ID.nl logo
Warmtepomp installeren? Denk aan de vergunningsplicht of meldingsplicht
© Nancy Pauwels - stock.adobe.com
Energie

Warmtepomp installeren? Denk aan de vergunningsplicht of meldingsplicht

Je hebt uiteindelijk de knoop doorgehakt… Er komt een warmtepomp. Mag je die dan zomaar op het dak van de aangebouwde garage plaatsen of tegen de voorgevel van je woning? Of kan het gespecialiseerde bedrijf een gat van 90 meter diep in je tuin boren voor een geothermische warmtepomp, zonder dat je daarvoor eerst een vergunning hebt ontvangen? Het antwoord is: Nee.

Het is verstandig om toch op de hoogte te zijn van de regels die overheid oplegt over de plaatsing van warmtepompen. In veel situaties is geen vergunning en zelfs geen melding nodig. Maar er zijn uitzonderingen.

**In dit artikel lees je: **

  • Wat de verschillen zijn tussen een vergunningsplicht en een meldingsplicht
  • Wanneer een van de twee verplicht is
  • Wat de WKO-bodemenergietool is
  • Welke geluidsnormen gelden

Lees ook: Welke typen warmtepompen zijn er?

Welke warmtepomp past bij jou?

Doe de check op Kieskeurig.nl en je weet het binnen 5 minuten!

Of je een vergunning nodig hebt, hangt af van de lokale regelgeving, het type warmtepomp dat je kiest en de plaats waar je ze opstelt. Er wordt in Nederland (nog) niet actief op gecontroleerd, maar beter check je toch vooraf bij de gemeente. Als er een meld- of vergunningsplicht geldt en je hebt dit niet gedaan, dan kan dit leiden tot boetes, de verplichting om de installatie aan te passen of zelfs een bevel om ze te verwijderen. Je hebt er dus baat bij om je goed te informeren.

Tegenwoordig zie je ook buitenunits die op het dak worden geplaatst. Hiervoor gelden dezelfde regels als wanneer de warmtepomp op de grond of aan de muur wordt gehangen.

Vergunningsplicht versus meldingsplicht

Als je een vergunning wilt, dan moet je een formele aanvraag indienen en wachten met de installatie tot je toestemming hebt gekregen. Om een vergunning te krijgen moet je meestal een bouwtekening en een gedetailleerd plan van de installatie indienen. Het installatiebedrijf zal je helpen bij het opstellen van deze documenten.

Een meldingsplicht is een vereenvoudigde procedure voor kleinere bouwprojecten waarbij je de werkzaamheden alleen vooraf moet melden. Je hoeft dus geen goedkeuring af te wachten. In de meeste gevallen is voor het plaatsen van een warmtepomp gelukkig geen vergunning nodig als de buitenunit vanaf de grond gemeten niet hoger is dan 1 meter en de oppervlakte van dit toestel geen 2 vierkante meter bedraagt. Maar er zijn belangrijke uitzonderingen. We stippen eerst kort aan wanneer wel een vergunning of melding vereist is en daarna gaan we dieper in op enkele specifieke gevallen.  

Ook interessant: Haal meer uit je warmtepomp met de juiste instellingen

Vergunning vereist

  • Als de warmtepomp aan de voorgevel wordt bevestigd, dan volgt uit de Omgevingswet en het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) dat deze vergunningsplichtig is. Heb je vragen over deze regelgeving dan kun je altijd contact opnemen met de helpdesk Bouwregelgeving via dit online formulier.

  •  Wanneer de warmtepomp zodanig wordt geplaatst dat de bovenkant 5 meter of hoger uitkomt gemeten vanaf de grond. Wie de warmtepomp dus op een plat dak of een terras op een verdieping plaatst, moet dit dus even nameten.

  • Wanneer de warmtepomp hoger is dan 1 meter en de oppervlakte meer dan 2 vierkante meter bedraagt.

  • Bij een bodemwarmtepomp die gebruikmaakt van een verticale bodemwarmtewisselaar die dieper dan 50 meter wordt geboord. Dat geldt trouwens voor de meeste geothermische warmtepompen, want die gaan dieper.

  •  Wanneer een horizontale of verticale bodemwisselaar wordt toegepast die een warmtedragend medium bevat met gevaarlijke stoffen. De mengeling van water met glycol (antivries), die het meeste wordt toegepast, valt hier niet onder. 

  • Bij een water/waterwarmtepomp waarbij grondwater als warmtepomp wordt gebruikt

  •  Wanneer de buitenunit van de warmtepomp goed zichtbaar is voor de omgeving.

  • Bij monumentale gebouwen of gebouwen die een bijzondere bescherming genieten. Of wanneer je in beschermd stadszicht woont.  

Leestip: Zo houd je het stroomverbruik van je warmtepomp zo laag mogelijk

©Brebca

Meldplicht vereist

De meldplicht hangt af van de lokale regelgeving en het bestemmingsplan van de gemeente. Sommige gemeenten hanteren regels over het uiterlijk van de gebouwen en hoe bepaalde toevoegingen het straatbeeld kunnen beïnvloeden. 

