ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Reis naar mars met het Interplanetary Transport System

Al eeuwen droomt de mensheid van het reizen naar andere planeten. Na de maan leek Mars lang interessant, maar het lijkt nog lang te duren voordat we daar definitief landen. Toch? Of is een reis naar mars dichterbij dan we denken?

Niet als het aan Elon Musk ligt. De ambitieuze visionair die met SpaceX de hele lanceermarkt overhoop gooit door herbruikbare raketten te bouwen en lanceringen voor een spotprijs aan te bieden, zegt al jaren maar wat graag naar Mars te willen. Musk presenteerde daar eerder dit jaar een uitgebreid plan voor. Hij stelt een systeem voor dat in 2022 een eerste proeflancering moet doen en dat in 2024 voor het eerst mensen naar Mars moet brengen. Dat soort plannen is al vaker geopperd, maar als Elon Musk praat wordt dat niet onterecht serieus genomen.

Het Interplanetary Transport System of ITS moet hét project worden waar SpaceX in de toekomst naartoe wil. Dat project is op z’n zachtst gezegd ambitieus te noemen: het bedrijf wil tientallen raketten per jaar(!) lanceren met daarin honderden(!!) reizigers die makkelijk naar Mars kunnen reizen om daar een kolonie te starten.

En oh ja, de nieuwe raketten kunnen in de toekomst ook worden ingezet om op aarde in korte tijd grote afstanden af te leggen. Het is lastig om door de grandioze verkooppraatjes van Musk heen te kijken, maar wie dat doet ziet een weldoordacht plan waarbij voornamelijk geld het grote probleem is, en waarbij schaalbaarheid het sleutelwoord is. SpaceX wil klein beginnen en de plannen vervolgens stapsgewijs uitbreiden.

Big fucking rocket

Centraal in de plannen voor het ITS staat een enorme raket die uit slechts één trap bestaat, door Musk liefkozend de ‘BFR’ of ‘Big Fucking Rocket’ genoemd. Als die af is, kan de raket 150 ton naar een lage aardbaan brengen. Ter vergelijking: de Saturnus 5 kon tijdens het Apollo-programma 118 ton lanceren. De BFR wordt schaalbaar, zodat er ook kleinere versies kunnen worden gebouwd. Die moeten uiteindelijk de bestaande raketten van SpaceX vervangen. De BFR heeft een eigen laadruimte die in de raket zelf zit, zodat er geen aparte capsule nodig is voor vracht.

Uiteindelijk moeten alle bestaande SpaceX-raketten plaatsmaken voor de nieuwe raket. Op dit moment is dat alleen nog de Falcon 9, maar in de nabije toekomst komt daar de veel grotere Falcon Heavy bij, waarmee grotere vrachten naar boven kunnen worden gestuurd. Ook de Dragon-capsule, nu nog gebruikt om vracht naar het ISS te brengen en in de toekomst om astronauten te lanceren, verdwijnt en wordt geïntegreerd in de BFR.

Het is nog lastig een voertuig zacht te laten landen, en op dit moment onmogelijk om het weer te laten opstijgen

-

Ook nieuw aan de raket zijn de twee nieuwe motoren. Terwijl de Falcon 9 nog negen (aha!) Merlin-motoren gebruikt, krijgt de BFR slechts twee aandrijfmotoren. Die ‘Raptors’ worden op dit moment al uitvoerig getest en moeten net als de Merlin-motoren in en uit te schakelen zijn – ook tijdens een vlucht.

Dat laatste is vooral interessant voor de landing op Mars, want dat is op dit moment één van de grootste obstakels van de Rode Planeet: het is nog lastig daar een (groot) voertuig zacht te laten landen, en op dit moment onmogelijk om het weer te laten opstijgen. De Raptor-motoren moeten ervoor zorgen dat de BFR van een snelheid van 7 m/s afremt totdat hij veilig verticaal landt – precies zoals SpaceX nu al doet met zijn bestaande raketten.

Uitdagingen

Musk doet het overkomen alsof het slechts een kwestie van tijd (en geld) is voordat het plan rond is, maar technologisch gezien is er nog een aantal zaken dat moet worden opgelost. De raket moet zowel in een aardbaan worden bijgevuld (en dat is in microzwaartekracht nog nooit getest) en vervolgens moet op Mars brandstof van methaan en zuurstof worden gemaakt om de raket weer vol te tanken (ook nooit gedaan). Het landen met retroaandrijving en supersonische snelheden is eveneens een heet hangijzer: daar is op dit moment nog geen goed systeem voor en bestaande missies hebben aangetoond dat de landing uitermate riskant is.

Je moet van goeden huize komen om zo’n ambitieus plan te kunnen presenteren, en hoewel Elon Musk in het verleden niet alleen woorden, maar ook veel daden heeft laten zien, kwam er veel kritiek op zijn plannen. Die kritiek richt zich met name op de financiële situatie, en dat is meteen het gedeelte waar Musk geen sluitend antwoord op kan geven. Een bemande missie kost naar conservatieve schattingen van NASA meer dan 30 miljard dollar om te ontwikkelen en te lanceren, dus SpaceX heeft nog even te gaan voordat het dat bedrag bij elkaar heeft.

Musk wil zoals gezegd al het geld dat SpaceX met zijn lanceringen verdient in de ontwikkeling van het ITS stoppen. Dat bedrag kan mooi oplopen als het bedrijf raketten kan hergebruiken in plaats van telkens opnieuw te bouwen, maar zelfs een herbruikbare raket is minder dan de helft goedkoper dan een conventionele ‘wegwerpraket’. Wel schroeft SpaceX het aantal lanceringen in een jaar flink op. In 2017 werd een recordaantal van zeventien raketten gelanceerd; in 2018 moeten dat er dertig worden en in de toekomst nóg meer.

De toekomst

Toch is het totaal niet duidelijk hoeveel geld het private SpaceX heeft, nodig heeft en kan verdienen. Voorlopig lijkt het er niet op dat het bedrijf ooit naar de beurs gaat en blijven de financiën schimmig. Musk lijkt niettemin iets goed te doen en zijn bedrijf gezond te houden. Zijn intenties om een Mars-kolonie te bouwen zijn bovendien oprecht. Of het gaat lukken, is echter de vraag, maar misschien moeten we vast nadenken over de eerste woorden op de planeet. ‘Elon, bedankt!’ misschien?

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos