ID.nl logo
Welke microcontrollers bestaan er en waar zijn ze goed voor?
© https://ethereumcode.io/
Huis

Welke microcontrollers bestaan er en waar zijn ze goed voor?

Ze zitten in je auto, in je magnetron, in je wasmachine, maar ook in je pc, en ze vormen het hart van de Arduino- en ESP32-ontwikkelbordjes: microcontrollers. Onzichtbaar op de achtergrond wordt bijna ons hele leven erdoor draaiende gehouden. Welke microcontrollers bestaan er en hoe werken ze precies?

Als je een maaltijd in je magnetron zet, kies je de juiste tijd en instellingen en zet je hem aan. Aan het einde zegt je magnetron ‘ping!’ en is je maaltijd opgewarmd.

Heb je je al eens afgevraagd hoe dat werkt? Eigenlijk zit er in je magnetron een hele (kleine) computer die een programmaatje afwerkt dat enerzijds reageert op de knoppen en anderzijds, als je dat hebt, op het lcd-scherm. Ook stuurt de computer de elektronenbuis aan die de maaltijd met microgolven verwarmt. Die kleine computer is een microcontroller. Je hebt er waarschijnlijk tientallen in huis.

Een microcontroller is een chip die eigenlijk een hele computer in één pakket behuist. Daarin zitten een processor, geheugen (ram en rom) en allerlei poorten naar de buitenwereld. Terwijl je bij een gemiddelde processor voor je desktopcomputer dus nog een heel moederbord, ram-geheugen en storage nodig hebt om er iets nuttigs mee te doen, heb je bij een microcontroller slechts een beperkt aantal externe componenten nodig. Wat weerstanden en condensatoren zijn doorgaans voldoende voor een werkende microcontroller-opstelling.

Die verregaande integratie in een microcontroller is mogelijk omdat dit geen chip is voor flexibele apparaten, zoals pc’s. Microcontrollers zijn ontworpen om specifieke toepassingen uit te voeren, zoals in een magnetron, een pinautomaat, een wasmachine of een pacemaker. Een laag stroomverbruik en een lage kostprijs zijn voor die toepassingen belangrijk.

Lage prestaties met hoge impact

Low-end microcontrollers hebben dan ook een processorsnelheid van maar enkele MHz en slechts enkele kilobytes ram-geheugen. Kijk bijvoorbeeld naar de Arduino Uno, een populair ontwikkelbordje om mee te experimenteren. De microcontroller op dat bordje is de AVR ATmega328P. Die werkt op een kloksnelheid van 16 MHz, heeft 2 KB sram, 1 KB eeprom en 32 KB flashgeheugen.

Vergeleken met de gigahertzen, gigabytes en terabytes die we op onze pc’s gewend zijn, lijken die specificaties ondermaats. Maar toch kun je hiermee ongelooflijk veel projecten aansturen: muziekinstrumenten, robotautootjes, weerstations, je planten automatisch water geven... Je kunt het zo gek niet bedenken of iemand heeft het al weleens met die kleine ATmega328P gedaan.

Microcontroller of SoC? Waarschijnlijk heb je ook al gehoord van een system-on-a-chip (SoC), wat op het eerste gezicht hetzelfde lijkt: een processor geïntegreerd met andere componenten. De grens tussen wat we als een microcontroller beschouwen en wat als een SoC is nogal vaag. Maar doorgaans is een SoC met een snellere processor uitgerust, heeft die meer ram en bevat hij mogelijk radiochips (wifi en/of mobiel netwerk) of een ingebouwde gpu.  Alle smartphones en tablets zijn dan ook gebouwd rond een SoC, maar ook de Raspberry Pi, apparaten zoals een nas en slimme luidsprekers. Ook de Apple M1 is een SoC: deze integreert een arm-processor, ram, gpu, image-signal-processor, Secure Enclave (een coprocessor voor veilige opslag van sleutels) en controllers voor NVMe en thunderbolt 4.

