ID.nl logo
Welke microcontrollers bestaan er en waar zijn ze goed voor?
© https://ethereumcode.io/
Huis

Welke microcontrollers bestaan er en waar zijn ze goed voor?

Ze zitten in je auto, in je magnetron, in je wasmachine, maar ook in je pc, en ze vormen het hart van de Arduino- en ESP32-ontwikkelbordjes: microcontrollers. Onzichtbaar op de achtergrond wordt bijna ons hele leven erdoor draaiende gehouden. Welke microcontrollers bestaan er en hoe werken ze precies?

Als je een maaltijd in je magnetron zet, kies je de juiste tijd en instellingen en zet je hem aan. Aan het einde zegt je magnetron ‘ping!’ en is je maaltijd opgewarmd.

Heb je je al eens afgevraagd hoe dat werkt? Eigenlijk zit er in je magnetron een hele (kleine) computer die een programmaatje afwerkt dat enerzijds reageert op de knoppen en anderzijds, als je dat hebt, op het lcd-scherm. Ook stuurt de computer de elektronenbuis aan die de maaltijd met microgolven verwarmt. Die kleine computer is een microcontroller. Je hebt er waarschijnlijk tientallen in huis.

Een microcontroller is een chip die eigenlijk een hele computer in één pakket behuist. Daarin zitten een processor, geheugen (ram en rom) en allerlei poorten naar de buitenwereld. Terwijl je bij een gemiddelde processor voor je desktopcomputer dus nog een heel moederbord, ram-geheugen en storage nodig hebt om er iets nuttigs mee te doen, heb je bij een microcontroller slechts een beperkt aantal externe componenten nodig. Wat weerstanden en condensatoren zijn doorgaans voldoende voor een werkende microcontroller-opstelling.

Die verregaande integratie in een microcontroller is mogelijk omdat dit geen chip is voor flexibele apparaten, zoals pc’s. Microcontrollers zijn ontworpen om specifieke toepassingen uit te voeren, zoals in een magnetron, een pinautomaat, een wasmachine of een pacemaker. Een laag stroomverbruik en een lage kostprijs zijn voor die toepassingen belangrijk.

Lage prestaties met hoge impact

Low-end microcontrollers hebben dan ook een processorsnelheid van maar enkele MHz en slechts enkele kilobytes ram-geheugen. Kijk bijvoorbeeld naar de Arduino Uno, een populair ontwikkelbordje om mee te experimenteren. De microcontroller op dat bordje is de AVR ATmega328P. Die werkt op een kloksnelheid van 16 MHz, heeft 2 KB sram, 1 KB eeprom en 32 KB flashgeheugen.

Vergeleken met de gigahertzen, gigabytes en terabytes die we op onze pc’s gewend zijn, lijken die specificaties ondermaats. Maar toch kun je hiermee ongelooflijk veel projecten aansturen: muziekinstrumenten, robotautootjes, weerstations, je planten automatisch water geven... Je kunt het zo gek niet bedenken of iemand heeft het al weleens met die kleine ATmega328P gedaan.

Microcontroller of SoC? Waarschijnlijk heb je ook al gehoord van een system-on-a-chip (SoC), wat op het eerste gezicht hetzelfde lijkt: een processor geïntegreerd met andere componenten. De grens tussen wat we als een microcontroller beschouwen en wat als een SoC is nogal vaag. Maar doorgaans is een SoC met een snellere processor uitgerust, heeft die meer ram en bevat hij mogelijk radiochips (wifi en/of mobiel netwerk) of een ingebouwde gpu.  Alle smartphones en tablets zijn dan ook gebouwd rond een SoC, maar ook de Raspberry Pi, apparaten zoals een nas en slimme luidsprekers. Ook de Apple M1 is een SoC: deze integreert een arm-processor, ram, gpu, image-signal-processor, Secure Enclave (een coprocessor voor veilige opslag van sleutels) en controllers voor NVMe en thunderbolt 4.

Pinnetjes

Als je een low-end microcontroller zoals een ATmega328P van een Arduino Uno ziet, is het eerste wat opvalt de pinnetjes die eruit steken. Elk van die pinnetjes heeft een functie. Sommige sluit je aan op een voeding, zodat de chip stroom krijgt, maar de meeste dienen om met de omgeving te communiceren.

