ID.nl logo
Welke microcontrollers bestaan er en waar zijn ze goed voor?
© https://ethereumcode.io/
Huis

Welke microcontrollers bestaan er en waar zijn ze goed voor?

Ze zitten in je auto, in je magnetron, in je wasmachine, maar ook in je pc, en ze vormen het hart van de Arduino- en ESP32-ontwikkelbordjes: microcontrollers. Onzichtbaar op de achtergrond wordt bijna ons hele leven erdoor draaiende gehouden. Welke microcontrollers bestaan er en hoe werken ze precies?

Als je een maaltijd in je magnetron zet, kies je de juiste tijd en instellingen en zet je hem aan. Aan het einde zegt je magnetron ‘ping!’ en is je maaltijd opgewarmd.

Heb je je al eens afgevraagd hoe dat werkt? Eigenlijk zit er in je magnetron een hele (kleine) computer die een programmaatje afwerkt dat enerzijds reageert op de knoppen en anderzijds, als je dat hebt, op het lcd-scherm. Ook stuurt de computer de elektronenbuis aan die de maaltijd met microgolven verwarmt. Die kleine computer is een microcontroller. Je hebt er waarschijnlijk tientallen in huis.

Een microcontroller is een chip die eigenlijk een hele computer in één pakket behuist. Daarin zitten een processor, geheugen (ram en rom) en allerlei poorten naar de buitenwereld. Terwijl je bij een gemiddelde processor voor je desktopcomputer dus nog een heel moederbord, ram-geheugen en storage nodig hebt om er iets nuttigs mee te doen, heb je bij een microcontroller slechts een beperkt aantal externe componenten nodig. Wat weerstanden en condensatoren zijn doorgaans voldoende voor een werkende microcontroller-opstelling.

Die verregaande integratie in een microcontroller is mogelijk omdat dit geen chip is voor flexibele apparaten, zoals pc’s. Microcontrollers zijn ontworpen om specifieke toepassingen uit te voeren, zoals in een magnetron, een pinautomaat, een wasmachine of een pacemaker. Een laag stroomverbruik en een lage kostprijs zijn voor die toepassingen belangrijk.

Lage prestaties met hoge impact

Low-end microcontrollers hebben dan ook een processorsnelheid van maar enkele MHz en slechts enkele kilobytes ram-geheugen. Kijk bijvoorbeeld naar de Arduino Uno, een populair ontwikkelbordje om mee te experimenteren. De microcontroller op dat bordje is de AVR ATmega328P. Die werkt op een kloksnelheid van 16 MHz, heeft 2 KB sram, 1 KB eeprom en 32 KB flashgeheugen.

Vergeleken met de gigahertzen, gigabytes en terabytes die we op onze pc’s gewend zijn, lijken die specificaties ondermaats. Maar toch kun je hiermee ongelooflijk veel projecten aansturen: muziekinstrumenten, robotautootjes, weerstations, je planten automatisch water geven... Je kunt het zo gek niet bedenken of iemand heeft het al weleens met die kleine ATmega328P gedaan.

Microcontroller of SoC? Waarschijnlijk heb je ook al gehoord van een system-on-a-chip (SoC), wat op het eerste gezicht hetzelfde lijkt: een processor geïntegreerd met andere componenten. De grens tussen wat we als een microcontroller beschouwen en wat als een SoC is nogal vaag. Maar doorgaans is een SoC met een snellere processor uitgerust, heeft die meer ram en bevat hij mogelijk radiochips (wifi en/of mobiel netwerk) of een ingebouwde gpu.  Alle smartphones en tablets zijn dan ook gebouwd rond een SoC, maar ook de Raspberry Pi, apparaten zoals een nas en slimme luidsprekers. Ook de Apple M1 is een SoC: deze integreert een arm-processor, ram, gpu, image-signal-processor, Secure Enclave (een coprocessor voor veilige opslag van sleutels) en controllers voor NVMe en thunderbolt 4.

Pinnetjes

Als je een low-end microcontroller zoals een ATmega328P van een Arduino Uno ziet, is het eerste wat opvalt de pinnetjes die eruit steken. Elk van die pinnetjes heeft een functie. Sommige sluit je aan op een voeding, zodat de chip stroom krijgt, maar de meeste dienen om met de omgeving te communiceren.

