ID.nl logo
De beste Linux-software voor ieder doeleinde
© Reshift Digital
Huis

De beste Linux-software voor ieder doeleinde

Heb je net een frisse Linux-installatie uitgevoerd, dan is het tijd om eerst de essentiële programma's binnen te halen. In dit artikel stellen we de beste Linux-software aan je voor en leggen we ook uit hoe het installeren werkt. Dat gaat namelijk net even anders dan op Windows.

Een applicatie is in Linux op verschillende manieren te installeren. De meeste software vind je in repositories ofwel pakketbronnen, met vele honderden toepassingen. De kans is groot dat ook jouw Linux-distro in een grafische interface voor het pakketbeheer voorziet. Voor Ubuntu is dat Ubuntu Software Centre, voor Linux Mint de Software Manager (Programmabeheer). Van hieruit software installeren is zo simpel als het gewenste pakket zoeken en een download- of installatieknop in te drukken.

In veel Linux-distro’s laat deze ‘pakketbeheerder’ zich ook vanaf de terminal aanroepen, bijvoorbeeld met sudo apt-get install <pakketnaam>.

Het kan gebeuren dat bepaalde toepassingen zich niet in zo’n repository bevinden. In dat geval kun je het pakketbestand wellicht rechtstreeks downloaden van de site van de ontwikkelaar. Zulke bestanden kunnen diverse extensies hebben, zoals .deb (Ubuntu, Linux Mint, Debian, …) of .rpm (Red Hat, openSUSE, …). 

Ook deze software is op diverse manieren te installeren, bijvoorbeeld vanaf de terminal. In Ubuntu kan dat bijvoorbeeld met de commando’s:

wget https://dl.google.com/linux/direct/google-chrome-stable_current_amd64.deb

sudo dpkg -i google-chrome-stable_current_amd64.deb

Of je dubbelklikt op het gedownloade pakketbestand waarna de grafische pakketbeheerder het installatieproces overneemt. Met deze methodes kun je zo ongeveer alle gewenste software installeren. Zeker degenen die we hieronder bespreken.

©PXimport

Office-documenten bewerken

Een van de meest populaire kantoortoepassingen is een heuse suite, namelijk LibreOffice dat zich zo’n tien jaar geleden afsplitste van het nog steeds bestaande OpenOffice. De suite bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder een tekstverwerker (Writer), rekenblad (Calc), presentatiepakket (Impress) en een tekentool (Draw). De interface heeft veel weg van oudere MS Office-versies en de suite is redelijk compatibel met de formaten van MS Office (vooral de tekstverwerker).

Andere kantoorsuites zijn onder meer OnlyOffice en WPS Office (het vroegere Kingsoft Office, gratis voor persoonlijk gebruik). De interface oogt erg fraai en je kunt uiteenlopende documenten in een enkel applicatievenster openen.

Deze suite bevat ook enkele degelijke pdf-tools, waarmee je pdf-documenten kunt annoteren en bewerken. Een nog krachtiger pdf-tool is Master PDF Editor, waarbij de gratis editie de bewerkte pdf’s helaas wel van een watermerk voorziet. Dit valt te omzeilen door een oudere versie te installeren (4.3.89) via www.tiny.cc/pdfmastered (deb) of www.tiny.cc/pdfmastered2 (rpm). 

Met deze tool kun je onder meer tekst en objecten manipuleren, afbeeldingen en tekst invoegen en verplaatsen, allerlei annotaties doorvoeren, heuse pdf-formulieren creëren en documenten digitaal ondertekenen. 

©PXimport

Speciale tekstverwerkers

Schrijft of bewerk je vaak scripts, html-code of programmeertalen dan is Notepadqq een uitstekende teksteditor. Die heeft trouwens veel weg van zijn Windows-tegenhanger (Notepad++). Uiteraard ondersteunt de tool syntax highlighting (voor meer dan 100 talen) en ook automatisch inspringen. Bijzonder is wel ‘multiple editing’: je kunt meerdere cursors in je code plaatsen en die vervolgens op die locaties tegelijkertijd bewerken.