Komt de chip in een dip-behuizing, dan kun je die pinnetjes eenvoudigweg in een breadboard prikken. Door dan jumperwires in een gaatje in dezelfde rij als een pin te steken, verbind je het draadje met die pin. Op die manier bouw je eenvoudig elektronische schakelingen op met componenten die met de microcontroller kunnen communiceren.

Een Arduino Uno-bordje is dan eigenlijk gewoon een printplaatje waarop de ATmega328P is geplaatst en alle pinnetjes verbonden zijn met ofwel de headers op het bordje, ofwel met andere componenten van het printplaatje, zoals de spanningsregelaar, statusleds en de resetknop. Je kunt het eigenlijk vergelijken met een moederbord voor een processor: een Arduino Uno maakt een ATmega328P-microcontroller alleen wat handiger om te gebruiken en om andere componenten op aan te sluiten.

©PXimport

De eenvoudigste manier om met een microcontroller te communiceren is wat we GPIO noemen (general-purpose input/output). Elke GPIO-pin kunnen we aansturen door een bit op een specifiek adres in het geheugen van de microcontroller op 1 of 0 te zetten. Schrijven we er 1 naar, dan wordt een spanning van bijvoorbeeld 5 V over de pin gelegd; schrijven we er 0 naar, dan wordt de spanning 0 V.

Als je dan bijvoorbeeld tussen die pin en 0 V een led en een weerstand plaatst, gaat de led aan wanneer je 1 naar de pin schrijft en uit wanneer je er 0 naar schrijft. Bij een 1 vloeit er immers een stroom van 5 V naar 0 V. De weerstand dient om de stroom te beperken tot wat de led aankan.

Ook in de andere richting werkt dat. Als je de GPIO-pin als invoer configureert, zal de microcontroller de spanning die je aan de pin aanlegt (5 V of 0 V) interpreteren als een 1 of 0. Op die manier sluit je een knop aan op de pin. Druk je de knop in, dan maakt die intern een verbinding tussen 5 V en de pin van de microcontroller, waardoor die een 1 registreert. 

Laat je de knop los, dan wordt er doorgaans via een pull-downweerstand voor gezorgd dat de pin verbonden is met 0 V en dus een 0 registreert. Op dezelfde manier sluit je een PIR-sensor voor aanwezigheidsdetectie aan: de pin registreert dan 1 als de sensor iemand waarneemt en anders 0.

Protocols en bussen

Telkens 1 bit in of uit de microcontroller sturen, is voldoende voor eenvoudige toepassingen, maar vaak heb je complexere vormen van communicatie nodig. Daarvoor zijn er allerlei protocollen ontwikkeld. Bijvoorbeeld UART (universal asynchronous receiver-transmitter), een protocol voor seriële communicatie waarbij je bytes in twee richtingen kunt sturen. 

Het protocol beschrijft hoe je de opeenvolgende bits moet sturen. Zo bestaan er UART-modules die je in een usb-poort van je pc kunt steken. Communiceren met de microcontroller doe je dan door de RX-pin van de microcontroller met de TX-pin van de UART-module te verbinden en andersom: RX staat voor receive en TX voor transmit.

Voor communicatie met meerdere componenten, zoals sensoren, externe geheugens en schermen, maak je meestal gebruik van een bus zoals I²C (Inter-Integrated Circuit, uitgevonden door Philips) en SPI (Serial Peripheral Interface). I²C wordt ook wel Two-Wire genoemd, omdat er twee pinnen worden gebruikt: SDA om de seriële data door te sturen en SCL om een kloksignaal te sturen. 

SPI (ook weleens Four-Wire genoemd) heeft vier pinnen: SCLK voor de klok, MOSI voor communicatie van de master (meestal de microcontroller) naar de slave en MISO voor de andere richting, en SS om te selecteren met welke slave de master spreekt. Voor elke slave heb je een extra pin SS nodig. Bij de meeste microcontrollers zijn er specifieke pinnen aanwezig voor UART, I²C en SPI.

©PXimport

Digitaal of analoog

Tot nu toe hebben we het alleen maar over 0 en 1 gehad, digitale gegevens dus. Maar heel wat sensoren geven analoge gegevens door, bijvoorbeeld een temperatuursensor of druksensor waarvan de weerstand varieert met de gemeten waarde. Met een spanningsdeler haal je uit die variabele weerstand een variabele spanning, die dus een analoge voorstelling van de meetwaarde is. 

