ID.nl logo
De beste Linux-software voor ieder doeleinde
© Reshift Digital
Huis

De beste Linux-software voor ieder doeleinde

Heb je net een frisse Linux-installatie uitgevoerd, dan is het tijd om eerst de essentiële programma's binnen te halen. In dit artikel stellen we de beste Linux-software aan je voor en leggen we ook uit hoe het installeren werkt. Dat gaat namelijk net even anders dan op Windows.

Een applicatie is in Linux op verschillende manieren te installeren. De meeste software vind je in repositories ofwel pakketbronnen, met vele honderden toepassingen. De kans is groot dat ook jouw Linux-distro in een grafische interface voor het pakketbeheer voorziet. Voor Ubuntu is dat Ubuntu Software Centre, voor Linux Mint de Software Manager (Programmabeheer). Van hieruit software installeren is zo simpel als het gewenste pakket zoeken en een download- of installatieknop in te drukken.

In veel Linux-distro’s laat deze ‘pakketbeheerder’ zich ook vanaf de terminal aanroepen, bijvoorbeeld met sudo apt-get install <pakketnaam>.

Het kan gebeuren dat bepaalde toepassingen zich niet in zo’n repository bevinden. In dat geval kun je het pakketbestand wellicht rechtstreeks downloaden van de site van de ontwikkelaar. Zulke bestanden kunnen diverse extensies hebben, zoals .deb (Ubuntu, Linux Mint, Debian, …) of .rpm (Red Hat, openSUSE, …). 

Ook deze software is op diverse manieren te installeren, bijvoorbeeld vanaf de terminal. In Ubuntu kan dat bijvoorbeeld met de commando’s:

wget https://dl.google.com/linux/direct/google-chrome-stable_current_amd64.deb

sudo dpkg -i google-chrome-stable_current_amd64.deb

Of je dubbelklikt op het gedownloade pakketbestand waarna de grafische pakketbeheerder het installatieproces overneemt. Met deze methodes kun je zo ongeveer alle gewenste software installeren. Zeker degenen die we hieronder bespreken.

©PXimport

Office-documenten bewerken

Een van de meest populaire kantoortoepassingen is een heuse suite, namelijk LibreOffice dat zich zo’n tien jaar geleden afsplitste van het nog steeds bestaande OpenOffice. De suite bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder een tekstverwerker (Writer), rekenblad (Calc), presentatiepakket (Impress) en een tekentool (Draw). De interface heeft veel weg van oudere MS Office-versies en de suite is redelijk compatibel met de formaten van MS Office (vooral de tekstverwerker).

Andere kantoorsuites zijn onder meer OnlyOffice en WPS Office (het vroegere Kingsoft Office, gratis voor persoonlijk gebruik). De interface oogt erg fraai en je kunt uiteenlopende documenten in een enkel applicatievenster openen.

Deze suite bevat ook enkele degelijke pdf-tools, waarmee je pdf-documenten kunt annoteren en bewerken. Een nog krachtiger pdf-tool is Master PDF Editor, waarbij de gratis editie de bewerkte pdf’s helaas wel van een watermerk voorziet. Dit valt te omzeilen door een oudere versie te installeren (4.3.89) via www.tiny.cc/pdfmastered (deb) of www.tiny.cc/pdfmastered2 (rpm). 

Met deze tool kun je onder meer tekst en objecten manipuleren, afbeeldingen en tekst invoegen en verplaatsen, allerlei annotaties doorvoeren, heuse pdf-formulieren creëren en documenten digitaal ondertekenen. 

©PXimport

Speciale tekstverwerkers

Schrijft of bewerk je vaak scripts, html-code of programmeertalen dan is Notepadqq een uitstekende teksteditor. Die heeft trouwens veel weg van zijn Windows-tegenhanger (Notepad++). Uiteraard ondersteunt de tool syntax highlighting (voor meer dan 100 talen) en ook automatisch inspringen. Bijzonder is wel ‘multiple editing’: je kunt meerdere cursors in je code plaatsen en die vervolgens op die locaties tegelijkertijd bewerken.

Heb je de voorkeur voor een gewone tekstverwerker? Het liefste zonder al te veel toeters en bellen, waarbij je dus makkelijker gefocust blijft op je eigen tekst? Dan zijn Focuswriter en Aphostrophe (vroeger UberWriter) prima oplossingen. Deze laatste heeft bijvoorbeeld een focusmodus waarbij alle tekstregels grijs kleuren behalve de zin waarmee je bezig bent. 

