ID.nl logo
Intel Haswell-E - De snelste cpu ter wereld
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Intel Haswell-E - De snelste cpu ter wereld

Intel heeft eind augustus een nieuwe generatie high-end processors uitgebracht. De nieuwe Core i7-modellen met codenaam Haswell-E zijn duidelijk sneller dan hun voorlopers en daarmee met afstand de snelste processors ter wereld. Maar ... daar betaal je wel voor.

De nieuwe processors genaamd Core i7-5960X, i7-5930K en i7-5820K, zijn de directe opvolgers van Intels bestaande high-end processorplatform, bestaande uit de Core i7-4960X, i7-4930K en i7-4820K. De nieuwe processors hebben tot acht rekenkernen aan boord, een geheugencontroller die vier modules tegelijkertijd kan aansturen en een PCI Express-controller die tot 40 lanes beschikbaar heeft. Ter vergelijking: Intels 'normale' Core-i3, -i5 en -i7 processors (codenaam Haswell, dus zonder toevoeging -E) gaan tot maximaal vier rekenkernen en kunnen twee geheugenmodules parallel aanspreken. Verder brengt het nieuwe platform een belangrijke vernieuwing naar de desktop: DDR4-geheugen. Lees ook: Haal het maximale uit je pc-processor

©PXimport

Je kunt kiezen tussen de Core i7-5960X, i7-5930K of de i7-5820K.

Drie modellen

Het topmodel i7-5960X is de enige met acht cores aan boord. De cpu werkt standaard op 3 GHz met een Turbo-modus van 3,5 GHz. Het vlaggenschip kost een kleine duizend euro, sinds jaar en dag al de standaardprijs voor de snelste desktop-cpu in Intels assortiment. De Core i7-5930K is met een gemiddelde prijs van zo'n 565 euro een stuk vriendelijker geprijsd, maar heeft wel 'slechts' zes cores aan boord, die wel op een hogere klokfrequentie werken: 3,5 GHz standaard met een Turbo-modus van maximaal 3,7 GHz. Instapper in het Haswell-E-platform is de Core i7-5820K, eveneens een chip met zes cores, maar dan geklokt op 3,3 GHz met een Turbo-modus van 3,6 GHz. Deze kost ongeveer 379 euro, wat zo'n 50 euro meer is dan het topmodel uit Intels reeks normale Haswell-processors op Socket 1150, de Core i7-4790K. Voor die beperkte meerprijs krijg je dus sowieso twee cores extra.

©PXimport

Topmodel i7-5960X heeft acht cores aan boord.

De nieuwe processors maken gebruik van een nieuwe processorvoet die Intel Socket 2011v3 noemt. Socket 2011v3 is uitdrukkelijk niet compatibel met Socket 2011 van Intels vorige high-end-platform: upgraden is er dus niet bij. De chips hebben een TDP (Thermal Design Power, wat je in principe mag opvatten als maximale energieverbruik) van 140 watt, maar zijn volgens onze tests een stuk zuiniger dan hun directe voorlopers. Je vindt de uitgebreide specificaties en de huidige prijzen van de drie nieuwe processors en de andere in dit artikel genoemde processors in onze prijsvergelijker.

Primeur voor DDR4

Haswell-E is het eerste processorplatform dat gebruikmaakt van state-of-the-art DDR4-geheugen. Deze nieuwe standaard is ontwikkeld met een aantal doelstellingen, waaronder een lager energieverbruik en (in de toekomst) hogere snelheden. Dat lagere energieverbruik wordt onder meer bewerkstelligd doordat DDR4-modules standaard op 1,2 volt werken, waar 1,5 volt de gebruikelijke spanning is voor DDR3-modules. Met daar nog wat inwendige optimalisaties aan toegevoegd, kan er per geheugenmodule zo'n 2 watt worden bespaard. Voor een high-end desktop-pc is dat wellicht niet zo belangrijk, maar wanneer DDR4 in de toekomst ook ingezet gaat worden bij laptops en tablets des te meer. Daarnaast is DDR4 bedoeld om hogere klokfrequenties te bieden. Intel heeft zijn processor gevalideerd om te werken met DDR4-modules op 2133 MHz. Bij DDR3 is men nooit verder gegaan dan officiële ondersteuning voor DDR3 op 1866 MHz.

©PXimport

Je hebt een nieuw moederbord met DDR4-geheugen nodig.

