ID.nl logo
Zo houd je het stroomverbruik van je warmtepomp zo laag mogelijk
© Fokussiert - stock.adobe.com
Energie

Zo houd je het stroomverbruik van je warmtepomp zo laag mogelijk

Switch je naar een warmtepomp, dan zie je je gasrekening vaak aanzienlijk dalen. Echter, je elektriciteitskosten gaan wel omhoog. Gelukkig kun je deze toename in stroomverbruik beperken. We vertellen je graag hoe je dat doet en geven je daarnaast tips om de levensduur van je warmtepomp te verbeteren.

De warmtepomp haalt energie uit de omgeving en zet die om in bruikbare warmte voor de centrale verwarming en vaak ook voor het sanitair warm water. Daarvoor heeft de warmtepomp wel stroom nodig. Behalve de compressor (die het meeste elektriciteit vraagt) zijn er nog andere onderdelen die stroom nodig hebben, zoals printplaten voor de besturing, enkele pompen die tegenwoordig erg zuinig zijn en één of twee ventilatoren. De bedrijfskosten van een warmtepomp variëren per seizoen. En toch zijn er enkele dingen waardoor je het totale elektriciteitsverbruik kunt verminderen.

Zet de thermostaat niet te vaak warmer of kouder

Vermijd zoveel mogelijk het wijzigen van de ingestelde temperatuur. Een warmtepomp die samenwerkt met bijvoorbeeld vloerverwarming houdt van een constante kamertemperatuur. Verander de instellingen dus niet te veel en verlaag liever niet telkens de gewenste temperatuur wanneer je van huis gaat. Dat brengt namelijk weinig op. Natuurlijk stel je wel een dag- en nachtprogramma in, maar laat de binnentemperatuur maximaal 2 graden zakken tijdens de nacht. Zo heeft de warmtepomp niet te veel werk om de woning weer terug op temperatuur te krijgen.

Door de thermostaat regelmatig hoger of lager in stellen omdat je het te warm of te koud hebt, verbruikt de warmtepomp meer stroom dan wanneer je dezelfde temperatuur aanhoudt. Onthoud ook dat door de thermostaat één graad lager te zetten, de energierekening met 2,5% zal dalen. Het is dus interessant om de temperatuur die op bijvoorbeeld 21°C staat, op 20°C in te stellen.

©Olivier Le Moal

Speel niet te veel met de thermostaat.

Zet de temperatuur van het verwarmingswater lager

Staat de uitvoertemperatuur van je waterverwarming te hoog ingesteld? Dan verbruikt je warmtepomp onnodig veel energie om het water op temperatuur te brengen. Gelukkig is het bij de meeste systemen mogelijk om de cv-watertemperatuur te verlagen naar 40°C of zelfs lager. Vloerverwarming, lage temperatuur radiatoren en ventilatorconvectoren werken prima samen met dergelijke lage temperaturen. Deze lagere 'vertrektemperatuur' zal nog steeds voldoende zijn om je huis comfortabel te verwarmen.

Wil je het waterverbruik nog verder optimaliseren? Kies dan voor een weersafhankelijke regeling met een buitenvoeler. Deze handige sensor meet continu de buitentemperatuur en past de watertemperatuur daar automatisch op aan. Is het bijvoorbeeld -5°C buiten? Dan zorgt de regeling voor water van 35°C om je huis warm te houden. Bij een gemiddelde buitentemperatuur van 7°C is slechts 29°C water nodig. Een weersafhankelijke regeling bespaart dus energie en geld. Monteer de buitenvoeler bij voorkeur aan de noordkant van je woning, uit de zon. Zo meet hij nauwkeurig de werkelijke buitentemperatuur.

Plaats de buitenvoeler tegen een gevelmuur gericht op het noorden. | Foto: Vaillant

Verlaag de temperatuur van sanitair warm water

Zorgt de warmtepomp ook voor het warme water dat uit de kraan komt, dan kun je om dezelfde reden als hierboven de aanvoertemperatuur van het tapwater verlagen. Bij gasketels staat dit meestal op 60°C, bij een warmtepomp zet je deze bij voorkeur op 45°C.

EN LEGIONELLA DAN?

In opdracht van het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken is er drie jaar geleden onderzoek gedaan naar het verlagen van de tapwatertemperatuur (klik op onderzoek in de regel hierboven om het rapport te bekijken). De conclusie verbaasde veel mensen en ontlokte discussie. De norm NEN 1006 (Algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties) om tapwater minimaal op 55°C in te stellen is vooral functioneel bedoeld en niet zoals men vaak denkt voor de preventie van legionella. Je kunt dus wel degelijk veel energie besparen. Er zijn andere manieren om legionella te bestrijden. Dan denken we aan een wekelijkse hitteschok. Bij een lagere temperatuur dan 55°C moet het toestel wekelijks thermisch gedesinfecteerd, bijvoorbeeld door het water meer dan 20 minuten boven de 60 °C te brengen (of 10 minuten op 65°C of 5 minuten op 70°C). Meestal is zo'n legionella-run automatisch ingesteld, maar dat is afhankelijk van het toestel. Vraag het voor de zekerheid na bij je installateur of bij de verkoper. Overigens vind je een antilegionella-functie niet alleen bij veel warmtepompen, maar ook bij veel boilers en buffervaten. Je kunt een antilegionella-functie eventueel uitzetten, maar dat is wel gevaarlijk. Je moet de reiniging dan namelijk geregeld zelf doen – met de kans dat je het vergeet, met alle risico's van dien.