Tijdens het typen kan Apostrophe ook alle bedieningselementen verbergen. Handig is ook de live teller van woorden en tekens. Exporteren kan naar diverse formaten, waaronder odt, pdf, epub, html en rtf.

Aan de andere kant van het spectrum vinden we een heuse dtp-editor (desktop publishing) als Scribus. Deze tool is weliswaar niet zo krachtig als Adobe InDesign maar is dus wel helemaal gratis en opensource. 

Je creëert frames in je publicatie en die voorzie je van de gewenste objecten, zoals afbeeldingen of tekstkaders, inclusief ondersteuning van cmyk-kleurbeheer. Op die manier maak je snel een fraai vormgegeven publicatie, of het nou gaat om een uitnodiging of een compleet clubmagazine.

©PXimport

Fotobewerking in Linux

Vind je Adobe Lightroom wat duur, dan heb je een prima alternatief aan Darktable. Die doet zowel dienst als fotobeheerder en fotobewerker, met een indrukwekkend aantal bewerkingsmodules en met ondersteuning van diverse raw-formaten. Zowat alle wijzigingen en metadata die je met de bewerker doorvoert, komen in een xmp sidecar-bestand terecht maar bij het exporteren kun je die alsnog in de fotobestanden zelf opnemen. Een vergelijkbare tool is Digikam. Deze heeft bovendien een leuke gezichtsherkenningsmodule.

Is het je meer te doen om foto’s creatief bewerken, dan kun je nauwelijks om het populaire Gimp heen. De interface is misschien niet zo gebruiksvriendelijk maar het programma kan met nagenoeg alle fotoformaten overweg. Het heeft bovendien een indrukwekkend functiearsenaal, inclusief laagmaskers, bezier-curves, filters en een animatiemodule. Het laat zich ook gemakkelijk uitbreiden met tal van extensies.

Met de afbeeldingenbrowser gThumb kun je foto’s op allerlei manieren bekijken. Hiermee kun je niet alleen diashows samenstellen en bekijken, maar bijvoorbeeld ook webalbums. Foto’s rechtstreeks vanaf een camera importeren is ook mogelijk. Verder kun je met gThumb foto’s ook (in batch) roteren, schalen en bijsnijden. 

Daarnaast kun je een aantal klassieke beeldmanipulaties uitvoeren, zoals het aanpassen van contrast, helderheid en verzadiging, of foto’s zwart/wit maken of van een of ander kleurfilter voorzien. Trefwoorden en beoordelingen aan je foto’s toewijzen kan ook, maar metadata weer weghalen is net zo goed mogelijk.

©PXimport

Overige grafische programma's

Krita is een leuke tool voor wie graag creatief uit de hoek komt en over enig teken- of schildertalent beschikt. Het kan overweg met de meest gebruikelijke grafische tabletten en laat je met bestaande afbeeldingen werken of helemaal vanaf nul een eigen artistieke tekening  ontwerpen. Er zijn heel wat penselen beschikbaar en die kun je ook zelf aanpassen, of je creëert gewoon je eigen penselen. Dankzij de laagondersteuning en talrijke filtereffecten zijn ook best complexe creaties mogelijk.

Inkscape is ook een ontwerpprogramma maar werkt op een geheel andere manier. Terwijl Krita op pixels gebaseerd is, werkt Inkscape met vectorfiguren, vergelijkbaar met bekende commerciële pakketten als Coreldraw of Adobe Illustrator. Bitmap-plaatjes kun je in Inkscape eventueel overtrekken om ze zo naar vectorfiguren om te zetten. Inkscape heeft een gestroomlijnde interface en kan ook met meer geavanceerde functies overweg, zoals klonen en alfablending. Alleen op het vlak van tekstformattering scoort de tool wat matig.

Liggen je ambities net wat hoger en spreken ook heuse 3D-ontwerpen je aan, dan kun je eigenlijk niet buiten het populaire Blender. Dit is een geïntegreerde 3D-suite met een erg actieve en enthousiaste community. Je kunt hier niet alleen terecht voor modelling en rendering, maar ook voor animatie en interactieve creaties. Houd wel rekening met een steile leercurve – maar dat heb je bij elk 3D-ontwerpprogramma.

