ID.nl logo
De beste SSD voor je Windows 10-pc
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

De beste SSD voor je Windows 10-pc

Een upgrade naar Windows 10 is het ideale moment om je pc eens tegen het licht te houden. Windows 10 op een conventionele harde schijf kan écht niet meer. Gelukkig zijn SSD's met een heel bruikbare opslagcapaciteit van rond de 250 GB inmiddels spotgoedkoop. Welke is voor jou het beste?

Windows 10 is een modern besturingssysteem dat is helemaal is ontworpen met een SSD in het achterhoofd. Tegelijkertijd zijn de systeemeisen van Windows 10 niet hoger dan die van Windows 7. Een computer van zes jaar oud is wat ons betreft dan ook zeker niet afgeschreven. Wel zijn er een aantal randvoorwaarden om op een ouder systeem lekker met Windows 10 te werken en de belangrijkste is een SSD. Lees ook: Overstappen op een SSD - Kloon je Windows-installatie en bouw je SSD in.

RAM en SATA

Naast een SSD is ook de hoeveelheid RAM belangrijk. Met 4 GB kun je nog prima uit de voeten, maar 8 GB RAM is inmiddels toch wat fijner. Heb je een oudere pc met bijvoorbeeld een AMD Phenom II of een Intel Core i van de eerste generaties zoals een Intel Core i5-750 en heb je nog geen SSD? Schaf er dan direct een aan!

Ook al bevat je systeem geen SATA 6Gbit/s-aansluiting, maar een langzamere SATA 3Gbit/s-aansluiting: een moderne SATA-SSD zal prima werken en je systeem merkbaar vlotter maken. Schaf je een gloednieuwe pc aan, dan kun je natuurlijk ook niet zonder SSD. Wat voor pc je ook hebt of van plan bent om aan te schaffen: er is een SSD die bij je situatie past.

©PXimport

Een 2,5inch-SSD bevat steeds vaker een klein printplaatje.

Wij hebben twaalf SSD's voor je getest met een opslagcapaciteit rond de 250 GB, zodat je kunt bepalen welke het beste bij jou past. We hebben zo veel mogelijk nieuwe SSD's getest ten opzichte van onze vorige test, wel hebben we enkele nog relevante modellen van toen opnieuw meegenomen. Alle specificaties en actuele prijzen vind je in onze prijsvergelijker.

In de tabel (pdf) vind je de testresultaten van de 12 geteste SSD's.

©PXimport

Klik op de tabel voor een grotere versie.

SLC versus MLC versus TLC

Een SSD slaat informatie in geheugencellen op met een elektrische spanning. De eerste en nu duurste SSD's werken met SLC, waarbij er twee spanningsniveaus gebruikt worden om één bit op te slaan. De meeste consumenten-SSD's werken met MLC, waarbij er vier spanningsniveaus gebruikt worden om twee bits op te slaan. De nieuwste en goedkoopste geheugencellen gebruiken TLC, waarbij er drie bits opgeslagen kunnen worden via acht verschillende spanningsniveaus.

Hoe meer spanningsniveaus er gebruikt worden, hoe lastiger het onderscheid wordt tussen deze spanningen. Omdat een geheugencel slijt door gebruik, wordt dit onderscheid steeds lastiger. Een TLC-cel zal sneller het punt bereiken waarop dit onderscheid niet meer gemaakt kan worden dan een MLC-cel. Is onderscheid tussen de spanningen en dus bits niet langer mogelijk, dan is de geheugencel kapot.

Goedkoper maar langzamer

De ontwikkeling van SATA-SSD's staat qua prestaties al een tijdje stil. De reden hiervoor is dat vrijwel iedere controllerfabrikant de grenzen van de SATA 6Gbit/s-interface met zijn beste controller bereikt heeft. Deze kan netto simpelweg niet sneller dan zo'n 550 MByte/s. De snelste SATA-SSD is na geruime tijd dan ook nog steeds Samsungs SSD 850 Pro. We zien wel een duidelijke ontwikkeling naar lagere prijzen en de allergoedkoopste SSD's in de geteste categorie kosten zo'n zeventig euro.

Om deze goedkopere SSD's mogelijk te maken, maken fabrikanten vooral gebruik van langzamer en minder duurzaam flashgeheugen. Flashgeheugen wordt op een steeds kleiner procedé gefabriceerd, waardoor er minder materiaal nodig is en het sowieso goedkoper wordt. Dit heeft wel gevolgen voor de levensduur: die wordt korter. Dat geldt echter voor alle SSD's. Om de allergoedkoopste SSD's mogelijk te maken, gebruiken steeds meer fabrikanten TLC-flashgeheugen waarbij er meer informatie in een geheugencel past. Zagen we een jaar geleden TLC alleen nog in Samsungs budgetlijn SSD 850 Evo, inmiddels maken ook andere fabrikanten als Crucial, OCZ en ADATA gebruik van TLC-flashgeheugen.