Vrijwel direct na de lancering van Haswell-E brachten verschillende merken DDR4-3000-geheugenkits op de markt, één fabrikant heeft zelfs al een DDR4-3333-kit uitgebracht. Voor DDR3 is 3000 MHz is het snelste wat er in de winkel ligt en dat is met die technologie eigenlijk al bijna onmogelijk. Met DDR4 staan we nu pas aan het begin van wat er mogelijk gaat worden qua klokfrequenties. DDR4-modules zijn even lang als hun voorlopers, maar hebben wat meer contactpunten. Aan de onderkant lopen ze een beetje rond, zodat ze makkelijker in een moederbord geplaatst kunnen worden. Een nadeel: de prijzen zijn op dit moment nog zo'n anderhalf keer hoger dan DDR3.

©PXimport

Een Socket 2011 (links) en Socket 2011v3 (rechts). Het verschil lijkt klein, maar vereist een nieuw moederbord.

X99-chipset

De Haswell-E-processors moeten zoals gezegd gecombineerd worden met een Socket 2011v3-moederbord. Dit moederbord maakt gebruik van de Intel X99-chipset. Deze chipset biedt ondersteuning voor onder meer tien SATA-6Gbit/s-aansluitingen en zes usb3.0-poorten. Geen gebrek aan aansluitingen dus. Verder hebben de verschillende moederbordfabrikanten vrijwel zonder uitzondering hun X99-borden ook nog voorzien van moderne, op PCI Express gebaseerde M.2 en SATA Express SSD-interfaces. In de volgende uitgave van Computer!Totaal zullen we een test van een aantal interessante X99-borden publiceren.

Bloedsnelle prestaties

Wij hebben de drie nieuwe cpu's uitvoerig getest. Topmodel i7-5960X blijkt, dankzij de acht cores en de vernieuwingen in de Haswell-E-architectuur, met afstand de snelste cpu ter wereld. In de benchmark Cinebench 11.5 bijvoorbeeld komen we op 14,34 punten, waar voorloper i7-4960X 11,07 punten behaalde. In onze 'x264 video encoding'-benchmark behaalt de cpu 27,6 fps, ruim sneller dan de 21,3 fps van z'n voorloper. Ter vergelijking: de Core i7-4790K (topmodel uit de Socket 1150-reeks) komt op 9,05 punten in Cinebench en 18,4 fps in de video-encoding benchmark. Het nieuwe instapmodel i7-5820K is welllicht de grootste verrassing. Met respectievelijk 11,06 punten en 21,9 fps in deze twee benchmarks is de chip vrijwel net zo snel als de i7-4960X, tot voor kort Intels topmodel in de Socket 2011-serie van 1000 euro. Ook het verschil tussen deze chip en de i7-4790K is aanzienlijk.

Maken we een vergelijking met de high-end cpu's van een paar generaties terug, dan is het verschil helemaal groot. Qua stroomverbruik heeft Intel ook flinke stappen gemaakt. Want waar het nieuwe topmodel i7-5960X in Cinebench zo'n 30 procent sneller is dan z'n voorloper, is tegelijkertijd het stroomverbruik van het complete systeem 21 watt lager. Het maakt dat we mogen concluderen dat de efficiëntie, ofwel performance-per-watt flink is toegenomen.

Conclusie

De nieuwe Haswell-E-cpu's zijn de snelste processors van dit moment en zeer geschikt voor wie bijvoorbeeld (semi-)professioneel aan videobewerking, 3D-rendering of CAD/CAM doet. De prijs is wel een struikelblok, ook vanwege het in eerste instantie nog dure DDR4-geheugen. Het goede nieuws is wel dat je niet per se een topmodel i7-5960X nodig hebt. Ook instapper i7-5820K is een bloedsnelle processor en is volgens ons het meest interessante model. Voor het eerst kun je immers een instapper met 6 cores kopen. Wel moeten we de opmerking maken dat voor veel mensen (inclusief gamers) de i7-4790K van het normale Haswell Socket 1150-platform ook meer dan snel genoeg is.

Fantastisch
Conclusie

Specificaties ------------- **Prijs** € 999,- (i7-5960X), € 565,- (i7-5930K), € 379,- (i7-5820K) **Socket** Socket 2001v3 **Cores** 6 of 8 [Klik voor alle uitgebreide specificaties.](http://prijsvergelijker.computertotaal.nl/vergelijkingstabel/producten/240869-241251-241524-196823-220715-47638)

Plus- en minpunten
  • Supersnel
  • Relatief energiezuinig
  • Instapmodel al bloedsnel
  • Duurder DDR4-geheugen
  • Nieuw moederbord nodig
▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.