologram, maar dan voor je oren.

Bioscoopervaring thuis

De meest logische toepassing voor spatial audio is zonder twijfel de moderne filmervaring. Wanneer je een blockbuster kijkt die is gemixt in formaten zoals Dolby Atmos, komt de techniek pas echt tot leven. Een helikopter die overvliegt of regen die op een dak klatert, krijgt een verticale dimensie die voorheen onmogelijk was met een standaard hoofdtelefoon of een simpele soundbar.

Voor filmliefhebbers die niet de ruimte hebben voor een volledige surround-installatie met fysieke speakers in het plafond, biedt spatial audio een overtuigend en compact alternatief dat de zogenaamde immersie aanzienlijk vergroot.

Spatial audio in de praktijk

Je komt ruimtelijke audiotechnieken op steeds meer plekken tegen, vaak zonder dat je er specifiek naar hoeft te zoeken. In de filmwereld is Dolby Atmos de absolute standaard, waarbij streamingdiensten zoals Netflix en Disney+ deze techniek inzetten om geluidseffecten via een soundbar dwars door je kamer te laten bewegen.

Muziekliefhebbers vinden soortgelijke ervaringen bij Apple Music en Tidal, waar speciale mixes van bekende albums een breder en dieper geluidsveld bieden dan de originele stereoversie. Ook in de gamingwereld is het inmiddels de norm; Sony gebruikt de Tempest 3D-technologie voor de PlayStation 5 om spelers midden in de actie te plaatsen, terwijl Microsoft met Windows Sonic en Dolby Atmos for Headphones vergelijkbare resultaten behaalt op de Xbox en pc.

©ER | ID.nl

Muziek met een extraatje

Voor muziek is het nut van ruimtelijke audio iets genuanceerder en sterk afhankelijk van de productie. Bij klassieke concerten of live-opnames kan de techniek je het gevoel geven dat je midden in de concertzaal zit, waarbij de akoestiek van de ruimte tastbaar wordt. Ook bij moderne popmuziek die specifiek voor dit formaat is geproduceerd, kunnen artiesten creatiever omgaan met de plaatsing van instrumenten of subtiele geluidseffecten.

Toch blijft voor de purist die zweert bij een eerlijke, ongefilterde weergave van een studio-album de traditionele stereomix vaak de voorkeur genieten, omdat spatial audio de oorspronkelijke balans soms onnatuurlijk kan veranderen.

Gaming en de functionele voorsprong

In de wereld van gaming verschuift de waarde van spatial audio van puur esthetisch naar functioneel. Vooral in competitieve shooters is het horen van de exacte positie van een tegenstander een serieus dingetje. Door gebruik te maken van ruimtelijke audio kun je voetstappen boven, onder of achter je nauwkeurig lokaliseren. Dat geeft niet alleen een intensere spelervaring waarbij je volledig wordt opgeslokt door de spelwereld, maar biedt ook een tactisch voordeel dat met standaard audio simpelweg niet te evenaren is. Hierdoor is de techniek voor fanatieke gamers bijna onmisbaar geworden.

Wanneer kun je het beter uitschakelen?

Ondanks de indrukwekkende demonstraties is spatial audio niet altijd de beste keuze. Voor dagelijks gebruik, zoals het luisteren naar podcasts of het kijken van het journaal, voegt de extra ruimtelijkheid weinig toe en kan het de verstaanbaarheid van stemmen zelfs negatief beïnvloeden. Ook bij oudere opnames die door softwarematige kunstgrepen naar ruimtelijk geluid worden omgezet, ontstaat er vaak een hol en onnatuurlijk resultaat. In dergelijke gevallen is een zuivere stereoweergave nog altijd de meest betrouwbare weg naar een prettige luisterervaring.

Populaire merken voor spatial audio

Verschillende fabrikanten lopen voorop in de adoptie van ruimtelijke audiotechnieken. Apple heeft met de integratie in de AirPods Max en AirPods Pro in combinatie Apple Music de techniek toegankelijk gemaakt voor de massa, terwijl Sony met hun 360 Reality Audio een sterk eigen ecosysteem heeft gebouwd dat vooral schittert bij gaming en specifieke streamingdiensten. Daarnaast is Sonos een dominante speler op het gebied van home-entertainment met soundbars die Dolby Atmos ondersteunen. Bose en Sennheiser zijn eveneens belangrijke namen die met hun geavanceerde algoritmes en hoogwaardige hardware zorgen dat de ruimtelijke beleving ook voor de veeleisende luisteraar geloofwaardig blijft.

