ID.nl logo
Batterij opladen en leeglopen: hoe werkt een accu?
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Batterij opladen en leeglopen: hoe werkt een accu?

Als het gaat om het opladen van apparatuur als smartphones en laptops, lijkt iedereen er wel vreemde gebruiken op na te houden. Zo laten mensen de batterij van hun nieuwe gadget eerst volledig leeglopen voordat ze hem in gebruik nemen of wordt direct de stekker uit het stopcontact gehaald wanneer de accu vol is. Maar hoe ga je het beste om met je accu? Daar komen we achter door experts uit te laten leggen hoe accu's werken.

Accu’s, ook wel batterijen genoemd, zijn één van de belangrijkste onderdelen van elektronica. Zonder accu werkt je peperdure telefoon, laptop of handige e-reader immers niet. Toch weten maar weinig mensen hoe een accu werkt en gaan er veel mythes op internet rond over het op- en ontladen van accu’s. Tijd om voor eens duidelijkheid te scheppen. In dit artikel focussen we ons op lithium-ion-accu’s, het type batterij dat het meest gebruikt wordt in consumentenelektronica.

Nieuwe accu opladen

Als je je nieuwe gadget uit de doos haalt, wil je hem natuurlijk meteen instellen en gebruiken. Maar wacht: op internet staat dat je de accu eerst moet opladen en daarna pas met het apparaat aan de slag mag gaan. Klopt dat? Nee, zegt prof. dr. Peter Notten, hoogleraar Energy Materials and Devices aan de Technische Universiteit Eindhoven. “Een lithium-ion-accu is in de fabriek al een aantal keer geladen en ontladen, bedoeld om een goede start te maken. Eerst wel of niet de accu opladen, heeft voor zover ik weet geen invloed op de levensduur van de accu.”

Dr. Marnix Wagemaker, professor en batterijonderzoeker aan de Technische Universiteit Delft, beaamt dit. “Bij lithium-ion-accu’s maakt dit niets uit.”

Dat scheelt, je kunt je spiksplinternieuwe elektronica de eerste keer dus direct gebruiken. Behalve als de accu al (bijna) leeg is, natuurlijk.

Eerst wel of niet de accu opladen, heeft voor zover ik weet geen invloed op de levensduur van de accu.

-

Goedkope opladers kunnen gevaarlijk zijn

Grote kans dat jij je telefoon, tablet en andere gadgets niet alleen oplaadt met de originele kabel en stekker, maar ook met niet-originele accessoires van bijvoorbeeld de discountwinkel of een Chinese webshop. Merkloze laders van zulke winkels zijn weliswaar veel goedkoper, maar die lagere prijs moet ergens vandaan komen. De onderdelen die gebruikt worden in spotgoedkope kabels en stekkers, zijn vaak van mindere kwaliteit en zijn soms zelfs gevaarlijk. Hoogleraar Notten noemt het gebruik van goedkope, niet-originele accessoires dan ook ‘niet verstandig’.

“De lader moet helemaal zijn afgestemd op de batterij, de communicatie tussen die twee is ontzettend belangrijk. De nauwkeurigheid van de lader bepaalt voor een groot deel hoe de veroudering van de batterij verloopt.” Bij een zogeheten mismatch tussen de lader en de accu, kunnen er volgens Notten ‘rare dingen’ gebeuren, zoals kortsluiting.

Wagemaker voegt hieraan toe: “bij de oplader die wordt meegeleverd bij het product is goed nagedacht hoeveel voltage hij mag leveren aan de accu, bijvoorbeeld 4,2 volt. Als je een andere oplader gebruikt die een maximum van bijvoorbeeld 4,4 volt heeft, dan wordt je accu op een te hoog potentiaal opgeladen. Is het iets te hoog, dan is het vooral slecht voor de levensduur van de accu, maar een te groot verschil kan inderdaad gevaarlijk zijn.”

Usb-C

Kijk bij apparaten met een usb-c-aansluiting extra goed uit, want usb-c ondersteunt hogere voltages dan het welbekende micro-usb 2.0. Steeds meer elektronica hebben een usb-c-poort en alhoewel er een duidelijke omschrijving is van de usb-c-standaard, houden lang niet alle fabrikanten zich hieraan. Zo voldeden de usb-c-kabels van de OnePlus 2- en 3-telefoons niet aan de standaard en brengen dubieuze accessoiremerken nog steeds (goedkopere) kabels en stekkers uit die een hogere maximale output hebben dan wenselijk is. Dat is gevaarlijk, omdat het kan leiden tot een oververhitte accu die op zijn beurt weer in de brand kan vliegen of ontploffen. Controleer voor je een usb-c-product koopt dus goed of de maximale output in volt en ampères overeenkomt met die van de originele productaccessoires. Of koop nog een originele kabel of stekker, dan weet je zeker dat je goed zit.

