ID.nl logo
Welke microcontrollers bestaan er en waar zijn ze goed voor?
© https://ethereumcode.io/
Huis

Welke microcontrollers bestaan er en waar zijn ze goed voor?

Ze zitten in je auto, in je magnetron, in je wasmachine, maar ook in je pc, en ze vormen het hart van de Arduino- en ESP32-ontwikkelbordjes: microcontrollers. Onzichtbaar op de achtergrond wordt bijna ons hele leven erdoor draaiende gehouden. Welke microcontrollers bestaan er en hoe werken ze precies?

Als je een maaltijd in je magnetron zet, kies je de juiste tijd en instellingen en zet je hem aan. Aan het einde zegt je magnetron ‘ping!’ en is je maaltijd opgewarmd.

Heb je je al eens afgevraagd hoe dat werkt? Eigenlijk zit er in je magnetron een hele (kleine) computer die een programmaatje afwerkt dat enerzijds reageert op de knoppen en anderzijds, als je dat hebt, op het lcd-scherm. Ook stuurt de computer de elektronenbuis aan die de maaltijd met microgolven verwarmt. Die kleine computer is een microcontroller. Je hebt er waarschijnlijk tientallen in huis.

Een microcontroller is een chip die eigenlijk een hele computer in één pakket behuist. Daarin zitten een processor, geheugen (ram en rom) en allerlei poorten naar de buitenwereld. Terwijl je bij een gemiddelde processor voor je desktopcomputer dus nog een heel moederbord, ram-geheugen en storage nodig hebt om er iets nuttigs mee te doen, heb je bij een microcontroller slechts een beperkt aantal externe componenten nodig. Wat weerstanden en condensatoren zijn doorgaans voldoende voor een werkende microcontroller-opstelling.

Die verregaande integratie in een microcontroller is mogelijk omdat dit geen chip is voor flexibele apparaten, zoals pc’s. Microcontrollers zijn ontworpen om specifieke toepassingen uit te voeren, zoals in een magnetron, een pinautomaat, een wasmachine of een pacemaker. Een laag stroomverbruik en een lage kostprijs zijn voor die toepassingen belangrijk.

Lage prestaties met hoge impact

Low-end microcontrollers hebben dan ook een processorsnelheid van maar enkele MHz en slechts enkele kilobytes ram-geheugen. Kijk bijvoorbeeld naar de Arduino Uno, een populair ontwikkelbordje om mee te experimenteren. De microcontroller op dat bordje is de AVR ATmega328P. Die werkt op een kloksnelheid van 16 MHz, heeft 2 KB sram, 1 KB eeprom en 32 KB flashgeheugen.

Vergeleken met de gigahertzen, gigabytes en terabytes die we op onze pc’s gewend zijn, lijken die specificaties ondermaats. Maar toch kun je hiermee ongelooflijk veel projecten aansturen: muziekinstrumenten, robotautootjes, weerstations, je planten automatisch water geven... Je kunt het zo gek niet bedenken of iemand heeft het al weleens met die kleine ATmega328P gedaan.

Microcontroller of SoC? Waarschijnlijk heb je ook al gehoord van een system-on-a-chip (SoC), wat op het eerste gezicht hetzelfde lijkt: een processor geïntegreerd met andere componenten. De grens tussen wat we als een microcontroller beschouwen en wat als een SoC is nogal vaag. Maar doorgaans is een SoC met een snellere processor uitgerust, heeft die meer ram en bevat hij mogelijk radiochips (wifi en/of mobiel netwerk) of een ingebouwde gpu.  Alle smartphones en tablets zijn dan ook gebouwd rond een SoC, maar ook de Raspberry Pi, apparaten zoals een nas en slimme luidsprekers. Ook de Apple M1 is een SoC: deze integreert een arm-processor, ram, gpu, image-signal-processor, Secure Enclave (een coprocessor voor veilige opslag van sleutels) en controllers voor NVMe en thunderbolt 4.