▼ Volgende artikel
Personalisatie: zo zet je Android en iOS naar je hand
© MG | ID.nl
Huis

Personalisatie: zo zet je Android en iOS naar je hand

Met het kiezen van een eigen thema, bedieningspanelen en omgeving zet je je Android- of iOS-toestel pas echt naar je hand. Android 16 en iOS/iPadOS 26 bevatten voldoende mogelijkheden voor een gepersonaliseerde omgeving. Hoe je te werk gaat, lees je hier.

In dit artikel kijken we naar Android 16 en iOS 26. Voor Android maken we gebruik van een Samsung-toestel in combinatie met One UI 8. We beginnen met Android, want de meest recente versie beschikt over interessante opties om de omgeving te personaliseren. Verderop lees je over iOS 26.

Ben je wat uitgekeken op de statische achtergronden van je Android-toestel, dan kun je een dynamische achtergrond gebruiken. Open de instellingen en kies Achtergrond en stijl, Achtergronden wijzigen. Blader naar beneden en tik op Dynamisch vergrendelscherm. Hier kun je verschillende categorieën kiezen. Kies maximaal vijf aansprekende categorieën. Vervolgens wordt elke 2 weken een nieuwe set afbeeldingen geladen. Standaard worden de nieuwe afbeeldingen alleen gedownload met een wifi-verbinding. Wil je dat de plaatjes ook via een mobiele verbinding worden bijgewerkt, dan activeer je Downloaden met mobiele gegevens. Als je geen veranderende foto’s wilt zien, maar in plaats hiervan veranderende kleuren, kies je in de sectie Kleuren voor Dynamisch.

Dynamische achtergronden zorgen voor afwisseling.

Bediening met één hand

Als je gebruikmaakt van een telefoon met een relatief groot scherm, kun je het systeem hier beter rekening mee laten houden. Tik in de instellingen op Geavanceerde functies en schakel de optie Bediening met één hand in. Je kunt de verschillende elementen op het scherm nu beter met één hand (je duim) bedienen.

Wil je een specifieke app in een andere taal gebruiken, dan hoef je hiervoor niet de volledige gebruikersomgeving om te zetten. Kies in de instellingen voor

Algemeen beheer, Talen van app. Kies de app waarvoor je de taal wilt instellen en kies een taal uit de lijst Alle talen. Je kunt op elk moment terugkeren naar de oorspronkelijke instelling: kies in hetzelfde venster voor Systeemstandaard.

Handig: voor specifieke apps een andere taal hanteren.

Snelle instellingen

Geef het onderdeel Snelle instellingen (Quick Panel) een eigen indeling. Het onderdeel verschijnt wanneer je met de vinger vanuit de rechterbovenhoek naar beneden veegt. Tik op de knop met de pen. Eerst bepaal je de volgorde van de elementen: tik op een component en sleep het vervolgens naar de gewenste locatie. Tik hierna op Bewerken: je vindt deze knop bij de onderdelen die je kunt aanpassen. Je kunt vervolgens de individuele knoppen verplaatsen naar een andere locatie. Ook kun je deze knoppen verwijderen (gebruik het minteken linksboven elk pictogram) en andere knoppen toevoegen via het venster Beschikbare knoppen. Tot slot is het mogelijk om het gedeelte met de knoppen groter te maken, zodat je meer knoppen in één keer ziet. Pak de onderrand van het blok en sleep de rand naar beneden, totdat een extra rij met knoppen verschijnt. Tevreden met de instellingen? Bevestig met een tik op Gereed.

Het venster Snelle instellingen is flink op de schop gegaan.

Niet meer los

Geeft je Android-toestel het onderdeel Snelle instellingen apart weer van het scherm met de meldingen? In het verleden waren beide schermen gecombineerd in één weergave. Wil je terug naar die oude situatie? Open het onderdeel Snelle instellingen in de bewerkingsmodus (via de knop met de pen). Tik hierna op Vensterinstellingen. Kies voor Samen: beide vensters worden weer gecombineerd zoals vanouds. Je kunt ook kiezen om het venster Snelle instellingen links in plaats van rechts te tonen. Kies in hetzelfde scherm voor Quick Panel aan linkerkant.

Je hoeft geen genoegen te nemen met losse vensters.