Komt de chip in een dip-behuizing, dan kun je die pinnetjes eenvoudigweg in een breadboard prikken. Door dan jumperwires in een gaatje in dezelfde rij als een pin te steken, verbind je het draadje met die pin. Op die manier bouw je eenvoudig elektronische schakelingen op met componenten die met de microcontroller kunnen communiceren.

Een Arduino Uno-bordje is dan eigenlijk gewoon een printplaatje waarop de ATmega328P is geplaatst en alle pinnetjes verbonden zijn met ofwel de headers op het bordje, ofwel met andere componenten van het printplaatje, zoals de spanningsregelaar, statusleds en de resetknop. Je kunt het eigenlijk vergelijken met een moederbord voor een processor: een Arduino Uno maakt een ATmega328P-microcontroller alleen wat handiger om te gebruiken en om andere componenten op aan te sluiten.

©PXimport

De eenvoudigste manier om met een microcontroller te communiceren is wat we GPIO noemen (general-purpose input/output). Elke GPIO-pin kunnen we aansturen door een bit op een specifiek adres in het geheugen van de microcontroller op 1 of 0 te zetten. Schrijven we er 1 naar, dan wordt een spanning van bijvoorbeeld 5 V over de pin gelegd; schrijven we er 0 naar, dan wordt de spanning 0 V.

Als je dan bijvoorbeeld tussen die pin en 0 V een led en een weerstand plaatst, gaat de led aan wanneer je 1 naar de pin schrijft en uit wanneer je er 0 naar schrijft. Bij een 1 vloeit er immers een stroom van 5 V naar 0 V. De weerstand dient om de stroom te beperken tot wat de led aankan.

Ook in de andere richting werkt dat. Als je de GPIO-pin als invoer configureert, zal de microcontroller de spanning die je aan de pin aanlegt (5 V of 0 V) interpreteren als een 1 of 0. Op die manier sluit je een knop aan op de pin. Druk je de knop in, dan maakt die intern een verbinding tussen 5 V en de pin van de microcontroller, waardoor die een 1 registreert. 

Laat je de knop los, dan wordt er doorgaans via een pull-downweerstand voor gezorgd dat de pin verbonden is met 0 V en dus een 0 registreert. Op dezelfde manier sluit je een PIR-sensor voor aanwezigheidsdetectie aan: de pin registreert dan 1 als de sensor iemand waarneemt en anders 0.

Protocols en bussen

Telkens 1 bit in of uit de microcontroller sturen, is voldoende voor eenvoudige toepassingen, maar vaak heb je complexere vormen van communicatie nodig. Daarvoor zijn er allerlei protocollen ontwikkeld. Bijvoorbeeld UART (universal asynchronous receiver-transmitter), een protocol voor seriële communicatie waarbij je bytes in twee richtingen kunt sturen. 

Het protocol beschrijft hoe je de opeenvolgende bits moet sturen. Zo bestaan er UART-modules die je in een usb-poort van je pc kunt steken. Communiceren met de microcontroller doe je dan door de RX-pin van de microcontroller met de TX-pin van de UART-module te verbinden en andersom: RX staat voor receive en TX voor transmit.

Voor communicatie met meerdere componenten, zoals sensoren, externe geheugens en schermen, maak je meestal gebruik van een bus zoals I²C (Inter-Integrated Circuit, uitgevonden door Philips) en SPI (Serial Peripheral Interface). I²C wordt ook wel Two-Wire genoemd, omdat er twee pinnen worden gebruikt: SDA om de seriële data door te sturen en SCL om een kloksignaal te sturen. 

SPI (ook weleens Four-Wire genoemd) heeft vier pinnen: SCLK voor de klok, MOSI voor communicatie van de master (meestal de microcontroller) naar de slave en MISO voor de andere richting, en SS om te selecteren met welke slave de master spreekt. Voor elke slave heb je een extra pin SS nodig. Bij de meeste microcontrollers zijn er specifieke pinnen aanwezig voor UART, I²C en SPI.