Pinnetjes

Als je een low-end microcontroller zoals een ATmega328P van een Arduino Uno ziet, is het eerste wat opvalt de pinnetjes die eruit steken. Elk van die pinnetjes heeft een functie. Sommige sluit je aan op een voeding, zodat de chip stroom krijgt, maar de meeste dienen om met de omgeving te communiceren.

Komt de chip in een dip-behuizing, dan kun je die pinnetjes eenvoudigweg in een breadboard prikken. Door dan jumperwires in een gaatje in dezelfde rij als een pin te steken, verbind je het draadje met die pin. Op die manier bouw je eenvoudig elektronische schakelingen op met componenten die met de microcontroller kunnen communiceren.

Een Arduino Uno-bordje is dan eigenlijk gewoon een printplaatje waarop de ATmega328P is geplaatst en alle pinnetjes verbonden zijn met ofwel de headers op het bordje, ofwel met andere componenten van het printplaatje, zoals de spanningsregelaar, statusleds en de resetknop. Je kunt het eigenlijk vergelijken met een moederbord voor een processor: een Arduino Uno maakt een ATmega328P-microcontroller alleen wat handiger om te gebruiken en om andere componenten op aan te sluiten.

©PXimport

De eenvoudigste manier om met een microcontroller te communiceren is wat we GPIO noemen (general-purpose input/output). Elke GPIO-pin kunnen we aansturen door een bit op een specifiek adres in het geheugen van de microcontroller op 1 of 0 te zetten. Schrijven we er 1 naar, dan wordt een spanning van bijvoorbeeld 5 V over de pin gelegd; schrijven we er 0 naar, dan wordt de spanning 0 V.

Als je dan bijvoorbeeld tussen die pin en 0 V een led en een weerstand plaatst, gaat de led aan wanneer je 1 naar de pin schrijft en uit wanneer je er 0 naar schrijft. Bij een 1 vloeit er immers een stroom van 5 V naar 0 V. De weerstand dient om de stroom te beperken tot wat de led aankan.

Ook in de andere richting werkt dat. Als je de GPIO-pin als invoer configureert, zal de microcontroller de spanning die je aan de pin aanlegt (5 V of 0 V) interpreteren als een 1 of 0. Op die manier sluit je een knop aan op de pin. Druk je de knop in, dan maakt die intern een verbinding tussen 5 V en de pin van de microcontroller, waardoor die een 1 registreert. 

Laat je de knop los, dan wordt er doorgaans via een pull-downweerstand voor gezorgd dat de pin verbonden is met 0 V en dus een 0 registreert. Op dezelfde manier sluit je een PIR-sensor voor aanwezigheidsdetectie aan: de pin registreert dan 1 als de sensor iemand waarneemt en anders 0.

Protocols en bussen

Telkens 1 bit in of uit de microcontroller sturen, is voldoende voor eenvoudige toepassingen, maar vaak heb je complexere vormen van communicatie nodig. Daarvoor zijn er allerlei protocollen ontwikkeld. Bijvoorbeeld UART (universal asynchronous receiver-transmitter), een protocol voor seriële communicatie waarbij je bytes in twee richtingen kunt sturen. 

Het protocol beschrijft hoe je de opeenvolgende bits moet sturen. Zo bestaan er UART-modules die je in een usb-poort van je pc kunt steken. Communiceren met de microcontroller doe je dan door de RX-pin van de microcontroller met de TX-pin van de UART-module te verbinden en andersom: RX staat voor receive en TX voor transmit.

Voor communicatie met meerdere componenten, zoals sensoren, externe geheugens en schermen, maak je meestal gebruik van een bus zoals I²C (Inter-Integrated Circuit, uitgevonden door Philips) en SPI (Serial Peripheral Interface). I²C wordt ook wel Two-Wire genoemd, omdat er twee pinnen worden gebruikt: SDA om de seriële data door te sturen en SCL om een kloksignaal te sturen. 