©PXimport

Video's bewerken in Linux

In Linux zijn heel wat opensource videobewerkingstools te vinden waarvan de meeste de uitstekende ffmpeg-bibliotheek gebruiken, die compatibiliteit garandeert met tal van bestandsformaten. Een van de bekende tools is het vrij laagdrempelige OpenShot

De interface heeft de typische drieledige opbouw van video-editors: een tabblad voor je projectbestanden, een voor het videovoorbeeld en onderaan een reeks audio- en videosporen op een tijdlijn. De bedoeling is dus dat je je mediabestanden naar de gewenste plaats op de tijdlijn versleept. 

Daarna kun je er allerlei effecten op loslaten: van het wegknippen van overtollige fragmenten, tot het invoegen van allerlei transities en het experimenteren met beeld- en geluidseffecten, zoals ‘chromakey’ (groen scherm). Exporteren kan naar uiteenlopende videoformaten. 

Minder bekend maar ook prima is Kdenlive, die zelfs videoclips met meerdere audiosporen kan importeren en over een stevig effectenarsenaal beschikt. Mag het nog iets professioneler? Ga dan voor DaVinci Resolve. De leercurve is behoorlijk veel steiler dan bij bijvoorbeeld OpenShot, maar de functies zijn ook veel uitgebreider. 

Codecs als Apple ProRes worden zomaar ondersteund, maar het importeren van ‘eenvoudige’ mp3-bestanden lukt dan weer niet zonder conversie. Het zal je weinig verbazen dat de betaalde Studio-variant (circa 260 euro) enkele extra functies aan boord heeft, zoals hardware-versneld coderen, ook met meerdere gpu’s, resoluties hoger dan uhd en gezichtsherkenning.

©PXimport

Audio bewerken

Wie muziekbestanden of andere audio-opnames wil bewerken haalt met het populaire Audacity een uitstekende tool in huis. Je kunt meerdere audiosporen tegelijk inladen (tot 32-bit/384kHz-audio) en bewerken of mixen. En ook zelf opnames maken van diverse audiobronnen. Audacity komt ook met een aardig aantal instelbare geluidseffecten, zoals fade-in, echo en galm, en enkele tools voor spectrumanalyse. 

Liefhebbers van midi-keyboards kunnen het gratis LMMS overwegen, die we nog het beste als een instap-daw (digital audio workstation) kunnen beschrijven. Deze tool laat je geïmporteerde muziek met diverse instrumentenplug-ins te bewerken, waaronder enkele synthesizers. Een echte audio-editormodule zit er helaas niet bij – maar daar hen je dan weer Audacity voor.

Of je tast in de portemonnee voor het bekende pakket Ardour, dat alle gebruikelijke niet-lineaire bewerkingen niet-destructief kan doorvoeren en zich met allerlei vst-2 plug-ins laat uitbreiden.

©PXimport

Video's afspelen, e-mailen en meer

Heb je behoefte aan een flexibele mediaspeler, probeer dan eens VLC Media Player. Die kan namelijk van huis uit overweg met bijna alle mogelijke containers en codecs, voorziet in flink wat audio- en video-effecten, en laat zich zelfs als mediaconverter en -recorder inzetten.

Ben je een verwoed verzamelaar van e-boeken dan mag Calibre niet ontbreken. Hiermee kun je niet alleen e-boeken lezen maar ook beheren en synchroniseren met de exemplaren op je mobiele apparaten. Rechtstreeks downloaden van allerlei online collecties kan ook.

Van dezelfde uitgevers als de browser Firefox is er ook Thunderbird, een van de betere e-mailclients. E-mailaccounts instellen doe je met behulp van wizards. Handig is ook dat je e-mailberichten in diverse tabbladen kunt openen en een snelfilter zorgt ervoor dat je vlug op de gewenste berichten inzoomt.

Tenslotte dan: vergeet een wachtwoordbeheerder niet, zoals het gratis en opensource KeePassXC. Deze tool is een afsplitsing van het populaire KeePassX maar voorziet in een fraaiere interface en een betere browserintegratie. Tip: zie ook onze gratis cursus Veilig omgaan met wachtwoorden.