©PXimport

Digitaal of analoog

Tot nu toe hebben we het alleen maar over 0 en 1 gehad, digitale gegevens dus. Maar heel wat sensoren geven analoge gegevens door, bijvoorbeeld een temperatuursensor of druksensor waarvan de weerstand varieert met de gemeten waarde. Met een spanningsdeler haal je uit die variabele weerstand een variabele spanning, die dus een analoge voorstelling van de meetwaarde is. 

Gelukkig bestaat er een component die een analoge waarde (bijvoorbeeld een spanning) kan omzetten naar een digitale waarde (bijvoorbeeld een 10bit-getal): de ADC (analoog-digitaalomzetter).

ADC’s bestaan als losse componenten (bijvoorbeeld via I²C of SPI aan te sluiten), maar veel microcontrollers hebben ook zelf een of meer ADC’S ingebouwd. Ook in de andere richting bestaat er een component: de DAC (digitaal-analoogomzetter) zet een digitale waarde (bijvoorbeeld een 10bit-getal) om in een analoge waarde (bijvoorbeeld een spanning van 0 tot de voedingsspanning).

Sommige microcontrollers hebben ook een DAC ingebouwd. Al met al zijn microcontrollers dus de perfecte componenten om de digitale en analoge wereld te verenigen. Een Raspberry Pi bijvoorbeeld heeft geen ADC ingebouwd, terwijl een Arduino-bordje er meerdere heeft.

Microcontroller-behuizingen Dezelfde microcontroller kun je vaak in meerdere types behuizingen kopen. Op breadboards zul je vaak DIP-behuizingen tegenkomen: dual in-line package. De chip zit dan in een rechthoekig blokje met aan twee tegenovergelegen zijden pinnetjes die naar onderen uitsteken. Standaard liggen de pinnetjes 2,54 mm (een tiende inch) van elkaar, waardoor ze op een breadboard passen.  In massaproductie vind je eerder varianten van QFP (quad flat package), waarbij een vierkante behuizing aan elke zijde een rij pinnetjes heeft, met een afstand van 0,4 tot 1 mm, die op de printplaat worden gesoldeerd. Een soortgelijke behuizing is QFN (quad-flat no-leads), waarbij er geen pinnetjes uitsteken maar er onderaan de chip aan de vier zijden rijen kopersporen zijn die rechtstreeks op de banen van de printplaat aansluiten. Deze zijn moeilijk met de hand te solderen.

Microcontrollerfamilies

Net zoals er voor pc’s allerlei processorfamilies bestaan, heb je ook diverse families van microcontrollers. De belangrijkste onderverdeling is op basis van de processorarchitectuur. Populair bij hobbyisten zijn de 8bit-AVR-microcontrollers van Atmel (in 2016 overgenomen door Microchip). Ze zijn onderverdeeld in twee subfamilies: de ATtiny-serie met minder pinnen, geheugen en functies (de basismodellen hebben zelfs geen ram-geheugen, UART, I²C en SPI) en de krachtigere ATmega-serie die in de meeste Arduino-bordjes zit.

Een familie die zowel bij hobbyisten als industriële ontwikkelaars populair is, zijn de PIC-microcontrollers, die al sinds 1976 meegaan. Hun populariteit is te danken aan hun lage kostprijs, brede beschikbaarheid en heel wat bestaande code.

Een andere populaire low-end microcontroller in de industrie is de 8051. Oorspronkelijk werd deze in 1980 door Intel ontwikkeld onder de naam MCS-51. In 2007 is Intel met de productie gestopt, maar tientallen andere chipfabrikanten produceren nog altijd hun eigen klonen van de 8051, vaak met een snellere klok en extra functies. Ze worden gebruikt in auto’s, meetsystemen, transceivers voor bluetooth, Zigbee en andere draadloze protocollen, in usb-sticks enzovoort.