SPI (ook weleens Four-Wire genoemd) heeft vier pinnen: SCLK voor de klok, MOSI voor communicatie van de master (meestal de microcontroller) naar de slave en MISO voor de andere richting, en SS om te selecteren met welke slave de master spreekt. Voor elke slave heb je een extra pin SS nodig. Bij de meeste microcontrollers zijn er specifieke pinnen aanwezig voor UART, I²C en SPI.

©PXimport

Digitaal of analoog

Tot nu toe hebben we het alleen maar over 0 en 1 gehad, digitale gegevens dus. Maar heel wat sensoren geven analoge gegevens door, bijvoorbeeld een temperatuursensor of druksensor waarvan de weerstand varieert met de gemeten waarde. Met een spanningsdeler haal je uit die variabele weerstand een variabele spanning, die dus een analoge voorstelling van de meetwaarde is. 

Gelukkig bestaat er een component die een analoge waarde (bijvoorbeeld een spanning) kan omzetten naar een digitale waarde (bijvoorbeeld een 10bit-getal): de ADC (analoog-digitaalomzetter).

ADC’s bestaan als losse componenten (bijvoorbeeld via I²C of SPI aan te sluiten), maar veel microcontrollers hebben ook zelf een of meer ADC’S ingebouwd. Ook in de andere richting bestaat er een component: de DAC (digitaal-analoogomzetter) zet een digitale waarde (bijvoorbeeld een 10bit-getal) om in een analoge waarde (bijvoorbeeld een spanning van 0 tot de voedingsspanning).

Sommige microcontrollers hebben ook een DAC ingebouwd. Al met al zijn microcontrollers dus de perfecte componenten om de digitale en analoge wereld te verenigen. Een Raspberry Pi bijvoorbeeld heeft geen ADC ingebouwd, terwijl een Arduino-bordje er meerdere heeft.

Microcontroller-behuizingen Dezelfde microcontroller kun je vaak in meerdere types behuizingen kopen. Op breadboards zul je vaak DIP-behuizingen tegenkomen: dual in-line package. De chip zit dan in een rechthoekig blokje met aan twee tegenovergelegen zijden pinnetjes die naar onderen uitsteken. Standaard liggen de pinnetjes 2,54 mm (een tiende inch) van elkaar, waardoor ze op een breadboard passen.  In massaproductie vind je eerder varianten van QFP (quad flat package), waarbij een vierkante behuizing aan elke zijde een rij pinnetjes heeft, met een afstand van 0,4 tot 1 mm, die op de printplaat worden gesoldeerd. Een soortgelijke behuizing is QFN (quad-flat no-leads), waarbij er geen pinnetjes uitsteken maar er onderaan de chip aan de vier zijden rijen kopersporen zijn die rechtstreeks op de banen van de printplaat aansluiten. Deze zijn moeilijk met de hand te solderen.

Microcontrollerfamilies

Net zoals er voor pc’s allerlei processorfamilies bestaan, heb je ook diverse families van microcontrollers. De belangrijkste onderverdeling is op basis van de processorarchitectuur. Populair bij hobbyisten zijn de 8bit-AVR-microcontrollers van Atmel (in 2016 overgenomen door Microchip). Ze zijn onderverdeeld in twee subfamilies: de ATtiny-serie met minder pinnen, geheugen en functies (de basismodellen hebben zelfs geen ram-geheugen, UART, I²C en SPI) en de krachtigere ATmega-serie die in de meeste Arduino-bordjes zit.

Een familie die zowel bij hobbyisten als industriële ontwikkelaars populair is, zijn de PIC-microcontrollers, die al sinds 1976 meegaan. Hun populariteit is te danken aan hun lage kostprijs, brede beschikbaarheid en heel wat bestaande code.

