ID.nl logo
Welke microcontrollers bestaan er en waar zijn ze goed voor?
© https://ethereumcode.io/
Huis

Welke microcontrollers bestaan er en waar zijn ze goed voor?

Ze zitten in je auto, in je magnetron, in je wasmachine, maar ook in je pc, en ze vormen het hart van de Arduino- en ESP32-ontwikkelbordjes: microcontrollers. Onzichtbaar op de achtergrond wordt bijna ons hele leven erdoor draaiende gehouden. Welke microcontrollers bestaan er en hoe werken ze precies?

Als je een maaltijd in je magnetron zet, kies je de juiste tijd en instellingen en zet je hem aan. Aan het einde zegt je magnetron ‘ping!’ en is je maaltijd opgewarmd.

Heb je je al eens afgevraagd hoe dat werkt? Eigenlijk zit er in je magnetron een hele (kleine) computer die een programmaatje afwerkt dat enerzijds reageert op de knoppen en anderzijds, als je dat hebt, op het lcd-scherm. Ook stuurt de computer de elektronenbuis aan die de maaltijd met microgolven verwarmt. Die kleine computer is een microcontroller. Je hebt er waarschijnlijk tientallen in huis.

Een microcontroller is een chip die eigenlijk een hele computer in één pakket behuist. Daarin zitten een processor, geheugen (ram en rom) en allerlei poorten naar de buitenwereld. Terwijl je bij een gemiddelde processor voor je desktopcomputer dus nog een heel moederbord, ram-geheugen en storage nodig hebt om er iets nuttigs mee te doen, heb je bij een microcontroller slechts een beperkt aantal externe componenten nodig. Wat weerstanden en condensatoren zijn doorgaans voldoende voor een werkende microcontroller-opstelling.

Die verregaande integratie in een microcontroller is mogelijk omdat dit geen chip is voor flexibele apparaten, zoals pc’s. Microcontrollers zijn ontworpen om specifieke toepassingen uit te voeren, zoals in een magnetron, een pinautomaat, een wasmachine of een pacemaker. Een laag stroomverbruik en een lage kostprijs zijn voor die toepassingen belangrijk.

Lage prestaties met hoge impact

Low-end microcontrollers hebben dan ook een processorsnelheid van maar enkele MHz en slechts enkele kilobytes ram-geheugen. Kijk bijvoorbeeld naar de Arduino Uno, een populair ontwikkelbordje om mee te experimenteren. De microcontroller op dat bordje is de AVR ATmega328P. Die werkt op een kloksnelheid van 16 MHz, heeft 2 KB sram, 1 KB eeprom en 32 KB flashgeheugen.

Vergeleken met de gigahertzen, gigabytes en terabytes die we op onze pc’s gewend zijn, lijken die specificaties ondermaats. Maar toch kun je hiermee ongelooflijk veel projecten aansturen: muziekinstrumenten, robotautootjes, weerstations, je planten automatisch water geven... Je kunt het zo gek niet bedenken of iemand heeft het al weleens met die kleine ATmega328P gedaan.

Microcontroller of SoC? Waarschijnlijk heb je ook al gehoord van een system-on-a-chip (SoC), wat op het eerste gezicht hetzelfde lijkt: een processor geïntegreerd met andere componenten. De grens tussen wat we als een microcontroller beschouwen en wat als een SoC is nogal vaag. Maar doorgaans is een SoC met een snellere processor uitgerust, heeft die meer ram en bevat hij mogelijk radiochips (wifi en/of mobiel netwerk) of een ingebouwde gpu.  Alle smartphones en tablets zijn dan ook gebouwd rond een SoC, maar ook de Raspberry Pi, apparaten zoals een nas en slimme luidsprekers. Ook de Apple M1 is een SoC: deze integreert een arm-processor, ram, gpu, image-signal-processor, Secure Enclave (een coprocessor voor veilige opslag van sleutels) en controllers voor NVMe en thunderbolt 4.

Pinnetjes

Als je een low-end microcontroller zoals een ATmega328P van een Arduino Uno ziet, is het eerste wat opvalt de pinnetjes die eruit steken. Elk van die pinnetjes heeft een functie. Sommige sluit je aan op een voeding, zodat de chip stroom krijgt, maar de meeste dienen om met de omgeving te communiceren.

