ID.nl logo
Review Sony MDR-M1 – Heeft meer dan 30 jaar op zich laten wachten
© Wesley Akkerman
Huis

Review Sony MDR-M1 – Heeft meer dan 30 jaar op zich laten wachten

De Sony MDR-M1 mag dan wel een hoofdtelefoon voor professioneel gebruik zijn, dat betekent niet dat de gewone consument er niet van kan genieten. De koptelefoon volgt de MDR-7506 op, die in, let op, 1991 op de markt kwam. Die was wel toe aan een update.

Fantastisch
Conclusie

De Sony MDR-M1 klinkt minder kleurrijk dan je zou willen. Het doel van deze koptelefoon is dat het geluid zo natuurgetrouw als mogelijk over te brengen, zoals de maker dat bedoeld heeft. En zodat muziekmakers heel goed kun mix kunnen afstellen, omdat ze goed onderscheid kunnen maken tussen alle lagen. In beide gevallen slaagt de koptelefoon wat ons betreft, en hebben we het hier over een waardige opvolger van de 7506 uit 1991. Dat geldt voor muziekproducten (in spe) en algemene muziekliefhebbers op zoek naar een fijne koptelefoon.

Plus- en minpunten
  • Comfort
  • Audioweergave
  • Afneembare kabels
  • Repareerbaar
  • Warmteontwikkeling
  • Minder kleurrijk

Als iets niet kapot is, moet je het niet maken. Dat mantra hangt al jarenlang boven het bed van de Sony-ontwerper die de Sony MDR-7506 maakte. Die koptelefoon is jarenlang de populaire keuze onder professionals geweest in de audiowereld. Meer dan dertig jaar om precies te zijn, aangezien het model in 1991 op de markt verscheen. Goede isolatie, inmiddels een prijs van onder de 100 euro, het neutrale geluid, brede frequentiebereik en de comfortabele fit hebben allemaal bijgedragen aan dat succes. Maar nu is het tijd aan zijn opvolger: de Sony MDR-M1.

Tussentijds zijn er natuurlijk meerdere koptelefoons voor professionals uitgekomen uit de stallen van Sony. Zo verscheen vorig jaar nog de MDR-MV1, een koptelefoon die overtuigt met een accurate geluidsproductie, comfortabele kussens voor lang luisterplezier en een uitzonderlijk frequentiebereik. Met zijn prijskaartje van 400 euro ligt de hoofdtelefoon soms net buiten het bereik van (beginnende) producenten. Maar met de Sony MDR-M1 kan de Japanse audioproduct daar wat aan doen. Deze bedrade koptelefoon kost namelijk 250 euro (tijdens de lancering).

©Wesley Akkerman

Dit is de Sony MDR-M1

Voor dat bedrag krijg je een koptelefoon met twee verwijderbare kabels: één van 1,2 meter lang voor verbinding met een telefoon of speler, en nog één van pakweg 2,3 meter, bedoeld voor studiowerk. Je schroeft de kabel echt in de koptelefoon vast, zodat die niet losschiet wanneer je beweegt. Houd daar wel rekening mee wanneer je de kabel in een laptop plugt, of ander apparaat dat van een bureau kan schuiven tijdens het opstaan. Verder kunnen we het waarderen dat de koptelefoon repareerbaar is: je kunt de oorkussens gemakkelijk zelf vervangen.

In de basis zie je het er nog steeds van af dat de Sony MDR-M1 in dezelfde lijn valt als de 7506 en eerdergenoemde MV1. Ze hebben alle drie duidelijk dezelfde designtaal. Enerzijds wellicht een beetje achterhaald, maar anderzijds ook erg tof dat Sony het simpel houdt. De M1 oogt meer opgefrist ten opzichte van het eerdere model, maar heeft nog steeds geen overbodige fratsen. Alleen die blauwe sticker vinden we jammer. Die hebben we dan ook proberen te verwijderen, maar die missie slaagde niet echt. Nu zit er moeilijk verwijderbare stickerresidu op een cup.

©Wesley Akkerman

In het teken van comfort

Dat kleine smetje daargelaten zijn we louter positief over het basale doch effectieve ontwerp, omdat het helemaal in het teken staat van comfort. De koptelefoon beschikt over zachte, dikke oorkussens. Bovendien is er een evenzo zachte band die op het hoofd rust. De band trekt niet aan je haar en zet ook geen overbodige druk op je schedel. Het gesloten design van de Sony MDR-M1 zorgt logischerwijs voor wat warmteontwikkeling bij de oren, maar echt oncomfortabel wordt het nooit. Je kunt de koptelefoon tot slot plat opvouwen en zodoende makkelijk meenemen.

Die zachte oorkussen bevatten de dynamische drivers van 40 millimeter, die voorzien zijn van een zogeheten neodymiummagneet. Dat laatste moet ervoor zorgen dat de Sony MDR-M1 een hogere gevoeligheid heeft (hij kan harder spelen met hetzelfde vermogen), verbeterde basweergave en minder vervorming. Sony meldt een gevoeligheid van 102 decibel; het frequentiebereik gaat van 5 Hz tot 80 kHz, waardoor er meer ruimte is voor diepere bas en detail in hogere tonen. Dat is breder dan wat standaard koptelefoons aanbieden. Die houden het meestal op 20 Hz tot 20 kHz.