▼ Volgende artikel
Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat
Huis

Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat

Capcom heeft eerder deze week een livestream uitgezonden waarin nieuwe beelden werden getoond van het aankomende horrorspel Resident Evil Requiem. Ook werd er meer informatie gegeven over de game.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

Nadat eind vorig jaar al werd aangekondigd dat spelers niet alleen Grace Ashcroft zullen besturen, maar ook Leon S. Kennedy - een bekend gezicht voor mensen die eerdere delen hebben gespeeld - werd er tijdens de livestream uitgebreid gameplay van dit personage getoond.

Twee verschillende hoofdpersonages

Daarbij werd de nadruk gelegd op de verschillende speelstijlen van Leon en Grace. Op verschillende momenten gedurende de game wordt er automatisch tussen deze personages gewisseld, en ze zullen elk compleet andere gameplay bieden.

De segmenten met Leon - onder andere bekend uit Resident Evil 2 en Resident Evil 4 - zijn erg op actievolle schietgevechten gericht. Leon kan daarnaast ook de kelen van vijanden doorsnijden. Hij heeft ook een bijl waarmee hij aanvallen kan afweren. Grace's segmenten zijn juist erg gericht op spanning en horror en draaien vooral om het vermijden van intense gevechten.

Tijdens de livestream werd ook onthuld dat de game niet alleen naar consoles en pc komt, maar dat leden van Nvidia GeForce Now de game ook kunnen spelen. Ook werd er gepraat over de verschillende moeilijkheidsgraden - zo is er een extra makkelijke moeilijkheidsgraad voor mensen die weinig ervaring hebben met dit type spellen.

De complete livestream kan hieronder worden bekeken. In verband met de volwassen inhoud van de livestream kan het mogelijk zijn dat je op de link in de video moet klikken om naar YouTube te gaan en te bewijzen dat je volwassen bent.

Vanaf 27 februari verkrijgbaar

Resident Evil Requiem verschijnt op 27 februari (pre-orderen kan nu al) voor PlayStation 5, Xbox Series X en S, Nintendo Switch 2 en pc. Het is het negende hoofddeel in de horrorserie die al sinds de jaren negentig bestaat. In de loop der jaren is de franchise meermaals flink op de schop gegaan. Zo richtte Resident Evil 4 zich meer op actie, en zijn horrorelementen sinds Resident Evil 7: Biohazard weer teruggekeerd. Resident Evil Requiem lijkt dan ook een combinatie van al deze elementen te gaan bieden.

Op 27 februari zullen overigens ook Resident Evil 7 en Resident Evil Village (het achtste deel) op Nintendo Switch 2 uitkomen. Daarnaast verschijnt Village later deze maand op PlayStation Plus en Xbox Game Pass.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten
© chadchai - stock.adobe.com
Huis

Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten

Je kijkt een spannende serie en opeens bevriest het beeld. Dat bekende draaiende cirkeltje… er zijn weinig dingen zó frustrerend. Gelukkig ligt de oplossing vaak binnen handbereik. De snelheid van je internet hangt namelijk sterk samen met de manier waarop je thuis met je apparatuur omgaat. Door een paar veelgemaakte fouten te vermijden en de juiste techniek te kiezen, merk je vaak direct dat je netwerk stabieler wordt, zonder dat daar een duurder abonnement voor nodig is.

In het kort

In dit artikel lees je welke drie wifi-fouten het vaakst zorgen voor traag internet of haperingen: een onhandige plek voor je router, drukte op 2,4 GHz en verouderde firmware of hardware. Je ziet ook hoe je zelf een rustiger kanaal vindt en wanneer het slim is om te kiezen voor 5 GHz of 6 GHz. Tot slot leggen we uit wat wifi 6 en wifi 7 doen en waarom een netwerkkabel van minimaal cat5e verschil kan maken.

Lees ook: Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Fout 1: De router op de verkeerde plek neerzetten

Een router wint qua looks zelden een schoonheidsprijs. De neiging om het apparaat uit het zicht te plaatsen is daarom groot. Toch is een verkeerde locatie de meest gemaakte fout die je bereik merkbaar (en soms zelfs dramatisch) kan verkleinen.

Dat zit zo.  Je kunt wifi-signalen vergelijken met het licht van een gloeilamp. Als je die lamp in een houten kast of achter een dikke bank zet, blijft de rest van de kamer donker. Obstakels zoals muren, meubels en zelfs grote kamerplanten blokkeren de onzichtbare golven. Vooral metaal en water zijn beruchte boosdoeners; een router naast een aquarium of achter een radiator plaatsen is vragen om problemen.