Weten welke warmtepomp bij jou past?

Doe de check op Kieskeurig.nl en je weet het binnen 5 minuten!

Gebruik een warmtepomp en thermostaat van hetzelfde merk

De fabrikant van de warmtepomp kent de werking van dit toestel het beste. Hoewel het verleidelijk kan zijn om te gaan shoppen voor vreemde of goedkopere thermostaten, is het echt het verstandigst om de thermostaat van de fabrikant te gebruiken. De aansluiting zal gemakkelijker verlopen en deze thermostaat kent de beste en zuinigste manier om de warmtepomp aan te sturen.

Gebruik apparatuur van hetzelfde merk: die is het best op elkaar ingespeeld. | Foto: Vaillant

Kies het juiste vermogen

Een te kleine warmtepomp krijgt het moeilijk op koude dagen en moet op volle kracht draaien. Een te grote warmtepomp is duurder en schakelt nodeloos vaak aan en uit. Dit 'pendelen' is slecht voor de levensduur van de compressor. Hoe vaker de warmtepomp aan en uit gaat, hoe hoger het energieverbruik. Bovendien warmt je huis er niet sneller door op. Het is dus belangrijk om de juiste capaciteit te kiezen. Dit heet de juiste dimensionering bepalen. Bereken daarom zorgvuldig welk vermogen je nodig hebt, afhankelijk van je woning en je warmtebehoefte. Een warmtepomp die perfect is afgestemd op je situatie, bespaart energie en gaat lang mee. Win deskundig advies in bij de dimensionering, zodat je zeker weet dat je de optimale warmtepomp kiest.

Zorg voor regelmatig onderhoud van de warmtepomp

Als je de warmtepomp slecht onderhoudt kan dit leiden tot een stijging van de energierekening. Schrik niet: die stijging kan zelfs oplopen tot 25%. Vuile of geblokkeerde filters verminderen de hoeveelheid lucht die het systeem kan aanzuigen en dit vermindert de prestaties. Controleer ook regelmatig de ventilator en de verdamper (dat is het rooster achter de ventilator) om er zeker van te zijn dat er geen vuil zoals bladeren of takjes in zitten.

In tegenstelling tot een traditionele verwarmingsketel, is er voor een warmtepomp geen verplicht regelmatig onderhoud vereist, maar toch is het verstandig om de warmtepomp jaarlijks of tweejaarlijks een onderhoudsbeurt te geven. Laat dat bij voorkeur wel doen door een professional die is geregistreerd in het Centraal Register Techniek.

©jmalov

Door je warmtepomp regelmatig te laten onderhouden, verleng je de levensduur.

Installeer zonnepanelen

Door zonnepanelen te installeren sla je twee vliegen in één klap: je drukt je energiekosten en zorgt tegelijk voor een kleinere ecologische voetafdruk. Je maakt namelijk gebruik van lokaal opgewekte stroom. Over het algemeen kun je verwachten dat zonnepanelen zo'n 40% van de elektriciteit leveren die je warmtepomp nodig heeft.

Beperk actieve koeling

Een bodem-waterwarmtepomp biedt een energie-efficiënte manier om je huis in de zomer te koelen, en dat op een passieve wijze. Dit betekent dat de warmtepomp de koelte uit de aarde haalt en dit doorgeeft aan het water in je cv-leidingen, zonder dat de compressor hoeft te werken. Daarentegen kun je met een lucht-waterwarmtepomp enkel actief koelen. Hierbij haalt het systeem warmte uit je vloerverwarming of ventilo-convectoren in plaats van uit de buitenlucht. Hoewel dit soms praktisch kan zijn, vraagt het wel meer energie.

Levensduur

De economische levensduur van een warmtepomp is vastgesteld op 10 jaar, een termijn die vaak dient als basis voor afschrijving en garantiekwesties. Echter, in werkelijkheid kun je verwachten dat het apparaat aanzienlijk langer meegaat. Bij een lucht-watersysteem is een levensduur van 15 tot 20 jaar geen uitzondering. Centraal in de warmtepomp staat de compressor. Afhankelijk van het type warmtepomp varieert de levensduur van deze compressor: bij een modulerende variant gaat deze tot 100.000 draaiuren mee, terwijl je bij een aan/uit-model kunt rekenen op zo'n 60.000 draaiuren.

HET VERSCHIL TUSSEN EEN MODULERENDE WARMTEPOMP EN EEN AAN/UIT-WARMTEPOMP

Een modulerende warmtepomp past zijn vermogen aan op basis van de warmtebehoefte. Hij verbruikt nooit meer elektriciteit dan strikt noodzakelijk, waardoor energiepieken afvlakken. De eerste warmtepompen konden hun vermogen niet aanpassen aan de warmtevraag. Een klassieke aan/uit warmtepomp levert óf het volledig vermogen, óf helemaal niets. Je bespaart dus nog meer met een modulerende warmtepomp, maar een modulerende compressor draait per jaar meer uren dan een aan/uit-compressor.

Lees ook ons artikel over de kosten en baten van een warmtepomp.

▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.