Pinnetjes

Als je een low-end microcontroller zoals een ATmega328P van een Arduino Uno ziet, is het eerste wat opvalt de pinnetjes die eruit steken. Elk van die pinnetjes heeft een functie. Sommige sluit je aan op een voeding, zodat de chip stroom krijgt, maar de meeste dienen om met de omgeving te communiceren.

Komt de chip in een dip-behuizing, dan kun je die pinnetjes eenvoudigweg in een breadboard prikken. Door dan jumperwires in een gaatje in dezelfde rij als een pin te steken, verbind je het draadje met die pin. Op die manier bouw je eenvoudig elektronische schakelingen op met componenten die met de microcontroller kunnen communiceren.

Een Arduino Uno-bordje is dan eigenlijk gewoon een printplaatje waarop de ATmega328P is geplaatst en alle pinnetjes verbonden zijn met ofwel de headers op het bordje, ofwel met andere componenten van het printplaatje, zoals de spanningsregelaar, statusleds en de resetknop. Je kunt het eigenlijk vergelijken met een moederbord voor een processor: een Arduino Uno maakt een ATmega328P-microcontroller alleen wat handiger om te gebruiken en om andere componenten op aan te sluiten.

©PXimport

De eenvoudigste manier om met een microcontroller te communiceren is wat we GPIO noemen (general-purpose input/output). Elke GPIO-pin kunnen we aansturen door een bit op een specifiek adres in het geheugen van de microcontroller op 1 of 0 te zetten. Schrijven we er 1 naar, dan wordt een spanning van bijvoorbeeld 5 V over de pin gelegd; schrijven we er 0 naar, dan wordt de spanning 0 V.

Als je dan bijvoorbeeld tussen die pin en 0 V een led en een weerstand plaatst, gaat de led aan wanneer je 1 naar de pin schrijft en uit wanneer je er 0 naar schrijft. Bij een 1 vloeit er immers een stroom van 5 V naar 0 V. De weerstand dient om de stroom te beperken tot wat de led aankan.

Ook in de andere richting werkt dat. Als je de GPIO-pin als invoer configureert, zal de microcontroller de spanning die je aan de pin aanlegt (5 V of 0 V) interpreteren als een 1 of 0. Op die manier sluit je een knop aan op de pin. Druk je de knop in, dan maakt die intern een verbinding tussen 5 V en de pin van de microcontroller, waardoor die een 1 registreert. 

Laat je de knop los, dan wordt er doorgaans via een pull-downweerstand voor gezorgd dat de pin verbonden is met 0 V en dus een 0 registreert. Op dezelfde manier sluit je een PIR-sensor voor aanwezigheidsdetectie aan: de pin registreert dan 1 als de sensor iemand waarneemt en anders 0.

Protocols en bussen

Telkens 1 bit in of uit de microcontroller sturen, is voldoende voor eenvoudige toepassingen, maar vaak heb je complexere vormen van communicatie nodig. Daarvoor zijn er allerlei protocollen ontwikkeld. Bijvoorbeeld UART (universal asynchronous receiver-transmitter), een protocol voor seriële communicatie waarbij je bytes in twee richtingen kunt sturen. 

Het protocol beschrijft hoe je de opeenvolgende bits moet sturen. Zo bestaan er UART-modules die je in een usb-poort van je pc kunt steken. Communiceren met de microcontroller doe je dan door de RX-pin van de microcontroller met de TX-pin van de UART-module te verbinden en andersom: RX staat voor receive en TX voor transmit.

Voor communicatie met meerdere componenten, zoals sensoren, externe geheugens en schermen, maak je meestal gebruik van een bus zoals I²C (Inter-Integrated Circuit, uitgevonden door Philips) en SPI (Serial Peripheral Interface). I²C wordt ook wel Two-Wire genoemd, omdat er twee pinnen worden gebruikt: SDA om de seriële data door te sturen en SCL om een kloksignaal te sturen. 

