ID.nl logo
De beste Linux-software voor ieder doeleinde
© Reshift Digital
Huis

De beste Linux-software voor ieder doeleinde

Heb je net een frisse Linux-installatie uitgevoerd, dan is het tijd om eerst de essentiële programma's binnen te halen. In dit artikel stellen we de beste Linux-software aan je voor en leggen we ook uit hoe het installeren werkt. Dat gaat namelijk net even anders dan op Windows.

Een applicatie is in Linux op verschillende manieren te installeren. De meeste software vind je in repositories ofwel pakketbronnen, met vele honderden toepassingen. De kans is groot dat ook jouw Linux-distro in een grafische interface voor het pakketbeheer voorziet. Voor Ubuntu is dat Ubuntu Software Centre, voor Linux Mint de Software Manager (Programmabeheer). Van hieruit software installeren is zo simpel als het gewenste pakket zoeken en een download- of installatieknop in te drukken.

In veel Linux-distro’s laat deze ‘pakketbeheerder’ zich ook vanaf de terminal aanroepen, bijvoorbeeld met sudo apt-get install <pakketnaam>.

Het kan gebeuren dat bepaalde toepassingen zich niet in zo’n repository bevinden. In dat geval kun je het pakketbestand wellicht rechtstreeks downloaden van de site van de ontwikkelaar. Zulke bestanden kunnen diverse extensies hebben, zoals .deb (Ubuntu, Linux Mint, Debian, …) of .rpm (Red Hat, openSUSE, …). 

Ook deze software is op diverse manieren te installeren, bijvoorbeeld vanaf de terminal. In Ubuntu kan dat bijvoorbeeld met de commando’s:

wget https://dl.google.com/linux/direct/google-chrome-stable_current_amd64.deb

sudo dpkg -i google-chrome-stable_current_amd64.deb

Of je dubbelklikt op het gedownloade pakketbestand waarna de grafische pakketbeheerder het installatieproces overneemt. Met deze methodes kun je zo ongeveer alle gewenste software installeren. Zeker degenen die we hieronder bespreken.

©PXimport

Office-documenten bewerken

Een van de meest populaire kantoortoepassingen is een heuse suite, namelijk LibreOffice dat zich zo’n tien jaar geleden afsplitste van het nog steeds bestaande OpenOffice. De suite bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder een tekstverwerker (Writer), rekenblad (Calc), presentatiepakket (Impress) en een tekentool (Draw). De interface heeft veel weg van oudere MS Office-versies en de suite is redelijk compatibel met de formaten van MS Office (vooral de tekstverwerker).

Andere kantoorsuites zijn onder meer OnlyOffice en WPS Office (het vroegere Kingsoft Office, gratis voor persoonlijk gebruik). De interface oogt erg fraai en je kunt uiteenlopende documenten in een enkel applicatievenster openen.

Deze suite bevat ook enkele degelijke pdf-tools, waarmee je pdf-documenten kunt annoteren en bewerken. Een nog krachtiger pdf-tool is Master PDF Editor, waarbij de gratis editie de bewerkte pdf’s helaas wel van een watermerk voorziet. Dit valt te omzeilen door een oudere versie te installeren (4.3.89) via www.tiny.cc/pdfmastered (deb) of www.tiny.cc/pdfmastered2 (rpm). 

Met deze tool kun je onder meer tekst en objecten manipuleren, afbeeldingen en tekst invoegen en verplaatsen, allerlei annotaties doorvoeren, heuse pdf-formulieren creëren en documenten digitaal ondertekenen. 

©PXimport

Speciale tekstverwerkers

Schrijft of bewerk je vaak scripts, html-code of programmeertalen dan is Notepadqq een uitstekende teksteditor. Die heeft trouwens veel weg van zijn Windows-tegenhanger (Notepad++). Uiteraard ondersteunt de tool syntax highlighting (voor meer dan 100 talen) en ook automatisch inspringen. Bijzonder is wel ‘multiple editing’: je kunt meerdere cursors in je code plaatsen en die vervolgens op die locaties tegelijkertijd bewerken.