©PXimport

Als je naar de krachtigere microcontrollers gaat, kom je bij 32- en 64bit-families uit. De laatste jaren hebben vooral de Xtensa-processors van Tensilica (in 2013 overgekocht door Cadence) een flinke opmars gemaakt. Het zijn immers de processors in de ESP8266- en ESP32-microcontrollers van het Chinese Espressif. Deze zijn populair bij hobbyisten door hun geïntegreerde wifi en (voor de ESP32) bluetooth, en omdat ze eenvoudig te programmeren zijn in de Arduino IDE of via frameworks als ESPHome. De bordjes gebouwd rond de microcontrollers van Espressif zijn dan ook populair voor doe-het-zelf-domotica.

Tot de krachtigste en flexibelste microcontrollers behoren die gebouwd rond de ARM-architectuur. De high-end versies daarvan vind je in je smartphone en ook in computerbordjes zoals een Raspberry Pi, al spreken we dan meer van een SoC. 

ARM kent veel subfamilies, maar voor de klassieke microcontrollertoepassingen zijn vooral de ARM Cortex-M-processors (32 bit) gebruikt. Die vind je bijvoorbeeld in de AT SAM-serie van Atmel die in de krachtigere Arduino-bordjes zitten, in de populaire STM32-familie van STMicroelectronics, en in de nRF-serie van Nordic Semiconductor voor draadloze toepassingen, zoals bluetooth en thread.

Ontwikkelbordjes

Voor industriële toepassingen wordt een printplaat op maat ontworpen, waarop een microcontroller staat. Maar wie zelf aan de slag wil met een microcontroller, heeft een ontwikkelbordje nodig. Dat geeft eenvoudig toegang tot de pinnen van de microcontroller via standaard pinheaders en voegt zaken zoals een spanningsregelaar en usb-naar-UART-omzetter toe, zodat je het bordje eenvoudig op je pc kunt aansluiten.

Voor elke microcontrollerfamilie bestaan er wel ontwikkelbordjes in allerlei vormen en groottes. Voor de AVR-familie zijn de Arduino-bordjes populair. Sommige daarvan, zoals de Arduino Nano, prik je op een breadboard, maar de meeste komen in een groter formaat met vrouwelijke pinheaders waarin je jumperwires steekt. 

Voor de Espressif-microcontrollers is het kleinere formaat dat je op een breadboard prikt alomtegenwoordig. Voor de nRF-serie heeft Nordic Semicondictor grote ontwikkelborden, maar ook versies in de vorm van een stick die je in de usb-poort van je pc schuift. Ook de BBC micro:bit en micro:bit v2 zijn leuke ontwikkelbordjes voor de nRF-microcontrollers.

©PXimport

Microcontroller programmeren

Kijken we tot slot nog even naar hoe het programmeren van een microcontroller werkt. Als je gewend bent om voor een pc of een computerbordje zoals een Raspberry Pi te programmeren, krijg je zeker een cultuurschok wanneer je voor het eerst een microcontroller programmeert. Doorgaans draait er immers geen besturingssysteem op een microcontroller. Er draait slechts één programma op: wat jij schrijft. 

Dat programma schrijf je in het ingebouwde flash-geheugen. Als je de stroom uitschakelt en weer inschakelt, begint de microcontroller het programma onmiddellijk uit te voeren. Dat maakt een microcontroller betrouwbaarder in werking dan een processorbordje zoals een Raspberry Pi.

De best ondersteunde programmeertalen op microcontrollers zijn C of C++, maar die zijn niet het toegankelijkst. Het Arduino-ecosysteem lost dat op door een standaardbibliotheek en allerlei uitbreidingen aan te bieden. Die vormen een laag bovenop het onderliggende C++. 

Andere oplossingen zijn MicroPython en CircuitPython die een afgeslankte versie van Python op microcontrollers aanbieden, en Espruino dat het mogelijk maakt om JavaScript op een microcontroller te gebruiken. Voor industriële toepassingen gebruik je eerder een realtime besturingssysteem zoals Zephyr, dat je in C programmeert.

Ontwikkelomgevingen

Om het proces van code programmeren en de firmware naar je microcontroller flashen te vereenvoudigen, bestaan er allerlei ontwikkelomgevingen. Die tonen bijvoorbeeld fouten in je code, compileren met één druk op een knop je code tot machinecode in de instructieset van de processor, en flashen de firmware naar je ontwikkelbordje. 