Komt de chip in een dip-behuizing, dan kun je die pinnetjes eenvoudigweg in een breadboard prikken. Door dan jumperwires in een gaatje in dezelfde rij als een pin te steken, verbind je het draadje met die pin. Op die manier bouw je eenvoudig elektronische schakelingen op met componenten die met de microcontroller kunnen communiceren.

Een Arduino Uno-bordje is dan eigenlijk gewoon een printplaatje waarop de ATmega328P is geplaatst en alle pinnetjes verbonden zijn met ofwel de headers op het bordje, ofwel met andere componenten van het printplaatje, zoals de spanningsregelaar, statusleds en de resetknop. Je kunt het eigenlijk vergelijken met een moederbord voor een processor: een Arduino Uno maakt een ATmega328P-microcontroller alleen wat handiger om te gebruiken en om andere componenten op aan te sluiten.

©PXimport

De eenvoudigste manier om met een microcontroller te communiceren is wat we GPIO noemen (general-purpose input/output). Elke GPIO-pin kunnen we aansturen door een bit op een specifiek adres in het geheugen van de microcontroller op 1 of 0 te zetten. Schrijven we er 1 naar, dan wordt een spanning van bijvoorbeeld 5 V over de pin gelegd; schrijven we er 0 naar, dan wordt de spanning 0 V.

Als je dan bijvoorbeeld tussen die pin en 0 V een led en een weerstand plaatst, gaat de led aan wanneer je 1 naar de pin schrijft en uit wanneer je er 0 naar schrijft. Bij een 1 vloeit er immers een stroom van 5 V naar 0 V. De weerstand dient om de stroom te beperken tot wat de led aankan.

Ook in de andere richting werkt dat. Als je de GPIO-pin als invoer configureert, zal de microcontroller de spanning die je aan de pin aanlegt (5 V of 0 V) interpreteren als een 1 of 0. Op die manier sluit je een knop aan op de pin. Druk je de knop in, dan maakt die intern een verbinding tussen 5 V en de pin van de microcontroller, waardoor die een 1 registreert. 

Laat je de knop los, dan wordt er doorgaans via een pull-downweerstand voor gezorgd dat de pin verbonden is met 0 V en dus een 0 registreert. Op dezelfde manier sluit je een PIR-sensor voor aanwezigheidsdetectie aan: de pin registreert dan 1 als de sensor iemand waarneemt en anders 0.

Protocols en bussen

Telkens 1 bit in of uit de microcontroller sturen, is voldoende voor eenvoudige toepassingen, maar vaak heb je complexere vormen van communicatie nodig. Daarvoor zijn er allerlei protocollen ontwikkeld. Bijvoorbeeld UART (universal asynchronous receiver-transmitter), een protocol voor seriële communicatie waarbij je bytes in twee richtingen kunt sturen. 

Het protocol beschrijft hoe je de opeenvolgende bits moet sturen. Zo bestaan er UART-modules die je in een usb-poort van je pc kunt steken. Communiceren met de microcontroller doe je dan door de RX-pin van de microcontroller met de TX-pin van de UART-module te verbinden en andersom: RX staat voor receive en TX voor transmit.

Voor communicatie met meerdere componenten, zoals sensoren, externe geheugens en schermen, maak je meestal gebruik van een bus zoals I²C (Inter-Integrated Circuit, uitgevonden door Philips) en SPI (Serial Peripheral Interface). I²C wordt ook wel Two-Wire genoemd, omdat er twee pinnen worden gebruikt: SDA om de seriële data door te sturen en SCL om een kloksignaal te sturen. 

SPI (ook weleens Four-Wire genoemd) heeft vier pinnen: SCLK voor de klok, MOSI voor communicatie van de master (meestal de microcontroller) naar de slave en MISO voor de andere richting, en SS om te selecteren met welke slave de master spreekt. Voor elke slave heb je een extra pin SS nodig. Bij de meeste microcontrollers zijn er specifieke pinnen aanwezig voor UART, I²C en SPI.

©PXimport

Digitaal of analoog

Tot nu toe hebben we het alleen maar over 0 en 1 gehad, digitale gegevens dus. Maar heel wat sensoren geven analoge gegevens door, bijvoorbeeld een temperatuursensor of druksensor waarvan de weerstand varieert met de gemeten waarde. Met een spanningsdeler haal je uit die variabele weerstand een variabele spanning, die dus een analoge voorstelling van de meetwaarde is. 

