ID.nl logo
Philips PicoPix MaxTV – Projecteren kan je overal
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Philips PicoPix MaxTV – Projecteren kan je overal

De zomer komt eraan. Je zit ’s avonds op het terras bij vrienden. Wil je samen toch een aflevering Netflix zien, of vakantiefoto’s delen, dan is een draagbare projector zoals de Philips PicoPix MaxTV een fijne oplossing. We testen of hij daarvoor goed genoeg uitgerust is.

Screeneo, de fabrikant die onder de Philips merknaam deze projectors maakt, heeft duidelijk geen moeite verspild aan een hip ontwerp. De MaxTV is een glossy zwarte kubus met afgeronde randen. Geen franjes, leuke kleurtjes of design accenten, maar handig is het wel. Je schuift vooraan het lensklepje naar beneden, sluit achteraan een bron aan en klaar. Tiptoetsen, inclusief een handige toets voor de autofocus, staan bovenaan binnen handbereik.

De ingebouwde batterij is goed voor vier uur volgens de specificatie. We kregen er twee uur uit, als we de led-lampen in de helderste stand zetten. Zelfs dat volstaat al voor een doorsnee film.

Snel aansluiten en opstellen

Een 80 inch beeld vereist dat je de projector op 2,1m van de muur plaatst. Je zet hem gewoon neer op een tafel, richt naar de muur, en laat autofocus zijn werk doen. Verticale trapeziumvervorming corrigeert de autokeystone eventueel zelf. Horizontale trapeziumvervorming kan je corrigeren met vierpuntscorrectie, dat gaat niet automatisch. De lens levert geen perfecte focus, er is wat lichte chromatische aberratie. Maar dat lijkt bij de meeste projectoren in deze categorie het geval. 

Het zal ook zelden storen, de afwijking is immers klein. Vreemd genoeg besloot de autofocus ook regelmatig om nog eens bij te sturen, zonder dat er iets veranderd was aan de opstelling. Die functie kan je gelukkig uitschakelen via de menu’s. De koelingsventilator maakt soms een wat irritant, maar gelukkig niet al te hevig geluid.

©PXimport

Voor een draagbare projector krijg je redelijk veel aansluitingsmogelijkheden. Naast de HDMI 2.0-aansluiting is er ook een usb-c-aansluiting voor video. Die laatste is ideaal voor laptops, Philips levert overigens een usb-c-kabel (en HDMI-kabel) mee. Via de USB-A poort kan je media aanleveren. Voor audio is er een hoofdtelefoonaansluiting en een optisch digitale uitgang. Opgelet, de HDMI-poort beschikt niet over ARC. Voor al je streaming noden is er wifi en bluetooth voorzien.

Volop streamen

Een goede smart tv-omgeving, dat wil bij projectoren wel eens fout lopen. Het is dan ook een aangename verrassing dat deze Philips een volledige Android TV-omgeving (versie 10) biedt. En daarmee bedoelen we dat je alle apps terugvindt die je verwacht op een smart tv. YouTube, Netflix, Amazon Prime Video, Disney+, Apple TV enzovoort. Casten kan je natuurlijk ook en media die je op een usb-stick aanbiedt speel je via VLC. 

De kleine projector levert bovendien een vlotte gebruikservaring. Er valt weinig te beleven in de instellingen, op dat vlak is de projector erg rudimentair. Nu ja, kalibreren doe je niet op een draagbare projector, maar je gaat er best wel van uit dat je niet erg veel kunt aanpassen. Een deel van de instellingen zit overigens in een volledig apart menu. Dat is geen probleem, maar onthult wel een opvallende eigenschap. De kleine remote werkt binnen Android TV immers via bluetooth, dus richten hoeft niet. Enkel in dat aparte menu werkt de remote met IR, en moet je dus wel goed mikken. 

Ook de afstandsbediening is overigens heel eenvoudig, maar dat stoorde nooit. Er zijn sneltoetsen voor Netflix, Prime Video en de Google Assistant, want ja, je kan ook spraakopdrachten ingeven. Enkel hadden we graag een toets gezien voor de beeldmode of lampmode.

©PXimport

Mooi beeld, maar mist licht

Lichtopbrengst is de belangrijkste eigenschap voor een draagbare projector, omdat die zijn werk vaak onder minder dan ideale omstandigheden moet doen. De 350 lumen die we meten, met de lamp in de helderste stand dan nog, lijkt ons dan ook een beetje onder de verwachtingen. 

De projector stelt op de doos zelf al dat hij best in een donkere kamer gebruikt wordt, maar zelfs dan beperk je je best tot ongeveer 85 inch beelddiagonaal. Is er toch omgevingslicht dan beperk je het scherm zelfs best tot 60 inch. Het contrast is ook maar matig, afhankelijk van de beeldmode ergens tussen 300 en 450:1. Hou het daarom zoveel mogelijk op heldere, kleurrijke content, daar kan de projector iets mooi van maken. 

Donkere films of reeksen zien er heel grijzig uit, en verliezen ook nogal wat schaduwdetail. Op een uniform donker testbeeld kleurde de projector de rechterhelft, en vooral het rechtste kwart van het beeld ietwat magenta/rood. We vroegen Philips om een tweede exemplaar, die toonde hetzelfde probleem maar wel iets minder intens. In de praktijk scheen dat gelukkig maar zelden door in het beeld. Geen showstopper dus, maar wel een vreemd gebrek.