  • Als je de buitenunit vanaf de openbare weg kunt zien, dan moet je dit in principe altijd melden.

  • Wanneer de warmtepomp een totale drijfkracht heeft van meer dan 5 kW.

  • Er wordt gebruikgemaakt van een verticale bodemwarmtewisselaar waarbij maximaal tot 50 meter diep wordt geboord.

DE NIEUWE OMGEVINGSWET

Sinds januari 2024 is de Omgevingswet van kracht, die het doorgaans gemakkelijker maakt om vergunningen te krijgen. Bij discussie over de plaats van de warmtepomp helpt deze wetgeving meestal om eventuele conflicten met de gemeente op te lossen.

In deze nieuwe wet zijn de oude wetten samengevoegd en daarin zijn de nieuwe normen vastgelegd over wat buiten te zien, te ruiken en te horen is. Voor de warmtepompinstallateur wordt het dus eenvoudiger, want dit is een centrale plaats waar alle regels samenkomen voor onder meer het geluid en de plaatsing van de warmtepomp.

Bodemwarmtepomp? Check de WKO-bodemenergietool

Een bodemwarmtepomp moet je altijd melden bij het Omgevingsloket. Controleer dus jouw situatie op het Omgevingsloket. Hier duidt de gemeente de zogenaamde interferentiegebieden aan, want in stedelijke gebieden kunnen bodemsystemen elkaar beïnvloeden. Wanneer in dezelfde buurt verschillende geothermische systemen staan, zullen die elkaar negatief beïnvloeden. Daarom is de regie vanuit de gemeente noodzakelijk.

Wil je in zo’n interferentiegebied een bodemwarmtepomp plaatsen, dan heb je wellicht een eenvoudige vergunning (een OBM-vergunning) nodig. Je kunt dit checken met de WKO-bodemenergietool. Hier lees je door je adres in te geven of je gebruik kun maken van bodemenergie.

💡Wat is bodemenergie?

De term bodemenergie betekent dat je de warmte en/of kou van de bodem gebruikt en in de bodem opslaat. De meest voorkomende toepassingen van bodemenergie zijn warmtepompen met bodemlussen en de verticale bodewarmtewisselaar. De bodemlus bestaat uit een dikwandige kunststof slang waarin een waterglycolmengel wordt gepompt. Het water neemt de warmte van de bodem op en geeft deze door aan de warmtepomp. Een verticale warmtewisselaar is een sonde die diep in de bodem gaat. 

Met de WKO-bodemenergietool lees je of je kunt gebruikmaken van bodemenergie. 

Water/waterwarmtepomp? Let op de registratie en grondwaterheffing

Bij een water/waterwarmtepomp moet je rekening houden met de registratie en de grondwaterheffing. Vraag dan aan de gemeente hoeveel de vergunning kost voor het oppompen van grondwater. Bovendien moet je in dat geval grondwaterheffing betalen, maar hiervoor kun je een volledige of gedeeltelijke vrijstelling krijgen. Zo’n vrijstelling is mogelijk als je een deel van het opgepompte grondwater via de retourput terugvoert naar dezelfde waterdoorvoerende laag. 

De geluidsnormen

De plaats waar je de warmtepomp installeert is belangrijk, want je moet ook aan de geluidsnormen voldoen. De gemeente die eventueel de vergunning aflevert, houdt hier geen rekening mee en neemt hier ook geen verantwoordelijkheid voor.

Sinds april 2021 geldt de landelijke norm dat de geluidsproductie van een nieuwe warmtepomp overdag (van 07:00 tot 19:00 uur) maximaal 45 dB(A) mag bedragen op de erfgrens met de buren. Dit moet je meten bij het maximale vermogen van de warmtepomp. Tijdens de nacht (van 19:00 tot 07:00 uur) moet de geluidsdruk lager zijn, maximaal 40 dB(A). In de nacht wordt de geluidsdruk gemeten als de warmtepomp draait in de stille modus. De komst van deze nieuwe Omgevingswet verandert hier niets aan.

Hoe gaat dit in de praktijk? Je kunt stellen dat een warmtepomp met een geluidslast van 65 dB(A), zonder extra maatregelen zoals een omkasting, bij voorkeur 4 tot 5 meter van de erfgrens moet worden geplaatst. Als je de warmtepomp dichterbij dan 3 meter plaatst, wordt het erg moeilijk om onder de norm van 45 dB(A) te blijven.

Om het geluid tot een minimum te herleiden kun je ook een geluidswerende kap over de warmtepomp plaatsen die het geluid absorbeert. In dit artikel lees je daar meer over. Zo’n omkasting zorgt voor een geluidsreductie van 17 dB(A). Vaak ziet de unit er hierdoor ook nog mooier uit. Het is hoe dan ook verstandig om aan je buren te vertellen dat je een warmtepomp wilt plaatsen.

©Reducd.nl

Het bouwbesluit is streng wat betreft de geluidsnormen van de warmtepomp.

Welke warmtepomp past bij jou?

Doe de check op Kieskeurig.nl en je weet het binnen 5 minuten!
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.