Gelukkig bestaat er een component die een analoge waarde (bijvoorbeeld een spanning) kan omzetten naar een digitale waarde (bijvoorbeeld een 10bit-getal): de ADC (analoog-digitaalomzetter).

ADC’s bestaan als losse componenten (bijvoorbeeld via I²C of SPI aan te sluiten), maar veel microcontrollers hebben ook zelf een of meer ADC’S ingebouwd. Ook in de andere richting bestaat er een component: de DAC (digitaal-analoogomzetter) zet een digitale waarde (bijvoorbeeld een 10bit-getal) om in een analoge waarde (bijvoorbeeld een spanning van 0 tot de voedingsspanning).

Sommige microcontrollers hebben ook een DAC ingebouwd. Al met al zijn microcontrollers dus de perfecte componenten om de digitale en analoge wereld te verenigen. Een Raspberry Pi bijvoorbeeld heeft geen ADC ingebouwd, terwijl een Arduino-bordje er meerdere heeft.

Microcontroller-behuizingen Dezelfde microcontroller kun je vaak in meerdere types behuizingen kopen. Op breadboards zul je vaak DIP-behuizingen tegenkomen: dual in-line package. De chip zit dan in een rechthoekig blokje met aan twee tegenovergelegen zijden pinnetjes die naar onderen uitsteken. Standaard liggen de pinnetjes 2,54 mm (een tiende inch) van elkaar, waardoor ze op een breadboard passen.  In massaproductie vind je eerder varianten van QFP (quad flat package), waarbij een vierkante behuizing aan elke zijde een rij pinnetjes heeft, met een afstand van 0,4 tot 1 mm, die op de printplaat worden gesoldeerd. Een soortgelijke behuizing is QFN (quad-flat no-leads), waarbij er geen pinnetjes uitsteken maar er onderaan de chip aan de vier zijden rijen kopersporen zijn die rechtstreeks op de banen van de printplaat aansluiten. Deze zijn moeilijk met de hand te solderen.

Microcontrollerfamilies

Net zoals er voor pc’s allerlei processorfamilies bestaan, heb je ook diverse families van microcontrollers. De belangrijkste onderverdeling is op basis van de processorarchitectuur. Populair bij hobbyisten zijn de 8bit-AVR-microcontrollers van Atmel (in 2016 overgenomen door Microchip). Ze zijn onderverdeeld in twee subfamilies: de ATtiny-serie met minder pinnen, geheugen en functies (de basismodellen hebben zelfs geen ram-geheugen, UART, I²C en SPI) en de krachtigere ATmega-serie die in de meeste Arduino-bordjes zit.

Een familie die zowel bij hobbyisten als industriële ontwikkelaars populair is, zijn de PIC-microcontrollers, die al sinds 1976 meegaan. Hun populariteit is te danken aan hun lage kostprijs, brede beschikbaarheid en heel wat bestaande code.

Een andere populaire low-end microcontroller in de industrie is de 8051. Oorspronkelijk werd deze in 1980 door Intel ontwikkeld onder de naam MCS-51. In 2007 is Intel met de productie gestopt, maar tientallen andere chipfabrikanten produceren nog altijd hun eigen klonen van de 8051, vaak met een snellere klok en extra functies. Ze worden gebruikt in auto’s, meetsystemen, transceivers voor bluetooth, Zigbee en andere draadloze protocollen, in usb-sticks enzovoort.

©PXimport

Als je naar de krachtigere microcontrollers gaat, kom je bij 32- en 64bit-families uit. De laatste jaren hebben vooral de Xtensa-processors van Tensilica (in 2013 overgekocht door Cadence) een flinke opmars gemaakt. Het zijn immers de processors in de ESP8266- en ESP32-microcontrollers van het Chinese Espressif. Deze zijn populair bij hobbyisten door hun geïntegreerde wifi en (voor de ESP32) bluetooth, en omdat ze eenvoudig te programmeren zijn in de Arduino IDE of via frameworks als ESPHome. De bordjes gebouwd rond de microcontrollers van Espressif zijn dan ook populair voor doe-het-zelf-domotica.

Tot de krachtigste en flexibelste microcontrollers behoren die gebouwd rond de ARM-architectuur. De high-end versies daarvan vind je in je smartphone en ook in computerbordjes zoals een Raspberry Pi, al spreken we dan meer van een SoC. 