©PXimport

‘s nachts opladen

“In principe kan het”, vertelt hoogleraar Notten. “Lithium-ion-accu’s gebruiken de bekende CCCV-oplaadmodus waarbij de eerste helft van de accu snel oplaadt en het tweede deel langzamer om gevaarlijke situaties te voorkomen. Maar als de accu lange tijd, bijvoorbeeld een nacht, aan de oplader hangt, treden er wel kleine nevenreacties op die de levensduur van de accu verkleinen.” Dat effect merk je niet na een paar maanden, het duurt wel langer.

Ook Wagemaker noemt het veilig genoeg om apparatuur ‘s nachts aan de oplader te hangen, mits je originele accessoires gebruikt. “Als de lader goed is, weet hij dat de accu is opgeladen en stopt hij. Er loopt dan geen stroom meer door en dus is er geen gevaar.” Toch laadt de hoogleraar zijn apparatuur zelf niet ‘s nachts op, puur voor de zekerheid.

De deskundigen hebben nog een dringend advies aan wie zijn telefoon ‘s nachts oplaadt onder het kussen: stop er direct mee! Notten: “het zou verboden moeten zijn, want een accu kan onder een kussen zijn warmte niet kwijt. En een accu mag niet te warm worden, want een hogere temperatuur kan leiden tot allerlei rare dingen zoals kortsluiting.” Ook fabrikanten als Apple waarschuwen voor accu-oververhitting. Op zijn website zegt de iPhone-maker dat de lithiumbatterij in de iPhone beschadigd kan raken door hoge temperaturen. Apple raadt klanten daarom aan een eventueel hoesje om hun toestel te verwijderen als het apparaat erg warm wordt tijdens het opladen.

De beste temperatuur om een accu op te laden is kamertemperatuur. De telefoon, laptop of tablet in de volle zon opladen is volgens hoogleraar Notten absoluut niet goed voor de accu omdat de negatieve nevenreacties van het laden sneller gaan bij hogere temperaturen.

©PXimport

Accu kalibreren

Als de accuduur van je apparaat (plots) tegenvalt en je er geen verklaring voor hebt, kun je de accu kalibreren voor een soort reset. Nintendo adviseerde deze methode vorig jaar bijvoorbeeld toen zijn Switch-gameconsole geplaagd werd door een accuprobleem.

Hoogleraar Notten geeft aan dat deze methode werkt voor de accu’s die vroeger gebruikt werden, maar hij gelooft niet dat het een belangrijke rol speelt bij de huidige lithium-accu’s die onder andere in tablets en laptops zitten.

Accu sneller leeg als het koud is

Bij een lage temperatuur gaat de spanning van de accu naar beneden en hoe kouder het is hoe sneller dat gaat. Hoogleraar Notten: “als de accu bij de ondergrens van de spanning is, stopt hij ermee. En het apparaat dan ook. Hij lijkt dan leeg, maar dat is niet zo. Als je hem binnen tot kamertemperatuur verwarmt, doet hij het weer.” Zijn redenatie wordt gesteund door collega-hoogleraar Wagemaker. Het advies is dan ook om je gadget in de winter warm te houden door hem in je tas of jaszak te stoppen.

Snelladers en draadloze opladers?

Volgens Wagemaker van de TU Delft is het helder waarom snelladers slechter zijn voor de accu dan langzamer opladen. “Bij snel opladen wordt er continue met een hoger voltage stroom in de accu geduwd, vaak zo hoog als de accu toestaat. Dat is hartstikke mooi, want de accu laadt snel op, maar als je altijd een snellader gebruikt, laad je dus altijd op tegen de limiet van de accu. Dat versnelt de veroudering van de accu en heeft dus een negatief effect op de levensduur.”

Bij draadloze opladers met een hoge maximale spanning is dit in principe niet anders, zegt Notten. Het draadloos opladen van de accu is een techniek die vooral populair is op (duurdere) smartphones. Het laden werkt grofweg zo: je doet de stekker van het oplaadstation in het stopcontact en legt je smartphone op het station, waarna de telefoon de magnetische energie omzet naar spanning om de accu op te laden.

Een Amerikaanse journalist meldde onlangs op basis van eigen onderzoek dat de accu bij draadloos opladen meer cycli maakt dan bij bekabeld opladen en dus sneller veroudert. Meerdere deskundigen hebben recent aan Nu.nl laten weten dat die bewering onwaarschijnlijk is. Eén van hen legt uit de accu de ontvangen energie namelijk op dezelfde manier behandelt als wanneer er gebruikt wordt gemaakt van een bekabelde oplader. Om schade aan de accu en andere telefoononderdelen te voorkomen, verplicht de meestgebruikte standaard voor draadloos opladen (Qi) fabrikanten bovendien om een schild te bouwen rond de spoel van de smartphone.

©PXimport

Tot 100 procent laden?

Een volledig opgeladen accu geeft een zeker gevoel, maar een accu tot honderd procent opladen is slecht voor de levensduur. “Het heeft allemaal met de maximale spanning te maken”, verklaart hoogleraar Notten van de TU Eindhoven. “Die spanning heeft invloed op de levensduur van de accu. Blijf daarom weg van de boven- en onderkant van het op- en ontladen.’ Volgens Notten kun je de lithium-ion-accu van je apparaat beter opladen tot tachtig of negentig procent en hem niet onder de twintig procent laten komen.

“Dat is beter dan dat je de accu helemaal leeg maakt.” Het Amerikaanse Battery University, één van de bekendste bedrijven dat accu’s test, onderstreept dit, net als smartphonefabrikanten als Samsung.

Professor Wagemaker van de TU Delft beaamt dat de levensduur van de accu het beste blijft als de capaciteit tussen de twintig en tachtig procent wordt gehouden. Hij onderstreept de redenatie van Notten: “vermijd als het kan het einde van het opladen en het opladen vanaf nul, dus een lege accu. Als je aan de levensduur denkt, gebruik je niet de hele capaciteit van de accu – maar dan geef je wel wat stroom weg.”

Een accu die nooit helemaal vol is, moet dus ook sneller aan de oplader. Niet ideaal, maar vaker laden is wel beter voor de levensduur van de accu, zeggen batterijtestbedrijf Battery University en hoogleraar Notten.

Een accu tot honderd procent opladen is slecht voor de levensduur

-

Levensduur lithium-ion-accu

Een apparaat met accu slijt altijd. Veel elektronica als smartphones en tablets hebben een platte lithium-ion-accu, legt Wagemaker als eerste uit. Dit type accu neemt minder ruimte in dan een cilindervormige lithium-ion-accu, maar heeft ook een kortere levensduur. Omdat bijvoorbeeld laptops steeds dunner worden, stappen ook die vaker over van een cilindervorm naar een platte accu. Hoelang de accu meegaat, verschilt per accu en dus per apparaat. Elke keer als de accu volledig oplaadt, telt dat als een cyclus. Een platte lithium-ion-accu gaat gemiddeld tussen de vijfhonderd en zevenhonderd cyclussen mee.

Wie zuinig omgaat met zijn accu door hem langzaam op te laden en hem tussen de twintig en tachtig procent te houden, kan volgens Wagemaker merkbaar langer met het apparaat doen. “Als wij zoiets in het laboratorium doen, halen we merkbaar veel meer cyclussen, dus oplaadbeurten uit de accu. Dat merk je vooral na de zevenhonderd.”

©PXimport

Beruchte Samsung Galaxy Note 7

Af en toe duiken er berichten op over gevaarlijke opladers, kabels en producten. De Samsung Galaxy Note 7 is misschien wel de bekendste van de afgelopen jaren. Het toestel kwam in augustus 2016 uit en binnen een paar weken verschenen er meldingen dat het toestel brandgevaarlijk was. Bij een aantal consumenten was hun telefoon in de brand gevlogen of zelfs ontploft. Samsung startte daarom begin september een terugroepactie en kwam snel daarna met nieuwe Note 7-modellen die wél een veilige accu zouden hebben. Toen ook deze nieuwe exemplaren in sommige gevallen spontaan in brand vlogen, werd besloten om de Galaxy Note 7 wereldwijd terug te halen. Winkels stuurden nog niet-verkochte modellen terug naar de fabrikant en de miljoenen klanten kregen een brandveilige doos thuisgestuurd om het toestel te retourneren. Het fiasco kostte Samsung meer dan tien miljard dollar en sloeg een deuk in de reputatie van het merk. Uit eigen onderzoek concludeerde Samsung later dat er productiefoutjes in de accu waren geslopen, waardoor sommige exemplaren te groot en te klein waren en bij gebruik oververhit raakten.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.