Een andere populaire low-end microcontroller in de industrie is de 8051. Oorspronkelijk werd deze in 1980 door Intel ontwikkeld onder de naam MCS-51. In 2007 is Intel met de productie gestopt, maar tientallen andere chipfabrikanten produceren nog altijd hun eigen klonen van de 8051, vaak met een snellere klok en extra functies. Ze worden gebruikt in auto’s, meetsystemen, transceivers voor bluetooth, Zigbee en andere draadloze protocollen, in usb-sticks enzovoort.

©PXimport

Als je naar de krachtigere microcontrollers gaat, kom je bij 32- en 64bit-families uit. De laatste jaren hebben vooral de Xtensa-processors van Tensilica (in 2013 overgekocht door Cadence) een flinke opmars gemaakt. Het zijn immers de processors in de ESP8266- en ESP32-microcontrollers van het Chinese Espressif. Deze zijn populair bij hobbyisten door hun geïntegreerde wifi en (voor de ESP32) bluetooth, en omdat ze eenvoudig te programmeren zijn in de Arduino IDE of via frameworks als ESPHome. De bordjes gebouwd rond de microcontrollers van Espressif zijn dan ook populair voor doe-het-zelf-domotica.

Tot de krachtigste en flexibelste microcontrollers behoren die gebouwd rond de ARM-architectuur. De high-end versies daarvan vind je in je smartphone en ook in computerbordjes zoals een Raspberry Pi, al spreken we dan meer van een SoC. 

ARM kent veel subfamilies, maar voor de klassieke microcontrollertoepassingen zijn vooral de ARM Cortex-M-processors (32 bit) gebruikt. Die vind je bijvoorbeeld in de AT SAM-serie van Atmel die in de krachtigere Arduino-bordjes zitten, in de populaire STM32-familie van STMicroelectronics, en in de nRF-serie van Nordic Semiconductor voor draadloze toepassingen, zoals bluetooth en thread.

Ontwikkelbordjes

Voor industriële toepassingen wordt een printplaat op maat ontworpen, waarop een microcontroller staat. Maar wie zelf aan de slag wil met een microcontroller, heeft een ontwikkelbordje nodig. Dat geeft eenvoudig toegang tot de pinnen van de microcontroller via standaard pinheaders en voegt zaken zoals een spanningsregelaar en usb-naar-UART-omzetter toe, zodat je het bordje eenvoudig op je pc kunt aansluiten.

Voor elke microcontrollerfamilie bestaan er wel ontwikkelbordjes in allerlei vormen en groottes. Voor de AVR-familie zijn de Arduino-bordjes populair. Sommige daarvan, zoals de Arduino Nano, prik je op een breadboard, maar de meeste komen in een groter formaat met vrouwelijke pinheaders waarin je jumperwires steekt. 

Voor de Espressif-microcontrollers is het kleinere formaat dat je op een breadboard prikt alomtegenwoordig. Voor de nRF-serie heeft Nordic Semicondictor grote ontwikkelborden, maar ook versies in de vorm van een stick die je in de usb-poort van je pc schuift. Ook de BBC micro:bit en micro:bit v2 zijn leuke ontwikkelbordjes voor de nRF-microcontrollers.

©PXimport

Microcontroller programmeren

Kijken we tot slot nog even naar hoe het programmeren van een microcontroller werkt. Als je gewend bent om voor een pc of een computerbordje zoals een Raspberry Pi te programmeren, krijg je zeker een cultuurschok wanneer je voor het eerst een microcontroller programmeert. Doorgaans draait er immers geen besturingssysteem op een microcontroller. Er draait slechts één programma op: wat jij schrijft. 

Dat programma schrijf je in het ingebouwde flash-geheugen. Als je de stroom uitschakelt en weer inschakelt, begint de microcontroller het programma onmiddellijk uit te voeren. Dat maakt een microcontroller betrouwbaarder in werking dan een processorbordje zoals een Raspberry Pi.