Programmeer je een Arduino-bordje, dan doe je dat doorgaans in de Arduino IDE (wat staat voor integrated development environment). Maar dankzij de ondersteuning van andere bordjes kun je met de Arduino IDE ook ESP8266- of ESP32-bordjes programmeren.

Ook populair is PlatformIO, een opensource-plug-in die van Microsofts ontwikkelomgeving Visual Studio Code een ontwikkelomgeving voor microcontrollers maakt. Het voordeel van PlatformIO is dat je met één ontwikkelomgeving voor diverse platforms en frameworks voor microcontrollers kunt ontwikkelen, inclusief Arduino, Espressifs framework en Zephyr. 

Visual Studio Code is bovendien ook bruikbaar om voor een Raspberry Pi of je pc te programmeren. Op deze manier verenig je dus al je programmeerprojecten in één omgeving.

▼ Volgende artikel
Wasbaar dekbed: handig of juist niet?
© ID.nl
Huis

Wasbaar dekbed: handig of juist niet?

Een wasbaar dekbed combineert de vulling en de hoes tot één geheel, waardoor je nooit meer hoeft te worstelen met losse dekbedhoezen. Het klinkt als een uitkomst: even in de wasmachine, drogen, klaar. Maar werkt dat in de praktijk echt zo prettig als het lijkt? En past zo'n alles-in-één-oplossing wel bij jouw manier van slapen en wassen? We zetten alles voor je op een rij.

In dit artikel

Een dekbed dat je zó uit de kast op bed legt, zonder gedoe met hoezen – het klinkt ideaal. Maar werkt dat in de praktijk echt zo prettig? In dit artikel lees je wat een wasbaar dekbed precies is, wanneer het handig is én in welke situaties je toch beter bij je vertrouwde dekbed en overtrek blijft.

Lees ook: Dekbed in de wasdroger: helpt een tennisbal echt?

Nooit meer elke week dat gedoe met je beddengoed

Iedereen kent het wel: je staat te kl&^!@en met een dekbed dat niet in de hoes wil glijden. Het is een klusje waar bijna niemand blij van wordt. Het wasbare dekbed - ook wel bekend als 'coverless duvet' of 'dekbed zonder overtrek' - belooft daar een einde aan te maken. De buitenkant fungeert eigenlijk als een vaste hoes: je slaapt er direct onder, zonder extra overtrek. Maar dat roept wel de vraag op: hoe houd je zo'n all-in-one dekbed fris en schoon? En hoe makkelijk krijg je het eigenlijk weer droog?

Dekbed en hoes inéén

Een wasbaar dekbed is in feite een dekbed met een vaste, zachte buitenlaag waar je direct onder slaapt. De vulling – meestal van zachte vezels – is slim doorgestikt, zodat het dekbed zijn vorm behoudt en overal even comfortabel aanvoelt. In Nederland worden dit soort dekbedden op de markt gebracht door onder andere Zelesta en Happybed.

Eindelijk je bed verschonen zonder stress

Voor sommige mensen is dit dekbed een echte uitkomst. Als je minder kracht hebt of snel last krijgt van je gewrichten, is het heerlijk dat je niet hoeft te trekken en te schudden. Ook in krappe ruimtes - zoals een caravan of camper - is het handig dat je niet hoeft te manoeuvreren met losse hoezen. Voor een logeerbed is het bovendien ideaal: je pakt het uit de kast, legt het neer en het ziet er meteen netjes en uitnodigend uit.

Wasbaar dekbed zonder overtrek: hygiënisch of juist niet?

Een veelgehoorde gedachte is dat een wasbaar dekbed minder hygiënisch zou zijn dan een dekbed met losse hoes. Maar juist het tegenovergestelde is waar: omdat je telkens het hele dekbed met vulling en al in de wasmachine stopt, blijft alles een stuk frisser. Heb je een dekbed met een aparte hoes, dan was je die hoes waarschijnlijk eens per week of twee weken, maar het dekbed zelf, dat doen de meeste mensen misschien maar een paar keer per jaar in de wasmachine.