SPI (ook weleens Four-Wire genoemd) heeft vier pinnen: SCLK voor de klok, MOSI voor communicatie van de master (meestal de microcontroller) naar de slave en MISO voor de andere richting, en SS om te selecteren met welke slave de master spreekt. Voor elke slave heb je een extra pin SS nodig. Bij de meeste microcontrollers zijn er specifieke pinnen aanwezig voor UART, I²C en SPI.

©PXimport

Digitaal of analoog

Tot nu toe hebben we het alleen maar over 0 en 1 gehad, digitale gegevens dus. Maar heel wat sensoren geven analoge gegevens door, bijvoorbeeld een temperatuursensor of druksensor waarvan de weerstand varieert met de gemeten waarde. Met een spanningsdeler haal je uit die variabele weerstand een variabele spanning, die dus een analoge voorstelling van de meetwaarde is. 

Gelukkig bestaat er een component die een analoge waarde (bijvoorbeeld een spanning) kan omzetten naar een digitale waarde (bijvoorbeeld een 10bit-getal): de ADC (analoog-digitaalomzetter).

ADC’s bestaan als losse componenten (bijvoorbeeld via I²C of SPI aan te sluiten), maar veel microcontrollers hebben ook zelf een of meer ADC’S ingebouwd. Ook in de andere richting bestaat er een component: de DAC (digitaal-analoogomzetter) zet een digitale waarde (bijvoorbeeld een 10bit-getal) om in een analoge waarde (bijvoorbeeld een spanning van 0 tot de voedingsspanning).

Sommige microcontrollers hebben ook een DAC ingebouwd. Al met al zijn microcontrollers dus de perfecte componenten om de digitale en analoge wereld te verenigen. Een Raspberry Pi bijvoorbeeld heeft geen ADC ingebouwd, terwijl een Arduino-bordje er meerdere heeft.

Microcontroller-behuizingen Dezelfde microcontroller kun je vaak in meerdere types behuizingen kopen. Op breadboards zul je vaak DIP-behuizingen tegenkomen: dual in-line package. De chip zit dan in een rechthoekig blokje met aan twee tegenovergelegen zijden pinnetjes die naar onderen uitsteken. Standaard liggen de pinnetjes 2,54 mm (een tiende inch) van elkaar, waardoor ze op een breadboard passen.  In massaproductie vind je eerder varianten van QFP (quad flat package), waarbij een vierkante behuizing aan elke zijde een rij pinnetjes heeft, met een afstand van 0,4 tot 1 mm, die op de printplaat worden gesoldeerd. Een soortgelijke behuizing is QFN (quad-flat no-leads), waarbij er geen pinnetjes uitsteken maar er onderaan de chip aan de vier zijden rijen kopersporen zijn die rechtstreeks op de banen van de printplaat aansluiten. Deze zijn moeilijk met de hand te solderen.

Microcontrollerfamilies

Net zoals er voor pc’s allerlei processorfamilies bestaan, heb je ook diverse families van microcontrollers. De belangrijkste onderverdeling is op basis van de processorarchitectuur. Populair bij hobbyisten zijn de 8bit-AVR-microcontrollers van Atmel (in 2016 overgenomen door Microchip). Ze zijn onderverdeeld in twee subfamilies: de ATtiny-serie met minder pinnen, geheugen en functies (de basismodellen hebben zelfs geen ram-geheugen, UART, I²C en SPI) en de krachtigere ATmega-serie die in de meeste Arduino-bordjes zit.

Een familie die zowel bij hobbyisten als industriële ontwikkelaars populair is, zijn de PIC-microcontrollers, die al sinds 1976 meegaan. Hun populariteit is te danken aan hun lage kostprijs, brede beschikbaarheid en heel wat bestaande code.