ARM kent veel subfamilies, maar voor de klassieke microcontrollertoepassingen zijn vooral de ARM Cortex-M-processors (32 bit) gebruikt. Die vind je bijvoorbeeld in de AT SAM-serie van Atmel die in de krachtigere Arduino-bordjes zitten, in de populaire STM32-familie van STMicroelectronics, en in de nRF-serie van Nordic Semiconductor voor draadloze toepassingen, zoals bluetooth en thread.

Ontwikkelbordjes

Voor industriële toepassingen wordt een printplaat op maat ontworpen, waarop een microcontroller staat. Maar wie zelf aan de slag wil met een microcontroller, heeft een ontwikkelbordje nodig. Dat geeft eenvoudig toegang tot de pinnen van de microcontroller via standaard pinheaders en voegt zaken zoals een spanningsregelaar en usb-naar-UART-omzetter toe, zodat je het bordje eenvoudig op je pc kunt aansluiten.

Voor elke microcontrollerfamilie bestaan er wel ontwikkelbordjes in allerlei vormen en groottes. Voor de AVR-familie zijn de Arduino-bordjes populair. Sommige daarvan, zoals de Arduino Nano, prik je op een breadboard, maar de meeste komen in een groter formaat met vrouwelijke pinheaders waarin je jumperwires steekt. 

Voor de Espressif-microcontrollers is het kleinere formaat dat je op een breadboard prikt alomtegenwoordig. Voor de nRF-serie heeft Nordic Semicondictor grote ontwikkelborden, maar ook versies in de vorm van een stick die je in de usb-poort van je pc schuift. Ook de BBC micro:bit en micro:bit v2 zijn leuke ontwikkelbordjes voor de nRF-microcontrollers.

©PXimport

Microcontroller programmeren

Kijken we tot slot nog even naar hoe het programmeren van een microcontroller werkt. Als je gewend bent om voor een pc of een computerbordje zoals een Raspberry Pi te programmeren, krijg je zeker een cultuurschok wanneer je voor het eerst een microcontroller programmeert. Doorgaans draait er immers geen besturingssysteem op een microcontroller. Er draait slechts één programma op: wat jij schrijft. 

Dat programma schrijf je in het ingebouwde flash-geheugen. Als je de stroom uitschakelt en weer inschakelt, begint de microcontroller het programma onmiddellijk uit te voeren. Dat maakt een microcontroller betrouwbaarder in werking dan een processorbordje zoals een Raspberry Pi.

De best ondersteunde programmeertalen op microcontrollers zijn C of C++, maar die zijn niet het toegankelijkst. Het Arduino-ecosysteem lost dat op door een standaardbibliotheek en allerlei uitbreidingen aan te bieden. Die vormen een laag bovenop het onderliggende C++. 

Andere oplossingen zijn MicroPython en CircuitPython die een afgeslankte versie van Python op microcontrollers aanbieden, en Espruino dat het mogelijk maakt om JavaScript op een microcontroller te gebruiken. Voor industriële toepassingen gebruik je eerder een realtime besturingssysteem zoals Zephyr, dat je in C programmeert.

Ontwikkelomgevingen

Om het proces van code programmeren en de firmware naar je microcontroller flashen te vereenvoudigen, bestaan er allerlei ontwikkelomgevingen. Die tonen bijvoorbeeld fouten in je code, compileren met één druk op een knop je code tot machinecode in de instructieset van de processor, en flashen de firmware naar je ontwikkelbordje. 

Programmeer je een Arduino-bordje, dan doe je dat doorgaans in de Arduino IDE (wat staat voor integrated development environment). Maar dankzij de ondersteuning van andere bordjes kun je met de Arduino IDE ook ESP8266- of ESP32-bordjes programmeren.

Ook populair is PlatformIO, een opensource-plug-in die van Microsofts ontwikkelomgeving Visual Studio Code een ontwikkelomgeving voor microcontrollers maakt. Het voordeel van PlatformIO is dat je met één ontwikkelomgeving voor diverse platforms en frameworks voor microcontrollers kunt ontwikkelen, inclusief Arduino, Espressifs framework en Zephyr. 

Visual Studio Code is bovendien ook bruikbaar om voor een Raspberry Pi of je pc te programmeren. Op deze manier verenig je dus al je programmeerprojecten in één omgeving.