Zolang je wasmachine meewerkt …

Geen gedoe met opmaken dus, maar het wassen kan nog wel een uitdaging zijn. Een tweepersoons wasbaar dekbed neemt flink wat ruimte in en past lang niet in elke wasmachine. In een kleinere trommel kan de vulling het water en wasmiddel nauwelijks opnemen. Het wordt dan wel nat, maar niet echt schoon. Ook het drogen vraagt wat extra geduld: doordat de vulling vastzit aan de buitenkant, duurt het langer voordat het hele dekbed echt goed droog is.

Voor wie een wasbaar dekbed niet handig is

Een wasbaar dekbed klinkt misschien als dé oplossing, maar het is niet voor iedereen even praktisch. Heb je een kleine wasmachine met een trommel van minder dan 8 kilo, dan is de kans groot dat een tweepersoons dekbed er simpelweg niet in past. En zonder droger kan het behoorlijk lastig zijn om zo'n gevuld dekbed weer goed droog te krijgen. Blijft het te lang vochtig, dan loop je bovendien het risico dan het dekbed muffig gaat ruiken.

Ook als je het 's nachts snel warm hebt, is het goed om even stil te staan bij het materiaal. De meeste wasbare dekbedden zijn gemaakt van polyester, wat minder goed ademt dan bijvoorbeeld katoen of wol. Dat kan broeierig aanvoelen, zeker in de zomer. En houd je van variatie in kleur en stijl op bed? Met dit type dekbed ben je gebonden aan één look. De buitenkant is namelijk ook meteen het uiterlijk van je bed, en wisselen van stijl betekent meteen een nieuw dekbed kopen.

Zo bepaal je of een wasbaar dekbed iets voor jou is

Of een wasbaar dekbed bij je past, hangt vooral af van je gewoontes. Wil je regelmatig een andere look in je slaapkamer? Heb je genoeg ruimte én de juiste apparatuur (zoals een wasmachine met een grote trommel) om zo'n dekbed goed te wassen en te drogen? In een druk huishouden, waar de wasmachine al overuren draait, kan een dekbed met lange droogtijd onhandig zijn. Maar woon je alleen of heb je een goede droger, en wil je vooral minder gedoe met bedden opmaken? Dan kun je jezelf met een wasbaar dekbed ergernis besparen.

▼ Volgende artikel
Wat is er nieuw in GTA Online? - Updates, Social Club en de toekomst na GTA 6
© Rockstar Games
Huis

Wat is er nieuw in GTA Online? - Updates, Social Club en de toekomst na GTA 6

Grand Theft Auto 6 komt met iedere dag een beetje dichterbij, en terwijl Rockstar Games alles op alles zet om de game op tijd af te krijgen wordt er ook nog altijd toegevoegd aan Grand Theft Auto Online. De game is een gigantische bron van inkomsten voor het bedrijf, en er wordt nog altijd content aan het spel toegevoegd.

Grand Theft Auto Online in een notendop

GTA Online is de multiplayermodus die op 1 oktober 2013 beschikbaar werd gemaakt als onderdeel van GTA 5, een paar weken na de lancering van die game. In 2022 werd een standalone versie van de online modus uitgebracht, waarbij het singleplayerverhaal niet inbegrepen is. GTA 5 en GTA Online werden al geruime tijd als losse entiteiten gezien, maar zijn sindsdien dus ook echt van elkaar losgetrokken.

Wat is er nieuw deze week? 

Een van de redenen achter het continue succes van GTA Online is de constante stroom aan content die Rockstar Games in het spel pompt. Er zijn iedere week wel events en speciale missies te voltooien, en het bedrijf brengt regelmatig grotere uitbreidingen uit met verhalende missies en nieuwe operaties om vrij te spelen. Voor iedereen die bijvoorbeeld iedere dag zijn social media-feeds ververst voor de nieuwe GTA 6-trailer heeft de game veel te bieden. 