Gelukkig bestaat er een component die een analoge waarde (bijvoorbeeld een spanning) kan omzetten naar een digitale waarde (bijvoorbeeld een 10bit-getal): de ADC (analoog-digitaalomzetter).

ADC’s bestaan als losse componenten (bijvoorbeeld via I²C of SPI aan te sluiten), maar veel microcontrollers hebben ook zelf een of meer ADC’S ingebouwd. Ook in de andere richting bestaat er een component: de DAC (digitaal-analoogomzetter) zet een digitale waarde (bijvoorbeeld een 10bit-getal) om in een analoge waarde (bijvoorbeeld een spanning van 0 tot de voedingsspanning).

Sommige microcontrollers hebben ook een DAC ingebouwd. Al met al zijn microcontrollers dus de perfecte componenten om de digitale en analoge wereld te verenigen. Een Raspberry Pi bijvoorbeeld heeft geen ADC ingebouwd, terwijl een Arduino-bordje er meerdere heeft.

Microcontroller-behuizingen Dezelfde microcontroller kun je vaak in meerdere types behuizingen kopen. Op breadboards zul je vaak DIP-behuizingen tegenkomen: dual in-line package. De chip zit dan in een rechthoekig blokje met aan twee tegenovergelegen zijden pinnetjes die naar onderen uitsteken. Standaard liggen de pinnetjes 2,54 mm (een tiende inch) van elkaar, waardoor ze op een breadboard passen.  In massaproductie vind je eerder varianten van QFP (quad flat package), waarbij een vierkante behuizing aan elke zijde een rij pinnetjes heeft, met een afstand van 0,4 tot 1 mm, die op de printplaat worden gesoldeerd. Een soortgelijke behuizing is QFN (quad-flat no-leads), waarbij er geen pinnetjes uitsteken maar er onderaan de chip aan de vier zijden rijen kopersporen zijn die rechtstreeks op de banen van de printplaat aansluiten. Deze zijn moeilijk met de hand te solderen.

Microcontrollerfamilies

Net zoals er voor pc’s allerlei processorfamilies bestaan, heb je ook diverse families van microcontrollers. De belangrijkste onderverdeling is op basis van de processorarchitectuur. Populair bij hobbyisten zijn de 8bit-AVR-microcontrollers van Atmel (in 2016 overgenomen door Microchip). Ze zijn onderverdeeld in twee subfamilies: de ATtiny-serie met minder pinnen, geheugen en functies (de basismodellen hebben zelfs geen ram-geheugen, UART, I²C en SPI) en de krachtigere ATmega-serie die in de meeste Arduino-bordjes zit.

Een familie die zowel bij hobbyisten als industriële ontwikkelaars populair is, zijn de PIC-microcontrollers, die al sinds 1976 meegaan. Hun populariteit is te danken aan hun lage kostprijs, brede beschikbaarheid en heel wat bestaande code.

Een andere populaire low-end microcontroller in de industrie is de 8051. Oorspronkelijk werd deze in 1980 door Intel ontwikkeld onder de naam MCS-51. In 2007 is Intel met de productie gestopt, maar tientallen andere chipfabrikanten produceren nog altijd hun eigen klonen van de 8051, vaak met een snellere klok en extra functies. Ze worden gebruikt in auto’s, meetsystemen, transceivers voor bluetooth, Zigbee en andere draadloze protocollen, in usb-sticks enzovoort.

©PXimport

Als je naar de krachtigere microcontrollers gaat, kom je bij 32- en 64bit-families uit. De laatste jaren hebben vooral de Xtensa-processors van Tensilica (in 2013 overgekocht door Cadence) een flinke opmars gemaakt. Het zijn immers de processors in de ESP8266- en ESP32-microcontrollers van het Chinese Espressif. Deze zijn populair bij hobbyisten door hun geïntegreerde wifi en (voor de ESP32) bluetooth, en omdat ze eenvoudig te programmeren zijn in de Arduino IDE of via frameworks als ESPHome. De bordjes gebouwd rond de microcontrollers van Espressif zijn dan ook populair voor doe-het-zelf-domotica.

Tot de krachtigste en flexibelste microcontrollers behoren die gebouwd rond de ARM-architectuur. De high-end versies daarvan vind je in je smartphone en ook in computerbordjes zoals een Raspberry Pi, al spreken we dan meer van een SoC. 