Ook de hoogte is bepalend. Veel mensen zetten de router op de grond, maar op de grond zit het signaal sneller 'achter' meubels en andere blokkades. Zet het apparaat liever op een kast of boekenplank op ooghoogte voor een vrije weg naar je apparaten.

©ID.nl

Fout 2: Storing door andere apparatuur over het hoofd zien

Je staat er waarschijnlijk niet bij stil, maar veel apparaten in huis gebruiken dezelfde onzichtbare digitale snelweg als je internetverbinding. De magnetron, sommige babyfoons en zelfs de draadloze koptelefoon van de buren vechten om een plekje op de 2,4GHz-band. Ook andere wifi-netwerken in de buurt kunnen voor digitale files zorgen.

De meeste moderne routers ondersteunen gelukkig ook de 5GHz-frequentie. Deze band is veel breder en heeft minder last van andere apparatuur. Het handmatig selecteren van het 5GHz-netwerk levert vaak direct een snelheidswinst op. Heb je een router met wifi 6e of wifi 7, dan kun je soms ook de 6 GHz-band gebruiken. Die is vaak rustiger, maar het bereik is meestal wat kleiner dan bij 5 GHz.

Tip: geef je netwerken duidelijke namen

Veel routers zenden meerdere wifi-netwerken tegelijk uit: 2,4 GHz voor bereik, 5 GHz voor snelheid en soms ook 6 GHz voor extra ruimte in drukke omgevingen. Als al die banden onder één naam vallen, kiest je smartphone of laptop automatisch. Dat gaat vaak goed, maar niet altijd: je toestel kan blijven “plakken” aan 2,4 GHz terwijl 5 GHz op dat moment sneller en stabieler is.

Door je netwerken een herkenbare naam te geven, maak je de keuze simpel. Geef de 2,4 GHz-band bijvoorbeeld de naam thuis-2g, de 5 GHz-band thuis-5g en, als je die hebt, de 6 GHz-band thuis-6g. Dan zie je in één oogopslag welk netwerk je pakt. Zit je ver van de router, dan is 2,4 GHz vaak de veiligste optie. Zit je dichtbij en wil je vooral snelheid, dan ligt 5 GHz of 6 GHz meer voor de hand. Zo kun je bij haperingen of traag internet meteen testen of een andere band het probleem oplost, zonder dat je in instellingen hoeft te graven.

View post on TikTok

Fout 3: Verouderde software en hardware blijven gebruiken

Technologie verandert razendsnel en dat geldt ook voor de beveiliging en snelheid van je netwerk. Veel huishoudens werken nog met de router die ze jaren geleden bij hun eerste abonnement kregen. Deze oude techniek kan de moderne eisen van streaming en videobellen simpelweg niet meer bijbenen. Daarnaast vergeten veel gebruikers om de firmware van hun apparaat te updaten. Fabrikanten brengen deze software-updates uit om prestaties te verbeteren en lekken te dichten. Een verouderd systeem is niet alleen trager, maar ook een makkelijker doelwit voor hackers.


1️⃣2️⃣3️⃣Stappenplan: de beste wifi-kanalen scannen

Als je buren ook allemaal op hetzelfde wifi-kanaal zitten, ontstaat er interferentie. Je kunt dit zelf eenvoudig oplossen door een rustiger kanaal te zoeken.

1) Download een app zoals WiFi Analyzer (Android) of NetSpot (Windows, macOS, Android & iOS).

2) Open de app en bekijk de grafiek van de omgeving. Je ziet hier welke kanalen drukbezet zijn door netwerken in de buurt. Noteer het kanaalnummer dat het minst wordt gebruikt. Vaak zijn kanaal 1, 6 of 11 op de 2,4GHz-band de beste keuzes.

3) Log in op de webinterface van je router via je browser (meestal via een adres als 192.168.1.1). Zoek naar de draadloze instellingen en wijzig het kanaal van 'Automatisch' naar het door jou gekozen nummer. Sla de instellingen op en test of je verbinding stabieler aanvoelt.