Een andere populaire low-end microcontroller in de industrie is de 8051. Oorspronkelijk werd deze in 1980 door Intel ontwikkeld onder de naam MCS-51. In 2007 is Intel met de productie gestopt, maar tientallen andere chipfabrikanten produceren nog altijd hun eigen klonen van de 8051, vaak met een snellere klok en extra functies. Ze worden gebruikt in auto’s, meetsystemen, transceivers voor bluetooth, Zigbee en andere draadloze protocollen, in usb-sticks enzovoort.

©PXimport

Als je naar de krachtigere microcontrollers gaat, kom je bij 32- en 64bit-families uit. De laatste jaren hebben vooral de Xtensa-processors van Tensilica (in 2013 overgekocht door Cadence) een flinke opmars gemaakt. Het zijn immers de processors in de ESP8266- en ESP32-microcontrollers van het Chinese Espressif. Deze zijn populair bij hobbyisten door hun geïntegreerde wifi en (voor de ESP32) bluetooth, en omdat ze eenvoudig te programmeren zijn in de Arduino IDE of via frameworks als ESPHome. De bordjes gebouwd rond de microcontrollers van Espressif zijn dan ook populair voor doe-het-zelf-domotica.

Tot de krachtigste en flexibelste microcontrollers behoren die gebouwd rond de ARM-architectuur. De high-end versies daarvan vind je in je smartphone en ook in computerbordjes zoals een Raspberry Pi, al spreken we dan meer van een SoC. 

ARM kent veel subfamilies, maar voor de klassieke microcontrollertoepassingen zijn vooral de ARM Cortex-M-processors (32 bit) gebruikt. Die vind je bijvoorbeeld in de AT SAM-serie van Atmel die in de krachtigere Arduino-bordjes zitten, in de populaire STM32-familie van STMicroelectronics, en in de nRF-serie van Nordic Semiconductor voor draadloze toepassingen, zoals bluetooth en thread.

Ontwikkelbordjes

Voor industriële toepassingen wordt een printplaat op maat ontworpen, waarop een microcontroller staat. Maar wie zelf aan de slag wil met een microcontroller, heeft een ontwikkelbordje nodig. Dat geeft eenvoudig toegang tot de pinnen van de microcontroller via standaard pinheaders en voegt zaken zoals een spanningsregelaar en usb-naar-UART-omzetter toe, zodat je het bordje eenvoudig op je pc kunt aansluiten.

Voor elke microcontrollerfamilie bestaan er wel ontwikkelbordjes in allerlei vormen en groottes. Voor de AVR-familie zijn de Arduino-bordjes populair. Sommige daarvan, zoals de Arduino Nano, prik je op een breadboard, maar de meeste komen in een groter formaat met vrouwelijke pinheaders waarin je jumperwires steekt. 

Voor de Espressif-microcontrollers is het kleinere formaat dat je op een breadboard prikt alomtegenwoordig. Voor de nRF-serie heeft Nordic Semicondictor grote ontwikkelborden, maar ook versies in de vorm van een stick die je in de usb-poort van je pc schuift. Ook de BBC micro:bit en micro:bit v2 zijn leuke ontwikkelbordjes voor de nRF-microcontrollers.

©PXimport

Microcontroller programmeren

Kijken we tot slot nog even naar hoe het programmeren van een microcontroller werkt. Als je gewend bent om voor een pc of een computerbordje zoals een Raspberry Pi te programmeren, krijg je zeker een cultuurschok wanneer je voor het eerst een microcontroller programmeert. Doorgaans draait er immers geen besturingssysteem op een microcontroller. Er draait slechts één programma op: wat jij schrijft. 

Dat programma schrijf je in het ingebouwde flash-geheugen. Als je de stroom uitschakelt en weer inschakelt, begint de microcontroller het programma onmiddellijk uit te voeren. Dat maakt een microcontroller betrouwbaarder in werking dan een processorbordje zoals een Raspberry Pi.