ARM kent veel subfamilies, maar voor de klassieke microcontrollertoepassingen zijn vooral de ARM Cortex-M-processors (32 bit) gebruikt. Die vind je bijvoorbeeld in de AT SAM-serie van Atmel die in de krachtigere Arduino-bordjes zitten, in de populaire STM32-familie van STMicroelectronics, en in de nRF-serie van Nordic Semiconductor voor draadloze toepassingen, zoals bluetooth en thread.

Ontwikkelbordjes

Voor industriële toepassingen wordt een printplaat op maat ontworpen, waarop een microcontroller staat. Maar wie zelf aan de slag wil met een microcontroller, heeft een ontwikkelbordje nodig. Dat geeft eenvoudig toegang tot de pinnen van de microcontroller via standaard pinheaders en voegt zaken zoals een spanningsregelaar en usb-naar-UART-omzetter toe, zodat je het bordje eenvoudig op je pc kunt aansluiten.

Voor elke microcontrollerfamilie bestaan er wel ontwikkelbordjes in allerlei vormen en groottes. Voor de AVR-familie zijn de Arduino-bordjes populair. Sommige daarvan, zoals de Arduino Nano, prik je op een breadboard, maar de meeste komen in een groter formaat met vrouwelijke pinheaders waarin je jumperwires steekt. 

Voor de Espressif-microcontrollers is het kleinere formaat dat je op een breadboard prikt alomtegenwoordig. Voor de nRF-serie heeft Nordic Semicondictor grote ontwikkelborden, maar ook versies in de vorm van een stick die je in de usb-poort van je pc schuift. Ook de BBC micro:bit en micro:bit v2 zijn leuke ontwikkelbordjes voor de nRF-microcontrollers.

©PXimport

Microcontroller programmeren

Kijken we tot slot nog even naar hoe het programmeren van een microcontroller werkt. Als je gewend bent om voor een pc of een computerbordje zoals een Raspberry Pi te programmeren, krijg je zeker een cultuurschok wanneer je voor het eerst een microcontroller programmeert. Doorgaans draait er immers geen besturingssysteem op een microcontroller. Er draait slechts één programma op: wat jij schrijft. 

Dat programma schrijf je in het ingebouwde flash-geheugen. Als je de stroom uitschakelt en weer inschakelt, begint de microcontroller het programma onmiddellijk uit te voeren. Dat maakt een microcontroller betrouwbaarder in werking dan een processorbordje zoals een Raspberry Pi.

De best ondersteunde programmeertalen op microcontrollers zijn C of C++, maar die zijn niet het toegankelijkst. Het Arduino-ecosysteem lost dat op door een standaardbibliotheek en allerlei uitbreidingen aan te bieden. Die vormen een laag bovenop het onderliggende C++. 

Andere oplossingen zijn MicroPython en CircuitPython die een afgeslankte versie van Python op microcontrollers aanbieden, en Espruino dat het mogelijk maakt om JavaScript op een microcontroller te gebruiken. Voor industriële toepassingen gebruik je eerder een realtime besturingssysteem zoals Zephyr, dat je in C programmeert.

Ontwikkelomgevingen

Om het proces van code programmeren en de firmware naar je microcontroller flashen te vereenvoudigen, bestaan er allerlei ontwikkelomgevingen. Die tonen bijvoorbeeld fouten in je code, compileren met één druk op een knop je code tot machinecode in de instructieset van de processor, en flashen de firmware naar je ontwikkelbordje. 

Programmeer je een Arduino-bordje, dan doe je dat doorgaans in de Arduino IDE (wat staat voor integrated development environment). Maar dankzij de ondersteuning van andere bordjes kun je met de Arduino IDE ook ESP8266- of ESP32-bordjes programmeren.

Ook populair is PlatformIO, een opensource-plug-in die van Microsofts ontwikkelomgeving Visual Studio Code een ontwikkelomgeving voor microcontrollers maakt. Het voordeel van PlatformIO is dat je met één ontwikkelomgeving voor diverse platforms en frameworks voor microcontrollers kunt ontwikkelen, inclusief Arduino, Espressifs framework en Zephyr. 

Visual Studio Code is bovendien ook bruikbaar om voor een Raspberry Pi of je pc te programmeren. Op deze manier verenig je dus al je programmeerprojecten in één omgeving.