Heb je de voorkeur voor een gewone tekstverwerker? Het liefste zonder al te veel toeters en bellen, waarbij je dus makkelijker gefocust blijft op je eigen tekst? Dan zijn Focuswriter en Aphostrophe (vroeger UberWriter) prima oplossingen. Deze laatste heeft bijvoorbeeld een focusmodus waarbij alle tekstregels grijs kleuren behalve de zin waarmee je bezig bent. 

Tijdens het typen kan Apostrophe ook alle bedieningselementen verbergen. Handig is ook de live teller van woorden en tekens. Exporteren kan naar diverse formaten, waaronder odt, pdf, epub, html en rtf.

Aan de andere kant van het spectrum vinden we een heuse dtp-editor (desktop publishing) als Scribus. Deze tool is weliswaar niet zo krachtig als Adobe InDesign maar is dus wel helemaal gratis en opensource. 

Je creëert frames in je publicatie en die voorzie je van de gewenste objecten, zoals afbeeldingen of tekstkaders, inclusief ondersteuning van cmyk-kleurbeheer. Op die manier maak je snel een fraai vormgegeven publicatie, of het nou gaat om een uitnodiging of een compleet clubmagazine.

©PXimport

Fotobewerking in Linux

Vind je Adobe Lightroom wat duur, dan heb je een prima alternatief aan Darktable. Die doet zowel dienst als fotobeheerder en fotobewerker, met een indrukwekkend aantal bewerkingsmodules en met ondersteuning van diverse raw-formaten. Zowat alle wijzigingen en metadata die je met de bewerker doorvoert, komen in een xmp sidecar-bestand terecht maar bij het exporteren kun je die alsnog in de fotobestanden zelf opnemen. Een vergelijkbare tool is Digikam. Deze heeft bovendien een leuke gezichtsherkenningsmodule.

Is het je meer te doen om foto’s creatief bewerken, dan kun je nauwelijks om het populaire Gimp heen. De interface is misschien niet zo gebruiksvriendelijk maar het programma kan met nagenoeg alle fotoformaten overweg. Het heeft bovendien een indrukwekkend functiearsenaal, inclusief laagmaskers, bezier-curves, filters en een animatiemodule. Het laat zich ook gemakkelijk uitbreiden met tal van extensies.

Met de afbeeldingenbrowser gThumb kun je foto’s op allerlei manieren bekijken. Hiermee kun je niet alleen diashows samenstellen en bekijken, maar bijvoorbeeld ook webalbums. Foto’s rechtstreeks vanaf een camera importeren is ook mogelijk. Verder kun je met gThumb foto’s ook (in batch) roteren, schalen en bijsnijden. 

Daarnaast kun je een aantal klassieke beeldmanipulaties uitvoeren, zoals het aanpassen van contrast, helderheid en verzadiging, of foto’s zwart/wit maken of van een of ander kleurfilter voorzien. Trefwoorden en beoordelingen aan je foto’s toewijzen kan ook, maar metadata weer weghalen is net zo goed mogelijk.

©PXimport

Overige grafische programma's

Krita is een leuke tool voor wie graag creatief uit de hoek komt en over enig teken- of schildertalent beschikt. Het kan overweg met de meest gebruikelijke grafische tabletten en laat je met bestaande afbeeldingen werken of helemaal vanaf nul een eigen artistieke tekening  ontwerpen. Er zijn heel wat penselen beschikbaar en die kun je ook zelf aanpassen, of je creëert gewoon je eigen penselen. Dankzij de laagondersteuning en talrijke filtereffecten zijn ook best complexe creaties mogelijk.

Inkscape is ook een ontwerpprogramma maar werkt op een geheel andere manier. Terwijl Krita op pixels gebaseerd is, werkt Inkscape met vectorfiguren, vergelijkbaar met bekende commerciële pakketten als Coreldraw of Adobe Illustrator. Bitmap-plaatjes kun je in Inkscape eventueel overtrekken om ze zo naar vectorfiguren om te zetten. Inkscape heeft een gestroomlijnde interface en kan ook met meer geavanceerde functies overweg, zoals klonen en alfablending. Alleen op het vlak van tekstformattering scoort de tool wat matig.

Liggen je ambities net wat hoger en spreken ook heuse 3D-ontwerpen je aan, dan kun je eigenlijk niet buiten het populaire Blender. Dit is een geïntegreerde 3D-suite met een erg actieve en enthousiaste community. Je kunt hier niet alleen terecht voor modelling en rendering, maar ook voor animatie en interactieve creaties. Houd wel rekening met een steile leercurve – maar dat heb je bij elk 3D-ontwerpprogramma.