Aangepaste pictogrammen

Toe aan andere vormen voor de pictogrammen in Android? Dat is mogelijk. Tik op een leeg gedeelte van het thuisscherm. Onderin verschijnt een balk met keuzen. Kies voor Achtergrond en stijl. Kies voor Pictogrammen. Vervolgens kun je kiezen uit verschillende vormen, waaronder een boog, vierkant en rechthoek. Of je deze functie aantreft op je telefoon, is afhankelijk van de fabrikant. Bij Samsung heb je de app Good Lock nodig. Je vindt deze als beschikbare download in de Galaxy Store. Bij Pixel-telefoons is de optie direct toegankelijk via de gebruikersomgeving. 

Verlichtingseffect

Krijg je een melding binnen, dan kun je het als een subtiele lijn rondom het scherm tonen. Via instellingen kies je voor Meldingen, Pop-upstijl melding. Tik op Verlichtingseffect toevoegen. De optie Basis geeft een subtiele lijn, maar je kunt ook uitgebreidere effecten tonen, zoals Spotlight of Echo. Kies de tab Kleur om een aangepaste kleur te kiezen. Normaal gesproken past de kleur zich aan de app aan. In de sectie Geavanceerd kun je details aanpassen, zoals transparantie, breedte en duur van het effect. De kleur kan ook op basis van een trefwoord veranderen. Tik op Kleur van verlichtingseffect op trefwoord. In de sectie Trefwoord tik je op het plusteken (+) om nieuwe trefwoorden (bijvoorbeeld van contactpersonen) op te geven. Kies hierna de kleur die je wilt toepassen op het verlichtingseffect.

Een verlichtingseffect zodra je een melding ontvangt.

iOS

Ook iOS (en iPadOS) kun je goed naar je hand zetten. Recent bracht Apple iOS 26 uit. Mogelijk verwachtte je iOS 19 als logische opvolger van versie 18, maar de makers uit Cupertino hanteren voortaan een ander naamschema. iOS 26 verwijst naar 2026. Opvallend aan deze editie is het nieuwe Liquid Glass Design, waarin transparantie en spiegelingen een grote rol spelen. Er zijn volop aanpassingsmogelijkheden, beginnend bij het vergrendelingsscherm. Tik hierop en kies Pas aan, Pas huidige achtergrond aan.

Tik op de datum bovenin om een widget te kiezen en meer informatie te tonen, bijvoorbeeld het weer. In het venster vind je een overzicht van bruikbare widgets en suggesties. Waar mogelijk gebruikt iOS het ‘glass’-ontwerp, dus ook bij de klok. Gelukkig kun je dit aanpassen als je niet enthousiast bent. Tik erop en schakel onderin het venster tussen Glas en Effen. In hetzelfde venster kun je ook een kleur selecteren, terwijl je met de schuifregelaar de dikte van de klok kiest. Via Voeg widgets toe kun je extra widgets op het vergrendelingsscherm plaatsen. Via het element onderin kun je swipen tussen verschillende achtergronden.

iOS 26 hanteert het Liquid Glass-design.

Zonder achtergrond

iOS bevat de nieuwe app Voorvertoning. Hiermee kun je documenten scannen, invullen en opslaan als pdf-bestand. Wil je een nieuwe achtergrond op het vergrendel- of thuisscherm instellen, maar heeft de afbeelding een achtergrond die je liever niet ziet? Ook dan kun je de app Voorvertoning inzetten. Open de afbeelding en tik op de knop rechtsboven (herkenbaar aan >>). Kies voor Verwijder achtergrond. Sla de afbeelding opnieuw op en gebruik deze vervolgens als achtergrond. 

Thuisscherm

Ook het thuisscherm zetten we naar onze hand. Tik op een leeg gedeelte en kies Wijzig, Pas aan. Je kunt nu kiezen hoe de pictogrammen worden getoond. De standaardmodus ken je al van eerdere versies. Kies voor Donker om de pictogrammen donker te maken. Dit werkt nog niet voor alle pictogrammen: de app-maker moet hiermee rekening houden. Kies Helder als je alle pictogrammen een uniforme, lichte uitstraling wilt geven. Tot slot is er Getint: hiermee kun je de pictogrammen een eigen kleur en contrast geven.

Bepaal hoe de pictogrammen worden getoond.

Uniforme kleuren

Je kunt het kleurenschema van iOS ook overeen laten komen met de kleur van de behuizing van het toestel, bijvoorbeeld oranje. In het vak Getint vind je uiterst links een knop met het pictogram van een telefoon. Klik hierop om de kleuren te laten ‘matchen’. iOS weet op basis van het serienummer welke telefoon en welke kleur je gebruikt.