De best ondersteunde programmeertalen op microcontrollers zijn C of C++, maar die zijn niet het toegankelijkst. Het Arduino-ecosysteem lost dat op door een standaardbibliotheek en allerlei uitbreidingen aan te bieden. Die vormen een laag bovenop het onderliggende C++. 

Andere oplossingen zijn MicroPython en CircuitPython die een afgeslankte versie van Python op microcontrollers aanbieden, en Espruino dat het mogelijk maakt om JavaScript op een microcontroller te gebruiken. Voor industriële toepassingen gebruik je eerder een realtime besturingssysteem zoals Zephyr, dat je in C programmeert.

Ontwikkelomgevingen

Om het proces van code programmeren en de firmware naar je microcontroller flashen te vereenvoudigen, bestaan er allerlei ontwikkelomgevingen. Die tonen bijvoorbeeld fouten in je code, compileren met één druk op een knop je code tot machinecode in de instructieset van de processor, en flashen de firmware naar je ontwikkelbordje. 

Programmeer je een Arduino-bordje, dan doe je dat doorgaans in de Arduino IDE (wat staat voor integrated development environment). Maar dankzij de ondersteuning van andere bordjes kun je met de Arduino IDE ook ESP8266- of ESP32-bordjes programmeren.

Ook populair is PlatformIO, een opensource-plug-in die van Microsofts ontwikkelomgeving Visual Studio Code een ontwikkelomgeving voor microcontrollers maakt. Het voordeel van PlatformIO is dat je met één ontwikkelomgeving voor diverse platforms en frameworks voor microcontrollers kunt ontwikkelen, inclusief Arduino, Espressifs framework en Zephyr. 

Visual Studio Code is bovendien ook bruikbaar om voor een Raspberry Pi of je pc te programmeren. Op deze manier verenig je dus al je programmeerprojecten in één omgeving.

▼ Volgende artikel
Review HP OmniBook 7 Aero – Perfect voor onderweg
© Jeroen Boer - ID.nl
Huis

Review HP OmniBook 7 Aero – Perfect voor onderweg

Onderweg telt soms iedere gram, zeker als je veel reist. Voor wie niet houdt van een zware rugtas heeft HP de OmniBook 7 Aero. Deze laptop weegt nog geen kilogram, maar heeft toch een processor met 8 cores in combinatie met 32 GB RAM. Dat klinkt als een uitstekend product voor wie veel onderweg is. Of dat echt zo is? Wij hebben hem getest.

Uitstekend
Conclusie

De HP OmniBook 7 Aero is al met al een heel fijne laptop en dat komt voor een groot deel door het gewicht. Je moet hem dus ook vooral overwegen als je echt een lichte laptop wilt hebben. De laptop weegt nog geen kilo, waardoor je hem altijd makkelijk meeneemt. Ondanks het lage gewicht zijn de prestaties prima en kun je comfortabel werken. Over de stevigheid hoef je je geen zorgen te maken; de aluminium-magnesiumbehuizing is lekker degelijk. Natuurlijk heeft HP wel wat concessies moeten doen om dat lage gewicht te bereiken. Zo is de accucapaciteit niet heel indrukwekkend, al overleef je met 12 uur werktijd op zich wel een werkdag. Voor hetzelfde geld kun je zeker laptops kopen waar je langer op kunt werken, maar die wegen dan ook een stuk meer dan een kilo.

Plus- en minpunten
  • Superlicht
  • Genoeg aansluitingen
  • Uitstekend toetsenbord
  • 32 GB RAM
  • Luidruchtige koeling
  • Accucapaciteit kan beter
OnderdeelSpecificatie
ProcessorAMD Ryzen AI 7 350
RAM32 GB
GPUAMD Radeon 860M
Opslag1 TB ssd
Beeldscherm13,3 inch, ips (2560 × 1600 pixels)
Aansluitingen2x usb-c (DisplayPort en laden), usb 3.2, HDMI 2.1, 3,5mm-headsetaansluiting
DraadloosWifi 6, bluetooth 5.4
Afmetingen29,7 × 21,1 × 1,7 cm
GewichtMinder dan 1000 gram
Accu43 Wh
OSWindows 11 Home