©PXimport

Video's bewerken in Linux

In Linux zijn heel wat opensource videobewerkingstools te vinden waarvan de meeste de uitstekende ffmpeg-bibliotheek gebruiken, die compatibiliteit garandeert met tal van bestandsformaten. Een van de bekende tools is het vrij laagdrempelige OpenShot

De interface heeft de typische drieledige opbouw van video-editors: een tabblad voor je projectbestanden, een voor het videovoorbeeld en onderaan een reeks audio- en videosporen op een tijdlijn. De bedoeling is dus dat je je mediabestanden naar de gewenste plaats op de tijdlijn versleept. 

Daarna kun je er allerlei effecten op loslaten: van het wegknippen van overtollige fragmenten, tot het invoegen van allerlei transities en het experimenteren met beeld- en geluidseffecten, zoals ‘chromakey’ (groen scherm). Exporteren kan naar uiteenlopende videoformaten. 

Minder bekend maar ook prima is Kdenlive, die zelfs videoclips met meerdere audiosporen kan importeren en over een stevig effectenarsenaal beschikt. Mag het nog iets professioneler? Ga dan voor DaVinci Resolve. De leercurve is behoorlijk veel steiler dan bij bijvoorbeeld OpenShot, maar de functies zijn ook veel uitgebreider. 

Codecs als Apple ProRes worden zomaar ondersteund, maar het importeren van ‘eenvoudige’ mp3-bestanden lukt dan weer niet zonder conversie. Het zal je weinig verbazen dat de betaalde Studio-variant (circa 260 euro) enkele extra functies aan boord heeft, zoals hardware-versneld coderen, ook met meerdere gpu’s, resoluties hoger dan uhd en gezichtsherkenning.

©PXimport

Audio bewerken

Wie muziekbestanden of andere audio-opnames wil bewerken haalt met het populaire Audacity een uitstekende tool in huis. Je kunt meerdere audiosporen tegelijk inladen (tot 32-bit/384kHz-audio) en bewerken of mixen. En ook zelf opnames maken van diverse audiobronnen. Audacity komt ook met een aardig aantal instelbare geluidseffecten, zoals fade-in, echo en galm, en enkele tools voor spectrumanalyse. 

Liefhebbers van midi-keyboards kunnen het gratis LMMS overwegen, die we nog het beste als een instap-daw (digital audio workstation) kunnen beschrijven. Deze tool laat je geïmporteerde muziek met diverse instrumentenplug-ins te bewerken, waaronder enkele synthesizers. Een echte audio-editormodule zit er helaas niet bij – maar daar hen je dan weer Audacity voor.

Of je tast in de portemonnee voor het bekende pakket Ardour, dat alle gebruikelijke niet-lineaire bewerkingen niet-destructief kan doorvoeren en zich met allerlei vst-2 plug-ins laat uitbreiden.

©PXimport

Video's afspelen, e-mailen en meer

Heb je behoefte aan een flexibele mediaspeler, probeer dan eens VLC Media Player. Die kan namelijk van huis uit overweg met bijna alle mogelijke containers en codecs, voorziet in flink wat audio- en video-effecten, en laat zich zelfs als mediaconverter en -recorder inzetten.

Ben je een verwoed verzamelaar van e-boeken dan mag Calibre niet ontbreken. Hiermee kun je niet alleen e-boeken lezen maar ook beheren en synchroniseren met de exemplaren op je mobiele apparaten. Rechtstreeks downloaden van allerlei online collecties kan ook.

Van dezelfde uitgevers als de browser Firefox is er ook Thunderbird, een van de betere e-mailclients. E-mailaccounts instellen doe je met behulp van wizards. Handig is ook dat je e-mailberichten in diverse tabbladen kunt openen en een snelfilter zorgt ervoor dat je vlug op de gewenste berichten inzoomt.

Tenslotte dan: vergeet een wachtwoordbeheerder niet, zoals het gratis en opensource KeePassXC. Deze tool is een afsplitsing van het populaire KeePassX maar voorziet in een fraaiere interface en een betere browserintegratie. Tip: zie ook onze gratis cursus Veilig omgaan met wachtwoorden.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.