▼ Volgende artikel
CES 2026: ASUS ROG viert 20-jarig bestaan met nieuwe laptops en randapparatuur
© ASUS ROG
Huis

CES 2026: ASUS ROG viert 20-jarig bestaan met nieuwe laptops en randapparatuur

Tijdens de elektronicabeurs CES 2026 viert ASUS Republic of Gamers (ROG) zijn twintigste verjaardag met de introductie van een breed scala aan nieuwe producten. De fabrikant toont onder meer vernieuwde Zephyrus-laptops met de nieuwste grafische kaarten, geavanceerde oledmonitors en een opvallende productlijn in samenwerking met Kojima Productions.

De presentatie in Las Vegas staat dit jaar in het teken van een jubileum, aangezien het submerk dit jaar precies twee decennia bestaat. Wat in 2006 begon met de introductie van een moederbord is inmiddels uitgegroeid tot een volledig ecosysteem dat varieert van losse componenten tot complete systemen en wearables.

Op CES blikt ROG echter niet alleen terug op het verleden, maar wordt ook gekeken naar de toekomst die wordt gevormd in het ROG Lab. In deze interne ontwikkelafdeling van ASUS ligt de focus op de kunst om apparaten steeds krachtiger te maken en ze tegelijkertijd koel te houden, zeker nu computers steeds zwaardere AI-taken zelfstandig moeten verwerken. Bezoekers van de techbeurs kunnen de resultaten van deze engineering-inspanningen de komende dagen live bekijken in The Venetian Expo.

Nieuwe Zephyrus-modellen

Daarnaast heeft ASUS voor de gelegenheid zijn populaire Zephyrus-lijn een update gegeven met de nieuwe G14- en G16-modellen. Deze laptops zijn ontworpen om veel rekenkracht te bieden in een relatief compacte behuizing, waarbij de interne componenten flink zijn opgekrikt ten opzichte van de voorgaande generaties. De apparaten maken gebruik van de nieuwste Intel Core Ultra Series 3-processors en bieden ondersteuning voor NVIDIA GeForce RTX 50-serie grafische kaarten, waarbij het 16-inch model zelfs is uit te rusten met een RTX 5090.

Een belangrijk aspect van deze nieuwe chips is de toevoeging van krachtige NPU's, die lokale AI-taken kunnen verwerken zonder tussenkomst van de cloud. Daarnaast zijn de laptops voorzien van verbeterde oledschermen met een hogere helderheid en kleurnauwkeurigheid, wat ze geschikt maakt voor zowel gaming als grafisch werk.

©ASUS ROG

Dubbele schermen voor multitaskers

Naast de standaardmodellen introduceert ROG ook een nieuwe versie van de Zephyrus Duo 16, een laptop die zich onderscheidt door de integratie van een tweede scherm boven het toetsenbord. Dit secundaire touchscreen werkt samen met het 16-inch hoofdscherm om extra werkruimte te bieden, wat vooral nuttig is voor streamers die hun chat willen lezen of creatieve professionals die hun tijdlijn en tools gescheiden willen houden.

Beide schermen maken gebruik van oledtechnologie en hebben een verversingssnelheid van 120Hz of hoger, wat zorgt voor een vloeiende weergave van beelden. Om de warmteontwikkeling van de zware componenten (waaronder een Intel-processor en een RTX 5090-videokaart) tegen te gaan, maakt het systeem gebruik van een koelmechanisme waarbij de luchttoevoer wordt vergroot zodra het tweede scherm omhoog kantelt.

©ASUS ROG

Samenwerking met Kojima Productions

Een van de meest opvallende aankondigingen is de samenwerking tussen ASUS ROG en de bekende game-ontwikkelaar Hideo Kojima. Deze collectie draait om de ROG Flow Z13-KJP, een krachtige 2-in-1 tablet die functioneert als een volwaardige gaming-pc. Het ontwerp is geïnspireerd op de esthetiek van Kojima Productions en bevat specifieke details die verwijzen naar de bedrijfsmascotte Ludens.

Onder de motorkap bevindt zich een AMD Ryzen AI Max+-processor, waardoor het apparaat ondanks zijn compacte tabletformaat zware taken aankan. De collectie wordt gecompleteerd door bijpassende randapparatuur, waaronder een headset, muis en muismat, die allemaal zijn vormgegeven door Kojima's vaste artdirector Yoji Shinkawa.

