ID.nl logo
Nieuwe monitor kopen? Zo kies je het beste beeldscherm
© Reshift Digital
Huis

Nieuwe monitor kopen? Zo kies je het beste beeldscherm

Een goede monitor maakt je productiever, geeft je ogen rust, of maakt je een betere gamer. Aandacht besteden aan het scherm waar je grote delen van de dag tegenaan kijkt, is daarom erg belangrijk. En als je je bedenkt dat een gemiddelde monitor toch aardig wat jaren mee hoort te gaan, wordt die keuze nog belangrijker. Wil je een nieuwe monitor kopen? In dit artikel vertellen we je waar je op moet letten.

Paneeltype

Een van de belangrijkste specificaties van een monitor is het type paneel dat wordt gebruikt. De meeste schermen gebruiken een tn-, ips-, va- of oledpaneel. Geen van deze types zijn goed of fout, maar ze hebben allemaal hun eigen voor- en nadelen en bepalen zo voor een groot deel hoe jouw ervaring met het scherm zal zijn.

Tn was het paneeltype dat je in de eerste generatie flatscreen monitors vond. In tegenstelling tot ips- en va-panelen biedt een tn-paneel matige kijkhoeken, waarbij de kleuren en helderheid snel afnemen naarmate je scheef achter je scherm gaat zitten. Een tn-paneel is echter wel erg goedkoop, waardoor we dit veel terugvinden in instapmodellen.

 Ons algemene advies is om tn-panelen links te laten liggen als je een goed scherm zoekt, vooral omdat ips- en va-monitors vandaag de dag ook niet meer zo duur hoeven te zijn. Ben je een gamer die puur voor de snelheid van een scherm gaat en weinig geeft om de kleurprestatie of kijkhoek, dan kun je een tn-paneel overwegen, maar ieder ander kan beter verder kijken naar een va- of ips-paneel.

Het uitgangspunt voor een allround- of productiviteitsmonitor is een ips-paneel

-

Ips

Het uitgangspunt voor een allround- of productiviteitsmonitor is een ips-paneel. Het was oorspronkelijk een flink duurdere techniek, maar bracht wel kwalitatief betere schermen. Goede ips-panelen bieden namelijk wel het kleurbereik waar je op hoog niveau mee kunt foto- of videobewerken, en geven meestal ook een aangenamere ervaring; ze worden vaak als rustiger ervaren.

Eerdere generaties ips-panelen stonden bekend als traag, maar tegenwoordig behoren de sommige ips-panelen juist tot de snelste schermen op de markt, en zien we ook voor mensen die graag een spelletje spelen, ips-panelen als beste optie uit de bus komen. De meeste gamers profiteren tenslotte ook van een betere beeldkwaliteit, kleuren, en dergelijke.

©PXimport

Va voor contrast

Va-panelen waren ooit de tussenweg tussen tn en ips, maar spelen vandaag de dag een compleet andere rol, namelijk die van contrastkampioen. Vergeleken met ips en tn is het contrast van va-schermen veel beter, wat ze vooral op het gebied van entertainment erg interessant maakt, ook omdat de kijkhoeken en kleuren over het algemeen alsnog erg goed zijn.

Toch verliest va terrein. En dat is vooral omdat de beeldkwaliteit op het contrast na wat achter blijft op ips, zeker als goede kleuren echt een must zijn. De enige reden om toch een va-paneel te overwegen, is de lagere kosten. 

©PXimport

Oled vooral voor tv

In televisies zijn oledschermen al niet meer weg te denken, en tegenwoordig heeft dit type paneel zich ook de intrede gedaan bij monitors. Hoewel oled prachtig contrast biedt en voor velen een fantastische ervaring is, blijft het een gevoelig issue bij computermonitors. Zo blijft burn-in heikel punt, en is dat zeker op een pc met veelal veel vaste elementen, zoals de taakbalk, een probleem. Het is prachtig voor wie wat risico’s durft te lopen, maar blind adviseren kunnen we vooralsnog niet.

Resolutie

Een hogere schermresolutie heeft een enorme impact op je ervaring. Meer pixels betekent zowel een scherper beeld als meer werkruimte, en daar profiteert bijna iedereen van. De populairste resolutie van het afgelopen decennium was 1080p, ook wel bekend als Full HD of 1920 × 1080 pixels. Dit zie je dan ook op de meeste betaalbare schermen terug. 

