ID.nl logo
Zonnepanelen en garantie: zo zit het
© RomanR - stock.adobe.com
Energie

Zonnepanelen en garantie: zo zit het

Koop je zonnepanelen, dan heb je te maken met verschillende soorten garanties, zoals productgarantie en vermogensgarantie. We vertellen je op welke garanties je precies kunt krijgen bij de aanschaf van zonnepanelen en wat deze garanties inhouden.

Na het lezen van dit artikel weet je onder meer: Wat de productgarantie op zonnepanelen is | Hoe lang de vermogensgarantie op zonnepanelen geldt | Op welke garanties je nog meer recht hebt | Welke mogelijkheden er zijn om je zonnepanelen te verzekeren

Lees ook: Zonnepanelen te duur? Zo financier je ze!


Productgarantie

Fabrikanten in de Europese Unie zijn verplicht om minstens twee jaar garantie op producten te geven. Dit wordt ook wel ‘wettelijke garantie’, ‘fabrieksgarantie’ of ‘productgarantie’ genoemd. Leveranciers van zonnepanelen hebben ook te maken met deze garantie. Dat betekent dat zonnepanelen (of componenten) die binnen twee jaar na aankoop defect gaan of niet naar behoren werken gerepareerd of vervangen moeten worden door de fabrikant (soms via de verkoper). Schade door natuurverschijnselen of vandalisme valt meestal niet onder de garantie. 

Veel aanbieders van zonnepanelen geven echter een veel langere productgarantie. Regelmatig ligt de productgarantie tussen de 10 en de 30 jaar. Dat betekent dat de periode waarin de zonnepanelen zonder extra kosten gerepareerd of vervangen worden aanzienlijk groter is dan wat wettelijk verplicht is. 

Zonnepanelen van een hogere kwaliteit hebben doorgaans een langere productgarantie, omdat deze producten over het algemeen een langere levensduur hebben. Toch is de duur van de productgarantie geen perfecte indicator voor de kwaliteit en levensduur van je zonnepanelen. Het is dan ook belangrijk om te letten op de reputatie van de fabrikant, bijvoorbeeld door naar klantbeoordelingen te kijken. Ook de herkomst van de panelen is van belang. Verderop in dit artikel gaan we daar verder op in.

©Adam Nowak/Wirestock - stock.adobe.com

De productgarantie is overigens niet alleen van toepassing op de zonnepanelen, maar ook op de omvormer(s). De garantietermijn ligt hier doorgaans op minstens 5 jaar. Wel is het belangrijk om te weten dat de garantie alleen van toepassing is op eventuele defecten van het product. De opbrengst van zonnepanelen gaat door de jaren heen langzaam achteruit. Hoewel dit niet in de productgarantie wordt meegenomen, geven veel aanbieders hiervoor een ander soort garantie.

Benieuwd naarde kosten en opbrengsten van zonnepanelen? Wij zochten het voor je uit.

Prestatiegarantie

Naast productgarantie bieden de meeste fabrikanten van zonnepanelen namelijk ook een prestatiegarantie of vermogensgarantie aan. Dit is een belofte van de fabrikant aan de klant dat de zonnepanelen bijvoorbeeld na 25 jaar nog 80 procent van de opbrengst leveren. De exacte percentages en termijn verschillen echter per fabrikant en hangen af van het type zonnepanelen.

Belangrijk om te weten is dat de productgarantie vaak eerder afloopt dan de prestatiegarantie. Dat betekent dat als een zonnepaneel met bijvoorbeeld een productgarantie van 10 jaar na 12 jaar kapot gaat, je ook geen aanspraak meer kunt maken op de vermogensgarantie van bijvoorbeeld 20 jaar.

Hoe weet je eigenlijk of je dak geschikt is voor zonnepanelen? We leggen het je uit!