©ASUS ROG

Innovaties in beeldweergave en augmented reality

Op het gebied van beeldschermen zet de fabrikant vol in op oledtechnologie met de introductie van nieuwe monitoren die gebruikmaken van Tandem RGB- en QD-OLED-panelen. De nieuwe ROG Swift OLED PG27UCWM biedt bijvoorbeeld een 4K-resolutie met een extreem hoge verversingssnelheid en belooft een langere levensduur en hogere helderheid dan eerdere generaties.

Voor wie liever geen fysieke monitor gebruikt, komt ASUS met de ROG XREAL R1 Gaming Glasses. Deze augmented reality-bril projecteert een virtueel scherm voor je ogen, waardoor het mogelijk is om op een groot formaat te gamen zonder dat daar een televisie of monitor voor nodig is. De bril is uitgerust met sensoren die hoofdbewegingen volgen en ingebouwde audio van Bose, wat moet zorgen voor een meeslepende ervaring onderweg of in kleinere ruimtes.

©ASUS ROG

Focus op audio en magnetische toetsenborden

Tot slot breidt ASUS zijn assortiment aan randapparatuur uit met producten die inspelen op specifieke wensen van gamers, zoals open-ear audio en aanpasbare toetsaanslagen. De nieuwe ROG Cetra Open Wireless-oordoppen zijn ontworpen om omgevingsgeluid door te laten, zodat je tijdens het gamen of werken bereikbaar blijft voor huisgenoten of collega's.

Voor competitieve spelers is er de ROG Falchion Ace 75 HE, een compact toetsenbord met magnetische schakelaars. Daarmee kun je het actuatiepunt – het moment waarop een toetsaanslag wordt geregistreerd – enorm nauwkeurig instellen, variërend van een lichte aanraking tot een diepe toetsaanslag.

©ASUS ROG

Op zoek naar ASUS ROG-spulletjes?

Check hier de allerbeste deals!
▼ Volgende artikel
Review Google Nest Cam Outdoor (2de generatie) – AI-camera schreeuwt om abonnement
© Rens Blom
Zekerheid & gemak

Review Google Nest Cam Outdoor (2de generatie) – AI-camera schreeuwt om abonnement

Googles Nest Cam Outdoor (2de generatie, netvoeding) is een beveiligingscamera voor buiten. De camera zit vol slimme AI-functies die de gebruikservaring verbeteren, stelt Google. We namen de proef op de som, maar komen vooral tot de conclusie dat deze camera pas goed uit de verf komt met een abonnement.

Oké
Conclusie

De tweede generatie van de Google Nest Cam Outdoor is een prima beveiligingscamera zonder spannende fysieke functies. Google zegt dat deze camera het vooral van zijn AI-software moet hebben, maar belangrijke functies zijn op het moment van schrijven nog niet beschikbaar. Bovendien vereisen deze functies, net als beelden langere tijd terugkijken, een vrij duur abonnement. Om die redenen weten wij niet zo goed wat we met deze camera aan moeten.

Plus- en minpunten
  • Installatiegemak
  • Goede beeldkwaliteit
  • AI-functies klinken veelbelovend...
  • ...maar laten op zich wachten
  • Veel slimmigheden vereisen abonnement
  • Gratis slechts 6 uur beelden terugkijken
CategorieSpecificatie
Beeld2560 x 1440 pixels (2K-kwaliteit), 30 fps, infrarood nachtzicht tot 6,10 m
VoedingNetstroom
ConnectiviteitWifi (geschikt voor 802.11ac (2,4 GHz/5 GHz), bluetooth, Google Assistant
BouwWit kunststof, inclusief muurbeugel en montagemateriaal, IP65
Afmetingen7,68 x 7,68 x 6,83 cm (L x B x H)
SensorenBewegingssensor, geïntegreerde speakers voor tweerichtingsgesprekken
OpslagCloud-opslag (betaald abonnement nodig voor volledige historie)
Extra'sSlimme detectie van mensen, dieren en voertuigen via de Google Home app

Deze Nest Cam Outdoor volgt een model van een paar jaar geleden op, vandaar de toevoeging '2de generatie' in de productnaam. Daar staat ook nog 'netvoeding' in, want de camera werkt alleen als de lange stekker in het stopcontact zit. Een aandachtspunt ten opzichte van sommige concurrerende beveiligingscamera's die op een accu werken en dus makkelijker overal op te hangen zijn. Aan de andere kant hoef je bij de Nest Cam Outdoor niet te denken aan het regelmatig opladen van een batterij.