Natuurlijk wist ik dat de HP OmniBook 7 Aero ongeveer een kilogram weegt, maar toch was ik positief verrast toen ik hem uit de doos haalde. De OmniBook 7 Aero is zó licht dat het bijna een stuk speelgoed lijkt. Dat is gelukkig niet het geval, want de behuizing van een aluminium-magnesium-legering zit ondanks het geringe gewicht degelijk in elkaar. Het is daardoor een laptop die je zonder zorgen in je rugtas stopt, waarna je eigenlijk niet meer merkt dat je hem bij je hebt. Mijn eigen laptop is met 1,35 kilogram ook niet bijzonder zwaar, maar toch voel ik een duidelijk verschil als ik de OmniBook 7 Aero meeneem. Fijn als je dagelijks met de trein naar kantoor of studie gaat.

©Jeroen Boer - ID.nl

Waar ik ook blij van word, is dat HP ondanks de compacte behuizing toch in een fijne verzameling aansluitingen heeft voorzien. Natuurlijk wordt de basis tegenwoordig gedekt door usb-c en daarvan krijg je er twee die allebei geschikt zijn voor zowel laden als het aansluiten van een beeldscherm. Thuis of op kantoor kun je hem dus met één kabel aansluiten op je werkplek. Maar omdat je een lichte laptop waarschijnlijk juist onderweg gebruikt, is het fijn dat HP je ook twee normale usb-poorten, een HDMI-aansluiting en een headsetaansluiting geeft. Zo kun je hem ook gewoon gebruiken op plekken waar nog een oudere monitor of beamer staat en heb je ook voor een usb-stickje geen adapter nodig. Het enige dat een klein beetje jammer is, is dat de usb-c-poorten geen usb 4 ondersteunen terwijl de gebruikte processor dat op zich wel kan.

©Jeroen Boer - ID.nl

Je krijgt naast twee usb-c-poorten ook een HDMI-aansluiting en normale usb-poorten.

Lekker tikken

Als je het scherm openklapt, wordt het palmgedeelte in een lichte hoek gezet zodat je fijner kunt tikken. Dat is op de OmniBook sowieso geen straf. Het toetsenbord heeft een prettige aanslag met duidelijke feedback. Prettig, zeker als je net als ik veel met teksten werkt. Het toetsenbord ziet er met zijn grijze toetsen ook overzichtelijk uit en heeft toetsverlichting in twee helderheidsstanden. Een eigenschap die wat mij betreft vooral weer onderweg als je werkt op allerlei ongunstige locaties onmisbaar is. De touchpad met geïntegreerde fysieke knop laat zich eerder omschrijven als oké. Het geheel werkt op zich goed, maar voelt wel minder premium dan het uitstekende toetsenbord.

©Jeroen Boer - ID.nl

Het toetsenbord oogt overzichtelijk én tikt lekker.

Geen last van spiegeling

Het 13,3inch-scherm maakt gebruik van een IPS-paneel en heeft een resolutie van 2560 × 1600 pixels. Hierdoor krijg je goede inkijkhoeken en een scherp beeld. Handig voor onderweg is dat HP het paneel mat heeft afgewerkt, zodat je geen last hebt van storende lichtinval. Ook de helderheid is voor veel omstandigheden hoog genoeg. Verder is het scherm niet heel bijzonder. Zo wordt er slechts een maximale verversingssnelheid van 60 Hz ondersteund, terwijl steeds meer duurdere laptops schermen met een hogere verversingssnelheid hebben. Dat heeft misschien ook iets met de accuduur te maken, iets waarover je verderop meer leest. Boven het scherm vind je een prima webcam die ook geschikt is voor inloggen met gezichtsherkenning via Windows Hello. Prettig is dat de webcam een schuifje heeft om de lens fysiek te bedekken; zo weet je zeker dat je niet bespied wordt.