Installatiegarantie

Sommige aanbieders van zonnepanelen bieden ook garantie op de installatie. Dit houdt in dat problemen door fouten bij de installatie kosteloos worden opgelost. Dit is bijvoorbeeld het geval als de kabels niet goed zijn aangesloten of wanneer de zonnepanelen bij een kleine storm losraken en misschien wel van je dak waaien. Extreme weersomstandigheden zoals een tornado, maar ook oorlogsgeweld, vallen buiten deze garantie. 

De installatiegarantie bedraagt meestal minstens 2 jaar. In sommige gevallen is de garantie op de installatie zelfs 10 jaar. De garantietermijn verschilt per aanbieder.

©diyanadimitrova

Systeemgarantie

Het is bij sommige aanbieders van zonnepanelen ook mogelijk om een garantie te krijgen op het volledige systeem. Hieronder vallen onder meer het installatiewerk, de panelen, de omvormer en de andere onderdelen. Eventuele inspectiekosten en transportkosten vallen over het algemeen ook onder de systeemgarantie. 

Over het algemeen geldt er een garantie op het systeem van zo’n 2 jaar. Er zijn echter ook aanbieders van zonnepanelen die deze periode doortrekken naar 10 jaar. Dit geeft een stuk meer zekerheid voor jou als koper. 

Tijd voor zonnepanelen op je dak? We leggen je uit waar je precies op moet letten.

Verzekeren van zonnepanelen

De garanties op zonnepanelen zijn voornamelijk van toepassing op defecte onderdelen en fouten in de fabricage of installatie, maar er wordt ook vaak een bepaalde output beloofd. Schade ten gevolge van externe factoren, zoals de weersomstandigheden, kunnen gedekt worden door een verzekering. 

Het is over het algemeen niet nodig om je zonnepanelen apart te verzekeren. Ze vallen doorgaans onder de opstalverzekering, al verschilt dit per aanbieder. Wel is het belangrijk om bij je verzekeraar aan te geven dat je zonnepanelen hebt geïnstalleerd. Wat er precies wel en niet gedekt wordt is te vinden in de polisvoorwaarden die meestal op de website van de verzekeraar te lezen zijn.

Je zonnepanelen zijn meestal verzekerd tegen bijvoorbeeld diefstal en schade door brand, storm of hagel. Soms ontvang je ook een vergoeding voor misgelopen stroomopbrengst door schade. Een verzekering dekt meestal echter niet alles. Doorgaans keert de verzekeraar niet uit als er sprake is van ‘normale’ slijtage, gebrekkig onderhoud, slechte installatie en schade die veroorzaakt wordt door een oorlog, aardbeving of overstroming. 

©kotoyamagami - stock.adobe.com

Let op de herkomst van de zonnepanelen!

Hoewel een lange garantie mooi is meegenomen bij de aanschaf van zonnepanelen, is het belangrijk dat je weet wie er verantwoordelijk is voor de garantie van de zonnepanelen, omvormer(s) en installatie. 

Zijn je zonnepanelen bijvoorbeeld afkomstig uit China, dan is het mogelijk dat je bij een defect contact op moet nemen met de helpdesk in dat land. Soms ben je zelfs verantwoordelijk voor het demonteren en opsturen van de kapotte zonnepanelen. 

Er zijn aanbieders die merkloze zonnepanelen verkopen onder hun eigen merknaam, ook wel ‘whitelabel’ genoemd. In dit geval is het onduidelijk wie de daadwerkelijke fabrikant van het product is. Het is daardoor moeilijker om een claim op de garantie in te dienen als het merk van de markt verdwijnt of failliet gaat.

Voordat je zonnepanelen koopt, doe je er goed aan om na te gaan waar de panelen vandaan komen en of er een kantoor in Nederland is waar je terecht kunt bij eventuele problemen met de zonnepanelen. Doe dus goed je research om er zeker van te zijn dat je te maken hebt met een betrouwbare leverancier die kwalitatieve zonnepanelen levert.

Kijk ook eens naar onze tips voor het kiezen van de juiste installateur voor je zonnepanelen.

Denk je aan zonnepanelen?

Laat je hier informeren over alle kosten en mogelijkheden!

Vraag een offerte aan voor zonnepanelen:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.