ID.nl logo
Alles wat je moet weten over de warmtepompboiler
Energie

Alles wat je moet weten over de warmtepompboiler

Douchen, baden, afwassen, schoonmaken … Bijna de helft van het sanitair water dat we verbruiken wordt verwarmd. In je energiefactuur komt 10 tot 15 procent op rekening van de verwarming van dit tapwater. Is je oude boiler aan vervanging toe, dan kan het interessant zijn om hem te vervangen door een warmtepompboiler. Dit nieuwe type boiler heeft een eigen interne warmtepomp om warm water te produceren, tegen (veel) lagere energiekosten.

Op ID.nl ben je misschien al meer artikelen over warmtepompen tegengekomen. Daarin gaat het vooral over warmtepompen die de woning verwarmen. Warmtepompen genoemd die niet alleen je woning verwarmen, maar ook voor sanitair warm water zorgen, hebben we in die artikelen ook aangestipt.

In dit kennisartikel hebben we het over autonome boilers waarin een warmtepomp zit. Ook deze warmtepompboiler, ook wel de thermodynamische boiler genoemd, wint aan populariteit. Net als een gewone boiler zorgt hij voor de aanmaak van warm water in de keuken en de badkamer. Het toestel haalt de warmte uit de lucht van de ruimte waarin hij is opgesteld. Een warmtepompboiler zorgt dus niet voor een warmer huis. Het is een energiezuinig alternatief voor de gasboiler of elektrische boiler en bovendien het meest laagdrempelige toestel dat werkt op hernieuwbare energie.

Warmtepomp in de boiler

De warmtepomp in deze boiler werkt volgens hetzelfde principe als een gewone warmtepomp. Dit toestel heeft geen buiten-unit: de warmte wordt gehaald uit de lucht van ruimte waar het is opgesteld of uit de afgevoerde ventilatielucht. Een koelvloeistof neemt die warmte op en wordt gasvormig. De compressor van de warmtepompboiler verhoogt de druk van het koelvloeistofgas waardoor de temperatuur stijgt. Die warmte wordt afgegeven aan het water in het boilervat. Hierdoor verlaagt de druk van de koelvloeistof en wordt het gas weer vloeistof. En zo is de cirkel rond. De meeste warmtepompboilers hebben bovendien een elektrische weerstand als back-up. Wanneer de temperatuur van de omgevingslucht niet hoog genoeg zou zijn om te gebruiken, zal het water toch elektrisch opgewarmd worden. Op die manier ben je altijd verzekerd van sanitair warm water. Omwille van die elektrische back-up worden deze boilers ook wel hybride warmtepompboilers genoemd.

De warmtepomp is geïntegreerd in de boiler. Klik op de foto voor een grotere afbeelding.

Weten welke warmtepomp bij jou past?

Doe de check op Kieskeurig.nl en je weet het binnen 5 minuten!

DISCLAIMER (OKTOBER 2022) Wegens de grillige en onvoorspelbare koers van de energieprijzen die gaan gelden boven het energieprijsplafond (zie ook https://id.nl/energie-en-klimaat/elektriciteit/energiezuinigheid/kabinet-overstag-energieplafond-wordt-verlaagd) willen we benadrukken dat de bedragen in dit artikel indicatief zijn. Je kunt ze wel gebruiken om aan de hand van je eigen tarieven een inschatting te maken.

Hoe snel verdien je een warmtepompboiler terug?

Een warmtepompboiler haalt 75 procent van de energie die hij nodig heeft om tapwater te verwarmen uit de warmte van de lucht. Dat betekent dat een warmtepompboiler tot 75 procent minder energie verbruikt dan een klassieke elektrische boiler – want die haalt immers 100 procent van zijn warmte uit stroom. Of eenvoudig gesteld, de warmtepompboiler verbruikt drie keer minder stroom dan een elektrische boiler. Een elektrische boiler met een capaciteit van 200 liter verbruikt gemiddeld 3.600 kWh per jaar. Een warmtepompboiler van 200 liter verbruikt slechts 900 kWh op jaar jaarbasis. Dat betekent voor een gezin van 4 personen een jaarlijkse besparing van 2.700 kWh. Als we dit vermenigvuldigen met een gemiddeld stroomtarief van 0,67 euro per kWh (prijspeil augustus 2022), dan komt de jaarlijkse besparing van dit gezin op 1.809 euro. Dat de prijs van elektriciteit nu zo hoog is, speelt de warmtepompboiler natuurlijk in de kaart.