Ook deze week is er weer veel gaande in GTA Online, namelijk: 

  • Drie legale Odd Jobs toegevoegd: Firefighter, Forklift Operator en Paper Route - deze scharen zich achter de al bestaande PharmaQuick, SafeGuard Deliveries en Pizza This…-klussen 

    • Je krijgt deze week dubbele in-game dollars en Reputation Points tijdens het uitvoeren van deze Odd Jobs

  • Productiesnelheid van cocaïne is verdubbeld, en kan voor Mansion-eigenaars nog sneller

  • Verdubbelde beloningen voor Community Races

©Rockstar Games

Deze week beschikbaar in de Gun Van: 

  • Service Carbine (met 50% korting)  

  • Military Rifle (met 30% korting voor GTA+-leden)  

  • Compact EMP Launcher 

  • Sweeper Shotgun 

  • Combat PDW 

  • Switchblade 

  • Proximity Mines 

  • Sticky Bombs 

  • Tear Gas

Deze voertuigen zijn deze week in de aanbieding:

  • Pegassi Zorrusso (Super) – 30% korting

  • MTL Dune (Off-Road) – 30% korting

  • Nagasaki Outlaw (Off-Road) – 30% korting

  • Blimp (Plane) – 30% korting

  • Buckingham Shamal (Plane) – 30% korting

  • Dinka Veto Modern (Sports) – 30% korting

  • Declasse Hotring Sabre (Sports) – 30% korting

  • Übermacht Sentinel Classic (Sports) – 30% korting

  • Grotti Cheetah (Super) – 30% korting

  • Canis Freecrawler (Off-Road) – 30% korting

Verdere beloningen:

  • Gratis brandweeroutfit voor het voltooien van 25 brandweerklussen

  • Gratis Alpha Mail Warehouse-outfit voor het voltooien van vijf heftruckklussen

  • Bezorg vijf pizza's om een T-shirt van Pizza This en een driedubbele Weekly Challenge-bonus van GTA$ 300K te verdienen

De specifieke details van deze week lees je hier.

©Rockstar Games

Recente updates: 

Mansion Raid:Een nieuwe PvP-modus is Mansion Raid, waarin twee teams het tegen elkaar opnemen. Het ene team probeert een Mansion binnen te komen, de kluis te bereiken en te ontsnappen met de buit terwijl het andere team dit probeert te voorkomen. Mansions zijn groot, maar de gangen zijn nauw, dus een vijand kan je om iedere hoek verrassen. 

A Safe House in the Hills: Met deze update is het mogelijk voor spelers om een speciale Mansion aan te schaffen in de rijke buurten van Los Santos. Wie een Mansion koopt krijgt een bekend gezicht te zien: Michael De Santa en zijn vrouw Amanda - uit het verhaal van GTA 5 - introduceren je tot dit rijke leven. Verder is de KnoWay Out-missieketen toegevoegd en is de Rockstar Mission Creator geïntroduceerd, waarmee spelers hun eigen missies kunnen bouwen. 

Watch on YouTube

Hoe werkt GTA Online?

In GTA Online beleef je net als in de meeste GTA-games het leven van een crimineel in een grote stad, die een naam voor zichzelf maakt en - hopelijk - bakken met geld verdient. In tegenstelling tot de meeste GTA-games doe je dit echter in een wereld waar ook andere spelers in rondlopen, met dezelfde doelen als jij. 

De gameplaycyclus bestaat voornamelijk uit het uitvoeren van missies om geld en RP  - ofwel Reputation Points - te verdienen, om langzaam maar zeker toegang te krijgen tot grotere missies en nieuwe businesses. Net als in singleplayer GTA-games zijn er heists uit te voeren die grote bedragen opleveren, maar het is daarbij ook mogelijk een eigen crimineel imperium op te bouwen. Zo koop je locaties waarin dan bijvoorbeeld drugs worden geproduceerd, die je later kunt verkopen. Tijdens het bevoorraden van je locaties en verkopen van je producten is het daarentegen altijd mogelijk dat andere spelers je proberen te dwarsbomen. 

Verder bestaat de GTA Online-ervaring ook uit community-gedreven content, bijvoorbeeld in de vorm van online races die door spelers zijn gemaakt of verschillende roleplay-servers die in recente jaren steeds populairder zijn geworden. Hierin doen spelers alsof ze daadwerkelijk het personage zijn dat ze spelen, waarmee zij dan een gezamenlijk verhaal creëren. 