Gebruik je de monitor niet om iedere dag acht uur op te werken en voer je er slechts kantoortaken op uit, dan is Full HD prima. Kijk je gedurende de dag echt veel naar het scherm, dan kun je beter uitkijken naar een monitor met een hogere resolutie. Denk aan 1440p (WQHD, 2560 × 1440 pixels), 4K (UHD, 3840 × 2160 pixels), of 1440p Ultrawide (UWQHD, 3440 × 1440 pixels). 

Met hogere resoluties is het veel makkelijker om meerdere applicaties naast elkaar te draaien. Zet bijvoorbeeld je Word-document aan de ene kant van je scherm en je browser aan de andere kant. Ook voor creatieve applicaties, zoals Adobe Photoshop of Adobe Premiere Pro, is een hogere resolutie onmisbaar. Voor die laatste doelgroep, videobewerking met Premiere Pro, is zelfs 1440p al wat krap, en adviseren we een nog hogere resolutie.

Voor gamers is de resolutie een kwestie van het afwegen van de voor- en nadelen. Gamen op een hogere resolutie zorgt voor meer immersie in je spel, maar dat vereist ook meer van je grafische kaart. 1440p is voor deze doelgroep normaal gesproken de gulden middenweg.

©PXimport

Formaat

Er is geen ideaal formaat scherm, het is maar net wat op jouw bureau past en welke resolutie je wilt. 1080p op een 24inch-scherm oogt veelal prima, maar wil je een reuzescherm van 43 tot 55 inch, dan is 1080p veel te blokkerig. Andersom geldt hetzelfde: 4K is fantastisch, maar je hebt er niets aan op een klein scherm.

Tot enkele jaren geleden was een scherm van 24 inch de standaard, tegenwoordig is dat 27 inch, maar 32inch-monitors maken een flinke opmars. Het 27- tot 32inch-formaat misstaat op de meeste bureaus niet. De ervaring leert dat je hier snel aan went, bovendien is dat formaat niet zó groot dat je moet zoeken naar wat er op je scherm gebeurt. 

Vind bij Kieskeurig.nl de beste 32inch-monitoren voor de laagste prijs.

Niet geheel verrassend zijn dit dan ook de formaten waarvoor tal van goede schermen te vinden zijn en waarbij hogere resoluties zoals 1440p of 4K uitstekend passen. Het is dan ook ons advies om dit als uitgangspunt te nemen voor algemeen gebruik, productiviteit en gaming.

Een 34- of 38inch-monitor kan een alternatief zijn. Die zijn ongeveer even hoog als een 27inch-monitor, maar een stuk breder. Het gevolg is dat je netto wat meer werkruimte hebt, maar niet iedereen is gecharmeerd van een dergelijk breed beeld. Zelf ervaren is dan ook het beste advies.

Refreshrate

Hoewel een sneller scherm ook in algemeen gebruik of productiviteit merkbaar soepeler aanvoelt, zijn schermen met een hoge refreshrate, denk aan 144 Hz of hoger, waar de traditionele standaard 60 Hz is, toch vooral als gamer te overwegen. Voor games, of je nu razendsnelle e-sports-titels of adventuregames als God of War of the Witcher 3 speelt, is een snel scherm absoluut waardevol. 

Voor echte fanatieke gamers kan een hogere verversingssnelheid hét verschil maken tussen winnen en verliezen en voor hen is het argument helder. Maar ook voor iedereen die slechts af en toe een spelletje speelt, is de winst van een hogere refreshrate duidelijk zichtbaar.

Bewegende objecten zijn nu eenmaal zichtbaar scherper, en dat maakt de ervaring aangenamer en rustiger voor de ogen. Daarbij hoeft een snel scherm tegenwoordig ook niet heel veel meer te kosten.

De stap van 60 Hz naar 144-165 Hz is heel erg groot, maar is wel aan te raden voor zowel fanatieke als casual gamers, omdat je dit kunt combineren met de hogere resoluties die voor algemeen gebruik en productiviteit gewenst zijn. Zo kun je het beste van beide werelden combineren.