©Wesley Akkerman

 Geluidsgolven krijgen alle ruimte

Bij dit soort specificaties is het altijd nog maar de vraag wat je daar daadwerkelijk van meekrijgt. Het menselijk oor pakt de geluidsgevolgen aan de uiterste kanten van het genoemde spectrum niet op. Bovendien is de kwaliteit van de audiobron ook van belang. Als die geen muziek in hogere resoluties ondersteunt, heb je vrij weinig aan al dat extra bereik. Het grote voordeel van dat brede spectrum is dat muziek niet afgemeten wordt. De golven, zowel hoog als laag, krijgen alle ruimte om te bewegen, waardoor de muziek ontzettend neutraal klinkt.

De gesloten koptelefoon zal nooit echt geschikt zijn voor het meest wijde of dimensionale geluid, maar voor de meeste genres zal dit echt wel van hoog niveau. We bekijken dit voornamelijk vanuit het perspectief van de gemiddelde consument, die op zoek is naar een goede, bedrade koptelefoon. De nadruk van de Sony MDR-M1 ligt echter op het midden, het centrum, van de audio. Het product kan goed onderscheid maken tussen de verschillende kanalen, en biedt daardoor een duidelijke, schone en effectieve presentatie van het stereoveld aan.

©Wesley Akkerman

De baslaag heeft wat opvallende elementen. Hoewel de Sony MDR-M1 redelijk diep kan gaan, en daar ook verschil aanbrengt in lagen, vinden we de weergave tegelijkertijd te neutraal om echt bijzonder te zijn. Begrijp ons niet verkeerd: het klinkt voortreffelijk, maar hier merk je enigszins dat je iets minder betaalt dan voor bijvoorbeeld de MV1. In de hogere regionen merken we vooral soepelheid op. Je hoort geen scherpte in s-geluiden. Over het algemeen klinkt de MDR-M1 helder, gedetailleerd en gebalanceerd; maar minder kleurrijk dan we zouden willen.

Sony MDR-M1 kopen?

De Sony MDR-M1 klinkt minder kleurrijk dan je zou willen. Het doel van deze koptelefoon is dat het geluid zo natuurgetrouw als mogelijk over te brengen, zoals de maker dat bedoeld heeft. En zodat muziekmakers heel goed kun mix kunnen afstellen, omdat ze goed onderscheid kunnen maken tussen alle lagen. In beide gevallen slaagt de koptelefoon wat ons betreft, en hebben we het hier over een waardige opvolger van de 7506 uit 1991. Dat geldt voor muziekproducten (in spe) en algemene muziekliefhebbers op zoek naar een fijne koptelefoon.


▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.

▼ Volgende artikel
Doctor Sleep-regisseur gaat Stephen King-verhaal The Mist verfilmen
Huis

Doctor Sleep-regisseur gaat Stephen King-verhaal The Mist verfilmen

Mike Flanagan, die eerder onder andere de Stephen King-verhalen Doctor Sleep en The Life of Chuck verfilmde, gaat zich weer bezighouden met een film gebaseerd op een boek van de horrorschrijver. Ditmaal gaat het om The Mist.

Dat is opvallend, omdat The Mist in 2007 ook al verfilmd werd. Toen was het Frank Darabont die de film regisseerde, nadat hij eerder al naam maakte met Stephen King-verfilmingen The Shawshank Redemption en The Green Mile. De in 2007 uitgekomen verfilming van The Mist viel al goed in de smaak, dus sommige fans vragen zich dan ook af of het verhaal nog een verfilming nodig heeft.

Hoe dan ook is Flanagan tegenwoordig een expert op het gebied van Stephen King-films. Zoals gezegd heeft hij al bewerkingen van verhalen als The Life of Chuck, Doctor Sleep en Gerald's Game geleverd, en werkt hij ook aan een miniserie gebaseerd op Carrie. Daarnaast gaat hij de zevendelige Stephen King-epos The Dark Tower omtoveren tot een serie, al is niet bekend wanneer dat gaat gebeuren.

Over The Mist

Het in 1980 verschenen boek The Mist draait om een mysterieuze mist die een dorpje in zijn ban houdt. De mist maakt mensen niet alleen dood, er zitten ook allerlei monsters in die mist uit een andere dimensie. Overigens kwam tien jaar geleden ook een serie gebaseerd op The Mist uit, maar zonder veel succes. De eerdere verfilming uit 2007 wordt wel gezien als een succesverhaal - in ieder geval op kwalitatief gebied.

Mike Flanagan

Flanagan is overigens niet alleen bekend voor zijn verfilmingen van Stephen King-boeken. Hij heeft ook veel succes met zijn horrorseries op Netflix, waaronder The Haunting of Hill House, The Haunting of Bly Manor, Midnight Mass en The Fall of the House of Usher.