ID.nl logo
Huis

AirPods Pro review: Eindelijk ruisonderdrukking

De nieuwe AirPods Pro bieden een langverwachte functie: ruisonderdrukking. Stop ze in je oren, en je wordt ineens afgezonderd van je omgeving. Maar hoe goed werkt die ruisonderdrukking bijvoorbeeld in een vliegtuig? We namen de proef op de som en de uitslag lees je in deze AirPods Pro review.

Apple verkoopt sinds eind oktober twee varianten van de AirPods: de gewone oordoppen die qua pasvorm gelijk zijn aan de oordoppen die standaard bij iPhones worden geleverd, met daarnaast de nieuwe Pro-variant. Die oordoppen zijn met een prijskaart van 280 euro iets duurder dan de 230 euro kostende AirPods, maar daar krijg je ook iets betere doppen voor terug.

De kern van de dopjes is hetzelfde gebleven: ze worden geleverd in een compact doosje, waar je ze in stopt zodra je ze niet gebruikt. De oordoppen kunnen op één lading vijf uur onafgebroken worden gebruikt, waarna je ze in de doos kan opladen. Dit doosje bevat genoeg stroom om 24 uur lang naar muziek te luisteren. En dit doosje kun je weer opladen met een Lightning-kabel, of door hem op een draadloze oplaadmat te leggen.

De algehele geluidskwaliteit is bij de AirPods Pro wel iets beter geworden. Basgeluiden zijn bij het gebruik van deze doppen beter voelbaar, waardoor geluid iets meer 'punch' heeft. Die harde basgeluiden overstemmen echter nooit je muziek: de AirPods Pro bieden een gebalanceerd geluid, zonder dat je hele gekke dingen hoort. En dat geluid blijft zelfs op de hoogste volumes zuiver.

De AirPods Pro ogen wat compacter dan de goedkopere doppen, met een minder lang steeltje. Hierdoor lijkt het wat minder alsof je elektrische tandenborstelkoppen in je oren hebt zitten. Je kunt ze nog steeds bedienen door de steeltjes aan te raken, maar ditmaal moet je ze knijpen in plaats van tikken. Je voelt fysieke feedback als je muziek pauzeert of hervat, waardoor de bediening van exacter voelt dan bij vorige AirPods.

©PXimport

Beter in de oren

De AirPods Pro zijn in-ear. Dat is nodig voor de ruisonderdrukking, omdat hierdoor je oor volledig van de buitenwereld wordt afgesloten. Apple levert drie maten siliconen dopjes mee, zodat je de AirPods op de maat van je oren kan afstemmen. Daarnaast kun je vanaf een iPhone of iPad zien of de oordoppen goed je oren afsluiten. De AirPods spelen dan een kort muziekje af, terwijl de microfoons in de steeltjes luisteren of ze dit muziekje horen. Zo nee? Dan weet Apple zeker dat er geen geluid uit je oren lekt, en er dus ook niks je oren in kan komen.

Bijkomend voordeel: het in-ear-systeem zorgt ervoor dat de AirPods Pro beter in je oren blijven zitten dan het gewone model. Bij gewone AirPods moet je oor een bepaalde vorm hebben, wil je ze goed gebruiken. We hebben bij de Pro-variant na lang zoeken echter nog niemand gevonden bij wie ze uit hun oren vallen als ze springen of met hun hoofden schudden.

©PXimport

In-ear-oordoppen kunnen vaak een gevoel van druk in je oren geven, omdat de lucht niet makkelijk je oren kan verlaten. Apple heeft dat opgelost door een klein roostertje op de AirPods Pro te plaatsen. Hier kan de lucht mee de dopjes verlaten, zonder dat er geluid naar binnen lekt. Dat lijkt perfect te werken: na meerdere dagen testen voelde de AirPods Pro nooit oncomfortabel aan.

Misschien wel de grootste upgrade is de actieve ruisonderdrukking. Luide geluiden van de buitenwereld worden weggefilterd, waardoor je bijvoorbeeld niet het geluid van een auto, trein of drukke menigte hoort. Je omgeving klinkt rustiger, waardoor je muziek ook minder luid hoeft te zetten om alles goed te verstaan.

We hebben de AirPods Pro in één van de meest luide omgevingen mogelijk getest: een vliegtuig. Frequente vliegers kopen vaak al een koptelefoon met ruisonderdrukking om de herrie van de motor weg te filteren, maar zo’n koptelefoon is een wat lomp ding waar je niet makkelijk mee kunt slapen. De AirPods Pro zouden door hun compacte formaat in theorie een stuk handiger kunnen zijn.

Net zo goed als Bose

De ruisonderdrukking an sich is in zo’n situatie indrukwekkend. We hadden de populaire Bose QuietComfort 35 II-koptelefoon mee om de ruisonderdrukking te vergelijken, maar er was eigenlijk amper verschil op te merken. De AirPods wisten geluid net zo goed weg te filteren als de veel grotere koptelefoon. De Bose-koptelefoon doet het enkel iets beter als er korte, luide geluiden voorbijkomen, maar het verschil is nihiel.

We hoefden de volumebalk van de AirPods slechts halverwege te zetten om muziek goed te kunnen horen. En bij een film of podcast was een volume van ongeveer 75% genoeg om gesprekken te verstaan. Het harde motorgeluid werd teruggebracht naar slechts een stille brom. Je hoort hem wel, maar wordt er niet meer door overspoeld.

©PXimport

Komt er een stewardess langs, dan kun je lang in één van de AirPods-steeltjes knijpen om de ruisonderdrukking uit te schakelen. De ingebouwde microfoons sturen je omgevingsgeluid dan rechtstreeks je oren in, zodat je alles dat om je heen gebeurt kunt verstaan. Met een tweede knijpbeweging zet je de ruisonderdrukking dan weer aan. De functie doet denken aan de koptelefoon van Sony, waarbij je ruisonderdrukking uitzet door je hand op een oorschelp te leggen.

Conclusie

Zijn de AirPods Pro door de uitstekende ruisonderdrukking de beste keuze voor tijdens een lange vlucht? Niet per se. De vijf uur batterijtijd was tijdens onze vlucht van Schiphol naar Los Angeles onvoldoende om de gehele trip naar de AirPods te kunnen luisteren. We moesten ze halverwege even opladen in de batterijdoos, waardoor we korte tijd zonder ruisonderdrukking zaten.

Dat is bij veel koptelefoons niet het geval. De meegenomen Bose-koptelefoon houdt het officieel tien uur vol op een volle accu, of zelfs twintig uur als je er een audiokabeltje aan hangt. En dat is een bescheiden schatting: in de praktijk ligt die batterijduur vaak nog veel hoger.

De AirPods kun je niet met een snoertje verbinden om je batterijduur te verlengen: of je gebruikt ze draadloos, of je gebruikt ze helemaal niet. Daarmee zijn dit prima oordoppen voor een vlucht van vijf uur of minder, maar bij langere periodes zouden we voor nu nog een koptelefoon meenemen.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** € 279,- **Formaat** 3,1 x 2,2 x 2,4 cm **Gewicht** 5,4 gram **Connectiviteit** Qi, Bluetooth 5.0 **Website** [www.apple.com/nl](https://www.apple.com/nl/airpods-pro/)

Plus- en minpunten
  • Handige knijpbediening
  • In-ears zonder een drukgevoel
  • Uitstekende ruisonderdrukking
  • Geen bedrade optie om stroom te besparen
  • Korte gebruikstijd
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.