Minderen

Je kunt de transparante uitstraling van iOS 26 niet volledig uitschakelen. Toch bestaan er een paar trucs om het Liquid Glass-ontwerp iets te verminderen. In de instellingen kies je voor Toegankelijkheid, Beweging en activeer je de optie Verminder beweging. Verder kies je Toegankelijkheid, Weergave en tekstgrootte en kies je Maak minder doorzichtig.

Liquid Glass kan niet helemaal uitgeschakeld worden, maar je kunt een eind komen.

Donkere modus

Via de app Instellingen kun je meer onderdelen van de gebruikersomgeving tweaken. Tik in de instellingen op Scherm en helderheid en kies tussen de lichte en donkere modus (Licht en Donker). Bovendien kun je hier de tekstgrootte aanpassen en de tekst op het scherm dikker tonen (via Vette tekst). Dit kan helpen om de tekst beter leesbaar te maken. Om eenvoudig achtergronden aan te passen, kun je via instellingen ook kiezen voor Achtergrond en tikken op Voeg nieuwe achtergrond toe.

Werp ook een blik bij Beginscherm en appbibliotheek. Hier bepaal je onder meer of aanbevolen en recente apps moeten worden getoond in het Dock (het gedeelte onderaan het scherm). Wil je het Dock zo opgeruimd mogelijk houden, dan haal je de vinkjes weg bij Toon appbibliotheek in Dock en Toon aanbevolen en recente apps in Dock.

Kies tussen een lichte en donkere modus.

Volledig scherm

Vooral als je een iPad hebt, kun je meer uit het schermoppervlak halen door te werken met vensters. Je kunt dan meerdere apps naast elkaar plaatsen. Werken met vensters is overigens niet verplicht. Schuif met je vinger vanaf de rechterbovenhoek naar beneden, zodat het bedieningspaneel opent. Tik op de knop Apps in vensters. Je vindt deze op de onderste rij, naast het pictogram van de batterij. Kies vervolgens tussen Apps in vensters of Stage Manager. Die laatste optie zorgt ervoor dat apps schermvullend worden getoond. 

Berichten

Ook voor veel apps hoef je niet genoegen te nemen met de standaardinstellingen en kun je deze personaliseren. Goed voorbeeld is de app Berichten. Geef personen met wie je vaak communiceert een eigen achtergrond. Open de app en tik op de naam van de persoon voor wie je een achtergrond wilt instellen. Tik op Achtergronden. Je kunt kiezen uit foto’s, maar ook uit vaste kleuren. In de sectie Suggesties vind je een combinatie van standaardfoto’s en foto’s die je eerder zelf hebt gemaakt. Sommige foto’s zijn geanimeerd: je kiest eerst de foto en kunt dan vaak ook een kleurenschema selecteren. Heb je na verloop van tijd geen behoefte meer aan een specifieke achtergrond, dan selecteer je de naam van de contactpersoon en kies je Geen. Houd er rekening mee dat de achtergrond ook wordt aangepast bij de contactpersoon.

Je kunt aangepaste achtergronden kiezen in de app Berichten.

Safari

Maak je gebruik van Safari? De gebruikersomgeving is ook onder handen genomen en vooral op dieet gegaan: het aantal knoppen is teruggebracht en het grootste deel van de bediening loopt nu via swipes. Zet ook de browser naar je hand. Via instellingen kies je voor Apps, Safari. In de sectie Tabbladen geef je aan in hoeverre je wél de bedieningselementen wilt zien. Standaard is Compact geactiveerd, maar je kunt hier ook kiezen voor Onder en Boven

Bestanden

De app Bestanden heeft in iOS 26 ook volwassen opties om de omgeving verder te personaliseren. Zo kun je mappen een eigen kleur geven zodat je ze beter kunt onderscheiden. Tik op een map en houd de map vast totdat het menu verschijnt. Kies Pas map en tags aan. Tik op Tags en kies de gewenste kleur. Je kunt via hetzelfde venster ook emoji’s aan de map toevoegen.

Op bestandsgebied kun je ook aangeven welke app voor het bestand moet worden geopend. Tik op een bestandsnaam en houd ingedrukt totdat het menu verschijnt. Kies voor Open met en selecteer de gewenste app. In hetzelfde menu kun je ook de elders besproken app Voorvertoning kiezen. Vooral bij documenten en foto’s (zoals pdf- en jpg-bestanden) werkt deze app goed.