Heb je de voorkeur voor een gewone tekstverwerker? Het liefste zonder al te veel toeters en bellen, waarbij je dus makkelijker gefocust blijft op je eigen tekst? Dan zijn Focuswriter en Aphostrophe (vroeger UberWriter) prima oplossingen. Deze laatste heeft bijvoorbeeld een focusmodus waarbij alle tekstregels grijs kleuren behalve de zin waarmee je bezig bent. 

Tijdens het typen kan Apostrophe ook alle bedieningselementen verbergen. Handig is ook de live teller van woorden en tekens. Exporteren kan naar diverse formaten, waaronder odt, pdf, epub, html en rtf.

Aan de andere kant van het spectrum vinden we een heuse dtp-editor (desktop publishing) als Scribus. Deze tool is weliswaar niet zo krachtig als Adobe InDesign maar is dus wel helemaal gratis en opensource. 

Je creëert frames in je publicatie en die voorzie je van de gewenste objecten, zoals afbeeldingen of tekstkaders, inclusief ondersteuning van cmyk-kleurbeheer. Op die manier maak je snel een fraai vormgegeven publicatie, of het nou gaat om een uitnodiging of een compleet clubmagazine.

©PXimport

Fotobewerking in Linux

Vind je Adobe Lightroom wat duur, dan heb je een prima alternatief aan Darktable. Die doet zowel dienst als fotobeheerder en fotobewerker, met een indrukwekkend aantal bewerkingsmodules en met ondersteuning van diverse raw-formaten. Zowat alle wijzigingen en metadata die je met de bewerker doorvoert, komen in een xmp sidecar-bestand terecht maar bij het exporteren kun je die alsnog in de fotobestanden zelf opnemen. Een vergelijkbare tool is Digikam. Deze heeft bovendien een leuke gezichtsherkenningsmodule.

Is het je meer te doen om foto’s creatief bewerken, dan kun je nauwelijks om het populaire Gimp heen. De interface is misschien niet zo gebruiksvriendelijk maar het programma kan met nagenoeg alle fotoformaten overweg. Het heeft bovendien een indrukwekkend functiearsenaal, inclusief laagmaskers, bezier-curves, filters en een animatiemodule. Het laat zich ook gemakkelijk uitbreiden met tal van extensies.

Met de afbeeldingenbrowser gThumb kun je foto’s op allerlei manieren bekijken. Hiermee kun je niet alleen diashows samenstellen en bekijken, maar bijvoorbeeld ook webalbums. Foto’s rechtstreeks vanaf een camera importeren is ook mogelijk. Verder kun je met gThumb foto’s ook (in batch) roteren, schalen en bijsnijden. 

Daarnaast kun je een aantal klassieke beeldmanipulaties uitvoeren, zoals het aanpassen van contrast, helderheid en verzadiging, of foto’s zwart/wit maken of van een of ander kleurfilter voorzien. Trefwoorden en beoordelingen aan je foto’s toewijzen kan ook, maar metadata weer weghalen is net zo goed mogelijk.

©PXimport

Overige grafische programma's

Krita is een leuke tool voor wie graag creatief uit de hoek komt en over enig teken- of schildertalent beschikt. Het kan overweg met de meest gebruikelijke grafische tabletten en laat je met bestaande afbeeldingen werken of helemaal vanaf nul een eigen artistieke tekening  ontwerpen. Er zijn heel wat penselen beschikbaar en die kun je ook zelf aanpassen, of je creëert gewoon je eigen penselen. Dankzij de laagondersteuning en talrijke filtereffecten zijn ook best complexe creaties mogelijk.

Inkscape is ook een ontwerpprogramma maar werkt op een geheel andere manier. Terwijl Krita op pixels gebaseerd is, werkt Inkscape met vectorfiguren, vergelijkbaar met bekende commerciële pakketten als Coreldraw of Adobe Illustrator. Bitmap-plaatjes kun je in Inkscape eventueel overtrekken om ze zo naar vectorfiguren om te zetten. Inkscape heeft een gestroomlijnde interface en kan ook met meer geavanceerde functies overweg, zoals klonen en alfablending. Alleen op het vlak van tekstformattering scoort de tool wat matig.

Liggen je ambities net wat hoger en spreken ook heuse 3D-ontwerpen je aan, dan kun je eigenlijk niet buiten het populaire Blender. Dit is een geïntegreerde 3D-suite met een erg actieve en enthousiaste community. Je kunt hier niet alleen terecht voor modelling en rendering, maar ook voor animatie en interactieve creaties. Houd wel rekening met een steile leercurve – maar dat heb je bij elk 3D-ontwerpprogramma.