Het voordeel van TLC is duidelijk: voor dezelfde hoeveelheid opslaggeheugen zijn minder geheugencellen nodig. Dit spaart uiteraard kosten. Uiteraard zijn er ook nadelen: TLC-flashgeheugen is minder duurzaam en langzamer. Een SSD met TLC-flashgeheugen heeft theoretisch dus een kortere levensduur dan een SSD met MLC-flashgeheugen. Bij normaal thuisgebruik is dit verschil echter niet zo spannend en zal ook een SSD met TLC-flashgeheugen meerdere jaren meegaan.

©PXimport

Budget-SSD's zoals deze Crucial BX200 maken gebruik van goedkoper, minder duurzaam en langzamer TLC-flashgeheugen.

Van SATA naar PCI Express

Door het bereiken van de limiet van de SATA-poort stond de ontwikkeling van consumenten-SSD's tot voor kort feitelijk stil. Gelukkig betekent het bereiken van de limiet van de SATA-interface niet het einde van de ontwikkeling van de SSD. In de vorm van PCI Express was er al een interface beschikbaar die de maximale doorvoersnelheid van SATA met gemak overtreft. SSD's bedoeld voor de professionele markt gebruikten dan ook al enige tijd PCI Express als aansluitmethode. Nu is dan ook eindelijk de consumentenmarkt klaar voor PCI Express.

In de vorm van het M.2-slot is er op moderne systemen een handige methode om snelle SSD's aan te sluiten. Je hoeft dus geen grote insteekkaart te gebruiken. Moderne moederborden hebben in de vorm van SATA Express zelfs nog een aansluiting voor PCI-E-SSD's. Deze aansluiting maakt gebruik van een kabeltje en zou een opvolger moeten zijn voor normale SATA-aansluitingen. SATA Express is echter nu al achterhaald omdat er slechts twee PCI-E-lanes gebruikt worden, die niet genoeg bandbreedte bieden voor de nieuwe PCI-E-SSD's als Samsungs SSD PRO 950. Een M.2-slot maakt gebruik van vier lanes en biedt met maximaal 4 GByte/s wél genoeg bandbreedte. Een ander voordeel van M.2 is dat het een SSD in de vorm van een insteekkaartje is, die ook geschikt is voor laptops. Zo hoeft een fabrikant nog maar één soort SSD te maken die zowel toepasbaar is in laptops als desktops.

Een M.2-slot staat helaas niet synoniem voor het snelle PCI Express, er kan ook gebruik worden gemaakt van het SATA-protocol en dergelijke M.2-SSD's zijn ook te koop. De meeste M.2-sloten op moederborden zijn zowel geschikt voor SATA als PCI Express, er zijn echter uitzonderingen die alleen werken met SATA. Verzeker je er dus van dat de allersnelste SSD ook echt in je systeem op topsnelheid werkt. Eigenlijk is dat voor consumenten alleen bij Intels meest recente Skylake-platform het geval. Daarnaast bieden ook de meeste moederborden voor Intels duurdere Haswell-E-platform - bedoeld voor veeleisende gebruikers - een M.2-aansluiting waarop een Samsung SSD 950 Pro tot zijn recht komt. Andere platformen met een M.2-slot waaronder oudere Intel-platformen, kunnen niet alles uit de allersnelste SSD's halen.

©PXimport

Samsungs SSD 950 Pro is de snelste consumenten-SSD van dit moment en combineert PCI Express met NVMe voor de allerbeste prestaties.

Van AHCI naar NVMe

De overstap van SATA naar PCI Express is niet de enige reden dat de snelste SSD's als Samsungs SSD 950 zo snel zijn. Samsungs SSD 950 is een van de eerste consumenten-SSD's die gebruikmaakt van het nieuwe aansturingsprotocol NVMe. Dit is de opvolger van AHCI: het aansturingsprotocol dat voor SATA-schijven gebruikt wordt. AHCI is ontworpen voor harde schijven en kan slechts 32 commando's tegelijkertijd verwerken. Genoeg voor een harde schijf, maar zonde bij een SSD. Opvolger NVMe is uiteraard wel voor SSD's ontwikkeld en heeft 65536 wachtrijen van elk 65536 commando's die tegelijkertijd naar de SSD verzonden kunnen worden. De SSD wordt dus veel efficiënter aangestuurd. Er zijn overigens ook PCI-Express-SSD's die gebruikmaken van AHCI, maar er zullen in 2016 ongetwijfeld meer consumenten-SSD's met NVMe op de markt verschijnen.

Wat heb je nodig?