▼ Volgende artikel
Waar voor je geld: 5 laptops met 32 GB werkgeheugen
© wavebreak3 - stock.adobe.com
Huis

Waar voor je geld: 5 laptops met 32 GB werkgeheugen

Door de stijgende vraag van geheugenchips stijgen de prijzen van geheugenmodules en daarmee de algemene prijzen van laptops enorm. Wil je een krachtige, snelle laptop met 32 GB geheugen? Ook dan moet je er snel bij zijn, voordat de prijzen nog verder stijgen. Wij vonden vijf modellen met een krachtige processor en 32 GB werkgeheugen voor zware taken.

Let op: gezien de huidige markt van geheugenchips zijn de prijzen van de hier genoemde laptops momentopnames. De prijs die je onderaan iedere beschrijving ziet, is de prijs waarvoor de laptop op dat moment op Kieskeurig.nl wordt aangeboden.

ASUS Zenbook A14 OLED (UX3407QA‑QD220W)

Als je een lichte zoekt die niet aan kracht inboet, kom je de ASUS Zenbook A14 tegen. Dit model heeft een 14‑inch WUXGA‑OLED‑scherm en gebruikt een Qualcomm Snapdragon‑processor. Samen met 32 GB LPDDR5X‑geheugen en een 1 TB ssd kan jij vloeiend werken met programma’s en heb je ruimte voor bestanden en foto’s. Met een gewicht van ongeveer 980 gram is hij een van de lichtere modellen, waardoor hij makkelijk mee te nemen is. De laptop biedt aansluiting voor Thunderbolt, HDMI en USB‑A, zodat je een monitor, randapparatuur en een externe schijf kunt koppelen. Het ontbreken van een ventilator maakt hem stil, en de efficiënte chip draagt bij aan lange accuduur.

De huidige combinatie van lichte bouw, 32 GB‑geheugen en ruime opslag maakt dit model geschikt voor studie, creatieve software of multitasking, zonder dat je een zware tas hoeft mee te nemen.

ASUS Vivobook S16 (M3607HA)

De ASUS Vivobook S16 is een 16‑inch-model met een AMD Ryzen 9‑processor, 32 GB DDR5‑geheugen en 1 TB ssd‑opslag. Dat betekent dat jij moeiteloos foto’s kunt bewerken, meerdere programma’s naast elkaar open hebt staan en grote documenten opslaat. Het model heeft een ruim toetsenbord met numeriek deel en een groot touchpad.

Wat opvalt is het recente prijsverloop. Bij bol.com staat dat de prijs van dit model 999 euro is, terwijl de meest getoonde prijs in de laatste negentig dagen 1.199 euro was. Op Kieskeurig is de prijs op het moment van schrijven 1.099 euro inclusief verzending.

ASUS Zenbook Duo (UX8406CA‑PZ032W)

De ASUS Zenbook Duo onderscheidt zich door twee 14‑inch OLED‑touchscreens. Met een Intel Core Ultra 9‑processor, 32 GB intern geheugen en 1 TB ssd‑opslag kun jij zowel een presentatie maken als tekeningen uitwerken op het onderste scherm. Het tweede scherm klapt omhoog, waardoor er ruimte ontstaat voor een los toetsenbord. Dankzij de vele poorten – HDMI, USB‑A, Thunderbolt en een hoofdtelefoonuitgang – sluit je zonder extra adapters een monitor, microfoon of docking station aan. Dit model weegt circa 1,65 kg, wat voor een dual‑screen-laptop nog draagbaar is.

Met twee schermen heb je geen losse monitor meer nodig, zodat je onderweg productief kunt blijven, terwijl het 32 GB‑geheugen en de snelle ssd genoeg prestaties leveren voor videobewerking of multitasking.

ASUS ProArt P16 (H7606WP‑RJ129X)

De ASUS ProArt P16 richt zich op creatieve gebruikers die behoefte hebben aan een krachtige laptop. Dit 16‑inch model is voorzien van een AMD Ryzen AI 9 HX 370‑processor en een NVIDIA GeForce RTX 5070‑grafische kaart. Het 3K‑touchscherm maakt nauwkeurige bewerkingen mogelijk, terwijl 32 GB LPDDR5X‑geheugen en een 1 TB ssd ruimte bieden voor grote fotoprojecten en video’s. Voor aansluitingen beschik je over HDMI en meerdere USB‑poorten. De laptop werkt met Wi‑Fi 7 voor snelle verbindingen.