De best ondersteunde programmeertalen op microcontrollers zijn C of C++, maar die zijn niet het toegankelijkst. Het Arduino-ecosysteem lost dat op door een standaardbibliotheek en allerlei uitbreidingen aan te bieden. Die vormen een laag bovenop het onderliggende C++. 

Andere oplossingen zijn MicroPython en CircuitPython die een afgeslankte versie van Python op microcontrollers aanbieden, en Espruino dat het mogelijk maakt om JavaScript op een microcontroller te gebruiken. Voor industriële toepassingen gebruik je eerder een realtime besturingssysteem zoals Zephyr, dat je in C programmeert.

Ontwikkelomgevingen

Om het proces van code programmeren en de firmware naar je microcontroller flashen te vereenvoudigen, bestaan er allerlei ontwikkelomgevingen. Die tonen bijvoorbeeld fouten in je code, compileren met één druk op een knop je code tot machinecode in de instructieset van de processor, en flashen de firmware naar je ontwikkelbordje. 

Programmeer je een Arduino-bordje, dan doe je dat doorgaans in de Arduino IDE (wat staat voor integrated development environment). Maar dankzij de ondersteuning van andere bordjes kun je met de Arduino IDE ook ESP8266- of ESP32-bordjes programmeren.

Ook populair is PlatformIO, een opensource-plug-in die van Microsofts ontwikkelomgeving Visual Studio Code een ontwikkelomgeving voor microcontrollers maakt. Het voordeel van PlatformIO is dat je met één ontwikkelomgeving voor diverse platforms en frameworks voor microcontrollers kunt ontwikkelen, inclusief Arduino, Espressifs framework en Zephyr. 

Visual Studio Code is bovendien ook bruikbaar om voor een Raspberry Pi of je pc te programmeren. Op deze manier verenig je dus al je programmeerprojecten in één omgeving.

▼ Volgende artikel
Waar voor je geld: 5 betaalbare pc-monitors van 32 inch of groter
© Stocks Marketing
Huis

Waar voor je geld: 5 betaalbare pc-monitors van 32 inch of groter

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Ben je op zoek naar een groot computerscherm? Vandaag hebben we vijf interessante modellen voor je gespot.

Iiyama ProLite XCB3494WQSN-B5

In plaats van twee schermen kun je natuurlijk ook gewoon één grote pc-monitor aansluiten. Met een riante beelddiagonaal van 34 inch open je op de Iiyama ProLite XCB3494WQSN-B5 moeiteloos twee programmavensters naast elkaar. Het licht gebogen scherm telt 3440 × 1440 pixels, zodat je in een hoge resolutie video's kunt streamen. Bovendien leent dit model zich wegens de snelle reactietijd van slechts 0,4 milliseconde goed voor games. Dankzij ondersteuning voor FreeSync werkt de monitor naadloos met de betere videokaarten samen.

Er is een zogeheten KVM-switch ingebakken. Hierdoor schakel je soepel tussen verschillende aangesloten pc's. Net zoals de meeste hedendaagse monitors heeft dit exemplaar een DisplayPort-, HDMI- en usb-c-ingang. Via de drie reguliere usb-poorten sluit je eventueel diverse randapparaten aan. Daarnaast is er een ethernetpoort beschikbaar. Kortom, de ProLite XCB3494WQSN-B5 is in feite een volwaardig dockingstation waarop je een laptop met een enkele kabel kunt aansluiten. De fabrikant besteedt ook aandacht aan een goede ergonomie, want het scherm is in hoogte verstelbaar.

LG 34WQ75C-B

Zoek je een betaalbare pc-monitor met een gebogen ips-paneel, dan is de LG 34WQ75C-B een goede keuze. Dit paneeltype staat garant voor levendige kleuren en goede kijkhoeken. Het 34inch-scherm heeft 3440 × 1440 pixels en is dus ideaal voor videostreaming. De ondersteuning voor HDR10 komt hierbij goed van pas. Films en series van de betere streamingdiensten hebben hierdoor een realistischer kleurverloop. Zet deze LG-monitor gerust in een (thuis)kantoor met veel licht, want het scherm heeft een anti-reflecterende coating.