©Rockstar Games

GTA+ en Shark Cards

GTA Online is een monstersucces gebleken voor Rockstar, met name dankzij de Shark Cards - microtransacties waarvoor spelers echt geld betalen om direct virtuele GTA-dollars op hun in-game bankrekening te storten. Gezien grote bedragen bij elkaar sparen in de game best lang kan duren, betalen genoeg spelers graag voor zo’n ‘buffertje’. Er zijn verschillende soorten Shark Cards beschikbaar: 

  • Tiger Shark Cash Card - 150.000 in-game dollars | 3,99 euro

  • Bull Shark Cash Card - 600.000 in-game dollars | 7,49 euro

  • Great White Shark Cash Card - 1.500.000 in-game dollars | 14,99 euro

  • Whale Shark Cash Card - 4.250.000 in-game dollars | 37,99 euro

  • Megalodon Shark Cash Card - 10.000.000 | 74,99 euro

Een nieuwe bron van inkomsten is GTA+, een abonnement dat 7,99 euro per maand kost en toegang geeft tot verschillende extra’s in GTA Online en een aantal klassieke Rockstar-games. Het abonnement is beschikbaar op PlayStation 5, Xbox Series X en S en pc.

De voordelen van GTA+ bestaan uit 500.000 in-game dollars, die iedere maand op de virtuele bankrekening worden gestort en toegang tot extra’s via The Vinewood Club. Zo kunnen spelers tot 100 voertuigen opslaan in een exclusieve garage, is er exclusieve korting op geselecteerde items en krijgen zij toegang tot een app op de in-game telefoon waarmee zij hun businesses snel kunnen beheren - in plaats van naar iedere locatie te rijden. Nog meer van de voordelen in GTA Online vind je onderaan deze pagina

©Rockstar Games

Daarbij krijgen GTA+-leden iedere maand gratis cosmetics en voertuigen. Tot 4 februari zijn de volgende spullen te claimen als je een abonnement hebt: 

  • Pfister Astrale (voertuig)

  • Cream Pearl Chameleon Paint (Verf voor op een voertuig)

  • Wheel Paint (Verf voor op een voertuig)

Het abonnement biedt overigens ook iets buiten GTA Online. Op het platform waarop je GTA+ afsluit zijn dan namelijk ook een aantal klassieke Rockstar-games te spelen. Die titels zijn:

  • Red Dead Redemption

  • Grand Theft Auto: Vice City - The Definitive Edition

  • Grand Theft Auto 3 - The Definitive Edition

  • Bully 

  • L.A. Noire

  • Grand Theft Auto: The Trilogy - The Definitive Edition (bevat ook bovenstaande GTA-games, plus de remaster van GTA: San Andreas

  • GTA Online (voor wie de game niet apart wil aanschaffen. 

GTA Online na de release van GTA 6

Door de hierboven genoemde Shark Cards en GTA+ blijft GTA Online een ontzettendwaardevolle bron van inkomsten voor Rockstar Games. Veel mensen vragen zich dan ook af wat er met de modus gaat gebeuren wanneer het langverwachte Grand Theft Auto 6 uitkomt. Historisch gezien kregen GTA 4, GTA 5 en Red Dead Redemption 2 namelijk ook een eigen online modus na release.

©Rockstar Games

Hoewel de komst van een onlinemodus voor GTA 6 nog niet is bevestigd, is de verwachting wel dat die er uiteindelijk komt. Wat dat betekent voor de ondersteuning van GTA Online is onbekend, al zei Take-Two's CEO Strauss Zelnick in een interview met IGN het volgende op de vraag of GTA Online wordt afgesloten:

"Ik ga theoretisch spreken, want ik ga het niet hebben over een specifiek project als daar nog geen aankondiging van is gedaan, maar over het algemeen onderhouden we onze projecten wanneer de consumenten nog steeds met die titels bezig zijn."

De spelersaantallen van GTA Online en bijbehorende inkomsten zullen met de release van GTA 6 niet in één klap wegvallen, dus het lijkt logisch dat Rockstar de online-modus nog een tijdlang blijft ondersteunen.