©Jeroen Boer - ID.nl

Dankzij een ingebouwd schuifje wordt je niet bespied.

Goede prestaties

Op papier stelt de configuratie met een Ryzen AI 7 350, 32 GB RAM en een 1TB-ssd niet teleur. Misschien is 32 GB RAM een beetje overdreven voor een laptop die zich niet laat omschrijven als workstation, maar het is voor een laptop waarvan je het geheugen niet kunt uitbreiden ook weer niet heel gek. Dit is wellicht juist het moment om nog even je slag te slaan voordat laptops met veel geheugen veel duurder worden. De opslag wordt verzorgd door een ssd van 1 TB die gewoon prima presteert. Het is een M.2-ssd die je eventueel kunt vervangen als je opslag tekort komt.

De Ryzen AI 7 350 combineert vier normale met vier energiezuinige cores en heeft een npu die voldoet aan de eisen voor een Copilot+-pc. Je krijgt dus alle extra AI-functies van Windows 11. De prestaties van de chip zijn goed en de laptop scoort een mooie 7527 punten in PCMark 10. Ook de score van 1975 en 12433 punten in CineBench R23 voor respectievelijk single-core- en multi-core-prestaties zijn voor een mobiele processor uitstekend. De prestaties kennen bovendien weinig verval als je de laptop langdurig aan het werk zet. Helaas verandert de koeling dan wel in een soort stofzuiger: de laptop laat goed van zich horen als je hem wat langer aan het werk zet. Bij lichte dingen als browsen of tekstverwerken is de laptop gelukkig wel stil.

©Jeroen Boer - ID.nl

Het scherm heeft geen last van spiegelingen.

Best wel kleine accu

Wanneer een laptop zo dun en licht mogelijk is, kan het bijna niet anders dan dat er ergens concessies gedaan zijn. Dat is in het geval van deze HP overduidelijk de accu, want een accu met een capaciteit van slechts 43 Wh is tegenwoordig wel heel magertjes. Toch wist de HP me positief te verrassen, want de werktijd bij alledaagse (kantoor)werkzaamheden is met zo'n 12 uur helemaal niet zo verkeerd. Natuurlijk zijn er genoeg laptops met een veel langere accuduur (waaronder de eveneens ook superlichte ASUS ZenBook A14), maar een echte dealbreaker is de werktijd ook weer niet.

©Jeroen Boer - ID.nl

De aluminium-magnesium-behuizing oogt netjes en is lekker stevig.

En gamen?

De Ryzen AI 7 350 heeft een geïntegreerde AMD Radeon 860M-gpu en is volgens AMD ook geschikt voor gamen. Je kunt natuurlijk niet verwachten dat een geïntegreerde gpu echt topprestaties biedt. Een score van 2571 punten in 3D mark Time Spy is in ieder geval niet heel indrukwekkend. Ik heb Shadow of the Tomb Raider geïnstalleerd, een spel waarvan ik weet dat het inmiddels goed speelbaar is op een geïntegreerde gpu. Het is een spel van alweer zeven jaar oud, maar grafisch nog altijd mooi. Om op Full HD een beetje soepel te kunnen spelen, moest ik kiezen voor de voorinstelling Lowest waarmee je zo'n 54 fps haalt. Opvallend is dat er met AI-upscaler Intel XeSS niet significant meer frames gehaald worden. Jammer, want op andere laptops heb ik goede ervaringen met zulke AI-upscalers. Het hangt natuurlijk ook een beetje van het spel af en een titel met ondersteuning voor AMD's eigen FSR presteert misschien wel wat beter. De prestaties in Shadow of the Tomb Raider geven wel een goed beeld van de mogelijkheden. Voor soepel gamen zul je wat oudere spellen met lagere kwaliteitsinstellingen of esports-titels moeten spelen. Dit klinkt misschien teleurstellend, maar voor een dunne en lichte ultrabook zijn de prestaties helemaal niet zo verkeerd. 