Aan aansluitopties geen gebrek! Zo kies je voor de beeldoverdracht tussen usb-c, DisplayPort en tweemaal HDMI. Daarnaast zijn er ook nog eens vier usb-poorten en een ethernetaansluiting voorhanden. Nuttig voor wie zijn of haar laptop snel op de monitor inclusief alle randapparaten wil aansluiten. Denk onder meer aan een muis, toetsenbord en externe harde schijf. Via een enkele usb-c-kabel bereiken data en stroom de laptop, terwijl het beeldsignaal in tegengestelde richting naar het scherm wordt verzonden. Overige pluspunten zijn de geïntegreerde speakers en in hoogte verstelbare standaard.

Samsung LC32R500FHPXEN

De Samsung LC32R500FHPXEN is op het moment van schrijven een van de goedkoopste pc-monitors van 32 inch die je kunt kopen. Net zoals veel andere schermen van dit formaat heeft ook dit model een lichte kromming van 1500R. Het gebogen scherm verhoogt het kijkcomfort. De maximale resolutie bedraagt 1920 × 1080 pixels, zodat je films, series en/of tv-programma's in Full-HD-kwaliteit kunt streamen. Ondanks de relatief lage prijs heeft de LC32R500FHPXEN zeer dunne schermranden.

Een voordeel is dat je via de zogeheten Eye Saver Mode het blauwe licht kunt minimaliseren. Zo verklein je de kans op vermoeide ogen. Voor liefhebbers van videospellen is er een gamemodus ingebakken. Sluit via de HDMI-ingang dus gerust een game-pc aan. Bij aanwezigheid van een videokaart met FreeSync-ondersteuning wordt de vernieuwingsfrequentie geoptimaliseerd. Dat voorkomt haperende beelden. Je kunt na aanschaf van deze monitor trouwens meteen aan de slag, want er is een HDMI-kabel inbegrepen.

Lees ook: 🖥️ Nieuwe monitor kopen? 5 fouten die je niet moet maken

Samsung Odyssey G5 LC34G55TWWPXEN

Deze 34inch-monitor van Samsung is uitermate geschikt voor fanatieke gamers. Zo presteert het paneel op een maximale vernieuwingsfrequentie van 165 hertz. Hierdoor ervaar je uiterst vloeiende gameplay. Als je een pc met een geschikte grafische kaart aansluit, wordt de vernieuwingsfrequentie continu geoptimaliseerd. Dat werkt via de techniek FreeSync. Voor het spelen van multiplayergames is de rappe reactietijd van één milliseconde een groot voordeel. Zo reageer je razendsnel op (online) tegenstanders. Met een resolutie van 3440 × 1440 pixels verschijnen de animatiebeelden ook nog eens scherp in beeld.

Deze luxe monitor kan uit de voeten met HDR10, waardoor de beelden van games, films en series zeer realistisch ogen. Je sluit een computer of laptop op twee manieren aan, namelijk via DisplayPort of HDMI. Dankzij de lichte kromming neem je moeiteloos pal voor het scherm plaats. Het beeld sluit goed aan bij je gezichtsveld, waardoor je de monitor ook voor regulier kantoorwerk kunt gebruiken. Daarnaast leent de Odyssey G5 LC34G55TWWPXEN zich goed voor beeldbewerking. Het scherm is trouwens niet in hoogte verstelbaar; er is alleen een kantelfunctie beschikbaar.