In de praktijk voelt een pc met een moderne SATA 6 Gbit/s-SSD snel aan en voelt een pc met een M.2-SSD ook snel aan. Gebruik je je pc voor taken als browsen, tekstverwerken, films kijken en zelfs gaming, kies dan gerust voor een SATA-SSD. Je zult het verschil echt niet merken. Een M.2-SSD is met leessnelheden tot zo'n 2200 MB/s wel een flink stuk sneller dan een SATA-SSD. Maar wanneer heb je er nu echt iets aan? Die vraag is lastig te beantwoorden. Ben je een gamer met de allersnelste processor en grafische kaart(en), dan is een M.2-SSD de kers op de spreekwoordelijke taart. Niet per se nodig, maar je levels laden net wat sneller in waardoor je eerder kunt gamen. Ook echt zware gebruikers die hun razendsnelle pc intensief gebruiken voor heel zware foto- of videobewerking of andere renderingstaken hebben voordeel bij een PCI-E-SSD. Bovendien is de SSD 950 Pro 'maar' een paar tientjes duurder dan de snelste SATA-SSD die eveneens uit de stal van Samsung komt. Voor veeleisende gebruikers is de prijs dus niet onoverkomelijk. Voor de gewone thuisgebruiker zijn de prestaties niet per se noodzakelijk, maar biedt het fysieke formaat wellicht wel voordelen. Al hebben langzamere M.2-SSD's (ook die gebruikmaken van SATA) natuurlijk ook dat voordeel.

Testprocedure

Voor het testen van de SSD's gebruiken we een Intel Core i5-processor in combinatie met een moederbord voorzien van de Z97-chipset. We gebruiken een combinatie van een aantal benchmarks om de prestaties van een SSD te achterhalen. Voor normale consumententoepassingen zijn de real-world benchmarks PCMark 7 en PCMark 8 het belangrijkst. Deze benchmarks simuleren het schijfgebruik van echte programma's als Adobe Photoshop, Adobe Illustrator, Adobe InDesign, Adobe After Effects, Word, Excel, PowerPoint, World of Warcraft en Battlefield 3. Daarnaast gebruiken we de synthetische benchmarks Iometer en AS SSD, waarmee de maximale prestaties van een SSD inzichtelijk worden. Door het meetkundig gemiddelde te nemen van de gebruikte benchmarks en deze net als in onze vorige SSD-testen te normaliseren door de OCZ Vector 150 een score van 100 punten te geven, berekenen we voor iedere SSD een prestatiescore. We hebben voor de SATA-SSD's het energiegebruik gemeten, bij de Samsung SSD 950 Pro die gebruikmaakt van M.2 was dat helaas niet mogelijk.

Conclusie

Hoewel de ontwikkeling van SSD's gestaag doorgaat, geldt dat de conclusie min of meer hetzelfde blijft als in vorige SSD-artikelen. Je kiest óf voor de allersnelste SSD óf je koopt de beste budget-SSD. De SSD's die hier tussenin vallen, een grijze middenmoot, zijn een stuk minder interessant. Al kun je natuurlijk wel zaken als een langere garantieduur mee laten tellen in je keuze.

Welke SSD moet je momenteel hebben als je de allerbeste prestaties wilt? Dat hangt van de leeftijd van je systeem af. Heb je een Intel Skylake-systeem met een M.2-slot en wil je de snelste SSD? Dan is er maar één keuze en dat is Samsungs 950 Pro. Heb een ouder systeem waarbij SATA 6Gbit/s de aangewezen interface is, dan tekent Samsung wederom voor de snelste SSD in de vorm van de Samsung 850 Pro.

Wil je de beste deal op het gebied van prijs en prestaties, dan kun je vooralsnog niet om SATA heen. Uiteraard is ook het Intel Skylake-platform gewoon voorzien van een SATA 6Gbit/s-interface. De SSD die je dan het beste kunt kopen als je een modern systeem hebt maar niet te veel wilt uitgeven, is Crucials BX100. Dan is er nog de absolute onderkant van de markt waar bijvoorbeeld de Crucial BX200 en de OCZ Trion 150 in vallen. Heb je een oudere pc met harde schijf die je een boost wilt geven voor Windows 10, dan zijn dit perfecte SSD's. Ook voor een systeem waarop je niet meer doet dan surfen en tekstverwerken voldoen deze SSD's overigens prima.

©PXimport

Moederborden voor Intels Skylake bieden een M.2-slot dat geschikt is voor de allersnelste M.2-SSD's.

Heb je dus nog steeds geen SSD, dan zouden we niet langer wachten. Voor minder dan zeven tientjes schaf je het goedkoopste exemplaar van 240 GB aan, terwijl een vergelijkbare SSD van 480 GB die we in dit artikel niet specifiek getest hebben al voor minder dan 140 euro verkrijgbaar is.

Testresultaten

©PXimport

In de tabel hierboven vind je de data van alle geteste SSD' s.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.