©PXimport

De kalibratie in SDR is degelijk. De MaxTV ondersteunt ook HDR10 en HLG, maar de HDR kalibratie schiet wel te kort. Die beelden zijn te donker en vaak overmatig gekleurd. In de helderste tinten verliest hij niet alleen vaak witdetail, maar ontstaan er soms ook zichtbare kleurbanden.

Veel beeldverwerking levert deze Full HD (1.920 x 1.080) projector niet. Er is geen ruisonderdrukking, maar projectie is gelukkig wat toleranter voor ruis. Ook motion interpolation ontbreekt. In film-pans kan je dan ook een kenmerkende stotter zien, zoals op de meeste DLP-projectoren.

De kleine Philips scoort nog wat extra punten voor geluid. Vermits hij toch beoogt om een eenvoudige totaaloplossing te zijn is dat een fijne troef. De 2x 12 Watt zorgt voor stevige klank, met veel volume. De klank is ook goed gebalanceerd. Niet te schel, met een flinke baspartij die niet overheerst. Je kunt de projector inzetten als Bluetooth-speaker.

Conclusie

Van een draagbare projector mag je voorlopig nog steeds geen prestaties verwachten die aanleunen bij een thuisbioscoop. Daarvoor is de lichtopbrengst en het contrast van deze projectoren, en dus ook deze Philips, wat te beperkt. HDR is nog zo’n lastige horde, zelfs voor de duurdere modellen, en helaas des te meer voor dit exemplaar. 

Maar eerlijk is eerlijk, de Philips is niet zonder verdienste. In SDR levert hij erg leuke beelden, zolang je voor heldere, kleurrijke content kiest. De projector levert een volledige Android TV-ervaring, inclusief alle belangrijke streamingdiensten. De ingebouwde batterij is net genoeg voor een volledige film. En dankzij de krachtige audioprestaties hoef je niet op zoek naar een extra bluetooth-speaker

De compacte projector neem je zonder veel poespas mee naar vrienden of familie. Verduister de kamer, sluit hem eventueel aan op een laptop, en je kan genieten van groot beeld.

Goed
Conclusie

**Adviesprijs** € 899 euro,- **Wat** Full HD DLP-projector met LED lichtbron **Opstelling** 1.920 x 1.080, projectieverhouding 1,2 (100 inch diagonaal op 2,65 m) **Aansluitingen** 1x HDMI (2.0), 1x USB (media), 1x USB-C (video),1x optisch digitaal uit, 1x hoofdtelefoon **Levensduur lamp** LED lichtbron, tot 30.000 uur **Extra's** HDR10, HLG, 2x 12 Watt luidspreker, ingebouwde batterij, Android TV 10, auto keystone, autofocus, ingebouwde wifi, bluetooth **Afmetingen** 158 x 150 x 119 mm **Gewicht** 1,96 kg **Website** [www.philips.nl](https://www.philips.nl/c-p/PPX720_INT/picopix-maxtv-draagbare-projector)

Plus- en minpunten
  • Goede beeldkwaliteit (in SDR)
  • Een totale Android TV
  • Ingebouwde batterij
  • Led lichtbron gaat heel lang mee
  • Krachtig geluid
  • Lichtopbrengst aan de lage kant
  • Autofocus en lichtsensor grijpen soms onnodig in
  • HDR-beeld toont clipping en banding
▼ Volgende artikel
Ontslagronde bij studio achter pas uitgekomen Highguard
© Wildlight Entertainment
Huis

Ontslagronde bij studio achter pas uitgekomen Highguard

Er vallen ontslagen bij Wildlight Entertainment, dat eind januari nog hun multiplayergame Highguard uitbracht.

Wildlight bevestigde eerdere geruchten over een ontslagronde op social media. "Vandaag hebben we de moeilijke beslissing gemaakt om afscheid te nemen van een aantal teamleden, terwijl we een kerngroep van ontwikkelaars aanhouden om de game te blijven ondersteunen en innoveren."

Het bericht vervolgt: "We zijn trots op het team, talent en het product dat we samen hebben gecreëerd. We zijn ook enorm dankbaar voor de spelers die een poging waagden om de game te spelen, en allen die onderdeel van onze gemeenschap blijven."

View post on X

Grootschalige ontslagronde

Hoewel Wildlight niet praat over de precieze hoeveelheid ontslagen, lijkt de vermelding van een "kernteam" dat overblijft te suggereren dat het om een aanzienlijke hoeveelheid mensen gaat.

Dat komt overeen met een LinkedIn-bericht van Alex Graner, een ontwikkelaar van die game die eerder ook aan Battlefield 6 werkte. Hij laat weten dat "het grootste gedeelte van het team" ontslagen is, waaronder hij zelf.

Over Highguard

Highguard is de debuutgame van Wildlight Entertainment. De game viel op voorhand vooral op omdat er een trailer van werd getoond aan het einde van The Game Awards eind vorig jaar. Die positie is meestal gereserveerd voor grote aankondigingen en aankomende games, en sommige kijkers vonden Highguard daar niet onder behoren.

Sinds eind vorige maand is Highguard speelbaar via Steam. De game ontving veel negatieve gebruikersrecensies, al heeft dat Wildlight niet tegengehouden om updates uit te blijven brengen. Rond release bereikte het spel een indrukwekkende gelijktijdige spelerspiek van bijna 100.000 mensen op Steam, maar inmiddels hangen de gelijktijdige spelersaantallen onder de 10.000. Het is dan ook aannemelijk dat dit deels de keuze om een grootschalige ontslagronde door te voeren heeft beïnvloed.

Lees hier meer informatie over Highguard.

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.