De prijs van dit toestel varieert van 2.500 tot 3.000 euro, exclusief btw en plaatsen. De aankoopprijs is afhankelijk van het merk, het type, het vermogen en het volume. Laten we in ons voorbeeld uitgaan van een warmtepomp van 2.500 euro waarbij de installatie 800 euro kost. Dan komen je aan een totaalbedrag van 3.300 euro. Als je rekening houdt met een jaarlijkse besparing van 1.809 euro dan weet je we de warmtepompboiler zich in minder dan twee jaar heeft terugverdiend. En dan hebben we niet eens rekening gehouden met de subsidie.

De warmtepompboiler neemt wel veel ruimte in beslag. | Foto: Viessmann

!! Tip: subsidie

Net als voor een warmtepomp kun je ook voor de warmtepompboiler ISDE-subsidie ontvangen, die kan oplopen tot 30 procent van het aankoopbedrag. Wanneer het apparaat geïnstalleerd is, moet je binnen 6 maanden de subsidieaanvraag indienen via https://mijn.rvo.nl/home. Deze ISDE-steun loopt tot 2025 en kan maximum 950 euro per aanvraag bedragen. Meer over subsidies kun je lezen in het artikel Wat kost een warmtepomp en (vooral) wat bespaar je ermee.

Hoeveel volume moet mijn warmtepompboiler hebben?

Warmtepompboilers zijn duurder in aankoop dan conventionele boilers, maar ze zijn goedkoop in verbruik en ze zorgen voor een kleinere ecologische voetafdruk omdat ze boiler geen CO2 uitstoten zoals een klassieke gasboiler. Het volume van de boiler hangt af van de warmwaterbehoefte. Voor grote gezinnen zijn er bijvoorbeeld enorme boilervaten beschikbaar. De prijs voor de warmtepompboiler varieert afhankelijk van het volume. Een tank van 200 liter is uiteraard goedkoper dan een van 300 liter. Met een groot boilervat kan zo’n warmtepompboiler gezinnen tot 6 personen gemakkelijk van voldoende warm water voorzien.

Er bestaan warmtepompboilers in verschillende volumes. | Foto: Vaillant

Wat is de beste plek voor een warmtepompboiler?

Een warmtepompboiler is bijzonder eenvoudig te installeren. Je hebt gewoon een stopcontact nodig om het toestel aan te sluiten. Je plaatst het toestel in een ruimte in het huis die het hele jaar door tussen de 5°C en 30°C warm blijft. Denk aan de garage, de berging of de kelder. Om goed te functioneren, moet het toestel in een ruimte staan die ongeveer 28 kubieke meter groot is. Op die manier kan de warmtepomp van het toestel gemakkelijker warmte opnemen.

Houd er vooral ook rekening mee dat het toestel op zijn beurt koude lucht afgeeft. Die koude lucht kun je eventueel kwijt via een afvoerkanaal. Als je de warmtepompboiler in een te kleine ruimte zonder afvoerkanaal plaatst, zal het toestel de ruimte erg afkoelen. Hierdoor kan hij minder warmte uit de omgevingslucht halen en zou het rendement van deze boiler dalen.

Ook kan de compressor in de warmtepompboiler een zacht gezoem produceren, net als de warmtepomp, maar als je hem op de juiste plaats installeert heb je er geen last van. Denk dus goed na over de plek waar je de boiler wilt plaatsen.

Weten welke warmtepomp geschikt is voor jouw huis?

Vul de Warmtepompvergelijker in op Kieskeurig.nl en je weet het meteen
▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.