©Rens Blom

©Rens Blom

Bij de installatie van de camera pak je de Google Home-app erbij op je smartphone of tablet. Het instellen via de app is snel gebeurd en je krijgt duidelijke instructies over de fysieke montage van de camera. Dat is netjes. Handig is de magnetische basis van de camera, waardoor hij stevig vastklikt en nauwkeurig te draaien of kantelen is om de juiste hoek van je balkon of – aannemelijker – tuin te filmen. De basis van de camera kun je eenvoudig vastschroeven in bijvoorbeeld hout of steen, mits je zelf het gereedschap regelt. De stroomkabel is lekker lang.

©Rens Blom

Abonnement

Tegen het eind van de app-installatie maak je kennis met het verdienmodel van Googles camera's. Standaard kun je beelden tot zes uur terugkijken, wat nog geen halve dag is. Dat is natuurlijk nogal kort. Twee optionele abonnementen bieden uitkomst. Met het Home Premium Standard-abonnement kun je 'gebeurtenissen' tot 30 dagen terugkijken. Gebeurtenissen zijn momenten waarop de camera aanslaat, bijvoorbeeld omdat er een huisdier of persoon door het beeld liep. Dit abonnement kost maar liefst 10 euro per maand. Er is ook nog een Home Premium Advanced-abonnement van 18 euro per maand. Met dit abonnement kun je gebeurtenissen tot 60 dagen terugkijken, de laatste 10 dagen 24/7 terugspoelen en krijg je meer AI-functies tot je beschikking. Je krijgt een maand proefperiode. Wij vinden de abonnementen wel erg aan de prijs.

©Rens Blom

AI komt begin 2026 pas

Wij gebruikten de proefmaand om de Nest Cam Outdoor aan het werk te zetten op ons dakterras. We hebben filters ingesteld voor gebeurtenissen, zodat we bijvoorbeeld alleen video-opnamen zien van gezichten die de camera herkent. Dat werkt prima, maar voelt niet echt als AI. Googles app geeft gelukkig mooie beschrijvingen van wat de AI allemaal kan. Je kunt bijvoorbeeld 'de hele videogeschiedenis van je camera doorzoeken' of 'snel een overzicht krijgen van wat er vandaag is gebeurd'. Google belooft ook slimme app-meldingen 'over bezoekers en bezorgingen, AI-beschrijvingen en de mogelijkheid om Home te laten zoeken naar alles wat je camera's zien'. Kijk, dát klinkt tof. De technieken leunen op Gemini, de naam van Googles AI.

©Rens Blom

Maar wat blijkt: de Gemini-functies komen pas begin 2026 beschikbaar, zo lezen we op Googles website. In de Home-app kun je bij het camera-tabblad weliswaar vragen stellen aan een AI-chatbot, maar die antwoordt keurig dat hij nog geen antwoord kan geven. Een domper voor de reviewer – die dus nog niet alle beloofde functies kan testen – en voor vroege kopers, die geduld moeten hebben.

©Google-website

Prima camera

We kunnen de Google Nest Cam Outdoor gelukkig wel als beveiligingscamera testen. Wat valt op? De beeldkwaliteit is duidelijk en scherper dan Full HD. Ook in het donker zijn video-opnamen prima. De microfoon vangt geluiden netjes op en onze stem kan ook uit de luidspreker schallen. Meldingen komen snel binnen op onze smartphone. We missen alleen de optie om bepaalde hoeken die de camera filmt softwarematig zwart te maken, een optie die concurrent Ring wel biedt.

©Rens Blom

In de Google Home-app kun je live meekijken met de camera, in dit geval later op een heldere middag.

Net als bij Ring en Arlo stoort het ons dat Google je geen mogelijkheid geeft om videobeelden lokaal op te slaan, bijvoorbeeld op een microSD-kaartje. Wil je beelden langer dan zes uur terugkijken, dan zit je aan een abonnement van minimaal 10 euro per maand vast.

©Rens Blom

©Rens Blom

Google Nest Cam Outdoor (2de generatie) kopen?

De Google Nest Cam Outdoor is een prima beveiligingscamera zonder spannende fysieke functies. Google zegt dat deze camera het vooral van zijn AI-software moet hebben, maar belangrijke functies zijn op moment van schrijven nog niet beschikbaar. Bovendien vereisen deze functies, net als beelden langere tijd terugkijken, een vrij duur abonnement. Om die redenen weten wij niet zo goed wat we met deze camera aan moeten.