©PXimport

Variabele refreshrate

Speel je graag een spelletje, dan gaat het niet alleen om snelheid van het scherm, maar ook om de variabele refresh rate, oftewel VRR. Traditioneel ververst een scherm op vaste intervallen, van boven naar beneden. Zo kan het gebeuren dat de bovenkant van het scherm een bepaald frame weergeeft, terwijl de onderkant nog niet zo ver is. Dit effect heet tearing, en als het je eenmaal opgevallen is, kun je er niet meer omheen.

Met een variabele refreshrate geeft je monitor het beeld weer zodra de videokaart er klaar voor is. Het gevolg is een soepeler beeld, zonder haperingen en tearing.

Heb je een AMD-videokaart, kijk dan naar een monitor met ondersteuning voor Freesync om van VRR te kunnen profiteren. Heb je een Nvidia-videokaart, zoek dan naar de termen ‘G-Sync’ of ‘G-Sync compatible’.

©PXimport

Ergonomie

Een goed scherm is belangrijk, maar een goede houding achter je scherm is dat ook. Het is tegenwoordig gelukkig goed gesteld met de ergonomie van de betere monitors, waarbij basale functies als het verstellen van de hoogte, tilten en roteren om de as in nagenoeg alle monitors standaard zijn. Nagenoeg standaard is echter geen synoniem voor gegarandeerd, dus zorg ervoor dat je bij de keuze voor een monitor de specificaties nog even checkt.

Aansluitingen

Het aantal aansluitingen op monitors kent nauwelijks beperkingen; de meeste beschikken wel over DisplayPort en HDMI, en daarmee kun je eigenlijk wel alle computers van de afgelopen jaren verbinden. Alleen als je een hele oude computer wilt gebruiken met enkel VGA- of DVI-aansluitingen, wordt het wat lastiger. 

VGA is achterhaald en vormt daarom een goede reden om de pc te upgraden. Een DVI-uitgang op je pc vormt geen probleem, want met een DVI-naar-HDMI-kabel kun je er alsnog een moderne monitor aan koppelen.

Als je een pc van slechts enkele jaren oud hebt, dan kun je stilstaan bij welke aansluitingen je nog meer op je monitor wilt terugzien. Zo kan een ingebouwde usb-hub in je monitor een handige toevoeging zijn als je usb-apparaten aan je monitor wilt koppelen. Ook de moderne usb-c-aansluiting die op sommige monitors zit, is erg fijn, vooral voor thuiswerkers met een laptop. Zo kun je buiten de deur gewoon op je laptop werken, en bij thuiskomst steek je de usb-c-kabel van de monitor in je laptop en kun je verder werken op de grote monitor en de daaraan gekoppelde randapparatuur. 

Ga je voor een monitor met usb-c-aansluiting, dan raden we ook aan te controleren of de monitor over usb power delivery beschikt. Zo kun je met één kabel je laptop koppelen en opladen, en kun je de lader van je laptop lekker in de tas laten zitten. Ideaal!

©PXimport

Extra features

Heb je nagedacht over het type scherm, het schermformaat, de resolutie, de refreshrate en de aansluitingen, dan word je al richting een bepaald soort scherm gestuurd. Toch loont het ook nog na te denken over de volgende punten:

- HDR. Dit kan een enorme boost opleveren in de ervaring met films en games. Helaas is de HDR-weergave van de meeste monitors maar matig. Voor een goede HDR-ervaring moet je op zoek naar een scherm met een VESA-certificaat (DisplayHDR 1000 of hoger) en dan ben je al snel 1000 euro of meer kwijt.

- VESA mount. Wil je de monitor op een beugel monteren, let dan op ondersteuning voor VESA mount.

- Curve. Weliswaar een subjectief punt, maar bedenk of je een gebogen scherm wilt of niet. Twijfel je? In onze optiek voegt het pas echt wat toe bij schermen van 32 inch en groter.

- Speakers. De meeste monitors hebben geen speakers, of het zijn speakers van twijfelachtige kwaliteit. Handig voor het bekijken/beluisteren van een video bijvoorbeeld. Maar wil je echt van muziek genieten, dan ben je altijd beter af met een losse speakerset of headset.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.