Philips Evnia 34M2C6500/00

Voor oled-begrippen valt de vraagprijs van de Philips Evnia 34M2C6500/00 alleszins mee. Dit model bevat om precies te zijn een hoogwaardig qd-oled-paneel. Deze schermtechniek staat bekend om zijn inktzwarte contrasten, hoge helderheid en natuurgetrouwe kleuren. Aangezien iedere pixel individueel wordt aangestuurd, zie je volop details. Deze pc-monitor is geschikt voor wie games, video's en foto's in een hoge kwaliteit wil bewonderen. Voor nog fraaiere beelden schakel je tussen verschillende HDRI-modi. Je sluit met behulp van DisplayPort en HDMI (2×) één of meerdere computers aan. Verder telt de onderzijde van het scherm twee usb-poorten.

De Evnia 34M2C6500/00 ondersteunt een respectabele resolutie van 3440 × 1440 pixels. Daarnaast valt de riante vernieuwingsfrequentie van 175 hertz op. Snel bewegende beelden verschijnen dus scherp op het qd-oled-paneel. Dankzij het gebogen ontwerp volg je vanuit jouw zitpositie  alle activiteiten op het scherm. Gamers slaan hun persoonlijke voorkeuren optioneel in eigen profielen op. Switch zo bij ieder spel naar de juiste beeldinstellingen. Voor schiet-, race- en strategiegames zijn er overigens voorgekauwde instellingen beschikbaar. Tot slot heeft Philips ook aan een goede ergonomie gedacht. Je kunt de Evnia 34M2C6500/00 kantelen, zwenken én in hoogte verstellen.

▼ Volgende artikel
Klaar met Twitter/X? Dit zijn de populairste alternatieven
© gguy - stock.adobe.com
Huis

Klaar met Twitter/X? Dit zijn de populairste alternatieven

Steeds meer mensen verlaten het socialemediaplatform X, veelal uit onvrede over de koers van eigenaar Elon Musk. In Nederland zijn er vorig jaar bijna een half miljoen gebruikers vertrokken. Veel van hen ruilen het voormalige Twitter daarom in voor een soortgelijk alternatief. In dit artikel bespreken we de drie populairste X-concurrenten.

De drie populairste X-alternatieven zijn Threads, Bluesky en Mastodon. Alle drie doen in de basis hetzelfde, maar zijn natuurlijk niet identiek. In dit artikel gaan we specifiek in op de verschillen tussen deze drie platformen en X.

Lees ook: Van Facebook tot TikTok: welk van deze acht diensten past bij jou?

Threads

Threads is momenteel het populairste X-alternatief, met dagelijks meer dan 100 miljoen actieve gebruikers, iets wat Bluesky en Mastodon verre van halen. Met naar schatting meer dan 1 miljoen Nederlandse gebruikers (waarvan 500.000 dagelijks actief) is het platform hier ook aardig populair. Overigens is X met zijn circa 240 miljoen dagelijkse gebruikers (waarvan 1,4 miljoen Nederlands) nog steeds groter dan alle concurrenten bij elkaar.

Deze populariteit heeft Threads hoogstwaarschijnlijk te danken aan de lage instapdrempel, mits je al gebruikmaakt van Instagram. Beide platformen zijn onderdeel van moederbedrijf Meta en diep met elkaar verbonden. Door met je Instagram-account in te loggen op de X-concurrent heb je meteen een Threads-account (inclusief je Instagram-profielfoto en -bio) en volg je automatisch dezelfde accounts als op de foto-app. Zo heb je al meteen een goedgevulde tijdlijn.

Aan de andere kant zijn Threads en Instagram misschien wat té verbonden. Je kunt namelijk alléén inloggen op Threads met een Instagram-account, waardoor je de foto-app verplicht moet downloaden. Ook is het niet mogelijk om privéberichten te sturen via Threads – Meta wil dat je daarvoor Instagram blijft gebruiken.

Er zijn nog geen advertenties, maar Meta heeft al wel laten weten die op korte termijn te willen invoeren (in de VS worden reclames al getest). Voor het tonen van gepersonaliseerde advertenties gebruikt het bedrijf zowel je Threads- als Instagram-activiteit.