©PXimport

Video's bewerken in Linux

In Linux zijn heel wat opensource videobewerkingstools te vinden waarvan de meeste de uitstekende ffmpeg-bibliotheek gebruiken, die compatibiliteit garandeert met tal van bestandsformaten. Een van de bekende tools is het vrij laagdrempelige OpenShot

De interface heeft de typische drieledige opbouw van video-editors: een tabblad voor je projectbestanden, een voor het videovoorbeeld en onderaan een reeks audio- en videosporen op een tijdlijn. De bedoeling is dus dat je je mediabestanden naar de gewenste plaats op de tijdlijn versleept. 

Daarna kun je er allerlei effecten op loslaten: van het wegknippen van overtollige fragmenten, tot het invoegen van allerlei transities en het experimenteren met beeld- en geluidseffecten, zoals ‘chromakey’ (groen scherm). Exporteren kan naar uiteenlopende videoformaten. 

Minder bekend maar ook prima is Kdenlive, die zelfs videoclips met meerdere audiosporen kan importeren en over een stevig effectenarsenaal beschikt. Mag het nog iets professioneler? Ga dan voor DaVinci Resolve. De leercurve is behoorlijk veel steiler dan bij bijvoorbeeld OpenShot, maar de functies zijn ook veel uitgebreider. 

Codecs als Apple ProRes worden zomaar ondersteund, maar het importeren van ‘eenvoudige’ mp3-bestanden lukt dan weer niet zonder conversie. Het zal je weinig verbazen dat de betaalde Studio-variant (circa 260 euro) enkele extra functies aan boord heeft, zoals hardware-versneld coderen, ook met meerdere gpu’s, resoluties hoger dan uhd en gezichtsherkenning.

©PXimport

Audio bewerken

Wie muziekbestanden of andere audio-opnames wil bewerken haalt met het populaire Audacity een uitstekende tool in huis. Je kunt meerdere audiosporen tegelijk inladen (tot 32-bit/384kHz-audio) en bewerken of mixen. En ook zelf opnames maken van diverse audiobronnen. Audacity komt ook met een aardig aantal instelbare geluidseffecten, zoals fade-in, echo en galm, en enkele tools voor spectrumanalyse. 

Liefhebbers van midi-keyboards kunnen het gratis LMMS overwegen, die we nog het beste als een instap-daw (digital audio workstation) kunnen beschrijven. Deze tool laat je geïmporteerde muziek met diverse instrumentenplug-ins te bewerken, waaronder enkele synthesizers. Een echte audio-editormodule zit er helaas niet bij – maar daar hen je dan weer Audacity voor.

Of je tast in de portemonnee voor het bekende pakket Ardour, dat alle gebruikelijke niet-lineaire bewerkingen niet-destructief kan doorvoeren en zich met allerlei vst-2 plug-ins laat uitbreiden.

©PXimport

Video's afspelen, e-mailen en meer

Heb je behoefte aan een flexibele mediaspeler, probeer dan eens VLC Media Player. Die kan namelijk van huis uit overweg met bijna alle mogelijke containers en codecs, voorziet in flink wat audio- en video-effecten, en laat zich zelfs als mediaconverter en -recorder inzetten.

Ben je een verwoed verzamelaar van e-boeken dan mag Calibre niet ontbreken. Hiermee kun je niet alleen e-boeken lezen maar ook beheren en synchroniseren met de exemplaren op je mobiele apparaten. Rechtstreeks downloaden van allerlei online collecties kan ook.

Van dezelfde uitgevers als de browser Firefox is er ook Thunderbird, een van de betere e-mailclients. E-mailaccounts instellen doe je met behulp van wizards. Handig is ook dat je e-mailberichten in diverse tabbladen kunt openen en een snelfilter zorgt ervoor dat je vlug op de gewenste berichten inzoomt.

Tenslotte dan: vergeet een wachtwoordbeheerder niet, zoals het gratis en opensource KeePassXC. Deze tool is een afsplitsing van het populaire KeePassX maar voorziet in een fraaiere interface en een betere browserintegratie. Tip: zie ook onze gratis cursus Veilig omgaan met wachtwoorden.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.