Het verschil tussen wifi 6 en wifi 7

Sta je op het punt om een nieuwe router of laptop te kopen? Dan kom je de termen wifi 6 en wifi 7 tegen. Wifi 6 was een grote stap vooruit omdat het beter omgaat met veel apparaten tegelijk op één netwerk. Het zorgt voor een efficiëntere verdeling van de data. Wifi 7 is de allernieuwste standaard en gaat nog een flinke stap verder. Het maakt gebruik van extreem brede kanalen en kan verbinding maken via meerdere frequenties tegelijkertijd. Dit wordt Multi-Link Operation genoemd. Hierdoor is de vertraging merkbaar lager en kun je hogere snelheden halen, vooral op korte afstand en met geschikte apparaten. Voor een gemiddeld huishouden is wifi 6 momenteel een uitstekende keuze, terwijl wifi 7 echt voor de toekomst is gebouwd.

Heel belangrijk: de juiste bekabeling

Draadloos internet begint voor de meeste mensen bij een kabel: heb je een los modem en een losse router, dan vormt de kabel ertussen de basis. Gebruik je hier een oude kabel, dan wordt de snelheid al beperkt voordat het signaal de lucht in gaat. Controleer of er Cat 5e, Cat6 of Cat6a op de kabel staat, dan zit je meestal goed. Cat5 haalt soms maar 100 Mbps door kwaliteit/afmontage. Heb je cat5 liggen? Vervang dat dan in ieder geval door cat5e; dat is een veilige keuze voor gigabit. Een kleine investering in een kwalitatieve netwerkkabel kan een wereld van verschil maken voor de uiteindelijke wifi-snelheid op je telefoon.

Slechte wifi? Oplossen is makkelijker dan je denkt

Alles bij elkaar komt goed wifi minder neer op toeval dan veel mensen denken. Met een slimme plek voor je router, een rustige frequentie en actuele software haal je vaak al verrassend veel winst. Combineer dat met een fatsoenlijke netwerkkabel en je voorkomt dat de dat de verbinding al beperkt wordt voordat het signaal draadloos wordt verspreid. Door deze stappen een voor een toe te passen, los je de meest voorkomende wifi-problemen op zonder dat een duurder internetabonnement nodig is, en maak je van een haperende verbinding weer een stabiele basis voor alles wat je online doet.

Consumenten testen: TP-Link Deco BE25 WiFi 7 mesh set

Op Review.nl, het testplatform waarop consumenten nieuwe technologie uitproberen en hun bevindingen delen, krijgt de TP-Link Deco BE25, een router met dualband wifi 7,  een stevige 8,7 op Review.nl. En dat betekent iets: want omdat op Review.nl producten getest worden door een panel van echte gebruikers, zie je hoe iets in een normaal huishouden presteert.

Wat opvalt is hoe vaak testers terugkomen op de snelheid en stabiliteit. De overstap naar wifi 7 levert volgens veel gebruikers merkbaar meer rust in het netwerk op, vooral in huizen waar voorheen op zolder, in de tuin of achterin de woonkamer nauwelijks een bruikbaar signaal was. De Deco BE25 vult dat soort gaten zichtbaar op. Apparaten blijven stabiel verbonden, streamen gaat zonder haperingen en ook gamers merken volgens de testers dat de latency laag blijft. Wie een gigabitverbinding heeft, ziet die snelheid nu ook daadwerkelijk terug op plekken waar dat eerst niet haalbaar was.

Een tweede punt dat veel lof krijgt, is de installatie. De meeste testers spreken over een proces van enkele minuten. De app begeleidt je stap voor stap, herkent automatisch de nieuwe units en geeft advies over de beste plek voor elk wifipunt. Daardoor voelt het hele systeem toegankelijk, ook voor wie zichzelf niet technisch vindt. Eenmaal ingesteld blijkt het netwerk bovendien weinig onderhoud nodig te hebben: de app verdeelt verkeer slim, laat je apparaten prioriteren en biedt opties voor gastnetwerken en ouderlijk toezicht.

Het ontwerp en de functionaliteit leveren wel discussie op. Een deel van de testers vindt de units wat groot en mist montageopties of extra ethernetpoorten. Ook melden sommige gebruikers dat smartphones niet altijd direct naar het dichtstbijzijnde wifipunt schakelen. Toch wordt dat in de meeste reviews gezien als een detail naast de verbeterde dekking en het gemak van dagelijks gebruik.

Alles bij elkaar laat het testpanel zien dat de Deco BE25 vooral scoort op prestaties waar consumenten echt iets van merken: hogere snelheden, betere dekking en een probleemloos installatieproces. Voor veel huishoudens voelt het als een upgrade die een onrustig wifi-netwerk verandert in een betrouwbaar en snel geheel.