De stevige combinatie van processor, grafische kaart en geheugen maakt de ProArt P16 geschikt voor professionele beeldbewerking en 3D‑ontwerp, terwijl het hoogwaardige scherm en de grote opslagcapaciteit je workflow ondersteunen.

Lenovo ThinkPad X1 Carbon Gen 13 (21NY000XMH)

De Lenovo ThinkPad X1 Carbon Gen 13 weegt iets meer dan een kilo en is daarmee een zeer mobiel model. Hij beschikt over een vlotte Intel Core Ultra 7 255U‑processor, 32 GB LPDDR5X‑geheugen en een 1 TB‑ssd. Het 14‑inch scherm heeft een WUXGA‑resolutie; het toestel heeft Thunderbolt‑ en andere USB‑poorten zodat je schermen en randapparatuur kunt aansluiten. Volgens de specificaties is er geen touchscreen, maar het lage gewicht en de 32 GB‑geheugen maken het model interessant voor wie vaak onderweg is. Windows 11 Pro zorgt voor uitgebreide beveiligingsfuncties.

Met het ruime geheugen en de snelle ssd kun jij zware programma’s draaien en tientallen tabbladen open houden. De carbon fiber‑behuizing zorgt ervoor dat de laptop stevig maar licht blijft, handig voor zakelijke gebruikers die vaak reizen.

▼ Volgende artikel
Dit zijn de PlayStation Plus Essential-games van februari 2026
Huis

Dit zijn de PlayStation Plus Essential-games van februari 2026

Sony heeft bekendgemaakt welke spellen PlayStation Plus-leden in februari gratis kunnen claimen.

De PlayStation Plus Essential-games kan iedereen met een PlayStation Plus-abonnement claimen. Zolang men dit abonnement behoudt, kan men deze games voor PlayStation 5 en PlayStation 4 blijven spelen. Het gaat dit keer om vier games die vanaf 3 februari geclaimd kunnen worden, zo wordt op PlayStation Blog onthuld.

De PlayStation Plus Essential-games van februari

Zo is daar Undisputed (PS5), een boksgame uit 2024 die de eerste officieel gelicenseerde game rondom de sport betrof sinds het in 2011 verschenen Fight Night Champion. Het spel bevat meer dan zeventig gelicenseerde vechtersbazen, een uitgebreide carrièremodus en vooral veel realistische boksactie. Je kunt ook je eigen bokser aanmaken en daarbij alle details bepalen.

Eén van de andere games is Ace Combat 7: Skies Unknown (PS4). Hierin besturen spelers diverse straaljagers en halen ze allerlei stunts uit terwijl er in de lucht gevochten wordt. De game bevat diverse authentieke moderne en futuristische vliegtuigen die uitgerust kunnen worden met wapens.

Ook Subnautica: Below Zero (PS5, PS4) kan vanaf 3 februari geclaimd worden. In deze game bezoeken spelers Planet 4546B, waar men onder het ijs duikt om daar te overleven en de flora en fauna te besturen. Spelers creëren uitgebreide basissen om zich te beschermen tegen het koude klimaat. Voorzichtigheid is gewenst: niet alle wezens die je tegenkomt zijn even vriendelijk.

De metroidvania Ultros (PS5, PS4) tot slot heeft een unieke grafische stijl bedacht door El Huervo - bekend van zijn werk aan Hotline Miami. In de game worden spelers al een ruimtevaarder wakker op een ruimteschip - de Sarcophagus - waar en demon genaamd Ultros slaapt. Het ruimteschip is overgenomen door de natuur. Daarbij speelt tijd een belangrijke rol: zaden die spelers krijgen door buitenaardse wezens te verslaan kunnen uitgroeien tot bomen, en een tijdlus kan reguliere vijanden in eindbazen veranderen.

View post on X
Watch on YouTube

Breid je geheugen uit met de Samsung 990 Pro Heatsink

Met ongeveer 72,97 GB aan vereiste opslagruimte voor de PS Plus Essential-games van deze maand – en die van afgelopen maanden - kunnen we ons voorstellen dat je wel wat extra opslagruimte kunt gebruiken. De Samsung 990 Pro-SSD met heatsink is gemaakt met de PS5 in het achterhoofd, met z’n retesnelle laadtijden dankzij de PCIe Gen 4-standaard en heatsink om oververhitting te voorkomen en stabiele prestaties tijdens lange sessies te waarborgen.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.