Conclusie

De HP OmniBook 7 Aero is al met al een heel fijne laptop en dat komt voor een groot deel door het gewicht. Je moet hem dus ook vooral overwegen als je echt een lichte laptop wilt hebben. De laptop weegt nog geen kilo, waardoor je hem altijd makkelijk meeneemt. Ondanks het lage gewicht zijn de prestaties prima en kun je comfortabel werken. Over de stevigheid hoef je je geen zorgen te maken; de aluminium-magnesiumbehuizing is lekker degelijk. Natuurlijk heeft HP wel wat concessies moeten doen om dat lage gewicht te bereiken. Zo is de accucapaciteit niet heel indrukwekkend, al overleef je met 12 uur werktijd op zich wel een werkdag. Voor hetzelfde geld kun je zeker laptops kopen waar je langer op kunt werken, maar die wegen dan ook een stuk meer dan een kilo.

▼ Volgende artikel
Analist: 'PlayStation 6 verschijnt mogelijk pas na 2028'
© Sony
Huis

Analist: 'PlayStation 6 verschijnt mogelijk pas na 2028'

Sony zou overwegen de PlayStation 6 intern uit te stellen en de console pas ergens na 2028 uit te brengen.

Dat meent MST Financial-analist David Gibson via Sandstone Insights Japan. Hoewel de PlayStation 5 al meer dan vijf jaar beschikbaar is - de console kwam eind 2020 uit - is het volgens hem onwaarschijnlijk dat Sony de PlayStation 6 binnenkort uitbrengt.

"Sony verwacht dat de levenscyclus van de PlayStation 5 wordt verlengd, en dat de PlayStation 6-release langer op zich laat wachten dan de meesten voorspellen", zo stelt Gibson. Hij verwacht dat de nieuwe console pas ergens na 2028 uitkomt - op zijn vroegst dus in 2029.

PlayStation 6 is nog niet aangekondigd

Sony zelf heeft nog geen officiële releaseperiode gegeven voor de PlayStation 6. De console is immers nog niet officieel aangekondigd, al is het logisch dat het bedrijf achter de schermen al aan een opvolger van de PlayStation 5 werkt.

Eerder gingen er al wel geruchten over een PS6-release in 2027 of 2028, maar volgens bovengenoemde analyse wordt het dus pas later. Er gaan ook geruchten dat Sony twee apparaten wil uitbrengen: een traditionele console en een hybride versie die ook als handheld gebruikt kan worden - vergelijkbaar met de Nintendo Switch dus.

Reden voor vertraging

Een van de redenen voor een vertraagde komst van PlayStation 6 kunnen de alsmaar stijgende prijzen voor geheugen zijn. Prijzen van RAM (Random Access Memory) stijgen alsmaar doordat er massaal RAM nodig is om het alsmaar populairder wordende AI werkende te houden. RAM is echter nodig in spelcomputers.

De theorie is dat bedrijven nu hun plannen voor nieuwe consoles uitstellen, omdat de prijzen voor RAM zo hoog liggen. Dat zou immers betekenen dat men ook hogere prijzen voor nieuwe consoles moet vragen, en dat zou eventueel een negatief effect op het succes van deze consoles kunnen hebben.

View post on Instagram
 

Valkuil van uitstel

Het intern uitstellen van de PlayStation 6 - of andere consoles - kan echter een prijzige aangelegenheid zijn voor bedrijven. Sony heeft vele miljoenen dollars in de ontwikkeling van een nieuwe console gestoken en mogelijk de technologie die in deze console zit gekozen.

Door de PlayStation 6 uit te stellen, veroudert de technologie in de console ook, en komt het bedrijf voor een lastige keuze te staan: gooit Sony de vele miljoenen aan onderzoekskosten weg om nieuwe specificaties samen te stellen, of brengt het bedrijf op een later moment een console met ietwat achterhaalde specificaties uit?

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.