Een DM sturen om te vragen waar je pakketje blijft is helaas niet mogelijk op Threads.

Bluesky

Bluesky lijkt als twee druppels water op X. Of eigenlijk: X voordat het X heette. De tekenlimiet is met 300 tekens ongeveer gelijk aan de originele limiet van Twitter (voordat dat werd opgehoogd naar 4000 voor betalende gebruikers) en Bluesky heeft ook een soort Tweetdeck. Dat was een populaire functie op het vroegere Twitter, waarmee je meerdere tijdlijnen schermvullend kunt weergeven. Musk heeft Tweetdeck (nu X Pro genoemd) achter een betaalmuur gezet, maar op Bluesky is deze functie nog gratis.

Er zijn wel een paar unieke opties aanwezig, zoals de mogelijkheid om je tijdlijnen naar smaak aan te passen. Als je net nieuw bent, begin je met twee feeds: een met posts van gevolgde accounts en een met aanbevolen posts op basis van je activiteit op het platform, zoals de berichten die je liket. Je kunt ze echter vervangen door tijdlijnen die door andere gebruikers zijn samengesteld, zoals een trendingfeed, een tijdlijn met alleen maar kattenfoto's of een met louter Nederlandstalige berichten. Een andere onderscheidende functie is Starter Packs. Daarmee kun je met één klik groepen gebruikers volgen die aansluiten bij je interesses, zoals Nederlandse politici, techjournalisten of voetbalvolgers.

Tegelijkertijd ontbreken er nog verschillende functies die al enige tijd een vaste waarde zijn op X. Zo kun je je accounts en posts niet op privé zetten, kun je maar één afbeelding of video aan een post toevoegen en is het ook niet mogelijk om groeps-chats te organiseren. Ook advertenties ontbreken, maar die zul je vast niet missen. Het platform werkt wel aan een betaald abonnement om de gemiste reclame-inkomsten op te vangen.

Op Bluesky kun je je eigen feeds samenstellen.

Mastodon

Mastodon is eigenlijk geen opzichzelfstaand platform. Het bestaat namelijk uit allerlei losstaande servers, die je een beetje kunt zien als losse e-maildiensten (zoals Gmail en Outlook). Je kunt zelf een server opstellen, maar je kunt je ook aansluiten bij een bestaande open server, waarvan mastodon.social het populairst is. Voor de meeste gebruikers maakt het weinig uit welke server je kiest. Je kunt namelijk ook posts zien en reacties ontvangen van gebruikers op andere servers. Wel is er een aparte tijdlijn waarop je alleen berichten ziet van gebruikers die op dezelfde server zitten. Goed om te weten: als je je account om welke reden dan ook naar een andere server wilt verhuizen, worden je posts níét overgedragen.

Voor een socialmediaplatform is de opzet vrij complex. Het is dan ook niet verrassend dat Mastodon van de drie X-alternatieven het minst populair is. In Nederland zijn er 'slechts' naar schatting 200.000 gebruikers actief.

Toch zitten er ook voordelen aan zo'n open, decentrale aanpak. Er is daardoor bijvoorbeeld niet één bedrijf of miljardair 'de baas' die kan bepalen wat er met het platform gebeurt en gegevens van gebruikers kan verzamelen voor zaken als gepersonaliseerde advertenties (sterker nog: er is helemaal geen algoritme aanwezig om posts aan te raden op basis van je activiteiten). Voor mensen die met lede ogen hebben aangezien hoe Elon Musk Twitter eigenhandig een richting op stuurde waar ze het stellig mee oneens waren, is dat een geruststellende gedachte.

Mastodon heeft geen aanbevelingsalgoritme; de feeds geven enkel de recentste posts weer.

Helemaal klaar met social media?

Je kunt mensen ook in het echt ontmoeten